Nieuwe reexx - Aflevering 116 ZONDAG 22 JUNI 2003
Deze column is afkomstig uit het archief van REFLEXXIONZZ!
Klik hier voor de meest recente aflevering.

OV-reisverhaal

De sporen liggen er al


-“Zou de trein gauw komen?”
-“Nou, de sporen liggen er al!”

Flauwe ouwe spoorwegmop.


Dat de meerderheid van de OV-reisverhalen op deze site zich afspeelt in het busvervoer, heeft niets te maken met sym- of antipathieën van uw dienaar. Het komt alleen maar doordat er in dit land meer buslijnen dan spoorlijnen zijn.

Deze keer dan maar weer eens met de trein. We gaan twee probleemtrajecten bereizen, met de vraag in ons achterhoofd of er in Nederland ook nog spoortrajecten zijn van een andere soort.

Het eerste is Amsterdam - Zaandam - Uitgeest, waar ProRail eind mei een nieuw computersysteem in gebruik heeft genomen voor het bedienen van seinen en wissels; een en ander in verband met de naderende voltooiing van de Hemboog. Het mag geen verbazing wekken dat zich op dat traject sedertdien dagelijks sein- en wisselstoringen voordoen; zo ernstig, dat NS heeft moeten besluiten, de dienstregeling in de Zaanstreek helemaal om te gooien. De stoptreinen Utrecht - Uitgeest rijden niet verder dan Amsterdam CS; de Intercity’s Nijmegen - Den Helder worden omgeleid via Haarlem en Beverwijk, waarbij ze een kwartier vertraging oplopen. Op het traject Amsterdam - Zaanstreek - Uitgeest rijdt dus alleen nog maar de stoptrein naar Alkmaar.

Je moet NS nageven, dat ze het gebroddel van hun ex-schoondochter nu eens niet met de mantel der liefde hebben bedekt. Op de NS-website en via stationsposters geeft NS ProRail openlijk de schuld van het malheur. De aartsknoeiers van het laatste bedrijf, vrijwel onbekend bij het reizende publiek, moeten maar een flink te kijk gezet worden. Ondanks de overmachtsituatie is NS overigens wel bereid tot geldteruggave bij vertragingen.

Het tweede probleemtraject is het spoorlijntje Hoorn - Enkhuizen. Dit verbindt deze twee op 18 kilometer van elkaar gelegen ex-VOC-steden (deze keer bedoel ik wel degelijk: Vereenigde Oostindische Compagnie, en niet: Vervoersautoriteiten Centrumsteden Openbaar Vervoer). Deze lijn, bereden door de dubbeldeks-stoptreinen Almere Buiten - Enkhuizen, kwam in mei van dit jaar in het nieuws na ernstige incidenten met wat 50 jaar geleden “opgeschoten jongens” geheten zou hebben. Het was allemaal niet gering: agressief rondgehang bij station Enkhuizen, bedreiging en molestatie van medepassagiers en treinpersoneel, brandstichting in treinen, en een opruiende website, geheten Treinterroristen. De laatste laat momenteel niet meer zien dan de teller, die met mijn visite stijgt naar 2318.

In de vooravond van zondag 4 mei 2003 liep de overlast zodanig de spuigaten uit, dat het NS-personeel het treinverkeer tussen Hoorn en Enkhuizen voor de rest van de dag staakte. De weken daarop vonden er enkele nieuwe incidenten plaats. Men heeft er sedertdien alles aan gedaan om de overlast terug te dringen; onder andere door extra surveillance van de (spoorweg)politie en met cameratoezicht.

In deze streek brak de in zulke gevallen onvermijdelijke discussie uit of de daders gezocht moesten worden onder kut-Marokkanen of in kringen van Hollandse kut-polderjongens. Daar het laatste het geval leek te zijn, is deze discussie natuurlijk snel verstomd.

De treinserie Almere Buiten - Enkhuizen rijdt door Hollands suburbia in zijn meest afzichtelijke gedaante. Bij stations als Zaandam Kogerveld, Purmerend Overwhere en Hoorn Kersenboogerd hoort de argeloze reiziger een koor van anti-sirenen a capella een lied zingen, getiteld: “Stap Hier Niet Uit; Het Is Hier Niet Pluis”. De raddraaiers die het de lijn zo zuur maken, schijnen echter niet in dergelijke gribussen te wonen, maar in de lieflijke polderdorpjes en -stadjes aan het uiteinde van de lijn; het zijn zwarte tijden voor mensen met vooroordelen.

