Nr. 322a - zondag 14 juni 2026 (week 24)
Tijdlijnen; Leidse Museumnacht 6/7 juini 2026

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

321. ONDERWEG; MIJN BROERTJE EXPOSEERT OPNIEUW (22/03/2026)
320. FRIESE DOODLOPERS; (NIET) SCHAATSEN IN 1966 (08/03/2026)
319. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (5): HET SPOORWEGMUSEUM (18/01/2026)
318. MIJN MUSEUM-6_DAAGSE (4): DESIGN MUSEUM DEN BOSCH (11/01/2026)
317. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (3): DE KUNSTENAARSFAMILIE TER BORCH (28/12/2025)
316. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (2):  KUNSTENAARSDORPEN - HET JAAR 1913 (14/12/2025)

FHM’s A-viertjes is een rubriek op de Thuispagina van Frans Mensonides, die Henk als middle name heeft en dus FHM als initialen.
FHM’s verschijnt altjd op zondag, maar niet elke zondag

15:20
Wat doe ik bij de VVV Leiden, een stad waar ik al 63 jaar import ben, elke stoeptegel ken en alles behalve een toerist uit den vreemde ben? Nou, ik kom er alvast mijn digitale ticket voor de Museumnacht inwisselen voor een analoog polsbandje dat me vanavond toegang kan verlenen tot 13 Leidse musea in de stad die zich Museumstad noemt. Het wordt aanbevolen om niet tot 20:00 te wachten met die ruiloperatie, daar het dan erg druk is bij het standje op de Nieuwe Beestenmarkt.

Het is al de 18e editie van dit evenement. De eerste 17 heb ik gemist, omdat ik dacht dat zo’n  museumnacht echt de hele nacht duurde, van 0:00 tot 6:00 uur. Ik ben een avondmens en geen ochtendmens; bij het krieken van de dag door de stad zwerven trekt me absoluut niet aan.

Maar toen ik me er dit jaar eens in ging verdiepen, zag ik dat de Museumnacht slechts duurt van 20:00 – 1:00 uur, en dus net zo goed een museumavond had kunnen heten. Die 13 musea, waaronder een aantal culturele instellingen die feitelijk geen museum zijn, pakken uit met allerlei extra’s: flash-lezingen, flash-rondleidingen, gratis drankjes, live muziek…

Ik ben benieuwd!

 

20:00
De officiële aftrap van het evenement op de Nieuwe Beestenmarkt. Er staat inderdaad een hele rij voor de kassa waar veel mensen nog een kaartje willen kopen. Die hebben meteen al een flinke hoeveelheid tijd verspild.


20:15
Om zelf niet te veel tijd te vermorsen, verwijs ik voor de inleiding tot het eerste museum naar het gelinkte stuk uit 2019. Dat ging over de Pilgrim Fathers, die in 1620 vanuit Leiden via Plymouth (Engeland) naar Amerika zeilden, daar een kolonie stichtten, en daarmee aan de wieg stonden van de USA (‘for better or for worse’ voegde ik daar in 2019 al aan toe). In Plymouth bezocht ik het Mayflower Museum, terwijl in ik Leiden het Pilgrim Museum altijd voorbij gelopen ben. Dat ga ik 7 jaar later nu eindelijk goed maken.

Het kleine museum is in de loop van die jaren wel verhuisd van de ene steeg (Beschuit-) naar een andere (Klok-) en is nu gevestigd in de voormalige kosterswoning van de Pieterskerk.

Het museum is ingericht zoals het woonhuis van de Pilgrims en dat van vele Hollanders eruit zag anno 1620. Per groepen van 7 man worden we toegelaten tot de huis- annex slaapkamer. Daar houdt een museummedewerker een praatje over hoe de mensen indertijd hun avond en nacht doorbrachten.

Er brandt geen elektrische licht; dat had je toen nog niet. Men deed het met een paar kaarsen en met vuur in de haard. De rondleider wijst op de juiste manier om kaarsen uit te maken, met een dover. Niet zo’n kaars uitblazen of, erger nog, uitschieten met je vingers. Dan vliegen er stukken van de brandende pit in de rondte, waardoor je huis plus de halve stad kunnen affikken; het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat zoiets gebeurde.

‘Waarom waren de bedsteden zo klein?’, werpt hij vervolgens als quizvraag in ons midden. Waren de mensen toen soms lilliputters? Ik weet het antwoord, en aangezien niemand het woord neemt, doe ik dat maar: ‘Ze sliepen zittend, omdat ze dachten dat je, als je languit lag te slapen, je de nacht niet zou overleven. Al je bloed stroomde dan naar je hoofd….’

Goed beantwoord, punt voor mij. Hoe het bloed door het lichaam stroomt, wisten ze in 1620 nog niet. De bloedsomloop werd pas in 1628 ontdekt en daarna duurde het nog wel 2 à 3 generaties voordat iedereen daarvan op de hoogte was. Wat ook een rol speelde: mensen die dood waren, lagen meestal op hun dooie rug, ‘dus’ je kon maar beter niet op je rug gaan liggen.

