Nr. 325 - zondag 27 september 2026 (week 39)
Redbad, koinig met meerdere namen en gezichten

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

324. STAAR! (16 en 30/08/2026)
323. VOORBURG BOVENVEEN, EILAND VAN ABN? (02/08/2026)
322. TIJDLIJNEN; LEIDSE MUSEUMNACHT 6/7 JUNI 2026 (2 DELEN) (14/06/2026)
321. ONDERWEG; MIJN BROERTJE EXPOSEERT OPNIEUW (22/03/2026)
320. FRIESE DOODLOPERS; (NIET) SCHAATSEN IN 1966 (08/03/2026)
319. MIJN MUSEUM-6-DAAGSE (5): HET SPOORWEGMUSEUM (18/01/2026)
318. MIJN MUSEUM-6_DAAGSE (4): DESIGN MUSEUM DEN BOSCH (11/01/2026)

FHM’s A-viertjes is een rubriek op de Thuispagina van Frans Mensonides, die Henk als middle name heeft en dus FHM als initialen.
FHM’s verschijnt altjd op zondag, maar niet elke zondag



Ik heb vast wel eens verteld dat ik een Fries ben van vaderszijde (mijn moeder stamde af van de Batavieren en de Saksen). Friesland is dus letterlijk mijn Heitelân, vaderland. Ik heb er nooit gewoond, en kom er niet zo gek vaak, maar de aankondigingen op tv van een tentoonstelling in het Fries Museum lokte me afgelopen dinsdag naar boven de 53ste breedtegraad, naar Leeuwarden.

Die tentoonstelling, ‘Redbad, de legendarische koning’ is gewijd aan de koning der Friezen. Redbad (<670 – 719) is ook bekend onder de namen Radboud, Radbod en misschien ook Redbed. Naast meerdere namen had hij ook, en dat is het thema van de tentoonstelling, meerdere gezichten.

Letterlijk meerdere gezichten van Redbad zijn te zien aan het begin van de tentoonstelling. Geen mens weet, hoe hij eruit heeft gezien. Schilders konden hun fantasie dus de vrije loop laten. Maar ook in figuurlijke zin heeft de Friese koning in de ogen van hedendaagse historici vele gezichten.

Wie was hij werkelijk? Wat we over hem weten, weten we dank zij meestal twijfelachtige bronnen, vaak geschreven door Franken, de vijanden van de Friezen. De Franken waren gekerstend; Redbad is altijd blijven geloven in ‘heidense’ goden en zeden en heeft geweigerd, zich te laten dopen. Kijk, dat doet mijn half-Friese hart goed: ware Friezen ‘knibbelje net’, knielen voor niemand.

Die Frankische bronnen zullen wel niet al te objectief geweest zijn over hun ketterse vijand. Over het waarheidsgehalte van de vele sagen die de ronde doen over Redbad, kunnen we natuurlijk ook kort zijn.

Zelfs over de vraag, hoe groot Redbads rijk was, bestaat geen consensus. Vast staat wel, dat het toenmalige Frisia heel wat maatjes groter was dan de huidige provincie Friesland. Het rijk der Friezen heeft zich waarschijnlijk uitgestrekt van de Oostzeekust in Noord-Duitsland (het huidige Oost-Friesland) via wat nu Groningen, Friesland en West-Friesland heet, langs de Noordzeekust totaan het Zwin in Vlaanderen. Ook delen van de huidige provincie Utrecht behoorden tot Frisia.

Waar Redbad dan precies zijn residentie had – als hij tenminste geen rondreizend vorst was – is ook onbekend. Hij schijnt een ‘heilig eiland’ bezeten te hebben, dat wel geïdentificeerd wordt met Helgoland in de Oostzee. In Medemblik staat kasteel Radboud, maar dat is 600 jaar gebouwd na de tijd van Redbad – op fundamenten van een vroeger paleis van de Friese vorst?

In Leeuwarden heeft hij vast en zeker niet gewoond. Dat bestond ten tijde van hem uit een paar terpen aan de Middelzee, die in de 13e eeuw is dichtgeslibd.

Of Redbad koning was van heel Frisia, is ook niet zeker. Er wordt wel verondersteld dat hij slechts heerste over een gedeelte ervan, misschien in wat nu West-Friesland heet, in Noord-Holland. Maar een andere theorie stelt dat hij een opperkoning was over heel Frisia, en hij koninkjes van allerlei stammen aan zich had weten te binden.

Frisia grensde in het zuiden aan een nog groter rijk, dar der Franken. Die bestookten de Friezen met missionarissen om ze tot het christelijk geloof te bekeren; met niet erg veel succes.

Het was onvermijdelijk: op het slagveld kwamen Friezen en Franken tegenover elkaar te staan. In 695 verloor Redbad de slag bij Dorestad van zijn Frankische rivaal Pepijn II van Herstal (635-714). Pepijn was hofmeier; bij de Franken betekende dat hij de macht uitoefende over een deel van het rijk en er een leger op na kon houden.

