
Eén stap verwijderd van Frankrijk
Foto: De LezerDit is deel 2 van het verslag van een 8-daagse
Interrail-reis, ondernomen door De Lezer, zoals ik hem noem, en mij. 4 nachten
brachten wij door in Stuttgart, en nu volgen er 3 in Bazel.
Die Zwitserse stad grenst zowel aan Duitsland (Weil am
Rhein) als aan Frankrijk (Saint-Louis). Het drielandenpunt ligt midden in de Rijn,
aan de noordkant van Bazel.
Niet verwonderlijk dat je in Bazel diverse
grensoverschrijdende railverbindingen kunt nemen. Evenmin verwonderlijk dat dit
feit, vooral vóór ‘Schengen’, de oorzaak was / is van allerlei ingewikkelde
grens- en douanetoestanden.
Eén lijn uit het dichtvertakte tramnet van Bazel voert naar
Duitsland, een andere naar Frankrijk, en er is er zelfs een tram die van Basel
naar Rodersdorf in Zwitserland rijdt, maar wel één halte heeft op Frans
grondgebied. En 2 tramlijnen sterven op een hectometer van de Franse, respectievelijk
Duitse grens. Vanaf die eindpunten kun je te voet de grens overschrijden zonder
dat iemand je tegenhoudt - hoewel: in Duitsland gebeurt dat soms nog wel.
Verder loopt er een S-Bahn met Zwitserse treinen een flink
stuk Duitsland in, naar een van de vele plaatsen die Zell heten.
Ik kom er in de loop van dit stuk op terug. Maar eerst iets
over de dag van de verplaatsing van Stuttgart naar Bazel, een dag die niet
geheel vlekkeloos verliep. En daarna nog wat foto’s van het Bazeler stadsschoon.
Oh ja, voor de taalnazi’s mensen die graag de puntjes
op de i zetten: is het nou Basel of Bazel? Nou, in Bazel zelf schrijven ze hun
stad met een s, maar volgens de officiële Nederlandse spelling is het met een
z. Ikzelf heb die beide vormen tot nu toe doorelkaar gehusseld, maar beloof bij
dezen beterschap. Ik trek me de spellingsregels trouwens niet altijd voor 100%
aan. Zo schrijf ik getallen nooit met letters, behalve het oergetal 1. Waarom? Geen
idee!

Kaart door Lencer, overgenomen van Wikipedia (D); Gäubahn
De Gäubahn is 172 km lang en verbindt Stuttgart Hbf met Singen.
De treinen rijden door naar Schaffhausen,
waar ik 2 jaar geleden de watervallen bewonderde, en verder naar Zürich. Wij
nemen de IC 183 van 8:28.
Het begint alweer met vertraging: dik 5 minuten na
vertrektijd volgens het spoorboekje komt de trein pas in beweging. Volgens een ingewikkeld
verhaal uit de luidspreker komt dat door overbezetting van de sporen op
Stuttgart Hbf. Er staan daar nog treinen die ook al lang weg hadden moeten zijn.
De in de app beloofde catering aan boord, met bediening in
de coupé, bestaat uit een defecte koffiezetmachine plus een koffiekan, waaruit
tijdens de rit geen koffie geschonken zal worden. De conducteur staat er in
deze trein in zijn eentje voor; geen horecapersoneel aanwezig.
Na een klein kwartier zien we het bos langskomen waarin die
natuurbegraafplaats ligt (zie deel 1). Daarna passeren we station Vaihingen.
Met andere woorden, we zijn nog steeds in Stuttgart en hebben een enorme
omtrekkende beweging gemaakt. Ik dacht dat we al tientallen kilometers van de
stad verwijderd waren.
Ik las ergens, ik weet niet meer waar, over een snood plan
om de Gäubahn in te korten en het hele stuk Stuttgart Hbf - Vaihingen over te
slaan, zodra de verbouwing van Stuttgart Hbf af is.
De Gaübahn bestaat uit een bochtig parcours; ooit reed er
een kantelbaktrein. De lijn is grotendeels enkelsporig en telt 6 tussenstations.
Eén ervan heet Rottweil. Inderdaad, daar komen de Rottweilers vandaan. Dat
hondenras wordt hier al sinds de Romeinse tijd gefokt omdat het zulke geschikte
trekhonden zijn. Tegenwoordig heten ze lief te zijn voor kinderen.
Over kinderen gesproken: aan de andere kant van het gangpad
zit een moeder met 2 dochters; één peuter en één op kleuterleeftijd. Ze lijken
ons, gewend aan die Nederlandse ADHD-types, onnatuurlijk rustig. Dat gaat over
als ze bier gaan drinken, denkt De Lezer.
Er wordt omgeroepen, wat paniekerig, dat een passagier zich ergens
aan heeft gesneden. Er komt bloed uit. Is er een dokter of verpleger in de
trein?
Beslist geen rit waar de zegen op rust. De vertraging neemt,
usance in Duitsland, steeds verder toe in de loop van de reis, en bedraagt in
Schaffhausen bijna een kwartier. Verwaarloosbaar in Duitse ogen, maar Zwitsers
denken daar heel anders over. De trein wordt opgeheven, en komt niet verder het
land in.
In Zwitserland hebben ze het nu helemaal gehad met het gebrek
aan punctualiteit in Duitsland. Ze moesten bij DB allemaal eens een Zwitsers horloge
kopen! Deze trein dreigde in Zürich aan te komen op een tijdstip dat hij al onderweg
had moeten zijn voor de terugreis. Dat pikken de Zwitsers echt niet meer.
Gelijk hebben ze! Die ene trein Amsterdam - Bazel per dag is een paar jaar
geleden zelfs definitief ingekort tot München.

