Nieuwe reexx - Aflevering 70 DONDERDAG 2 JANUARI 2003
Deze column is afkomstig uit het archief van REFLEXXIONZZ!
Klik hier voor de meest recente aflevering.

Jaaroverzicht

De omgekeerde prullenbak

Yoghurt

Het moet wel in deze tramtunnel geweest zijn, dat die reclamespot is opgenomen. Ik zit er iedere keer aandachtig naar te kijken, als hij op de televisie vertoond wordt. Man met zuur, saai Melkert-hoofd (het zou een broer kunnen zijn van de verbannen politicus), type: saaie kantoorpik, zit in een tram een bordje yoghurt te nuttigen. Plotseling voelt hij een striemende blik in de nek van een met zware boodschappentas gewapende matrone die op grond van haar gevorderde leeftijd zijn zitplaats opeist. Schielijk rijst hij op, maar hoe moet hij nu verder zijn tussendoortje naar binnen werken? Maar geen nood: er is nu een vorm van yoghurt uitgevonden die verpakt wordt zoals astronautenvoer, met een schenktuit via welke je het bij sommigen zo populaire zuivelproduct kunt oplurken; zelfs staande in een openbaar vervoermiddel.

Fascinerend, dat fabrikanten dingen blijven uitvinden die je niet nodig hebt, reclamemakers er vervolgens altijd weer in slagen, er een behoefte aan te creëren (ooit de spontaan de wens voelen opkomen om staande in een volle tram yoghurt te eten??) en wij er steevast weer intuinen, ook nog, en die troep kopen.

Maar dat was de kwestie niet. Waar is dat filmpje nou opgenomen? Niet in Nederland; het was zo te zien geen Nederlandse tram, en bovendien is de enige tramtunnel die dit land rijk is, nog steeds in aanbouw, en zal dat altijd wel blijven. Het filmpje zou opgenomen kunnen zijn in deze Antwerpse tunnel onder de Schelde door; laten we het daar maar op houden.

Geknipt uit het al veel te lange “Van Oude God naar Luchtbal”, ook zonder dit fragment mijn lievelings-aflevering van 2002.


Buytenplaets Allemansgeest, 2098

Er moet een tijd komen, dat mijn saaie jaren 60-woonwijk tegen de vlakte gaat. Stel, dat het al gebeurt in 2028; alles wordt zo verschrikkelijk snel doorgedraaid; deze eeuw. En laten we ons voorstellen dat er een VINEX-locatie voor in de plaats komt, of hoe dat tegen die tijd ook genoemd mag worden: Buytenplaets Allemansgeest, vol avant-garde architectuur, volgens de uitbundige mode van de jaren-twintig. Inderdaad, Allemansgeest, zo zou het best kunnen heten; het is de naam van een polder, een etablissement en een oud landgoed in de directe omgeving van mijn woning.

Er moet een tijd komen, dat we onze vooraanstaande positie in de wereld verliezen. Dat is onvermijdelijk; rijken ontstaan, floreren en verzinken, en het rad van Fortuin blijft ook in de toekomst onafwendbaar wentelen. Volgde niet na iedere Gouden Eeuw een lange, lange tijd van stagnatie en armoede? De neergang is waarschijnlijk al begonnen, al zijn er nog weinigen die het hebben opgemerkt.

Ik probeer me voor te stellen, hoe de plek waar ik nu woon, er in 2098 uit zal zien, hoe het dagelijks leven dan verloopt, en welke mensen na ons komen, onze grond beërven, en zullen leven in Buytenplaets Allemansgeest, dat zelf ook al lang weer gesloopt zou zijn als iemand nog geld had gehad om er iets nieuws voor in de plaats te zetten.

Er dringt zich een verhaal, nee, hoogstens een reeks beelden aan me op.

Althans, dat had ik gehoopt, maar die reexx beelden bleef uit. Dit verhaal bleef dus op de plank, maar ik heb de hoop niet verloren, dat ik voor 2098 nog zal kunnen voltooien


Onderbuik

Pim Fortuyn heeft een stem gegeven aan hen die beter kunnen zwijgen.

Losse opmerking van mij tijdens een kantoor-debat over hedendaagse politiek; altijd onthouden voor het geval ik het een keer zou kunnen gebruiken. Bij dezen.


Lichaam en geest

“Weet je wat het is, Frans”, begon Jaap Swolgen. We zaten op zijn werkkamer. Hij sprak altijd tegen me op de wat vaderlijke toon van iemand met diepere levensinzichten, al was hij hooguit 10 jaar ouder dan ik.
“Je veertigste verjaardag, dat is het breek-punt. Lichamelijk kachel je er onherroepelijk op achteruit, als je je veertigste achter de rug hebt. Je merkt het, ook al wil je er eerst niet aan. Je kunt minder dan vroeger, je bent sneller moe; je begint dingen te kríjgen. Neem mij. Ik ben nog geen 50, maar heb mijn portie ook wel gehad, met twee bypasses. Geen mens ontkomt eraan.”

