12 forten, 13 wandelingen
Etappe 1a: red je uit een reduit

Een van de twaalf: Fort de Gagel

 

Er was in 't militaire kamp
Een groote consternatie!
Niet meer of minder dan een ramp
bedreigde onze Natie!
De erwtensoep was zwaar mislukt
en ied'reen vroeg bedrukt:

Wie! Wie! Wie!
Wie! Wie! Wie!
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
De heele Compagnie die heeft het eten laten staan!
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?

Hit uit 1939 van Lou Bandy

 

Hip, hup, háp, peace en broedersjcháp
Wip, wáp, woar, we houwen ván mekoar
Mensen uit álle lánden, kláp 'ns in je hánden
Geef mekoar 'n hánd, moak geen trámmelánt.

Hit uit 1982 van Tineke Schouten  


 A. Waarom een fortenwandeling?

Op deze site zijn we sinds een jaar of twee helemaal verslingerd aan stadsranden, die vaak verrassender, interessanter (en soms gewoon lelijker) zijn dan wat je in de stad zelf ziet, of juist daarbuiten, in de vrije natuur. We zijn al eens een keer om Leiden heengelopen; we hebben de stad Groningen al eens gerond per fiets.

Deze keer is Utrecht aan de beurt, de stad die tijdens mijn studie is uitgegroeid tot mijn tweede vaderstad. Ik studeerde hier in deeltijd, eerst Nederlandse taal en literatuur, toen Nederlandse taal en cultuur, en vervolgens weer Nederlandse literatuur. Dat hield me 8 jaar lang bij de televisie vandaan en behoedde me voor terugval, versuffing en sudoku.

Die studie is thans officieus voltooid en dat vraagt om een wandeling om de Domstad heen, om het te vieren. Nou ga ik die stad niet helemaal te voet omsingelen. Na de omstreden annexatie van Vleuten-De Meern rond de eeuwwisseling loopt hij in het westen zo ongeveer door tot aan Woerden; ik zou minstens een week onderweg zijn langs weiland waaraan weinig te zien valt.

Interessanter is de route langs de Utrechtse forten die ik heb uitgestippeld. Utrecht kent er twaalf (als we het kwartet Lunetten maar even zien als eenheid, en ook de forten meetellen die net buiten de gemeentegrenzen liggen). Ze zijn allemaal aangelegd in de 19e eeuw en hadden elk de bedoeling, een vitale weg, spoorweg of waterweg te verdedigen.

In de eerste wereldoorlog en in 1939 heersten er de levendigheid, de spanning en de verveling die het militair bedrijf met zich meebrengt. Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan zal er vaak gezongen zijn. Er was mobilisatie. Toch is er nooit echt gevochten, zelfs niet bij Fort Vechten. De Duitsers hadden Scheisse aan die forten, ze vlogen er doodgewoon overheen, op weg naar Rotterdam.

Na de wereldoorlog verloren de meeste forten hun militaire functie; wat is een ‘bomvrij onderkomen’ nog waard als de bom die erop gegooid wordt, er wel eens een zou kunnen zijn die gemaakt was van atomen? En wie zal nog de moeite nemen, een fort aan te vallen, behalve, ja inderdaad, hij?

Thans hebben de forten de meest uiteenlopende functies. Fort Hoofddijk is hortus botanicus en rotstuin, de fortgracht van Fort Ruigenhoek zwembad, Fort De Gagel biedt onderdak aan postduiven, Fort aan de Klop aan vleermuizen en kampeerders, Fort De Bilt is oorlogsmonument. Een paar andere forten zijn wandelpark, weer andere natuurgebied dat slechts in het kielzog van een gids mag worden betreden. Dieptepunt is het voormalige Fort Vossegat; de restanten ervan liggen op het binnenterrein van een kazerne en zijn vanaf de openbare weg niet zichtbaar. Je kunt er om die kazerne heenlopen, en weten dat het fort er is, of was; dat is alles.

Dat hele stelsel van forten diende om de stad Utrecht te verdedigen tegen vreemde overheersing en maakte deel uit van de veel grotere Nieuwe Hollandse Waterlinie, die op zijn beurt Holland moest beschermen, als Utrecht in handen van de vijand gevallen was. Het dozijn ligt in een maansikkelvormig gebied ten oosten van de stad. Daarvandaan verwachtte men zijn onheil; geen Hollands-Utrechtse oorlog, de Hoekse en Kabeljauwse twisten waren voorgoed voorbij in de 19e eeuw.

