LAATSTE
ZES AFLEVERINGEN
321. ONDERWEG;
MIJN BROERTJE EXPOSEERT OPNIEUW (22/03/2026)
320. FRIESE
DOODLOPERS; (NIET) SCHAATSEN IN 1966 (08/03/2026)
319. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (5): HET SPOORWEGMUSEUM
(18/01/2026)
318. MIJN
MUSEUM-6_DAAGSE (4): DESIGN MUSEUM DEN
BOSCH (11/01/2026)
317. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (3): DE
KUNSTENAARSFAMILIE TER BORCH (28/12/2025)
316. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (2):
KUNSTENAARSDORPEN - HET JAAR 1913 (14/12/2025)
FHM’s
A-viertjes is een rubriek op de Thuispagina
van Frans
Mensonides, die Henk als middle
name heeft
en dus FHM als initialen.
FHM’s verschijnt altjd op zondag, maar niet elke zondag
15:20
Wat doe ik bij de VVV Leiden, een stad waar ik al 63 jaar import ben,
elke
stoeptegel ken en alles behalve een toerist uit den vreemde ben? Nou,
ik kom er
alvast mijn digitale ticket voor de Museumnacht inwisselen voor een
analoog
polsbandje dat me vanavond toegang kan verlenen tot 13 Leidse musea in
de stad
die zich Museumstad noemt. Het wordt aanbevolen om niet tot 20:00 te
wachten
met die ruiloperatie, daar het dan erg druk is bij het standje op de
Nieuwe
Beestenmarkt.
Het is al de 18e editie van dit
evenement. De eerste 17 heb
ik gemist, omdat ik dacht dat zo’n museumnacht
echt de hele nacht duurde, van 0:00 tot 6:00 uur. Ik ben een avondmens
en geen
ochtendmens; bij het krieken van de dag door de stad zwerven trekt me
absoluut
niet aan.
Maar toen ik me er dit jaar eens in
ging verdiepen, zag ik
dat de Museumnacht slechts duurt van 20:00 – 1:00 uur, en dus net zo
goed een
museumavond had kunnen heten. Die 13 musea, waaronder een aantal
culturele instellingen
die feitelijk geen museum zijn, pakken uit met allerlei extra’s:
flash-lezingen, flash-rondleidingen, gratis drankjes, live muziek…
Ik ben benieuwd!

20:00
De officiële aftrap van het evenement op de Nieuwe Beestenmarkt. Er
staat
inderdaad een hele rij voor de kassa waar veel mensen nog een kaartje
willen kopen.
Die hebben meteen al een flinke hoeveelheid tijd verspild.
20:15
Om zelf niet te veel tijd te vermorsen, verwijs ik voor de inleiding
tot het
eerste museum naar het gelinkte stuk uit 2019. Dat ging over
de Pilgrim
Fathers, die in 1620 vanuit Leiden via Plymouth (Engeland)
naar Amerika
zeilden, daar een kolonie stichtten, en daarmee aan de wieg stonden van
de USA
(‘for better or for worse’ voegde ik daar in 2019 al aan toe). In
Plymouth
bezocht ik het Mayflower Museum, terwijl in ik Leiden het Pilgrim
Museum
altijd voorbij gelopen ben. Dat ga ik 7 jaar later nu eindelijk goed
maken.
Het kleine museum is in de loop van
die jaren wel verhuisd
van de ene steeg (Beschuit-) naar een andere (Klok-) en is nu gevestigd
in de
voormalige kosterswoning van de Pieterskerk.
Het museum is ingericht zoals het
woonhuis van de Pilgrims
en dat van vele Hollanders eruit zag anno 1620. Per groepen van 7 man
worden we
toegelaten tot de huis- annex slaapkamer. Daar houdt een
museummedewerker een praatje
over hoe de mensen indertijd hun avond en nacht doorbrachten.
Er brandt geen elektrische licht; dat
had je toen nog niet.
Men deed het met een paar kaarsen en met vuur in de haard. De
rondleider wijst
op de juiste manier om kaarsen uit te maken, met een dover. Niet zo’n
kaars
uitblazen of, erger nog, uitschieten met je vingers. Dan vliegen er
stukken van
de brandende pit in de rondte, waardoor je huis plus de halve stad
kunnen
affikken; het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat
zoiets
gebeurde.
‘Waarom waren de bedsteden zo
klein?’, werpt hij vervolgens
als quizvraag in ons midden. Waren de mensen toen soms lilliputters? Ik
weet
het antwoord, en aangezien niemand het woord neemt, doe ik dat maar:
‘Ze
sliepen zittend, omdat ze dachten dat je, als je languit lag te slapen,
je de
nacht niet zou overleven. Al je bloed stroomde dan naar je hoofd….’
Goed beantwoord, punt voor mij. Hoe
het bloed door het
lichaam stroomt, wisten ze in 1620 nog niet. De bloedsomloop werd pas
in 1628 ontdekt
en daarna duurde het nog wel 2 à 3 generaties voordat iedereen daarvan
op de
hoogte was. Wat ook een rol speelde: mensen die dood waren, lagen
meestal op
hun dooie rug, ‘dus’ je kon maar beter niet op je rug gaan liggen.
De rondleider meldt nog dat het
museum ook bij daglicht de
moeite van het bezoeken waard is, dus ik laat het gewoon staan op mijn
bucket-list.

