Nieuwe reexx - Aflevering 114 ZONDAG 15 JUNI 2003
Deze column is afkomstig uit het archief van REFLEXXIONZZ!
Klik hier voor de meest recente aflevering.


Lees ook de "soundbite" in de rechterkolom!
Hollands hectaren Hollands hectaren

Hollands hectaren (4)


Wat? Begraafplaats Groenesteeg, Leiden
Waar? 52° 09’ 25’’ NB, 04° 30’ 10’’ OL; top. coörd.: 94,4; 463,6
Wanneer? Maandag 9 juni 2003, 15:00 - 15:45 uur
Waarom? Favoriete zondagswandeling
Wie? Circa 5000 dode stadgenoten, echtpaar met hond, mijn moeder en ik
Waarmee? Zand, aarde, gras, steen
Hoeveel kost het? Toegang gratis
Onder welke omstandigheden? Zonnig, weinig wind, 23° C
Hoe? connexxion-bus 13, 14, 15, 28, 169, 182, 185, 186, 187
Hoe groot? Circa 2 hectare


In mijn ouderdom zal ik in het grijs gaan,
als de gezichten van mijn vrienden er niet meer zijn,
en mijn bekenden - namen op steen.

En als deze stenen ondragelijk veel zullen zijn,
dan zal ik me bij hun gezelschap voegen,
en stil mijn muren sluiten.

Josef Sarig (1944-1973); vertaald door Albert van der Heide

Muurgedicht nabij begraafplaats Groenesteeg



Ook deze aflevering speelt in eigen stad. Mijn lievelingshectare van Leiden is vanzelfsprekend een begraafplaats; iets minder deprimerends had je van mij niet kunnen verwachten.

De begraafplaats Groenesteeg dateert uit de Franse tijd, toen er een verbod gold op het begraven in kerken. In die periode werden er veel nieuwe dodenakkers aangelegd op bolwerken van steden. Zo ook in Leiden. In 1812 besloot het gemeentebestuur een begraafplaats in het leven te roepen voor de meer gedistingeerde classe der ingezeetenen, zoals het geformuleerd werd. De nieuwe begraafplaats kwam aan het einde van de Groenesteeg, op het bolwerk, nabij de Hoogewoerdsepoort. Naar die poort zul je tegenwoordig overigens vergeefs zoeken; hij is afgebroken.

In de periode 1813-1975 zijn er op begraafplaats Groenesteeg circa 5000 gedistingeerde Leidenaars begraven. Sara de Tombe (what’s in a name?) was de laatste uit de rij; zij overleed eind 1975 op 89-jarige leeftijd. Per 1 januari 1976 werd de begraafplaats gesloten. Daarna trad verval in, en veranderde de locatie in een dode dodenstad; een overleden kerkhof.

Ik heb er een jaar of tien geleden wel rondgezworven. Grafmonumenten waren het slachtoffer geworden van vandalen; afgebroken engelhoofden lagen op de grond; zerken hingen scheefgezakt; grafstenen waren in drie, vier grote stukken uiteengevallen.

Al in 1978 is de begraafplaats op de monumentenlijst geplaatst, maar het zou tot 1993 duren voordat de gemeente begon met de restauratie van de graven. Twee jaar duurde het werk. Sedert voltooiing ziet de 19e eeuwse begraafplaats eruit alsof de eeuw met dat rangnummer nog maar net verstreken is.

De plek bezit een lugubere charme. Het is echter moeilijk om die in beelden te vangen. Meerdere malen heb ik er rondgelopen met een fototoestel, en later ook met een digitale camera. Maar deze begraafplaats, geopend nog voordat de allereerste foto ter wereld gemaakt werd, laat zich niet graag vastleggen op de plaat of in pixels. Hier gemaakte opnamen mislukken vrijwel altijd. Bij zonlicht vallen er heel vreemde, diepe slagschaduwen over de graven, en bij bewolkt weer wordt de afbeelding één grijsgroene brij, waarin niet eens meer een kerkhof te herkennen is.

We zullen deze plek dus moeten schilderen met woorden; de beeldende kunst die proza heet. Op een zonnige pinksterdag doorlopen mijn moeder en ik de circa halve kilometer lange Groenesteeg, die dient als oprij”laan”. Deze wordt onderbroken door grachten, waarvan de meeste gedempt zijn. De steeg doorkruist een aangenaam rustige buurt, zonder veel autoverkeer en met gekwetter van vogels. Veel studenten wonen hier. Bij een hoekpand kun je er bij wel 12 aanbellen, waaronder Aafke, Caat en Carolien.

