Fietsen tijdens de Tweede (Hitte)Golf, ofwel: Plakboek van een plakzomer

De Kop van Zuid-Holland in 50 foto’s

Waarom beginnen met een kikker? Ach, misschien kikkert iemand ervan op; het is een geinig beeld. Het staat in de Kikkerbuurt van Benthuizen.

Dit is het vervolg op het vorige stuk, waarin ik kennismaakte met de zegeningen van het elektrische rijwiel. Ook voor dit artikel ging ik fotofietsen in een ruime straal rond Leiden. Dat leverde een fotorapportage op met exact 50 foto’s; tel ze maar na. Ze zijn gesorteerd per streek, en zijn van elkaar gescheiden door regeltjes tekst.

In de laatste week van juli en de eerste twee weken van augustus 2020 ging ik vrijwel dagelijks op pad. Of we in die tijd in een Tweede Golf terecht zijn gekomen qua corona, die kwestie hangt nog; ik durf mijn voorspelling niet toe te voegen aan de duizenden profetien die er al circuleren.

Maar dat we de afgelopen weken de Tweede Hittegolf van deze zomer hebben meegemaakt, dat is in ieder geval een feit. De eerste viel in juni en was al voorbij voordat we de kans kregen om er erg lang over te gaan zitten zaniken. Daarna heb ik 4 weken lang bijna elke avond de verwarming aangehad. Toen kwam die recordhittegolf waardoor we ons de zomer van 2020 altijd zullen blijven herinneren als een zeer hete, hoewel het een heel gemiddelde is.

Bij het plakkerige weer tijdens zo’n golf zoek ik het liefst verkoeling in de avond, als de schemering invalt. Na donker kun je ook prima fotograferen, als je beschikt over een vaste hand.

Die nachtfoto’s leveren altijd verrassingen op, al zijn het niet altijd aangename. Soms is er echt te weinig licht om de boel scherp te krijgen. Het aantal mislukkingen, ontoonbare foto’s, is bij duister veel groter dan overdag.

Maar de verrassing bij het zien van de goeie foto’s is dat ook. Heel aparte kleuren nemen de dingen aan na zonsondergang. De spookachtige sfeer op de foto krijg je er gratis bij, terwijl je die ter plaatse helemaal niet zo ervaart.

Het ligt allemaal aan het licht, het kunstlicht in plaats van het daglicht. Als je er staat, corrigeren je hersenen de kleurzwemen, of zo; dat zou een verklaring kunnen zijn. Maar op de foto zijn ze niet weg te PhotoShoppen.

 

Deze molen, bijvoorbeeld, is in de nacht lichtelijk paars van teint. Het maakt niet uit, uit welke richting ik hem fotografeer, en of ik nou mijn camera gebruik of de smartphone tevoorschijn trek. Hij blijft paarserig.

Het is molen Windlust, die sinds 1668 aan de rand van Wassenaar stond, maar door dorpsuitbreidingen aan het begin van de 20ste eeuw midden in het dorp terecht is gekomen (zonder daarvoor verplaatst te worden). Hij prijkte ook heel vaak op ansichtkaarten en familiekiekjes, weet de Wikipedia. En nu dus ook op deze site.

Ik fotografeer bij dag en nacht alles wat me opvalt in de streek. Dat zijn vaker oude gebouwen dan nieuwe, en in deze reeks ook opvallend vaak beeldhouwwerken.

Sculpturen fotograferen, dat is altijd een beetje pronken met andermans veren: met die van de beeldhouwer die het beeld ontworpen en uitgevoerd heeft. Wat de fotograaf er dan nog wel aan toevoegt, is het moment van opname en de invalshoek. Zelfs van zoiets onveranderlijks als een beeld maak je nooit twee keer dezelfde foto.

 

De polder in





Benthuizen ligt in de veenpolders van het Groene Hart. Het is een geliefd fietsgebied voor de bewoners van de metropolen eromheen. De provincie Zuid-Holland heeft het heel ruimhartig voorzien van fietspaden.

Het Groene Hart begint zo ongeveer bij mij aan het einde van de straat. Tot en met Leiden Zuidwest heeft de stad Leiden het groen van het Groene Hart opgegeten. Andere steden, zoals Alphen aan den Rijn, Zoetermeer en Gouda, hebben zich daarbij de laatste halve eeuw ook niet onbetuigd gelaten.

Toch resteren in het Groene Hart nog veel dorpjes als Benthuizen, met een paarduizend inwoners, met bruggetjes over vaarten, met een dorpskern waar (om er een tot op het bot afgekloven clich tegenaan te gooien) de tijd heeft stilgestaan, en met kerktorens, zowel als torenflats, aan de einder.

Benthuizen wordt geflankeerd door Zoetermeer. De abrupte overgang van grootstad naar platteland, dat is voor mij een van de charmes van deze streek.

Benthuizens zelfstandigheid ligt lang achter ons. De bevolking koos in de jaren 90 bij referendum met een grote meerderheid voor aansluiting bij Alphen aan den Rijn in plaats van buurman Zoetermeer.

 

Het dorp ligt 4 meter hoger dan het maaiveld van de polder. Molen de Haas vangt dus veel wind. Ergens halverwege de 20ste eeuw bezat deze 18e-eeuwse stellingmolen geen stelling meer en stond hij bouwvallig op de sloop te wachten. In de 80’s is hij gerestaureerd. Er wordt nog steeds meel gemalen voor brood, dat je kunt kopen in het aanpalende winkeltje. Ook de oudheidskamer van Benthuizen is in de molen gevestigd.

