Kerstgroet uit Krefeld



Glühwein, Bratwurst per meter, een kerstkind met een Samsonite en een hemelschreiende hoeveelheid Kitschrommel. Dat waren de beelden, waarmee ik, iets meer dan een jaar geleden, terugkwam van een bezoek aan de Düsseldorfse kerstmarkt. Reden voldoende om er nooit meer heen te gaan.

Aan de andere kant: ik wilde nog altijd eens kennismaken met de trams van het plaatselijke vervoerbedrijf: die mooie moderne met de panoramaruiten en die oude dubbelgelede met bijwagen. Bovendien: ik had nog wat Marken in het buffet liggen, overgehouden van de zomervakantie, en die moesten toch ook op voordat de Euro ons wettig betaalmiddel zou worden. Daarom ondernam ik op maandag 20 december 1999 een nieuwe tocht naar de Düsseldorfse kerst-ellende. Maak je op voor ca. 7 A-tjes Deutschtum!

Omweg

Die dure Eurocity, die ken ik nu wel, onder andere van onze reis naar Duitsland, in augustus. Daarom besloot ik, een omtrekkende beweging te maken. Vanuit Venlo rijdt elk uur een stoptrein naar Keulen. Met een overstap in Viersen kun je in nog geen drie kwartier tijd de stad Krefeld bereiken, waar ze ook een kerstmarkt schijnen te hebben. Vanuit Krefeld rijdt elke twintig minuten een U-Bahn naar Düsseldorf.

Een dagretourtje Leiden - Krefeld via Venlo kost slechts f 95,50; tientallen guldens goedkoper dan een EC-ritje naar Düsseldorf. Dit, terwijl je met de omweg via Venlo veel meer trein krijgt voor je geld: immers de rit duurt maar liefst 3,5 uur. Op de terugweg doe je het in 3 uur precies; het verschil is een gevolg van het ingewikkelde verhaal over treinen die elkaar in Duitsland op het hele uur passeren, terwijl dit op ons eigenwijze stukje grond gebeurt om 47 minuten na het hele uur; ik heb er wel eens een column over geschreven. Op de heenweg sta je dus een halfuur te wachten in Venlo, terwijl er terug min of meer een aansluiting is.

Volgens HAFAS moet ik om 8:12 vertrekken van Lammenschans, om om 11:42 aan te komen in Krefeld. Zekerheidshalve neem ik een trein eerder; die van 7.55, om een buffer van een kwartier op te bouwen tegen eventuele vertragingen. Met uitzondering van die in Venlo, zijn de aansluitingen nogal krap.

Wit

Als ik de deur uitloop - niet al te vroeg - zie ik dat het vannacht gehageld heeft. Het is glad. Met een mengsel van haast en voorzichtigheid loop ik in een uiterst vermoeiende eendenpas naar het stationnetje. Ik red het niet; pas om 7.56 beklim ik de hoge trappen naar het enige perron langs het enige spoor. Gelukkig heeft de trein 3 minuten vertraging. Blazend laat ik me in de trein op een bank vallen. Ik ben nu al moe, eigenlijk. De dikke wintertrui gaat uit.

Twee uur later sta ik in Eindhoven en hoor ik omroepen dat de IC van 10.02 naar Venlo een vertraging heeft van tien minuten. Ik ben nu ineens erg blij met het oponthoud in Venlo. Een krappe aansluiting zou ik beslist niet gehaald hebben. Nu ben ik ruim op tijd.

In heel Nederland heeft het gesneeuwd of gehageld. Voor de verandering rijden we door een wit land, in plaats van een groen. Zolang het nog kan, geniet ik van dit uitzicht; vanmiddag zal het wel snel wegsmelten.

In Venlo bekijk ik het ritueel van het locomotief wisselen. De 1737 wordt gekoppeld aan de IC waar ik zojuist ben uitgestapt. Langs spoor 3 staan de reizigers klaar voor Duitsland. Over het algemeen zijn ze bepakt en bezakt met koffers en weekendtassen.

