De Thuisblijfpagina van Frans Mensonides presenteert:
Liefs in tijden van corona; Quarantainewandelen



Boodschap in stoepkrijt op de Lasserstraat in Leiden


Een mens moet zich kunnen aanpassen aan snel veranderende omstandigheden, anders is hij/zij geen knip voor de neus waard in tijden van crisis. Een week lang heb ik, naast de corona-beslommeringen die iedereen heeft, me ook nog het hoofd zitten breken over de vraag: hoe moet het nu verder met mijn site?

Je zult toch een webpagina hebben waarop reizen per openbaar vervoer het hoofdonderwerp is. En dan kun je ineens niet meer reizen met het OV. Ineens? Ik zag het eind januari al aankomen. Toen maakte iedereen me uit voor een zwartkijker: Ha, ha, ha, bang voor zo’n griepje; hij durft geeneens meer bij de Chinees te eten, ha, ha, ha… Tsja.

Wat te doen? Zondag 15 maart doopte ik de Thuispagina van Frans Mensonides om in de Thuisblijfpagina van Frans Mensonides. Ook gooide ik de kolommen waaruit de pagina bestaat, drastisch om en paste de inhoud aan.

De pagina biedt nu links naar reisverhalen uit de goede, oude tijd (februari 2020 en eerder) toen we nog vrijelijk met het OV konden reizen. Verder zijn er nog wat oude stukjes over museumbezoeken; ook die behoren momenteel niet tot de mogelijkheden. En ten slotte hebben we als vanouds de Foto’s-van-de-week, die nu Foto’s-van-deze-quarantaineweek-heten.

Hoe verder met mijn OV-reissite tijdens deze crisis? Als ik nou eens ging reizen naar het unieke plekje op deze aarde waar je reisverhalenschrijvers nooit over hoort? Het stukje aarde waar ik feitelijk niet eens meer naartoe hoef te reizen omdat ik er elke morgen wakker word? Ik bedoel: de paar vierkante kilometer rond mijn eigen woning.

Zoals de trouwe lezer weet, woon ik in Leiden Zuid West, ook bekend als de Componistenwijk, en wel aan de Johann Gambolputtystraat, dat rijtje huizen die aan de achterzijde uitkijken op het Arthur ‘Two Sheds’ Jacksonhof. Volg de links en poets je kennis over klassieke muziek wat op! En bel gerust een keer bij me aan; er zal niet worden opengedaan, zolang deze crisis duurt.

Zolang we niet in totale lock down gaan en ik niet wegens verkoudheid of erger helemaal binnen zou moeten blijven, gun ik mezelf elke dag een wandeling. Dat dan wel binnen een straal van 4 kilometer, want ik neem geen OV en ik moet ook nog een keer terug. En als het enigszins kan buiten een straal van 1 meter van medemensen. Anderhalve meter is exact 5 stoeptegels.

 

'U mag niet binnenkomen!' Een van de dingen waaraan we de afgelopen weken hebben moeten wennen.
Je bent nu alleen welkom in de wachtkamer van de huisarts als je kerngezond bent.

 
Ja, ‘You’ll Never Walk Alone’ is d hit van deze crisis, en die zal aan het eind van dit jaar ongetwijfeld stijgen in de Radio 2 Top 2000 en de Radio 5 Evergreen Top 1000. Maar lopen kun je in deze tijd toch beter alleen doen.

In het weekend van 21 en 22 maart was er veel ophef over mensen die met het mooie lenteweer en masse naar bos, strand en duinen trokken. Zulke onverlaten dragen over een paar weken bij aan de overbelasting van de IC’s, zo twitterden moraalridders die er zelf midden tussenin stonden, en anderen dus helemaal niets te verwijten hadden. Maar zulke wandelaars dragen ook bij aan de groepsimmuniteit, een begrip dat zich deze weken als een toverwoord door de berichtgeving slingert. Ziek worden, maar het wl overleven, dat is nu in wezen ook een goede daad.

Normaliter kom ik bij wijze van spreken alleen in Leiden om te slapen en let ik nauwelijks op mijn omgeving. En trek ik elke zaterdag naar oorden diep in de provincie om daar alles wat mooi en lelijk is vast te leggen. Maar als ik nou gewoon weer eens met mijn beide ogen om me heen zou gaan kijken in mijn eigen omgeving?

