De Thuisblijfpagina van Frans Mensonides presenteert:
Singelpark Leiden in 50 foto’s



Plattegrond Singelpark
Overgefotografeerd onderweg

Sinds 2014 wordt er hard gewerkt om de voormalige stadswallen van Leiden om te toveren tot een heel lange groene zone. Die arbeid geschiedt in eendrachtige samenwerking tussen de gemeente en de burgers. Buurtbewoners zijn er volop bij betrokken. En Leidenaars met groene vingers zijn altijd welkom als vrijwilliger. De naam van dit opmerkelijke project: Singelpark. De ondertitelende slogan: 360⁰ Groen.

Leiden is misschien wel dé singelstad van Nederland. Weinig steden kunnen bogen op een langere ring van singels dan Leiden: 5,7 kilometer.

De singels en de Leidse stadswallen kregen in 1659 hun huidige omvang. De 175 hectaren daarbinnen telden toen naar grove schatting maar liefst 75.000 inwoners (thans ca. 23.000), waarmee Leiden na Amsterdam de tweede stad van Nederland was.

De Leidse economie was booming in de Gouden Eeuw, en de stad liep voortdurend tegen haar grenzen aan. Maar een pestepidemie in de jaren 1660 en economische neergang na het rampjaar 1672 maakten een einde aan de expansie.

De singels vormden in de eeuwen daarna de veel te ruime jas voor een arme arbeidersstad in diep verval. Pas in de 19e eeuw werden de wallen ontmanteld - en de meeste stadspoorten helaas gesloopt. De stad waagde de sprong over de singels, die in de 21ste eeuw nog steeds de binnenstad scheiden van de buitenwijken.

Het Singelpark ligt aan de binnenkant van die ring van water. Het bestaat uit 13 segmenten met elk hun eigen naam en eigen karakter.

Als je het park wilt ronden, let dan op de groene bomen met die buitenmodel-bladeren en de plattegrondjes die je de weg wijzen. Op de site van het park kun je twee wandelroutes downloaden: een met nadruk op cultuur en historie en een waarin de natuur centraal staat.


De Hortus Botanicus aan het Rapenburg is geïntegreerd in het Singelpark, en het park zelf is tevens arboretum. Bij tientallen bomen staat uitleg. Dit is bijvoorbeeld het bordje van de gewone es. Die gewone es zelf ben ik vergeten te fotograferen; ik vond hem te gewoontjes, misschien, terwijl er ook veel bijzonders te zien is in het Singelpark.

De aanleg van het Singelpark moet ergens in de loop van 2021 voltooid zijn. Momenteel verkeren er nog enkele hoekjes van het park in staat van wording en die zijn daardoor ontoegankelijk. Verder krijg je een nat pak als je exact de route loopt die op het kaartje staat; er ontbreken nog een paar bruggen. Wat je dwingt tot omwegen waarop je toch ook weer allerlei moois ziet. Mede daardoor is de wandeling iets langer dan de singels zelf: 6½ km.

De onafheid is op het ogenblik een van de charmes van het park. Ik liep er in december 2019 twee middagen fotograferend rond, en besloot er regelmatig terug te keren om het langzamerhand zijn definitieve vorm te zien krijgen, en het beeld te zien veranderen in de loop van de seizoenen.

En dan zou ik er, dacht ik, best eens een keer een pagina aan kunnen wijden op mijn site die normaliter gaat over alle hoeken en gaten van Nederland en omstreken, behalve mijn woonplaats. Een paar maanden later brak de coronacrisis uit (‘corona’ hier voor de eerste en tevens laatste keer genoemd in dit stukje) en herinnerde ik me dit plan weer. Gebonden aan een tweemijlszone rond Leiden Zuid West, maakte ik weer een paar wandelingen in het Singelpark.

Al die wandelingen resulteerden in onderstaande fotorapportage met 50 foto’s. Die worden gepresenteerd op een wijze die alleen op deze site hodologisch heet; in de volgorde van de route.