Venlo is onlangs in internationaal opzicht gedegradeerd. Tot voor kort stopte hier eens per twee uur de internationale sneltrein Eindhoven - Keulen. Deze is opgeheven en vervangen door een boemeltje Keulen - Venlo. Die heeft dan nog wel een mooi naam (de "Rhein-Holland expresse") en voordat hij vertrekt, wordt je in twee talen verzocht, in te stappen. Er wordt een hoop gezegd en geschreven over het wegvallen van de Europese grenzen, en over hoge snelheidslijnen, maar de laatste jaren is het internationale treinverkeer er niet echt op vooruitgegaan.

Het boemeltje komt binnen: vier vale wagons, getrokken door zo'n mooie rooie Duitse loc. Circa 50 mensen stappen uit. Geen weekendtassen; het zijn dagtrippers. Vanavond terug met de binnenzakken van de regenjas vol Drogen en Porno-hefte. Och, je moet die ellendige feestdagen toch zo aangenaam mogelijk zien door te komen.

Ik meende, dat de rode locomotief naar de andere kant van de trein gerangeerd zou worden, maar dit is niet het geval. De rode wordt afgekoppeld en aan de andere kant komt er een vergelijkbaar exemplaar vóórrijden. Er blijft dus altijd één loc achter in Nederland.

We vertrekken, met een trein die nog niet halfvol is. En dat terwijl ons volop kerstplezier wacht in Duitsland. Dit lijkt me een verlieslatend lijntje, gerekend over twaalf maanden per jaar.

In de jaren zeventig heb ik dit traject vaak afgelegd met de goede oude Bergland-Expresse, de nachttrein naar Oostenrijk. We vertrokken dan aan het begin van de avond van Den Haag Staatsspoor, ook zo'n gouwe ouwe, en reden dan tegen zonsondergang even voorbij Venlo het land uit. Zou hij nog bestaan, de Bergland?

Coornhert

We overschrijden de grens, met lichte vertraging, zoals bijna alle treinen vandaag. Ik wil me niet beklagen; automobilisten hadden het veel en veel zwaarder.

Op het Nederlands traject van mijn reis heb ik vanmorgen geen conducteur gezien, maar we zijn de grens nog niet over of de Schaffner komt langs. Mijn internationale biljet ontvangt zijn eerste stempeltje. Misschien weet de man niet eens, dat zijn Hollandse collegae de laatste tijd enigszins gedemotiveerd zijn. Toch: het beste middel om zwartrijders te ontmoedigen, lijkt mij: regelmatig en stringent controleren, zodat de pakkans 100% wordt.

Ik heb weinig in de kranten gelezen over het werkoverleg tussen NS-reizigers en de conducteurs, dat afgelopen woensdag het agressieprobleem in de trein definitief had moeten oplossen. Ongetwijfeld is er een halfzacht compromis gesloten; zo ingewikkeld dat het door door geen journalist nog is uit te leggen aan een lezer. "Facultatieve controles, waarbij de reiziger dan facultatief zijn kaartje moet laten zien", zoiets zie ik in het Nederlandse moddermodel wel uit de bus rollen, na een hele dag en een halve nacht vergaderen.

Maar schreef ik als hoofdredacteur van DDR vorige week niet, dat er "nu echt keiharde maatregelen nodig zijn", met de fermheid van iemand die niet verantwoordelijk is voor de gevolgen? Nee, dan Duitsland. De prijzen voor verklikkers zijn verhoogd, lees ik. Vorig jaar, in een Duisburgse tram, werd een beloning van maximaal DM 500 geboden voor de brave reiziger die zou helpen bij het aanhouden van een vandaal. Deutsche Bahn AG heeft de prijs nu al opgeschroefd tot DM 1000, zo staat boven elke deur te lezen. Die som is de moeite waard.

Nauwgezet hou ik mijn medepassagiers in het oog. Aan de overzijde van het gangpad zitten twee jongens van een jaar of 19 beurtelings bier te klokken uit een anderhalve-literfles. Typisch figuren die straks, als de conducteur even niet kijkt, een scherp mes grijpen om er de zitting mee open te rijten (waar overigens weinig aan verloren is; het interieur van deze trein dateert nog uit de Weimar-republiek).

