Light-Rail in Nederland

Trein - Metro - Metro / Sneltram - Sneltram

Utrecht - Nieuwegein - Ijsselstein



Lang voordat de kreet light-rail uitgevonden was, bestonden er in Nederland al light-rail projecten. De digitale reiziger besteedt aandacht aan vijf voorbeelden van grootstedelijk railvervoer. Vandaag deel 1: de sneltram Utrecht - Nieuwegein - IJsselstein



Inleiding - Kanaleneiland - IJsselstein - Nieuwegein
face lift - karakteristieken



Na Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is Utrecht tramstad nummer vier
van dit land. Dat is niet altijd zo geweest. Het stadstramnet van
Utrecht werd al voor de oorlog opgeheven. Na tientallen rail-loze
jaren, duurde het tot 1983 totdat opnieuw een tram door de
Utrechtse straten reed. Het was de sneltram Utrecht - Nieuwegein,
in zijn beginjaren soms afgekort tot SUN. Het zonnetje in huis was
de SUN toen al niet. Nieuwegein, een groeikern ten zuiden van
Utrecht met thans 70.000 inwoners, had liever een echte
spoorverbinding gehad. Zij kregen een tramlijn, die weliswaar door
NS werd aangelegd, maar niet de snelheid bood waarop de
Nieuwegeiner gerekend had. Bij het voorvoegsel "snel" mag de
reiziger wel wat vraagtekens zetten; de gemiddelde snelheid
bedraagt zo'n 27 km/uur, wat erg bleek afsteekt tegen die van de
Zoetermeerlijn en de Rotterdamse metro (beide ca. 40 km/uur).

Enkele jaren na de introductie kreeg de tram een zijtak van Nieuwegein naar het enige kilometers verderop gelegen IJsselstein. Daarmee was het Utrechtse tramnet wel compleet. De uitbreidingsplannen vullen vele ordners, maar zijn (op één kleintje na) niet doorgegaan. Eerst zag vooral ROVER wel iets in doortrekking van de tram naar de noordelijke stadswijk Zuilen en buurgemeente Maarssen. Vervolgens ontstonden plannen voor een doortrekking (al dan niet ondergronds) via het centrum naar De Uithof / AZU. Vandaar zou het nog maar een kleine stap zijn naar Zeist, waar 60.000 inwoners zaten te springen om snelvervoer. Andere veel genoemde uitbreidingsmogelijkheden waren Vianen, Bilthoven/De Bilt, de polder Galecop bij Nieuwegein en het mega-nieuwbouwproject Leidse Rijn, ten westen van de stad, dat naar het zich nu laat aanzien, t.z.t. per snelbus bediend zal worden.

Al met al hebben de Utrechtse stadstrams nog steeds hun eindpunt bij het Moreelsepark, een sombere zijstraatje, ingeklemd tussen Utrecht CS, Hoog-chagrijne, het streekbusstation en de NS-hoofdgebouwen. De enige uitbreiding die wel gerealiseerd gaat worden is die in IJsselstein: van het huidige eindpunt Achterveld naar de nieuwe wijk Zenderpark, over een bescheiden afstand van niet veel meer dan een kilometer.

De trams rijden onder lijnnummers 60 en 61, wat hun weinig prominente positie in de Utrechtse samenleving onderstreept. De nummers 1 en 2 zouden meer op hun plaats zijn voor hoogwaardig OV. Zelfs de tramhobbyisten lijken niet van het Utrechtse tramlijntje gecharmeerd te zijn; in tijdschriften krijgt de SUN meestal niet meer dan een hoekje van het blad, nog onder de museumtram in het Arnhemse openluchtmuseum.