 


Huisje in het oude dorp van boomtown Zoetermeer. Dat dorp ligt goed verscholen tussen de nieuwbouw. Ik rijd altijd minstens een keer of 7 verkeerd voordat ik het weet te vinden. Maar dat kan best aan mijzelf liggen.

 

De 35 meter hoge hefbrug over de Gouwe in Boskoop, maakt deel uit van een trits. Hij lijkt sprekend op die van Waddinxveen, 3 km naar het zuiden, en Alphen, 5 km noordelijker.

Op vrijdag 24 juli vind ik hem afgesloten wegens werkzaamheden. Er is een pontonbrug voor voetgangers en tweewielers, met een bewaker erbij die aanwijzingen geeft over te houden afstand.

Er staat iets spectaculairs op stapel met die kraan, er is volk op de been, er heerst een opgewonden afwachting in het dorp. Mensen kijken en wijzen. ‘Om 7 uur’, hoor ik roepen, ‘7 uur, dan gaat het gebeuren!, eventjes nog’.  Maar het is pas kwart over 6, en ik heb geen zin om nog 3 kwartier te wachten, dus ik weet achteraf niet welk schouwspel ik gemist heb.

 

De Boskoopse watertoren De Hoge Hoed, dateert uit 1908 en is 32 meter hoog; op de kop af de helft van die van Emmeloord, die de hoogste is van Nederland.




Opvallend winkelpand bij de brugoprit

 

Verder door de polders, naar Stroopwafelstad

Op zaterdag 15 augustus, een wat minder hete dag binnen die record-hittegolf, maak ik een langere fietstocht door het Groene Hart. Mijn route: Leiden – Zoeterwoude-Rijndijk – Hazerswoude-Dorp – Boskoop – Waddinxveen – Gouda – Moerkapelle – Zoetermeer – Stompwijk – Voorschoten – Leiden, 67 kilometer.

 




Boven: De 17e-eeuwse Waag van Gouda, onder: die van Leiden. Dit lijkt wel zo’n puzzel in de trant van: zoek de verschillen. Pieter Post ontwierp beide wagen rond 1650. Hij maakte zich er met een Jantje van … (inderdaad: Leiden) vanaf met een beetje copy-and-paste-werk. Nu is het natuurlijk wel zo: n waag gezien, allemaal gezien.

 




Het oude, 15e-eeuwse stadhuis van Gouda op de Markt en het nieuwe, 21ste-eeuwse Huis van de Stad bij het station. Gouda is bekend om zijn stroopwafels, het Huis van de Stad heeft een stroopwafelpatroon op de gevel en heeft dan ook als bijnaam: De Stroopwafel.

 

Ja, en dit is nou de Turfbrug. Als je die fotografeert, krijg je er meteen het onderschrift bij.

 
In Gouda keten ik mijn fiets vast aan iets van ijzer, en loop het winkelhart in. Een vast programmapunt in mijn OV-rubriek ‘Beminde zaterdag’ is het plassen en de koffie bij de HEMA. Maar die rubriek staat al sinds maart op een heel laag pitje, en daarmee het HEMA-bezoek. Ik geloof dat het echt de eerste keer is binnen en half jaar dat ik er op zaterdagmiddag een binnenloop.

Dat HEMA berhaupt nog bestaat, is een klein wonder; het was op een gegeven moment een dubbeltje op zijn kant.

Corona heeft ook hier geleid tot aanpassingen. Het toilet wordt na iedere bezoeker gereinigd. Er is een wachtrij ontstaan. En bij de koffiecounter staat een HEMA-functionaris ieders naam en telefoonnummer te noteren, in verband met eventuele uitbraken.

Bij zulke gelegenheden moet ik mijn familienaam – zoals de trouwe lezer weet, die van een eeuwenoud, eerbiedwaardig Fries geslacht - een keer of 7 herhalen en spellen. En keer heb ik op het punt gestaan om een valse naam op te geven en me Van Vliet te noemen, om er snel vanaf te zijn. Maar dat voelt helemaal niet goed. Ik verwacht dat ze dan gaan roepen: ‘Gore leugenaar, vuile corona-ontduiker, je heet helemaal geen Van Vliet!’ Zo’n verschutting wil je toch niet hebben.

De koffieruimte, die in normale tijden plaats biedt aan een man of 60, heeft nu nog maar een stuk of 10 tafeltjes, met schermen ertussenin. Van de zitplekken is toch maar de helft bezet. Zo’n koffiecorner moet zo wel zwaar verlieslatend zijn voor een al noodlijdend bedrijf.

Zou ik zelf de horeca ook niet beter helemaal kunnen mijden? Er worden deze weken weer een hoop corona-statistieken over ons hoofd uitgestort, en interpretaties daarvan. Heel Nederland blij als er op een dag ‘maar’ 400 personen positief getest zijn, iedereen in zijn nopjes - behalve dan die 400 en hun naasten. Statistieken, dat woord doet me trouwens altijd denken aan een bekende uitspraak: ‘Je hebt leugens, smerige leugens en statistieken’.

 

Ik doe een Henk-Krolletje, en neem 2 stroopwafels. Het was in het nieuws, afgelopen week. Krol raakte in opspraak door een aantal exorbitante declaraties, waaronder voor 43 euro aan stroopwafels.

