Nieuwe reexx - Aflevering 89 ZONDAG 9 MAART 2003
Lees ook de Soundbite of the sixties in de rechterkolom! Deze column is afkomstig uit het archief van REFLEXXIONZZ!
Klik hier voor de meest recente aflevering.


Dubbelcolumn

Nieuwe belevenissen in de kortste maand


Daar komen de heemschutters (1)

Ik beklim de hoge, stenen bordestrap van het Leidse stadhuis, en weet me gewapend met een heuse uitnodigingskaart. Vanmiddag zal de burgervader van mijn woonplaats een exemplaar in ontvangst nemen van het tijdschrift Heemschut, februari 2003, dat een special bevat over het Aalmarktproject.

Tweemaal heb ik zelf iets op papier gezet over dit al meer dan tien jaar slepende plan voor het opknappen van enkele hectaren Leidse binnenstad. De eerste keer op mijn eigen site, in deze aflevering van april 2000. Ik brak toen een lans voor behoud van enkele monumenten in het gebied, waaronder een in 1933 door mijn grootvader ontworpen winkelpand (dat inmiddels op de monumentenlijst staat, en daarmee is veiliggesteld). Met dat stukje haalde ik me een per e-mail uitgevochten polemiek op de hals met een ambtenaar ten stadhuize.

Eind 2001 werd een wat over-ambitieus Aalmarktvoorstel door de gemeente ingetrokken, nadat tegenstanders hadden gedreigd met een referendum. Kort daarop riep de gemeente de projectgroep NAP in het leven: Nieuw Aalmarkt Plan. Deze denktank, onder leiding van ex-wethouder Cees Waal, bestond uit vertegenwoordigers van de organisaties die zich tegen het eerdere Aalmarktplan gekant hadden, waaronder vereniging Heemschut.

Aanvankelijk viel de projectgroep vooral op door het naar voren brengen van ondoordachte en bespottelijke verkeersplannen, waaronder het opheffen van de stadsbus in het centrum. Daarvoor heb ik ze publiekelijk in hun hemd gezet in een ingezonden brief (zie deel 17 van de nieuwe reexx). Ik had verwacht, daardoor opnieuw ruzie te krijgen; deze keer niet met één ambtenaar, maar met half Leiden. Maar die mot bleef helaas uit; de krant wordt in deze stad misschien minder nauwgezet gespeld dan gewenst zou zijn.

Misschien denken jullie nu, dat ik mijn uitnodiging voor de gebeurtenis van heden te danken heb aan al deze schrijfactiviteiten. Maar niets is minder het geval: de vereniging Heemschut heeft onder andere al zijn Leidse leden geïnviteerd, zonder aanzien des persoons.

Het is voor een in beginsel verlegen man nooit een pretje, een ruimte te betreden vol mensen die elkaar allemaal lijken te kennen. Gelukkig bevind ik me in een van de hoge, koele, marmeren hallen van ons mooie stadhuis, waar ik - immers lid van een monumentenorganisatie - bewonderend kan rondkijken naar bouwkundige details die een gewoon iemand niet zouden opvallen. Zo vermijd ik oogcontact.

Zelf ken ik hier geen mens. Ja, toch iemand, zie ik nu; een van de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders. Ooit heb ik een organisatie gediend waarvan hij aan het hoofd stond. Ik had daar een bescheiden positie; de magistraat herkent me niet meer, of helemaal niet, en kijkt dwars door me heen. Het liefst zou ik het ijs breken door hem ferm bij de kladden te grijpen, hem enthousiast dooreen te schudden en te brullen: “Hé, ouwe rukker, ouwe pik van me, dat ik jóu hier nou ontmoet!” Dan kon er nog een aardig gesprek ontstaan; hij durft vast niet te laten blijken dat hij me helemaal niet kent; een man van de wereld.