REFLEXXIONZZ! is where the action is (al gebeurt er natuurlijk nooit wat als wij ter plaatse zijn). Een tocht door de binnenlanden van Noord-Holland, met de aantekening dat we de Zaanlijn in januari 2000 al bereisd hebben als De digitale reiziger, en de “Geestlijn” Den Haag - Alkmaar - Hoorn in deel 100 van deze reexx.

Oh ja, we schrijven op heden dinsdag 17 juni 2003, en dag met voortdurende onweersdreiging, die echter bij dreiging blijft. Máxima is al zwanger, maar dat horen we morgen pas; daarover zul je in dit stukje dus niets vernemen; wat een verademing!


Dubbelstremming

Het zit niet echt mee. Als ik om 10.30 op Amsterdam CS arriveer, hoor ik dat er nu ook nog een stremming is tussen Amsterdam en Haarlem (een ontspoorde ammoniaktrein bij Halfweg, zoals later zal blijken). Tussen CS en Sloterdijk rijden minder treinen; tussen Sloterdijk en Haarlem helemaal geen. De stoptrein naar Alkmaar van 10.36 is uitgevallen. Hoe nu in Alkmaar te geraken, als de treinen noch via Zaandam, noch via Haarlem kunnen rijden?

“We zouden naar Zandvoort vandaag, met dat mooie weer; hoe moet dat nou?”, kwetteren een paar dames, die als verdoolde schapen langs spoor 8 lopen. Die denken zeker, dat ze enigen zijn met problemen.

De Intercity naar Den Helder wordt aangekondigd op hetzelfde spoor, zonder mitsen en maren. De omroeper zegt alleen dat er een extra stop is te Uitgeest, dat men blijkbaar toch denkt te bereiken. Ik stap in, hoewel de trein volgens mij niet verder kan komen dan Sloterdijk, met zowel de normale route naar Uitgeest als de omleidingsroute onbegaanbaar.

Vijf minuten later verlaat de trein wel degelijk station Sloterdijk, en we rijden langs wiekende windmolens de Hemtunnel in. Hoe kan dit nou allemaal? Ach, “de sporen liggen er al”, zo is het natuurlijk wel.

Ik raap een Metro van de vloer, en lees dat de huidige monsterinflatie slechts verbeelding is. Die half lege portemonnee is in werkelijkheid half vol, zeker. Verder verneem ik dat vele HBO-studenten niet eens fatsoenlijk kunnen spellen, en dat er een nieuwe trend is ontstaan bij sollicitatieprocedures; of eigenlijk: een heel oude trend is teruggekeerd. Er gaat vanaf nu opnieuw gelet worden op eigenschappen als intelligentie, vakkennis en ervaring, in plaats van flexibiliteit, synergie, gevoel voor humor, uitstraling, en de bespottelijke neiging, in alle opgedragen werkzaamheden, hoe simpel ook, een “uitdaging” te zien.

Ik juich het toe - en Nederland Kennisland met mij, denk ik. Bij ProRail nemen ze straks mensen aan met verstand van spoorwegen; het zal een revolutie ontketenen. Maar ik vraag me af hoe we nu al die miljoenen nitwits kwijtraken die de laatste twee decennia ten onrechte de bedrijven en instellingen zijn binnengedrongen op grond van de genoemde boterzachte flauwekuleigenschappen. Dat wordt een Herculeswerk; een echte [verzin een ander woord dan “uitdaging”].

* * *

Inmiddels krijg ik het vermoeden dat er toch slechts één spoor berijdbaar is, hier in de Zaanstreek. Tegenliggers heb ik nog niet gezien. Op de stations Bloemwijk, Zaandijk en Wormerveer staan velen vergeefs te wachten op de stoptrein naar Amsterdam; we rijden langzaam genoeg om te kunnen constateren dat ze allemaal heel erg boos kijken. Maar voorbij Krommenie-Assendelft kan mijn theorie de prullenbak in; hier passeert ons wel degelijk een tegenligger, en zwaar vertraagde stoptrein.

We maken die extra stop in Uitgeest, stoppen regulier in Castricum, en ook nog onaangekondigd te Heiloo. Maar dat is een vergissing. Er komen reizigers toelopen, maar de deuren blijven dicht en de trein trekt weer op.

