Constantijn Huygens bleef zijn vader zijn hele leven dankbaar voor de opvoeding die hij had genoten. Zijn eigen zoons leidde hij op precies dezelfde wijze op voor een functie aan het hof.
Huygens trouwde in 1627 met Susanna
van Baerle (1599-1637). Uit het huwelijk werden vijf kinderen geboren:
Constantijn jr., Christiaan jr., Lodewijk, Philip en Susanna jr.. De
vier zoons zouden ook klaargestoomd worden voor een functie in het
landsbestuur, net zoals hun vader dertig jaar eerder. Huygens gebruikte
hetzelfde opleidingsprogramma; hij had zelfs de aantekeningen van zijn
vader bewaard en een gedeelte van het lesmateriaal.
Zijn kinderen groeiden op onder een stuk minder gunstige omstandigheden dan hijzelf. Susanna van Baerle overleed in 1637 plotseling, twee maanden na de geboorte van hun jongste kind. Constantijn kon als weduwnaar niet altijd zelf voor zijn kinderen zorgen. Zijn werkzaamheden aan het stadhouderlijke hof brachten veel afwezigheid met zich mee. Ieder voorjaar moest hij zijn patroon Frederik Hendrik volgen naar de Zuidelijke Nederlanden, waar weer een ronde zou worden uitgevochten in de zich van jaar tot jaar voortslepende oorlog met Spanje.
Zijn kinderen werden dan toevertrouwd aan de zorgen van zijn nicht Catharina Suerius en een gouverneur. De laatste moest regelmatig schriftelijk verslag uitbrengen aan Huygens over de vorderingen van zijn pupillen.
Mijn wijze vader heeft ons onze eerste kennis niet op een publieke school laten opdoen, en binnen de muren van mijn huis waren mijn zoons de eerste en laatste zorg. Hun gouverneurs voorzag ik van zelfgemaakte leerstof en uittreksels waar ik de pupillen doorheen geleid wilde hebben. Alle wijdlopigheid waar je niks mee opschiet, had ik weggesneden, zodat het geen martelgang voor ze werd. Zonder vrucht is mijn vaderlijke toewijding niet gebleven. Alles leerden zij bijzonder snel en met hun wakkere geest liepen zij zo op hun meesters vooruit dat bij allen de teugel nodig was, aansporing bij niemand. Het resultaat sprak voor zich. |
Boek I, r.1
493-502. Vertaald uit het Latijn door Frans Blom.
Overgenomen uit: Mijn leven, verteld aan mijn kinderen
(…), Amsterdam 2003. Dl. I, p. 145.
Van Constantijn Huygens’ zoons trad eigenlijk
alleen Constantijn jr. (1628-1697) in zijn voetspoor. Al op jonge
leeftijd werd hij benoemd tot secretaris van stadhouder Frederik
Hendrik, en werd daarmee de collega van zijn vader. In het Stadhouderloze
Tijdperk hadden de Oranjes geen functie voor hem beschikbaar.
Constantijn jr. assisteerde in die tijd zijn geleerde broer Christiaan,
onder meer bij het slijpen van lenzen voor telescopen. Ook was hij een
zeer kunstzinnig tekenaar. Na het Rampjaar,
1672, werd Constantijn jr. secretaris van stadhouder Willem III, en dus
opnieuw collega van zijn vader. Gedurende tientallen jaren hield hij
een dagboek bij dat een goed inzicht geeft in het leven aan het hof,
met alle wijze en dwaze hovelingen die daar rondliepen.
Christiaan jr. (1629-1695) sloeg een geheel
andere weg in dan zijn vader voor hem had uitgestippeld. Hij voelde
niets voor de diplomatie of het hofleven, maar legde zich toe op de
natuurwetenschappen. Met succes: hij zou uitgroeien tot een van de
belangrijkste geleerden van zijn eeuw en zou een aantal belangwekkende
uitvindingen en ontdekkingen doen. Zijn bekendste wapenfeit is de
uitvinding van het slingeruurwerk. In 1659 ontdekte hij met een door
hem ontworpen telescoop de ringen van de planeet Saturnus.
Lodewijk (1631-1699) moet een paar
karaktertrekjes gemeen hebben gehad met de dwaze hoveling die zijn
vader had beschreven in Zedeprinten. Hij werd in
1672 benoemd tot drost van Gorinchem, een hoog bestuursambt. Zijn
beleid kenmerkte zich door corruptie en zelfverrijking. Hij was gehaat
onder de bevolking en viel in ongenade bij stadhouder Willem III. Dit
tot groot verdriet van Constantijn Huygens, die zijn zoon altijd met
hand en tand verdedigd heeft.
Huygens’ vierde zoon, Philip (1633-1657), had de
meeste moeite met het opleidingprogramma van zijn vader; hij kon zijn
drie begaafde oudere broers niet evenaren. Hij overleed in Polen,
tijdens zijn grand tour, de buitenlandse
studiereis die elke jongeman van aanzienlijke afkomst moest maken.
Susanna (1637-1725), was volgens Huygens
intelligent en talentvol genoeg om het opleidingsprogramma van haar
broers te volgen. Maar dat gebeurde niet: Huygens koos voor zijn enige
dochter toch voor een eenvoudige opleiding, zoals ook zijn zusters
indertijd hadden gehad.
Susanna deed wat een vrouw doen moest: trouwen met een goede partij. In 1660 trad zij in het huwelijk met haar rijke neef Philip Doublet.
Christiaan Huygens (1629-1695), wetenschap in de Gouden Eeuw (De Canon van Nederland).
A.Th. van Deursen, E.K. Grootes en P.E.L. Verkuyl, Veelzijdigheid als levensvorm; facetten van Constantijn Huygens’ leven en werk; een bundel studies ter gelegenheid van zijn driehonderdste sterfdag. Deventer 1987. Deventer Studiën 2. p. 128.
C. Huygens, Mijn Jeugd. Vertaling [uit het Latijn] en toelichting C.L. Heesakkers. Amsterdam 1987. Griffioen-reeks.
C. Huygens, Mijn leven, verteld aan mijn kinderen, in twee boeken. Ingeleid, bezorgd en van commentaar voorzien door F.R.E. Blom. Dl. I: Inleiding, teksteditie en vertaling. Dl. II: Commentaar en annotatie. Amsterdam 2003. (Dissertatie).
J. Smit, Het leven van Constantijn Huygens (1596-1687), de grootmeester van woord en snarenspel. Den Haag 1980. p. 52.