Ik deed dat twee weken lang. Alle foto’s schoot ik met mijn smartphone. Die is, in situaties waarin je voortdurend op je hoede moet zijn, toch handiger te hanteren dan een fotocamera, al boet je wel wat aan kwaliteit in. Die phone trek ik sneller dan Lucky Luke zijn revolver.

Ik vroeg me wel af of het in deze inktzwarte tijden nog wel gepast is om met luchtige verhalen te komen. Maar ik merkte dat mijn tweets met wandelfoto’s in goede aarde vielen, gezien het aantal likes op Twitter. Vandaar dit stuk, mede op velerlei verzoek van n volger.

Afleiding, zowel van mezelf als de lezer, is ook van belang. Ik weet niet hoe het met jullie is, maar de slechte B-horrorfilm waarin we beland zijn, stortte mij in een rollercoaster van emoties. Voor de hypochonder *) die ik ben, is het hele corona-gebeuren niet minder dan een regelrechte nachtmerrie. Maar de kroniekschrijver en blogger die ik ook ben, ziet lichtpuntjes: dit is in ieder geval iets waarover je kronieken kunt schrijven en kunt bloggen. Hopelijk ter verstrooiing van de lezer die niet naar buiten kan.

*) Hypochonder Hugo verwoordt het heel treffend in de gelinkte podcast van NPO Radio 1 (van 1:45 – 8:00 min.).
Ik had bijna woordelijk hetzelfde verhaal kunnen houden. Maar wie zelf helemaal hiep wordt van hypochondrische verhalen,
moet er maar niet op klikken. Hypochondrie zou best ook wel eens besmettelijk kunnen zijn.

foto: Sjoerd Mensonides

Zoals mijn broer Sjoerd die woont in een verpleeghuis in Den Haag, sinds ruim een week opgehokt zit en ook geen bezoek mag ontvangen. Hij schoot deze foto vanuit zijn kamerraam en tekende per WhatsApp aan dat het een situatieschets is van mensen die opgesloten zitten, en de vrijheid van een nietig organismetje, taaier dan de zogenaamd alwetende mens.

 

Thuiswerk

Dat alles gezegd zijnde, gaan we aan de wandel! Maar dat vanzelfsprekend pas als mijn thuiswerk gedaan is. Hier mijn werkplek. Of liever: n van mijn werkplekken. Ik kan ook met een laptop aan de eettafel gaan zitten of ermee op de bank gaan hangen. Dat wissel ik een beetje af, om mijn zithouding wat te variren.

Zonder koffie draait het kantoorleven niet, en dat geldt ook voor thuiswerk. Maar mis ik nou de gesprekken niet bij de koffieautomaat? Het roddelen; het kankeren over dingen die toch nooit veranderen? Inderdaad, ja nou; ja hoor, zeker, ik mis ze als kiespijn.



Zuid West


En dan stappen we Leiden Zuid West binnen. Ik heb die wijk beschreven in 2013 in mijn columnrubriek FHM’s en noemde het toen de meest onopvallende buurt van het land. Die column was ter gelegenheid van mijn 50-jarig jubileum in de wijk. Mijn moeder, mijn al genoemde broertje Sjoerd en ik kwamen er wonen in april 1963, toen President Kennedy nog vermoord moest worden en de Beatles nog moesten doorbreken in Nederland. Ik woon nu al 58 jaar in die wijk, en al die tijd in hetzelfde huis.

En ik merk tijdens deze wandelingen: voor de ware schoonheid van Leiden Zuid West moet ik wel helemaal naar de randen ervan, of zelfs over de randen heen. In het vervolg van dit stukje ook beelden uit Vreewijk, de Professoren- en Burgemeesterswijk en zelfs Voorschoten. In het eerste quarantaineweekend deed ik het Singelpark van Leiden. Daarover komt mogelijk nog een afzonderlijk artikel.