De plompe, vierkante sneltrams zijn werkpaardjes en geen luxepaardjes. Ondanks alles verslepen zij 30.000 passagiers per dag, waarmee de meest optimistische ramingen van de plannenmakers in de jaren zeventig ruimschoots overtroffen zijn. Wie zich niet laat afschrikken door het wel erg Spartaanse uiterlijk van de halteperrons, vindt in de SUN, zoals ik hem nog maar even blijf noemen, een onverwacht comfortabel vervoermiddel, met een geruisloze gang en comfortabele stoelen.

Een laatste bijzonderheid nog, voor we aan boord stappen: de SUN is de enige tramlijn in Nederland is die geëxploiteerd wordt door een streekvervoerbedrijf, nl. Midnet. Het rijdend personeel doet afwisselend dienst op tram en bus; iets wat bij HTM, RET en GVB, met hun hokjescultuur, ondenkbaar zou zijn.


Kanaleneiland

Op zaterdag 24 oktober heb ik rond het middaguur een uurtje over, alvorens ik naar Den Bosch reis om NS busvervoer te zien inzetten. Ik gebruik dit uurtje voor een rit per sneltram naar Westraven, de laatste halte op Utrechts grondgebied, voordat de tram het Amsterdam-Rijnkanaal oversteekt op weg naar Nieuwegein. Het halteperron bij het Stadsbusstation ziet er allerbelabberdst uit, een betonnen doolhof dat reizigers eerder afschrikt dan aantrekt. Tot overmaat van ramp hangt het geval vol posters die een optreden aankondigen van Henk Westbroek, de beruchte Utrechtse zanger / deejay / alcoholist / politicus, voor wie openbaar vervoer eigenlijk helemaal niet hoeft.

De tram is drie minuten te laat, waarmee voor wat betreft deze rit alle doorstromings- en snelheidsmaatregelen alweer te niet zijn gedaan. In theorie rijdt de tram met ideale doorstroming en heeft hij op elk kruispunt groen licht. De praktijk is vaak anders, weet ik uit eerdere ervaringen op deze "snellijn". Gelukkig is het tijdrovende verkopen van kaartjes door de bestuurder de laatste jaren wat afgenomen. In de tram is alleen de peperdure 8-strippenkaart verkrijgbaar. De verkoop geschiedt via een glazen luikje, waarop de reiziger moet tikken om de aandacht van de bestuurder te trekken.

De SUN verlaat Utrecht via de grote zuidelijke wijk Kanaleneiland ("Knoal'aaijlaajn" in de Utrechtse tongval). Op dit traject, met veel kantoren links en rechts van de baan, trekt de SUN in ochtend- en middagspits een groot gedeelte van zijn 30.000 dagelijkse klanten. Nu, op zaterdag, is de tram niet al te vol, al vertekent het beeld doordat er twee wagens gekoppeld zijn, met in totaal 160 zitplaatsen. De zaterdagse frequentie bedraagt tien minuten, althans op het traject tot Nieuwegein Centrum, waar de lijn zich splitst in een tak naar Nieuwegein Zuid en IJsselstein. Op elk van deze takken rijdt slechts eens per 20 minuten een tram, wat voor grootstedelijk lightrailvervoer wel erg minnetjes is.

Het railvoertuig rijdt met een snelheid van maar liefst 75 km / uur over de vrije baan in de middenberm van de Beneluxlaan; kom daar eens om op een Amsterdamse gracht! De top van de trams ligt op ca. 85 km/uur. Binnen tien minuten bereiken we Kanaleneiland Zuid, waar de grootste meubelboulevard van Nederland niet alleen automobilisten, maar ook veel tramreizigers trekt. Aan de overkant zie ik een echtpaar het halteperron beklimmen met iets dat op het eerste gezicht een stormram lijkt, maar bij nadere beschouwing een rol kamerbreed tapijt is. De werkpaardjes zijn er goed voor; zo'n tram is op zaterdagmiddag net een verhuiswagen.