Redbad wist het na de nederlaag tegen de Frankische overmacht toch op een akkoordje te gooien met Pepijn, en een niet ongunstig vredesverdrag te sluiten. Hij moest een stuk van Frisia inleveren: het land tussen het Zwin en de Oude Rijn, en moest voortaan belasting betalen. Maar door zijn dochter uit te huwelijken aan een zoon van Pepijn, wist hij de vrede te bewaren.

Daar de kerstening van Frisia niet geslaagd was, heersten er nog heidense wetten. Die waren streng, maar de meeste misdaden kon je afkopen met geld. Behalve in het geval van heiligschennis; daarop stond de doodstraf. Die werd voltrokken door de veroordeelde bij laagwater vast te binden aan een paal in de zee. De vloed deed dan de rest.

Na de dood van Pepijn in 714 zag Redbad zijn kans schoon om zijn rijk toch nog weer wat uit te breiden. In 716 won hij de slag bij Keulen van de Frankische hofmeier Karel de Strijdhamer, de opa van Karel de Grote. Tot verdere expansie kwam het niet. Redbad overleed in 719, niet eens op het slagveld, maar aan een ziekte. 50+, nog vrij oud voor die tijd.

Maar wie was hu nu werkelijk? Een wreed heerser die christenen over de kling joeg, of een ‘verbinder’? Wonderlijk genoeg wordt op de tentoonstelling het oordeel overgelaten aan de jonge bezoekers. Op verschillende plekken in de expositie proberen 2 kraaien de kinderen over te halen tot hun standpunt. De ene kraai kijkt heel boos en cynisch; de ander lijkt vriendelijk en soft, en hun meningen over Redbad zijn dienovereenkomstig. De kinderen kunnen stemmen door een stempel te plaatsen op een kaart die bij de kassa verkrijgbaar is.

Deze tentoonstelling over zaken die 1300 jaar geleden gebeurd zijn, weerspiegelt vooral het Nederland van de jaren 20 in de huidige eeuw. We leggen de geschiedenis graag langs de maatlat van goed en kwaad in onze ogen van nu. Ik spreek zelf liever geen oordeel uit over Redbad (die ik niet persoonlijk gekend heb, al heb ik misschien wel een snippertje DNA van hem geërfd) en beperk me verder tot wat beelden uit de tentoonstelling.

Een Sceatta-schat (linksboven). Sceatta’s waren muntjes, betaalmiddel in de tijden van Redbad. Er stonden geen portretten van koningen op, noch geldbedragen, maar wel allerlei afbeeldingen. Op de foto rechtsonder een van de dondergod Donar.

Het woord ‘sceatta’ stamt uit een voorloper van de huidige Germaanse talen en houdt verband met het Nederlandse ‘schat’. Een sceatta-schat is dus net zo dubbelop als het klinkt.

De drinkschaal of het wasbekken (rechtsboven) is mogelijk afkomstig uit het laat-Romeinse rijk. De versieringen zijn er vermoedelijk in de 7e eeuw op aangebracht door een Duitse edelsmid. In 2013 is hij opgegraven bij Oegstgeest, blijkbaar na een lange reis.

Linksonder relatiegeschenken, kostbare sieraden, mogelijk door een koning als Redbad uitgewisseld met zijn  vazallen.

 

Dit is even schrikken, althans voor wat overgevoelige naturen. Links een skelet van een rond het jaar 700 verdronkene in een veenmoeras; rechts (niet geheel op de foto) dat van een vrouw in een graf van een uitgeholde boomstam.

Het Fries Museum is nog niet in de greep van de laatste mode in museumland om voor menselijke skeletten of mummies te waarschuwen bij de ingang van de zaal. Maar de bezoekers om me heen zijn er niet echt van ondersteboven. Ze rennen er niet voor weg, maar zijn er niet bij weg te slaan. Het duurt even voordat ik een gaatje vind om de foto’s te maken.

Kinderen worden op de tentoonstelling, als ze het morele oordeel over Redbad geveld hebben, uitgenodigd om hun naam in runen op een schoolbord te schrijven.

Sommige voorwerpen op deze tentoonstelling zijn voorzien van runentekens. Over die Germaanse krabbels ligt een waas van geheimzinnigheid en schimmigheid. Dat zou kunnen komen doordat de nazi’s er erg dol op waren, en hedendaagse druïden en heksen er de toekomst mee voorspellen; hoe ze het doen, doen ze het. Maar verder zijn het gewoon letters.

Het runen-abc is feitelijk geen abc, de c komt er niet eens in voor. Taalvorsers en archeologen noemen het Futhark, naar de eerste 6 letters: f – u (oe) – th (op z’n Engels uitgesproken) – a – r – k.

Runentekens bestaan uit rechte lijnen; dan kon je ze gemakkelijk ergens in kerven. Ze lijken wel wat op het soort letters die ik produceerde, toen ik leerde schrijven. Totdat ik op een kwade dag naar school moest, en letters met krullen met inkt op papier moest kalligraferen.

Mijn Word-versie kent helaas geen runen, dus ik teken als vanouds met

FHM
27 september 2026
Er geweest: dinsdag 22 september 2026

‘Redbad, de legendarische koning’ is nog te bezoeken tot/met 7 februari 2027

 



© Frans Mensonides, Leiden, 2026