
Keulen, Belgischer Viertel
Eind mei van dit jaar maakte ik een korte stedentrip naar
Keulen, om precies te zijn van woensdag de 27ste tot/met zaterdag de 30ste. De
zon scheen overvloedig gedurende die dagen, behalve op vrijdagavond, toen er
een hevig onweer voorspeld was voor Keulen en omstreken.
In werkelijkheid werd het weliswaar vreeswekkend donker, maar
regende het slechts een paar druppels. Zodoende heb ik het dus niet in Keulen
horen donderen. Jammer, want ik had die merkwaardige en wat gedateerde
zegswijze: ‘Het in Keulen horen donderen’ graag eens aan den lijve ondervonden.
Keulen, dat was in de tijd toen je er nog per schip of te
paard heen moest reizen, voor Nederlanders het symbool van een stad ver weg. ‘Hij
kijkt alsof hij het in Keulen hoort donderen’ werd gezegd als iemand gezien
zijn ingespannen blik worstelde met een vraag, idee of situatie die zijn
bevattingsvermogen verre te boven ging.
Nog zo’n Keulse uitdrukking: ‘Je kunt er wel met je blote
kont op naar Keulen rijden’, gezegd van een verschrikkelijk bot mes. Mijn oma
gebruikte die uitdrukking nog wel eens.
Wat vroeger ver weg was, is in een steeds kleinere wereld nu
om de hoek. Door wat fysieke ongemakken, - waaraan ik niet verwacht, dood te
gaan - heb ik Keulen juist gekozen om zijn nabijheid. Dan kan ik, als de nood
aan de man komt, tenminste in
betrekkelijk korte tijd gerepatrieerd worden. Als ervaren denker in
rampscenario’s calculeer ik dat soort zaken altijd in.
Wij van de Digitale reiziger waren al een paar keer eerder in
Keulen voor een kort bezoek op een dagtocht, maar deze keer bracht ik er als
alleengaande 3 nachten door. Ik koos hotel Ilbertz, op loopafstand van station
Köln Messe/Deutz. De eerste letter van de naam van het hotel is een I. lastig
dat de hoofdletter i zo veel lijkt op de kleine letter L; ik dacht op de
heenweg nog dat ik in Keulen moest uitijken naar Libertz. Toch zou ik het hotel
vrij gemakkelijk vinden.
Het veelbesproken AI (Artificial Intelligence) lees je
trouwens gemakkelijk als ‘al’. Het is ook bijna alles al, al zijn er nog steeds
mensen die denken dat het wel over zal waaien. Ik schraap de schat aan gegevens
die ik nodig heb voor stukken als dit, vaak
wel bijeen met AI, maar schrijf de stukken nog zelf.
Dat is omdat schrijven mijn hobby is, en ik er mijn brood
niet mee hoef te verdienen; dat valt maandelijks rond de 23ste als manna uit de hemel, dank
zij AOW en ABP. Maar het is ook omdat ik denk dat AI mijn stijl bij de huidige
stand van de techniek nog niet zou kunnen imiteren. ChatGPT denkt zelf dat hem
dat wel zou lukken, na enige training. Maar ik vind dat AI op dit moment vooral
goed is in zouteloos journalistiek proza. Ik ga er dan ook vanuit dat de
meeste kranten tegenwoordig gevuld worden, of binnenkort gevuld zullen worden, door
hetzelfde AI dat ze in hun kolommen zo graag bashen.
Maar na deze eerste uitweidingen (dat is zo’n stijlkenmerk)
