De digitale reiziger (166)
Het (niet) in Keulen horen donderen. 72 uur in de 4e stad van Duitsland


Keulen, Belgischer Viertel

Eind mei van dit jaar maakte ik een korte stedentrip naar Keulen, om precies te zijn van woensdag de 27ste tot/met zaterdag de 30ste. De zon scheen overvloedig gedurende die dagen, behalve op vrijdagavond, toen er een hevig onweer voorspeld was voor Keulen en omstreken.

In werkelijkheid werd het weliswaar vreeswekkend donker, maar regende het slechts een paar druppels. Zodoende heb ik het dus niet in Keulen horen donderen. Jammer, want ik had die merkwaardige en wat gedateerde zegswijze: ‘Het in Keulen horen donderen’ graag eens aan den lijve ondervonden.

Keulen, dat was in de tijd toen je er nog per schip of te paard heen moest reizen, voor Nederlanders het symbool van een stad ver weg. ‘Hij kijkt alsof hij het in Keulen hoort donderen’ werd gezegd als iemand gezien zijn ingespannen blik worstelde met een vraag, idee of situatie die zijn bevattingsvermogen verre te boven ging.  

Nog zo’n Keulse uitdrukking: ‘Je kunt er wel met je blote kont op naar Keulen rijden’, gezegd van een verschrikkelijk bot mes. Mijn oma gebruikte die uitdrukking nog wel eens.

Wat vroeger ver weg was, is in een steeds kleinere wereld nu om de hoek. Door wat fysieke ongemakken, - waaraan ik niet verwacht, dood te gaan - heb ik Keulen juist gekozen om zijn nabijheid. Dan kan ik, als de nood aan de man komt,  tenminste in betrekkelijk korte tijd gerepatrieerd worden. Als ervaren denker in rampscenario’s calculeer ik dat soort zaken altijd in.

Wij van de Digitale reiziger waren al een paar keer eerder in Keulen voor een kort bezoek op een dagtocht, maar deze keer bracht ik er als alleengaande 3 nachten door. Ik koos hotel Ilbertz, op loopafstand van station Köln Messe/Deutz. De eerste letter van de naam van het hotel is een I. lastig dat de hoofdletter i zo veel lijkt op de kleine letter L; ik dacht op de heenweg nog dat ik in Keulen moest uitijken naar Libertz. Toch zou ik het hotel vrij gemakkelijk vinden.

Het veelbesproken AI (Artificial Intelligence) lees je trouwens gemakkelijk als ‘al’. Het is ook bijna alles al, al zijn er nog steeds mensen die denken dat het wel over zal waaien. Ik schraap de schat aan gegevens die ik nodig heb voor stukken als dit,  vaak wel bijeen met AI, maar schrijf de stukken nog zelf.

Dat is omdat schrijven mijn hobby is, en ik er mijn brood niet mee hoef te verdienen; dat valt maandelijks rond de 23ste als manna uit de hemel, dank zij AOW en ABP. Maar het is ook omdat ik denk dat AI mijn stijl bij de huidige stand van de techniek nog niet zou kunnen imiteren. ChatGPT denkt zelf dat hem dat wel zou lukken, na enige training. Maar ik vind dat AI op dit moment vooral goed is in zouteloos journalistiek proza. Ik ga er dan ook vanuit dat de meeste kranten tegenwoordig gevuld worden, of binnenkort gevuld zullen worden, door hetzelfde AI dat ze in hun kolommen zo graag bashen.


Messe/Deutz

Maar na deze eerste uitweidingen (dat is zo’n stijlkenmerk) dan toch iets over de heenreis. Ik reis op het D-ticket, het maandabonnement dat Duitsers en buitenlanders in staat stelt om voor 63 euro te reizen met het complete stads- en streekvervoer in dat uitgestrekte land, plus in de 2e klas van alle treinen, behalve IC(E)’s en EC’s. Een ideaal kaartje voor korte trips zoals naar Keulen. Als ik gereisd had met Interrail, zodat ik ook de EC had kunnen nemen, was ik maar een halfuurtje eerder in Keulen geweest.