Na een overstap in Alkmaar arriveer ik om 11.30 uur in Hoorn, exact op het uur dat ik gepland had, ondanks twee stremmingen. Zouden die twee elkaar op een of andere manier opgeheven hebben, zoals in de wiskunde min maal min plus is, al geloof je het niet? Toch loopt niet alles op rolletjes, hier; de trein van 11.34 uit Enkhuizen, richting Amsterdam, heeft een vertraging van “één kwartier”, zoals de omroepster zegt.

Op het perron flaneren drie politieagenten, vrolijk een praatje makend met diverse Hoorners, maar intussen wel een preventieve werking uitoefenend tegen nieuwe treinterroristen.


Vade retro

Ik loop de stad in, waarvan de inwoners allen haken naar een leven vol spiritualiteit. Zoveel valt op te maken uit het feit, dat ik in de onmiddellijke omgeving van het Rode Steen achtereenvolgens passeer: het Centrum voor Zijnsoriëntatie, de geschenkenwinkel Hemels Goed - met voornamelijk purperen voorwerpen en dito gewaden in de aanbieding - , het Stiltecentrum voor Rust en Bezinning, het opleidingcentrum der Rozenkruisers “Lectorium Rosicrucianum”, de praktijk van de voetreflexxologe mevrouw Koedooder, en tenslotte Inner Guiding. De laatste organisatie verzorgt familie-therapieavonden, die mensen tot in het diepst van hun ziel raken; de lezer zij gewaarschuwd!

Ik loop aan dit alles voorbij om me te laten raken door het Museum van de 20ste eeuw, in een oud kaaspakhuis aan de Appelhaven. Ik ben er al eens eerder geweest, maar dat was toen die eeuw nog gaande was. Nu hij voorbij is, is het pas écht een leuk museum. Het staat vol met gebruiksvoorwerpen uit (groot)moeders tijd en die van mezelf. Langs de trappenhuizen hangen 100 bordjes met per jaar een opmerkelijke gebeurtenis. Een eeuw geleden, in 1903, was dat: “eerste gebruik, op (relatief) grote schaal, van auto’s”.

Ik groet een winkeljuffrouw, zie dan pas dat zij slechts een pop is, en leer alles over het ontstaan van het Blokker-concern. De eerste Blokker werd in 1896 in deze stad geopend als IJzer- en Houtwinkel. Je kon daar indertijd niet op de pof kopen, maar de prijzen waren lager dan elders. Met die formule wist men een groei te bewerkstelligen die uiteindelijk geleid heeft tot een keten met honderden filialen, verspreid over Nederland. Vaste klanten spreken wel liefkozend over “De Blokker”, hoewel dat in 1896 toepasselijker was, omdat er toen nog maar één was.

“Het leukste hier is de associaties die je krijgt”, zegt een iets-meer-dan-leeftijdgenoot tegen zijn vrouw. Hij haalt me de woorden uit de mond, want zo is het.

Ik zie albums van Jac. Thijsse, net zo’n TV als wij vroeger hadden, en een opengewerkt exemplaar van mijn ouwe trouwe Commodore 64 homecomputer. Ik heb me eerlijk gezegd nooit afgevraagd, wat er ín zat.

En ik zie Stan Laurel en Oliver Hardy, aan welk komisch filmduo een tentoonstelling gewijd is. Ze hebben dienstgenomen in het vreemdelingenlegioen, om Ollies liefdesverdriet te vergeten, en zingen juist als ik passeer het lied Snow Time. En mijn geest gaat retro naar de bioscoop op de Hogewoerd in Leiden, waar ik deze film 40 jaar geleden gezien heb, en dat lied voor het laatst heb gehoord. Alle films van het tweetal kwamen toen weer in de bioscopen en op TV, als deel van ook weer een nostalgische trend, naar de allerminst vrolijke jaren 30. Het is retro-in-het-kwadraat, wat hier te zien is. Maar die twee vervelen nooit. Ik geniet maar weer eens van de pianoscène, die in een oneindige lus vertoond wordt op een TV-scherm.

Als ik het museum verlaat, is de zon weg, en zijn er dikke, terneer drukkende broeikaswolken over deze dag komen te hangen.


Dieuwen

In de stationsrestauratie van Hoorn, echt de allerlaatste Het Station, denk ik, bestel ik een broodje kroket. Het zal zó gebracht worden, door een autochtone Westfriese, die vanachter het buffet telkens gebruikers van het toilet toeroept dat zij goed tegen de deur moeten “dieuwen”. Dieuwen? Een grote uitzondering op de regel dat in deze streek slechts Amsterdams gesproken wordt. Maar misschien heeft ze een spraakgebrek, en kan ze er niets aan doen.