Spoorlijn Schaffhause - Winterthur, gezien van bij de watervallen
Archief De digitale reiziger, 2024
Gelukkig hoeven wij toch maar tot Schaffhausen. Die plaats
bezorgt me een déjà vu-ervaring; alleen de naam al, al ben ik de vorige keer
niet eens op dit station geweest. Internet op mijn smartphone geeft er bij het
passeren van de Zwitserse grens ook deze keer weer meteen de brui aan.
Dat had ik in 2024 bij mijn vakantie in Zwitserland ook
meteen toen de trein bij Bazel de grens overschreed. Ik slaagde erin om in de
stationshal met de daar aanwezige WiFi contact te maken met de wibsite van Odido.
Mijn internetabonnement was niet geldig buiten de EU, maar ik kon gelukkig wel wat
Giegs bijkopen bovenop mijn abonnement.
Toen ik een paar dagen later wandelde bij de befaamde
watervallen, viel mijn Internet opnieuw weg. Die keer kwam dat doordat mijn
telefoon een zendmast uit Duitsland aanstraalde. In Lausanne idem dito, doordat
het aan de overkant van het meer Frankrijk heet. Mijn extra abonnement voor
buiten de EU was niet geldig erbinnen.
Bij mijn bezoek aan een Odido-winkel na thuiskomst
verzekerde men mij dat deze ellende vanaf 2025 niet meer zou voorkomen.
Inderdaad heb ik er geen last meer van gehad toen ik vorig jaar via Zwitserland
naar Italië reisde. Maar anno 2026 is het probleem net zo hard weer terug
gekomen.
Heerlijke provider, Odido. Ze zijn zo vriendelijk geweest om
de gegevens van 6 miljoen klanten op het dark web terecht te laten komen. De
naam Odido is volgens mij een afkorting van: O, die dommeriken. Dat slaat dan
niet op henzelf, maar op sukkels als ik die hun abonnement nog steeds niet
hebben opgezegd.
M’n hele hebben en houwen staat op die telefoon. Waaronder
het Interrail plaatsbewijs dat je moet kunnen tonen aan de conducteur, en
daarvoor moet je online zijn! De Lezer raadt me aan, er een schermafdruk van te
maken, die te laten zien, en dan maar hopen dat de conducteur niet doorheeft
dat hij niet tegen een live-kaartje aankijkt. Wat je heel gemakkelijk kunt
zien, trouwens.
We pakken de S-Bahn naar Winterthur. Die rijdt over de
spoorbaan die ik 2 jaar geleden uit de verte zag. Er komt geen controle.
In Winterthur (ook deze keer niet op een wintertoer) stappen
we over voor Dietikon. Ik had De Lezer bij het uitstippelen van deze reis
gewezen op het bestaan van de Züricher S-Bahn S17, die in Dietikon, even ten
westen van Zürich, doodgemoedereerd door de straten van het stadje rijdt. Die
gaan we nu nemen tot het eindpunt in Wohlen. Bij die reis in 2024 kwam ik maar
tot even buiten Dietikon, omdat ik het te laat vond om de hele rit nog te
maken.
Het is de spoorlijn Wohlen - Bremgarten - Dietikon, 19 km lang, met 20 haltes /
stations, en rijdend op meterspoor met veel enkelsporige trajecten. Hij is in
deze heuvelachtige landstreek niet aangelegd volgens het principe dat de
kortste verbinding tussen 2 steden een rechte lijn is; er zit zelfs een
haarspeldbocht in de route.
Dietikon en Wohlen zijn heel bescheiden stadjes; Bremgarten
is een dorpje met 8000 inwoners. Toch zijn ze al sinds 1902 (Wohlen en
Bremgarten al sinds 1876) onderling verbonden met een heuse spoorlijn, zij het
met een tramachtig karakter.
Eerst maken we even gebruik van hetzelfde spoor als de
Limmattalbahn die ik 2 jaar geleden deed, een fonkelnieuwe tramlijn. Dan slaan
we linksaf de winkelstraat van Dietikon in die voorbij de bebouwde kom uitkomt
op een provinciale weg. Daar maakte ik de vorige keer rechtsomkeert.
De trein rijdt op werkdagen overdags elk kwartier tot Bremgarten West; op
andere dagen en tijdstippen op het hele traject elk halfuur. Een complete rit
van begin- tot eindpunt duurt een ruim halfuur.
Kaartje: Pechristener, overgenomen van Wikipedia (E); Wohlen–Dietikon
railway line

