De digitale reiziger (113)
Bravo!; Eindhovens elektrische stadsbus






In het immer innovatieve Eindhoven hebben ze onlangs iets nieuws ge-innoveerd: Nederlands eerste vloot van compleet elektrische stadsbussen. Die bestaat uit 42 gelede bussen met een kwiek design, een zwart-rode kleurstelling en een lengte van 18 meter; ongeveer driekwart kilometer bus in totaal, dus.

Voor het goede begrip en om meteen al misverstanden te voorkomen: het zijn geen bussen die hun stroom via een bovenleiding krijgen, zoals in Arnhem. Nee, het gaat hier om bussen die zelf hun stroom bij zich dragen in accu’s.

Je houdt je hart vast, zeker als je weet dat busbouwer VDL erbij betrokken is, die mede verantwoordelijk was voor het Phileas-debacle: die geleide, zelfrijdende bussen die geen kilometer zelf gereden hebben.

Het ontbreken van een bovenleiding heeft twee in het oog springende voordelen: het is veel goedkoper in infrastructuur, en je kunt zo’n bus overal laten rijden. Een niet over het hoofd te zien nadeel is er ook: een elektrische bus heeft een beperkte actieradius. Na een kilometer of 80 moet de stekker in het stopcontact. Soms al na veel minder dan 80 kilometer. Op de eerste dagen van exploitatie in december 2016 gaven diverse bussen er tijdens de rit de brui aan; dit niet tot groot enthousiasme van de reizigers.

De keren dat ik er was, gebeurde dat niet. Ik maakte een kort proefritje naar Winkelcentrum Woensel XL, op die ijzel-zaterdag 7 januari, toen ik eigenlijk op pad was voor het nieuwe spoorboekje 2017. Uit dat stukje heb ik een paar zinnen overgepend.

Omdat ik niet graag over één nacht ijzel ga, kwam terug op zaterdag 18 februari en daarna nog eens op woensdag 15 maart, de verkiezingsdag, nog wel. Op zaterdag rijden namelijk niet alle elektrische lijnen, en ik wilde ze beslist (bijna) allemaal doen.

Die lijnen zijn al op de lijnennetkaart van Hermes herkenbaar aan het feit dat zij een nummer dragen in de 400-serie.  

Lijn 400 is een non stop-verbinding van Eindhoven NS met Eindhoven Airport, de bescheiden luchthaven van de Lichtstad. Ook lijn 401 verbindt het treinen- met het vliegtuigenstation, maar dan via een andere route en wel met tussenstops.

Lijnen 402 en 403 gaan een stukje gelijk op met 401, over de route die HOV-1 heet, en hebben de forenzendorpen Veldhoven, resp. Oerle als eindbestemming. Alle elektrische lijnen beginnen trouwens bij station Eindhoven.

Nummer 404 rijdt alleen doordeweeks en overdag, en wel naar het Summa College, waar je het beste uit jezelf haalt (wat afgezaagd!), en waar je alles kunt worden, van Accountant tot Zelfstandig Werkend Bakker. Lijn 407 hanteert dezelfde rijtijden en koerst via het centrum naar de High Tech Campus in het zuiden van de stad.

Dan hebben we nog 405 en 406 die beiden langs het grote winkelcentrum Woensel XL gaan. Dat doet zijn naam beslist eer aan. Ik ben er doorheen gelopen; er komt geen eind aan: 15 hectare winkels. Numero 405 rijdt voorbij dat winkelcentrum naar de noordelijke buitenwijk Achtse Barrier; 406 naar bedrijventerrein Ekkersrijt bij Son met een meubelboulevard die wel zo ongeveer XXXL genoemd zou mogen worden.

Deze lijnen zijn niet nieuw; ze werden allemaal tot voor kort gereden met dieselbussen, soms onder een ander lijnnummer en via een iets andere route. De noord-zuidroute van High Tech Campus naar Woensel XL en verder heet trouwens HOV-2 en is nog niet helemaal af.