Zoiets doe ik natuurlijk niet. Bij de meeste mensen ga ik door voor een evenwichtig, eventueel saai iemand, maar niemand weet dat ik bijna voortdurend zulke typische gedachtes loop te onderdrukken.

Ik observeer de verzameling hier bijeengebrachte verenigingsleden, en stel vast dat de gemiddelde Leidse Heemschutter een jaar of zestig is, in Oegstgeest zou wonen als hij/zij niet in Leiden zou wonen, en goed is aangekleed. Dat laatste zegt niets, dat ben ik ook, al staat het me niet.

Twee van hen, een echtpaar vormend, kijken naar buiten, op een binnenplaats. Die is onlangs voorzien van een glazen overkapping, en er zijn loketten opgesteld.
-“Nou, dat lijkt me aardig fris, daarbuiten te werken, in de open lucht, zo in de winter” (de vrouw).
-“Kijk eens goed, lieve; er zit glás boven” (met onmiskenbare irritatie).
-“Oh ja; ik zie het. Nou, dan zal het wel lekker warm worden van de zomer!”
Ook ik treed aan het venster. “Dit is toch aardig opgelost”, verstout ik me op te merken, wijzend op de binnenplaats, “en dat in goede harmonie met de bestaande bebouwingsruimte”. Het klinkt me aardig heemschutterig in de oren, maar de man kijkt of hij het geenszins met me eens is.

Dan mogen we goddank de raadszaal in, en begint de plechtigheid.


Chronisch zieke wereld

In de krant lees ik iets over chronisch zieken. Die kunnen, bij wijze van schrale troost, allerlei aardige belastingvoordelen bijeenschrapen; daar gaat het artikel over. Ik zit er wat verveeld in te grazen, maar mijn blik blijft haken aan een getal: 2,3 miljoen. Zoveel chronisch zieken zijn er in dit land. Een op de zeven mensen. Waar zijn ze allemaal?? Je zou op elke straathoek een verpleeghuis verwachten, met achter de ramen broze gestaltes in kraakheldere bedden.

Dan zie ik even verderop het woord “diabetes” staan. Nu begint tot me door te dringen, wat ik me nooit gerealiseerd heb: ik behoor zelf ook tot de chronisch zieken. Het is ook wel begrijpelijk: suikerziekte is een ziekte, het woord zegt het al, en het gaat niet over, dus het is per definitie een chronische ziekte.

Ik zal het beeld van die ziekbedden dus bij moeten stellen. Daar herken ik mezelf niet in. Goed, ik ben al een aardig eind over de heuvel, dat is me best opgevallen de laatste tijd. Ik kon een paar jaar geleden met een gerust hart tot half vier in de nacht door zitten schrijven, maar zit nu meestal om kwart voor tien al te verlangen naar een goede nachtrust. Maar verder red ik me aardig. Ik weet ook niet op welk belastingvoordeel ik uit zou moeten zijn. Een diabeet leeft voordelig: een half bruin is een stuk goedkoper dan een doos moorkoppen.

Ik sluit de krant met een rottig gevoel, waarvan ik hoop, dat het niet chronisch wordt.

* * *

Inmiddels hangt ons nog steeds de dreiging van een bacteriologische aanval boven het hoofd. Op TV, al weer met mijn kop er half bij, zie ik er een rapportage over, meen ik te begrijpen; het is al voorbij kwart voor tien.

Een deskundige op dat gebied zegt: “Op een epidemie van die omvang is onze maatschappij niet voorbereid”. Zo’n man brengt dat dan doodkalm, op effen toon, in plaats van met holle angstogen; voor hem is het niet meer dan een interessant wetenschappelijk probleem. Maar hoezo, niet voorbereid? We hebben toch al 20 miljoen pokkeninjecties klaarliggen, voor 16 miljoen mensen, een overkill van 25%? En de CAO’s van hen die die vaccinaties moeten toedienen, daarover wordt momenteel dag en nacht bilateraal onderhandeld tussen prik- en werkgevers, dus dat zal allemaal wel goed komen.

