De digitale reiziger (165b)
Bazel met een z: tramstad bij een drielandenpunt



Eén stap verwijderd van Frankrijk

Foto: De Lezer

< < < Deel 1 als gelezen?

Dit is deel 2 van het verslag van een 8-daagse Interrail-reis, ondernomen door De Lezer, zoals ik hem noem, en mij. 4 nachten brachten wij door in Stuttgart, en nu volgen er 3 in Bazel.

Die Zwitserse stad grenst zowel aan Duitsland (Weil am Rhein) als aan Frankrijk (Saint-Louis). Het drielandenpunt ligt midden in de Rijn, aan de noordkant van Bazel.

Niet verwonderlijk dat je in Bazel diverse grensoverschrijdende railverbindingen kunt nemen. Evenmin verwonderlijk dat dit feit, vooral vóór ‘Schengen’, de oorzaak was / is van allerlei ingewikkelde grens- en douanetoestanden.

Eén lijn uit het dichtvertakte tramnet van Bazel voert naar Duitsland, een andere naar Frankrijk, en er is er zelfs een tram die van Basel naar Rodersdorf in Zwitserland rijdt, maar wel één halte heeft op Frans grondgebied. En 2 tramlijnen sterven op een hectometer van de Franse, respectievelijk Duitse grens. Vanaf die eindpunten kun je te voet de grens overschrijden zonder dat iemand je tegenhoudt - hoewel: in Duitsland gebeurt dat soms nog wel.

Verder loopt er een S-Bahn met Zwitserse treinen een flink stuk Duitsland in, naar een van de vele plaatsen die Zell heten.

Ik kom er in de loop van dit stuk op terug. Maar eerst iets over de dag van de verplaatsing van Stuttgart naar Bazel, een dag die niet geheel vlekkeloos verliep. En daarna nog wat foto’s van het Bazeler stadsschoon.

Oh ja, voor de taalnazi’s mensen die graag de puntjes op de i zetten: is het nou Basel of Bazel? Nou, in Bazel zelf schrijven ze hun stad met een s, maar volgens de officiële Nederlandse spelling is het met een z. Ikzelf heb die beide vormen tot nu toe doorelkaar gehusseld, maar beloof bij dezen beterschap. Ik trek me de spellingsregels trouwens niet altijd voor 100% aan. Zo schrijf ik getallen nooit met letters, behalve het oergetal 1. Waarom? Geen idee!

 

Gaübahn

 

Kaart door Lencer, overgenomen van Wikipedia (D); Gäubahn

De Gäubahn is 172 km lang en verbindt Stuttgart Hbf met Singen. De treinen rijden door naar  Schaffhausen, waar ik 2 jaar geleden de watervallen bewonderde, en verder naar Zürich. Wij nemen de IC 183 van 8:28.

Het begint alweer met vertraging: dik 5 minuten na vertrektijd volgens het spoorboekje komt de trein pas in beweging. Volgens een ingewikkeld verhaal uit de luidspreker komt dat door overbezetting van de sporen op Stuttgart Hbf. Er staan daar nog treinen die ook al lang weg hadden moeten zijn.

De in de app beloofde catering aan boord, met bediening in de coupé, bestaat uit een defecte koffiezetmachine plus een koffiekan, waaruit tijdens de rit geen koffie geschonken zal worden. De conducteur staat er in deze trein in zijn eentje voor; geen horecapersoneel aanwezig.

Na een klein kwartier zien we het bos langskomen waarin die natuurbegraafplaats ligt (zie deel 1). Daarna passeren we station Vaihingen. Met andere woorden, we zijn nog steeds in Stuttgart en hebben een enorme omtrekkende beweging gemaakt. Ik dacht dat we al tientallen kilometers van de stad verwijderd waren.

Ik las ergens, ik weet niet meer waar, over een snood plan om de Gäubahn in te korten en het hele stuk Stuttgart Hbf - Vaihingen over te slaan, zodra de verbouwing van Stuttgart Hbf af is.

De Gaübahn bestaat uit een bochtig parcours; ooit reed er een kantelbaktrein. De lijn is grotendeels enkelsporig en telt 6 tussenstations. Eén ervan heet Rottweil. Inderdaad, daar komen de Rottweilers vandaan. Dat hondenras wordt hier al sinds de Romeinse tijd gefokt omdat het zulke geschikte trekhonden zijn. Tegenwoordig heten ze lief te zijn voor kinderen.

