WEEK 48 / 28 NOVEMBER 1999
Frans Mensonides

Millenniumgekte (2)

Lees Deel 1


Nog één stukje over de millenniumwisseling, zoals beloofd; daarna zwijg ik er de hele maand december over.
Het aanbreken van een nieuw tijdperk gaat altijd gepaard met terugblikken. Dat hebben we meegemaakt in december 1989, 1979 en 1969; toen moesten we de balans opmaken van een bijna-voorbij decennium. Nu is een periode van tien jaar nog te overzien. Anno 1999 worden journalisten en commentatoren echter geacht, een compleet millennium samen te vatten in een hapklaar brok van hooguit 1000 woorden; en als dat niet lukt, dan tenminste toch een hele eeuw.

Het eenvoudigst kun je dat doen in de vorm van een lijstje: de-zus-van-de-eeuw, de-zo-van-de-eeuw. Raap een panel bij elkaar of laat lezers een formuliertje invullen; kauw het de mensen liefst helemaal voor (stel een lijst samen met zes suggesties waar ze er vijf uit mogen kiezen), zoek een vaag fotootje van de winnaars uit het archief, en voila: tijdschrift, krant of TV-rubriek is weer vlug en voordelig gevuld met een brok non-informatie.

Er kleeft iets heel oneerlijks aan dit soort eeuwlijstjes. Het zijn meestal jonge, althans nog levende personen die er op voorkomen (wat op zich wel handig is, want die kun je nog interviewen). Zaken die in 1901 gebeurd zijn, spreken niet meer tot de verbeelding, bij gebrek aan ooggetuigen.

Eigenlijk moest je de jury voor zulke verkiezingen samenstellen uit mensen die minstens 105 jaar oud zijn en de hele eeuw bewust hebben meegemaakt. Mijn bewustzijn begint rond 1959, toen de eerste helft van de eeuw al lang voorbij was. Dat jaar hadden we een hele hete zomer; in mijn herinnering de zomer van de eeuw.

Als je mij vraagt, "Wie is de wielrenner van de 20ste eeuw", dan noem ik Joop Zoetemelk, die ik de Tour de France 15 keer niet heb zien winnen, en één keer wel; maar niet Piet Moeskops, die ik nooit heb zien fietsen, en waar ik nog nooit van gehoord heb.

En dan de tophit van dit jaarhonderd. Kies ik "Sunny boy" van Al Jolson, uit het tijdperk van mijn grootouders, of toch maar "My Generation" van The Who? ("Van de Wie??", vraagt 75% van mijn lezersschare zich nu af).

Laatst zag ik de hitlijst met de beste Nederlandse romans van de afgelopen 100 jaar (het was op Internet; de URL ben ik helaas vergeten). De lijst wemelde van de Palmens en Mulisch'en. Uit de periode vóór de tweede wereldoorlog haalden alleen "Karakter" van Bordewijk en Couperus' "Van oude mensen" de top 25. Er is geen levende ziel die die boeken nog leest, maar Karakter is onlangs verfilmd (niet al te best, volgens de weinigen die het boek gelezen hebben én de film gezien) en "Van oude mensen" schijnt nu in de theaters te draaien als toneelstuk.

Zelfs Frederik van Eedens "Van de koele meren des doods" staat in de lijst (ook verfilmd!), terwijl dit boek nota bene uitkwam in 1900, het laatste jaar van de 19e eeuw!

Maar waar op dat lijstje vinden we Arthur van Schendel, Aart van der Leeuw en Nico van Suchtelen, auteurs die in hun eigen tijd werden stukgelezen? Kunnen zij het helpen, dat nooit iemand op het idee is gekomen, hun pennenvruchten te bewerken tot rockmusical? Onrecht alom.


Mocht er nog een verkiezing komen van de gotspe van de eeuw, dan zal ik zonder meer het millenniumschandaal nomineren. Dit schandaal is veroorzaakt door de IT-wereld, is ontdekt door de IT-wereld, is opgeblazen door de IT-wereld en is op de meest schofterige wijze geëxploiteerd en uitgebuit door de IT-wereld. Miljarden dollars heeft de IT-sector wereldwijd verdiend met het goedmaken van een fout die zijzelf hebben veroorzaakt. We schijnen nu ook nog blij te moeten wezen, dat zij het probleem tijdig uit de wereld hebben geholpen.

