Nr. 318 - zondag 11 januari 2026 (week 2)
Mijn museum-6-daagse (4): Design Museum Den Bosch

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

317. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (3): DE KUNSTENAARSFAMILIE TER BORCH (28/12/2025)
316. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (2):  KUNSTENAARSDORPEN - HET JAAR 1913 (14/12/2025)
315. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (1): THUIS IN DE 17e EEUW (07/12/2025)
314. 'DE BORSTPARTIJ ROEPT VRAGEN OP'; DE ONBEKENDE MEESTER I.S. (09/11/2025)
313. TWEEDE KAMER 2025: IK STEMDE TEGEN TRUMP (02/11/2025)
312: CHATTEN MET CHATGPT: VROUWENSCHRIK OP DE VROUWENWEG? (07/09/2025)

FHM’s A-viertjes is een rubriek op de Thuispagina van Frans Mensonides, die Henk als middle name heeft en dus FHM als initialen.
FHM’s verschijnt altjd op zondag, maar niet elke zondag





Design Museum, Den Bosch (wisselende tentoonstellingen)


2 Bossche Bollen in het restaurant van het Museumkwartier ‘s-Hertogenbosch. Foto van De Lezer, december 2024.
Het restaurant is in de loop van 2025 failliet gegaan, er vervangen door een tijdelijke voorziening.

Toen De Lezer hoorde van mijn museum-challenge - 6 musea bezoeken op 6 opeenvolgende vrije dagen in mijn agenda - wees hij me, met enige reserve, op het bestaan van het Design Museum Den Bosch. Hij komt daar wel vaker, mede voor de gratis Bossche Bol, en vindt het: ‘Soms erg leuk, meestal tsja; nu gaat het wel’.

Die Bossche Bol, plus koffie, krijgt hij op vertoon van een bon uit zijn Vriendenloterij-boekje. Mijn Museumkaart voorziet niet in zulke extra’s, maar aan de andere kant: zulke kledderige zoetigheid, ondergedompeld in chocola, is ook helemaal niet goed voor me.

Het Design Museum Den Bosch, sinds het midden van de 20ste eeuw gevestigd op verschillende locaties in die stad, deelt sinds 2013 zijn ingang met het Noordbrabants Museum en vormt daarmee sindsdien het Museumkwartier van ’s-Hertogenbosch. Het museum zelf is gedesigned door Hubert-Jan Henket, die ook tekende voor de Fundatie in Zwolle. Het biedt wisselende tentoonstellingen op de 1e en 2e verdieping, die ingeleid worden door de vaste expositie ‘Design!’ In de hal.

Mijn museum-6-daagse pakte in de loop van de dagen uit tot een ware slijtageslag. Ook in het Design Museum werd ik getroffen door wat ik museum-benen noem, zware, me achterna slepende benen, vermoeidheid door de voortdurende afwisseling van slenteren en stilstaan waaruit een museumbezoek bestaat.

Deze keer had ik het meteen al toen ik de fraaie, lange, gebogen trap had beklommen naar de 2e etage. Als ik de lift eerder gezien had, was dit museumbezoek misschien heel anders verlopen en niet verworden tot een complete off-day.

Anderhalf uur dwaalde ik rond door de tentoonstellingsruimte terwijl er vrijwel nergens een intense vonk wilde overslaan en zonder dat ik de rode draad zag die ik toch wel nodig had voor het stukje dat op deze plek had moeten staan.

Het gebodene bestond op de dag dat ik het bezocht - maar dat is dus een momentopname -  mede uit sieraden en Islam-architectuur, zaken waar ik erg weinig voeling mee heb. Dat je mij ooit een sieraad zult zien dragen, is even onwaarschijnlijk als mijn bekering tot de Islam - of welke godsdienst dan ook.