20:35
De Pieterskerk,
tegenwoordig noch een kerk, noch een museum, maar eerder
evenementenhal, is voor deze gelegenheid feeëriek geïllumineerd. Ik
begin de
kwintessens van een museumnacht te snappen: dingen bij donker zien die
je
normaliter alleen overdag ziet.
Er is hier een Silent Disco, waar je
naar kunt luisteren via
een koptelefoon. Er kan gedanst worden, maar dat gebeurt (nog) niet. Ik
voel me
ook niet geroepen om een deerne ten dans te vragen.
Interessanter is een lange tijdlijn
op informatieborden, die
loopt van 1121, toen de kerk werd ingezegend, tot heden. Twee
verschrikkelijke dieptepunten
waren er in de geschiedenis van
het
godshuis. In 1512 stortte de ca. 100 meter hoge, heel gammele toren in.
Een
geluk bij een ongeluk: Hij kwam niet op het schip van de kerk terecht,
maar zeeg
verticaal ineen, net als die toren in New York op nine-eleven.
De andere ramp die de kerk trof was
de beeldenstorm in 1566,
waarbij het interieur grotendeels vernield werd. Behalve het 3-luik
‘Het
laatste oordeel’ van Lucas van Leiden, dat nu in de Lakenhal staat. Dat
kon op
bevel van de magistraat ternauwernood gered worden.
Die houten plaat boven de preekstoel
is het klankbord, dat
ervoor zorgde dat de vermaningen van de pastoor tot in alle uithoeken
van de
kerk te horen waren. Het woord leeft nog voort in uitdrukkingen als
‘(g)een
klankbord vinden’ voor iemands grieven.

21:05
De Young Rembrandt Studio is
gevestigd in het pand
Langebrug 89, waar Rembrandt (1606/7? – 1669) les kreeg van Jacob van Swanenburg
(1571-1638). Die laatste
schilder is een stuk minder beroemd geworden dan sommige van zijn
leerlingen.
Rembrandt schilderde hier in de
periode 1621-1623. Young
Rembrandt Studio focust op de Leidse jaren van Rembrandt en, zo zegt de
inleider, meldt niets over de roem die hem in Amsterdam ten deel viel,
want dat
wisten ze in 1623 nog niet.
Er is hier voor maximaal ca. 20
personen een
videopresentatie van 7 minuten te zien over deze cruciale periode in
het leven van
Rembrandt. Deze lichtshow – althans voor zover ik kan zien met mijn
momenteel
slechts anderhalve oog - is een trompe-l’oeil om in kunstkennerstermen
te
spreken; hij speelt zich af op een plat vlak, maar lijkt een ruimtelijk
gebeuren; knap gedaan!
Er schieten schijnbaar veelkleurige
lichtballen en
lichtstrepen door de ruimte. Verf kon je in die tijd niet kopen in een
winkel.
Je moest het als schilder zelf produceren en mengen. Daar ging al een
aanzienlijk deel van je opleidingstijd mee heen voor je zelfs ook maar
aan
schilderen kon beginnen.

21:35
Het allerkleinste ‘museum’ van Leiden is de Grachtwacht,
gevestigd in een oud bruggenwachtershuisje boven het grachtenwater van
de Oude
Vest, aan het eind van de Lange Mare.
Dit museum kent geen entreegeld en
geen openingstijden. Je
kunt 24/7 door de ramen thematische wisseltentoonstellingen bekijken
van afval
dat is opgedregd uit de Leidse grachten. Momenteel bestaat de expositie uit tientalen
plastic eendjes, plus
één opgezette, voorheen echte levende eend die is overleden door
rotzooi die
mensen in de gracht hebben geflikkerd.
In het gebouwtje zelf is niets te
zien, en ik snap dan ook
niet waarom er een man of 50 gewapend met paraplu’s in de stromende
regen staan
te wachten op hun beurt om binnen te mogen kijken.
De Grachtwacht, die dit heel
bijzondere museum in het leven
heeft geroepen, is een groep vrijwilligers met een 2-ledig doel. Zij
houden
elke zondagmiddag een ‘clean-up’ een schoonmaakactie om de grachten te
bevrijden van de troep, en ze voeren wetenschappelijk onderzoek uit
naar
plasticdeeltjes in water. Iedereen mag meedoen met die clean-ups en kan
zich
dan om 15:00 melden in de Grachtwacht, die als uitvalsbasis dient.
Op dit punt aangekomen in mijn
rondgang, begin ik te
vermoeden dat ik al een heel ruim A-viertje 2-zijdig heb volgeschreven;
op zo’n
tocht als deze ben ik in mijn hoofd al bezig met schrijven. De rest dus
in de
volgende aflevering; volgende zondag.

)