De millennium-bug. Jammer voor de IT-ers, dat dit melkkoetje op 1 januari 2000 het loodje legt. Toch is er geen enkele reden, je IT-aandelen van de hand te doen. In de 21ste eeuw zullen ze vast wel iets nieuws bedenken om ons, onschuldige naïevelingen, het geld uit de zak te kloppen.

Lang niet alle mensen geloven, dat het millenniumprobleem werkelijk is opgelost. In brede kring heerst angst voor de rampen die zich tijdens de millenniumnacht zullen voltrekken. Het is een wonderlijk staaltje van magisch denken. Als een toverkol uit de Betuwe profeteert dat op 7 december a.s. alle rivierdijken zullen wegwaaien, dan wijzen de mensen terecht op hun voorhoofd. Maar voor 01-01-00, 00 uur 00, is geen enkel rampenscenario erg genoeg. We dreigen in een vicieuze cirkel te raken. Iedereen gaat straks voedsel hamsteren omdat straks iedereen verwacht dat straks iedereen voedsel gaat hamsteren.

Ook in de gemeente waar ik werk, is de noodtoestand afgekondigd. Een groot deel van de gemeentelijke organisatie staat in de millenniumnacht paraat voor geval van stroomuitval, dijkdoorbraak en wat de menselijke geest allemaal aan narigheid kan bedenken. Ik heb een brief gekregen, waarin mij wordt verzocht, het telefoonnummer op te geven waar ik die bewuste nacht bereikbaar ben. In geval van nood kan ik dan opgeroepen worden; men zal zeer zeker grote behoefte hebben aan een archiefmedewerker. De gemeente etaleert een onbeperkt vertrouwen in Telecom; blijkbaar verwachten ze dat tijdens de Apocalyps de telefoon nog gewoon zal rinkelen. Mocht mijn hulp ter secretarie onontbeerlijk zijn, dan kan ik me desnoods laten ophalen door een ordonnans.

Als er een ramp gebeurt (maar waarom zou het?) dan is mijn plaats thuis. Ik trek dan de stekker van de telefoon uit de muur (als die tenminste nog overeind staat). Mocht die ordonnans zich melden, dan doe ik gewoon niet open (als ik tegen die tijd nog een voordeur heb).

Nu ben ik ook weer niet de beroerdste. Ik heb me daarom bereid verklaard, in geval van een ramp op nieuwjaarsmorgen de eerste bus van het millennium naar Ter Aar te nemen.


column-archief

De digitale reiziger

Reisadvies

Het kan aan mijn verbeelding liggen, maar ik heb de indruk dat het spoorlijntje Leiden Centraal - Utrecht CS overgevoelig is voor defecten, herfstbladeren, wisselstoringen en blikseminslag. Anders zou ik niet kunnen verklaren, dat het vervoer op het Rijnboemeltje om de haverklap platligt. Het komt ook door de inwoners van onder ander Hazerswoude-Rijndijk, Zwammerdam en Nieuwebrug a/d Rijn. Die raken maar niet gewend aan de spoorbaan die nu al meer dan een eeuw hun dorpen doorkruist, en blijven deze oversteken op het moment dat er een trein nadert. Het halve kerkhof ligt vol met mensen die niet wisten dat een trein altijd voorrang heeft.

Een paar weken geleden moest ik aan het eind van de middag naar Utrecht voor een college. Op de parkeerplaats voor station Lammenschans stond een opvallend grote kluit mensen. Een onsamenhangende troep, samengedreven door het reizigerslot. Geen coherente groep excursiegangers; die zien er toch anders uit.

Stremming en bussen, concludeerde ik als ervaren reiziger. Bussen, dat is te zeggen: er zouden wel bussen ingezet worden, maar ik hoorde een boze man zeggen dat hij al een uur op vervoer stond te wachten. Samen met zo'n zeventig andere makke schapen stond hij in lijdzaamheid steeds kwader te worden.

