In en om Rotterdam

Deel 3: "Wij naderen station Spruitkoolakker"; Fietsen langs RandstadRail en HSL-Zuid

In deel 1 van dit triptiek bezochten we de in aanbouw zijnde Vinex-wijk Carnisselanden in Barendrecht.

In Deel 2 gingen we in op de wijzigingen in het RET-tramnet en namen we de tram-plus naar Beverwaard.

RandstadRail, zeer schematisch

De Hoge Snelheidslijn-Zuid (HSL-Zuid; Amsterdam - Belgische grens) moet vanaf 2005 de Thalys in staat stellen, de afstand tussen Amsterdam en Parijs in slechts iets meer dan 3 uur te overbruggen. Het Nederlandse trajectgedeelte van ca. 120 kilometer zal dan worden afgelegd in ruim 50 minuten.

Het TGV-tracé ziet er als volgt uit:

Zo ergens bij Hoofddorp takken de supersnelle treinen van de Schiphollijn af, waarna een zeer omstreden route door het Groene Hart volgt. Via een lange geboorde tunnel kruist het snelheidsmonster vervolgens de Oude Rijn, ter hoogte van Hazerswoude. Daarna gaat het op een betonnen viaduct verder langs de oostrand van Zoetermeer, waar de wijk Oosterheem momenteel in staat van wording is. Een paar kilometer verderop schiet de HSL tussen Berkel en Bergschenhoek door, en takt even verderop aan op het bestaande spoorwegnet.

Na een stop in Rotterdam CS verlaat de Thalys bij Barendrecht de Oude Lijn weer. Hij snijdt de scherpe bocht bij Dordrecht af, en steekt vervolgens door naar Breda, waar een station komt voor binnenlands HSL-verkeer.

Bij Hazeldonk rijdt de flitstrein ons land uit. Over een tracé langs de snelweg wordt hij naar Antwerpen geleid, waar dan inmiddels de noord-zuidtunnel klaar is. Dan komt Brussel, en tenslotte wordt, voordat je Train au Grande Vitesse kunt zeggen, de Franse hoofdstad bereikt.

Tot dusverre heb ik in De digitale reiziger nog bijna geen woord vuilgemaakt aan die Hoge Snelheidslijn. Ik weet niet, wat ik met het ding aanmoet. Echt ertegen ben ik niet, maar veel voordelen zie ik er ook niet in. Een mens gaat niet dagelijks naar Brussel of Parijs; het effect van het binnenlands TGV-verkeer op de dagelijkse files is gering tot nihil. de TGV lijkt vooral een peperduur prestige-speeltje van politici, waarvan slechts weinigen zullen profiteren.

Zo denk ik erover; zo heb ik er altijd over gedacht, en zo zal ik er altijd over blijven denken; in ieder geval tot oktober van dit jaar, wanneer ik zelf de TGV naar Parijs neem. Misschien dat ik onderweg naar de Lichtstad ineens het grote licht zie, en eindelijk zal beseffen, waarom het zo verschrikkelijk belangrijk is dat ons kleine landje een goede verbinding heeft met de hoofdstad en de rest van Frankrijk.

Zo kwistig als er met geld wordt gesmeten als het om de HSL en de Betuwelijn gaat, zo gierig is het kabinet wanneer er lightrailplannen gerealiseerd moeten worden. De begroting voor RandstadRail, veelvuldig besproken op deze site, moest 400 miljoen gulden naar beneden; diverse deelprojecten, zoals de verbinding Zoetermeer-Rotterdam ("ZoRo-boog") en de "Poot van Berkel" werden geschrapt.

HSL en RandstadRail, daarmee zijn beide onderwerpen van dit artikel genoemd. In deze slotaflevering uit de reeks "In en om Rotterdam" wordt door Maarten Batenburg en ondergetekende een excursie ondernomen naar deze twee miljardenprojecten. Aangezien ze pas in 2005, resp. 2004 voltooid zullen zijn, maken we deze keer gebruik van de door menskracht en kettingtransmissie voortgedreven tweewieler. Maarten, die zeer goed thuis is in Zoetermeer (dat voor mij een ondoorgrondelijk labyrint blijft) treedt op als gids. De dag is dinsdag 29 augustus 2000.