Hij inhaleerde, nam enige tijd pauze, om zijn woorden goed tot mijn geest, en de sigarettenrook geheel tot zijn bronchiën te laten doordringen, exhaleerde met een krachtige ademstoot (ik onderdrukte een hoestaanval) en vervolgde:

“Maar de géést! De menselijke geest kan altijd, áltijd zeg ik je, blijven doorgroeien. Tot je 70ste, 80ste, tot je honderd bent, misschien wel. De geest slijt niet. Zolang Dokter Alzheimer niet aan je deur klopt, kun je altijd nog nieuwe dingen leren, nieuwe gezichtpunten ontwikkelen, je gedachtewereld nog op de toekomst richten. Dat is de tweedeling, waarvoor iedereen staat, die 40 wordt.”
Hij drukte zijn sjekkie uit in een al overvolle asbak, en begon een nieuwe te draaien, van een stoere soort tabak die door kenners liefkozend “apenhaar” genoemd wordt, en waarvan hij per dag minstens twee pakjes opstookte. Vervolgens pakte hij een kloeke thermoskan, bijna ter grootte van een brandblusapparaat, en schonk zich een nieuwe mok gitzwarte koffie in.

“Je kunt je dus, laat ik zeggen, geestelijk mee laten drijven op die stroom van dat lichamelijke verval, en ínslapen, en het allemaal wel geloven. Dan ben je oud, vóór je tijd. Of: je kunt je blijven ontwikkelen. Maar!, het laatste is altijd, áltijd te verkiezen. Dan voel je je een stuk beter. De geest, onthoud dat Frans, de géést gaat nooit verloren”. Hij tikte een paar keer op de plek waar hij zijn denkorgaan vermoedde, achter een klein, sluw, bebrild chimpanseehoofdje.

Toen ik terug was op mijn kamer, overdacht ik zijn woorden. Ik stond aan de vooravond van mijn eigen 40ste verjaardag. Dat van die lichamelijke aftakeling, daar wilde ik niet erg aan. Ik meende deze nog wel wat langer te kunnen uitstellen dan Jaap Swolgen die, zoals de opmerkzame lezer ongetwijfeld al is opgevallen, door zijn levensstijl zelf een aanzienlijke bijdrage leverde aan de teloorgang van zijn stoffelijk omhulsel.

ook alweer een veelbelovend begin van een Unvollendete. Het verhaal beviel me ineens niet meer. Het had moeten verschijnen in de reexx “Mannen van 45”, maar loopt enkele alinea’s verderop dood, midden in een volzin.


De aanstekers

Ik had nu dus twee aanstekers, een die het deed, en nog die kapotte. Dus wat doe ik? Ik denk, dat werkt wel aardig zo, dus ik ga nog een paar zaken af, en probeerde die stukke aansteker te ruilen. Ik had hem dus al geruild, maar nog een keer. En ik zeg natuurlijk niet, dat ik al een goeie aansteker heb, ik laat natuurlijk alleen die kapotte zien. Nou, in de eerste zaak staat weer zo’n klootviool achter de toonbank, die lult van “daar kenne we niet aan beginne, een gratis aansteker ruile”, - kankerlul - , maar bij de vierde, derde zaak daar krijg ik zonder gezeik een nieuwe. En nu heb ik er dus [twee!]

Handgeschreven verhaal, vervaardigd in de trein, tijdens enkele opeenvolgende forenzenritten. Tjeerd, de huis-alcoholist van REFLEXXIONZZ! besteedt een hele middag aan het ruilen van een kapotte namaak-gouden aansteker die hij bij een slof sigaretten cadeau heeft gekregen, en verhaalt daarover aan een kennis. Hij beleeft nog meer van dergelijke treurig-ledige avonturen.

Het verhaal is verteld vanuit het perspectief van die kennis, die afbrekend commentaar geeft op de levenshouding van Tjeerd. Dat commentaar beviel me niet zo. Ik wilde Tjeerd liever voor zichzelf laten spreken, en heb het verhaal daarom proberen om te schrijven naar een monoloog, in een kroeg gehouden tegen God-weet-wie. Maar dat bracht een hoop gestreep en geknoei en pijlen-zetterij met zich mee, waar ik niet meer uitkwam. M.a.w.: evenals Tjeerd, heb ik mijn tijd dus nuttig besteed ;-). De laatste pagina van het verhaal is zoekgeraakt; het verhaal strandt dus bij ‘dus’.