Ik zocht op de site van Nerlands grootste grootgrutter op, hoeveel stroopwafels je voor dat bedrag wel niet krijgt. Een pakje van een dozijn kost daar 1,65. Voor 43 euro koop je 26 pakjes. Maakt: 312 stroopwafels. Opgestapeld komen ze tot het plafond van een doorsnee-huiskamer.

Ik hoop wel dat Krol er met gulle hand van uitgedeeld heeft, en ze niet allemaal zelf heeft opgevroten. Dat is helemaal niet goed voor die man. En en al koolhydraat, en hij is al niet een van de magersten. Ik heb hem al The Amazing Stroopwafel horen noemen.

Daarna op weg naar Moerkapelle, ten westen van Gouda, via een wirwar van wegen, bruggen en tunnels. Dit is zo’n omgeving waarin je je motor flink de sporen geeft. Niets te zien dan distributiecentra. Ze zijn allemaal lang, recht en plat.

Er wordt wel geklaagd over de ‘verdozing’ van het landschap in het Groene Hart. Maar gefotografeerd als panorama vallen die dozen best mee. En laten we wel wezen: distributiecentra en kantoren in de vorm van een watertoren of een kasteel of zo, zouden ook nergens op slaan.

Flink doorrijden, dus. In het vorige stukje schreef ik dat ze eens een Groene Golf voor e-fietsen moesten uitvinden. Maar in de praktijk krijg ik als fietser vaak meteen groen licht als ik een verkeerslicht nader. Het is geen toeval, zoals ik vorige keer veronderstelde. Het wordt geregeld via detectielussen, en vooral op stille uren heeft de fietser er baat bij.

 

Moerkapelle is geen erg opzienbarend dorp. Heeft Gouda zijn Goudse stroopwafels, Moerkapelle is befaamd om zijn Moerkapelse Krakelingen. Dat lees ik helaas thuis pas, anders had ik wel voor 43 euro aan krakelingen gekocht bij de plaatselijke bakker, en ze doodleuk gedeclareerd bij mezelf.

Deze Slagturver, een arbeider die veen uitbaggert, werd hier in 1973 neergezet door Toon Hendriksen. Maar welke onverlaat van een planoloog heeft het daarna in zijn hoofd gehaald, er pal bovenop een parkeerplaats aan te laten leggen? Zo komt dat beeld helemaal niet tot zijn recht.

 

Dat we het maar weten! Als er een bordje met uitleg bij staat, heb ik dat over het hoofd gezien. Op het Web heb ik niets kunnen vinden over dit plastiek.

 Een lange tocht. Ik wilde nu eens nagaan, hoever ik op n dag kon komen, gezien de capaciteit van de accu en die van mijn benen. Na deze 67 km zijn mijn knien nog min of meer intact, maar staat de stroommeter van de accu op donkerrood.

Als ik nog iets zuiniger zou omgaan met het motorvermogen, dan zit een etappe van 75 km erin. Maar de 150 van de tv-reclame verwijs ik naar het rijk der fabelen. Dat kan alleen met het laagste ondersteuningsniveau van de motor. Die helpt je dan niet verder dan 15 km/uur. En dan zit je 10 uur op de fiets voor die 150 km, en heb je niet alleen geen knien, maar ook geen kont meer over.

Dat is allemaal handig om te weten als ik nog eens een meerdaagse fietstocht ga ondernemen, van hotel naar hotel. Maar of dat er dit jaar inzit, is maar de vraag, gezien corona. Op de fiets in de polders kun je dat virus gemakkelijk vergeten. Maar dat is des te verraderlijker als je je weer onder de mensen begeeft, bijvoorbeeld in de horeca.

 

Langs de Kust




In Noordwijk deed ik al eens een Open Monumentendag. Maar dat is 20 jaar geleden en de digitale fotografie stond toen nog in de kinderschoenen. Dus een paar nieuwe foto’s uit Noordwijk Binnen.

 

Ook een geliefd fotothema van mij: de dorpspomp, een laat-18e-eeuwse, nog wel. Volgens de uitleg die erop vermeld staat, pompte hij niet alleen water op, maar was het ‘tevens een ontmoetingsplaats voor de bevolking die hier de dorpsnieuwtjes uitwisselde’. Dat kun je zeggen van elke dorpspomp, waar dan ook.

 

Als dit een stuk over OV was in plaats van over fietsen, zou ik schrijven dat door de smalle Voorstraat tot 1960 nog een tram reed.


Stellingmolen De Gerechtigheid aan de Molentuinweg in Katwijk aan den Rijn stamt oorspronkelijk uit 1740 en is fraai hersteld na een brand in de jaren 60.

De onderstaande taferelen uit Katwijk schoot ik in vorige stukken al eens overdag. Katwijk aan Zee blijkt in het duister minstens even fotogeniek als bij zonneschijn.

Hoe vissersplaats wil je het hebben…. De Vuurbaak uit 1605 is, na de Brandaris van Terschelling, de oudste vuurtoren van Nederland.







De Andreaskerk, ook wel Witte Kerk of Oude Kerk genaamd, uit de 15e eeuw, ging de omgekeerde weg van die molen uit Wassenaar, die ik hierboven op de korrel had. De kerk begon midden in het dorp, maar na wat kustafslagen belandde hij aan de zeekant.