Over kinderen gesproken: aan de andere kant van het gangpad zit een moeder met 2 dochters; één peuter en één op kleuterleeftijd. Ze lijken ons, gewend aan die Nederlandse ADHD-types, onnatuurlijk rustig. Dat gaat over als ze bier gaan drinken, denkt De Lezer.

Er wordt omgeroepen, wat paniekerig, dat een passagier zich ergens aan heeft gesneden. Er komt bloed uit. Is er een dokter of verpleger in de trein?

Beslist geen rit waar de zegen op rust. De vertraging neemt, usance in Duitsland, steeds verder toe in de loop van de reis, en bedraagt in Schaffhausen bijna een kwartier. Verwaarloosbaar in Duitse ogen, maar Zwitsers denken daar heel anders over. De trein wordt opgeheven, en komt niet verder het land in.

In Zwitserland hebben ze het nu helemaal gehad met het gebrek aan punctualiteit in Duitsland. Ze moesten bij DB allemaal eens een Zwitsers horloge kopen! Deze trein dreigde in Zürich aan te komen op een tijdstip dat hij al onderweg had moeten zijn voor de terugreis. Dat pikken de Zwitsers echt niet meer. Gelijk hebben ze! Die ene trein Amsterdam - Bazel per dag is een paar jaar geleden zelfs definitief ingekort tot München.

 

Digitale narigheid; terug naar 1980? (Dietikon - Wohlen en aparthotel )

 

Spoorlijn Schaffhause - Winterthur, gezien van bij de watervallen

Archief De digitale reiziger, 2024

Gelukkig hoeven wij toch maar tot Schaffhausen. Die plaats bezorgt me een déjà vu-ervaring; alleen de naam al, al ben ik de vorige keer niet eens op dit station geweest. Internet op mijn smartphone geeft er bij het passeren van de Zwitserse grens ook deze keer weer meteen de brui aan.

Dat had ik in 2024 bij mijn vakantie in Zwitserland ook meteen toen de trein bij Bazel de grens overschreed. Ik slaagde erin om in de stationshal met de daar aanwezige WiFi contact te maken met de wibsite van Odido. Mijn internetabonnement was niet geldig buiten de EU, maar ik kon gelukkig wel wat Giegs bijkopen bovenop mijn abonnement.

Toen ik een paar dagen later wandelde bij de befaamde watervallen, viel mijn Internet opnieuw weg. Die keer kwam dat doordat mijn telefoon een zendmast uit Duitsland aanstraalde. In Lausanne idem dito, doordat het aan de overkant van het meer Frankrijk heet. Mijn extra abonnement voor buiten de EU was niet geldig erbinnen.

Bij mijn bezoek aan een Odido-winkel na thuiskomst verzekerde men mij dat deze ellende vanaf 2025 niet meer zou voorkomen. Inderdaad heb ik er geen last meer van gehad toen ik vorig jaar via Zwitserland naar Italië reisde. Maar anno 2026 is het probleem net zo hard weer terug gekomen.

Heerlijke provider, Odido. Ze zijn zo vriendelijk geweest om de gegevens van 6 miljoen klanten op het dark web terecht te laten komen. De naam Odido is volgens mij een afkorting van: O, die dommeriken. Dat slaat dan niet op henzelf, maar op sukkels als ik die hun abonnement nog steeds niet hebben opgezegd.

M’n hele hebben en houwen staat op die telefoon. Waaronder het Interrail plaatsbewijs dat je moet kunnen tonen aan de conducteur, en daarvoor moet je online zijn! De Lezer raadt me aan, er een schermafdruk van te maken, die te laten zien, en dan maar hopen dat de conducteur niet doorheeft dat hij niet tegen een live-kaartje aankijkt. Wat je heel gemakkelijk kunt zien, trouwens.

We pakken de S-Bahn naar Winterthur. Die rijdt over de spoorbaan die ik 2 jaar geleden uit de verte zag. Er komt geen controle.

In Winterthur (ook deze keer niet op een wintertoer) stappen we over voor Dietikon. Ik had De Lezer bij het uitstippelen van deze reis gewezen op het bestaan van de Züricher S-Bahn S17, die in Dietikon, even ten westen van Zürich, doodgemoedereerd door de straten van het stadje rijdt. Die gaan we nu nemen tot het eindpunt in Wohlen. Bij die reis in 2024 kwam ik maar tot even buiten Dietikon, omdat ik het te laat vond om de hele rit nog te maken.