Ik ga zitten, en reken uit wanneer in de 19e eeuw 21 juni voor het laatst op een maandag viel, in een schrikkeljaar. Niet omdat ik toegetreden ben tot de gelederen van Mensa, waar men zijn overkill aan intellect slechts misbruikt voor het oplossen van suffe puzzels, maar omdat ik dit gegeven nodig heb in een kort verhaal, een apartje. Hoe minder realistisch een verhaal, hoe belangrijker het is, dat dergelijke details kloppen, vind ik.

Als de berekening na ruim één kwartier voltooid is, denk ik ineens aan mijn consumptie die nog niet gebracht is. Ik ga hem dan maar halen aan het buffet, en neem daar een broodje in ontvangst met daartussen een cilindrisch voorwerp dat weliswaar nog niet de kleur van eboniet heeft aangenomen, maar toch alle bruinschakeringen die de gezonde kroket kenmerken, ruimschoots gepasseerd is. “Ik hoop dat hij nog te eten is”, zegt het barmeisje vriendelijk.

Dat hoop ik ook, maar ik zal er nooit achterkomen, want mijn mes stuit al af op de knoertharde korst. Ik terug naar het buffet. “Je kunt er wel een ruit mee inkeilen”, zeg ik. De serveerster biedt me aan een nieuwe te bakken, maar ik wijs op het spoedige vertrek van mijn trein naar Enkhuizen.
-“Sorry, hoor!”.
-“We zullen het maar op de grote drukte gooien”, sneer ik (er is namelijk behalve mij niemand in de zaak). Ik verlaat ijlings het etablissement voordat ik echt grof word; het moment is niet ver meer weg.


Blokkig

Onderweg in de trein zit ik te broeien over wat ik eigenlijk nog meer had moeten opmerken over die kroket. Van rotopmerkingen krijg je altijd spijt; als je ze maakt, en als je ze binnenhoudt.

We rijden voorbij het reeds genoemde Kersenboogerd het enkelspoor op. Tot Enkhuizen komen er nog twee passeermogelijkheden; een op station Hoogkarspel en een bij Bovenkarspel-Grootebroek. Het laatste station is het kruisingsstation, in de normale dienstregeling. De trein passeert een dorpje met een kerkje. Het heet Oosterblokker, en kent niet de luxe van een station.

Een conducteur beent door de trein, maar wil geen kaartjes zien. Een kwestie van prioriteitenstelling. Conducteurs houden zich voorlopig alleen bezig met terreurbestrijding; het controleren van de plaatsbewijzen komt later wel weer.

De zevenbaks dubbeldekker maakt een lege indruk. Ik loop een paar wagens door, en zie in elke coupé slechts twee a drie man. Toch veroorzaken de uitstappers op elk station een dikke drom van reizigers.

Er begint bij mij enig inzicht te ontstaan in de veiligheidsproblemen op dit traject. Als de trein uit Amsterdam CS vertrekt, zitten er zo’n man of 1500 in, en is er volop sociale controle. Tijdens zijn rit van 64 minuten naar het noordoosten wordt hij leger en leger, en daardoor steeds onherbergzamer, unheimischer en oncontroleerbaarder. Het is op deze stille uitloper van het railnet voor een vandaal heel gemakkelijk, als de conducteur boven is, benedendeks een fikkie te stoken, en vice versa. Het zijn toch al van die ongezellige, afstotelijke treinen, die blokkige dubbeldekkers; ook zonder terroristen in de buurt voel ik me er altijd al slecht op mijn gemak.


Zoeaaf

Ik stap uit op Bovenkarspel-Grootebroek en bestudeer de kaart van de gemeente Stede Broec, die beide plaatsen binnen haar grondgebied heeft. Tot deze gemeente behoort ook het dorp Lutjebroek. Dat ligt op 2,5 kilometer van dit station, en bestaat dus echt.

Zoals Timboektoe zinnebeeldig is voor een plaats die ver weg is, staat Lutjebroek symbool voor een negorij waar je beter niet heen kunt gaan, en waar je beter had kunnen blijven, als je er per ongeluk geboren bent. Dat laatste maak ik op uit een liedje uit 1968 van het toenmalige tienersterretje Trea Dobbs: "Was jij maar in Lutjebroek gebleven, / met je hengel en je wurmen erbij. / Was jij maar in Lutjebroek gebleven, / dat was beter voor jou, / voor Lutjebroek / en voor mij!"