In Kaldenkirchen komt er een jong volwassene de coupé binnen. Hij draagt een lange zwarte jas, een oudmodische Buddy Holly-bril en een versleten pukkel-tas, waaraan een dertig centimeter lang plastic geraamte hangt te bungelen. De jongen gaat tegenover me zitten en kijkt uiterst stuurs, zelfs naar Duitse maatstaven. Ook die vertrouw ik niet.

Ik hou het drietal scherp in de gaten. Als ik ze ook maar één vernieling zie plegen, (een opzettelijke vernieling, zoals het plakkaat boven de deur preciseert), dan zal ik onmiddellijk de conducteur waarschuwen. Terwijl de schuldigen dan bij het volgende station gevankelijk worden afgevoerd door de Kriminalpolizei, strijk ik een bedrag op van 1000 harde Duitse marken, waarmee ik straks op de kerstmarkten goede sier kan maken.

Plotseling wordt de oplossing van het Hollandse agressieprobleem me in een visioen geopenbaard. In dikke rode letters (het visioen is in kleur) zie ik boven alle NL-treindeuren staan: "Maximaal 2500 gulden beloning voor de reiziger die een agressieve zwartrijder helemaal lens slaat, dan wel compleet verrot schopt". Dan hoeven de conducteurs nooit meer te klagen over gebrek aan hulp van het publiek. Maar nee; met zulke voorstellen krijg je meteen de Coornhert-liga op je dak.

In Viersen, vlakbij Mönchengladbach, stap ik over op de trein naar Hamm, een iets moderne en meer comfortabele trein. Het eerstvolgende station is Krefeld al; ik neem niet de moeite om mijn jas uit te trekken. Te Krefeld probeer ik de trein aan de verkeerde kant (een goederenperronnetje) te verlaten, maar wordt door een meisje tot de orde geroepen. Het valt me nog mee, dat ze me niet aangeeft wegens een mogelijke poging tot vermeend vandalisme.

Weegschaal

Krefeld is een knooppunt. Er vertrekken van hier treinen naar Aachen, Düsseldorf, Hamm, Kleve, Mönchengladbach, Wittlich via Keulen, en Wesel. Allemaal treinen op het niveau RB en RE; IC's zul je hier niet zien. Ik verlaat het station. Ook hier in het trappenhuis weer zo'n handig transportbandje voor zware koffers.

Op de kaart van Krefeld heb ik de vorige avond opgezocht hoe ik naar de markt moet lopen; het is op loopafstand van het station. Verder heb ik me nauwelijks in de stad verdiept. Ik dacht dat het een onbeduidend provincieplaatsje was, maar als ik het station uitkom, zie ik verschillende trams rijden; niet alleen de U-Bahn naar Düsseldorf, maar ook lokale trams met een nogal Rotterdams uiterlijk en geluid.

In de Ostwal, de brede allee die het station met de binnenstad verbindt, liggen merkwaardige rails; smalspoor binnen normaalspoor. De metersporige stadstrams delen hier hun baan met de U-Bahnstellen. Nu ga ik me nog eens goed oriënteren op de kaart, en zie dat hier niet minder dan 4 lokale tramlijnen rijden.

Dat straks. Eerst de markt. Na enig zoeken vind ik hem op een pleintje aan de voet van grootwinkelbedrijven. Wat een klein rotmarktje! Hooguit een kraam of twintig, met de verplichte draaimolen in het midden. De markt bestaat voornamelijk uit vreettenten; in dat opzicht verschilt hij niet van die in Duisburg en Düsseldorf.

Naast de kraam van een handelaar in lorrige kerstcadeau's staat, als een vermanende vinger, een frêle personenweegschaal met een maximum laadvermogen van 150 kg. Helmut Kohl kan er beter niet op gaan staan, zelfs niet als hij zijn zakken eerst leegmaakt. Het apparaat lijkt bedoeld als memento mori, om de klanten te wijzen op de schadelijke gevolgen van alle veelvreterij. Nu is de doorsnee-kerstmarktbezoeker eerder gericht op aankomen dan op afvallen. Er neemt dan ook niemand op de weegschaal plaats.