Je kan al die forten successievelijk langslopen, van het eerste tot het twaalfde, maar het is leuker, er een volledige rondwandeling van te maken. Het Domplein is ongeveer het middelpunt van die halvemaan, en al ruim 19 eeuwen het onbetwiste middelpunt van Utrecht. Dat plein is het begin- en eindpunt van deze wandeling. We krijgen dan 13 wandelingen langs 12 forten, de titel van deze reeks. Je zou kunnen denken dat deze ook verwijst naar mijn levenswandel van een halve eeuw, de ambachten en de ongelukken, maar zo zwaar moet je de symboliek er deze keer niet opleggen. En dat er totaal 26 hoofdjes zijn, genummerd van A tot/met Z, zegt verder ook niets.

De rondwandeling langs al die forten is circa 38 kilometer lang. Daar komen natuurlijk nog de bezichtigingen bij van de forten zelf. Daar ik geen voorstander ben van de overdreven lange wandelmarsen die in Vlaanderen ‘dodentochten’ heten, doe ik het in drie etappes, drie wandeldagen, en knip ik het verslag ervan in zessen.

Even een paar huishoudelijk mededelingen. Dit verhaal houdt het midden tussen een verhaal en een fotoalbum. Je ziet een paar grote foto’s, maar ook veel kleine. Klik je op die kleine duimnageltjes, dan verschijnt een groter exemplaar schermbreed op je scherm.

Van alle wandelingen heb ik een kaartje gemaakt, met dank aan Cito-plan b.v., wiens plattegrond ik daartoe zonder toestemming heb mogen kopiëren. De route staat met een dun, felgroen lijntje aangegeven. Het noorden staat op die kaarten niet noodzakelijkerwijze bovenaan. Bovendien zijn ze ook niet allemaal op dezelfde schaal. De vakken op de kaart zijn wel altijd 625*625 meter. Drie-bij-drie vakken vormen dus exact een vierkante Utrechtse mijl; het wijst de weg allemaal vanzelf.

Groenekan; de Dom van enige afstand


B. Domplein

De zomer van 1674 is misschien net zo’n stinkzomer geweest als de huidige. Op 1 augustus blies een windhoos het middenschip weg van de enorme kerk die Utrecht eeuwenlang geDOMineerd had. Dit is een jubileumjaar, al ben ik de enige die het beseft; het is deze zomer exact 333 jaar geleden, ongeveer precies een derde millennium. Sedertdien bestaat de Dom uit een losse toren en een losse kerk, met dit plein ertussen. In 2004, toen de domkerk 750 jaar bestond, is het schip van de kerk tijdelijk herbouwd van bouwsteigers en zo. Raar, dat alleen helften en kwarten herdacht worden, en geen derden.

Al lang voordat de Dom gebouwd werd, stond deze plek op de mijlpalen. In de 1e eeuw hadden de Romeinen hier al een legerplaats. De stichting Domplein 2013 heeft mooie plannen om het verleden van dit plein te herdenken. Het moet een echt Romeins forum worden, en tegelijkertijd ook weer een middeleeuws plein; de oorspronkelijke domkerk moet weer afgepaald worden op het plaveisel.

Het Domplein is ook het hart van het academische leven in Utrecht. Aan het plein is het academiegebouw gevestigd. Voordat de universiteit er gevestigd werd, was er al iets heel belangrijks gebeurd. In 1579 is hier de Unie van Utrecht uitgeroepen, en daarmee begon het bestaan van onze natie, waar we nu nog steeds mee zitten.

Je komt niet dagelijks in de Uniezaal, als student, maar in ieder geval, als het goed is, één keer, om je bul in ontvangst te nemen. Voor mij breekt dat moment as. oktober aan. Maar voor sommigen komt het nooit. De succexschrijver Giphart bijvoorbeeld, studeerde hier ooit zonder succes Nederlands. ‘Gemiddeld bevat een Giphart 44 pagina’s seks’, lees ik vandaag overal op stationsposters. Als dat als aanbeveling geldt, en als criterium voor ware literatuur, dan zou hij eens moeten overwegen, zijn lezers de rest van de bladzijden te besparen… Maar dat staat helemaal los van die forten. We gaan nu op pad, basta!