Equinox

Titel van een verhaal dat rond 23 september 2002 had moeten verschijnen, al dan niet als vervolg op het verhaal “Zonnewende”, dat ik eind juni schreef. Soms is het moeilijk, een goede titel te bedenken bij een verhaal. Hier was het omgekeerde het geval; ik slaagde er niet in, een verhaal te bedenken bij een passende titel.


Nog titelloos

Vooral kaartjesknippers van de nieuwe lichting, aangelokt door die Rambo-spotjes op TV, vallen in de trein dikwijls meer op door een opmerkelijke haardracht dan door een grote kennis van zaken. Ze situeren Roermond gerust in de kop van Noord-Holland, als het zo uitkomt, en denken dat “NOI” in de lange naam van dat Haagse station uitgesproken wordt als “Nooij”.

Uit een nogal pointless stukje dat wel erg in de sfeer lag van “De Sjef Koekenbakker Award”uit mijn opgeheven site De digitale reiziger, en daarom is afgekeurd. Bovendien: die nieuwe conducteurs doen vaak erg hun best; laat ik redelijk blijven.


Lawaai en stilte

In het winkelhart van Oss heerst maandagmorgen- en zomerstilte, een van de meest intense vormen van stilte die je in een stad kunt horen. Stap, stap, stap doen mijn voeten in de hete winkelstraten; het enige geluid dat verneembaar is. Tot het moment dat ik een motorgedreun en een gesis en gesuis waarneem. Een veegkarretje komt de hoek om. Roterende borstels likken het plaveisel, op zoek naar vuil dat hier niet ligt; een enkel vroeggevallen blad, misschien.

Gedurende drie kwartier doorkruis ik deze niet al te interessante stad, en overal zie en hoor ik de veegwagen. De borstels blijven grazen, totdat het laatste kauwgompapiertje van straat is verdwenen. Lawaai valt des te meer op in stilte. Sommige mensen doen het erom. In de Intercity, vanmorgen, tussen Utrecht en Den Bosch, zat een echtpaar te dobbelen met van die pokerstenen. Hels gekletter op dat formica tafeltje, keer op keer; stekende, geërgerde blikken van medepassagiers ten spijt.

Geknipt uit “Niet naar de Tuinen van Appeltern”; ten onrechte; achteraf. In het verhaal dat is overgebleven, is de “las” bovendien nog overduidelijk zichtbaar, zoals je vroeger wel had bij een 45-toerenplaatje waarop een LP-track stond, waarin ze hadden zitten knippen; ik vond het altijd een beetje slordig, als dat al te duidelijk te horen was.

Aan dit Oss’se fragment is bij dezen recht gedaan.


Roerzicht

Rust in de trein. Die irritante Roemeense muzikanten die altijd heen en weer reden tussen Den Haag en Rotterdam, worden nu geweerd. Ik heb die lui nooit iets gegeven, behalve het welgemeende advies, bij les één te beginnen in het muziekboek.

In Weert ca. anderhalf uur rondgelopen. Lekker rustig op maandagmorgen. Weert, al zou je het niet zeggen, is nog een aardige stad, vol kloosters, kerken etc. Een stadsbus is Weert niet rijk; je kunt niet alles hebben.

Door naar Roermond, en daar bij impuls gestapt in de bus naar Vlodrop (gem. Roerdalen), via Melick-Herkenbosch. In VLodrop brengt Z.H. de Maharishi Mahesh Yogi, de befaamde Indiase Goeroe, zijn levensavond door (al kun je bij een onsterfelijk iemand moeilijk van een levensavond spreken, maar naar menselijke berekeningen is hij 84). Hij zit in een oud Duits klooster, zoals er wel meer zijn langs de oostgrens, heeft dit omgebouwd tot oosterse meditatie-tempel, waarbij hij dit rijksmonument, zonder vergunning, bijna volledig heeft laten slopen.

Dagelijks beoefenen tientallen volgelingen daar hun zweef-meditaties. Ze zweven echt, niet alleen figuurlijk, al heeft niemand dat ooit gezien, daar alleen sekteleden toegang hebben tot de meditatiezaal, en de zwevers zelf hun ogen dicht hebben. Door dat gezweef bevorderen ze de wereldvrede; hoe goed ze dat lukt, lees je dagelijks in de krant.

Dat klooster wilde ik wel eens zien; misschien zweefde er, net als ik langskwam, wel wat wereldvrede in mijn richting. In Vlodrop keek ik op een plattegrond. De tempel ligt 5 kilometer buiten de dorpskom, en er dreigde regen.

Ik liep een halfuur rond door het dorp, waar alleen een paar volkomen oninteresante boerderijen te zien zijn, keurig voorzien van ANWB-bordjes. Laten ze maar uitkijken, straks haalt Maharishi (Groot Wijsgeer, betekent dat) die boerderijen ook nog neer.