Zo, na tien minuten heb ik dit marktje wel gezien. De reis van vier uur meer dan waard. Even later stuit ik, aan de voet van een kerk die voor de oorlog heel mooi geweest moet zijn, op een tweede marktje. Hier ben ik even snel uitgekeken. Weer later zie ik op een aanplakbiljet dat de markt verdeeld is over drie lokaties, maar de derde kan ik niet vinden. Goed; des te meer tijd heb ik voor de tram.


Marktplein; Uerdingen


Bayer Uerdingen

Om kwart over één ben ik terug bij het station. Uit een automaat trek ik een dagkaart voor de B-Strecke; daarmee kan ik ook in Düsseldorf komen, mits ik niet verder reis dan de wijk Bilk en het centrum. Een dagkaart is nog net lonend.

We bevinden ons hier in het zeer uitgestrekte vervoersgebied van het Verkehrsverbund Rhein-Ruhr (VRR), dat verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer in een regio bijna half zo groot als Nederland, met meer dan 7 miljoen inwoners. VRR overkoepelt 22 plaatselijke en regionale vervoersbedrijven, waaronder de Städtische Werke Krefeld AG (SWK), dat het stadsvervoer in Krefeld verzorgt, en de Rheinbahn, het stads- en streekvervoerbedrijf voor Düsseldorf en omgeving.

De trams 41 t/m 43 halteren ten westen van het station; lijn 44 en U-76 aan de oostzijde. Ik kies voor lijn 43 naar Uerdingen; dat is een plaatsje aan de Rijn, zie ik op de kaart. Het zal er beslist mooier zijn dan in Krefeld; een stad die in de oorlog compleet is platgebombardeerd en daarna vrij fantasieloos is wederopgebouwd. De rit naar Uerdingen Bahnhof zal 24 minuten duren, zegt het bordje bij de halte, en de tram rijdt in kwartierdienst.

Het duurt lang voordat de tram komt. Ik zie hem staan in de verte, maar hij zit achter een oranje veegwagen die de tramsporen reinigt. In Duitsland wordt overal en altijd overvloedig gepoetst en geveegd.

De tram is van buiten hypermodern maar heeft een zeer conservatief interieur: degelijke donkerrode banken en verder ook een nogal sombere kleurstelling. Het is een dubbelgelede tweerichtingstram, zoals de meeste exemplaren die ik vandaag zie rijden. De banken staan tegenover elkaar; twee-aan-twee en één-aan-één.

We rijden de Ostwal op. Het gaat langzaam. Op de Rheinstrasse, vlak bij de marktjes, loopt de tram vol. Een meisje tegenover me, zit haar vriend te aaien. Deze kijkt enigszins ongemakkelijk. Hij moet nog wennen aan zijn status van geliefde, en is het eigenlijk niet met zichzelf eens over de vraag, of hij dit wel wil.

De tram slaat rechtsaf en we komen uit op de Uerdinger Strasse. Het is een weg met aan weerszijden luxueuze landhuizen en doorkijkjes op parken. Het kost me weinig moeite, me te verbeelden dat ik met RET lijn 4 op weg ben naar Hillegersberg; daar lijkt het hier wel wat op. Tot halverwege Uerdingen rijdt lijn 43 parallel met 42 (Elfrath-Stahldorf)

De tram wordt nog steeds drukker. De jongen oogt nu eindelijk wat ontspannener. Gewillig laat hij zich door het meisje aan de boezem prangen. Maar ineens komt hij tot zichzelf en veert op voor een zojuist ingestapte oude man, aan wie hij gaarne zijn plaatsje afstaat. Het meisje kijkt geschoffeerd, nu ze ineens naast een bejaarde zit. Dit gaat niets worden, vreest zij.

Uerdingen is een stadje vol statige, oude huizen, in de meest uitheemse kleuren geschilderd. Roze overheerst. Vanaf het trameindpunt, tegenover het station, loop ik naar de Rijn. Op een ANWB-bord wordt uiteengezet, dat Uerdingen weliswaar geannexeerd is door Krefeld, maar al veel eerder in de geschiedenis stadsrechten heeft gekregen. Hetzelfde geldt voor Hillegersberg; dat is een paar eeuwen ouder dan Rotterdam waardoor het is opgegeten. Onrecht ook hier.