Ik besloot, toch maar de lange trap naar het perron te beklimmen. Daar hoorde ik omroepen dat er een wisselstoring was tussen Leiden en Alphen a/d Rijn. NS pendelde tussen Leiden Centraal en Lammenschans. Tussen Lammenschans en Alphen zouden bussen worden ingezet.

Ik stapte in de gereedstaande pendeltrein naar Leiden Centraal. Vier minuten later kwam ik aan op wat echte Leidenaren nog altijd het "hoofdstation" noemen. Langs spoor 1 stond een NS-er met een kolossale megafoon, waarop iedere schooljongen jaloers zou worden. ("Wat wil jij later worden?" - "NS-informatiemedewerker"). De man stond reizigers door te verwijzen naar Lammenschans, waar dus geen bussen waren. Het leek mij zaak, dit aan hem te melden. Overbodige moeite, hij wist het al, want had het op zijn mobilofoon doorgekregen. "Ja meneer, het is spitsuur, en Kennektum heeft alle bussen zelf nodig. Maar ze doen hun best om zo snel mogelijk..."

"Maar neem me nou niet kwalijk"(onderbrak ik de NS-er, met een sarcastische ondertoon in mijn stem), "vind u het nou een voorbeeld van intelligent handelen, wanneer u al maar meer mensen doorstuurt naar een plek, waar voorlopig géén bussen klaarstaan?" -"Ja meneer, het is spitsuur, en Kennektum heeft alle bussen zelf nodig. Maar ze doen hun best om zo snel mogelijk..."

Ik begreep het dilemma van de man wel. Het was natuurlijk veel beter geweest, als hij de reizigers had aangeraden, via Den Haag CS of Duivendrecht te reizen, maar daarvoor is vermoedelijk een paraaf van Den Besten zélf nodig, en Den Besten zélf zat in vergadering.

Ik keerde de man met de mobilofoon de rug toe en nam de trein naar Den Haag CS. Net wilde ik instappen, of ik hoorde omroepen, dat reizigers voor Utrecht werd geadviseerd, via Den Haag te reizen. Ah, Den Besten is uit vergadering, dacht ik.

Lang gaat het nooit goed, tussen Leiden en Utrecht. Afgelopen dinsdag kwam ik van college en wilde de trein van 21.09 naar huis nemen. Er was een stremming tussen Woerden en Alphen als gevolg van de zoveelste aanrijding. Althans, dat stond vermeld op de lichtkrant onder de centrale treinaanwijzer in de hal; er werd niets omgeroepen.

Volgens de lichtkrant moest ik omrijden via Gouda. NS wil in zulke gevallen, dat ik in de stoptrein naar Leiden stap, meereis tot Woerden; daar overstap op de stoptrein naar Gouda; daar de trein naar Alphen neem en vervolgens in Alphen overstap richting Leiden.

Dat leek mij wel wat gecompliceerd. Ik besloot het bevel via Gouda te reizen, ruim te interpreteren en in de IC van 21.17 naar Den Haag te stappen (die niet in Gouda stopt). Temeer, daar de trein naar Leiden (die dus niet verder zou gaan dan Woerden) om 21.16 nog steeds niet vertrokken was.

Ik was benieuwd wat de conducteur zou vinden van mijn eigen initiatief, maar een conducteur na 21.00 uur? Ondenkbaar.

Kort en goed: om 22.12 was ik in Leiden (na een krappe maar haalbare overstap op Den Haag CS); slechts 20 minuten dan gepland.

Later heb ik het nagezocht op mijn NS-planner. Had ik naar NS geluisterd, dan was ik in het allergunstigste geval om 21.22 in Leiden aangekomen, maar het had (bij een te late aankomst in Woerden of bij een gemiste krappe aansluiting in Gouda) ook 22.22 kunnen worden.

70 minuten gewonnen, louter door het advies van NS in de wind te slaan. Wat kunnen we leren van dit verhaal? Luister bij stremmingen nooit naar NS-medewerkers, maar volg je eigen intuïtie.

Dat is in elke situatie het beste reisadvies op je levenspad: luister nooit naar advies van mensen die het beter menen te weten dan jezelf. Sla ook dit laatste advies in de wind.