C: Wandeling Domplein – Fort aan de Klop (5 kilometer)

 

KLIK voor de kaart:
Eerste stuk (tot aan het spoorwegviaduct over de Vecht)
Tweede stuk (daarvandaan tot aan het Fort aan de Klop)

De eerste wandeling voert langs de Oude Gracht en het riviertje de Vecht. Je kunt, het ligt voor de hand, lopen langs de westelijke en de oostelijke Vechtoever. Ik koos de eerste; misschien de verkeerde keuze, maar dat weet je pas als je ook de andere gedaan hebt.

Op de eerste hectometers van mijn wandeling passeer ik alleen maar studieherinneringen. Hier is het straatje waar we altijd, op weg naar de trein, het college liepen na te beschouwen. Daar zijn de terrasjes op de werven, waarop een deeltijdstudent-met-baan-erbij zelden in lediggang wordt aangetroffen; daar heb je de Winkel van Sinkel, waar we ooit met de ‘jaarclub’ bedonderd gedineerd hebben in een lawaaierige vreetschuur.

Ooit was Utrecht voor mij een doodnormale Nederlandse stad, maar als je er gestudeerd hebt, blijft het altijd je studiestad, al word je 100. Toch wordt dit geen nostalgisch verhaal; daarvoor moet iets toch minstens 10 jaar geleden zijn, vind ik, liever nog 20, en zeker niet een paar maanden.

Ik laat de collegezalen achter me en passeer de Sint Jacobskerk - die elf slaat, terwijl de klok nog op drie vóór staat en het in werkelijkheid pas 10:53 is; het draagt allemaal bij aan de relaxte stemming van deze zomerwandeling. Voorbij de brug op de foto, met hoogst opmerkelijke en onbereikbare leuningen, ligt de Bemuurde Weerd. Hier heb je de sluis, waar grachtwater gescheiden wordt gehouden van rivierwater en ooit de stad overging in platteland.

Ik loop de Zeedijk op, een wonderlijke naam, 50 kilometer van zee. Maar ze bedoelen nog steeds de voormalige Zuiderzee, waarin de Vecht uitmondde, en niet de Noordzee. Ooit was het riviertje een belangrijke internationale scheepvaart- en handelsroute; de verbinding tussen de Zuiderzee en de Rijn. De Vecht heeft de neiging, andersom te stromen, naar boven in plaats van naar beneden; tenminste, dat las ik ergens, maar het valt moeilijk te geloven. De volgende keer zal ik erop letten.

Een konvooi van plezierschepen komt me tegemoet; allemaal mooi op tijd voor het schutten. En altijd als je omkijkt naar de stad: die manende vinger van die ruim 100 meter hoge Domtoren. Hij kijkt me na tijdens mijn wandeling naar het Fort aan de Klop, zal me straks een baken zijn op de laatste etappe, en duikt overal op de route op de gekste plaatsen op boven bosschages, in landouwen ver buiten de stad.

Deze fortenwandeling is echt geschikt voor een zomer als deze, waarop je niet graag ronddoolt over de Mokerhei, angstig voor hoosbuien en onweer. Het weertype dat ook vandaag weer heerst, zware bewolking met van tijd tot tijd motregen, vergt het uiterste van PhotoShop, achteraf.

Ik heb laatst een handig menu-item gevonden voor zulke dagen met een grauwsluier: Equalize. Dan wordt je fletse, grijze foto zodanig bewerkt dat alle kleurschakeringen er in voorkomen, van het helderste wit tot het duisterste zwart. Foto’s knappen er vaak van op. Maar het blijft een rottrucje. Je krijgt er heel rare kleurzwemen van. De luchten achter de Dom hebben een enge, apocalyptische gloed die er in werkelijkheid beslist niet was. Ik heb de neiging om het motto van de universiteit uit te roepen: ‘Sol iustitiae, illustra nos’(zon der rechtvaardigheid, verlicht ons). Vergeet die rechtvaardigheid maar; de zon sec zou al mooi genoeg zijn.

De huizen, daar let je hier niet op. Ik heb ze eigenlijk nauwelijks op de foto. Alleen als ze er per ongeluk opgekomen zijn als er iets anders opmerkelijks te zien was; een mooie boom of enorme zoden van pasgemaaid gras. Rechts heb ik die gribus van Overvecht, links Ondiep en later Zuilen, buurten die vaak op de televisie komen, en dat niet om hun leefbaarheid.

Maar alle wijken laten zich langs de Vecht van hun beste kant zien, de achterkant. Ze keren hun kont naar de rivier. Wat statige huizen zie je hier langs het water. Maar de deftigheid verbleekt o zo snel als je een blik werpt in de zijstraten. Ik passeer de Takkestraat, ooit bezongen door Tineke Schouten.