 

Brug in Bremgarten over de rivier de Reuss

Foto: Kabelleger / David Gubler, overgenomen van Wikipedia (E), Wohlen–Dietikon railway line



Het is de spoorlijn Wohlen - Bremgarten - Dietikon, 19 km lang, met 20 haltes / stations, en rijdend op meterspoor met veel enkelsporige trajecten. Hij is in deze heuvelachtige landstreek niet aangelegd volgens het principe dat de kortste verbinding tussen 2 steden een rechte lijn is; er zit zelfs een haarspeldbocht in de route.

Dietikon en Wohlen zijn heel bescheiden stadjes; Bremgarten is een dorpje met 8000 inwoners. Toch zijn ze al sinds 1902 (Wohlen en Bremgarten al sinds 1876) onderling verbonden met een heuse spoorlijn, zij het met een tramachtig karakter.

Eerst maken we even gebruik van hetzelfde spoor als de Limmattalbahn die ik 2 jaar geleden deed, een fonkelnieuwe tramlijn. Dan slaan we linksaf de winkelstraat van Dietikon in die voorbij de bebouwde kom uitkomt op een provinciale weg. Daar maakte ik de vorige keer rechtsomkeert.

De trein rijdt op werkdagen overdags elk kwartier tot Bremgarten West; op andere dagen en tijdstippen op het hele traject elk halfuur. Een complete rit van begin- tot eindpunt duurt een ruim halfuur.

 

 

Kaartje: Pechristener, overgenomen van Wikipedia (E); Wohlen–Dietikon railway line

 

Archief De digitale reiziger, 2024

 



Archief De digitale reiziger, 2024

Bij de remise bij Bremgarten West staan we een paar minuten stil. Een schoonmaakster maakt van de gelegenheid gebruik om de  prullenbakken te ledigen. De properheid van de Zwitsers; er mag nog geen kauwgompapiertje uit Dietikon Wohlen binnenkomen.

In de laatste plaats pakken wij de trein naar Brugg, waar we kunnen overstappen naar Basel SBB; twee korte ritjes tot besluit. In de trein naar Brugg blijkt WiFi aanwezig te zijn die in de vorige treinen die we vandaag genomen hebben, ontbrak. Daardoor kan ik een echt kaartje tonen aan de conducteur die hier prompt langskomt. Volgens De Lezer bewijst dit dat je je over kwesties als uitgevallen Internet niet druk hoeft te maken; het komt allemaal op z’n pootjes terecht.

Ik bedenk dat het geniete uitscheurboekje met ‘reisbescheiden’ uit de tijd van de Bergland-Expres ook wel handig was: treintickets, hotelresreveringsbevestigingen, ontbijtbonnen voor in de trein. Mijn moeder kreeg ze ruim voor ons vertrek toegezonden van de NRV. Het woord ‘reisbescheiden’ alleen al riep bij mijn broertje en mij vakantiepret op.

De Lezer heeft 2 kamers geboekt in een aparthotel, dichtbij Basel SBB. Een aparthotel, dat is een nieuwe trend in reisland. Het houdt het midden, zoals de naam al doet vermoeden, tussen een appartement en een hotel. Je huurt geen kamer maar feitelijk een compleet appartement, met keuken, bestek, afwasbak en verder ook alles wat je in een woning verwacht.

Het voordeel daarvan is dat je ook in den vreemde zelf je potje kunt koken zoals je dat thuis gewend bent. Waaraan dan weer het nadeel kleeft dat je daar op je vakantie misschien juist van verlost had willen zijn. Maar dan kun je nog een magnetronmaaltijd kopen bij de Coop, Zwitserlands nationale kruidenier waarvan op vrijwel elke straathoek een filiaal gevestigd is.

Dat doen wij de eerste avond, maar daar gaat het nodige ingewikkeld gedoe aan vooraf dat ik niet meer kan reconstrueren nu ik het probeer op te schrijven. Het aparthotel is volledig geautomatiseerd en functioneert vrijwel zonder personeel. In ieder geval zonder receptionist. Niks, reisbescheiden. De Lezer kreeg een digitale code gemaild voor toegang tot het complex. Met diezelfde 6-cijferige moet ook de deur van de kamer opengaan.

Die code werkt niet, als De Lezer hem probeert. We komen niet verder dan een op zich gezellig zitje in de vestibule, maar de deur naar het eigenlijke appartementencomplex blijft dicht. Er loopt hier toch nog een personeelslid rond – of is het een spook?- die te hulp schiet. Hij belt; paspoortgegevens en -foto’s moeten worden gemaild.