De RE 19 (ook bekend als de Rhein–IJssel-Express) Arnheim Zentral - Düsseldorf Hbf heeft deze keer geen noemenswaardig oponthoud. We hoeven ook niet over te stappen in Emmerich, zoals zo vaak gebeurt, en in Emmerich is deze keer ook geen grenscontrole. Wie weet, hoeveel illegalen er daardoor via deze RE Duitsland binnenslippen…

Geen oponthoud dus, maar we arriveren wel met 10 minuten vertraging in Düsseldorf. Hoe ze het doen, doen ze het bij Deutsche Bahn, maar elke rit eindigt steevast met vertraging.

Ook op de rit van Düsseldorf naar Keulen is er 2 keer kort oponthoud, en dat is wegens een trein vóór ons die het spoor bezet houdt. En dat is vermoedelijk doordat daarvoor ook weer een andere trein staat, die… et cetera.

Dit is de S-Bahn S6 van Essen naar Köln Worringen. Worringen, oh, dat ligt dus hier, in deze streek! Het is de meest noordelijke wijk van Keulen. Bekend van de Slag bij Woeringen in1288; Gelre en Keulen gezamenlijk tegen Brabant. De Rijmkroniek, Brabantse Yeesten. Het lezen van de naam Worringen brengt een stuk (literatuur)geschiedenis bij me naar boven dat ik lang geleden eens geleerd heb voor een tentamen. Wie heeft die slag ook alweer gewonnen? Ongetwijfeld Brabant, anders had het vast niet in de Yeesten gestaan.

De S6 doet volgens dienstregeling 48 minuten over de rit van Düsseldorf Hbf naar Keulen Messe/Deutz en stopt onderweg maar liefst 16 keer. Zo’n S-Bahn is zoiets als een veredelde tram. Om uiteindelijk in Worringen terecht te komen, moet hij zich verplaatsen van de rechter- naar de linkeroever van de Rijn en een haarspeldbocht maken via de Hohenzollernbrücke tussen Messe/Deutz en Köln Hbf. 

Op Köln Messe/Deutz, toen nog alleen Köln Deutz geheten, zette ik in 1998 voor het eerst voet op Keulse bodem, in het eerste verhaal op deze site dat in Duitsland speelde. Ik was in gezelschap van mijn broertje, die in de fotohandel werkte, en een collega van hem. Zij moesten voor hun werk naar de Photokina. Ik liet die beurs voor wat hij was en reisde naar de Drachenfels, een heuvel als een grote puist, 40 km stroomopwaarts langs de Rijn. Dat ritje ga ik op deze reis dunnetjes overdoen. 

Station Messe/Deutz heeft een koepel als van een planetarium, en een fraaie hal onder die koepel. De oudste voorloper van dit station is opgeleverd in 1845, toen Deutz nog een aparte gemeente was, en er nog geen verbinding over de Rijn was met wat nu Köln Hbf is.

 

Hoge en lage sporen op station Köln Messe/Deutz

Foto: Willy Horsch, overgenomen van Wikipedia (E), Köln Messe/Deutz 

 

Het huidige station Messe/Deutz werd in 1913 geopend. Het telt 4 hoge perrons en 2 lage. De laatste zag ik pas op de Wiki bij het verzamelen van gegevens voor dit stuk. Ze hebben geen verbinding met Hbf en zijn alleen bestemd voor treinen die op de oostelijke Rijnoever blijven. 2 U-Bahnlijnen, nrs. 1 en 9 , rijden onder het station door. Lijnen 3 en 4 rijden erlangs. Op Messe/Deutz stopt een keur aan S-Bahntreinen, RB’s en RE’s, en ook nog wat ICE’s.