Een voordeel van een rondwandeling is dat je kunt beginnen op elk punt waar je wilt. Ik doe dat op de Boisotwal, die het dichtst bij mijn eigen buurt ligt. Een ander voordeel is dat je zowel linksom als rechtsom kunt lopen. Vanzelfsprekend verkoos ik als linkspoot en dwarsdenker voor dit stuk de route tegen de klok in.

Hoe dan ook: hier de wandeling langs alle 13 deelparken. En ik had de cultuurhistorische wandelroutebeschrijving bij me; die ligt meer in mijn straatje dan de groene.

Oh ja; nog even ter voorkoming van misverstanden. Singelpark klinkt als Single Park. Maar het is geen park waar eenzame harten, hunkerend naar vleselijke, dan wel platonische liefde, rondlopen op zoek naar een levenspartner. Als dat zo was, was ik er beslist niet gaan wandelen.

 

Boisotwal


De Boisotwal is genoemd naar de Boisotkade, waarover de wandelroute voert, en die weer naar Lodewijk van Boisot / Louis de Boisot (ca. 1530-1576).

Boisot was de aanvoerder van de watergeuzenvloot die Leiden op zondag 3 oktober 1574 kwam ontzetten. De Spanjaarden waren even daarvoor van hun schansen gevlucht voor het oprukkende water. De dijken waren doorgestoken door de troepen van Prins Willem van Oranje. Het water kwam de Nederlanders zoals zo vaak te hulp.

De geuzen voeren onder dit bruggetje door, de Vlietbrug, en kwamen de stad binnen met schuiten, volgeladen met haring en wittebrood. Daarmee konden ze de eerste hongersnood lenigen van de uitgemergelde bevolking, na een beleg van 130 dagen. En dat was dan de Tweede Golf, sorry, het Tweede Beleg; ook in de winter van 1573 / 1574 hadden de Spanjaarden de stad al enige tijd in omsingeling gehouden.

De Leidenaren herdenken hun ontzet nog elk jaar op 3 oktober.

 Onder dezelfde brug door, bij de gracht de Vliet, verlieten in juli 1620 de Pilgrim Fathers de stad. Na een verblijf van 11 jaar in Leiden zetten deze Engelse ballingen koers naar de Nieuwe Wereld om daar de natie te stichten die nu USA heet.

Afgelopen zomer (het lijkt wel 3 zomers geleden) maakte ik een treinreis van 900 km naar Plymouth aan de Engelse zuidkust onder andere om het Mayflower Museum te bezoeken, gewijd aan de pioniers. Maar in het Leiden American Pilgrim Museum ben ik nog steeds niet geweest. En dat kan ook niet onder de huidige omstandigheden. Overmacht…

Dit beeld van Tamura Jones, aan de voet van de Vlietbrug en tegenover het Archief, herinnert aan de uittocht van de Pilgrim Fathers, 400 jaar geleden.

 

Op de bovenste rij de Vliet, waarlangs de geuzen binnen- en de Pilgrims wegvoeren.

Op de wandeling door het Singelpark kan het lonen om zo nu en dan af te wijken van de route en een zijstraat in te slaan. Het Consciëntieplein, de Kampersteeg en de Ruime Consciëntiestraat; ook veel Leidenaars zullen dit goed verscholen hoekje achter de Doezastraat niet kennen. Zie de foto’s op de onderste rij.


Van Houtwal

De Jan van Houtkade is genoemd naar de stadssecretaris tijdens Leidens Ontzet. Jan van Hout (1542-1609), een man uit de arbeidersklasse die zich omhoog had gewerkt, speelde een hoofdrol bij de bevrijding van Leiden in 1574. In 1595 organiseerde hij een grote loterij waarvan het batig saldo bestemd was voor de stichting van een pest- en dolhuis annex ziekenzaal en bejaardentehuis.