Ik ben nu afgehaakt van dit vakantieverhaal; ik versta dat ellendige Duits niet, en snap niet wat er loos is. In de Interrail-app zoek ik op of we eventueel nog voor middernacht in Utrecht kunnen komen als we nú vertrekken van Basel SBB (Ja sorry voor die s in Bazel, maar dat station heet nu eenmaal zo). Nee, dat kan niet meer. We zullen eruit moeten komen met dit heel aparte hotel.

Na zo’n anderhalf uur krijgen De Lezer en de te hulp geschoten Zwitser het toch nog voor elkaar, we kunnen naar binnen. Wat was er mis met een receptionist die je paspoort controleert en je vervolgens een sleutel overhandigt? 2 minuten werk, hooguit.



Bazel

’s Avonds slaag ik er binnen een uur via de Wifi van het aparthotel in om contact te maken met de site van Odido, en een extra abonnement af te sluiten voor 2 GB. Dezelfde tijd heeft De Lezer nodig om onze BaselCard te activeren.

Dat ticket krijgt iedere hotelgast, en dus ook een aparthotelgast, en het geeft recht op gratis gebruik van het stadsvervoer tijdens je verblijf in het hotel. Opnieuw opsturen van paspoortgegevens. Vorig jaar, toen ik op de heen- en terugweg van Italië in Bazel overnachtte, bestond dat ticket uit een geprint bonnetje dat ik in mijn portefeuille kon opbergen, maar nu is het ook digitaal gegaan en moet je het tonen op je phone.

Nou moet je uit dit soort opmerkingen over reisbescheiden en sleutels en zo, ook weer niet opmaken dat ik terug wil naar 1980, toen we nog in de analoge wereld verkeerden. Wie verlangt er nou echt terug naar: papieren reisbescheiden die kunnen zoekraken in de post, treinkaartjes die je kunt verliezen, hotelkamersleutels aan zo’n metalen peertje dat stinkt naar de zweethanden van honderden mensen die in dezelfde kamer verbleven hebben, papieren stadsplattegronden waar de wind vat op krijgt als ze helemaal uitgevouwen zijn, ansichtkaarten die je naar het thuisfront stuurt en pas aankomen als je zelf al lang terugbent… Ik beperk me tot vakantiezaken.

Ja, wie verlangt er terug naar 1980? Veel mensen nog; het is wel een trend op het ogenblik. Wonderlijk genoeg leeft  dit soort nostalgie niet zozeer bij ouwe boomers zoals De Lezer en ik, of bij mensen met een AI-fobie. Nee, het heerst vooral bij jongeren die 1980 niet eens hebben  meegemaakt. Recent sociologisch onderzoek heeft dat aangetoond. Zo’n zin moet je er altijd bijzetten, als je serieus wilt overkomen.

Nee, echt, jonge mensen hebben genoeg van de sociale druk van de sociale media, van Tik-Tok en YouTube die je altijd pressen om nóg een clip te bekijken, en nog een en nog een…., van Instagram en van appgroepen waarvan je geen uur afwezig wil zijn omdat je bang bent dat de apps dan allemaal over JOU gaan.

Maar voor de smartphone geldt hetzelfde wat Doe Maar in 1982 zong over de tv; ‘Hee, hee, hee, er zit een knop op’.

Hoeveel jongeren zouden het werkelijk willen, leven als in 1980? Ze zouden het eens een weekje moeten proberen. Wat zeg ik? Ze hebben het al eens geprobeerd, als wetenschappelijk experiment. Na een dag leven zonder digitale middelen hadden de meeste proefkonijnen er al schoon tabak van. De helft van hen kreeg last van depressieve buien en / of paniekvlagen, en 10% zelfs van suïcidale gedachten.

Volgens mij moet een mens onder andere 2 dingen nooit doen in zijn leven: regeren over zijn graf heen, en nostalgische gevoelens koesteren over zijn wieg heen, naar tijden vóór zijn geboorte die verre van ideaal waren.

Gedachten ’s avonds op een apart-hotelkamer.

Het was een dag om snel te vergeten. Waarom heb ik er dan nog 2400 woorden aan vuilgemaakt?

 

Bazel in foto’s

Vorig jaar heb ik al wat foto’s van Bazels stadsschoon geplakt in mijn ’Vakantieplakboek Interrail zomer 2025’. Hieronder plaats ik een paar foto’s uit dat plakboek opnieuw, en zet er ook een paar nieuwe tussen.