Archief De digitale reiziger, 2024
Bij de remise bij Bremgarten West staan we een paar minuten stil.
Een schoonmaakster maakt van de gelegenheid gebruik om de prullenbakken te ledigen. De properheid van de
Zwitsers; er mag nog geen kauwgompapiertje uit Dietikon Wohlen binnenkomen.
In de laatste plaats pakken wij de trein naar Brugg, waar we
kunnen overstappen naar Basel SBB; twee korte ritjes tot besluit. In de trein
naar Brugg blijkt WiFi aanwezig te zijn die in de vorige treinen die we vandaag
genomen hebben, ontbrak. Daardoor kan ik een echt kaartje tonen aan de
conducteur die hier prompt langskomt. Volgens De Lezer bewijst dit dat je je
over kwesties als uitgevallen Internet niet druk hoeft te maken; het komt
allemaal op z’n pootjes terecht.
Ik bedenk dat het geniete uitscheurboekje met
‘reisbescheiden’ uit de tijd van de Bergland-Expres ook wel handig was:
treintickets, hotelresreveringsbevestigingen, ontbijtbonnen voor in de trein. Mijn
moeder kreeg ze ruim voor ons vertrek toegezonden van de NRV. Het woord ‘reisbescheiden’
alleen al riep bij mijn broertje en mij vakantiepret op.
De Lezer heeft 2 kamers geboekt in een aparthotel, dichtbij
Basel SBB. Een aparthotel, dat is een nieuwe trend in reisland. Het houdt het
midden, zoals de naam al doet vermoeden, tussen een appartement en een hotel. Je
huurt geen kamer maar feitelijk een compleet appartement, met keuken, bestek, afwasbak
en verder ook alles wat je in een woning verwacht.
Het voordeel daarvan is dat je ook in den vreemde zelf je
potje kunt koken zoals je dat thuis gewend bent. Waaraan dan weer het nadeel
kleeft dat je daar op je vakantie misschien juist van verlost had willen zijn.
Maar dan kun je nog een magnetronmaaltijd kopen bij de Coop, Zwitserlands
nationale kruidenier waarvan op vrijwel elke straathoek een filiaal gevestigd
is.
Dat doen wij de eerste avond, maar daar gaat het nodige ingewikkeld
gedoe aan vooraf dat ik niet meer kan reconstrueren nu ik het probeer op te
schrijven. Het aparthotel is volledig geautomatiseerd en functioneert vrijwel
zonder personeel. In ieder geval zonder receptionist. Niks, reisbescheiden. De
Lezer kreeg een digitale code gemaild voor toegang tot het complex. Met
diezelfde 6-cijferige moet ook de deur van de kamer opengaan.
Die code werkt niet, als De Lezer hem probeert. We komen
niet verder dan een op zich gezellig zitje in de vestibule, maar de deur naar
het eigenlijke appartementencomplex blijft dicht. Er loopt hier toch nog een
personeelslid rond – of is het een spook?- die te hulp schiet. Hij belt;
paspoortgegevens en -foto’s moeten worden gemaild.
Ik ben nu afgehaakt van dit vakantieverhaal; ik versta dat ellendige
Duits niet, en snap niet wat er loos is. In de Interrail-app zoek ik op of we eventueel
nog voor middernacht in Utrecht kunnen komen als we nú vertrekken van Basel SBB
(Ja sorry voor die s in Bazel, maar dat station heet nu eenmaal zo). Nee, dat
kan niet meer. We zullen eruit moeten komen met dit heel aparte hotel.
Na zo’n anderhalf uur krijgen De Lezer en de te hulp
geschoten Zwitser het toch nog voor elkaar, we kunnen naar binnen. Wat was er
mis met een receptionist die je paspoort controleert en je vervolgens een
sleutel overhandigt? 2 minuten werk, hooguit.