Bij het woord: design denk ik zelf aan fraai ontworpen gebruiksvoorwerpen in de ruimste zin van het woord, die niet alleen nuttig zijn, maar ook een streling voor het oog. Dat alles variërend van fluitketels en serviesgoed via kleding tot auto’s, bussen, treinen, vliegtuigen en zelfs complete gebouwen. Maar bij mijn bezoek aan het Design Museum zag ik vooral kunstvoorwerpen omwille der kunst; niets op tegen, maar het botste met mijn idee van design.

Na mijn anderhalf uur in het museum was ik te murw om ook nog ‘Design!’, de inleidende vaste expositie in de hal te gaan bekijken over wat design nu eigenlijk precies is. Daar had ik beter mee kunnen beginnen. Of toch met een Bossche Bol, een injectie van koolhydraten voor de broodnodige energie. Misschien had ik er dan ook iets meer ‘chocola’ van kunnen maken. Voor Design! kom ik een keer terug (zie hieronder).

Hier dan toch één foto, gemaakt op de tentoonstelling; dan kan niemand zeggen dat ik er niet echt geweest ben (ja, iedereen kan wel beweren dat hij een museum-challenge doet!)

Het is A Craftsman’s Tale van Martijn Verzijl (1999). De tekst op de vaas gaat over de vraag, die aan elk kind op enig moment gesteld wordt: ‘Wat wil je later worden?’ Als kind moet je perse iets wórden, omdat je blijkbaar nog niets bént.

Wat Martijn op die vraag geantwoord heeft, vermeldt het verhaal niet, maar wat hij nu is, is toch wel iets unieks: een suppoost in het museum waar zijn eigen keramische werk tentoongesteld wordt. Hoeveel suppoosten ter wereld kunnen hem nazeggen dat ze hun eigen werk bewaken?

Wat me bij de tentoongestelde keramische vazen in dit museum opviel: soms staan ze in een vitrine, waar je omheen kunt lopen; soms in een kast tegen de muur, zodat je de helft niet ziet. Ik VIND daar iets van.

Verzijls expositie ‘Met de handen in het haar’ is nog te zien t/m 22 februari van dit pasgeboren jaar.

 

Design Museum, Den Bosch – de vaste expositie Design!

Thuisgekomen van mijn bezoek, merkte ik dat mijn aantekeningen en fotomateriaal grotendeels verdwenen waren, of misschien zelfs: slechts mondjesmaat gemaakt. Chaoot aan het werk!

Toch wilde ik me van dit museum beslist niet met een Jantje van Leiden afmaken, al woon ik in Leiden. Ik heb het 5 weken later opnieuw bezocht, louter voor die vaste expositie ‘Design’. Daarvan nu wel verslag, en foto’s.

‘Je bent de hele dag omringd door design’, stelt de inleidende tekst. ‘Het is de sneaker die je draagt, de auto waar je in rijdt, het bestek waar je mee eet en de telefoon waar je mee belt. […] Design is de wereld en de wereld is design’.

Het  gaat vaak om heel alledaagse gebruiksvoorwerpen. Sportschoenen, bijvoorbeeld. De voetbalschoen op de foto, om niet te zeggen: de kicks, dateert uit het begin van de 20ste eeuw. Hij ziet er nog uit als een gewone schoen, waarvan hij zich alleen onderscheidt door noppen onder de zool. Nog niks geen Adidas-of Nike-symbolen.

Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het logo, waar je de blits mee maakt in de kleedkamer en op het veld. Sportschoenen worden tegenwoordig vooral ontworpen om betere sportprestaties mogelijk te maken.

Dick Simonis, Gero-bestek 1959-1970 (gedeelte)

Door mijn bezoek in 2015 aan het Nederlands Zilvermuseum in Schoonhoven weet ik dat bestek vroeger onder rijke, deftige mensen een statussymbool was. Je nam, als je was uitgenodigd voor een diner, zelfs je eigen bestek mee, om er je gasten de ogen mee uit te steken (in figuurlijke zin dan, begrijp me niet verkeerd).