Ik zie ervan af, en lees de namen van de zijgrachten. De eerste die je tegenkomt is de Middelstegracht; de tweede de Uiterstegracht. Je verwacht nu het einde van de stad bereikt te hebben, maar in de 17e eeuw heeft een grote stadsuitbreiding plaatsgevonden. De Groenesteeg is toen nog een paarhonderd meter doorgetrokken.

Waar we nu lopen was ooit het armste buurtje van Leiden, ook wel de Leidse Jordaan genoemd. De wijk werd rond 1970 grotendeels afgebroken voor nieuwbouw, maar die staat er nu ook alweer vervallen bij. De woningcorporatie Portaal, eens uitgeroepen tot de slechtste van het land, heeft het onderhoud laten versloffen en wil hier dure appartementen neerpoten. Dit tot verdriet van de huidige bewoners, die protestteksten aan hun bedreigde gevels hebben bevestigd.

De kapsalon annex beauty parlour verkeert in staat van ontbinding; de inventaris bestaat nog slechts uit een paar wrakke keukenkasten. Vlak bij het toegangshek van de begraafplaats houdt fitnesscentrum De Spartaan stand, voor wie met staven wil bewijzen, dat hij nog lang niet dood is.

Het draaihek dat de begraafplaats afsluit, opent stroef, en met omstandig geknars. De dodenakker heeft nog steeds iets van een bolwerk; je kijkt aan tegen een metershoge laag graven, die toegankelijk zijn via stenen trappetjes. Het fraaist zijn de graven uit de 19e eeuw. Die hebben dikke, liggende grafstenen, omringd door een gietijzeren hekwerk, of door paaltjes waaraan ijzeren kettingen zijn aangebracht.

Weelderige plantengroei dreigt de graven te overwoekeren. In het midden van de begraafplaats staat een knoestige kastanjeboom met een metersdikke stam; het enige levende wezen hier dat alle doden overleefd heeft. Aan de voet ervan zijgen mijn moeder en ik neer op een bankje en praten met de enige andere bezoekers, een echtpaar dat loopt te wandelen met een jong hondje. Het dier is niet erg gehoorzaam. Gebods- en verbodskreten van zijn bazen ten spijt, blijft hij snuffelen aan mijn broekspijpen, waaraan hij iets bijzonders schijnt te ontlenen.

In het hoekje bij de singel heb je zicht op luxueuze woonboten, die meer vloeroppervlak bezitten dan de huizen die Portaal verhuurt. De rondvaartboot passeert. Er schalt geen uitleg over het water; niet: “aan uw linkerhand ziet u de begraafplaats Groenesteeg”, bla-bla, et cetera. Niemand wijst de toeristen, die op dit punt Rembrandt, de Hortus en het kruithuisje al achter de rug hebben, op het bestaan ervan. En als je niet weet waar je kijken moet, dan zié je hem ook niet.

Niet ver van het water siert nu de fraai gerestaureerde stenen engel het graf weer van Hendrik Kunneman, die in 1887 op 12-jarige leeftijd is overleden.

Op de begraafplaats liggen zeven generaties Leidenaars, waaronder een aantal markante, beroemde en beruchte stadgenoten. Met in je hand het boekje Groenesteeg, een historische begraafplaats in Leiden, kun je ze allemaal nalopen. Het meest bekeken graf is dat van mevrouw van Gogh - Corbentus (1819-1907), de moeder ván. Zij heeft een nieuwe steen gekregen.

Een curieus graf is nr. 174, dat vier dode dominees bevat. Verder liggen hier professoren, kunstenaars (de schilder Floris Verster) schurken (waarover straks meer) en ook de schepper van het geheel, stadsarchitect Salomon van der Pauw (1794-1869). Hij ontwierp in 1828 de uitbreiding van deze begraafplaats en tekende ook voor het witte, opvallend langwerpige gebouw bij de ingang, dat de aula herbergt en waarvan de bovenverdieping diende als woning voor de grafdelver. Van der Pauw was verder medeoprichter van de stedelijke gasfabriek en werd bij zijn dood een man van den solieden ouden stempel genoemd.

Die kwalificatie gold zeker niet voor de bewoner van graf 91: Pierre du Pui, die van 1813 tot zijn dood in 1838 gemeentesecretaris van Leiden is geweest. Na zijn overlijden kwam aan het licht dat hij in de loop der jaren 150.000 gulden had verduisterd uit de gemeentekas - met behulp van twee secretarieklerken en zonder tegenwerking van de gemeenteontvanger, die er niets van gemerkt heeft. Een astronomisch bedrag in die dagen; het was ongeveer de helft van de gemeentelijke jaarbegroting. Met gemeentesecretarissen heb je altijd wat; dat was ook toen al zo.