Dit curiosum wil ik wel eens zien. Ik ga op pad. Bij de ingang van het overdekte winkelcentrum Streekhof staat een als indiaan uitgedoste man de straatkrant te verkopen. “Ugh!”, zeg ik, als ik passeer. De indiaan moet er hartelijk om lachen; hij begint er helemaal van te schateren en te bulderen, maar eigenlijk is het een rotgrap, deze zuur-humoristische site onwaardig.

Ik neem de Zesstedenweg, die alle strekdorpen in deze streek verbindt. Hij loopt parallel aan het spoor, een meter of 300 ten noorden ervan. Eens was het de belangrijkste verkeersader van Stede Broec, maar sedert de aanleg van de N-zoveel, weer een halve kilometer naar het noorden, zie je hier alleen fietsers en bestemmingsverkeer.

Ook de bus zul je er niet meer aantreffen. Ooit reed lijn 145 door deze langgerekte dorpen. Bij de grote bezuinigingsgolf in Noord-Holland, in 2001, is hij opgedoekt. Hij liep parallel aan het spoor, zo redeneerde men, en dat is inefficiënt en dubbelop. De bewoners van Lutjebroek, dat geen station heeft, kunnen nu kiezen uit een wandeling van een half uur naar Hoogkarspel, of een even lange tippel naar Bovenkarspel-Grootebroek.

De Zesstedenweg heeft een gevarieerde bebouwing van boerderijen, ouderwetse en moderne huizen, benevens kerken, kroegen, scholen en winkels in alle soorten en maten. Eigenlijk wandel ik nog het liefst langs dit soort straatwegen; eeuwenoud, toch modern, nooit echt gepland, maar eenvoudigweg het saldo vertonend van wat er gebouwd is, en wat gesloopt.

Zijstraten voeren ofwel naar nieuwbouwwijkjes ofwel naar rijtjes arbeiderswoningen. De huizen hebben hier traditionele namen als Vita Nova en Carpe Diem, en vreemde, als De Zoeaaf.

Grootebroek gaat over in Lutjebroek. Je ziet het alleen aan het kleine zwart-op-wit plaatsnaambordje. Ik dwaal hier wat rond, en constateer dat Lutjebroek een doodnormale plaats in Noord-Holland is; gewoon de voortzetting van Grootebroek (“Lutje” betekent: klein). Waaraan het zijn reputatie van dufheid en lulligheid te danken heeft, zie ik niet zo direct.

150 jaar geleden woonde hier juist nogal ruw volk, zegt deze website, die vooral de onblusbare drankzucht van de toenmalige inwoners hekelt. Treinterroristen had je toen nog niet; de spoorweg door dit wat afgelegen stuk Noord-Holland werd pas in 1885 aangelegd.

Een martelaar had het dorp wel, ene Pieter J. Jong, in 1867 “den heldendood gestorven”, zoals staat te lezen op de plaquette bij de kerk. “Hij stierf voor den Paus”, en was dus - inderdaad - een zoeaaf, een soldaat van de Kerkelijke Staat. Deze is in de loop der tijden ten gevolge van allerlei oorlogen en oorlogjes uiteindelijk inkrompen van een kloek stuk Italië tot niet veel meer dan het plein dat we met Kerstmis en Pasen op TV zien.


Vrouw zoekt hond

Ik ben op de terugweg een paar doodlopende zijstraten ingeslagen, en mis daardoor op Bovenkarspel-Grootebroek net de trein naar Enkhuizen. Het is hier halfuurdienst. Dan maar een paar rondjes door en om winkelcentrum Streekhof, waar nog steeds die Indiaan vergeefs staat te wachten op klanten.

“Nee, aan mijn lijf geen mannen meer”, zegt een passerende vrouw tegen een seksegenote. “Als ik me in huis nog eens eenzaam ga voelen, dan koop ik wel een hond.” Twee dieren van de laatste soort staan buiten aan een paal gebonden, en hijgen aamborstig. Het zijn honden uit een arctische streek. Hun voorouders trokken ooit een slee, maar zij staan hier nu in deze bedompte hitte, met de tong bijna op straat.

Ik loop terug naar het station waar mijn wandeling begon. Geen plek waar je voor je plezier op een trein staat te wachten. Het kijkt uit op een grijze betonklomp (een sporthal?) en op de blinde achterzijde van Streekhof. Wie zal je hier op eenzame avonden horen roepen, als je wordt belaagd door een roedel treinterroristen?