Er bestaat apart bestek voor de meest uiteenlopende handelingen, van advocaat nuttigen tot limonade lepelen (??). Wat ontbreekt in de vitrine: instrumenten om een Bossche Bol te kunnen eten zonder geklieder. Maar je ziet ze op de foto helemaal bovenaan dit stuk.

Bestek was zelden van massief zilver. In de 19e eeuw werd een methode uitgevonden om een dun laagje zilver aan te brengen op een voorwerp van goedkopere materialen. Ik denk meteen aan de Zilverfabriek bij mij in de buurt, en ook aan de design-lepel en vork van Nutricia (van roestvrij staal, maar het leek wel zilver), die ik al sinds mijn zuigelingtijd gebruik; onverslijtbaar.

 

Ineke Hans, Forever Yours (2005) - Rietveldstoel (1961) - ‘Je bent hier’ (laat 20ste en vroeg 21ste eeuw) - Masker; University of Washinghton (2012))


Geen sieraden voor mij, zoals ik hierboven al schreef. En zelfs geen ring aan mijn ringvinger: ik zal me daar toch nondeju niet laten ringeloren! Voor wie dat wel wil, is er bij de juwelier design beschikbaar in alle prijsklassen. De ring op de foto print zo te zien de boodschap 'Forever Yours' op je huid; Brrr!

Wat ik nou voor nut heb van mijn 2 ringvingers, als er geen ring omheen zit? Toen ik 10-vingerig-blind leerde typen, moest ik er de S en de L mee bedienen, plus de direct daarboven en -onder liggende toetsen. Maar tegenwoordig typ ik heel snel met het bekende kwartet waarmee volgens mij vrijwel iedereen het doet: middel- en wijsvinger bis. En zeker niet meer in den blinde.

Rechtsboven wel het beroemde stuk design dat  ooit in Nederland is vervaardigd. Het is genoemd naar zijn schepper, Gerrit Rietveld (1888-1964). Er zijn er meerdere van gemaakt; veel musea bezitten er een. Ze zien er niet overdreven comfortabel uit (misschien met een design-kussentje erin?) Maar je mag de ‘zit’ ervan toch niet zelf even proberen; op zo’n museumstuk kun je niet zo maar neerploffen.

Linksonder: Je staat er niet zo bij stil, maar zelfs het blauwe puntje en het rode pijltje uit bekende landkaart- en plattegrond-apps moet ooit door iemand ontworpen zijn.

Tot slot rechtsonder: een wel heel apart stuk design, dat is voortgekomen uit onvrede over het ‘taggen’ van mensen door gezichtsherkenningssoftware. Zulke software kan vaststellen of iemand van kleur, allochtoon of queer is, zodat die groeperingen effectiever gediscrimineerd kunnen worden. Nou lijkt me het herkennen van een kleurtje niet zo erg ingewikkeld. Maar het schijnt zelfs dat die apps met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen vaststellen of iemand homoseksueel is.

Zelf behoor ik, zoals de trouwe lezer weet, als a-romanticus (verstokte vrijgezel) ook tot de LBGT-letterbak. Gelukkig wel; de hemel zij dank dat ik niet normaal ben. Maar ik vraag me echt af of zulke discriminatiesoftware dat aan mijn neus kan zien; wedden van niet!

Oh, wacht even, ze zien het natuurlijk niet aan mijn neus, maar eerder aan mijn ringvingers die geen ring dragen. Maar zo’n masker helpt dan ook niet; hooguit handschoenen.

Nou, dit is dank zij dit 2e bezoek nog een redelijk knap stukje, vind ik zelf. Mijn museum-6-daagse is daardoor een museum-7-klapper of museum-7-sprong geworden. Wordt nog één keer vervolgd.

Oh ja: de toegang tot de vaste expositie Design! op de parterre is gratis. Je kunt er als voorbijganger zomaar binnenlopen, van welke kleur, herkomst of aard je ook bent.

FHM
11 januari 2026
Er geweest: zaterdag 22 november 2025 en zaterdag 28 december 2025

 




© Frans Mensonides, Leiden, 2026