 Alle scholen dicht met ingang van maandag 16 maart. Ook bij De Astronaut op de Kennedylaan, niet ver van mijn huis, zijn de leerlingen gevlogen. Ik dacht eerst dat die school zo heet omdat ze er de ruimtevaarders opleiden die medio deze eeuw eindelijk Mars gaan koloniseren. Maar nee, ze vragen hier aan kinderen, wat en hoe ze willen leren.

Daar zal wel over zijn nagedacht. Er zetelt ook een onderwijsdenktank in dat gebouw. Maar de hoogvliegertjes van De Astronaut zijn wel een stuk rustiger dan de protestants-christelijke kindertjes die tot voor kort in het schoolgebouw zaten en die me op uitslaapdagen om kwart over acht wekten met doordringend gekrijs.

Oh ja, waarom een componistenwijk een Kennedylaan op de plattegrond heeft, lees je in dat stukje op FHM’s. Een lasser (zie foto aan de bovenkant), ook een vreemde eend in de bijt van een componistenwijk. Dat wijkje langs het spoor kwam in de plaats van de Hollandse Constructiewerkplaats HCW, die hier tot in de jaren 90 gevestigd was. En ooit Hollandsche Electrolasch Mij heette, als ik me niet vergis.

 
Ook de horeca moest op zondag de 15e om 18:00 uur zijn deuren sluiten, ‘in lijn met de door de overheid gestelde maatregelen’, zoals bij de cafetaria op het Wagnerplein vermeld staat op een briefje aan de deur. Dat klinkt alsof de immer heel vriendelijke eigenaar het er niet helemaal mee eens is.

Ik eet hier wel eens op vrijdagavond, als ik na een week van forenzen geen zin heb om te koken. Ik vraag me af hoe die ene, eenzaamheid uitwasemende man nu zijn avonden doorbrengt, die hier altijd in zijn eentje – al vr de crisis op ruim 1 meter van iedereen - bier zat te hijsen, tot hij zich 2 minuten voor sluitingstijd eindelijk naar buiten liet kijken.


De Groote Vink was in beter jaren een vermaarde uitspanning met een thee- en speeltuin. Die lag in de buurtschap De Vink op de grens van Leiden en Voorschoten. Een buurtschap die al lang is opgegeten door de woonwijken van beide plaatsen.

Die betere jaren van De Groote Vink begonnen al in 1763. Maar de vooruitgang snoepte in de vorm van autowegen steeds meer van de tuin af. In 1969 hebben we in het laatste restant ervan nog geminigolfd of voor mijn part mini gegolfd. Tegenwoordig zit er een vastgoedmaatschappij in het gebouw. Het ligt een paar hectometer van NS-station De Vink.

Nog zo’n oudje. Houtzaagmolen De Heesterboom aan de Haagweg dateert uit 1804 en snijdt, sorry: zaagt nog steeds hout, als een van de weinige in dit land.



Waar ik vroeger Sjoerd stond aan te moedigen toen hij speelde bij de pupillen van voetbalvereniging Leidsche Boys, is kort geleden een nieuwe woonwijk gebouwd.

Het was wel een beetje een bierclub, Leidsche Boys. De senioren deden het daardoor in de competities altijd een stuk minder dan de pupillen en de junioren. Sjoerd: ‘Als wij woensdagmiddag trainden, lagen de lege bierblikken van dinsdagavond nog in de kleedkamer’.

De kantine was ook in de hele wijk vermaard. Het eerste elftal stond doorgaans stijf, maar dan ook stijf onderaan in de allerlaagste klasse van het zondagsvoetbal. Degraderen kun je niet meer, op dat niveau. Nul punten uit 22 wedstrijden, met een negatief doelsaldo dat met 3 cijfers geschreven werd; dat was hun laatste competitieresultaat. De club wordt binnenkort opgeheven.





Dit ongenaakbare meisje durf ik toch wel tot op minder dan 1,5 meter te benaderen. Het is het ‘Wicht’ van Oswald Wenkenbach. Deze nuffige bakvis is voor Leiden Zuid West zo ongeveer wat een boegbeeld is voor een schip. Iedereen kent haar.