De scha(n)de voor de stad was groot. Diverse betrokkenen moesten in de buidel tasten om het gat te dichten. Er kwam verder een anonieme gift binnen van 100.000 gulden, die achteraf afkomstig bleek te zijn van het steenrijke raadslid Diederik van Leyden Gael. Hij heeft de stad financieel gered, en had van mij wel een standbeeld mogen krijgen in het van der Werffpark, naast van der Werff. Of vammijpart een párk, het Van Leyden Gaelpark, met een standbeeld erin. Maar dat is nooit aangelegd, respectievelijk opgericht. Er bestaat wel een van Leyden Gaelstraat - in Vlaardingen, en niet in Leiden. Onrecht alom, en stank voor dank.

Nog één prominent graf willen we zien, voordat we dat stroeve, knarsende hek weer doorgaan. Het is dat van Matthias de Vries (1820-1892), de grondlegger van het Woordenboek der Nederlandse Taal, door gebruikers meestal liefkozend WNT genoemd. Hij begon in 1851 aan zijn levensklus: een dictionaire dat liefst alle Nederlandse woorden moest bevatten die in die tijd in zwang waren in de schrijftaal. Nogal een karwei; de Vries heeft volgens mij nooit verwacht, het werk ooit voltooid te zien. In 1864 kwam het eerste deel uit, het eerste katern eigenlijk nog maar: A-AANHALING. 18 jaar later zag het eerste volledige boek het licht: A-AJUIN. Daarmee werd de Vries het voorwerp van spot. 't Duurt nu geen dertig jaar gewis,/ Eer 't tot 'azijn' genaderd is', schreef een hekeldichter, met in azijn gedoopte pen.

Redacteuren kwamen en gingen, met elk hun eigen opvattingen. Van hedendaags woordenboek werd het WNT langzamerhand een historisch woordenboek, dat moest teruggaan tot het jaar 1500. In 1973, 81 jaar nadat De Vries zijn huidige horizontale positie had ingenomen, besloot zijn op-op-opvolger dat er in de toen nog niet voltooide delen geen woorden meer opgenomen zouden worden van na 1921. Je moet ergens een grens trekken, nietwaar? Een heel verstandig besluit, waarmee hij het WNT gered heeft. De Nederlandse taal groeide zo snel, en het woordenboek zo langzaam, dat het kreng nooit was afgekomen, als men ook alle nieuwlichterij erin vermeld had.

Mede door de maatregel van 1973 kon het WNT toch nog voor het eind van de 20ste eeuw voltooid worden. In 1998 was dat moment aangebroken. Lang gewacht, maar we hebben nu met zijn allen dan ook wel wat!: het grootste woordenkerkhof ter wereld. Nederland en Vlaanderen mogen er trots op zijn, al zullen anderen dan Neerlandici en daarvoor studerenden het 40 banden tellende werk wel nooit ter hand nemen. Willem-Alexander zie ik er eerlijk gezegd niet in bladeren.

Matthias de Vries; de woorden op zijn grafzerk zijn zo goed als versleten, maar die in het WNT zullen voortbestaan. Die gedachte verzoent ons met bijna alles, op deze zonnige pinksterdag. Gelouterd en gesticht passeren wij het toegangshek.

Frans Mensonides

- - - -

Boek: Ingrid Moerman; Groenesteeg, een historische begraafplaats in Leiden; Leiden, 2000.

Frans Mensonides


Aflevering gemist? Kijk in het overzicht van recente REFLEXXIONZZ! in de rechterkolom.

Daar is ook te zien: de uitsmijter van Fris Spr!ts.


Citaat uit een volgende aflevering:
Moet nog
Vorig jaar om deze tijd stond in REFLEXXIONZZ!
Tramspotten per SMS, moet dat nou? Ja, het moet, want het kán.

Aflevering 9; 17 juni 2002


Pasfoto:

foto: Wim Scherpenisse


Colofon

REFLEXXIONZZ! biedt columns over openbaar vervoer en andere onderwerpen, reisverslagen, korte verhalen en geen gedichten.
Dit digitale magazine verschijnt in de regel twee keer per week; wie elke maandagmorgen en vrijdagmiddag een bezoek aflegt, zal meestal wel iets nieuws vinden.
Teksten: Frans Mensonides en/of Fris Spr!ts, tenzij anders vermeld.

REFLEXXIONZZ! maakt deel uit van de opgeheven site De digitale reiziger, waarvan het archief nog toegang verleent tot alle tussen 1996 en 2001 verschenen artikelen.

