324. STAAR! (16 en 30/08/2026)
323. VOORBURG
BOVENVEEN, EILAND VAN ABN?
(02/08/2026)
322. TIJDLIJNEN;
LEIDSE MUSEUMNACHT 6/7 JUNI 2026
(2 DELEN) (14/06/2026)
321. ONDERWEG;
MIJN BROERTJE EXPOSEERT OPNIEUW (22/03/2026)
320. FRIESE
DOODLOPERS; (NIET) SCHAATSEN IN 1966 (08/03/2026)
319. MIJN
MUSEUM-6-DAAGSE (5): HET SPOORWEGMUSEUM
(18/01/2026)
318. MIJN
MUSEUM-6_DAAGSE (4): DESIGN MUSEUM DEN
BOSCH (11/01/2026)
FHM’s
A-viertjes is een rubriek op de Thuispagina
van Frans
Mensonides, die Henk als middle
name heeft
en dus FHM als initialen.
FHM’s verschijnt altjd op zondag, maar niet elke zondag

Ik heb vast wel eens verteld dat ik een Fries ben van
vaderszijde (mijn moeder stamde af van de Batavieren en de Saksen). Friesland
is dus letterlijk mijn Heitelân, vaderland. Ik heb er nooit gewoond, en kom er
niet zo gek vaak, maar de aankondigingen op tv van een tentoonstelling in het
Fries Museum lokte me afgelopen dinsdag naar boven de 53ste breedtegraad, naar
Leeuwarden.
Die tentoonstelling, ‘Redbad, de legendarische koning’ is gewijd
aan de koning der Friezen. Redbad (<670 – 719) is ook bekend onder de namen
Radboud, Radbod en misschien ook Redbed. Naast meerdere namen had hij ook, en
dat is het thema van de tentoonstelling, meerdere gezichten.
Letterlijk meerdere gezichten van Redbad zijn te zien aan het
begin van de tentoonstelling. Geen mens weet, hoe hij eruit heeft gezien.
Schilders konden hun fantasie dus de vrije loop laten. Maar ook in figuurlijke
zin heeft de Friese koning in de ogen van hedendaagse historici vele gezichten.
Wie was hij werkelijk? Wat we over hem weten, weten we dank
zij meestal twijfelachtige bronnen, vaak geschreven door Franken, de vijanden
van de Friezen. De Franken waren gekerstend; Redbad is altijd blijven geloven
in ‘heidense’ goden en zeden en heeft geweigerd, zich te laten dopen. Kijk, dat
doet mijn half-Friese hart goed: ware Friezen ‘knibbelje net’, knielen voor
niemand.
Die Frankische bronnen zullen wel niet al te objectief
geweest zijn over hun ketterse vijand. Over het waarheidsgehalte van de vele
sagen die de ronde doen over Redbad, kunnen we natuurlijk ook kort zijn.
Zelfs over de vraag, hoe groot Redbads rijk was, bestaat
geen consensus. Vast staat wel, dat het toenmalige Frisia heel wat maatjes
groter was dan de huidige provincie Friesland. Het rijk der Friezen heeft zich
waarschijnlijk uitgestrekt van de Oostzeekust in Noord-Duitsland (het huidige
Oost-Friesland) via wat nu Groningen, Friesland en West-Friesland heet, langs
de Noordzeekust totaan het Zwin in Vlaanderen. Ook delen van de huidige
provincie Utrecht behoorden tot Frisia.
Waar Redbad dan precies zijn residentie had – als hij
tenminste geen rondreizend vorst was – is ook onbekend. Hij schijnt een ‘heilig
eiland’ bezeten te hebben, dat wel geïdentificeerd wordt met Helgoland in de
Oostzee. In Medemblik staat kasteel Radboud, maar dat is 600 jaar gebouwd na de
tijd van Redbad – op fundamenten van een vroeger paleis van de Friese vorst?
In Leeuwarden heeft hij vast en zeker niet gewoond. Dat
bestond ten tijde van hem uit een paar terpen aan de Middelzee, die in de 13e
eeuw is dichtgeslibd.
Of Redbad koning was van heel Frisia, is ook niet zeker. Er
wordt wel verondersteld dat hij slechts heerste over een gedeelte ervan,
misschien in wat nu West-Friesland heet, in Noord-Holland. Maar een andere
theorie stelt dat hij een opperkoning was over heel Frisia, en hij koninkjes
van allerlei stammen aan zich had weten te binden.
Frisia grensde in het zuiden aan een nog groter rijk, dar
der Franken. Die bestookten de Friezen met missionarissen om ze tot het
christelijk geloof te bekeren; met niet erg veel succes.
Het was onvermijdelijk: op het slagveld kwamen Friezen en
Franken tegenover elkaar te staan. In 695 verloor Redbad de slag bij Dorestad
van zijn Frankische rivaal Pepijn II van Herstal (635-714). Pepijn was
hofmeier; bij de Franken betekende dat hij de macht uitoefende over een deel
van het rijk en er een leger op na kon houden.
Redbad wist het na de nederlaag tegen de Frankische
overmacht toch op een akkoordje te gooien met Pepijn, en een niet ongunstig
vredesverdrag te sluiten. Hij moest een stuk van Frisia inleveren: het land
tussen het Zwin en de Oude Rijn, en moest voortaan belasting betalen. Maar door
zijn dochter uit te huwelijken aan een zoon van Pepijn, wist hij de vrede te
bewaren.
Daar de kerstening van Frisia niet geslaagd was, heersten er
nog heidense wetten. Die waren streng, maar de meeste misdaden kon je afkopen
met geld. Behalve in het geval van heiligschennis; daarop stond de doodstraf.
Die werd voltrokken door de veroordeelde bij laagwater vast te binden aan een
paal in de zee. De vloed deed dan de rest.
Na de dood van Pepijn in 714 zag Redbad zijn kans schoon om
zijn rijk toch nog weer wat uit te breiden. In 716 won hij de slag bij Keulen
van de Frankische hofmeier Karel de Strijdhamer, de opa van Karel de Grote. Tot
verdere expansie kwam het niet. Redbad overleed in 719, niet eens op het
slagveld, maar aan een ziekte. 50+, nog vrij oud voor die tijd.