De Messe (beurs) waar het station sinds 2004 mede naar genoemd is, ligt pal ten noorden ervan. Daar ligt 40 hectare beursvloer, waarover per jaar 2,5 miljoen bezoekers langs de stands wandelen. Aan de andere kant van het station heb je nog de LANXESS Arena, een pop- en sporttempel.




Ik vind hotel Ilbertz zoals gezegd na een korte wandeling. Het is een goeie middenklasser. In vrijwel alle reviews (die ik nooit lees) wordt de vriendelijkheid van het personeel geroemd, vermoedelijk omdat die eigenschap in een stad als Keulen heel sterk opvalt. Er is inderdaad ook niets aan te merken op de klantvriendelijkheid in het hotel.

Ook plezierig vind ik dat je hier gewoon een ijzeren sleutel krijgt voor je kamer, en geen inlogcode. Van dat laatste heb ik mijn bekomst sinds ik eerder dit jaar een Aparthotel deed in Bazel, in het gezelschap van mijn trouwe lezer, De Lezer. We hadden er anderhalf uur voor nodig om onze kamers te kunnen betreden.

 

Fotowandelen in Keulen

Eerst in dit artikel een mapje foto’s met soms uitgebreide onderschriften. Eerst de Hohenzollernbrücke tussen de 2 belangrijkste spoorwegstations van Keulen: Hbf en Messe/Deutz. Die brug over de Rijn is 400 meter lang en telt 6 sporen waarover in totaal 1200 treinen per dag rijden. De huidige brug is voltooid in 1959 ter vervanging van zijn voorganger die in WOII is opgeblazen.

Die oudere versie had 2 poorten om de brug te laten harmoniëren bij de monumentale omgeving, waarin de Dom domineert. Verder stonden er 4 ruiterstandbeelden bij de toegangen tot de brug. Een daarvan stelde Kaiser Wilhelm II voor, de laatste vorst uit het huis Hohenzollern, die in 1918 het land uit werd geknikkerd en zijn levenswinter noodgedwongen sleet op de Utrechtse Heuvelrug, eerst in Amerongen en later in Huis Doorn.





Er loopt een voet- fietspad over de brug dat door een hek is gescheiden van de treinen die af en aan rijden. Aan dat hek hangen liefdesslotjes. Geliefden hangen er een slotje aan met een inscriptie met hun namen en de datum. Dan sluiten ze het slotje en gooien de sleutel in de Rijn, om hun eeuwige verknochtheid te onderschrijven.

Deze in de ogen van een ‘aro’ (a-romanticus), wel heel erg rare handelwijze is wereldwijd populair geworden door een Italiaanse film uit 2007, ‘Ho voglia di te’. Het is dus geen eeuwenoude traditie, zoals ik gedacht had. In die rolprent komt een tortelend stel voor dat een slotje hangt aan de Milvische Brug in Rome, en de sleutel in de Tiber smijt.

Die brug staat op mijn lijstje voor mijn Rome-reis die jaar-in-jaar-uit steeds maar niet doorgaat. Niet dat ik een slotje aan de brug wil bevestigen, dat beslist niet. Maar er zijn bij die brug historische dingen gebeurd, al zijn die me even ontschoten op het moment dat ik dit schrijf. Nog verder weggezakt dan Woeringen.

In het buitenland dreigen soms bruggen te bezwijken onder de last van al die ijzeren slotjes. Dan worden ze in opdracht van het gemeentebestuur een voor een losgezaagd, een helse klus. Maar DB tolereert die sloten aan zijn spoorbrug. Men redeneert dat die brug sterk genoeg is, want hij overleeft ook 1200 treinen per dag die per stuk veel zwaarder zijn dan het totaalgewicht van die bizarre liefdesuitingen.

Sommige hangen er dus al 19 jaar, bijna 3 keer de seven-year itch die aan zoveel liefdesrelaties een einde maakt.