Wie op de hoogte gehouden wil worden van alle updates, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief Reiziger.

Op- of aanmerkingen, opbouwende of afbrekende kritiek, benevens suggesties zijn welkom in mijn brievenbus. Vrijwel alle brieven worden door mij beantwoord, zij het meestal niet per kerende post. Anonieme of met schuilnaam ondertekende mails gaan linea recta de prullenmand in. Ik behoud me het recht voor, om ontvangen reacties te behandelen in REFLEXXIONZZ!, dat zal dan geschieden zonder naamsvermelding van de afzender.


Overzicht meest recente REFLEXXIONZZ!

Over "burnen", Wielkens en de Airbus De dunne lijnen van het Leidse stadsvervoer - Do. 12.06.2003
- - - -
Alle succes voor Nederland Nederland Kennisland legt een paar verkeerde accenten - Zo. 08.06.2003
- - - -
De Enen Nachtelijke diepe inzichten - Do. 05.06.2003
- - - -
Door Keerbergen, langs de Orleanstoren en verder Verrassingstocht met De Lijn OV Reisverhaal - Zo. 01.06.2003
- - - -
Hollands Hectaren (3) Politici spotten op het Binnenhof - Do. 29.05.2003
- - - -
Blauwkous (m) De onbestaanbare Verstoke Vrijgezel - Zo. 25.05.2003
- - - -
Geen Aflevering (2) Twee Gouwe ouwen die "Gossip" niet gehaald hebben - Do. 22.05.2003
- - - -
Geen Aflevering Twee Gouwe ouwen uit het tijdschrift Gossip - Zo. 18.05.2003
- - - -
Overzicht van ALLE verschenen afleveringen; 1998 - heden



Soundbites of the Eighties (32)


Nummer: Listen to the Radio (Atmospherics)
Uitvoerende Artiest(en): Tom Robinson & the Crew
Tekst: Tom Robinson
Jaar:1984
Veronica Top veertig: nr. 3
Radio 2 top 2000: nr. 1630

Soundbite:

Atmospherics after dark
Noise and voices from the past
Across the dial from Moscow to Cologne:
Interference in the night
Thousand miles on either side
Stations fading into the unknown:
So throw off your coat, we'll butter some toast
And put a coffee on:
We'll lie down on the bed, lay back our heads
Smoke another cigarette
And listen to the radio
Listen to the radio
All night long...

Volledige tekst: klik hier.


Soundbites of the Eighties (33)


Nummer: Radio Ga Ga
Uitvoerende Artiest(en): Queen
Tekst: Roger Taylor
Jaar:1984
Veronica Top veertig: nr. 1
Radio 2 top 2000: nr. 203

Soundbite:

So don't become some background noise
A backdrop for the girls and boys
Who just don't know or just don't care
And just complain when you're not there
You had your time, you had the power
You've yet to have your finest hour
Radio.

All we hear is Radio ga ga
Radio goo goo
Radio ga ga
All we hear is Radio ga ga
Radio blah blah
Radio what's new?
Radio, someone still loves you!

Volledige tekst: klik hier.


Tja tja tja, wat zullen we eten?
Tja tja tja, wie zal dat weten?
Wie is de man die ons dat zeggen kan?
De Groenteman!

Zó herinner ik me de tune van een radioprogramma uit pakweg 1962, waar ik als kleutertje altijd naar luisterde, net als naar Kleutertje Luister! (een programmatitel die vijftien jaar later verworpen zou zijn als te autoritair).

Raar, dat die groenteman me ineens door het hoofd flitst, nu ik iets wil schrijven over de hits uit het jaar 1984. Ik heb altijd al graag naar de radio geluisterd. Het exemplaar waarop ik indertijd de groenteman en Kleutertje Luister beluisterde, was een zelfbouwradio, in elkaar gezet door een oom met technische begaafdheid. Het apparaat had zo’n gifgroen afstemoog, en een tableau met tot de verbeelding sprekende stationsnamen: Droitwich, Beromünster en Monte Ceneri.

Dan toch maar even 22 jaar vooruit springen in de tijd, naar 1984; daar gaat deze aflevering per slot van rekening over. Die oude radio met zijn “lampen” was toen natuurlijk al lang vervangen door een stereo-tuner. Ook op andere gebieden bezat ik het nieuwste van het nieuwste.