Nee, deze uitzending blijkt bij nadere beschouwing te gaan over het dodelijke kippenvirus uit China, een nieuw zwaard van Damocles, deze keer nu eens niet uit de reageerbuis van Saddam Hoessein en de zijnen, maar uit die van moeder natuur zelf. Chinese kippen kunnen het op Chinezen overbrengen, dat was al bekend. Maar mensen ook op elkaar, in tegenstelling tot wat men aanvankelijk gehoopt had. Komt het dan terecht in iemand die toevallig al de griep heeft, dan mengt het zich mogelijk met dat griepvirus tot een nieuwe variant die zich razendsnel over de hele aardkloot kan verspreiden; een ziekte met de dodelijkheid van AIDS, en de besmettelijkheid van verkoudheid. En eer dat de virologen daartegen een vaccin ontwikkeld hebben…

Wat een ellende toch weer, om je zorgen over te maken! Vroeger was het de milieuramp van de club van Rome, die de wereld bedreigde; wat later waren het de kernwapens van Reagan en Brezjnjev, en de laatste tien jaar hoor je alleen maar sombere verhalen over epidemieën die de mensheid sterk in tal en last zouden kunnen reduceren.

Ik krijg elke oktober een gratis griepprik omdat ik als diabeet tot een risicogroep behoor. Wil dat nu zeggen, dat ik ook als een van de eersten in aanmerking kom voor vaccinatie, als er een wereldwijde epidemie van dat kippenvirus uitbreekt? Dat is een voordeel dat me momenteel meer interesseert dan een paar grijpstuivers minder belasting. “Een dodelijk virus kan heel erg slecht uitpakken voor mijn conditie”, ik heb geen idee of ze daar intrappen, maar laat ik de hoop levend houden.


Daar komen de heemschutters (2)

Nog even wil ik terugkomen op de plechtige uitreiking van het tijdschrift Heemschut, bijgewoond door uw dienaar. Uit de toespraken van projectvoorzitter Waal en heemschutter Bollebakker heb ik de indruk overgehouden dat ik Heemschut dank verschuldigd ben voor het redden van onder andere mijn grootvaders creatie. Bij dezen!

Ik had gehoopt dat de burgemeester, na het eerste exemplaar van het februarinummer in ontvangst genomen te hebben, dit wel even onder de circa 50 aanwezigen zou laten rondgaan. Maar dat heeft hij niet gedaan; we hebben het niet gelezen, en weten nu feitelijk nog nixx.

Twee dagen later wordt het enthousiasme van Heemschut in het Leidsch Dagblad wat getemperd. Vertegenwoordigers van de gemeente wijzen er op, dat er nog niets is besloten over het Aalmarktplan van de vereniging; noch door B&W, noch door de raad.

Weer een dag later valt het tijdschrift Heemschut eindelijk door mijn brievenbus, en kan ik me een mening vormen over hun bijdrage aan het uiterlijk van Leiden. Heemschut hanteert enigszins ronkende taal; als we het tijdschrift mogen geloven, was de vereniging vrijwel als enige verantwoordelijk voor het “verzet” tegen de oorspronkelijke gemeenteplannen.

Ik moet erkennen: ik begrijp niet veel van het plan-Heemschut. Verhalen en tekeningen zeggen me weinig; ik zie zoiets pas voor me als het gerealiseerd is en ik er écht doorheen kan lopen. Wel kan ik mijn moeder vertellen dat ook de krakkemikkige Aalmarktschool (1867) behouden zal blijven, waar zij tegen 1940 de breuken en de blinde kaart bestudeerde.

En ook het volgende begrijp ik zeer wel: een citaat uit een interview met stedebouwkundige Wytze Patijn, de supervisor van het NAP:
“Ons plan gaat natuurlijk uit van de nieuwe Rijn Gouwe lightrail, die alle bussen vervangt.”