In 2010 publiceerde ik een stuk over Jan van Houts loterij, die gepaard ging met toneelspel en poëtische uitingen. Dat stuk was bedoeld als deel 1. Deel 2 heb ik nooit geschreven, realiseer ik me nu. Maar het is nog niet te laat. Mooie gelegenheid misschien om het vervolg in deze barre tijden alsnog te laten verschijnen.

De muurtoren Oostenrijk uit 1485 is genoemd naar Maximiliaan van Oostenrijk die toen veel in de melk had te brokken in de Nederlanden. De toren behoort tot de weinige overblijfselen van de Leidse stadsmuur. Tegenwoordig is het een escaperoom.

In de volksmond heet het ook wel het Kruithuisje. Maar die functie heeft het nooit gehad. Dat zou ook helemaal niet logisch zijn. Een kruithuisje in de stadsmuur, nee. Dan maak je het de vijand wel heel erg gemakkelijk!


Plantsoen

Even oppassen bij het oversteken van het onoverzichtelijke kruispunt Lammenschansweg / Zoeterwoudse Singel / Jan van Houtkade / Korevaarstraat / Geregracht! Onvermijdelijk dat een singelwandeling hier en daar de hoofdverkeersaders van de stad kruist.


Het monument van J.C. Altorf voor de helden uit de tijd van Leidens Ontzet: Willem van Oranje, Louis de Boisot, Jan van der Does en Jan van Hout.

Jan van der Does, ook bekend als Janus Dousa of Doeza, was een rijke, geleerde edelman uit Noordwijk, die tijdens het Beleg de rol van legeraanvoerder op zich nam. Hij had geen enkele militaire ervaring, maar zijn laconieke woorden: ‘Ik heb het nooit eerder gedaan, dus ik denk wel dat ik het zal kunnen’, maakten veel indruk. Ik kan me in ieder geval voorstellen, dat hij zoiets zei, al stond ik er zelf niet bij.

Kijk, zulke kerels heb je nou nodig in tijden van crisis; daar win je de oorlog mee! ’s Avonds zat hij ook niet stil; hij schreef gedichten in het Latijn over het Beleg.

De grote afwezige op dit monument is burgemeester Pieter Adriaansz van der Werf. Die wat wankelmoedige leider heeft op het punt gestaan om de stad over te geven aan de Spanjaarden. Achteraf werkte hij zelf fanatiek aan de legendevorming over zijn dapperheid en onverschrokkenheid. Hij is al geëerd met een enorm standbeeld in het naar hem genoemde park (niet op de singelroute). Daarom hoefde hij niet meer op dit monument, zal men gedacht hebben.

Het nu helaas erg bemoste en lichtelijk vervallen kunstwerk is onthuld door koningin Wilhelmina op 3 oktober 1924, toen het Ontzet op de dag af 350 jaar geleden was.

 




Tot hiertoe voerde de route door straten en over bruggen. Maar nu gaan we echt een parkachtige omgeving in. Het Plantsoen aan de zuidkant van de stad werd in de 19e eeuw aangelegd in Engelse landschapsstijl. De opvallende volière, met vele kleurrijke gevederde vrienden erin, dateert van 1939.

Een vervallen mededelingenbord over het Singelpark vormt nu een schilderijlijst voor een van de statige panden langs het Plantsoen. De vijver kwam in 2003 tot stand na een crowdfundingsactie – al heette dat in 2003 volgens mij nog niet zo – door buurtbewoners.

 

Dit is een beeldenrijk stuk van de route. Hier Moeder met kind (1957) van Jan Wolkers.



 

Aan dit naakt zit een verhaal vast. Deze ‘Venus van Leiden’ werd in 2004 neergezet in het Plantsoen door het KUT (Kunst Uitschot Team). De gemeente verwijderde de illegaal geplaatste schone. Daarop organiseerde de buurt niets minder dan een referendum voor herplaatsing van het beeld. De volksraadpleging eindigde in een overwinning, en in 2006 kon het beeld onthuld worden, nu officieel.