dan toch iets over de heenreis. Ik reis op het D-ticket, het maandabonnement
dat Duitsers en buitenlanders in staat stelt om voor 63 euro te reizen met het
complete stads- en streekvervoer in dat uitgestrekte land, plus in de 2e klas
van alle treinen, behalve IC(E)’s en EC’s. Een ideaal kaartje voor korte trips zoals naar
Keulen. Als ik gereisd had met Interrail, zodat ik ook de EC had kunnen nemen,
was ik maar een halfuurtje eerder in Keulen geweest.
De RE 19 (ook bekend als de Rhein–IJssel-Express) Arnheim Zentral
- Düsseldorf Hbf heeft deze keer geen noemenswaardig oponthoud. We hoeven ook
niet over te stappen in Emmerich, zoals zo vaak gebeurt, en in Emmerich is deze
keer ook geen grenscontrole. Wie weet, hoeveel illegalen er daardoor via deze
RE Duitsland binnenslippen…
Geen oponthoud dus, maar we arriveren wel met 10 minuten
vertraging in Düsseldorf. Hoe ze het doen, doen ze het bij Deutsche Bahn, maar
elke rit eindigt steevast met vertraging.
Ook op de rit van Düsseldorf naar Keulen is er 2 keer kort oponthoud, en dat is
wegens een trein vóór ons die het spoor bezet houdt. En dat is vermoedelijk doordat
daarvoor ook weer een andere trein staat, die… et cetera.
Dit is de S-Bahn S6 van Essen naar Köln Worringen. Worringen, oh, dat ligt dus
hier, in deze streek! Het is de meest noordelijke wijk van Keulen. Bekend van
de Slag bij Woeringen in1288; Gelre en Keulen gezamenlijk tegen Brabant. De Rijmkroniek,
Brabantse Yeesten. Het lezen van de naam Worringen brengt een stuk
(literatuur)geschiedenis bij me naar boven dat ik lang geleden eens geleerd heb
voor een tentamen. Wie heeft die slag ook alweer gewonnen? Ongetwijfeld
Brabant, anders had het vast niet in de Yeesten gestaan.
De S6 doet volgens dienstregeling 48 minuten over de rit van
Düsseldorf Hbf naar Keulen Messe/Deutz en stopt onderweg maar liefst 16 keer. Zo’n
S-Bahn is zoiets als een veredelde tram. Om uiteindelijk in Worringen terecht te
komen, moet hij zich verplaatsen van de rechter- naar de linkeroever van de
Rijn en een haarspeldbocht maken via de Hohenzollernbrücke tussen Messe/Deutz
en Köln Hbf.
Op Köln Messe/Deutz, toen nog alleen Köln Deutz geheten,
zette ik in 1998 voor het eerst voet op Keulse bodem, in het eerste verhaal op
deze site dat in Duitsland speelde. Ik was in gezelschap van mijn broertje, die
in de fotohandel werkte, en een collega van hem. Zij moesten voor hun werk
naar de Photokina. Ik liet die beurs voor wat hij was en reisde naar de Drachenfels,
een heuvel als een grote puist, 40 km stroomopwaarts langs de Rijn. Dat ritje
ga ik op deze reis dunnetjes overdoen.
Station Messe/Deutz heeft een koepel als van een planetarium, en een fraaie hal onder die koepel. De oudste voorloper van dit
station is opgeleverd in 1845, toen Deutz nog een aparte gemeente was, en er
nog geen verbinding over de Rijn was met wat nu Köln Hbf is.