Het schrijven van ingezonden brieven kun je óók net zo goed laten, in deze stad.

Frans Mensonides



Aflevering gemist? Kijk in het overzicht van recente REFLEXXIONZZ! in de rechterkolom.

Daar is ook te zien: de uitsmijter van Fris Spr!ts.


Alvast een citaat uit een volgende aflevering:
Al tientallen meters van te voren hoor je een kakofonie van computer- en andere geluiden uit de zaal komen. Op een tafel staan beeldschermen die videospelletjes uit verschillende tijdperken laten zien. Daarboven flitsen neonbuizen. Eromheen ligt een stuk smalspoor, waarop een varkenstreintje staat, dat doorzichtige Keulse potten vervoert, gevuld met uien.
Pasfoto:

foto: Wim Scherpenisse


Colofon

REFLEXXIONZZ! biedt columns over openbaar vervoer en andere onderwerpen, reisverslagen, korte verhalen en geen gedichten.
Dit digitale magazine verschijnt in de regel twee keer per week; wie elke maandagmorgen en vrijdagmiddag een bezoek aflegt, zal meestal wel iets nieuws vinden.
Teksten: Frans Mensonides en/of Fris Spr!ts, tenzij anders vermeld.

REFLEXXIONZZ! maakt deel uit van de opgeheven site De digitale reiziger, waarvan het archief nog toegang verleent tot alle tussen 1996 en 2001 verschenen artikelen.

Wie op de hoogte gehouden wil worden van alle updates, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief Reiziger.

Op- of aanmerkingen, opbouwende of afbrekende kritiek, benevens suggesties zijn welkom in mijn brievenbus. Vrijwel alle brieven worden door mij beantwoord, zij het meestal niet per kerende post.


Overzicht meest recente REFLEXXIONZZ!

Op de bodem van Nederland Nog geen 'lightrail' tussen Alphen en Gouda OV-reisverhaal- Wo. 05.03.2003
- - - -
Kroniek in triptiek Belevenissen in de kortste maand- Zo. 02.03.2003
- - - -
Winter in Zeeland (2) De boot is aan! OV-reisverhaal- Do. 27.02.2003
- - - -
Winter in Zeeland (1) Boemelen met NS van Roosendaal naar Vlissingen OV-reisverhaal- Zo. 23.02.2003
- - - -
Raranoia (2) Nog een dubbelcolumn over (on)alledaags wantrouwen- Do. 20.02.2003
- - - -
Foutje? 'Blanco' erover! Boemelen met NS (11): Den Bosch - Nijmegen - OV-reisverhaal - Zo. 16.02.2003
- - - -
Bus zonder haltes stadsdienst Oss - OV-reisverhaal - Do. 13.02.2003
- - - -
Overzicht van ALLE verschenen afleveringen; 1998 - heden


Soundbites of the Sixties (14)


Nummer: Hair
Uitvoerende Artiest(en): Zen
Tekst: Gerome Ragni en James Rado
Jaar:1968
Veronica Top veertig: nr. 1
Radio 2 top 2000: nr. 675

Soundbite:

They'll be ga ga at the go go
When they see me in my toga
My toga made of blond
Brilliantined
Biblical hair
My hair like Jesus wore it
Hallelujah I adore it
Hallelujah Mary loved her son
Why don't my mother love me?
Hair, hair, hair, hair, hair, hair, hair

Voor de hele tekst, klik HIER


De komende afleveringen van ‘soundbites’ zijn gewijd aan drie nummer-1 hits uit het jaar 1969; tevens de eerste drie singletjes die ik mijn bezit heb gehad.

Je eerste grammofoonplaatje; een belangrijke mijlpaal in je jonge leven. Voor mij en mijn broer brak dat moment aan in de zomer van 1969, toen we mijn moeder eindelijk overtuigd hadden van de noodzaak, een pick-up aan te schaffen (“die-en-die, en die-en-die hebben er ook een”; geen ouder ziet zijn of haar kinderen graag achterblijven). Mijn moeder hield niet erg van muziek in huis, zette radio Veronica altijd zachter, of zelfs helemaal uit, maar zwichtte uiteindelijk voor de overmacht.