Weer twee jaar later werd Venus wreed onthoofd door een onverlaat die onbekend is gebleven. Mogelijk kon hij/zij de nederlaag bij het referendum niet verkroppen. Het hoofd van de godin is enkele weken later teruggevonden en staat nu overdwars op de romp, waarom ook niet?


Groeneveer (v/h Katoenpark)

 
Wat dit ook alweer was? Ik zag het op een van die wandelingen in december; ik weet niet meer of er nog een toelichting bij stond, en zo ja, dan ben ik vergeten wat daar opstond.

 




Ook de begraafplaats Groenesteeg is een uitstapje waard buiten het rode stippellijntje van de route. Deze dodenakker op een bolwerk werd gesticht in 1813, in de Franse Tijd, toen begraven in kerken niet langer was toegestaan. De laatste begrafenis vond plaats in 1975.

Daarna raakte de begraafplaats in verval. ‘Een dode dodenstad, een overleden kerkhof’, zo omschreef ik die situatie, toen ik in 2003 al eens terugblikte op de geschiedenis van dit unieke stukje Leiden, dat ook na restauratie nog een ‘lugubere charme’ bezit. Het gebouw bij de ingang zou een geschikt decor zijn voor een B-film in het horrorgenre.

Oorspronkelijk heette dit deelpark Katoenpark, naar de Leidsche Katoenmaatschappij die hier 100 jaar lang, van 1835-1935, gestaan heeft. De enorme fabriek had in zijn hoogtijdagen 1000 arbeiders in dienst,  waaronder veel kinderen. Die werkers gingen op zaterdagavond vast niet allemaal met een heel dik loonzakje naar huis.

Na het faillissement is het complex gesloopt.





Ankerpark


‘Gesloopt’, dat had van mij ook wel gezegd mogen zijn van de voormalige Meelfabriek aan de Oosterkerkstraat. In deze monstruositeit, die bijna half Leiden van werk en inkomsten voorzag, werd in 1988 voor het laatst graan tot meel gemalen.

In plaats van deze rotte kies te trekken, nam de gemeente kort daarna het onzalige besluit, het op de monumentenlijst te plaatsen als industrieel erfgoed. Daarna kwamen de plannen, wat er nog meer met dat onding gedaan kon worden dan het eens per jaar op Open Monumentendag open te stellen voor mensen zonder hoogtevrees. Plannen die een voor een ook weer afgeschoten werden.

Onlangs, zo rond het 6e lustrum van besluiteloosheid in 2018, werd er toch nog een knoop doorgehakt. Zie dit artikel uit het AD: woningen, een hotel, winkels en uiteraard ook kantoren (helaas vlak voordat thuiswerken definitief de norm werd)… Het is allemaal in aanbouw en uitvoering, nu. Zo wordt er aan de kant van de Oosterkerkstraat ook iets hoogs gebouwd vóór het fabriekscomplex, zodat je dat wat minder duidelijk ziet.

Maar ik moet eerlijk zijn: zoals de Meelfabriek erbij ligt op deze foto op een heldere decemberdag, zich spiegelend in het water van de Zijlsingel, hééft het gebouwencomplex toch iets. Mooi in zijn groteske lelijkheid, laten we daar maar op houden.

Op de plek van het Ankerpark stond vroeger de Grofsmederij, waar ze zulke enorme ankers maakten, maar die ook kennis maakte met de (vast nog grotere) sloopkogel.




Blekerspark

Dat stuk route, waarvan de naam ontleend is aan een term uit de lakenproductie, voert langs de Haven. En daar zien we het hoofdkantoor van de Leidsche Stoombootmaatschappij 'De Volharding’. Hier kon je stoomboten nemen naar diverse bestemmingen, waaronder Amsterdam.




Een van de 2 stadspoorten die de 19e-eeuwse planologen overleefd hebben: de Zijlpoort uit 1667.



De kapel van de R.K. begraafplaats Zijlpoort, die uit dezelfde periode dateert als de begraafplaats Groenesteeg.