De Rijn is zo'n 700 meter breed en vertoont een snelle stroming. Vanaf een hoge kade heb ik een prachtig uitzicht over de kronkelende rivier. Aan de overzijde zenden de fabriekspijpen van Bayer dikke rookwolken de lucht in. Overal in het Ruhrgebiet zie je ergens wel een pijp van Bayer aan de einder. Bayer Uerdingen; is dat geen voetbalclub?

Ik neem de tram terug. Deze is wat minder afgeladen dan die op de heenweg. De tram heeft de Thyssen-staalfabriek als eindbestemming; dat lijkt me niet al te spannend. Bij de Rheinstrasse stap ik uit. Aan deze halte stoppen alle tramlijnen van SWK; tevens is hij het eindpunt van de U-Bahn uit Düsseldorf. Ik zie hem al klaar staan, langs zijn eigen perron, maar hij vertrekt pas over tien minuten, dus ik ga eerst het een en ander fotograferen. Daarna bestudeer ik de halte-informatie. De tram rijdt hier gedurende 20 uur per dag. De meeste lijnen beginnen al vóór 5.00 uur en gaan door tot ver na middernacht. Maar de allereerste tram van de dag, als ik me goed herinner lijn 43 richting Thyssen, vertrekt al om 3.59 (Brrrrrr!).

De Düsseldorfer U-Bahn op de Ostwal in Krefeld

Lijzig

De U-bahn doet 5 minuten over het stukje naar het station; nog geen kilometer. Voorbij het Hauptbahnhof loopt hij nog even parallel met tram 46. Dan is er een splitsing; smal- en normaalspoor gaan elk hun eigen weg. Wij slaan rechtsaf, het spoor onderdoor. De U-Bahn rijdt - ik ken het systeem inmiddels - eerst een poosje langs achtertuinen van buitenwijkhuizen; daarna gaan we de velden in, die ondanks een dag zon, nog steeds witbesneeuwd zijn.

De tram is niet overdreven druk, en rijdt ook niet overdreven snel; 70 kilometer per uur, op het oog geschat. Zo eens per twee kilometer is er een station met soms nauwelijks bebouwing in de buurt. Alle haltes en stations worden aangekondigd door een sonoor gongetje ("boinngggg") waarna een elektrische juffrouw de naam afroept. Een klein meisje, dat achter me zit, bauwt telkens haar lijzige stemgeluid na. "Meer-busch Görgersheide". Na Meerbusch rijden we de westelijke wijken van Düsseldorf binnen. Het geboemel begint weer; de haltes staan hier hooguit 500 meter uit elkaar.

We krijgen gezelschap van twee andere lijnen: U70 en U77. Later voegt U 75 uit Neuss zich hier nog bij. Op dit traject is er een frequentie van minstens één U-Bahn in de vijf minuten. Aan de hoge kant misschien: ik zie een paar tegemoetkomende trams die zo goed als leeg zijn.

"Luegplatz". De laatste halte op de westelijk Rijnoever; in de wijk Oberkassel. De tram rijdt de Oberkasseler-Brücke op. Een kleine kilometer verderop ligt de halte Tonhalle. Hierna duiken we onder de grond. Het eerste ondergrondse station is Heinrich Heine Allee, dat ik nog ken van vorig jaar. Ik stap uit. De rit van ca. 22 kilometer heeft 40 minuten geduurd; een gemiddelde dat overeenkomt met dat van lijn U 76 (Duisburg - Düsseldorf) die ik vorig jaar genomen heb.

Kegel

Het is kwart voor vier, en als ik vanavond op een nog een beetje christelijk tijdstip thuis wil zijn, moet ik hier om halfvijf weg. Nog drie kwartier om die twee bijzondere stadstrams van Rheinbahn te "doen": die nieuwe met zijn panoramaruiten en die oude met zijn aanhangwagen. Maar evenals vorig jaar, exact 53 weken geleden, zelfde plaats, zelfde tijd, besluit ik dat ik er geen zin meer in heb. Nu ben ik een zoon van een land dat Uitstel heeft verheven tot staatsgodsdienst nummer één, dus ik schuif het gewoon opnieuw door; naar december 2000.