Maar hoeveel zouden er eigenlijk aan dat hek zitten? Het moet wel te schatten zijn, door ze te tellen per vierkante decimeter en het resultaat te vermenigvuldigen met de lengte en de hoogte van het hek. Maar het aantal sloten per oppervlakte is moeilijk vast te stellen; ze hangen soms in meerdere lagen over elkaar heen. Ik kom, vinger in de lucht, God zegene de greep, tot 200.000 in totaal. De schattingen variëren van 100.000 tot 700.000, een heel erg ruime marge, maar het zouden  er dus best 200.000 kunnen zijn.

Dat gaat dus allemaal over zoiets ongrijpbaars als de liefde. Maar als je hier iemand zou zien staan klaarkomen, dan heeft dat niets met liefde te maken, maar is het hoogstwaarschijnlijk een treinspotter. Je ziet meestal 3 à 4 treinen tegelijk op die 6-sporige brug; is er een betere spotplek denkbaar?     

De Hohenzollernbrug is het meest geliefde wandelpad van Keulen. Wel oppassen voor fietsers! Er is hier, en vrijwel nergens in Duitsland, een duidelijke afscheiding tussen fiets- en voetpaden. Je hebt ook veel gecombineerde paden; vecht het maar uit!

 

‘Wenn Der Dom fertig ist, geht die Welt unter’, staat gekalkt op een stuk zeil ergens bij de Dom. Zelfspot misstaat ook de Keulenaar niet. De Dom is gehuld in bouwsluiers. En gezien de uitspraak op het zeil al heel erg lang, zonder veel uitzicht op voltooiing. Wees dus gerust, de wereld vergaat nog lang niet.

Het is na 17:00 en de Dom is gelsloten voor bezoekers. Verder dus, langs stukken stadsmuur die nog dateren uit de Romeinse tijd. Die hebben de stad gesticht, kort voor het begin van de jaartelling.

‘Wanneer begint die jaartelling nou eens’, zullen de Romeinen zich wel nooit afgevraagd hebben. Ze telden de jaren in die tijd helemaal niet. Jaren werden genoemd naar de 2 consuls die aan de macht waren in Rome. Die werden slechts voor de duur van een jaar gekozen, dus dat gaf nooit verwarring. In het Nederland van heden zou je een jaar kunnen noemen naar het zittende kabinet en de zoveelste nieuwe trainer van Ajax.

Keulen heette in de begintijd Oppidum Ubiorum (de vestingstad van de Ubiërs). Later werd de stad omgedoopt in Colonia Agrippinae, naar een keizerin. In het Engels en Frans heet de stad nog steeds Cologne (‘koloon’, resp. ‘kolonje’)

De Ubiërs woonden hier toen de Romeinen kwamen binnenmarcheren. Ze werden vermoedelijk door hun bezetters beschouwd als een stelletje wilden. Hun naam leeft nog voort in de Ubierring, een randweg ten zuiden van het centrum. Die naam heeft dus niets met bier te maken.



De Hahnentor(burg) is 800 jaar oud en is een van de 4 van de 12 overgebleven stadspoorten in de middeleeuwse stadsmuur die 8 km lang was. Keulen was in die tijd al een heel grote stad. Hij telt tegenwoordig 1,1 miljoen inwoners, en zit daarmee in tussen zijn redelijk naaste buren Amsterdam (0,9 miljoen) en Brussel (1,25 miljoen). Het is de 4e stad van Duitsland na Berlijn (3,9), Hamburg (1,9) en München (1,5).

De Hahnentor, hierboven gefotografeerd aan de voor- en achterzijde, staat aan de Rudolfplatz en is in gebruik bij een carnavalsvereniging en een casino. Die hebben het aanzien van de poort behoorlijk verpest, vind ik.

De Eigelsteinertor uit de 13e eeuw, met een stevig valhek, heeft als bewoner een school voor jazzmusici.