Een halte verder ligt Westraven. Ik stap uit temidden van verlaten kantoorgebouwen. Op het perron richting Utrecht staan 15 klanten te wachten. Ik denk, dat ze hier in de buurt hun auto goedkoop geparkeerd hebben en nu met het OV verder gaan.

Ook de tram naar Utrecht CS is te laat, maar uiteindelijk horen we hem toch aan komen rammelen op de brug over het kanaal. Hoeveel Nieuwegeiners zouden op zaterdag de sprong naar Utrecht wagen, terwijl zij zelf toch een pracht van een winkelhart hebben? Het valt nog mee; de twee gekoppelde wagens zitten al meer dan halfvol. Onderweg stappen nog zo'n honderd passagiers in. Het is een gekwetter van je welste: winkelend publiek is een stuk luidruchtiger dan forenzen.

Wie vanuit de sneltram wil overstappen op de trein, kan uitstappen bij het Stadsbusstation of bij het Moreelsepark. In beide gevallen wacht hem een looproute van ca. 300 meter langs beton en langs ongure types. Nee, de SUN heeft zijn omgeving bepaald niet mee. Ik stap uit op het Moreelsepark. Bij een volgende gelegenheid gaan we all the way naar Ijsselstein.

IJsselstein

In de week daarna voltrekt zich het drama Ter Aar: voor het cameraoog van TV West en de VPRO neemt één wethouder ontslag en krijgen de andere twee een motie van wantrouwen aan de broek. De kansen op voortbestaan van de gemeente worden er zo niet groter op. Donderdagmorgen pak ik mijn boeken in een canvas tas met daarop levensgroot afgebeeld de naam en het gemeentewapen van Ter Aar. Eens kijken hoeveel mensen me er op aanspreken, denk ik.

Als ik het tramperron "Stadsbusstation" oploop, wordt omgeroepen dat het tramverkeer gestremd is. Dat kan ik ook zien, want er staat een lege tram. Aan de koppeling wordt gesleuteld door twee techneuten. Vermoedelijk is de wagen zojuist betrokken geraakt bij een aanrijding. De trambaan heeft talloze gelijkvloerse kruisingen, waarvan die in de buurt van Utrecht CS niet al te overzichtelijk zijn.

Een poosje later probeer ik het opnieuw. De tram naar Nieuwegein Zuid, waar ik niet heen wil, rijdt net weg. Op werkdagen rijdt de tram met een frequentie van 7,5 minuten (kwartierdienst voorbij de splitsing). Na het ongeval is de dienstregeling nog niet goed op gang gekomen. Pas een kwartier later komt de tram binnenrollen; de menigte wachtenden is aangegroeid tot een kleine 200 man.

"Die gemeente wordt toch opgeheven?" zegt een bejaarde man. Eerst begrijp ik hem niet; ik ben die hele tas vergeten. "Daar heb ik iets over gelezen in de krant", houdt hij aan.

"Opgeheven?" reageer ik eindelijk, "helemaal niet! Dat wil de provincie Zuid-Holland. Maar dan zal er nog heel wat water door de Aar vloeien, voor ze dat voor elkaar heeft!"

Voordat de man uitstapt, wenst hij mij, en heel Ter Aar, een behouden vaart toe.

"Regene, storreme, d'r komt gewoonweg gien aajnd oan" zegt een vrouw. "Daa's woar", antwoordt een medereizigster, "Maar woarom zou je kloage". "Joa, ik hou zellef ook niet vaan mejnse die aaltaaijd moar kloage". Hoe snel je het over sommige kwesties eens kunt zijn.

In Nieuwegein zijn er nog drie haltes voordat de tram het stadscentrum bereikt: Zuilenstein, Batau Noord en Wijckersloot. Deze haltes liggen bijna een kilometer uit elkaar. Wijkbewoners moeten soms een flinke afstand afleggen voor ze het hoogwaardig vervoer bereiken.