Die nieuwe tram met die grote ramen; daar schijnt er overigens één van in Amsterdam rond te rijden. Ik heb hem daar nog niet gezien.

Dan ga ik nog maar wat rondhangen op de kerstmarkt. Als ik de Shadowplatz betreedt, waait me een penetrante walm van Gluhwein tegemoet; de collectieve drankkegel van duizenden marktbezoekers. Over de markt rijdt een speelgoedtreintje. Ik zie het ding passeren. Het is bedoeld als pretje voor de kinderen. Maar door het achterraam van het gevaarte staart mij het moede, treurige gezicht aan van een ongeveer 80 jaar oude man, die hier rondrijdt met zijn (achter)kleinkinderen. Ik meen te weten, wat de man kwelt: hij denkt terug aan de geschiedenis van Duitsland in de 20ste eeuw.

Uit een kraam verderop klinkt een door merg en been snerpend vrouwengekrijs. Wat is daar aan de hand? Wordt er iemand levend gevild? Nee, de vrouw die het zo te kwaad heeft, staat in een marktkraam, en brengt buikspreekpoppen aan de man. Met waanzinnig gegil laat zij haar pop spreken; de houten bek klept op en neer. Ook de lippen van de kraamhoudster zijn in heftige beroering. Als dat buikspreken moet verbeelden...

Ik fotografeer het Wirtschaftswunder: de kantoorkolos waar het geld verdiend wordt, en de markt, waar het wordt uitgegeven. Ook deze keer slaag erin, een niet al te smakeloos cadeau voor mijn moeder op te sporen: een kaars, vervaardigd uit bijenwas. Het is hier een populiar artikel. De standhoudster kijkt, alsof ze de Düsseldorfse kerstmarkt gaarne in een hele diepe slenk zou zien wegzinken, met kramen en koopwaar en klanten en al. Het evenement loopt op zijn laatste benen. Ze staat hier al bijna twee maanden. De kerstmarkt begint niet lang na mijn verjaardag (4 november) en wordt as. donderdag opgebroken. Wie vrijdag nog in Düsseldorf gaat winkelen, moet wel op de tijd letten. Op kerstavond gaan de trams, U-Bahnen en bussen in Düsseldorf al rond 16.30 naar de remise, om er voor kerstmorgen niet meer uit te komen.

Restauratie

Tegen halfvijf daal ik af in de catacomben van het U-Bahn station. Ik besluit, mijn volgende bezoek aan Düsseldorf nog verder uit te stellen; tot lente 2001. Die kerstmarkt hoeft voor mij geen derde keer.

De terugreis naar Krefeld levert een verrassing op: als de U-Bahn het station binnenrijdt, zie ik dat hij is voorzien van een restauratiewagen. Ik heb er ooit iets over gelezen, maar had aangenomen, dat deze service al lang geleden beëindigd was. Bij mij vorige bezoek aan Düsseldorf heb ik de Speisewagen niet gezien.

De restauratiewagen lijkt wel wat op die in de oude, nog niet verbouwde, plan T-treinen, met dit belangrijke onderscheid, dat er hier in Düsseldorf echt verversingen worden geserveerd. De serveerster vliegt met dienbladen heen en weer tussen het minuscule keukentje en de gasten, die gezeten zijn aan tafeltjes. Met snelle, hoekige gebaren zet zij koffiekopjes neer en int zij geld. We zitten hier duidelijk in een Schnell-imbiss.

De Speisewagen zit vol met winkelend publiek en vooral met forenzen. Het lijken me stamgasten; er worden geanimeerde gesprekken gevoerd. Zouden die Speisewagens rijden op vaste tijdstippen, of is het gewoon een tref? In de dienstregeling staat er niets over vermeld.

Ik moet een lange tijd wachten, voordat er een plekje vrijkomt. Eindelijk kan ik gaan zitten. Ik bestudeer de Speisekarte, die een kort historisch overzicht geeft van deze railverbinding. De lijn Krefeld - Düsseldorf werd door Rheinbahn in 1898 in gebruik genomen, en was daarmee de eerste elektrische "Schnellbahn" van Europa (hij was de ENET-lijn Zandvoort - Haarlem dus maar een jaar voor). In 1924 is men begonnen met de restauratieservice.