Om 06.00 uur regent, en om 07.00 uur onweert het ("dat wordt niks") maar later op de morgen breekt de zon door. Nu ontkom ik er niet meer aan: ik moet op pad voor een fietstocht van ca. 65 kilometer; ik, iemand die het eigenlijk helemaal niet heeft op het tijdverdrijf dat fietsen heet.

In Stompwijk ontmoet ik Maarten. De tijd was vastgesteld op 10.30, maar we zijn allebei precies een kwartier te vroeg. Stompwijk is een dorpje in de gemeente Leidschendam, dat op de route ligt van Connexxion-lijnen 170 en 204 (beide Leiden - Zoetermeer - Rotterdam), met dien verstande dat de sneldienst 204 er niet stopt. Stompwijk is ook nog verbonden met Leidschendam zelf, en wel via een taxibusje dat niet al te vaak rijdt.

Via het recreatiegebeid Noord-Aa en de Zoetermeerse wijk De Leijens rijden we in de richting van Oosterheem. Deze wijk, die over een paar jaar onderdak moet bieden aan 25.000 zielen, krijgt een zijtak van de Randstadrail. De sneltrams naar Oosterheem zullen even voorbij het huidige sprinterstation Seghwaert aftakken van de Zoetermeerse "krakeling". Daarna gaat het verder over een braakliggend veldje vol zonnebloemen, dat nu zijn nut vooral ontleent aan het feit dat je je honden er zo lekker kunt laten schijten.

Seghwaert

Het eerste station (Spruitkoolakker, tenzij men zo humaan is, er een betere naam voor te verzinnen) komt te liggen op het drielandenpunt van de wijken Seghwaert, Noordhove en Oosterheem. In het begin van de jaren negentig zijn er plannen geweest, Zoetermeer per lightrail te verbinden met Alphen a/d Rijn en / of Leiden. Deze tramlijn(en) zou(den) dan ter hoogte van dit punt Zoetermeer zijn binnengekomen. Er is tussen de huizen een strook vrijgehouden voor deze - niet al te voor de hand liggende - railverbinding(en).

De Oosterheemtak zal vanaf Spruitkoolakker afbuigen naar het zuiden, en scheert langs het dorpje Benthuizen. Wij volgen het spoor niet verder; Oosterheem is nu nog een vlakte van opgespoten zand en heeft zelfs nog nauwelijks wegen voor bouwverkeer.

Volgens een voor mij niet meer te reconstrueren route rijden we door Zoetermeer heen, tot we stuiten op de spoorlijn Den Haag - Utrecht. Van hier gaat het oostwaarts. De TGV zal hier over de bestaande spoorbaan heengaan; de hoogspanningsmasten worden nu alvast opgehoogd.

We rijden naar Rotterdam langs de Rottemeren. De zon schijnt, maar vanuit het westen komen nieuwe wolkenpartijen aandrijven.

Een creatieve ingenieur heeft ooit voorgesteld, een TGV-tunnel aan te leggen op de bodem van de Rottemeren, maar die verwoesting is dit natuurgebied bespaard gebleven.

Na een paar kilometer stappen we af bij het Bleiswijkse Verlaat, een oude sluis. De inktzwarte wolken hangen nu bijna recht boven ons hoofd, wat op zichzelf wel mooie plaatjes oplevert. Bij voorbaat vluchten we een cafeetje binnen.

Inderdaad begint het niet veel later te stortregenen. Ongeveer een uur brengen we door in het café, waarbij we o.a. documentatie over de Vlaamse Kusttram bestuderen. Het is rustig. Alleen de heel dapperen zijn vandaag op pad gegaan; de scholen zijn trouwens ook weer begonnen.

Na dit oponthoud koersen we op Rotterdam aan, en passeren het gemaal Leemhuis-Stout, genoemd naar de voormalige CvK van de provincie Zuid-Holland, die zodoende toch nog iets meer heeft nagelaten aan haar provincie dan alleen een financiële puinhoop.

Rotterdam heeft ongelooflijk beroerde fietspaden. Eén en al kuilen en bulten; je zou er zeeziek van worden. Dat is vast al heel lang zo, maar vandaag valt het me voor het eerst op (ik fiets zelden of nooit in Rotterdam).

Tijd om de tocht even te onderbreken voor een paar OV-ritten. We parkeren de fietsen bij de sneltramhalte Hessenplaats, op de lijn naar Zevenkamp, die over een paar jaar doorgetrokken zal worden naar Nesselanden.