Na de splitsing rijden we verder richting IJsselstein. Het passagiersbestand is nu al flink uitgedund. De laatste halte in Nieuwegein heet Doorslag, een naam die me sterk op de lachspieren werkt. Bij "Doorslag" denk je aan carbonpapier, een doorslaand succes, mensen of stoppen die compleet zijn doorgeslagen, of doorslaggevende argumenten die je voor enige goede zaak kunt aanvoeren. Je denkt aan alles behalve een woonwijk.

IJsselstein is een van die kleine stadjes die je vaak ziet in het rivierengebied: enkele hectaren groot, en volgepropt met monumenten die je tijdens een wandeling van nog geen uur allemaal in je kunt opnemen. In de jaren tachtig bouwde IJsselstein een halfrond van nieuwbouwwijken om de oude stadskern heen. De tram komt alleen in het nieuwe gedeelte en maakt zodoende een grote omtrekkende beweging om het centrum.

Zo'n halfuur na mijn vertrek van het Streekbusstation komt de eindhalte, Achterveld, in zicht. Meteen zie ik dat ze begonnen zijn met de doortrekking naar Zenderpark. Grote ijzeren grijphanden graaien in de modder om een weg te banen voor het tramspoor. Een paar weken geleden was hier nog niets te zien. Het spoor van modder loopt 400 meter verder dood op een Provinciale weg. Hoe het daarna verder gaat, kan ik nog niet zien. Gaat de tram diep de nieuwe wijk in, of rijdt hij langs de nieuwbouw naar het centrum, waar een modern stadshart in aanbouw is? Ik zou het kunnen navragen bij het informatiecentrum, maar dat doe ik niet. Zo hou ik er de spanning in.

Het centrum van IJsselstein kent zoals gezegd geen tramvervoer; de bus stopt aan de rand ervan op de halte Benschopperpoort. Hiervandaan rijden lijn 104 en 105 naar Nieuwegein en 195 naar Utrecht CS. De laatste lijn legt, via de snelweg A2, de afstand naar Utrecht af in ruim 20 minuten; 10 minuten sneller dan de tram. Op de Benschopperpoort stopt bovendien elk half uur het taxibusje dat van tramhalte Clinckhoef naar Zenderpark rijdt. Omdat het niet al te hard regent, ga ik echter te voet. De wijk is genoemd naar de zendmast, die als een reusachtige voelspriet in de grijze hemel priemt. De mast wordt in de volksmond Lopikgenoemd, hoewel hij wel degelijk op IJsselsteins grondgebied staat. Het gevaarte is bijna 400 meter hoog, hoger dus dan de hoogste berg van Nederland.

De huizen in het Zenderpark zijn ook weer gebouwd met van die sombere donkerrode stenen. Het is de grote mode, maar mooi is anders.

Het centrumpje van IJsselstein is zeer fotogeniek, maar de duisternis is vandaag al vroeg ingevallen. Ik loop door het centrum naar de tramhalte Hooge Waard. Voor de zijtak naar Nieuwegein Zuid heb ik vanmiddag geen tijd meer, dus die bewaar ik tot een volgende keer.


Nieuwegein (v/h Vreeswijk)

Het "City Plaza" van Nieuwegein is overdekt, wat het voordeel heeft dat je er tenminste droog blijft. In het midden van de lange winkelpassage bevindt zich het gedeelte met de restaurantjes en de eethuisjes. Met enige welwillendheid zou je deze plek kunnen beschrijven met gebruikmaking van het adjectief "gezellig". De rest van de gemeente Nieuwegein, op een herfstige novembermiddag: laten we voor één keer de wijste partij kiezen en afzien van een oordeel.