Ik had in ’83 een Commodore 64 homecomputer gekocht waarmee ik elk uur van mijn vrije tijd zat te pionieren. Het ding had een indrukwekkende kloksnelheid van 1 Mhz, een intern geheugen van 64 KB, kreeg zijn data en programmatuur van een cassettebandje, en was uitgerust met een matrixprinter. Omdat ik me verslingerd had aan dergelijke nieuwe technologie, gold ik in mijn omgeving bij sommigen als genie en bij anderen als zonderling.

De laatste kwalificatie was meer terecht dan de eerste. Ik ben maandenlang, gewoon voor de lol, bezig geweest met het programmeren van een primitieve tekstverwerker in BASIC, terwijl je zulke programma’s gewoon in de winkel kon kopen. Toen de tekstverwerker af was, typte ik er de verslagen mee van het werkoverleg op kantoor, en schreef ik een paar proto-REFLEXXIONZZ!, die ik helaas nergens meer kan vinden. Daar mag iedereen wel blij om zijn; ik zou nog in de verleiding komen, ze hier te publiceren.

Wat deed ik nog meer in 1984? Ik luisterde nog steeds naar de radio, en ik maakte me schuldig aan wat indertijd hometapen heette; het opnemen van radio-muziek op de band. Home taping is killing music, luidde de slogan van auteursrechtenorganisaties, maar dat was aan de popmuziek van 1984 nog niet echt te merken. De bandjes uit dat jaar speel ik tot de dag van heden vaak af, en de muziek is nog springlevend.

Zo bezit ik er een waarop broederlijk achter elkaar twee odes aan de radio staan, één van Tom Robinson en één van Queen. Deze twee nummers kwamen in de winter van 1984 een week na elkaar de hitparade binnen, en reikten beide tot de top 3.

De eerste song, die van Tom Robinson, is een prachtig sfeervol nummer, opgeluisterd met subtiel blazerswerk. Het nummer van Queen klinkt wat bombastisch en galmend, zoals we van die groep gewend zijn.

Het had weinig gescheeld of we hadden Tom Robinson (Engeland, 1950) nooit uit de radio horen komen. In 1966 liep de zanger rond met vastomlijnde plannen om zich van het leven te beroven; hij lag overhoop met zijn homoseksualiteit, waarvoor in het conservatieve Engeland weinig begrip bestond. Door een verblijf in een jeugdinrichting kwam het toch allemaal nog goed met Tom.

In de jaren 70 werd hij gegrepen door punk en new wave, stromingen die zijn eerste grote hit, 2-4-6-8 Motorway, onmiskenbaar beďnvloed hebben.

Om belastingtechnische redenen verhuisde Robinson naar Hamburg, waar hij, zo te horen, vele eenzame avonden doorgebracht heeft met het luisteren naar de “atmospherics”: het gepiep, gefluit en geknars van de middengolf. De punk-roots van Robinson kun je in dit nummer niet meer terughoren.

Daarna keerde de zanger toch maar terug naar Engeland, waar hij de radio trouw bleef; hij werd presentator en programmamaker voor de BBC.

De tweede radiohit uit 1984 is van Queen, een groep die geen introductie behoeft, vind ik eigenlijk, en die ik dus ook niet zal introduceren. Echt een verstokte Queen-fan ben ik nooit geweest; hun Bohemian Rhapsody kan ik niet meer hóren, maar veel dingen van dit kwartet uit Engeland vond ik heel goed verteerbaar. Daaronder dit nummer, Radio Ga Ga, dat wel geďnspireerd moet zijn door het soort radiopresentatoren dat zichzelf graag hoort ouwehoeren, en zodoende de tijd vol babbelt die eigenlijk gereserveerd is voor muziek.

Ik stuit ook wel eens op zo’n programma, en doe dan het enige wat je er aan doen kunt: bedenken dat er een knop op je radio zit, en hem uitzetten. Een echt goede zender kun je anno 2003 toch nergens meer vinden, sedert de regering van dit land zo vriendelijk is geweest, louter voor het geldelijke gewin, alle radiofrequenties door elkaar te husselen. Uit, dat ding! En dan zet ik maar weer eens een oude hometape op, bijvoorbeeld uit 1984…


De uitsmijter, door Fris Spr!ts

ProRail heeft al weken te kampen met raadselachtige seinstoringen tussen Amsterdam en Uitgeest

GEEST is UIT de fles!

Ha, ha, hi, hi, ho, ho: allemaal even lachen om alweer zo'n flauwe, smakeloze woord-bak van Hollands kortste en kleinste columnist, ingehuurd van de goedkoopste krant van ons land: uw aller Fris Spr!ts


© 2003, Frans Mensonides, Leiden


25 beg/263(45)/407(126)(51)/194,7(85,4)