Woensdagavond 25 maart, valavond. Zuid West, typisch een wijk uit de 60’s: lange rechte straten, lange rechte flatblokken, lange rechte rijen geparkeerde auto’s. Autos die ‘s avonds voorlopig nergens meer heen hoeven, zolang sociale afstand het chapiter is. Lange schaduwen ook, op dit uur. Ik loop door de verlaten straten en hoor tegen 19:00 overal in de stad kerkklokken beieren. In verstandige kerken geschiedt de dienst momenteel digitaal. Dus geen drommen kerkgangers. Een spookachtige sfeer.


Standaardscholen van dit type werden begin jaren 60 uit de grond gestampt. Die hebben niet allemaal de 20’s van deze eeuw gehaald. Het schoolgebouw van De Astronaut is er wl zo-een. In deze, op de Johan Wagenaarlaan, genoot ik van 1963 tot 1968 basisonderwijs op wat toen de Dag Hammarskjldschool heette – een naam die geen kind kon spellen.

De kinderopvang-groepen die nu in het gebouw zitten, zijn tijdens de quarantaine alleen geopend voor ouders met cruciale beroepen, zoals overal het geval is. In wat in mijn tijd de aula, annex gymzaal, annex filmzaal was, wordt nu Kung Fu of zo’n soort oosterse vechtsport beoefend. Ik vrees dat de trainingen tijdens de coronacrisis niet doorgaan, al hangt daarover geen briefje aan de deur. Ook de cursus Omgaan met teleurstellingen is afgelast, terwijl we die nu juist zo hard nodig hebben.


Al langer dan door corona, wordt de wijk ook nog gekweld door overlast van meeuwen, en in deze hoek daarbovenop ook nog door ganzen.

 




Er klinken geen vrolijke kinderstemmen meer op de plekken waar ik zelf als kind speelde. Maar dat is al jaren zo, hoor. Het heeft niets te maken met het virus.

 

Openbaar vervoer



Die foto van die ijzeren klimloc brengt ons bij het openbaar vervoer.

Hoe reageert een fanatieke OV-gebruiker en –hobbyist als hij niet meer met het OV kan? Ik weet niet of n van mijn lezers zich dat afgevraagd heeft, uit eigen ervaring en / of uit compassie met mij. Maar ikzelf vroeg het me wel af, vanaf dag 1. Zou ik nu naar elke bus of trein kijken zoals een hond naar de slagerij waar hij vastgebonden staat bij de deur? Of zoals die bierdrinker van daarnet, hunkerend blikkend naar de cafetaria waar hij niet meer naar binnen kan?

Niets van dat alles. Ik reageer met grote opluchting dat ik niet meer hoef in te stappen. De afgelopen weken schoot ik in bus en trein bijna tegen het plafond als ik maar een minimaal kuchje hoorde van een medepassagier. Die weken waarin alles nog zo gewoon mogelijk moest doorgaan hebben meer van mijn nerven gevergd dan ik zelf doorhad.

Ik zou me kunnen voorstellen dat er bij mij een diepe hunkering naar reizen per openbaar vervoer gaat ontstaan als dit maanden gaat duren in plaats van weken. Maar nu: gelukkig even niet.

Lichtelijk overbodig vond ik tussen haakjes die oproep die ik laatst ergens zag om in de bus zo ver mogelijk van elkaar af te gaan zitten. Dat doen buspassagiers al instinctmatig, al sinds de bus is uitgevonden, volgens ongeschreven, doch universele wetten. Ik constateerde dat al in dit ook hartstikke leuke stukje uit 2002, dat ik laatst herontdekte.

 

Achter instappen! Het is op opvallend stil bij de meestal drukke halte aan de Nieuwe Beestenmarkt, en dat op zaterdagmiddag de 14e om kwart over vijf.


Ook in de stationshal, 5 minuten later, is het niet moeilijk om onderlinge afstand te bewaren. Ik heb het op een doordeweekse avond tegen middernacht nog wel eens drukker gezien in Nederlands 6e station qua reizigersaantallen.

 

Arriva-stadsbus lijn 3 op de Jan van Houtkade


 

Lijn 45 (Leiden – Den Haag), een coproductie van Arriva en EBS, op de Voorschoterweg.