Onze pick-up was van het merk Aristona, als ik me goed herinner, en bestond uit een rode, hardplastic doos, die na openklappen zowel de draaitafel als de luidspreker bleek te bevatten, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het apparaat gaf geen groots geluid; het was mono, het tegendeel van stereo. De motor produceerde bovendien een iets hoger toerental dan de voorgeschreven 45 per minuut; hij leverde er wel 47 a 48, zodat de muziek wat Donald-Duckachtig uit de luidspreker kwam. Maar ons enthousiasme was er niet minder om; we konden nu voortaan zelf diskjockey-tje spelen.

Dan moet je natuurlijk ook nog grammofoonplaten hebben; we mochten elk twee singeltjes uitkiezen. Ik koos de Beatle-hit The Ballad of John and Yoko, die toen de hitlijst aanvoerde, en Hair van Zen, een tophit van een half jaar eerder. Dit ondanks het feit dat het laatste nummer weinig waar bood voor zijn geld; het duurde, zeker op ons pickupje, nog geen twee minuten. Op de achterkant stond het iets langere Aquarius.

Hair is de naam van een buitengewoon succesvolle Amerikaanse popmusical, die in de periode 1968-1972 meer dan 1500 keer is opgevoerd op Broadway. Het verhaal draait om de in en in brave Claude, die een oproep krijgt voor militaire dienst, wat in die tijd een enkeltje Vietnam betekende. Een troepje hippies probeert Claude “om te turnen”, en hem er toe over te halen, zijn oproepkaart te verbranden. De plot, ziehier , is aan de dunne kant en vertoont niet overdreven veel logische samenhang. Maar het gaat natuurlijk om de muziek, en die sloeg aan in een veel bredere kring dan alleen die van hippies en anti-oorlogsdemonstranten. De schrijvers, Gerome Ragni, James Rado en Galt MacDermot hadden de tijdgeest van 1968 perfect aangevoeld.

Hair vormde een rijke vijver om er “covers” uit te vissen voor artiesten die het zelf aan creativiteit ontbrak. In de eerste helft van 1969 bereikten vele liedjes uit de musical de top 40: Ain’t got no…I’ve got life (Nina Simone, die Zen verdreef van de eerste plaats); Frank Mills (Bojoura), Aquarius / Let the Sunshine In (5th Dimension), Hare Krishna (diversen), Good Morning Starshine (Oliver) en natuurlijk Hair zelf.

Zen was een Amsterdamse beatgroep, die zich jarenlang zonder veel resultaat had toegelegd op wat vage, mystieke muziek. Totdat iemand van de platenmaatschappij in de nadagen van 1968 op het idee kwam, ze de titelsong uit die befaamde Broadwaymusical op de plaat te laten zetten. Het leverde een enorm verkoopsucces op, dat de groep nooit meer heeft kunnen evenaren. Nog geen jaar na Hair ging Zen uiteen - “na elkaar eerst al een paar keer flink op de bek getimmerd te hebben”, zoals een van de ex-leden laatst verklaarde op Radio 2.

Uit geleend succes kan niet veel goeds voortkomen; dat is gelovic de moraal van dit verhaal.


De uitsmijter, door Fris Spr!ts

Overal verkiezingsposters Idols-sterren Jim en Jamai

Als ze maar niet te IJDOL worden!

Ha, ha, hi, hi, ho, ho: allemaal even lachen om alweer zo'n flauwe, smakeloze woord-bak van Hollands kortste en kleinste columnist, ingehuurd van de goedkoopste krant van ons land: uw aller Fris Spr!ts


© 2003, Frans Mensonides, Leiden


11 beg/238(20)/381(100)(25)/144,9(35,6)