Hoge en lage sporen op station Köln Messe/Deutz
Foto: Willy Horsch, overgenomen van Wikipedia (E), Köln Messe/Deutz
Het huidige station Messe/Deutz werd in 1913 geopend. Het
telt 4 hoge perrons en 2 lage. De laatste zag ik pas op de Wiki bij het verzamelen
van gegevens voor dit stuk. Ze hebben geen verbinding met Hbf en zijn alleen bestemd
voor treinen die op de oostelijke Rijnoever blijven. 2 U-Bahnlijnen, nrs. 1 en
9 , rijden onder het station door. Lijnen 3 en 4 rijden erlangs. Op Messe/Deutz
stopt een keur aan S-Bahntreinen, RB’s en RE’s, en ook nog wat ICE’s.
De Messe (beurs) waar het station sinds 2004 mede naar genoemd
is, ligt pal ten noorden ervan. Daar ligt 40 hectare beursvloer, waarover per
jaar 2,5 miljoen bezoekers langs de stands wandelen. Aan de andere kant van het
station heb je nog de LANXESS Arena, een pop- en sporttempel.


Ik vind hotel Ilbertz zoals gezegd na een korte wandeling.
Het is een goeie middenklasser. In vrijwel alle reviews (die ik nooit lees)
wordt de vriendelijkheid van het personeel geroemd, vermoedelijk omdat die
eigenschap in een stad als Keulen heel sterk opvalt. Er is inderdaad ook niets
aan te merken op de klantvriendelijkheid in het hotel.
Ook plezierig vind ik dat je hier gewoon een ijzeren sleutel
krijgt voor je kamer, en geen inlogcode. Van dat laatste heb ik mijn bekomst
sinds ik eerder dit jaar een Aparthotel deed in Bazel, in het gezelschap van
mijn trouwe lezer, De Lezer. We hadden er anderhalf uur voor nodig om onze
kamers te kunnen betreden.
Eerst in dit artikel een mapje foto’s met soms uitgebreide onderschriften. Eerst de Hohenzollernbrücke tussen de 2
belangrijkste spoorwegstations van Keulen: Hbf en Messe/Deutz. Die brug over de
Rijn is 400 meter lang en telt 6 sporen waarover in totaal 1200 treinen per dag
rijden. De huidige brug is voltooid in 1959 ter vervanging van zijn voorganger
die in WOII is opgeblazen.
Die oudere versie had 2 poorten om de brug te laten harmoniëren
bij de monumentale omgeving, waarin de Dom domineert. Verder stonden er 4 ruiterstandbeelden
bij de toegangen tot de brug. Een daarvan stelde Kaiser Wilhelm II voor, de
laatste vorst uit het huis Hohenzollern, die in 1918 het land uit werd
geknikkerd en zijn levenswinter noodgedwongen sleet op de Utrechtse Heuvelrug,
eerst in Amerongen en later in Huis Doorn.


Er loopt een voet- fietspad over de brug dat door een hek is
gescheiden van de treinen die af en aan rijden. Aan dat hek hangen
liefdesslotjes. Geliefden hangen er een slotje aan met een inscriptie met hun namen en de datum. Dan sluiten ze het slotje en
gooien de sleutel in de Rijn, om hun eeuwige verknochtheid te onderschrijven.
Deze in de ogen van een ‘aro’ (a-romanticus), wel heel erg
rare handelwijze is wereldwijd populair geworden
door een Italiaanse film uit 2007, ‘Ho voglia di te’. Het is dus geen
eeuwenoude traditie, zoals ik gedacht had. In die rolprent komt een tortelend
stel voor dat een slotje hangt aan de Milvische Brug in Rome, en de sleutel in
de Tiber smijt.
Die brug staat op mijn lijstje voor mijn Rome-reis die
jaar-in-jaar-uit steeds maar niet doorgaat. Niet dat ik een slotje aan de brug
wil bevestigen, dat beslist niet. Maar er zijn bij die brug historische dingen gebeurd,
al zijn die me even ontschoten op het moment dat ik dit schrijf. Nog verder
weggezakt dan Woeringen.
In het buitenland dreigen soms bruggen te bezwijken onder de
last van al die ijzeren slotjes. Dan worden ze in opdracht van het
gemeentebestuur een voor een losgezaagd, een helse klus. Maar DB tolereert die
sloten aan zijn spoorbrug. Men redeneert dat die brug sterk genoeg is, want hij
overleeft ook 1200 treinen per dag die per stuk veel zwaarder zijn dan het
totaalgewicht van die bizarre liefdesuitingen.
Sommige hangen er dus al 19 jaar, bijna 3 keer de seven-year
itch die aan zoveel liefdesrelaties een einde maakt.