Bus 4 op de Vijf Meilaan


 

De spoorbaan Leiden Utrecht bij de spoorovergang Telderskade


Winkelen

Ook geen pretje in deze tijden. Ik ga nu meestal tegen sluitingstijd, als ik alleen nog maar om de vakkenvullers heen hoef te slalommen. De rollen zijn wel omgedraaid. Tot voor heel kort liepen ze je met een grote pallet pardoes ondersteboven als je niet snel genoeg opzij sprong. Ze krijgen geloof ik een premie voor snelheid; niet voor oppassendheid naar de klanten toe. Maar nu moeten ze, zoals ik zag in die rapportage op tv met Mark Rutte, een muur van karretjes om zich heen bouwen om zich de klanten van het lijf te houden.

Bij de super bij mij om de hoek zijn die vakkenvullers niet ouder dan een jaar of 11, 12, op het oog geschat. Mag dat zomaar??

Gehamsterd wordt er ook in deze super, maar heel onverwachte dingen. WC-papier is er bij overvloed. Maar al het brood, behalve glutenvrij, is op als ik er op een avond binnenkom. En natuurlijk al de handgel en zeepjes. En ook nog alle eieren op 2 3 stuks na. Goed dat ik niet van eieren houd.



Het grote wijkwinkelcentrum van Zuid West, De Luifelbaan. Op de eerste zondagmiddag is het er rustig. De Plaza 5 mei, een erg weidse naam voor een wat groezelig etablissement, weet nog niet dat het over een paar uur zijn deuren zal moeten sluiten.



Bij terugkeer van een van mijn wandelingen trof ik dit epistel aan in de brievenbus. Het onderwerp ervan bezorgde me een homerische lachbui. Tegen het gn van dit virus zal toch geen mens bezwaar aantekenen!

<<<Tot hier gepubliceerd op woensdag 25 maart 2020>>>

Vreewijk



Woonboten in de Jan van Goyenkade, bij dag en bij nacht

‘Spooky’, zo noemden twee van mijn WhatsApp-contacten de nachtfoto’s van Vreewijk, onafhankelijk van elkaar. Overdag is de wijk wel een van de meest fotograferenswaardige van Leiden, vind ik, met idyllische hoekjes. Maar in een wat nevelige nacht verworden de villa’s en de woonboten al snel tot spookhuizen; ik heb het vaker gezien. Alleen daarom al een geliefde bestemming voor een avondwandeling.

Vreewijk ligt vanuit Zuid West gezien aan de andere kant van de spoorlijn Leiden – Utrecht en grenst aan het centrum. De bouw van de wijk begon in 1881 en daarmee is het de oudste buitenwijk van Leiden.

 








‘t Kasteeltje aan de Jan van Goyenkade en het voormalige woonhuis van de familie Ehrenfest op de Witte Rozenstraat. Het verhaal van die 2 opvallende panden, op een meter of 60 van elkaar, is erg bijzonder.  

Beide zijn ontworpen door hun eerste bewoonster. Voor ‘t Kasteeltje, dat officieel ‘Ons Eiland’ heet, was dat de Duits- Litouwse Margarethe Nieuwenhuis - barones Von Uexkll Guldenbandt; een hele mond vol en een aardige tongbreker. Het beeldbepalende pand werd in 1911 opgeleverd.

Het speelt ook een kleine bijrol in mijn familiegeschiedenis. Mijn moeder liep er in 1949 een poosje stage in de huishouding. ‘t Kasteeltje werd toen bewoond door de barones. haar dochter en schoonzoon en hun 4 kinderen.

Mijn moeder volgde een opleiding aan de Nijverheidsschool voor Meisjes (de naam alleen al!), aan het Galgewater (de plek alleen al!) , om lerares te worden aan een huishoudschool. Dat is er nooit van gekomen; het was niet echt iets voor haar. Ze had pure nachtmerries van de kooklessen, onder een ‘spook van een mens’. Maar op ‘t Kasteeltje heeft ze het wel naar zin gehad, hoorde ik altijd in haar verhalen.

De Russische villa op de Witte Rozenstraat stond centraal in aflevering 2 van mijn rubriek FHM’s. Hij is 3 jaar jonger dan ’t Kasteeltje en werd ontworpen door de wiskundige Tatjana Afanasjeva, echtgenote van natuurkundeprofessor Paul Ehrenfest, een heel apart, excentriek type. Het liep helaas slecht met hem af.