Bazel
’s Avonds slaag ik er binnen een uur via de Wifi van het
aparthotel in om contact te maken met de site van Odido, en een extra
abonnement af te sluiten voor 2 GB. Dezelfde tijd heeft De Lezer nodig om onze
BaselCard te activeren.
Dat ticket krijgt iedere hotelgast, en dus ook een aparthotelgast,
en het geeft recht op gratis gebruik van het stadsvervoer tijdens je verblijf
in het hotel. Opnieuw opsturen van paspoortgegevens. Vorig jaar, toen ik op de
heen- en terugweg van Italië in Bazel overnachtte, bestond dat ticket uit een geprint
bonnetje dat ik in mijn portefeuille kon opbergen, maar nu is het ook digitaal
gegaan en moet je het tonen op je phone.
Nou moet je uit dit soort opmerkingen over reisbescheiden en
sleutels en zo, ook weer niet opmaken dat ik terug wil naar 1980, toen we nog
in de analoge wereld verkeerden. Wie verlangt er nou echt terug naar: papieren
reisbescheiden die kunnen zoekraken in de post, treinkaartjes die je kunt
verliezen, hotelkamersleutels aan zo’n metalen peertje dat stinkt naar de
zweethanden van honderden mensen die in dezelfde kamer verbleven hebben,
papieren stadsplattegronden waar de wind vat op krijgt als ze helemaal
uitgevouwen zijn, ansichtkaarten die je naar het thuisfront stuurt en pas
aankomen als je zelf al lang terugbent… Ik beperk me tot vakantiezaken.
Ja, wie verlangt er terug naar 1980? Veel mensen nog; het is
wel een trend op het ogenblik. Wonderlijk genoeg leeft dit soort nostalgie niet zozeer bij ouwe
boomers zoals De Lezer en ik, of bij mensen met een AI-fobie. Nee, het heerst vooral
bij jongeren die 1980 niet eens hebben
meegemaakt. Recent sociologisch onderzoek heeft dat aangetoond. Zo’n zin
moet je er altijd bijzetten, als je serieus wilt overkomen.
Nee, echt, jonge mensen hebben genoeg van de sociale druk
van de sociale media, van Tik-Tok en YouTube die je altijd pressen om nóg een
clip te bekijken, en nog een en nog een…., van Instagram en van appgroepen
waarvan je geen uur afwezig wil zijn omdat je bang bent dat de apps dan
allemaal over JOU gaan.
Maar voor de smartphone geldt hetzelfde wat Doe Maar in 1982
zong over de tv; ‘Hee, hee, hee, er zit een knop op’.
Hoeveel jongeren zouden het werkelijk willen, leven als in 1980?
Ze zouden het eens een weekje moeten proberen. Wat zeg ik? Ze hebben het al
eens geprobeerd, als wetenschappelijk experiment. Na een dag leven zonder
digitale middelen hadden de meeste proefkonijnen er al schoon tabak van. De
helft van hen kreeg last van depressieve buien en / of paniekvlagen, en 10%
zelfs van suïcidale gedachten.
Volgens mij moet een mens onder andere 2 dingen nooit doen
in zijn leven: regeren over zijn graf heen, en nostalgische gevoelens koesteren
over zijn wieg heen, naar tijden vóór zijn geboorte die verre van ideaal waren.
Gedachten ’s avonds op een apart-hotelkamer.
Het was een dag om snel te vergeten. Waarom heb ik er dan nog 2400 woorden aan vuilgemaakt?
Vorig jaar heb ik al wat foto’s van Bazels stadsschoon geplakt
in mijn ’Vakantieplakboek Interrail zomer 2025’. Hieronder plaats ik een paar
foto’s uit dat plakboek opnieuw, en zet er ook een paar nieuwe tussen.