 

In buitenlandse musea ga ik altijd op zoek naar werken van streekgenoten, zoals de trouwe lezer weet. Meer streekgenoten, nl. tulpen van de geestgronden, staan aan de voet van dit monument. Het is aan Zwitserland geschonken door Frankrijk, uit dank voor humanitaire hulp, geboden aan Straatsburg tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870/1871.

Archief De digitale reiziger, 2025

Bazel ligt aan de Rijn en heeft verschillende bruggen over die rivier. Dit is de Mittelere Rheinbrücke, de middelste dus, en tevens de oudste. Ooit was hij de enige, en toen dus nog niet de middelste. De eerste brug op deze plek werd aangelegd in 1225, maar wat je nu ziet, is van 1909. Deze brug markeert ook een grens: die tussen de Hochrhein en de Oberrhein.

 

Sfeertje in een van de winkelstraten, dank zij deze bejaarde panfluitist, compleet met geluidsinstallatie.

Archief De digitale reiziger, 2025

 

Archief De digitale reiziger, 2025

Het Raadhuis van Bazel heeft nog niet zo lang geleden zijn halve millenniumfeest gevierd. In het Bazelduits - waar noch Duitsers,  noch andere Zwitsers veel chocola van kunnen maken; het klinkt ze als gebazel in de oren -  heet het Roothuus, wat ook: Rood Huis kan betekenen.

Deze keer, anno ’26, hebben De Lezer en ik de binnenplaats, die vrij toegankelijk is, eens nader bekeken.




De Romein die daar zo pontificaal staat (met de zon in de rug, zodat ik hem niet goed van voren kon fotograferen), is Lucius Munatius Plancus (ca. 87 v.C. – ca. 15 v.C.). Hij zou Bazel gesticht hebben. Zijn bijnaam Plancus verwijst naar zijn platvoeten, waarop je in het Romeinse leger blijkbaar niet werd afgekeurd.

Wat je allemaal niet te weren komt via Google en GoogleLens! Ook dat het beeld dateert van 1580 en werd gehouwen door ene Hans Michel uit Straatsburg.

 

 

De Spalentor werd opgericht na een zware aardbeving in 1356, waarbij de stad vrijwel in zijn geheel verwoest werd.

Archief De digitale reiziger, 2025


De Sankt-Johanns-Tor aan de Rijn is ook gebouwd in de periode kort na de aardbeving.

Archief De digitale reiziger, 2025

Hét ontmoetingspunt in Bazel is de Tinguely-fontein. Een foto doet er geen recht aan, maar klik op deze LINK en zie hem in beweging. Video gezien op Wikipedia (D): Fassnachts-Brunnen

Jean Tinguely (1925-1991) uit Bazel noemde zich een kinetische kunstenaar. Beweging  en verandering zijn de thema’s van zijn speelse installaties. Sommige van zijn kunstwerken waren zelfvernietigend, maar deze fontein staat er al sinds 1977.




De Münster van Bazel. Met de bouw werd in 1019 begonnen, maar pas in 1500 was hij helemaal af. De al eerder genoemde aardbeving werkte niet echt mee. De kathedraal had een voorloper uit de 9e eeuw of eerder.

Desiderius Erasmus, die zijn laatste jaren doorbracht in Bazel, ligt er begraven. Bij een beeldenstorm in 1529 is het interieur van de kerk grotendeels aan barrels geslagen. Dat hij er nu nog staat, na een woelig millennium, is te danken aan 2 grootscheepse restauraties in de 19e eeuw.

De rossige kathedraal van zandsteen staat aan een groot plein, dat op de hete zaterdagmiddag dat ik er liep, vrijwel verlaten was.

 

Bij restaurant Zum alten Stöckli aan de Barfüsserplatz staan 2 obers te kijken of wij misschien hun lege terras komen vullen, bijvoorbeeld om van hun befaamde kaasfondue te genieten. Maar nee, we lopen door. Het pand waarin het restaurant gevestigd is, stond hier al in 1284, en heeft de aardbeving blijkbaar overleefd.

De Barfüsserplatz dankt zijn naam aan de Franciscaner monniken die hier een kerk en klooster hadden en zich plachten te verplaatsen op sandalen of blote voeten. Ik fotografeerde het plein op een heel zeldzaam moment dat er nergens een tram te zien was, al wordt er wel naar uitgekeken. 8 hoogfrequente tramlijnen doen de Barfüsserplatz aan.

Binnenkort meer over de tram in Bazel. Wordt vervolgd!

Frans Mensonides
24 mei 2026
Er geweest: donderdag 9 t/m zondag 12 april 2026


© Frans Mensonides, Leiden, 2026