De wachtruimte is opgebouwd uit afdakjes met een breedte van ongeveer twee decimeter, die weinig bescherming bieden bij wind- en regenvlagen. Het zitmeubilair bestaat uit niet meer dan een lange horizontale paal waar je met je vermoeide lijf wat tegenaan kunt schurken. Zelfs voor een doorgewinterde vandaal valt hier zo goed als niets te slopen; een blind paard kan er geen schade doen.

De trein komt eraan; alweer zo’n quasi-lege, hoewel we in het hartje van de avondspits zitten. Een paar minuten na vertrek stoppen we op station Bovenkarspel-Flora, waar in 1999 deze aflevering van De digitale reiziger begon; een van de aardigste en meligste aller tijden, met echter een zeer treurige afdronk.

Een paar kilometer verderop loopt de trein zonder incidenten station Enkhuizen binnen. We hebben de railrimboe van West-Friesland overleefd; ik neem er een haring op!

Frans Mensonides

PS: op de dag dat ik dit schrijf, vrijdag de 20ste, rijden de treinen in de Zaanstreek weer helemaal normaal; één probleemtraject is van de lijst geschrapt!


Aflevering gemist? Kijk in het overzicht van recente REFLEXXIONZZ! in de rechterkolom.

Daar is ook te zien: de uitsmijter van Fris Spr!ts.


Citaat uit een volgende aflevering:
-"Ik ben bereid, te betalen met mijn leven."
-"U bedoelt?"

Vorig jaar om deze tijd stond in REFLEXXIONZZ!
WAARSCHUWING: deze column bevat medische praat. Het lezen ervan kan uw gezondheid schaden, alleen al door het idee

Aflevering 12; 24 juni 2002


Pasfoto:

foto: Wim Scherpenisse


Colofon

REFLEXXIONZZ! biedt columns over openbaar vervoer en andere onderwerpen, reisverslagen, korte verhalen en geen gedichten.
Dit digitale magazine verschijnt in de regel twee keer per week; wie elke maandagmorgen en vrijdagmiddag een bezoek aflegt, zal meestal wel iets nieuws vinden.
Teksten: Frans Mensonides en/of Fris Spr!ts, tenzij anders vermeld.

REFLEXXIONZZ! maakt deel uit van de opgeheven site De digitale reiziger, waarvan het archief nog toegang verleent tot alle tussen 1996 en 2001 verschenen artikelen.

Wie op de hoogte gehouden wil worden van alle updates, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief Reiziger.

Op- of aanmerkingen, opbouwende of afbrekende kritiek, benevens suggesties zijn welkom in mijn brievenbus. Vrijwel alle brieven worden door mij beantwoord, zij het meestal niet per kerende post. Anonieme of met schuilnaam ondertekende mails gaan linea recta de prullenmand in. Ik behoud me het recht voor, om ontvangen reacties te behandelen in REFLEXXIONZZ!, dat zal dan geschieden zonder naamsvermelding van de afzender.


Overzicht meest recente REFLEXXIONZZ!

Solstitium Media-hype: Middernachtzon in Holland - Do. 19.06.2003
- - - -
Hollands Hectaren (4) Begraafplaats Groenesteeg; Leiden - Zo. 15.06.2003
- - - -
Over "burnen", Wielkens en de Airbus De dunne lijnen van het Leidse stadsvervoer - Do. 12.06.2003
- - - -
Alle succes voor Nederland Nederland Kennisland legt een paar verkeerde accenten - Zo. 08.06.2003
- - - -
De Enen Nachtelijke diepe inzichten - Do. 05.06.2003
- - - -
Door Keerbergen, langs de Orleanstoren en verder Verrassingstocht met De Lijn OV Reisverhaal - Zo. 01.06.2003
- - - -
Hollands Hectaren (3) Politici spotten op het Binnenhof - Do. 29.05.2003
- - - -
Blauwkous (m) De onbestaanbare Verstokte Vrijgezel - Zo. 25.05.2003
- - - -
Overzicht van ALLE verschenen afleveringen; 1998 - heden



De uitsmijter, door Fris Spr!ts

Senioren gaan als mystery guest kwaliteit streekvervoer in Friesland controleren

Grijsrijders?

Ha, ha, hi, hi, ho, ho: allemaal even lachen om alweer zo'n flauwe, smakeloze woord-bak van Hollands kortste en kleinste columnist, ingehuurd van de goedkoopste krant van ons land: uw aller Fris Spr!ts


© 2003, Frans Mensonides, Leiden


26 beg/265(47)/409(128)(53)/199,1(89,8)