 

Den Haag en omstreken



Den Haag, Mient, met zaagprotestborden

Net als in het vorige fietsartikel ga ik op zondag 9 augustus weer eens op bezoek bij mijn broertje Sjoerd in de Haagse wijk Bohemen. Hij mag het tehuis inmiddels al lang weer uit, in ieder geval totdat er officieel een Tweede Golf is. Zelfs een visite in Leiden is weer mogelijk.

Maar deze zondag ga ik dus zelf op de fiets bij hem buurten, bij een temperatuur van ver boven de 30 graden, hartje hittegolf.

Het is mijn vierde fietstocht daarheen. Al die keren heb ik vanaf het Malieveld exact dezelfde route gereden door het centrum, de Geleerdenbuurt (zoals ik het maar noem) en de Bloemen-, Bomen-, Vruchten en Heesterbuurt. Die route is nogal kronkelig, en vast niet de kortste, maar telt wel betrekkelijk weinig verkeerslichten.

Het gaat zo: na het Malieveld de Houtweg – Hooigracht – Mauritskade – Hogewal – Elandstraat – Waldeck Pyrmontkade – De Constant Rebecqstraat (hee, een kleine omweg, zie ik nu op de kaart; volgende keer afsnijden!)- Conradkade – Newtonstraat – Beeklaan – opnieuw de Newtonstraat, die een rare knik of Z-bocht in zich heeft – Newtonplein – Cartesiusstraat – Jasmijnstraat – Rabarberstraat – de lange, rechte, beboomde Mient met een snel fietspad erlangs, en dan komt de buurt waar ik wezen moet, in zicht.

Mient is een naam die je verwacht in het grote dorp dat Den Haag is. Maar ‘beboomd?’ Ja, nu nog wel. Maar aan elke boom hangt een pamflet tegen het rooien van die boom dat de gemeente van plan is.

Wonderlijk dat ik met mijn gebrekkige orintatievermogen zo’n ingewikkelde route kan onthouden. Ik vrees de dag dat ik op het onzalige idee kom om een stukje af te snijden; dat wordt dan kilometers omrijden.

Wat foto’s van deze route, op de terugweg, dus in omgekeerde volgorde.

Sir Isaac Newton op het Newtonplein, in silhouet, want de zon stond er pal achter. Aan de voet van het beeld staan een boek en een wereldbol. Maar waarom geen appel?


De Koninklijke Stallen bij paleis Noordeinde. Ter hoogte van dit punt kan ik aan niets anders denken dan Wim Sonnevelds conference De Stalmeester: ‘Het vertoon van de kroon, de eis van het paleis, de franje van Oranje’. En natuurlijk: ‘Ik en de konegin.’ Voor personen jonger dan 50 spreek ik nu in raadselen, vermoed ik. alleen het woord 'conference' al.

 





De bijna een eeuw oude ‘Rode Olifant’ bij het Malieveld is nu kantoorverzamelgebouw, maar was oorspronkelijk het kantoor van Esso. Die hoge toren diende alleen om het Shell-gebouw, een kleine kilometer van hier aan de Karel van Bylandtlaan, in hoogte te overtreffen.

Ambulances gieren af en aan. Als ik in een kluit fietsers bij een verkeerslicht sta te wachten, krijst uit ieders telefoon plotseling een NL-Alert: niet meer de zee in; gevaarlijke muien. 4 doden vanmiddag…

 


Landgoed Marlot, aan de rand van Den Haag.

 





Landelijk oud en stedelijk nieuw in Nootdorp. Ook hier liggen boerendorp en VINEX-bouw vlak naast elkaar.

 

Winkelcentrum De Parade in Nootdorp ligt op de plek van een vroegere drafbaan.


Sfeervol hoekje in Wassenaar

 

 




En een pure toevalstreffer in Voorburg. Op zondagavond 2 augustus reed ik zonder bepaald doel langs de Vliet. Toen zag ik huize Hofwijck, dat ik al veel vaker voor de lens heb gehad. De voorzijde, de niet-Vlietzijde, werd beschenen door de maan. Maar rechtsboven op de foto staat ook nog Jupiter te stralen. En ergens ongeveer daartussenin, als je heel goed kijkt, iets boven de lijn Maan – Jupiter, een heel klein stipje: Saturnus.

Christiaan Huygens heeft hier in de tuin van Hofwijck in 1655 de Saturnus-maan Titan ontdekt  en de ringen van Saturnus waargenomen.
Huygens gebruikte een telescoop die hij en zijn broer Constantijn jr. uitgevonden hadden. De ringen van Saturnus waren al eerder waargenomen door anderen, met minder goede kijkers. De geleerden van die tijd zagen er geen ring in en hielden het op ‘hengsels’ die de planeet zou hebben.

 

Het Recreatiegebied Vlietland ligt bij Voorschoten, maar behoort tot de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het meet 300 hectare. Het noemt zich de Riviera van de Randstad, toe maar!

 

Leiden en aangrenzende dorpen

 

Een bewoner/-ster van Leiden Zuidwest heeft zijn / haar wassen-neuskapje aan de wilgen gehangen.

 

Een vreemd soort romantiek: de desolaatheid van winkelstraten na winkelsluiting. Warmond.

