De digitale reiziger (17a):
Arbeiders, directeuren, kerkgangers, knutselaars, lanterfanten, dochters, starters, studenten en creatieven: Tuindorp Heijplaat


<< naar thuispagina Frans Mensonides

 

Onlangs verkende ik, zonder behulp van een gids, het Vlaamse dorp Doel, bedreigd met complete verdrijving door een steeds maar uitdijende haven. Doel heeft een evenknie in Nederland: het Rotterdamse tuindorp Heijplaat, enkele tientallen hectaren woonwijk, ingeklemd tussen de Waal- en de Eemhaven. Twee pendanten, twee vergelijkbare woonoorden die toch in elk opzicht tegengesteld zijn. Doel is honderden jaren oud, Heijplaat nog geen eeuw. Doel is al zeven eeuwen een plattelandsdorpje; Heijplaat vanaf zijn geboortedag een stuk havenstad. Doel wordt langzamerhand omsloten door havens; Heijpaat er langzamerhand van bevrijd. Doel gaat bijna kopje onder, Heijplaat houdt het hoofd boven het havenwater. Doel wordt bedreigd met het einde; Heijplaat hooguit met een nieuw begin.

Tuindorp Heijplaat werd in 1914 in het leven geroepen op initiatief van M. de Gelder, directeur van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. De RDM, opgericht in 1902, repareerde en fabriceerde schepen. 250 schepen per jaar werden hier ‘gedokt’; bijna duizend arbeiders zorgden voor een onophoudelijk geklink en geklank van hamers op staal.

De Gelder wilde misschien wel een oogje houden op zijn duizendtal schaapjes. Het was ook wel handig als hij er altijd een paar in de buurt had in geval van spoedklussen in de nacht en op zondag. Bovendien lag de scheepswerf geïsoleerd in het havengebied, kilometers van de stad, in een tijdperk dat de fiets voor arbeiders het snelste transportmiddel was. Het idee was geboren: een woonwijk voor RDM-werknemers.

De eerste versie van de wijk telde ca. 300 huizen. In de jaren 50 en 60 kwamen er nog zo’n 600 bij. Het inwonertal van het wijkje zal nu 2000 à 2500 bedragen; bewoners die lang niet allemaal meer economisch afhankelijk zijn van de haven. De oorspronkelijke Heijplatenaren waren dat wel. De grootte van het huis dat zij bewoonden, was in overeenstemming met de rang die de kostwinner bekleedde op de RDM. De mensen die met de hamers zwaaiden, huurden de rijtjeshuizen. Hun voormannen en chefs bewoonden de mooie, zij het wat kitscherige huisjes met de witte geveltjes die je hier nog steeds kunt fotograferen. De echte bonzen, ten slotte, zaten vanzelfsprekend in de villa’s aan de rand van de wijk.

Heijplaat vormde een hechte gemeenschap. Maar ook weer niet zo hecht, dat een vroegtijdig experiment met een oecumenisch geloofsleven kon slagen. Op het Vestaplein was een toren verrezen met aan de voet ervan een gemeenschappelijke kerkruimte die door alle gezindten gebruikt mocht worden. Wat er is misgegaan, heb ik niet precies kunnen achterhalen – overvallen door het sluitingsuur van de Rotterdamse bibliotheek bij de Blaak – maar nog wel viel mijn oog op architect Baanders, die reeds in 1920 opdracht kreeg, drie kerken voor Heijplaat te ontwerpen: een RK, een NH en een gereformeerde. Een aannemelijke verklaring voor het feit dat je tijdens een wandelingetje door Heijplaat thans vier torens aantreft; vermoedelijk een grotere kerkdichtheid per capita dan in welke Nederlandse woonwijk ook.

Een ander relict uit de begintijd van Heijplaat staat ook nog fier overeind: de koepel die eens een concertgebouw was, en die ik op mijn wandeling voor een planetarium hield.