Winkelcentrum, markt, gemeentehuis, ziekenhuis en politiebureau van deze boomtown liggen allen binnen een straal van 250 meter van het tramstation Nieuwegein Centrum, waar de tramlijn zich splitst in twee takken. De SUN bedient niet alle woonwijken van Nieuwegein. Daarom moesten we maar eens gaan kijken naar het aanvullend busvervoer. Naast Nieuwegein Centrum ligt het busstation, aan een beschrijving waarvan ik me ook maar niet zal wagen. Hier vertrekken streekbussen naar o.a. Vianen, Houten, Tiel, Utrecht - Uithof en Gouda. Het stadsnet van Nieuwegein bestaat uit 3 lijnen. Ik kies lijn 2, die in halfuurdienst rijdt naar Nieuwegein Zuid.

Rond het busstation staan hoge, doosvormige flats. Op de blinde zijmuur van elke flat is een afbeelding aangebracht van een levensgrote verftube, waaruit verf wordt geknepen. Op de ene flat gele, op een andere blauwe, op een derde flat rode verf. "Laten we een beeldend kunstenaar met behoud van zijn uitkering een decoratie laten aanbrengen", heeft de wethouder van cultuur op zekere dag gezegd, "om de boel hier een beetje op te leuken. Dat bespaart ons de kosten van een complete renovatie. Verf, kwasten en klimmateriaal mag de kunstenaar declareren".

De bus rijdt langs het Merwedekanaal. We komen gevaarlijk dicht in de buurt, zie ik, van de Groningerhaven, waar dat bedrijf gevestigd met die slaapverwekkende website. Er is nog steeds een vacature voor hoofd I&A. Ik zal er niet op solliciteren. Ik verdiende mijn brood bij de andere vestiging van dit bedrijf, in Rijswijk, maar elk jaar in januari werd ik met 200 collega's een gehuurde bus in gedreven om hier in Nieuwegein van de directeur te vernemen hoe fantastisch het bedrijf het afgelopen jaar weer gedraaid had. Ik zal de man maar geen E-mail sturen. Hij is de meest hardnekkige digibeet die ik in mijn carrière als automatiseerder heb ontmoet. Hij zal deze woorden dus ook niet lezen, waardoor voor mij de lol van de natrap er al weer half af is. Dezelfde man zit nu al 23 weken gebogen over mijn afscheidsbrief, hem per Snail toegezonden, die hem nog niet heeft kunnen inspireren tot een antwoord. Als hij die nieuwjaarsspeech nu maar tijdig gereed krijgt; wedden dat ie er nog niet eens aan begonnen is!

Even vrees ik, dat de bus mij voor de deur van het bedrijf wil afzetten, zoals een politieauto een weggelopen zoon thuisbrengt. Gelukkig slaat hij rechtsaf; weg van industrieterrein de Wiers. Een paar haltes verder stap ik uit bij het oude Vreeswijk. Nieuwegein is in de jaren 70 gegroeid uit twee kleine kiempjes: de dorpen Jutfaas en Vreeswijk. Het laatste plaatsje is kleiner dan IJsselstein, maar daarom niet minder knus. Het ligt aan de Lek, tegenover Vianen dat behoort tot de provincie Zuid-Holland. Voorbij de sluizen, waar een gure Lekwind me bijna van de sokken waait, begint de nieuwbouw weer. Ik nader het beginpunt van de tram: de halte Nieuwegein Zuid. Hiervandaan is het slechts 7 minuten trammen naar het Cityplaza. De tram is betrekkelijk leeg; de losse eindjes van de SUN zijn niet erg populair, want zal liggen aan de lage frequentie die hier wordt geboden.

Van het busstation neem ik lijn 1, naar de nieuwe wijk Galecop, die het voorshands zonder tram zal moeten stellen. De bus naar Galecop vertrekt om 13, 28 en 44 minuten na het hele uur, althans in de dal-uren. In de spits zit er meer systeem in de dienstregeling; de bus vertrekt nu precies elk half uur. Ik heb de laatste jaren heel wat onlogische dienstregelingen gezien, maar deze slaat werkelijk alles: in de spits een lagere frequentie dan in de daluren. De enige reden die ik kan bedenken: lijn 1 moet zijn busmaterieel delen met één of andere lijn naar een industriegebied, die in de spits nu eenmaal vaker rijdt dan daarbuiten.