 

Museum CORPUS, Reis door de mens in Oegstgeest staat samen met de musical ‘Soldaat van Oranje’ in Valkenburg en het Pilgrim Fathers Museum in Leiden op zo’n lijstje dat iedereen wel heeft. Het lijstje van attracties dicht in de buurt, waar je nooit komt en eigenlijk toch eens naartoe zou moeten.

Maar een reis door de mens; ik weet het niet. Ik heb daar voorstellingen bij. Betekent dat kanon op een meer van maagzuur of wadlopen in een zee van diarree? Niet echt een aantrekkelijke attractie, als je het mij vraagt. Wie walgt niet, die de mens van binnen beziet?

 

Huize Rhijngeest in Oegstgeest is ook zo’n gebouw dat snel verspookt als het donker wordt. Het was oorspronkelijk een Sanatorium voor Zenuwzieken en is thans gemeentehuis van Oegstgeest. Waar in de gemeentepolitiek ook een hoop zenuwelijers rondlopen, heb ik me laten vertellen.

 

De nieuwe voetgangers-/fietsersbrug over de Rijn tussen Oegstgeest en Valkenburg. Het is een draaibrug; het gevaarte kan draaien om die grote spil.


De Doelenpoort in de Leidse binnenstad.

 

Geen verdozing op universitair terrein Leeuwenhoek, maar eerder gebouwen met smoel. Niet de geijkte eenheidsworst!

 

En tot slot het beeld De Forens van Theo van der Nahmer, dat staat bij het winkelcentrum Lange Voort in het forensendorp Oegstgeest. Met zijn aktentas tegen de wind in op weg naar het station om op tijd op het perron te staan voor de trein van halfacht. Elke dag dezelfde trein heen en dezelfde terug, 5 dagen per week, zon week of 48 per jaar.

Een snel uitstervend ras in deze tijd van thuiswerken. Ik kan niet zeggen dat ik daar erg droevig om ben.

Frans (‘Van Vliet’) Mensonides
23 augustus 2020
foto’s dateren van 24 juli t/m 17 augustus 2020




Fietsend naar de herfst: de Kop van Zuid-Holland in nog eens 30 foto’s

Molen de Arkduif, tevens brouwerij en caf, in Bodegraven

 Sinds afgelopen maandag geniet ik een vakantie van 3 weken. Aangezien een binnen- of buitenlandse hotelreis me gezien corona niet verstandig lijkt, breng ik die weken onder andere door met dagmarsen per fiets in de wijde omgeving van Leiden. Hieronder fotoverslagen waarbij, net als hierboven, de foto’s van elkaar gescheiden zijn door stukken tekst. Die kun je lezen, maar ook overslaan.

Maar eerst dit:


Diep door het stof

Hierboven beschreef ik een ontmoeting met een Oegstgeester forens, een van de laatsten in zijn soort. Ik heb zelfs zelf een selfie met hem gemaakt. Van meerdere kanten ben ik erop gewezen dat ik daarbij onvoldoende afstand tot hem in acht genomen heb. Daarmee heb ik de coronaregels overtreden.

Fraai is dat!, voor een ouder en wijzer iemand die op het Web toch het goede voorbeeld zou moeten geven! Wordt die hele coronapoppenkast niet maand na maand in stand gehouden juist om krakkemikkige senioren zoals ik te beschermen? En moet de jeugd daarvoor al niet voldoende bloeden? Kinderen moeten nu zelfs al blij zijn dat ze weer naar school ‘mogen’!

Het gewraakte selfie maakte ik in mijn dolle enthousiasme over de ontdekking van dat fossiel van een forens. Desondanks had dit vanzelfsprekend niet mogen gebeuren. Ik bied er dan ook mijn diepe en nederige verontschuldigingen voor aan en verklaar onder Ede (waar ik kort voor corona nog was) dat dit beslist nit meer zal voorkomen.

Als boetedoening heb ik 390 euro gestort op de rekening van het Koningin Wilhelmina Fonds, dat deze week met een landelijke collecte het geld probeert terug te verdienen dat ze weggegooid hebben aan een waardeloos lor van een nieuw logo. Verder heb ik de Oegstgeester forens (het was eigenlijk ZIJN schuld!) geprest om ook een donatie van 390 euro te doen aan een goed doel, en wel de bankrekening van ondergetekende. Dan verlies ik er uiteindelijk niets op; geen geld tenminste, alleen maar mijn geloofwaardigheid.

Maar even serieus nou: wat vinden jullie nou van de affaire-Grapperhaus? Ik zelf vond de foto’s van zijn huwelijk verbazingwekkend, wat zeg ik? Verbijsterend; schokkend, hallucinant! Ik bedoel: dat er ook maar n vrouw wil trouwen met zo’n schertsfiguur; ik sta werkelijk paf!

Natuurlijk had Grapperhaus zijn huwelijk kunnen uitstellen tot na de crisis. Maar dan had hij ‘het’ niet met zijn bruid mogen doen, want bij het CDA mag dat nog steeds niet buiten het huwelijksbootje. Ik begrijp het dilemma.

Ik kan ook niet zeggen dat mijn vertrouwen in Grapperhaus een knak heeft gekregen. Dat was toch al zo goed als nihil, met zijn parmantige, pedante strenge-schoolmeestersmaniertjes en zijn 12 corona-regels met 13 uitzonderingen.

 

Gezien bij meubel- en woonwinkelgalerij Rijneke Boulevard in Zoeterwoude-Rijndijk. Kunnen twee motorfietsen elkaar eigenlijk wel besmetten in de buitenlucht? Ik vraag het voor een vriend.