In buitenlandse musea ga ik altijd op zoek naar werken van
streekgenoten, zoals de trouwe lezer weet. Meer streekgenoten, nl. tulpen van
de geestgronden, staan aan de voet van dit monument. Het is aan Zwitserland geschonken
door Frankrijk, uit dank voor humanitaire hulp, geboden aan Straatsburg tijdens
de Frans-Duitse oorlog van 1870/1871.

Archief De digitale reiziger, 2025

Sfeertje in een van de winkelstraten, dank zij deze bejaarde
panfluitist, compleet met geluidsinstallatie.
Archief De digitale reiziger, 2025

Archief De digitale reiziger, 2025
Het Raadhuis van Bazel heeft nog niet zo lang geleden zijn
halve millenniumfeest gevierd. In het Bazelduits - waar noch
Duitsers, noch andere Zwitsers veel chocola van kunnen maken; het
klinkt ze als gebazel in de oren - heet het Roothuus, wat ook: Rood
Huis kan betekenen.
Deze keer, anno ’26, hebben De Lezer en ik de binnenplaats, die vrij toegankelijk is, eens nader bekeken.



De Romein die daar zo pontificaal staat (met de zon in de rug,
zodat ik hem niet goed van voren kon fotograferen), is Lucius Munatius Plancus
(ca. 87 v.C. – ca. 15 v.C.). Hij zou Bazel gesticht hebben. Zijn bijnaam
Plancus verwijst naar zijn platvoeten, waarop je in het Romeinse leger
blijkbaar niet werd afgekeurd.
Wat je allemaal niet te weren komt via Google en GoogleLens!
Ook dat het beeld dateert van 1580 en werd gehouwen door ene Hans Michel uit
Straatsburg.

De Spalentor werd opgericht na een zware aardbeving in 1356,
waarbij de stad vrijwel in zijn geheel verwoest werd.
Archief De digitale reiziger, 2025

Archief De digitale reiziger, 2025
Hét ontmoetingspunt in Bazel is de Tinguely-fontein. Een
foto doet er geen recht aan, maar klik op deze LINK en zie hem in beweging. Video gezien op Wikipedia (D): Fassnachts-Brunnen
Jean Tinguely (1925-1991) uit Bazel noemde zich een
kinetische kunstenaar. Beweging en
verandering zijn de thema’s van zijn speelse installaties. Sommige van zijn
kunstwerken waren zelfvernietigend, maar deze fontein staat er al sinds 1977.


De Münster van Bazel. Met de bouw werd in 1019 begonnen,
maar pas in 1500 was hij helemaal af. De al eerder genoemde aardbeving werkte
niet echt mee. De kathedraal had een voorloper uit de 9e eeuw of eerder.
Desiderius Erasmus, die zijn laatste jaren doorbracht in
Bazel, ligt er begraven. Bij een beeldenstorm in 1529 is het interieur van de
kerk grotendeels aan barrels geslagen. Dat hij er nu nog staat, na een woelig millennium,
is te danken aan 2 grootscheepse restauraties in de 19e eeuw.
De rossige kathedraal van zandsteen staat aan een groot
plein, dat op de hete zaterdagmiddag dat ik er liep, vrijwel verlaten was.
Bij restaurant Zum alten Stöckli aan de Barfüsserplatz staan
2 obers te kijken of wij misschien hun lege terras komen vullen, bijvoorbeeld
om van hun befaamde kaasfondue te genieten. Maar nee, we lopen door. Het pand
waarin het restaurant gevestigd is, stond hier al in 1284, en heeft de
aardbeving blijkbaar overleefd.

De Barfüsserplatz dankt zijn naam aan de Franciscaner
monniken die hier een kerk en klooster hadden en zich plachten te verplaatsen
op sandalen of blote voeten. Ik fotografeerde het plein op een heel zeldzaam
moment dat er nergens een tram te zien was, al wordt er wel naar uitgekeken. 8 hoogfrequente tramlijnen doen de
Barfüsserplatz aan.
Binnenkort meer over de tram in Bazel. Wordt vervolgd!
Frans Mensonides
24 mei 2026
Er geweest: donderdag 9 t/m zondag 12 april 2026
![]()