Oerle

‘Hoe rijdt en klinkt dat, reizen in een geheel elektrische, gelede bus? Ongeveer net zo als in een Arnhemse trolleybus, met dien verstande dat er geen beugel aan de bus vastzit en hem geen bovenleiding boven het hoofd hangt’, constateerde ik al op die donkere winterdag in januari.

Voor de passagiers is zo’n bus nauwelijks wennen. Voor de chauffeurs wel. Aangezien de actieradius van de bussen verreweg tekort schiet voor een complete dienst van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, moeten ze regelmatig terug naar het garageterrein. De lijnen zijn per stuk circa 8 km lang, zodat de bussen na 4 of maximaal 5 slagen alweer opgeladen moeten worden. Daar hebben ze een eigen elektriciteitscentrale voor, anders zou deze operatie heel de Lichtstad in het donker zetten.

Bij de garage wordt de bus gestald onder een laadplek. Daarna klapt er een beugel op het dak van de bus omhoog; toch een soort trolley die contact maakt met toch een soort bovenleiding. En via dat systeem wordt de bus opgeladen. Dat gaat volgens een heel strak tijdschema, want er is maar een beperkt aantal laadplekken. Lastig; ik denk dat ze Arnhem voorlopig nog niet hun trolleyleiding naar beneden gaan halen en hem oprollen.

Ook de medeweggebruiker, vooral de fietser en de voetganger, moet wennen aan die gelede slagschepen die zich ineens door Eindhoven spoeden. Je hoort ze niet aan komen ronken. Daarom zijn zij uitgerust met een trambel. De Eindhovense magistraten en techneuten, die jarenlang opgeschept hebben over hun ‘bandentram’, de Phileas, kunnen nu trots zijn; het stadsvervoer kent nu echt een tram-element.

 

Bravo!, Lijn 403 naar Oerle

Oerle

Roodzwarte elektrische bussen in alle richtingen staan gereed op busstation Neckerspoel achter het station van Eindhoven. Zo nu en dan maakt er zich een los van het busperron om er luid bellend vandoor te gaan.

Bravo, heten alle bussen, zowel de elektrische als de ouderwetse diesels. Bravo is de merknaam van alle stads- en streekbussen in heel de provincie Noord-Brabant. Die worden in groot-Eindhoven gereden door Connexxion-dochter Hermes, en in de rest van de provincie door Arriva.

Een wonderlijke naam, Bravo. Brabo was meer op zijn plaats geweest. ´Bravo!´, dat moeten je klanten roepen; dat moet je niet zelf gaan roepen over jezelf.

Bus 403 naar Oerle staat gereed langs het perron, en die pak ik meteen maar. De lijnen 401, 402 en 403 rijden over bekend terrein: over het voormalige Philips-complex Strijp-S, waar ik een jaar geleden uit de trein stapte, en langs het Evoluon, waar ik al kwam in de jongenskiel.

Een deel van die gezamenlijke route voert over de HOV-1-baan die in de jaren 00 speciaal is aangelegd voor de Phileas. Het is een baan met geleiding, waarover de bussen automatisch, zonder tussenkomst van een chauffeur (die er wel in zat) had moeten kunnen rijden. Dat is nooit gelukt, maar ach, die hele technologie is afgedekt met stevig beton dat nog altijd bruikbaar is om overheen te rijden.

De bus heeft 46 zitplaatsen inclusief 5 klapbankjes, en is natuurlijk uitgerust met WiFi, en ook met aansluitingen voor digitale appraten.

Een paar haltes voorbij het Evoluon slaat lijn 401 af naar rechts en naar Eindhoven Airport. Weer wat haltes verderop nemen we ook afscheid van 402, die doorrijdt naar het centrum van Veldhoven en naar Veldhoven Zonderwijk. Daarheen liet ik me in 2006 transporteren per Phileas, waarmee het toen nog iets leek te gaan worden. De foto’s van Zonderwijk heb ik nog dus ik hoef er niet meer naartoe; 402 sla ik deze keer over.