 Geen mens kan er toch meer uit wijs? Je mag wel met 500 man in een slecht geventileerde trein zitten, waar geen raampje open kan. Maar je mag niet met een groepje vrienden in de gezonde buitenlucht over straat lopen. Volgens alle deskundigen ter wereld, behalve Jaap van Dissel, levert dat geen enkel besmettingsgevaar op. Maar als een BOA constrictor je betrapt op onvoldoende afstand houden, krijg je naast een boete ook nog een strafblad. Dat je straks misschien wel mag verscheuren, nu gebleken is dat de minister van justitie niet van zijn schoonmoeder kon afblijven.

Als wij vroeger als kind ons wangedrag goedpraatten door te zeggen: ‘Pietje doet het ook!’, dan zei onze moeder of de schooljuf steevast: ‘Als Pietje in de sloot springt, spring jij dan ook in de sloot?’ Maar als Pietje Ferd heet, gelden ineens andere wetten.

Genoeg hierover! We gaan fietsen!



Ruimte zat aan de Duindamseslag


Nog vr mijn vakantie en de herfst, in het staartje van de zomer, fietste ik naar een stuk strand waar je heel gemakkelijk voldoende afstand kunt houden – als je daar nog waarde aan hecht. Eigenlijk zou ik niet moeten opschrijven waar het is, anders wil straks iedereen erheen en dan is het gedaan met de stilte.

Maar het gaat om het strand bij de Duindamseslag, een paar kilometer ten noorden van Noordwijk, waarvan je de hotel-skyline in de verte kunt zien liggen. Geen strip met casino’s en nachtclubs hier, maar n eenvoudig strandtentje met terras, voor de inwendige mens.

De Duindamseslag is een zijpad van het naamloze fietspad door de duinen dat je uiteindelijk, als je immer geradeaus blijft gaan, de provinciegrens over voert, richting Zandvoort.





‘Gezonde duinen zijn in beweging’, staat te lezen op een informatiepaneel langs dat pad. Het moet er flink stuiven. Tal van maatregelen worden genomen om te bevorderen dat zand, wind en zon vrij spel hebben, wat de soortenrijksom van flora en fauna ten goede komt.


Stuiven doet het zand op het strand ook wel, met de krachtige zuidwesten-bries die vandaag waait. Een complete schuimkraag aan de kustlijn. Het kan de strandgangers, waaronder dit ernstige geval van obesitas, niet deren.

 

Sassenheim

Opnieuw naar de bollen, in een jaargetijde dat geen bolgewas de kop boven de grond uitsteekt. Sassenheim is mijn doel.

De naam van het bollendorp heeft niets te maken met sassen, ofwel: pissen. Volgens sommigen betekent het: woonplaats der Saksen – in tegenstelling tot de vele woonplaatsen der Cananefaten die aan het eind van het 1e millennium in deze streek lagen. Maar volgens anderen is het dorp genoemd naar iemand die Saxo heette, en misschien helemaal geen Saks was; een persoon, opgelost in de mist der eeuwen en alleen nog voortlevend in een plaatsnaam.

Dat het gedeelte van Sassenheim ten zuiden van de spoorlijn Leiden – Schiphol en de A44 altijd groen is gebleven, is te danken aan de aanwezigheid van een 17e–eeuwse eendenkooi. Volgens een oude wet mogen er binnen een straal van 200 Rijnlandse roeden (ca. 750 meter) van een eendenkooi geen lawaaierige activiteiten plaatsvinden die eenden zouden kunnen verjagen, en liever dus ook geen woningbouw. Maar hoe ze hier dan een spoorlijn en autoweg hebben mogen aanleggen? Die liggen op nog geen 500 meter van de kooi.

In een eendenkooi werden tot niet zo verschrikkelijk lang geleden eenden gevangen voor de consumptie. Die in Sassenheim heet(te) Eendenkooi Warmond (niet: Sassenheim). Hij wordt in stand gehouden door vrijwilligers en is in het voorjaar te bezichtigen tijdens rondleidingen. Buiten dat seizoen kun je er niet dichtbij komen.

 

 

Ook de Rune van Teylingen, een paar voetstappen buiten Sassenheim, is tegenwoordig niet vrij en gratis meer te bezoeken. Ik vind het toegangshek gesloten.

Tijdens mijn bollenvoettocht in het voorjaar van 2010 mocht ik er nog zelfstandig rondstruinen, al werd ik kwaad aangekeken door een buurtbewoner. De foto dateert uit dat jaar.


Dit hoofdstuk heet Sassenheim, maar ik sta hier op het grondgebied van het aanpalende Lisse (zie ook de vorige aflevering van deze site, die tegenwoordig vooral over fietsen gaat). In de verte, vanaf dat bruggetje in de Derde Poellaan, de markante H.H. Engelbewaarderskerk uit 1931.




In Sassenheim zelf is weinig fotograferenswaardigs te zien, vond ik tijdens die wandeling van 2010, die ik speciaal ondernam ter nagedachtenis aan de Bollentram (1881-1949). Maar ik heb toen geloof ik het gezellige pleintje bij de oude haven overgeslagen. Daar staat dit beeld van de ‘Aschpotter’.