Nog een opmerkelijk weetje over deze twee panden. Albert Einstein kwam vaak over de vloer bij de Ehrenfests om te discussiren over de relativiteitstheorie, de structuur van het heelal, en zo. Maar hij ging ook nog wel eens buurten bij de achterbuurvrouw van de Ehrenfests, barones Von Uexkll Guldenbandt. Die had nog met Einstein in de collegebanken gezeten aan de Technische Hochschle in Zrich. Zij haalde meestal hogere cijfers voor tentamens dan hij. Maar toch was het Einstein die de relativiteitstheorie zou opstellen, en niet barones Von Uexkll Guldenbandt.


De Sterrenwacht aan de Witte Singel was een van de meest vooraanstaande in de wereld. Tegenwoordig wordt hij nog gebruikt voor sterrenkijkavonden en heeft hij een museumfunctie. Hij staat op het terrein van de Hortus Botanicus.


De naamgever van Vreewijk was een puissant buiten aan de rand van de stad, voordat die zich ging uitbreiden buiten de singels. Huize Vreewijk werd gebouw in 1775. Het is nu een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking.

 

 

Professoren- en Burgemeesterswijk


We zetten onze wandeling door de oudere nieuwbouwwijken voort in de Professoren- en Burgemeesterswijk ten zuiden van het centrum. De wijk kwam tot stand in de jaren 30.

Mijn moeder woonde er van haar 9e tot haar 26ste (met een kort uitstapje naar Apeldoorn en Deventer, waar ze mijn vader leerde kennen). Mijn grootouders bleven er wonen tot hun verhuizing naar het bejaardentehuis eind 1972. Mijn oma’s Hongerwinterdagboek werd er geschreven. Ik zat er 6 jaar plus nog 11 weken op de middelbare school. En bracht mijn vrije tussenuren tot hun verhuizing door bij opa en oma, die altijd klaarstonden met koffie, soep of thee, naar gelang het tijdstip van de dag. Mijn al vaker genoemde broer Sjoerd woonde een paar jaar in die wijk, voordat hij wereldreiziger werd en de steven wendde naar andere continenten.

Ook in deze wijk ligt op elke straathoek een autobiografisch verhaal. Maar ik zal me matigen met het vertellen ervan.

Laat ik liever dit gedrocht, de monstruositeit hierboven nog eens even op me laten inwerken. Ik had hem vaker op de foto, en ik weet zo langzamerhand hoever ik naar achteren moet om hem er helemaal op te krijgen. Het is een volkomen uit zijn krachten gegroeide school. De gemeente heeft zich met het megalomane gevaarte aardig in de vingers gesneden. Ik schreef er een paar jaar geleden over op FHMs.

De Kanaaltunnel, zal ik maar zeggen, of eigenlijk: de tunnel in de Kanaalweg onder de spoorlijn Leiden - Utrecht door.



Vreemd hoe toch steeds weer het openbaar vervoer blijft opduiken in deze OV-loze periode. De Petruskerk op de Lammenschansweg en het digitale display van de bushalte Leliestraat. De laatste geeft de juiste tijd nauwkeuriger aan dan de kerkklok, die al 85 jaar lang hooguit een grove benadering laat zien.



De Rodenburgermolen uit 1893 met op de achtergrond het sportveld waar we altijd buitengymnastiek hadden. Maar ik zou het geloof ik niet meer over mezelf hebben.


De waterwegen: de Zoeterwoudse Singel en de Stadsmolensloot tussen de Lorentz- en de Van den Brandelerkade.


 

Dit blijft mijn favoriete straatnaambordje van Leiden. Een twitteraar merkte op dat gebruik van deze wasstraat gratis is en je auto er aan de andere kant droog uitkomt.

 

 

Voorschoten

Tot slot wagen we ons over de gemeentegrens heen.

Denk wat auto’s weg uit Voorschoten en wat nieuwbouw, dan ziet het dorp er nog net zo uit als 100 jaar geleden. Een lang stuk lintbebouwing langs de Veurseweg en de Leidseweg, waar tot 1924 elk uur de stoomtram Den Haag - Leiden pufte langs de boerderijen en de villa’s en landhuizen van de welgestelden.