Het Rathaus lijkt meer op een kathedraal dan op een stadhuis. Hij heeft met de Dom gemeen dan hij in restauratie verkeert, maar ik garandeer niet dat de wereld vergaat als hij klaar is.

Dit stadhuis is ook zo’n 800 jaar oud, maar na WOII is er een afgrijselijk lelijke nieuwe vleugel voorgezet. Wederopbouw-bouw is wel vaker spuuglelijk; het moest snel, en hoefde niet perse mooi te zijn. De oude zijde van het raadhuis staat - je raadt het niet - aan het Rathausplatz, maar is door de renovatie niet goed fotografeerbaar. Die nieuwe aanbouw bevindt zich aan de Alter Markt.

De deuren van het stadhuis staan uitnodigend open. Is er binnen iets te zien, een tentoonstelling of zo? Nee, ik zie heren en dames in vergadertenue naar binnen gaan; vanavond commissievergadering of zo.

Dan de De Alter Markt maar bewonderen, een groot plein, omgeven door huizen met fraaie, kleurrijke geveltjes. Aan de voet daarvan zijn er terrasjes in overvloed. Ik ga er de traditionele Pfefferschnitzel verorberen, die ik bij vakanties in het Duitstalige gedeelte van de wereld altijd minstens één keer bestel.


Hochwasserschutzmauer; langs de Rijn-Rijn-Rijn

De volgende dag stap ik bij de halte Ubierring uit de tram om een stuk langs de linker Rijnoever te gaan lopen, richting Hbf.

Het eerste stuk van die Rijnwandeling, daar is niet veel aan. Ik loop langs een drukke verkeersweg en over stoepen die vol staan met geparkeerde auto’s, de heilige koeien van Duitsland. Aan de overkant van de weg zie ik de Bayenturm uit de 13e eeuw, een defensiewerk. Uiteindelijk vind ik een oversteekplaats over die drukke weg. Nu wordt de wandeling leuker, nu echt langs de Rijn.

Dat doet het ook altijd aardig, zo’n antieke havenkraan in een modern stadsgebied.


 

Reisjes ‘langs de Rijn-Rijn-Rijn’, zoals het heet in een oud liedje van Louis en Rika Davids, zijn tegenwoordig ook nog heel erg IN. Ook nu gaat het nog met een ‘nieuwerwetse schuit-schuit-schuit’ (rechtsboven op de foto), hypermoderne cruiseschepen met veel amusement aan boord, disco, live muziek, noem maar op.

Dit is de Pegel van Keulen. ‘Pegel’ betekent peil. Het is een soort Nieuw Amsterdams Peil, maar dan niet Amsterdams, maar Keuls. De wijzer geeft de waterstand aan in de Rijn. Aan de ‘pegel’ is een informatiebord bevestigd waar maatregelen tegen stijgend water op vermeld staan. Alles wordt heel duidelijk omschreven; Ordnung muss sein.   

Staat het peil onder de 5 meter,  dan is er niets aan de hand. Bij 5 meter worden er straten afgesloten, en bij 6 meter treden er hoogwaterpompen in werking. Stijgt het peil naar 7 meter, dan worden de maatregelen opgeschaald. Dan komen de Schieber erbij, en bij 8.50 wordt de Hochwasserschutzmauer geplaatst. Bij 10 meter dreigt de situatie echt uit de klauwen te gieren. Ja, wat dan? Dan zal deze Pegel zo langzamerhand ook wel overstroomd zijn, en weet niemand meer hoe hoog het water staat.    

Maar vandaag niets te vrezen, de meter staat gelukkig nog onder de 2.

Bij vrijwel elk bezoek dat ik tot nu toe heb afgelegd aan Keulen, heb ik die leuke geveltjes langs de  Rijn op de foto gezet. Dat doe ik nu dan nog maar een keer. Ach, erg veel keus aan pittoreske gevels is er ook niet in een stad die in WOII zwaar getroffen is door bombardementen.