Maar hoeveel zouden er eigenlijk aan dat hek zitten? Het moet wel te schatten zijn,
door ze te tellen per vierkante decimeter en het resultaat te vermenigvuldigen
met de lengte en de hoogte van het hek. Maar het aantal sloten per oppervlakte is
moeilijk vast te stellen; ze hangen soms in meerdere lagen over elkaar heen. Ik
kom, vinger in de lucht, God zegene de greep, tot 200.000 in totaal. De
schattingen variëren van 100.000 tot 700.000, een heel erg ruime marge, maar
het zouden er dus best 200.000 kunnen
zijn.
Dat gaat dus allemaal over zoiets ongrijpbaars als de liefde.
Maar als je hier iemand zou zien staan klaarkomen, dan heeft dat niets met liefde
te maken, maar is het hoogstwaarschijnlijk een treinspotter. Je ziet meestal 3
à 4 treinen tegelijk op die 6-sporige brug; is er een betere spotplek denkbaar?
De Hohenzollernbrug is het meest geliefde wandelpad van Keulen.
Wel oppassen voor fietsers! Er is hier, en vrijwel nergens in Duitsland, een
duidelijke afscheiding tussen fiets- en voetpaden. Je hebt ook veel
gecombineerde paden; vecht het maar uit!

‘Wenn Der Dom fertig ist, geht die Welt unter’, staat
gekalkt op een stuk zeil ergens bij de Dom. Zelfspot misstaat ook de Keulenaar
niet. De Dom is gehuld in bouwsluiers. En gezien de uitspraak op het zeil al
heel erg lang, zonder veel uitzicht op voltooiing. Wees dus gerust, de wereld
vergaat nog lang niet.
Het is na 17:00 en de Dom is gelsloten voor bezoekers. Verder
dus, langs stukken stadsmuur die nog dateren uit de Romeinse tijd. Die hebben
de stad gesticht, kort voor het begin van de jaartelling.

‘Wanneer begint die jaartelling nou eens’, zullen de
Romeinen zich wel nooit afgevraagd hebben. Ze telden de jaren in die tijd
helemaal niet. Jaren werden genoemd naar de 2 consuls die aan de macht waren in
Rome. Die werden slechts voor de duur van een jaar gekozen, dus dat gaf nooit
verwarring. In het Nederland van heden zou je een jaar kunnen noemen naar het
zittende kabinet en de zoveelste nieuwe trainer van Ajax.
Keulen heette in de begintijd Oppidum Ubiorum (de vestingstad
van de Ubiërs). Later werd de stad omgedoopt in Colonia Agrippinae, naar een
keizerin. In het Engels en Frans heet de stad nog steeds Cologne (‘koloon’, resp.
‘kolonje’)
De Ubiërs woonden hier toen de Romeinen kwamen
binnenmarcheren. Ze werden vermoedelijk door hun bezetters beschouwd als een
stelletje wilden. Hun naam leeft nog voort in de Ubierring, een randweg ten
zuiden van het centrum. Die naam heeft dus niets met bier te maken.


De Hahnentor(burg) is 800 jaar oud en is een van de 4 van de
12 overgebleven stadspoorten in de middeleeuwse stadsmuur die 8 km lang was. Keulen
was in die tijd al een heel grote stad. Hij telt tegenwoordig 1,1 miljoen
inwoners, en zit daarmee in tussen zijn redelijk naaste buren Amsterdam (0,9
miljoen) en Brussel (1,25 miljoen). Het is de 4e stad van Duitsland na Berlijn
(3,9), Hamburg (1,9) en München (1,5).
De Hahnentor, hierboven gefotografeerd aan de voor- en
achterzijde, staat aan de Rudolfplatz en is in gebruik bij een carnavalsvereniging
en een casino. Die hebben het aanzien van de poort behoorlijk verpest, vind ik.

De Eigelsteinertor uit de 13e eeuw, met een stevig valhek,
heeft als bewoner een school voor jazzmusici.