Dat was een beroep dat niets te maken had met de bollenteelt en –handel. De aspotter (een spotter was het ook niet) van Sassenheim haalde deur aan deur de as uit de haard op. Die verkocht hij aan een zeepfabriek in Leiden, waar het diende als grondstof bij de zeepproductie. Aschpotters, later ook wel Asbakken, werd een scheldwoord voor Sassenheimers.

Weetjes, weetjes, weetjes….

 


September 

En zo werd het september, en daarmee meteorologisch gesproken, alweer herfst. Voor mijn gevoel moet de zomer nog goed en wel beginnen. Die corona-crisis doet echt rare dingen met onze tijdsbeleving; ik hoor er meer mensen over.

Vakantie in corona-tijden, wat houdt dat nog in? Geen buitenlandse reizen, in ieder geval. Ik had laatst een raar idee: ik pak de trein naar Roosendaal, daar de OV-fiets richting Essen, om die paar vierkante meters te zien die laatst bij een grenscorrectie zijn overgedragen van Belgi aan Nederland. En dan per ongeluk een voet zetten op Belgisch grondgebied. Dan moet ik in Belgi 10 dagen in quarantaine omdat ik afkomstig ben uit Zuid-Holland, en daarna bij terugkeer nog 10 dagen in Nederland, omdat ik reis vanuit de provincie Antwerpen. Vakantie om!

Feitelijk heb ik al vanaf donderdag 12 maart, mijn eerste thuiswerkdag, een vakantiegevoel. Als het niet een voorbarig pensioengevoel is. Officieel zal ik met pensioen mogen per 4 september 2023. Dan ben ik exact 802 maanden oud, mijn 802e vermaand-dag, zal ik maar zeggen; 66 jaar en 10 maanden. Dat is tevens de 127e geboortedag van mijn oma van moederszijde, en de 427e van Constantijn Huygens, maar dat heeft geen invloed op mijn pensioen, en dat had ik dus ook onvermeld kunnen laten.

Maar misschien kan ik mijn pensioen een maand of 10 of 12 14 eerder laten ingaan; ik ben erop aan het studeren. Dan komt die datum al aardig in zicht.

Zal ik me niet vervelen, na mijn pensionering? Per slot van rekening zal het ook dan niet elke dag gunstig fietsweer zijn, en ik kan ook dan niet 52 weken per jaar op vakantie gaan. De wat sneue nazomervakantie van dit jaar is een goeie oefening: mezelf vermaken met vrij minimale mogelijkheden.

 

Bodegraven op het tweede gezicht

TWEEDE-GEZICHT

Het melancholisch Bodegraven gaapt
En ligt gelijk een graf ten bodem open:
En ‘k zie een blooden knaap al traagjes loopen.
Zijn ziel is niet meer en zijn lichaam slaapt.

Kijk, hoe hij van den vloer een strootje opraapt,
En tuurt naar ’t wer, en telkens telt zijn knoopen,
Of hij voor een dubbeltje wat koek gaat koopen,
Terwijl hij, achter ’t handje zoetjes gaapt.

“Ach, Amsterdam”, zucht hij, dr is beschaving,
“Caves, Bodga, Beerebijt en Pschorr,
“Dr krijgt mijn jeugdig begeerend hart laving -

“Hier word ‘k van binnen zoo bedonderd dor;
“Hier, met het Bodegravensch tien-uurs-klokje,
“Hou, moet ik naar mijn bedje, zonder grogje…”

Willem Kloos 

Gedicht van J.C. Bloem (1887-1966), geciteerd op een informatiebord in zijn geboortedorp Oudshoorn, nu gencorporeerd in Alphen aan den Rijn.

 
Vandaag, woensdag 2 september, is het gelukkig mooi nazomerweer. Op pad! Ik heb Bodegraven geprikt op de kaart. Het dorp in het hart van het Groene Hart ben ik in mijn hele leven in totaal een keer of 1234 voorbijgereden per trein. Maar ik heb er maar n keer rondgelopen als De digitale reiziger. En dat was in de winter van 2003, in mijn fotoloze periode. Ik heb Bodegraven nog nooit vastgelegd op de gevoelige plaat.

Als ik beide hierboven geciteerde gedichten mag geloven, was de landstreek aan de boorden van de Oude Rijn een eeuw geleden een toonbeeld van mufheid, dufheid en burgertruttigheid. Alleen drank, veel drank, kon de mens nog redden van vertwijfeling. J.C. Bloem keurde drankmisbruik af, zo te lezen. Maar van Willem Kloos is bekend dat hij er bepaald niet in spuugde.

Kloos’ prachtige vers over Bodegraven heb ik in dat stuk uit 2003 al onderworpen aan een ragfijne analyse. Ik was indertijd student in de Nederlandse taal, letterkunde, cultuur en / of literatuur (doorhalen wat niet van toepassing is; die opleiding veranderde nog al eens van naam). Je kunt er op rekenen dat ik er geen al te grote nonsens over heb opgeschreven.

Dat gedicht van Bloem kende ik vr vandaag nog niet. Ik kwam het onderweg tegen op een informatiebord bij zijn geboortedorp Oudshoorn, later opgegeten door Alphen aan den Rijn. Het gaat over versufte, gedesillusioneerde kantoorklerken die ongetwijfeld haken naar vakantie en pensioen.

Maar het is helemaal niet gezegd dat die uit Oudshoorn kwamen, of uit een ander dorp aan weerzijden van de Oude Rijn. Dat stt er helemaal niet, dat maakte ik er maar van. Het gedicht is veel algemener dan dat, heel universeel. ‘In alle steden, in alle dorpen’, staat er toch? Nou dan!