De rondleider meldt nog dat het museum ook bij daglicht de moeite van het bezoeken waard is, dus ik laat het gewoon staan op mijn bucket-list.


20:35
De Pieterskerk, tegenwoordig noch een kerk, noch een museum, maar eerder evenementenhal, is voor deze gelegenheid feeëriek geïllumineerd. Ik begin de kwintessens van een museumnacht te snappen: dingen bij donker zien die je normaliter alleen overdag ziet.

Er is hier een Silent Disco, waar je naar kunt luisteren via een koptelefoon. Er kan gedanst worden, maar dat gebeurt (nog) niet. Ik voel me ook niet geroepen om een deerne ten dans te vragen.

Interessanter is een lange tijdlijn op informatieborden, die loopt van 1121, toen de kerk werd ingezegend, tot heden. Twee verschrikkelijke dieptepunten waren er in de geschiedenis  van het godshuis. In 1512 stortte de ca. 100 meter hoge, heel gammele toren in. Een geluk bij een ongeluk: Hij kwam niet op het schip van de kerk terecht, maar zeeg verticaal ineen, net als die toren in New York op nine-eleven.

De andere ramp die de kerk trof was de beeldenstorm in 1566, waarbij het interieur grotendeels vernield werd. Behalve het 3-luik ‘Het laatste oordeel’ van Lucas van Leiden, dat nu in de Lakenhal staat. Dat kon op bevel van de magistraat ternauwernood gered worden.

Die houten plaat boven de preekstoel is het klankbord, dat ervoor zorgde dat de vermaningen van de pastoor tot in alle uithoeken van de kerk te horen waren. Het woord leeft nog voort in uitdrukkingen als ‘(g)een klankbord vinden’ voor iemands grieven.

 

21:05
De Young Rembrandt Studio is gevestigd in het pand Langebrug 89, waar Rembrandt (1606/7? – 1669) les kreeg van  Jacob van Swanenburg (1571-1638). Die laatste schilder is een stuk minder beroemd geworden dan sommige van zijn leerlingen. 

Rembrandt schilderde hier in de periode 1621-1623. Young Rembrandt Studio focust op de Leidse jaren van Rembrandt en, zo zegt de inleider, meldt niets over de roem die hem in Amsterdam ten deel viel, want dat wisten ze in 1623 nog niet.

Er is hier voor maximaal ca. 20 personen een videopresentatie van 7 minuten te zien over deze cruciale periode in het leven van Rembrandt. Deze lichtshow – althans voor zover ik kan zien met mijn momenteel slechts anderhalve oog - is een trompe-l’oeil om in kunstkennerstermen te spreken; hij speelt zich af op een plat vlak, maar lijkt een ruimtelijk gebeuren; knap gedaan!

Er schieten schijnbaar veelkleurige lichtballen en lichtstrepen door de ruimte. Verf kon je in die tijd niet kopen in een winkel. Je moest het als schilder zelf produceren en mengen. Daar ging al een aanzienlijk deel van je opleidingstijd mee heen voor je zelfs ook maar aan schilderen kon beginnen.

 

21:35
Het allerkleinste ‘museum’ van Leiden is de Grachtwacht, gevestigd in een oud bruggenwachtershuisje boven het grachtenwater van de Oude Vest, aan het eind van de Lange Mare. 

Dit museum kent geen entreegeld en geen openingstijden. Je kunt 24/7 door de ramen thematische wisseltentoonstellingen bekijken van afval dat is opgedregd uit de Leidse grachten. Momenteel bestaat de  expositie uit tientalen plastic eendjes, plus één opgezette, voorheen echte levende eend die is overleden door rotzooi die mensen in de gracht hebben geflikkerd.

In het gebouwtje zelf is niets te zien, en ik snap dan ook niet waarom er een man of 50 gewapend met paraplu’s in de stromende regen staan te wachten op hun beurt om binnen te mogen kijken.

De Grachtwacht, die dit heel bijzondere museum in het leven heeft geroepen, is een groep vrijwilligers met een 2-ledig doel. Zij houden elke zondagmiddag een ‘clean-up’ een schoonmaakactie om de grachten te bevrijden van de troep, en ze voeren wetenschappelijk onderzoek uit naar plasticdeeltjes in water. Iedereen mag meedoen met die clean-ups en kan zich dan om 15:00 melden in de Grachtwacht, die als uitvalsbasis dient.

Op dit punt aangekomen in mijn rondgang, begin ik te vermoeden dat ik al een heel ruim A-viertje 2-zijdig heb volgeschreven; op zo’n tocht als deze ben ik in mijn hoofd al bezig met schrijven. De rest dus in de volgende aflevering; volgende zondag.

FHM
14 juni 2026
Er geweest: 6/7 juni 2026





)



© Frans Mensonides, Leiden, 2026