Het Rathaus lijkt meer op een kathedraal dan op een stadhuis. Hij heeft met de
Dom gemeen dan hij in restauratie verkeert, maar ik garandeer niet dat de
wereld vergaat als hij klaar is.
Dit stadhuis is ook zo’n 800 jaar oud, maar na WOII is er
een afgrijselijk lelijke nieuwe vleugel voorgezet. Wederopbouw-bouw is wel
vaker spuuglelijk; het moest snel, en hoefde niet perse mooi te zijn. De oude
zijde van het raadhuis staat - je raadt het niet - aan het Rathausplatz, maar
is door de renovatie niet goed fotografeerbaar. Die nieuwe aanbouw bevindt zich
aan de Alter Markt.
De deuren van het stadhuis staan uitnodigend open. Is er
binnen iets te zien, een tentoonstelling of zo? Nee, ik zie heren en dames in
vergadertenue naar binnen gaan; vanavond commissievergadering of zo.
Dan de De Alter Markt maar bewonderen, een groot plein,
omgeven door huizen met fraaie, kleurrijke geveltjes. Aan de voet daarvan zijn er
terrasjes in overvloed. Ik ga er de traditionele Pfefferschnitzel verorberen,
die ik bij vakanties in het Duitstalige gedeelte van de wereld altijd minstens
één keer bestel.

De volgende dag stap ik bij de halte Ubierring uit de tram
om een stuk langs de linker Rijnoever te gaan lopen, richting Hbf.
Het eerste stuk van die Rijnwandeling, daar is niet veel aan.
Ik loop langs een drukke verkeersweg en over stoepen die vol staan met
geparkeerde auto’s, de heilige koeien van Duitsland. Aan de overkant van de weg
zie ik de Bayenturm uit de 13e eeuw, een defensiewerk. Uiteindelijk vind ik een
oversteekplaats over die drukke weg. Nu wordt de wandeling leuker, nu echt langs
de Rijn.

Dat doet het ook altijd aardig, zo’n antieke havenkraan in
een modern stadsgebied.

Reisjes ‘langs de Rijn-Rijn-Rijn’, zoals het heet in een oud
liedje van Louis en Rika Davids, zijn tegenwoordig ook nog heel erg IN. Ook nu
gaat het nog met een ‘nieuwerwetse schuit-schuit-schuit’ (rechtsboven op de
foto), hypermoderne cruiseschepen met veel amusement aan boord, disco, live
muziek, noem maar op.

Dit is de Pegel van Keulen. ‘Pegel’ betekent peil. Het is een
soort Nieuw Amsterdams Peil, maar dan niet Amsterdams, maar Keuls. De wijzer
geeft de waterstand aan in de Rijn. Aan de ‘pegel’ is een informatiebord
bevestigd waar maatregelen tegen stijgend water op vermeld staan. Alles wordt
heel duidelijk omschreven; Ordnung muss sein.
Staat het peil onder de 5 meter, dan is er niets aan de hand. Bij 5 meter
worden er straten afgesloten, en bij 6 meter treden er hoogwaterpompen in
werking. Stijgt het peil naar 7 meter, dan worden de maatregelen opgeschaald.
Dan komen de Schieber erbij, en bij 8.50 wordt de Hochwasserschutzmauer geplaatst.
Bij 10 meter dreigt de situatie echt uit de klauwen te gieren. Ja, wat dan? Dan
zal deze Pegel zo langzamerhand ook wel overstroomd zijn, en weet niemand meer
hoe hoog het water staat.
Maar vandaag niets te vrezen, de meter staat gelukkig nog
onder de 2.
Bij vrijwel elk bezoek dat ik tot nu toe heb afgelegd aan
Keulen, heb ik die leuke geveltjes langs de Rijn op de foto gezet. Dat doe ik nu dan nog
maar een keer. Ach, erg veel keus aan pittoreske gevels is er ook niet in een
stad die in WOII zwaar getroffen is door bombardementen.