‘Je moet zeker wel heel goed tussen de regels doorlezen, h’, vroeg iemand me eens die gehoord had dat ik Nederlands studeerde. Maar mensen, geloof mij: literatuurstudie begint en eindigt, en staat en valt helemaal met goed lezen wat er OP de regels staat. Bij gedichten als dit tweetal is dat ook meer dan genoeg.

 

Ergens tussen Spoelwijk en Tempel

Mijn route vandaag: Leiden – Zoeterwoude-Rijndijk – Hazerswoude Dorp – De Roemer - Boskoop – Spoelwijk – Tempel – Bodegraven – Zwammerdam – Oudshoorn / Alphen aan den Rijn – Koudekerk aan den Rijn – Leiderdorp – Leiden (58 km). Bij thuiskomst resteerde nog 13% van de stroom in de accu.

Van de buurtschappen De Roemer, Spoelwijk en Tempel had vast nog niemand gehoord. Het is er groen en vlak.

 

Op de monumentenlijst van Bodegraven prijken voornamelijk kaaspakhuizen; tientallen, werkelijk. Hoe ik er dan in geslaagd ben, uit Bodegraven terug te keren zonder ook maar n foto van een kaaspakhuis, dat is voor mezelf ook een levensgroot raadsel.

Dit opvallende gebouw is bij nader inzien helemaal geen kaaspakhuis, geloof ik. Wat het dan wel is, en waar in Bodegraven ik het gezien heb, weet ik ook niet meer. Het was ergens in een lange straat bij een bruggetje over een smal watertje, niet ver van het station, maar ik heb het niet meer terug kunnen vinden op GoogleMaps.

Nou, ik ben weer lekker bezig, al met al.

Dit kan ik nog wel traceren. Dit is de Phoenix, dat staat er trouwens op. Het was ooit een olieslagerij, en daarna nog een hele tijd de shampoofabriek van Andrlon, totdat de verkamering tot appartementen toesloeg.

Ik strijk neer op een terrasje op het hemeltergend saaie Raadhuisplein (geen foto waard) voor een kop koffie en een broodje. Gelukkig dat dit soort dingen nog kunnen, ondanks corona.

Deze keer mag ik mijn personalia zelf invullen op een formulier, en hoef ik mijn naam niet te spellen. Dus ik hoef deze keer ook geen valse naam op te geven, Frans Oudenrijn, bijvoorbeeld.

Als ik hier een grogje zou bestellen, zoals de Bodegraver in het gedicht van Kloos, zouden ze me vermoedelijk niet begrijpen. Ook het woord gazeuse, waarmee ik nogal eens strooi in deze kolommen, is aardig in onbruik geraakt.

Ik wil op gezag van de Wikipedia nog wel aannemen dat Sassenheimers hun dorp in de wandeling Sassem noemen. Maar dat Bodegraven Borreft heet in het vernaculair, en een inwoner ervan Borftenaar, ja doei! Borreft, dat klinkt meer als een zure oprisping dan een dorp. De mensen schrijven ook maar van alles in die encyclopedie.





Het dorpje Zwammerdam, een paar kilometer stroomafwaarts aan de Rijn, heette Nigrum Pullum toen het een grensplaats was van het Romeinse Rijk. Met een paar tussenstappen kan dat na wat eeuwen tijd best Zwammerdam worden.

Nigrum Pullum betekent letterlijk: zwart kuiken, en overdrachtelijk: donkere grond, zo zacht als een donzig kuikentje. Dat zal een eufemisme geweest zijn voor velden vol zuigende blubber en bagger, tot waar het oog reikte. De legionairs die hier gelegerd waren, zullen hun noodlot wel vervloekt hebben: meer dan duizend mijl van Rome, in de kou en in de nattigheid, midden tussen de wilden.

Tegenwoordig is Zwammerdam een ontzaglijk klein, maar ook heel erg knus dorpje.

Na dat gedicht in Alphen gelezen te hebben. stroomafwaarts op huis aan.

 


Mengelwerk

Nog wat losse foto’s, her en der geschoten in de regio.






Van Matilo op Romeinse mijlpalen naar de plaatsnaam Leiden op de route-app is het ook maar een paar stapjes, een zuchtje in de eeuwigheid. Het Romeinse kamp Matilo, dat in gebruik is geweest van ca. 50 - ca. 275 AD, is aardig gereconstrueerd. Toch blijft het een beetje kale boel. Er ontbreekt iets aan. Wat? Een Romeins cohort van 600 soldaten, om het echt te maken.


Over Leiderdorp schreef ik ooit, net als Sassenheim, dat je je camera er wel op zak kon houden. Maar deze brug over de Rijn, schijnbaar vastgeklonken aan een kerk, is toch wel bijzonder.


 

Deze lekkernij, aanbevolen bij de Bijenkorf in Den Haag, ligt misschien wat zwaar op de maag.

 






Landgoed Clingendael in Wassenaar, aan de rand van Den Haag.


Wordt vervolgd!

Frans Mensonides
6 september 2020
Er geweest: Duindamseslag vrijdag 21 augustus, Sassenheim maandag 31 augustus en Bodegraven woensdag 2 september 2020.

Clingendael



Frans Mensonides, Leiden, 2020