Daarvoorbij ligt het eigenlijke Blekerspark, dat momenteel is afgesloten voor werkzaamheden, en dat ik dus niet op de foto heb.









Huigpark







Het groene – en op de decemberfoto’s vooral gele – Huigpark. Het ligt op de plek waar ook alweer een begraafplaats was. De stadswallen: van defensiewerk via dodenakker tot wandelpark.

 

Energiepark





Ook de Warmonderbrug lag aan het begin van een bootverbinding, nl. de trekschuit naar Haarlem. De boten overbrugden de 28 km naar de Spaarnestad in – schrik niet! – 6 uur. Heen en weer haalde je misschien niet eens binnen één dag.

Verder vind je op het Energiepark weer het nodige industriële erfgoed: de Lichtfabriek, waarvan de oudste gebouwen daar al staan sinds de vroege 20ste eeuw. De modernere zijn nog steeds in gebruik. De opvallende schoorsteen is met 80 meter het hoogste bouwsel van de stad.

 



Lammermarkt

Dit is wel het meest gemaakte kiekje in Leiden: molen De Valk vanaf de brug over de Morssingel. Normaliter staan hier toeristen uit 5 continenten schouder aan schouder de stellingmolen te fotograferen, zeker in de meidagen, als hij de nationale driekleur draagt.

Vandaag verkeer ik alleen in de nabijheid van een schurftige stadgenoot die me kond doet van het feit dat hij 3,50 euro tekort komt voor een treinkaartje naar een betere stad en een beter leven. Ik adviseer hem te doen wat ik in deze dagen ook doe, wandelen, en maan hem, afstand te houden, liefst anderhalve kilometer in plaats van meter.

Maar ook vanuit een andere hoek is hij mooi (de molen bedoel ik, niet de bedelaar), zoals hij erbij staat op een late wintermiddag.





De zilverkleurige camera, vlak bij dat magistrale fotopunt op de brug, staat er ter nagedachtenis aan de portretfotograaf David Israël Kiek. Die had aan het eind van de 19e eeuw zijn atelier aan de overkant van het water, waar hij voornamelijk beschonken studenten kiekte. Ik schreef al eens in mijn rubriek FHM’s dat Kieks naam voortleeft in het woord ‘kiekje’ voor een snapshot van matige kwaliteit dat echter wel een leuke herinnering vormt.

Nog 14 kiekjes te gaan van de 50 die ik beloofd heb.

 Volkenkunde




Weer een winters sfeerbeeld met die churros-kraam en de maan in het vroeg invallende duister. Ik had mezelf op die woensdagmiddag in december net getrakteerd op koffie en een broodje bij De Bruine Boon, halverwege de wandeling en tijdens de onvermijdelijke vieruursdip in de energie. Van die kleine genoegens die je zo mist als ze tijdelijk niet meer mogelijk zijn.

Achter die kraam een plek met een rijke historie. Tot 1937 was hier het Academisch Ziekenhuis gevestigd dat toen verhuisde naar de andere kant van het spoor. Daarna werd het gebouw direct achter het kraampje ingericht als (Rijks)museum Boerhaave, dat nu elders in de stad gevestigd is. Het grote gebouwencomplex daarachter werd Museum van Volkenkunde, wat het nog steeds is.

Het Singelpark gaat verder achter Volkenkunde. Op tijdstippen dat het museum gesloten is, en daarmee ook het toegangshek, zul je een stukje moeten omlopen. Nu in ieder geval tot 1 juni 2020, dus.



Park De Put

En hier dan de andere stadspoort die Leiden nog rijk is, de Morspoort, 2 jaar jonger dan de Zijlpoort.


 

De Put, niet op de foto, is een replica van de molen waarmee Rembrandts vader de kost verdiende. Rembrandt van Rijn werd geboren op 15 juli 1606, in de Weddesteeg, een paar stappen van hier.

Op dit pleintje zie ik toeristen altijd wat bevreemd kijken. Wat moet dit voorstellen? Het is de beeldengroep ‘De jonge Rembrandt’, in 2006 vervaardigd door Stephan Balkenhol.