Kilometers buitenwijk van Veldhoven wachten ons nog voordat we in Oerle zijn. Met een flinke snelheid rijden we over een lange, rechte, geasfalteerde laan. De bus kan 70, een aardige snelheid voor een stadsbus.

Steeds als er iemand is uitgestapt, klinkt er een schor zenuwengeluid als de deuren sluiten. De laatste passagier behalve ikzelf stapt nu uit en ik zet mijn reis naar Oerle in mijn eentje voort.

Spoedig bereikt de bus het eindpunt, bij een rotonde. In de verte zie ik het profiel van Oerle, bestaande uit een oud kerkje met nieuwe huizen op de voorgrond; het bestaan van een forenzendorpje in een notendop.

De bus blijft hier een minuut of 5 staan; op dit moment speciaal voor een fotoshoot met De digitale reiziger. Wat handig zou zijn: als hier bij het eindpunt een generator of een onderstation zou staan met een snel-oplaadsysteem; de bus meteen opgeladen voor de terugrit. Dan hoefde hij niet steeds naar de garage terug. Ja, ik roep maar wat, niet gehinderd door technische kennis.

 

Zandoerle, Toterfout en Oerle zelf

Zandoerle (4x), Toterfout (3x) en Oerle (2x)

Nu zou ik Oerle kunnen gaan verkennen. Maar op het scherm van mijn smartphone zie ik dat op nog geen kilometer van hier een buurtschap Zandoerle ligt en nog geen kilometer daar weer vandaan een nog kleiner gehucht: Toterfout. Ik geloof het nauwelijks, maar er zijn nog plaatsen in dit land waar ik nooit geweest ben en zelfs nog nooit van gehoord heb.

De mist die vanmorgen over de weilanden hing, heeft plaatsgemaakt voor de zon. Op pad, met flinke pas! Neem in ons overvolle land een stadsbus, rijd door tot de laatste halte, loop nog een paar hectometer verder en je staat midden in de rimboe.

Zonder van Eindhoven Airport opstijgende vliegtuigen was het hier doodstil. Zandoerle bestaat voornamelijk uit een fraaie brink met oude boerderijen. In het middelpunt van wat geen dorp mag heten van de Wikipedia, staat weliswaar geen kerk maar wel een oude kapel. Een mooi stukje Brabant!

Van stad tot platteland beleefde ik een dalende reeks in inwonertallen: Eindhoven (225.000), Veldhoven (40.000), Oerle (2000), Zandoerle (100) en Toterfout (verwaarloosbaar). Toterfout ligt in een natuurgebied met grafheuvels en een bezoekerscentrum. Maar ik kwam vandaag naar Brabant voor de elektrieke stadsbus, dus ik keer terug naar de bewoonde wereld.

Op deze eerste mooie zaterdag van het jaar zijn de fietsbanden weer opgepompt en de hardfietsers weer tevoorschijn gekomen. Ik zie ze hier bij tientallen. Ook allemaal mooiweerfietsers, net als ik. Maar ik was van de winter elke zaterdag te voet urenlang op pad in de buitenlucht, voor de lezers van dit magazine! En van die wielrenners vraag ik me wel eens af of ze in de koude en donkere maanden wel genoeg lichaamsbeweging nemen. Volgens mij zitten ze dan kouwelijk bij de kachel, terwijl hun abonnement op de sportschool bestoft op het dressoir ligt.

Ik sprak eens een aan wielrennen verslingerde kennis. ‘Die eerste tocht in het voorjaar, verschrikkelijk, Frans! Je merkt echt dat het luie zweet eruit moet. Je hele body protesteert, je longen, je darmen, vooral je maag. Daar helpt echt maar één ding tegen: even de fiets tegen een boom, vinger in je keel, en bwoeaarp, woewaach [hij imiteerde braakgeluiden], even lekker kotsen, even alles d’ruit gooien! Heerlijk!´

Enfin, dan zeggen ze dat IK een vreemde hobby heb.