De naam "Galecop" vindt ik even hilarisch als "Doorslag", maar etymologisch kan ik er veel minder mee. Ja, je zou, als je het op z'n Engels uitspreekt, nog kunnen denken aan een geestverwant van de filmheld Robocop. Hoewel het nog geen vijf uur is, is het al aardedonker, waardoor ik me geen beeld kan vormen van de Galecopper architectuur. De busrit eindigt bij de tramhalte Westraven. Dit verklaart meteen, hoe het mogelijk is dat bij die halte ook buiten kantooruren drommen mensen staan te wachten: het zijn overstappende Galecoppers. Zodra ik uit de bus ben gestapt, komt de tram naar Utrecht CS aanrijden. Ik neem aan dat dit toeval is.

Het is vanavond koopavond in Utrecht en de tram zit propvol. De SUN mag dan het lelijk eendje zijn van het Nederlandse tramwegwezen; hij doet wel waarvoor hij is aangelegd: mensen vervoeren, heel erg veel mensen.


Face-lift

OV-magazine van oktober 1998 meldt dat de sneltram Utrecht - Nieuwegein - IJsselstein een face-lift gaat krijgen. De halteperrons worden opgeknapt; ook krijgen de trams een wat meer gestroomlijnd uiterlijk. Verder komt er een overloopwissel bij Westraven, zodat er in het hartje van de spits korte diensten Utrecht CS - Westraven ingezet kunnen worden. Ook zal de gemiddelde snelheid van de tram opgevoerd worden, onder meer door de kaartverkoop in de wagens af te schaffen. Er zullen kaartautomaten geplaatst worden.

Het verhogen van de snelheid heeft als plezierige bijkomstigheid dat er straks geen extra trams nodig zijn voor de verlenging naar Zenderpark.

Frans Mensonides; 8 november 1998



Sneltram Utrecht - Nieuwegein - IJsselstein: karakteristieken

Type Sneltram; enkelgelede wagens die twee aan twee gekoppeld kunnen worden
Jaar van opening 1983
Exploitant Midnet
Netlengte 18 Km (Utrecht IJsselstein 14 km; Nieuwegein Centrum - Zuid 4 km.)
Ritduur Utrecht CS - IJsselstein 31 minuten; Utrecht CS - Nieuwegein Zuid 26 minuten
Gemiddelde rijsnelheid: Ca. 27 km / uur.
Frequentie Utrecht CS - Nieuwegein centrum :maandag tot en met vrijdag overdag 7,5 minuten; zaterdag overdag 10 minuten, zondag en in de avonduren 15 minuten. Trams rijden om en om door naar Nieuwegein Zuid en IJsselstein.

In de ochtendspits is er op het traject Nieuwegein Zuid - Utrecht CS een frequentie van 10 minuten en op het traject Nieuwegein Centrum - Utrecht CS een van 5 minuten.

Gemiddelde halteafstand: 850 meter
Aantal haltes 23
Uitvoering haltes 80 centimeter hoge perrons
Alle haltes Moreelsepark - Stadsbusstation - Westplein - Graadt van Roggenweg - Ziekenhuis Oudenrijn - Vijf Meiplein - Vasco da Gamalaan - Kanaleneiland Zuid - Westraven - Zuilenstein - Batau Noord - Wijckersloot - Nieuwegein Centrum - St. Antonius Ziekenhuis - Doorslag - Hooge Waard - Eiteren - Clinckhoef - Achterveld.

Nieuwegein Centrum - Merwestein - Fokkesteeg - Wiersdijk - Nieuwegein Zuid

Aantal passagiers per werkdag 30.000
Aantal zones Utrecht - IJsselstein 4; Utrecht - Nieuwegein Zuid 3.