LAATSTE
ZES AFLEVERINGEN
317. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (3): DE
KUNSTENAARSFAMILIE TER BORCH (28/12/2025)
316. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (2):
KUNSTENAARSDORPEN - HET JAAR 1913 (14/12/2025)
315. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (1):
THUIS IN DE
17e EEUW (07/12/2025)
314. 'DE
BORSTPARTIJ ROEPT VRAGEN OP'; DE
ONBEKENDE MEESTER I.S. (09/11/2025)
313. TWEEDE
KAMER 2025: IK STEMDE TEGEN TRUMP (02/11/2025)
312: CHATTEN MET CHATGPT:
VROUWENSCHRIK OP DE VROUWENWEG? (07/09/2025)

Toen De Lezer hoorde van mijn museum-challenge - 6 musea bezoeken
op 6 opeenvolgende vrije dagen in mijn agenda - wees hij me, met enige reserve,
op het bestaan van het Design Museum Den Bosch. Hij komt daar wel vaker, mede
voor de gratis Bossche Bol, en vindt het: ‘Soms erg leuk, meestal tsja; nu gaat
het wel’.
Die Bossche Bol, plus koffie, krijgt hij op vertoon van een
bon uit zijn Vriendenloterij-boekje. Mijn Museumkaart voorziet niet in zulke
extra’s, maar aan de andere kant: zulke kledderige zoetigheid, ondergedompeld
in chocola, is ook helemaal niet goed voor me.
Het Design Museum Den Bosch, sinds het midden van de 20ste
eeuw gevestigd op verschillende locaties in die stad, deelt sinds 2013 zijn
ingang met het Noordbrabants Museum en vormt daarmee sindsdien het
Museumkwartier van ’s-Hertogenbosch. Het museum zelf is gedesigned door Hubert-Jan
Henket, die ook tekende voor de Fundatie in Zwolle. Het biedt wisselende
tentoonstellingen op de 1e en 2e verdieping, die ingeleid worden door de vaste
expositie ‘Design!’ In de hal.
Mijn museum-6-daagse pakte in de loop van de dagen uit tot
een ware slijtageslag. Ook in het Design Museum werd ik getroffen door wat ik
museum-benen noem, zware, me achterna slepende benen, vermoeidheid door de
voortdurende afwisseling van slenteren en stilstaan waaruit een museumbezoek
bestaat.
Deze keer had ik het meteen al toen ik de fraaie, lange,
gebogen trap had beklommen naar de 2e etage. Als ik de lift eerder gezien had,
was dit museumbezoek misschien heel anders verlopen en niet verworden tot een
complete off-day.
Anderhalf uur dwaalde ik rond door de tentoonstellingsruimte
terwijl er vrijwel nergens een intense vonk wilde overslaan en zonder dat ik de
rode draad zag die ik toch wel nodig had voor het stukje dat op deze plek had
moeten staan.
Het gebodene bestond op de dag dat ik het bezocht - maar dat
is dus een momentopname - mede uit sieraden
en Islam-architectuur, zaken waar ik erg weinig voeling mee heb. Dat je mij
ooit een sieraad zult zien dragen, is even onwaarschijnlijk als mijn bekering
tot de Islam - of welke godsdienst dan ook.
Bij het woord: design denk ik zelf aan fraai ontworpen
gebruiksvoorwerpen in de ruimste zin van het woord, die niet alleen nuttig
zijn, maar ook een streling voor het oog. Dat alles variërend van fluitketels
en serviesgoed via kleding tot auto’s, bussen, treinen, vliegtuigen en zelfs
complete gebouwen. Maar bij mijn bezoek aan het Design Museum zag ik vooral
kunstvoorwerpen omwille der kunst; niets op tegen, maar het botste met mijn
idee van design.
Na mijn anderhalf uur in het museum was ik te murw om ook
nog ‘Design!’, de inleidende vaste expositie in de hal te gaan bekijken over
wat design nu eigenlijk precies is. Daar had ik beter mee kunnen beginnen. Of
toch met een Bossche Bol, een injectie van koolhydraten voor de broodnodige
energie. Misschien had ik er dan ook iets meer ‘chocola’ van kunnen maken. Voor
Design! kom ik een keer terug (zie hieronder).

Hier dan toch één foto, gemaakt op de tentoonstelling; dan kan
niemand zeggen dat ik er niet echt geweest ben (ja, iedereen kan wel beweren dat
hij een museum-challenge doet!)
Het is A Craftsman’s Tale van Martijn Verzijl (1999). De tekst op de vaas gaat over de vraag, die aan elk kind op enig moment gesteld wordt:
‘Wat wil je later worden?’
Wat Martijn op die vraag geantwoord heeft, vermeldt het verhaal
niet, maar wat hij nu is, is toch wel iets unieks: een suppoost in het museum
waar zijn eigen keramische werk tentoongesteld wordt. Hoeveel suppoosten ter
wereld kunnen hem nazeggen dat ze hun eigen werk bewaken?
Wat me bij de tentoongestelde keramische vazen in dit museum
opviel: soms staan ze in een vitrine, waar je omheen kunt lopen; soms in een
kast tegen de muur, zodat je de helft niet ziet. Ik VIND daar iets van.
Verzijls expositie ‘Met de handen in het haar’ is nog te
zien t/m 22 februari van dit pasgeboren jaar.
Thuisgekomen van mijn bezoek, merkte ik dat mijn
aantekeningen en fotomateriaal grotendeels verdwenen waren, of misschien zelfs:
slechts mondjesmaat gemaakt. Chaoot aan het werk!
Toch wilde ik me van dit museum beslist niet met een Jantje
van Leiden afmaken, al woon ik in Leiden. Ik heb het 5 weken later opnieuw bezocht,
louter voor die vaste expositie ‘Design’. Daarvan nu wel verslag, en foto’s.
‘Je bent de hele dag omringd door design’, stelt de
inleidende tekst. ‘Het is de sneaker die je draagt, de auto waar je in rijdt,
het bestek waar je mee eet en de telefoon waar je mee belt. […] Design is de
wereld en de wereld is design’.