Oerle is een aardig dorp om te zien. Ik zie er in brons gegoten delibererende Brabo’s op het marktplein, een schattig klein raadhuisje (rechtsonderop de foto)  en omboomde boerderijen. Het dorp maakt een zeer landelijke indruk. De gemeente strekte zich ooit uit tot waar nu Eindhoven Airport ligt, maar werd in 1921 opgeslokt door Veldhoven waaraan het nu is vastgegroeid.

Oerle heette vroeger Oerloo, wat oud bos betekent. Een oerbos, het moest eigenlijk bereikbaar zijn met zo’n Spaanse Urbos-tram, maar dat is straks voorbehouden aan De Uithof en Uithoorn.  De bebouwde kom van Oerle kent alleen een buurtbus die in het weekend in de garage blijft. Terug dus naar die randweg waar de elektrische bus rijdt.

 



Naar Eindhoven Airport (401) en non stop terug (400)


De lijnen 401, 402 en 403 rijden elk in kwartierdienst. Je zou dus op het gezamenlijke traject per richting zo ongeveer elke 5 minuten een bus verwachten. Maar als ik ergens onderweg uitstap voor een foto, sta ik een klein kwartier te wachten, waarna er ineens uit beide richtingen een treintje van drie bussen aan komt rijden. De beruchte kluitjesvorming. Bij liften heb je het ook.

Ze rijden al met al niet erg punctueel, die elektrische stadsbussen. De wachttijd aan de eindpunten is ook erg krap.

Lijn 401 naar de luchthaven die ooit Welschap heette, meldt op het display de overstappen op het luchtverkeer. Als je vanmiddag naar Bologna wilt, haal je je aansluiting nog; dat vliegtuig vertrekt over anderhalf uur.

Deze bescheiden Airport is de tweede van ons land na Schiphol, maar staat daarbij wel verre in de schaduw. Hij trekt nog geen 10% van de passagiers die Schiphol Airport trekt.

Ik ben vergeten te lunchen, en bezorg de snackwagen die op het voorplein staat, klandizie. Daarna naar de halte voor de rit met 400, non stop naar het station.

Ook die bus rijdt om het kwartier. De drukte ervan zal afhankelijk zijn van de vr aag, of er net een vliegtuig geland is. Dat is nu het geval, en passagiers met grote valiezen verdringen elkaar bij de halte. De dieselbus die ‘Best Station’ filmt, trekt ook nog een paar klanten; wie wil er niet vervoerd worden naar het allerbeste station van het land?

Je kunt een chipkaart trekken uit een automaat, waarmee je moet inchecken in de bus. Daarvoor betaal je het woekertarief van 3,50 voor een enkeltje. De buitenlandse luchtvaartpassagiers snappen geen zak van ons chipsysteem en iedereen koopt een kaartje bij de buschauffeur, wat enorm oponthoud geeft.

 ‘I must go now’, zegt de chauffeur zenuwachtig, als er nog steeds meer mensen naderen; ook deze lijn rijdt volgens een nogal krappe dienstregeling. En daar rijden we dan toch, uiteindelijk. De bus zit vol Oost-Europeaanse gezinnen; zojuist gelande vakantiegangers met koffers van minstens een kuub per stuk.

Is Eindhoven zo aantrekkelijk voor een krokusvakantie? Niets kwaads ga ik zeggen over die stad, maar zelf heb hem altijd na een paar uur wel weer gezien. Al zie ik er nu niet veel van, ingebouwd in al die bagage.

Ik heb dan ook geen idee waar we zitten op de plattegrond van Eindhoven. Vaag zie ik bedrijventerreinen langskomen, een spoorovergang en een café dat Kantoorzicht heet. Lijn 400 is de enige drukke bus die ik vanmiddag zal nemen. Maar we stoppen, iedereen dringt zich naar buiten en hier zal het station dan wel wezen.

Dat klopt ook. De drom passagiers keurt Eindhoven geen blik waardig en loopt meteen de stationshal in; ik vermoed naar de IC richting Amsterdam. Naar Eindhoven vliegen is dan denk ik goedkoper dan naar Schiphol. En ook beter voor die paar notoire klagende omwonenden daarvan die per jaar de man 10.000 klachten indienen over geluidsoverlast. Dat scheelt er weer een paar.