Ik slaag erin, de aandacht te trekken van de drukke serveerster en bestel een broodje Hollandse kaas en een cappuccino. De broodjes zijn op (een Imbiss zonder dat er iets te bijten valt) en de cappuccino heeft een zure bijsmaak. Misschien hoort dat in Duitsland, en is het geen teken van beginnend bederf. Niet getreurd: ik zit toch maar mooi in de enige tramrestauratie van Europa.

Buiten is niets meer te zien, en in plaats daarvan bekijk ik de vandaag gemaakte foto's. Dat had ik beter niet kunnen doen, want als de tram Krefeld Hbf nadert, en ik de nu bijna verlaten Speisewagen wil fotograferen, blijkt de batterij leeg. Ik kom dus thuis zonder bewijs. Een restauratiewagen in een sneltram; dat gelooft niemand. Ik had natuurlijk het menu kunnen stelen, of het kopje, maar zoiets durf ik niet; zeker niet in Duitsland. Stel, dat iemand me aangeeft bij de Behörden.

Op de lange terugreis van Krefeld naar Leiden gebeurt niets vermeldenswaardigs. De lezer mag ervan uitgaan, dat ik veilig ben teruggekeerd in het vaderland.

Frans Mensonides
23 december 1999


Gelukkig vind ik na thuiskomst op de website van Rheinbahn wat informatie over de restauratierijtuigen (die je overigens Bistro's moet noemen).


LEIDEN LAMMENSCHANS - DÜSSELDORF HEINRICH HEINE ALLEE en terug

Trein Leiden Lammenschans 7:55 +3 Utrecht CS 8.34 +4
Trein Utrecht CS 8.47 0 Eindhoven 9.39 -2
Trein Eindhoven 10.02 +9 Venlo 10.32 +12
Trein Venlo 11.06 0 Viersen 11.27 +2
Trein Viersen 11.33 +1 Krefeld Hbf 11.42 +1
Tram 43 Krefeld Hbf 13.30 +4 Uerdingen Bf 13.54 +7
Tram 43 Uerdingen Am Röttgen 14.36 0 Krefeld Rheinstrasse 14.55 0
U-76 Krefeld Rheinstrasse 15.05 0 Düsseldorf H. Heine Allee 15.45 0
U-76 Düsseldorf Heine Allee 16.30 0 Krefeld Hbf 17.07 +2
Trein Krefeld Hbf 17.14 +4 Viersen 17.23 +4
Trein Viersen 17.29 +3 Venlo 17.51 +4
Trein Venlo 18.02 +3 Eindhoven 18.33 +3
Trein Eindhoven 19.26 +3 Utrecht CS 20.17 +2
Trein Utrecht CS 20.39 0 Leiden Lammenschans 21.17 0





Alle stations en haltes:

Leiden Lamnmenschans - Alphen a/d Rijn - Bodegraven - Woerden - Vleuten - Utrecht CS - 's-Hertogenbosch - Eindhoven - Helmond - Venlo - Kaldenkirchen - Breyell - Boisheim - Dülken - Viersen - Krefeld Hbf.

Krefeld Hbf - Dreikönigenstrasse - Rheinstrasse - Philadelphiastrasse - Viktoriastrasse - Moltkestrasse - Sprodentalstrasse - Kaiserstrasse - Zoo - Sommerhof - Sollbrüggenstrasse - Bockumerplatz - Gertrudstrasse - Fasanenstrasse - Oldenburgerweg - Langestrasse - Mundelheimerstrasse - Am Röttgen - Uerdingen Bahnhof.

Krefeld Rheinstrasse - Krefeld Hbf - Diessem - Königshof - Fischeln - Grundend - Meerbusch Görgersheide - Hoterheide - Bovert - Haus Meer - Forsthausweg - Meerbusch Budeloh (?) - Landsknecht - Dusseldorf Lörich - Löricher strasse - Lohweg - Prinzenallee - Rheinbahnhaus - Belsenplatz - Barbarossaplatz - Luegplatz - Tonhalle - Heinrich Heineallee.