In de jaren 70 en 80 dreigde Heijplaat het lot van Doel te delen: vermorzeling door een wereldhaven. En dat terwijl de toekomst er voor de RDM zelf allesbehalve florissant uitzag. Een poot van dit bedrijf was opgegaan in de beruchte RSV, een noodlijdend concern dat in 1983 failliet ging, ondanks de 2,7 miljard gulden (1,25 miljard euro) die de overheid in de loop der jaren had gestort in de bodemloze put waaruit het bestond. Het leidde tot een parlementaire enquête die ons in ieder geval nog een boeiend televisieschouwspel opleverde voor onze belastingcenten.

Heijplaat bleef behouden, kon zijn 75-jarig bestaan vieren en werd aan het eind van de jaren 80 grondig gerenoveerd. Ook de andere poot van de RDM overleefde deze periode en leidde tot tegen de eeuwwisseling een kwijnend nabestaan. Het eeuwfeest was de RDM niet beschoren, en tot een website hebben ze het vermoedelijk nooit geschopt. Thans is het wat verrommelde RDM-terrein in gebruik bij diverse bedrijven en bedrijfjes. Er bestaan plannen voor een RDM-museum.

Niet tot plezier van iedere Heijplater heeft Rotterdam stoute plannen met dit havengebied. Een VINEX-locatie met 25.000 inwoners die uitzicht hebben op de Waalhaven; zulke verhalen circuleren al een paar jaar in de Maasstad. Maar het zal nog wel een poosje duren. Geluidsnormen zorgen voor uitstel; de spade kan wellicht pas in 2020 in de grond.

Groot-Heijplaat! Intussen klagen de huidige bewoners over verloedering van hun wijk en achteruitgang van het winkelbestand – met het dichtstbijzijnde grote winkelcentrum op vele kilometers afstand. En viel er in september 2006 toch iets positiefs te melden, een eerste stap. Op maandag de 4e gaf de wethouder het startschot voor de bouw van 18 woonstudio’s op het voormalige RDM-terrein. Ze zijn bestemd voor ‘creatieven (studenten en starters)’, een wat diffuse doelgroep als je het mij vraagt, maar die huizen zullen wel bewoond raken.

Over het OV in Heijplaat ben je vrijwel even snel uitgesproken als dat in Doel. Ook Heijplaat vormt het doodlopende eindpunt van één buslijn, die erheen rijdt over de enige toegangsweg, de ruim een kilometer lange Waalhavenweg. Het is RET-lijn 68, die het tuindorp verbindt met de Waalhaven, metrostation Slinge en Zuidplein. Die lijn rijdt iets vaker dan De Lijn naar Doel: de frequentie varieert van uurdienst op zondag en in de late avond tot tien-minutendienst in de ochtendspits. Heijplaat profiteert mee van de Waalhaven, die veel forenzenverkeer aantrekt.

Ook per boot is het geïsoleerde wijkje sinds kort weer bereikbaar. De pont naar Schiedam sneuvelde in het metrojaar 1968, maar sinds kort meren de telefonisch te ontbieden speedboten van Watertaxi Rotterdam aan bij een nieuwe, knalgele steiger aan de noordkant van Heijplaat.

Ik pakte toch maar de bus (dan maar wat meer tijd kwijt) en wandelde een uurtje fotograferend rond op Heijplaat. Vanuit de bus zag ik langs de Waalhavenweg hoge flatblokken; was de nieuwbouw ineens al gerealiseerd? Nee, ze bestonden uit stapels zeecontainers, vrijdagavond keurig netjes opgestapeld door mannen in kranen, een passende oprijlaan voor dit unieke haventuindorp. Je zou denken dat zo’n wereldhaven een 24/7-gebeuren is, maar op een zaterdagmiddag heerst er diepe weekendrust.

 

Verloedering in Heijplaat? Er zit hier op alles een patina van licht verval. Maar dat kan liggen aan de eerste indruk, gemaakt door twee van petje en rastahaar voorziene lanterfanten die elk op een bankje zitten, en dat vast en zeker wel tot valavond zullen blijven doen. Beslist geen creatievelingen die straks twee van die nieuwe huisjes zullen bewonen. Maar verder valt Heijplaat wel mee.