Alles zat dicht in Vlodrop: Hotel Roerzicht ('Roewah-zèchj"), de frituur, het café. Ik nam meteen de volgende bus terug.

uit het verslag van twee dagen zomer-toer in augustus 2002, dat ik twee trouwe lezers per e-mail deed toekomen, en nooit heeft geleid tot een aflevering van REFLEXXIONZZ! Hier gekopieerd voor een groter publiek; inclusief twee spelfoutjes


Sonnevanck

In zaal 11 zaten wij, cursisten, op wrakke houten stoelen aan te kleine tafeltjes, waarop vuistdikke kleden een wankele ondergrond vormden voor onze dictaatcahiers. De docent stond op een podium dat in vrolijker tijden dienst had gedaan bij bonte avonden en uitvoeringen van amateur-toneelgezelschappen.

Uit de mislukte “verbeterde” versie van het verhaal “Control-eren”, waarover ik schreef in weer een ander verhaal, getiteld: “Mijn eigen Zeestraat van Huygens (2)". Dit dreigt erg ingewikkeld te worden, dus hierbij laten we het maar; de prullenbak is leeg. Volgende week beginnen we met een schone lei.

Frans Mensonides



Aflevering gemist? Kijk in het overzicht van recente REFLEXXIONZZ! in de rechterkolom.

Daar is ook te zien: de uitsmijter van Fris Spr!ts.


Alvast een citaat uit een volgende aflevering:
In de restauratie, die sinds het begin van dit jaar Café-T heet, stuit ik op twee dames, moeder en dochter zo op het oog, waarvan de eerstgenoemde een overleden vos rond de nek draagt. Beschaafd discussierend staan zij gebogen over het mandje met theezakjes, hun kolossale batterijen naar achteren gestoken, zodat ze de weg versperren voor een heel rijtje ongeduldige forenzen.
Pasfoto:

foto: Wim Scherpenisse


Colofon

REFLEXXIONZZ! biedt columns over openbaar vervoer en andere onderwerpen, reisverslagen, korte verhalen en geen gedichten.
Dit digitale magazine verschijnt in de regel twee keer per week; wie elke maandagmorgen en vrijdagmiddag een bezoek aflegt, zal meestal wel iets nieuws vinden.
Teksten: Frans Mensonides en/of Fris Spr!ts, tenzij anders vermeld.

REFLEXXIONZZ! maakt deel uit van de opgeheven site De digitale reiziger, waarvan het archief nog toegang verleent tot alle tussen 1996 en 2001 verschenen artikelen.

Wie op de hoogte gehouden wil worden van alle updates, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief Reiziger.

Op- of aanmerkingen, opbouwende of afbrekende kritiek, benevens suggesties zijn welkom in mijn brievenbus. Vrijwel alle brieven worden door mij beantwoord, zij het meestal niet per kerende post.


Overzicht meest recente REFLEXXIONZZ!

Jaaroverzicht - uitslag van de Wimpel-wissel 2002; top 15 REFLEXXIONZZ! van 2002 - Zo. 29.12.2002
- - - -
Winterzonnewende - Utrecht - Dordrecht: drie unieke busdiensten OV-reisverhaal- Do. 26.12.2002
- - - -
Roodneuzige rendieren en jengelende bellen - Gratis busvervoer in Dordrecht OV-reisverhaal - Zo. 22.12.2002
- - - -
Buch versus Büch - De autobiografie, een dubbele leugen - Do. 19.12.2002
- - - -
Mijn eigen Zeestraat van Huygens (2) - Panorama, Internetlectuur en vis - Zo. 16.12.2002
- - - -
Afdrukken voltooid - Een printer zonder inkt - Do. 12.12.2002
- - - -
Mijn eigen Zeestraat van Huygens (1) - Historie en persoonlijke herinneringen langs een oude weg - Ma. 9.12.2002
- - - -
Wimpel-wissel 2002 voor OV wanbeleid - U KUNT NOG STEEDS STEMMEN! - Do. 5.12.2002
- - - -
Overzicht van ALLE verschenen afleveringen; 1998 - heden



De insmijter, door Fris Spr!ts

Twee vuurwerkdoden in de nacht van de jaarwisseling

Je bent een rund als je... BOEM!

Ha, ha, hi, hi, ho, ho: allemaal even lachen om alweer zo'n flauwe, smakeloze woord-bak van Hollands kortste en kleinste columnist, ingehuurd van de goedkoopste krant van ons land: uw aller Fris Spr!ts (die u vanuit het hospitaal een knallend 2003 toewenst)


© 2003, Frans Mensonides, Leiden


1mid/219(1)/357(76)(1)/111,4(2,1)