Carnaval moet nog komen op deze zaterdag. Eindhoven gaat dan een ‘Carnavalsnachtnet’ verzorgen per bus. En je kunt, zo blijkt uit een reclamebord, een carnavalsmedaille van Bavaria verdienen met de tekst ´Prins Pils´ erop.

Als ik 3,5 week later terugkom, zit carnaval er al lang op, en zijn we bezig met het andere carnaval, dat ‘verkiezingsdag’ heet.

 

HOV2



Halte Generaal Pattonlaan

HOV2, waaraan Eindhoven een pagina heeft gewijd op de gemeentelijke website, loopt van zuid naar noord door Eindhoven, zoals al gezegd. Hij vormt een wonderlijke lappendeken. In buitenwijken bestaat hij meestal uit een busbaan voor twee rijrichtingen, maar in het centrum ligt hier en daar alleen maar een kort stukje HOV-baan voor een verkeerslicht, in één richting, en op andere plaatsen zelfs helemaal niets.

Bovendien is hij nog niet af. Zo wordt er tussen Eindhoven station en Woensel XL nog hard aan de baan gewerkt. Ik zag er niet veel schot in tussen januari en maart.

De HOV-route loopt van High Tech Campus langs het zwemcentrum Tongelreep naar de binnenstad, waar een splitsing optreedt. De bussen naar Eindhoven NS rijden over o.a. de Wal, dus langs het Stadhuis en het Van Abbe Museum. Die in de andere richting, naar High Tech Campus, gaan langs de Heuvel Galerie en over de Vestdijk, waar ik er een fotografeerde bij dat vreemde, dunne, hoge gebouw.

In het noorden van de stad is er een splitsing in drie takken. Eén loopt er naar de buitenwijk Achtse Barrier, één naar Ekkersrijt en één langs het Summa College naar het buurdorp Nuenen.

Behalve de elektrische lijnen in de 400-reeks, maken ook nog vele andere bussen gebruik van de HOV-baan. Op het gedeelte tussen Woensel XL en Eindhoven NS vertrekken in het drukste uur van de ochtendspits, tussen 8:00 en 9:00, niet minder dan 24 bussen. Je hoeft geen dienstregeling te raadplegen; ga maar bij de halte staan en je ziet in de verte al wat roods naderen.

Op die HOV-route krijgt de bus helaas niet overal het groene licht, of liever: het witte negenoog. Er moet nogal eens gewacht worden op het autoverkeer. Toch halen de bussen op HOV2 een redelijke gemiddelde snelheid.

 

407 naar HighTech Campus

Als ik op die zonnige verkiezingsdag het station uitkom, stuit ik meteen op Schreeuwjezus, de evangelist van de Lichtstad. Hij manifesteert zich in Eindhoven altijd als je hem zoekt, maar ook als je helemaal niet aan hem denkt. Vandaag heeft hij het busstation Neckerspoel verkozen als werkterrein. Was hij de vorige keer, op die winterdag, slecht bij stem, nu brult hij weer naar hartenlust. De overdenking van vandaag, even kreupel als altijd:

Bij het echte leven,
Bij het echte leven,
heeft Jezus!

Ik denk dat zijn schreeuwverbod alleen geldt in het winkelhart. Hier, bij het station, kan hij zijn volume onbeperkt opschroeven. En al kun je niet om zijn stem heen; een duidelijk stemadvies hoef je van hem niet te verwachten. Ook op de tekstborden die hij meevoert op zijn invalidenscooter, geen aandacht voor de verkiezing van onze aardse regenten.

Gesticht door zijn woorden, neem ik bus 407 naar dat hoogtechnische terrein. Je kunt met die bus ook naar het centrum. Tot december 2016 was het een snelbus die non-stop naar de campus reed. Tussen de middag vertrekt hij elk kwartier, net als alle andere 400-lijnen. In de spits rijdt hij vaker.

'Gelukkig zijn we daar na vandaag vanaf', zegt een man achter me tegen een kennis, 'elke avond diezelfde koppen in die debatten, bah! En die peilingen, soms wel drie per dag!'