Voor slechts twee strippen (en Maarten, met OV-kaart, gratis) reizen we naar Kralingsezoom. Daar pakken we maar weer eens de Shuttle, het automatische voertuig dat vorig jaar al besproken is op DDR.

Van de drie "frogs" is er vanmiddag slechts één in dienst. De tweede wordt opgeladen, en de derde wordt onderhanden genomen door een monteur, die er proefrondjes mee rijdt. Wel een leuk vak, lijkt ons; een bestuurderloos voertuig besturen.

De snelheid van de frogs is onlangs opgevoerd van 15 tot 28 km/uur. Veel verschil maakt het niet. Het ding remt af bij elke bocht, en bij elke wisselplaats, en bij de klim over de snelweg.

Het Shuttlenet bestaat nog steeds uit dat ene, 1,5 kilometer lange lijntje tussen Kralingse Zoom en Rivium; uitbreidingsplannen zijn tot dusverre niet doorgegaan. Er is ook nog steeds maar één andere people mover actief in Nederland, en wel op het parkeerterrein van Schiphol. Die shuttle is nogal storingsgevoelig. Het schijnt, dat er laatst één laatst het rechte pad heeft verlaten, en door roeien en ruiten is gereden.

Daarna terug naar de fietsen, die er gelukkig nog staan (wat heet "gelukkig"; nu moet ik dat hele Jezuseind nog terug, en als hij gestolen was had ik lekker de trein kunnen nemen. Je kunt ook met de fiets op je bult de trein in, maar dat is ook weer zo'n gedoe).

Rotterdam is geen plezierige fietsstad: druk, onoverzichtelijke kruispunten en natuurlijk die bulten en kuilen. We doorkruisen Hillegersberg en Schiebroek, zien tram 4 en tram 5 rijden, en passeren even later station Berkel-Rodenrijs. Daarna kiezen we onze route over de Landscheiding; de grens tussen de hoogheemraadschappen van Delfland en Schieland. Links zien we Berkel (Delfland); rechts Bergschenhoek (Schieland). Beide dorpen zijn sterk aan het uitbreiden.

Door het niemandsland tussen Berkel en Bergschenhoek zal het TGV-tracé aangelegd worden. Ook de "Poot van Berkel" had dit tracé moeten volgen, maar die is, zoals gezegd, niet doorgegaan. Voor de dorpsbewoners had het beter andersom kunnen zijn: geen HSL, wel een sneltram.

Voorbij Berkel / Bergschenhoek rijden we door een kassengebied, waar drie windturbines met veel gesuis en geknars hun rondjes draaien. Of het aan die dingen ligt weet ik niet, maar wij krijgen de wind nu behoorlijk van voren.

De wijk Rokkeveen is, door het "uitkleden" van RandstadRail, ontsnapt aan doormiddensplijting. In één van de ZoRo-varianten zou de ZoRo-boog voorbij Pijnacker aftakken van de route naar Den Haag. In Rokkeveen is t.b.v. de sneltram een strook grond vrijgehouden van bebouwing; veel sportveldjes en hondenpoepstroken in Zoetermeer danken hun bestaan aan railplannen. Maar deze strook is nogal smal, en op sommige punten zullen de sneltrams rakelings langs de balkons van de flats scheren (zie de foto: hier zal de trambaan ongeveer komen te lopen boven de plek waar de abri staat).

De bewoners daarvan kunnen nog even gerust (en sommigen misschien teleurgesteld) ademhalen: het ZoRo-plan is uitgesteld tot never-never.

Opnieuw doorkruisen we Zoetermeer. Alweer een nieuwe fietservaring: met de tweewieler op de roltrap bij de Nelson Mandelabrug. Voorwiel in de breedterichting op een trede zetten; dan heb je een redelijke kans dat je met een heel rijwiel boven of beneden komt.

Aan het eind van de bebouwde kom van Zoetermeer neemt Maarten afscheid. Nu begint het moeilijke gedeelte. Tot dusverre heb ik al die kilometers eigenlijk ongemerkt afgelegd, gegidsd door Maarten, die over alles in deze omgeving wel iets interessants te vertellen had. Maar de laatste 12 kilometer rijd ik alleen. Hoe ik nog thuisgekomen ben, kan ik me niet meer herinneren. Maar ik bén er, om al deze woorden getypt te hebben.

Frans Mensonides
1 september 2000

Alles over het OV in en om Zoetermeer op de site van Maarten Batenburg