Herderlijke idyllen en boeren-braspartijen

Zedeprinten Startpagina <<< Een boer (inleiding) <<< Een boer (vertaling) <<<

Wat we weten over de boer van de Gouden Eeuw, weten we niet van hem zelf. Plattelandsbewoners namen zelden de ganzenveer of de schilderkwast ter hand om hun dagelijks leven vast te leggen. In de schilderkunst en de literatuur uit die tijd zien we de boer door de ogen van de stedeling.

Sommigen beschouwden het platteland als een paradijsje. Boeren en herders leidden er een rustig en vreedzaam leventje, ver van de drukke stad, ver van het decadente hof, ver van het harde stadse zakenleven met al zijn listen en lagen. Voor anderen was het platteland juist een plek die angst inboezemde: domme, botte brassers deden er dingen die het daglicht niet konden verdragen.

 

Herderlijke idyllen

In de literatuur uit de oudheid was het al een belangrijk thema: het leven van herders, dat zo veel mooier was dan het bestaan in de stad. Ook in het ItaliŽ van de 16e eeuw was dergelijke pastorale (herderlijke) literatuur zeer populair. In navolging van deze Italiaanse pastorales schreef Pieter Cornelisz. Hooft in 1605 het herdersdrama Granida.

Het stuk speelt in het sprookjesachtige PerziŽ. De herder Daifilo heeft een toevallige ontmoeting met prinses Granida en wordt smoorverliefd op haar. De prinses zou het verdorven hofleven graag vaarwel zeggen en huwen met de eenvoudige, eerlijke herder. Maar aan het hof dingen twee aanzienlijke heren naar haar hand. Voordat het tot een huwelijk met de prinses komt, moet Daifilo eerst afrekenen met zijn op macht beluste rivalen.

Het stuk heeft een goede afloop. Na diverse avonturen zegeviert de dappere en listige Daifilo. De eenvoudige herder wordt de echtgenoot van Granida en daarmee koning van PerziŽ.

 

Kluchtige boeren

In kluchten en liedjes uit de 17e eeuw kwamen de plattelandsbewoners er meestal minder goed af. Zo ook bij de befaamde komedie- en liederenschrijver Gerbrandt Adriaensz. Bredero.

Zijn Klucht van de koe (1612) is het verhaal van een domme, oeverloos zwetsende boer. Deze biedt onderdak aan een handelsreiziger die op weg is naar Amsterdam. Deze man is een dief en oplichter, maar de boer heeft niets in de gaten. De reiziger gaat ervandoor met de enige koe uit de veestapel van de boer. De volgende dag ontmoet hij zijn gastheer op de weg naar Amsterdam. De laatste herkent zelfs zijn eigen koe niet. Vervolgens krijgt de oplichter de boer zo gek dat hij de koe in Amsterdam op de markt gaat verkopen en de opbrengst braaf aan hem afdraagt.

Ook Bredero’s collega-toneelschrijver Samuel Coster voert een niet erg verstandige boer ten tonele. De titelheld uit Teeuwis de boer (1612), een op seks beluste lomperik, laat zich verleiden tot een avontuurtje met een aanzienlijke stadse dame. Teeuwis betaalt ervoor met zijn kostbaarste bezit: zijn paard en wagen. Na afloop beseft hij dat hij zich tegenover zijn eigen vrouw in een zeer lastig parket heeft gemanoeuvreerd. Hij moet vervolgens al zijn boerenslimheid in de strijd gooien om zijn bezittingen terug te krijgen en zijn eer te redden.

 

Boeren-braspartij in Vinkeveen

In het lied Boerengezelschap bezingt Bredero een groepje boeren dat naar Vinkeveen trekt voor een potje ganzentrekken. Daarbij rijdt men op een paard onder een gans door die aan zijn poten aan een lijn is opgehangen. In het voorbijgaan probeert men de vogel de kop af te rukken. Na dit tijdverdrijf gaan de boeren in een herberg drinken en dansen met een paar plaatselijke schonen. Al spoedig ontstaat er ruzie met enkele mannelijke dorpsbewoners. Er breekt een gevecht uit, de messen worden getrokken en een ‘veenkikker’ uit Vinkeveen valt dood op de grond.

Het platteland is in dit lied bepaald geen paradijsje, maar eerder een plek waar misdaad en geweld floreren. Een nette stadsbewoner kan er maar beter vandaan blijven!

Fragment uit dit lied (7e en 8ste couplet). Van: Camerata Trajectina, muziek uit de Gouden Eeuw. Constantijn Huygens en Gerbrand Adriaensz. Bredero. 1992. Globe GLO 6013. (CD).

 

Huygens’ boer

Twee typen boeren: de idyllische en de botterik. De boer van Huygens’ heeft iets weg van allebei. Hij is een oermens, een man die dicht bij de natuur leeft. Daardoor is hij een tikje aan de onbehouwen kant, is hij soms wat grof in de mond en heeft hij weinig ontzag voor geleerdheid. Dat neemt niet weg dat hij een door-en-door goede inborst heeft. Een vriendelijk mens, maar o wee als je hem te na komt!


Meer weten?

G.A. Bredero. Klucht van de koe. (DBNL).
In: G.A. Bredero, Kluchten, (ed. Jo Daan). Tjeenk Willink-Noorduijn N.V., Culemborg 1971 (DBNL)..

G.A. Bredero 1585-1618 (DBNL-auteurspagina).

G.A. Bredero, Boerengezelschap (De tekstpagina van F.A. Claes).

P.C. Hooft, Granida, met inl. en aantekeningen door Lia van Gemert en een bijdrage over de melodieŽn door Louis Peter Grijp. 2e dr. Amsterdam z.j.. Alfa reeks. (Webeditie op DBNL).

P.C. Hooft 1581-1647 (DBNL-auteurspagina).

Verlies je hoofd niet! Samuel Coster; Boere-klucht van Teeuwis de boer en men juffer van Grevelinckhuysen (literatuurhistorische webpagina door Frans Mensonides).

J. de Vries, ‘De boer’. In: H.M. BeliŽn, A.Th. Van Deursen en G.J. van Setten (red.), Gestalten van de Gouden Eeuw. Een Hollands groepsportret. Amsterdam 1995. p. 280-314.


© Frans Mensonides, Leiden, 2007.