 

 

Alleen dit, dit is nou echt weer jammer. Het Treubplein is sinds de jaren 1990 of daaromtrent het hart van het dorp. Maar het had beter Treurplein kunnen heten.

 

De Protestantse Dorpskerk



Molenlaan





Oegstgeest, een andere buurgemeente van Leiden, kreeg landelijke bekendheid door een roman van Jan Wolkers. Voorschoten kreeg dat door ‘De donkere kamer van Damokles’ van W.F. Hermans, dat zich voor een belangrijk deel in dit dorp afspeelt. In 2012 hebben we die roman collectief herlezen. Het is een niet-realistische roman in een wel realistisch decor.

Ik schreef er een drieluik over. Daarbij verdiepte ik me in de rode draad die gevormd wordt door de Blauwe Tram (de opvolger van de stoomtram), een motief dat door vrijwel alle Hermans-interpreten over het hoofd is gezien.

Een onwezenlijke stilte in een doorgaans vrij levendig dorp. Ik loop hier om kwart over zes op maandag de 23ste en wil om 19:00 thuis zijn voor de persconferentie in verband met aanscherping van de corona-maatregelen. Als ik doorstap, haal ik het misschien nog net. Zitten we een uur na nu in totale lock down, en wordt dit voorlopig mijn laatste wandeling? Nee, gelukkig, zo ver komt het (nog ) niet.

 







Vijf dagen eerder fotografeer ik dit drietal monumenten, dat bij elkaar hoort. Het fabrieksgebouw met het memento coronam aan de poort is de v/m Zilverfabriek, die nog steeds Zilverfabriek heet, al wordt er al een jaar of 40 geen zilver meer bewerkt.

Een hele tijd heeft de kledinggigant Mexx in het pand gezeten. In 2002 opende dit bedrijf op Open Monumentendag de poort van Voorschotens meest beeldbepalende gebouw om het publiek een kijkje in het interieur te gunnen. De kledingdesigners hadden wel opdracht gekregen om vrijdagavond al hun ontwerpen achter slot en grendel op te bergen, uit angst voor bedrijfsspionage.

Na Mexx werd de Zilverfabriek een doorgangshuis. Er kwamen financile investeerders in en die gingen er ook weer uit. Het bedrijf dat er nu gevestigd is, doet iets met hotels. Maar wie of wat er ook in zit, het blijft immer de Zilverfabriek.

De oude fabriek wordt geflankeerd door het landhuis Berbice, waar ooit de directeur resideerde en dit rijtje uit 1903 waar enkele van zijn arbeiders woonden.

 


Dit zeer exquise restaurant, tevens trouwlocatie en vergaderzalencomplex, is momenteel wegens corona net zo stijf gesloten als de patatboer in het dorp. De oude boerderij aan de Vliet luistert al eeuwen naar de intrigerende naam Allemansgeest.


 

Voorbij de Zilverfabriek maakt de Leidseweg een knik naar het noorden en loopt verder parallel aan de Korte Vliet, die de grens vormt tussen Voorschoten en Leiden Zuid West.

Ik wandel graag in dit stuk Voorschoten, waar zo’n langs-het-tuinpad-van-mijn-vader-sfeer heerst. De Linde-Hoeve (linksboven) staat te koop. ‘Kansen als deze komen niet vaak voorbij’, vindt Funda. Voor € 1.275.000 is de hoeve de jouwe. En dan zit je voor die centen nog aan een drukke autoweg, want dat is de Leidseweg wel. 

 

Ter Wadding, in een fraai wandelbos,  werd in 1770 gebouwd bij een doorwaadbare plaats of wadding in de Rijn. Het is nu onder andere een praktijk voor cardiologen. En dan zijn we weer bijna bij de uitspanning De Groote Vink en is er weer een cirkel rond.

Frans Mensonides
29 maart 2020
Er geweest: sinds 1963, eigenlijk. Foto's dateren van 13 maart t/m 27 maart 2020.


Frans Mensonides, Leiden, 2020