Toch nog even over verkiezingen gesproken: ik stond gisterenmorgen ineens oog in oog met Jesse Klaver. Ik ging om 8:10 uur station Leiden Centraal binnen om me naar mijn werk in Castricum te begeven, en hij kwam er net uit, voor opnieuw een slopende campagnedag. Hij liep rakelings langs me heen. Ik had hem zó een draai om zijn oren kunnen geven! Maar gezien de hoeveelheden cameramannen en politieagenten die achter hem aan zwermden, leek me dat niet verstandig. Met zoiets krijg je gegarandeerd stront.  

Ik stap uit waar ik denk dat het eindpunt is. Maar de bus rijdt na een korte pauze van 2 minuten nog verder, helemaal om de High Tech Campus heen. Dat is, in tegenstelling tot wat de naam suggereert, geen universiteit.

Het terrein was vroeger van Philips en heette Philips High Tech Campus. Maar nu zijn er 140 bedrijven gevestigd die zich allemaal bezig houden met ‘Turning Technology into Business’, en dat op de ‘Slimste km2 van Nederland’.

Ik kom hier rond de tijd voor de lunchwandeling. De voornaamste wandellaan op dat langwerpige terrein heet The Strip, alsof we hier in Las Vegas zaten en ze aan het gokken waren in plaats van technische dingen te doen. Rond de vijver, even verderop, wandelen de medewerkers twee aan twee, als peripatetici.

Ik vind het hier maar een deprimerend geheel, ondanks de zon: van die zielloze, fantasieloze, blokvormige gebouwen, een enkele uitzondering daargelaten. ‘Philips’ prijkt op sommige gebouwen en het is ook echt Philips-architectuur, vind ik. Overal zijn bosjes aangeplant met armetierige, sprietige berkenboompjes die zo rond 2040 schaduw zullen verschaffen aan de lunchenden. Ik – gespeend van technisch inzicht, zoals ik al schreef - voel me hier een Fremdkörper.

 

Summa College (404), Achtse Barrier (405), Ekkersrijt (406) en Nuenen (3-zoveel

Laat ik geen uitgebreide verhalen gaan vertellen over Achtse Barrier, wat een doorsnee-stadswijk zou zijn als je er niet met een elektrische bus zou kunnen komen, over het Summa College, waarvan ik vergeten ben, een foto te nemen, en Ekkersrijt, waar je dezelfde meubelzaken ziet als in tientallen andere meubelboulevards overal in den lande.

Meer is er te vertellen over het dorp Nuenen, waar Vincent van Gogh in 1885 zijn befaamde ‘De Aardappeleters’ schilderde – en waar je anno heden een patatzaak vindt met diezelfde, in de patatbranche zeer toepasselijke naam. Aan Nuenen besteed ik nog een apart stukje op de rubriek FHM’s.

Nog wel een paar foto’s:

 

Achtse Barrier, eindpunt van lijn 405

 



Meubelboulevard Ekkersrijt. Onderweg hierheen stopte bus 406 bij de halte Autowijk met evenveel autowinkels als hier meubel-.

 

Nuenen is niet bereikbaar met de elektrische bus maar wel via HOV-2 en met streekbussen 321, 322 en 323. Een van de bijzonderheden van het dorp is dat de halte Centrum er in een buitenwijk ligt.


Dan zo langzamerhand maar een conclusie over de elektrische stadsbus. Ondanks wat stekeligheden hier en daar in dit artikel vindt ik hem toch wel een aanwinst: knap van uiterlijk, schoon, comfortabel, geruisloos en met een goede doorstroming over de HOV-banen. Laat hij dan niet zijn wat de Phileas had moeten worden: een volautomatische bandentram; ik denk toch wel dat deze bussen navolging gaan vinden in vele andere steden in ons land.

Frans Mensonides
23 maart 2017
Er geweest: zaterdag 7 januari, zaterdag 18 februari en woensdag 15 maart 2017

 




© Frans Mensonides, Leiden, 2017