Een donkergetinte jongeman bekijkt een reliëf van Rembrandt op een schildersezel en een portret van dezelfde Rembrandt aan de wand. Voor beide portretten heeft Balkenhol ‘gekeken’ naar werkelijk bestaande selfies van Rembrandt, las ik ergens. Ja, ‘gekeken’, kijken is het begin van alle beeldende kunst, net als van fotograferen en van schrijven, zeg ik altijd.

Die jongeman moet geloof ik ook Rembrandt verbeelden. Nou ben ik geen viroloog, maar ik dacht toch zeker te weten dat Rembrandt niet ter wereld is gekomen als ‘moor’, zoals ze in zijn tijd gezegd zouden hebben.

Weinig geslaagd, al met al, en als eerbetoon aan een grote zoon van de stad onwaardig.

Kijk, dit is nou een echte jonge Rembrandt!
overgefotografeerd van een informatiebord


Brug over het Galgewater.





De Kweekschool voor Zeevaart, een van de fraaiste panden van Leiden. Deze school voor jongemannen met zilt bloed in d’aderen werd in gebruik genomen in 1879. De school is gesticht door Prins Hendrik van Oranje-Nassau, bijgenaamd: de zeevaarder. Hij was de broer van Koning Willem III, bijgenaamd: de gorilla.

Het pand heeft nu een woonfunctie.


Rembrandtpark

Apart dat je alsnog in het Rembrandtpark belandt als je al die Rembranden bij die molen al lang voorbij bent. Het Boerhaave College, tegenover de Kweekschool voor Zeevaart aan het Noordeinde, was ook een school, en wordt nu bewoond door studenten.

Het Rembrandtpark ligt aan de Witte Singel, achter academische gebouwen en tegenover de universiteitsbibliotheek. Ook hier wordt nog gesleuteld aan het Singelpark. De alternatieve route over het Rapenburg is ook de moeite waard.

 



Sterrenwacht

Last but not least op deze 360 Groen (als je tenminste begonnen bent waar ik begonnen ben) is het parkdeel Sterrenwacht. Je ziet daar niet alleen het observatorium uit 1861, maar ook de eerbiedwaardige oude Hortus Botanicus uit 1590 en het nog oudere en minstens even eerbiedwaardige Academiegebouw aan het Rapenburg. Dat is zelfs nog iets ouder dan de Academie zelf, die is gesticht in 1575. Het gebouw had toen al een halve eeuw als klooster achter de rug en een bestorming in 1566 in het kader van de Beeldenstorm.

Ik ‘kiekte’ de Academie op Dodenherdenking; vandaar de vlag halfstok.


De Hortus en de Sterrenwacht zijn de enige onderdelen van het Singelpark waarvoor je een kaartje moet kopen (één kaartje voor 2 attracties), een kaartje dat je momenteel voor geen geld of goede woorden kunt krijgen. Maar je kunt ook langs de Hortus heen lopen over de 5e Binnenvestgracht.





De onlangs gerestaureerde koepels van de Sterrenwacht doen het het best in de avondzon. Maar een nachtfoto is eigenlijk meer passend voor een sterrenwacht. Als de foto je bekend voorkomt, heb je vast een ander fotowandelartikel van mijn hand gelezen: ‘Liefs in tijden van [een zeker virus]’.

Heb je je wel eens gerealiseerd, dat als je een rondwandeling linksom doet, je begint en eindigt met rechtsaf slaan? En omgekeerd vice versa? Hoe het ook zij, dit was foto nr. 50. En daarmee zijn we rond.

Frans Mensonides
13 mei 2020
Er geweest: woensdag 4 en zondag 8 december 2019, zaterdag 14 en zondag 15 maart 2020, dinsdag 17 en maandag 23 april 2020, maandag 4 en dinsdag 5 mei 2020.

 


© Frans Mensonides, Leiden, 2020