Aflevering: 15
Datum: Dinsdag 16 mei 2006
Onderwerp: Unvollendete; een bollenschilder


naar thuispagina

Deze pagina is ontworpen voor Microsoft IE 6.0 en een beeldschermresolutie van 1024*768


Elk voorjaar gaan mijn moeder en ik wel een keer kijken bij Tulipland in Voorhout, waar landschapsschilder Leo van den Ende voortzwoegt aan zijn panorama van de bollenstreek. Mijn moeder houdt van bloemen; ik niet, maar ik heb wel een tot dusverre onverklaarbare fascinatie voor de tulp; een goede reden om de gang naar Voorhout te maken. Van den Ende schildert bolbloemen bij honderdduizenden, minutieus, elk exemplaar met zijn eigen schaduw.

De schilder verricht zijn levenswerk aan de Jacoba van Beierenweg, in een bollenschuur die juist in de bollentijd leegstaat. Eind mei demonteert de kunstenaar zijn panorama, en laat het overzomeren en overwinteren op een veilige plaats, om het begin maart weer over te brengen naar Tulipland. Zo schildert hij tien weken per jaar zes dagen per week aan zijn versie van de bollenstreek, bezien vanuit een standpunt dat nooit bestaan heeft.

Treurnis om alles wat verloren is gegaan, was tien jaar geleden het voornaamste motief van de toen 57-jarige schilder om de bollenstreek op deze manier vast te leggen. De klok staat op vijf voor twaalf, de Bollenstreek is nog net een bollenstreek; onderweg van station Voorhout naar Tulipland hebben we met eigen ogen gezien dat afgelopen jaar opnieuw een stuk bollengrond plaats heeft gemaakt voor woningen.

Elk jaar vordert Van den Ende ongeveer 45 m2. Als het karwei in 2010 voltooid is, zal het doek, 4 meter hoog en 20 meter in doorsnee, de dorpen van de bollenstreek laten zien zoals zij eruit zagen in de jaren 50. Van den Ende heeft 150 jaar garantie op de verf, grapt hij graag. Rond 2150 kunnen de dan levenden dus nog steeds de bollenvellen aanschouwen, die dan even definitief verdwenen zullen zijn als de bomschuiten op Panorama Mesdag heden ten dage.

Rond de kunstenaar is in de loop van de jaren een waar circus ontstaan. In Tulipland is een hoop opvallend smakeloze rommel uitgestald. Alles is te koop: de meest uiteenlopende gebruiksvoorwerpen met tulpenmotieven, een CD met vogelgeluiden, overblijfselen van praalwagens, tulpenschilderijen van minder begaafde artiesten dan Van den Ende, met prijskaartjes eraan die geen blijk geven van de bescheidenheid die ook een schilder siert.

Zo om het kwartier, twintig minuten grijpt een goed in het pak gestoken functionaris de microfoon en geeft in Nederlands, Engels en Duits uitleg over het panorama. Alle explicateurs zijn bomen van kerels, Pierlala’s, lange sladoods, ze worden er op geselecteerd, ze zijn minstens 2.40 meter lang. Nee onzin: het is gezichtsbedrog; het komt door dat panorama waar ze voor staan.

Temidden van dat alles maakte Van den Ende zelf, toen we hier een paar jaar geleden voor het eerst kwamen, op ons een gekwelde, getergde indruk. In verwrongen houdingen, op zijn zelfontworpen schilderswerktuig, of in kleermakerszit op de grond, schilderde hij met verbeten trekken tulp nummer honderdduizend zoveel. Nooit ver verwijderd van het te koop liggende boekwerk waarin de eerste helft van zijn panorama staat afgebeeld, en van zijn lagere schoolrapport, dat alleen voor tekenen een cijfer vermeldt dat boven de middelmaat uitsteekt. En bekeken door honderden uit binnen- en buitenland, die zich in het restaurant binnen zijn actieradius te goed doen aan koffie met appeltaart – nog een jaar of twee; de cirkel sluit zich en het restaurant zal ooit moeten verkassen.

Romanticus als ik ben, kwam een beeld bij me op van een arme oude kunstenaar die gevangen gehouden wordt door vuige uitbuiters: omgekeerde mecenassen, die geld uit de kunst persen, in plaats van het erin te pompen. Maar zo ligt het volgens mij toch niet. Van den Ende is gewoon bloedserieus bezig met het enige serieuze werk hier.

Dit jaar treffen we hem in betere luim. Ik denk dat zijn ‘derde-kwart-dip’ nu voorbij is, en hij de finish in zicht krijgt. Hij onderbreekt zijn schilderwerk om hoogstpersoonlijk uitleg te geven. Nooit is hij te beroerd om verzoeknummers in overweging te nemen: personen en gebouwen die bezoekers graag op het schilderij geplaatst zouden zien. Hij schildert ze, zolang ze maar passen in zijn concept: de bollenstreek van een halve eeuw geleden.

Mensen stellen hem soms ook domme vragen, verhaalt hij: hoe ver hij nu eigenlijk is (dat is toch overduidelijk te zien, zou je zeggen) en of hij nu echt schildert met nummertjes. En een goede tip heeft hij ook nog: als je water in een slootje schildert, moet dat met zowel horizontale als verticale streken, anders krijg je een ijsvlakte.

Voor de hemel gaat hij op een hoogwerker staan. Hij hoopt dat de Heer vanuit dezelfde hemel met welbehagen op zijn panorama neerblikt, en hem in leven laat totdat het werk voltooid is. Dat zijn panorama geen UnvollENDEte moge blijven, is ook de wens van

Frans Mensonides
(gezien en gefotografeerd op bevrijdingsdag 2006)















Frans Mensonides, Leiden, 2006


Iets gemist? De vijf meest recente afleveringen van Webloog:

7 mei 2006: ROVER-NS-rel
30 maart 2006: Wel geregeld? Slachtoffer van pensioen-kongsi
17 maart 2006: Ingedekt; de anti-terreurfolder
11 maart 2006: 'Op de porriehoop'; tulpengekte in 1637 en 2003
7 maart 2006: Vunzig en vuil; mijmeringen op verkiezingsdag

WEBLOOG-ARCHIEF


naar thuispagina