Het gaat vaak om heel
alledaagse gebruiksvoorwerpen. Sportschoenen, bijvoorbeeld. De voetbalschoen
op de foto, om niet te zeggen: de kicks, dateert uit het begin van de 20ste
eeuw. Hij ziet er nog uit als een gewone schoen, waarvan hij zich alleen
onderscheidt door noppen onder de zool. Nog niks geen Adidas-of
Nike-symbolen.
Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het logo, waar je de
blits mee maakt in de kleedkamer en op het veld. Sportschoenen worden
tegenwoordig vooral ontworpen om betere sportprestaties mogelijk te maken.

Dick Simonis, Gero-bestek 1959-1970 (gedeelte)
Door mijn bezoek in 2015 aan het Nederlands Zilvermuseum in Schoonhoven
weet ik dat bestek vroeger onder rijke, deftige mensen een statussymbool was.
Je nam, als je was uitgenodigd voor een diner, zelfs je eigen bestek mee, om er
je gasten de ogen mee uit te steken (in figuurlijke zin dan, begrijp me niet
verkeerd).
Er bestaat apart bestek voor de meest uiteenlopende handelingen,
van advocaat nuttigen tot limonade lepelen (??). Wat ontbreekt in de vitrine: instrumenten
om een Bossche Bol te kunnen eten zonder geklieder. Maar je ziet ze op de foto
helemaal bovenaan dit stuk.
Bestek was zelden van massief zilver. In de 19e eeuw werd
een methode uitgevonden om een dun laagje zilver aan te brengen op een voorwerp
van goedkopere materialen. Ik denk meteen aan de Zilverfabriek bij mij in de
buurt, en ook aan de design-lepel en vork van Nutricia (van roestvrij staal,
maar het leek wel zilver), die ik al sinds mijn zuigelingtijd gebruik;
onverslijtbaar.

Geen sieraden voor mij, zoals ik hierboven al schreef. En zelfs geen ring aan
mijn ringvinger: ik zal me daar toch nondeju niet laten ringeloren! Voor wie
dat wel wil, is er bij de juwelier design beschikbaar in alle prijsklassen. De
ring op de foto print zo te zien de boodschap 'Forever Yours' op je huid; Brrr!
Wat ik nou voor nut heb van mijn 2 ringvingers, als er geen ring omheen zit?
Toen ik 10-vingerig-blind leerde typen, moest ik er de S en de L mee bedienen,
plus de direct daarboven en -onder liggende toetsen. Maar tegenwoordig typ ik
heel snel met het bekende kwartet waarmee volgens mij vrijwel iedereen het doet:
middel- en wijsvinger bis. En zeker niet meer in den blinde.
Rechtsboven wel het beroemde stuk design dat ooit in Nederland is vervaardigd. Het is
genoemd naar zijn schepper, Gerrit Rietveld (1888-1964). Er zijn er meerdere
van gemaakt; veel musea bezitten er een. Ze zien er niet overdreven comfortabel
uit (misschien met een design-kussentje erin?) Maar je mag de ‘zit’ ervan toch
niet zelf even proberen; op zo’n museumstuk kun je niet zo maar neerploffen.
Tot slot rechtsonder: een wel heel apart stuk design, dat is
voortgekomen uit onvrede over het ‘taggen’ van mensen door
gezichtsherkenningssoftware. Zulke software kan vaststellen of iemand van
kleur, allochtoon of queer is, zodat die groeperingen effectiever
gediscrimineerd kunnen worden. Nou lijkt me het herkennen van een kleurtje niet
zo erg ingewikkeld. Maar het schijnt zelfs dat die apps met aan zekerheid
grenzende waarschijnlijkheid kunnen vaststellen of iemand homoseksueel is.
Zelf behoor ik, zoals de trouwe lezer weet, als a-romanticus
(verstokte vrijgezel) ook tot de LBGT-letterbak. Gelukkig wel; de hemel zij
dank dat ik niet normaal ben. Maar ik vraag me echt af of zulke discriminatiesoftware
dat aan mijn neus kan zien; wedden van niet!
Oh, wacht even, ze zien het natuurlijk niet aan mijn neus, maar eerder aan mijn ringvingers die geen ring dragen. Maar zo’n masker helpt dan ook niet; hooguit handschoenen.
Nou, dit is dank zij dit 2e bezoek nog een redelijk knap
stukje, vind ik zelf. Mijn museum-6-daagse is daardoor een museum-7-klapper of museum-7-sprong
geworden. Wordt nog één keer vervolgd.
Oh ja: de toegang tot de vaste expositie Design! op de
parterre is gratis. Je kunt er als voorbijganger zomaar binnenlopen, van welke
kleur, herkomst of aard je ook bent.
FHM
11 januari 2026
Er geweest: zaterdag 22 november 2025 en zaterdag 28 december 2025