Directeur de Gelder kreeg een straat naar zich vernoemd. Verder kun je hier onder meer wandelen in de Alwinastraat, de Rondolaan, de Streefkerkstraat, de Karimunstraat, de Corydastraat, de Neptunusstraat, de Alcorstraat, de Moordrechtstraat en op de Courzandseweg en het Zeven Provinciënplein. Een nomenclatuur waar je weinig systeem in zou zien, als je niet wist dat de meeste straten zijn genoemd naar schepen die ooit bij de RDM van stapel zijn gelopen.

Scherp is hier de grens tussen woonwijk en bedrijventerrein. Het levert Doel-achtige plaatjes op van huizen met havengebouwen op de achtergrond of blinde muren ertegenover. Op de Eemhavenweg staan links rijtjeshuizen en rechts containers. Maersk is een naam die je hier vaak ziet. Uit de verte klinken nu toch havengeluiden, een vaag, metalig geschraap; iets groots schuift over iets nog groters.

Op de officiële hondenuitlaatplaats kun je de hondendrollen ‘wettig deponeren’ (een aardige woordspeling) maar moet je je viervoeters wel aangelijnd houden. Er zijn vast ook wel uitlaatplekken in Rotterdam waar je je mestproducenten los mag laten poepen, maar dan wel zelf de rotzooi moet opruimen; alles op zijn tijd en plaats in een stad vol over-regulering. Op het aanplakbord mag je volgens APV-artikel-zoveel alleen verkiezingsposters aanbrengen (‘affiches van politieke partijen die aan de verkiezing meedoen’, nauwkeuriger). Het bord is leeg.

Er is nog veel over uit de begintijd van Heijplaat, maar saaie, sombere jaren 50-rijtjes domineren het beeld. Wat zou daarvan nog overeind staan over 20 jaar? De Hollandse re- en innovatiedrift werkt soms even verwoestend als Vlaamse bulldozerpolitiek.

Nog meer stapels containers aan de oostkant van de wijk, een rommelig terrein met een vermoedelijk weinig frequent gebruikt spoortje en een slordig gestalde caravan waarin de zonderling wel zal wonen die op zekere dag vermoord zal worden aangetroffen. Mooi decortje voor de politieserie Spangen, ware het niet dat dat stadsdeel in een andere wereld ligt, ten noorden van de Maas. Honden zal je hier wel niet mogen uitlaten.

Ook in de wijk zelf staan containers, met afval en bouwmaterialen; Heijplaat lijkt te lijden aan een continue renovatie. In het grimmige, grijsbruine restaurant Courzand kun je genieten van een ‘continuous lunch’, maar rond de klok van halfvier zit er niemand te lunchen, en krijg je de continuïteit er niet gemakkelijk meer in. Eens was het gebouw een feestzaal voor RDM-medewerkers.

Toch nog enig beweeg in deze stille wijk: op het pleintje is een drukbezochte knutselmarkt aan de gang. Nog meer containers! Mensen, die hun eigen omgeving nabouwen; zo worden er in deze contreien toch nog schepen vervaardigd.

G.J. Koster en zijn dochters domineren het winkelaanbod, voor zover nog aanwezig. Het piepkleine buurtwinkelcentrumpje op het Zeven Provinciënplein wordt voor driekwart door hen in beslag genomen, al heeft op deze zaterdagmiddag hun supermarkt de loop er niet echt in. Hun buurman is alleen op afspraak open, maar de laatste afspraak moet al een poosje geleden zijn. De eigenaars van dit kunstwinkeltje verzoeken, ‘eventuele post’ te deponeren bij een adres op de Ampananstraat. Het buurtwinkeltje, een paar straten verder, heeft een voorschotje genomen op de zondag; de blinden zijn al neer.

Aan de zuidkant van de wijk staat het enige 21ste-eeuwse flatblok. Het heet: De Wijde Blick. Hier moet een ironicus aan het werk geweest zijn.

De lanterfanten hebben zich niet bewogen, gedurende het afgelopen uur. Ik heb Heijplaat gerond; de wandeling is voorbij en het stuk is uit.

Frans Mensonides
4 oktober 2006
Er geweest: 23 september 2006

 

© Frans Mensonides, Leiden, 2006


<< naar thuispagina Frans Mensonides