Pakhuizen aan de Fischmarkt. Ook die zijn nu restaurant.

Het Delfter Haus uit 1620, aan de Buttermarkt, overleefde
de oorlog, en is nu restaurant. Het heet zo, omdat het in Hollandse stijl
gebouwd is en er via de Rijn veel handelsverkeer was met steden in Holland. Delft
ligt niet aan de Rijn, maar vanuit Keulen kon je er wel komen via de Nederrijn,
de Lek, de Merwede (tegenwoordig Nieuwe Maas) en de Delfshavense Schie. Volgens
mij kan dat nog steeds wel.

En nog een mooi plein in de binnenstad, ook met vele
etablissementen; de Heumarkt, tevens tramknooppunt. Het grenst bijna aan de
Alter Markt en is er door een korte winkelstraat mee verbonden.
Vanavond geen Schnitzel; ik heb een Aziatisch restaurant gespot
pal naast mijn hotel, MEI WEI. Ik pak een tram die er bijna voor de deur stopt.

Weer een dag later befotowandel ik het Belgischer Viertel,
de Belgische buurt. Die behoort tot de must sees van Keulen, en wordt genoemd op bijna elke webpagina
met toeristische tips over die stad.
Dat moet ik dus zien, maar ik zet me wel schrap voor een
teleurstelling. Toen wij, De Lezer en ik, in april Stuttgart deden, zagen we ook
zo’n komt-dat-zien buurt, het Bohnenviertel, het laatste restje middeleeuwen in
de stad. Maar wat een zeperd! Voor ons hadden ze dat laatste restje ook wel
mogen afbreken; een hellhole vol krotten en goedkope hoerenkasten.
Het Belgischer Viertel valt erg mee. Er heerst hier een
plezierige sfeer, en het lijkt alweer een mooie dag te gaan worden; de zon
schijnt op deze vrij vroege morgen alweer vrolijk.
De wijk heeft geen middeleeuwse roots. Hij kwam tot stand in
de 19e eeuw en kwam opnieuw tot stand in de naoorlogse periode, na de nodige
bombardementen. De architecten hebben op dit wederopbouwproject wat meer hun
best gedaan dan op het stadhuis.
Het was wel een beetje een armeluiskwartier, maar in de 80’s
werd het plots hip en trendy. Zoiets noemen ze gentrificatie: van volkswijk
naar een wijk waar de upper ten graag zijn euro’s spendeert in boetieks en in
de horeca.



Het Belgischer Viertel ligt even ten westen van de binnenstad
van Keulen. Het heet Belgisch, omdat de straten er genoemd zijn naar plaatsen
in dat land. Je hebt er bijvoorbeeld de Maastrichter Straβe. Goed, Maastricht
ligt in Nederland, en niet in België. Maar ik kan me de vergissing wel voorstellen.
Het grenst aan België. Bij de Keulse straatnamencommissie hadden ze niet goed
op de landkaart gekeken; ze hadden misschien Mastreechter ‘Staar’.
De boetiek Falsches Viertel handelt in trendy
vrijetijdskleding. Rare naam, maar een naam doet er niet toe, als hij maar
opvalt. En dat doet-ie blijkbaar; hij is mij in ieder geval opgevallen.

Aan de rand van het Belgischer Viertel begint een groenzone,
de Innerer Grüngürtel, met uitzicht op de Colonius, de 253 meter hoge tv-toren.
Het is het hoogste gebouw van Keulen. Hij is niet voor publiek toegankelijk, en
dat spijt me niet verschrikkelijk.
Tot zover de foto’s van de fotowandeling. In de volgende
aflevering neem ik de tram.
Frans Mensonides
5 juli 2026
Er geweest:
van woensdag 27 t/m zaterdag 30 mei in het jaar van Jetten I en
... hoe heette de laatste trainer van Ajax nou ook alweer?
![]()