Bij de Blauwe Brug staat een abri waar nooit een bus stopt, maar waar de wijkoudsten de wijkzaken bespreken. Zo nu en dan zal de dood hier zorgen voor een lege plek, die echter spoedig opgevuld zal worden door een nieuwe pensionado.

Een brug verder, bij de Marnixbrug, wordt in woonboten het oudste beroep ter wereld uitgeoefend. Die boten liggen aan de overkant. Hier zie je ze alleen op en neer deinen, op een rivier zonder golfslag. Wie ervan houdt, zal op dit punt bij zichzelf zeggen dat hij zich inderdaad aan de verkeerde kant bevindt. Vanaf de brug zie je een woud van loopbruggetjes. Het lijkt Bangkok wel; One Night in Utrecht.

Een bocht verder verandert het stadslandschap. Er komt meer groen, de eerste theekoepeltjes worden zichtbaar en de woonboten lijken hier weer meer op woningen dan op peeskamertjes. We naderen het eind van de stad en het eerste fort.


D: Fort aan de Klop

 

Bekroosde sloten in donkergroene bosjes, zo ziet de omgeving van een fort eruit. Een brug over de fortgracht, en ik betreed het vestingwerk.

Fort aan de Klop werd gebouwd rond 1820 en dertig jaar later flink uitgebreid. In de jaren 50 van de 20ste eeuw heeft het nog dienstgedaan als opslagplaats voor munitie en militaire voertuigen. Thans is het eigendom van de gemeente Utrecht, die er een mooie website aan wijdde.

Het meest opvallende gebouw op het fortterrein is het ronde ´bomvrije wachthuis´ uit 1852. Zo’n onderkomen, een soort fort-in-een-fort, heet een reduit. Dat spreek je uit op zijn Frans, ‘ré-dwie’. Maar ik ben geneigd, het op z’n Hollands te lezen als red-uit: hoe red je je eruit, als je er eenmaal inzit en de bommen je om de oren vliegen? Je zit er dan wel veilig, maar ook als ratten in de val.

Fraai in zijn lelijkheid is ook een 100 jaar oude plaatstalen loods, een soort Romney-hut. Het geval stond ooit op de Lunetten maar is hierheen gesleept om opgeknapt te worden. Het is nu weer wat het altijd geweest is: opslagruimte. In de fraai gerestaureerde houten artillerieloodsen, ook een dikke eeuw oud, kun je nu vergaderen en zelfs overnachten.

Dan terug naar het rèdwie, het red-uit. Sinds heel kort, medio juli 2007, is het een theehuis met uitgebreide lunchkaart. Ik ben er de enige eter, wat de aparte sfeer hier versterkt. Op de plek waar ik nu een broodje kip nuttig, zijn mensen gestorven voor het vaderland. Nee, dat is niet waar, maar ze hielden in ieder geval rekening met het feit dat het zou kunnen gebeuren.

Erwtensoep met suiker staat hier niet meer op de kaart. De onderneming bevindt zich in de prille beginfase. Ze wordt geëxploiteerd door een echtpaar waarvan zowel man als vrouw me komen vragen of het me echt wel smaakt. Ze somt op wat hier nog meer kan: kamperen, en als het moet, brengen ze er 50 man onder. ´Het is nog niet zo bekend´, zegt ze, ´en daarom is het nog niet zo druk. Maar zo kunnen we er een beetje inkomen.´ Een website hebben ze ook.

Ik meld het doel van mijn tocht, in etappes alle forten bewandelen, en zij spreekt de hoop uit dat ik het nog een paar uurtjes droog zal houden, de voorspellingen voor vandaag waren niet best.

Het bomvrije wachthuis wordt broederlijk gedeeld door restaurantgasten en vleermuizen. De eersten voelen zich het best bij ruim 20 graden Celsius, de laatsten bij exact 9. Een ingenieus verwarmings- en isolatiesysteem zorgt ervoor dat iedereen het zijne krijgt en ieders ruimte ‘s zomers en ‘s winters de juiste temperatuur heeft.

Als ik naar buiten stap, knipper ik met mijn ogen tegen het licht. Een moedgevend verschijnsel voor de rest van deze middag: zon!

Volgende week de rest van deze eerste etappe; ik neem je mee naar De Gagel, Ruigenhoek en Blauwkapel.

Frans Mensonides 3 augustus 2007
Er geweest: donderdag 26 juli 2007

© Frans Mensonides, Leiden, 2007


<< naar thuispagina Frans Mensonides