Maar wie was hu nu werkelijk? Een wreed heerser die
christenen over de kling joeg, of een ‘verbinder’? Wonderlijk genoeg wordt op
de tentoonstelling het oordeel overgelaten aan de jonge bezoekers. Op
verschillende plekken in de expositie proberen 2 kraaien de kinderen over te
halen tot hun standpunt. De ene kraai kijkt heel boos en cynisch; de ander lijkt
vriendelijk en soft, en hun meningen over Redbad zijn dienovereenkomstig. De
kinderen kunnen stemmen door een stempel te plaatsen op een kaart die bij de
kassa verkrijgbaar is.
Deze tentoonstelling over zaken die 1300 jaar geleden
gebeurd zijn, weerspiegelt vooral het Nederland van de jaren 20 in de huidige eeuw.
We leggen de geschiedenis graag langs de maatlat van goed en kwaad in onze ogen
van nu. Ik spreek zelf liever geen oordeel uit over Redbad (die ik niet
persoonlijk gekend heb, al heb ik misschien wel een snippertje DNA van hem geërfd)
en beperk me verder tot wat beelden uit de tentoonstelling.

Een Sceatta-schat (linksboven). Sceatta’s waren muntjes, betaalmiddel
in de tijden van Redbad. Er stonden geen portretten van koningen op, noch
geldbedragen, maar wel allerlei afbeeldingen. Op de foto rechtsonder een van de
dondergod Donar.
Het woord ‘sceatta’ stamt uit een voorloper van de huidige
Germaanse talen en houdt verband met het Nederlandse ‘schat’. Een sceatta-schat
is dus net zo dubbelop als het klinkt.
De drinkschaal of het wasbekken (rechtsboven) is mogelijk afkomstig
uit het laat-Romeinse rijk. De versieringen zijn er vermoedelijk in de 7e eeuw
op aangebracht door een Duitse edelsmid. In 2013 is hij opgegraven bij
Oegstgeest, blijkbaar na een lange reis.
Linksonder relatiegeschenken, kostbare sieraden, mogelijk
door een koning als Redbad uitgewisseld met zijn vazallen.

Dit is even schrikken, althans voor wat overgevoelige
naturen. Links een skelet van een rond het jaar 700 verdronkene in een
veenmoeras; rechts (niet geheel op de foto) dat van een vrouw in een graf van
een uitgeholde boomstam.
Het Fries Museum is nog niet in de greep van de laatste mode
in museumland om voor menselijke skeletten of mummies te waarschuwen bij de
ingang van de zaal. Maar de bezoekers om me heen zijn er niet echt van
ondersteboven. Ze rennen er niet voor weg, maar zijn er niet bij weg te slaan.
Het duurt even voordat ik een gaatje vind om de foto’s te maken.

Kinderen worden op de tentoonstelling, als ze het morele
oordeel over Redbad geveld hebben, uitgenodigd om hun naam in runen op een
schoolbord te schrijven.
Sommige voorwerpen op deze tentoonstelling zijn voorzien van
runentekens. Over die Germaanse krabbels ligt een waas van geheimzinnigheid en
schimmigheid. Dat zou kunnen komen doordat de nazi’s er erg dol op waren, en
hedendaagse druïden en heksen er de toekomst mee voorspellen; hoe ze het doen,
doen ze het. Maar verder zijn het gewoon letters.
Het runen-abc is feitelijk geen abc, de c komt er niet eens in
voor. Taalvorsers en archeologen noemen het Futhark, naar de eerste 6 letters: f
– u (oe) – th (op z’n Engels uitgesproken) – a – r – k.
Runentekens bestaan uit rechte lijnen; dan kon je ze
gemakkelijk ergens in kerven. Ze lijken wel wat op het soort letters die ik
produceerde, toen ik leerde schrijven. Totdat ik op een kwade dag naar school
moest, en letters met krullen met inkt op papier moest kalligraferen.
Mijn Word-versie kent helaas geen runen, dus ik teken als
vanouds met
FHM
27 september 2026
Er geweest: dinsdag 22 september 2026
‘Redbad, de legendarische koning’ is nog te bezoeken tot/met
7 februari 2027