Pakhuizen aan de Fischmarkt. Ook die zijn nu restaurant.

Het Delfter Haus uit 1620, aan de Buttermarkt, overleefde de oorlog, en is nu restaurant. Het heet zo, omdat het in Hollandse stijl gebouwd is en er via de Rijn veel handelsverkeer was met steden in Holland. Delft ligt niet aan de Rijn, maar vanuit Keulen kon je er wel komen via de Nederrijn, de Lek, de Merwede (tegenwoordig Nieuwe Maas) en de Delfshavense Schie. Volgens mij kan dat nog steeds wel.

 

 

En nog een mooi plein in de binnenstad, ook met vele etablissementen; de Heumarkt, tevens tramknooppunt. Het grenst bijna aan de Alter Markt en is er door een korte winkelstraat mee verbonden.

Vanavond geen Schnitzel; ik heb een Aziatisch restaurant gespot pal naast mijn hotel, MEI WEI. Ik pak een tram die er bijna voor de deur stopt.

 

Belgischer Viertel

Weer een dag later befotowandel ik het Belgischer Viertel, de Belgische buurt. Die behoort tot de must sees  van Keulen, en wordt genoemd op bijna elke webpagina met toeristische tips over die stad.

Dat moet ik dus zien, maar ik zet me wel schrap voor een teleurstelling. Toen wij, De Lezer en ik, in april Stuttgart deden, zagen we ook zo’n komt-dat-zien buurt, het Bohnenviertel, het laatste restje middeleeuwen in de stad. Maar wat een zeperd! Voor ons hadden ze dat laatste restje ook wel mogen afbreken; een hellhole vol krotten en goedkope hoerenkasten.

Het Belgischer Viertel valt erg mee. Er heerst hier een plezierige sfeer, en het lijkt alweer een mooie dag te gaan worden; de zon schijnt op deze vrij vroege morgen alweer vrolijk.

De wijk heeft geen middeleeuwse roots. Hij kwam tot stand in de 19e eeuw en kwam opnieuw tot stand in de naoorlogse periode, na de nodige bombardementen. De architecten hebben op dit wederopbouwproject wat meer hun best gedaan dan op het stadhuis.

Het was wel een beetje een armeluiskwartier, maar in de 80’s werd het plots hip en trendy. Zoiets noemen ze gentrificatie: van volkswijk naar een wijk waar de upper ten graag zijn euro’s spendeert in boetieks en in de horeca.







Het Belgischer Viertel ligt even ten westen van de binnenstad van Keulen. Het heet Belgisch, omdat de straten er genoemd zijn naar plaatsen in dat land. Je hebt er bijvoorbeeld de Maastrichter Straβe. Goed, Maastricht ligt in Nederland, en niet in België. Maar ik kan me de vergissing wel voorstellen. Het grenst aan België. Bij de Keulse straatnamencommissie hadden ze niet goed op de landkaart gekeken; ze hadden misschien Mastreechter ‘Staar’.

De boetiek Falsches Viertel handelt in trendy vrijetijdskleding. Rare naam, maar een naam doet er niet toe, als hij maar opvalt. En dat doet-ie blijkbaar; hij is mij in ieder geval opgevallen.

Aan de rand van het Belgischer Viertel begint een groenzone, de Innerer Grüngürtel, met uitzicht op de Colonius, de 253 meter hoge tv-toren. Het is het hoogste gebouw van Keulen. Hij is niet voor publiek toegankelijk, en dat spijt me niet verschrikkelijk.

Tot zover de foto’s van de fotowandeling. In de volgende aflevering neem ik de tram.

Frans Mensonides
5 juli 2026
Er geweest: van woensdag 27 t/m zaterdag 30 mei in het jaar van Jetten I en ... hoe heette de laatste trainer van Ajax nou ook alweer?




© Frans Mensonides, Leiden, 2026