Tim begon in Zwolle: nieuw spoorboekje 2017





Boskoop. Iedereen is ingestapt; het wachten is nu nog op de tegenligger.
Abellio-FLIRT op de lijn Alphen - Gouda, op de eerste dag van exploitatie.



Zondag 11 december 2016 is hij ingegaan, de dienstregeling 2017 van NS (en die van andere spoorbedrijven in dit land), met de meest ingrijpende wijzigingen sinds 10 jaar. De weken daarna heb ik de belangrijkste daarvan bereisd en daarvan verslag gedaan in dit groeidocument dat regelmatig aangevuld is en nog één keer aangevuld zal worden. Dit artikel komt in december, januari en februari in de plaats van de rubriek ‘Beminde zaterdag’.

Het is een stuk, vooral bestemd voor de dienstregelingsfreaks en spoorboekjesfetisjisten onder de lezers. Maar de soms heel sfeervolle plaatjes zijn voor iedereen het bekijken waard, al schrijf ik het zelf. 

 


 

 

Spoorboekje op z'n kop
Nieuw spoorboekje per 11 december 2016 - Klagen over klagenTim begon in Zwolle - Grote wijzigingen in het verleden


Randstad Midden en Noord

Ik begin in Leiden - Leiden Centraal; meteen alweer gedonder - Vuurdoop van de FLIRT - Abellio´s troostprijs: veenboemel Alphen a/d Rijn – Gouda - Via Rotterdam naar Den Haag en terug naar Leiden - De ultieme test: Leiden – Castricum in de maandagochtendspits - Toch nog de Sprinter Alkmaar – Haarlem - Geen revolte tegen de volte - Sprinter Hoorn - Kersenboogerd – Leiden - Stairway to Heaven in Purmerend
 


Hanze- en Flevolijn, Noord-Nederland

Het gedrocht van Van Leeuwen: Sprinter Den Haag – Zwolle (1)
-  Poortjes op Almere PoortHet gedrocht van Van Leeuwen: Sprinter Den Haag – Zwolle (2) - Extra trein Meppel – Leeuwarden: Bruin kan hem wel trekken... - IC's Almere


Utrecht

Mijlpaal in een seniorenleven: mijn eerste Keuzedag
IC Leiden – Utrecht, waar Van Boxtel met molentjes looptMoreelsebrugBreukelen gebroken


Limburg
Boemels in LimbolandRoermond – SpaubeekSpaubeek – Schinnen
Maanplein Heerlen - Geen Geitenberg, geen Ransdaal, wel Valkenburg en ten slotte weer terug


Noord-Brabant en uitlopers
Brabant en verder - Knooppunt ‘s-HertogenboschWijchen (´WIECHEN!’) – Nijmegen – Arnhem, en de v/m Sprintercity(G)een normale zaterdagHeel Zeeland is gekanteld -  Roosendaal - EindhovenEindhoven: Stremming, Schreeuwjezus, clementie -  Een elektrische HOV-bus en toch nog de terugreis - Woerden - ZaltbommelZaltbommel: Maarten en FiepTiel klopt nu - ‘Ik ga via Breda’, IC-Vertraagd Den Haag Centraal – Breda via de HSL - IC naar Venlo - Horst (L) -  NS-FLIRT op Deurne – ‘s-Hertogenbosch - Toch nog even naar Dordt


De restjes
Breukelen gebroken - Niet naar TwenteGeen finale slotconclusie aan het eind



 

Nieuw spoorboekje per 11 december 2016

Ongeveer eens per decennium gaat het spoorboekje helemaal op zijn kop. Ze beginnen als het ware helemaal opnieuw met het samenstellen van de dienstregeling.

Deze keer waren daarvoor een paar aanleidingen.

In de eerste plaats is het project SAAL (Schiphol – Amsterdam– Almere – Lelystad) voltooid, met onder andere vierdubbel spoor op de Amsterdamse Zuidtak; ik schreef er van de zomer over.

Een andere belangrijke wijziging vinden we op de zuidflank van de Randstad. De IC’s Den Haag Centraal – Eindhoven en verder, die tot en met 10 december via Dordrecht reden, pakken nu voorbij Rotterdam de HSL naar Breda. Dat betekent een rijtijdverkorting van 8 minuten en dat betekent weer dat deze treinen 9 minuten eerder kunnen vertrekken van Den Haag Centraal.

Dat zou tot gevolg hebben dat ze dan zouden gaan rijden in het pad van de IC’s op het traject Leiden – Rotterdam. Daarvan moeten de vertrektijden dus ook kantelen. Waardoor ook de Sprinters eraan moeten geloven. Dat spoornet zit zo in elkaar: als je aan één draadje trekt, rafel je de hele trui uit.

Ook de Beneluxtreinen Amsterdam – Brussel zullen gebruik gaan maken van de HSL en via Breda gaan rijden. Maar die wijziging wordt pas in het voorjaar van 2017 doorgevoerd.

Spijtig is wel, dat het treinverkeer op het traject Den Haag - Rotterdam – Dordrecht / Breda tot diep in januari 2017 last zal hebben van diverse geplande stremmingen. Als je die nieuwe snelle verbinding tussen Den Haag en Brabant nou van meet af aan impopulair wilt maken, moet je het zo aanpakken. Hadden deze werkzaamheden nou echt niet in een ander tijdvak uitgevoerd kunnen worden?

Nog een aanleiding voor de ingrijpende dienstregelingswijziging is de ombouw van Utrecht Centraal. Daar werden vrijwel alle wissels verwijderd zodat bijvoorbeeld stoptreinen uit de richting Breukelen nu alleen nog maar verder kunnen rijden in de richting Driebergen-Zeist. Bevorderen van de doorstroming en de snelheid, vond ProRail. Een keurslijf, waardoor ingrijpen bij verstoringen erg moeilijk zal worden, vonden de consumentenorganisaties.

Met ingang van 11 december worden op veel trajecten meer treinen ingezet dan vroeger, zijn veel mensen een minuutje of wat sneller op hun bestemming, zijn sommige verbindingen waar je altijd moest overstappen, ineens rechtstreeks en blijken andere met ingang van 11 december ‘geknipt’.

98% van de regelmatige reizigers zullen een verandering merken, zegt NS. Maar in veel gevallen komt die slechts neer op een minuutje eerder of later vertrekken.

 

Klagen over klagen

Nou is het een onwrikbare natuurwet bij dienstregelingswijzigingen dat, waar het voor de één beter wordt, anderen moeten inleveren. Er zijn ook passagiers die er op achteruit gaan; de NS erkent dat zelf.

Maar dat is goed nieuws voor de landelijke organisatie van de vereniging ROVER, die weer een aantal medewerkers achter een klaagtelefoon kan zetten, en zodoende haar bestaansrecht weer eens kan bewijzen.  Er is dan ook al een klachtenlijn geopend, die honderden telefoontjes per dag krijgt te verwerken, zoals ROVER-hoofdman Arriën Kruyt trots in de media laat aantekenen.

Ik heb het geloof ik al eerder verteld, maar het is het waard om het te herhalen. In de tijd dat ik zelf ROVER diende als afdelingssecretaris, was ROVER voor 100% een vrijwilligersorganisatie. Op het landelijk hoofkantoor zaten 1 à 2 vrijwilligers die al het bureauwerk moesten doen, waaronder de telefoon bemannen en dus ook klagers te woord staan. Begrijpelijk, dat ROVER het liefst zo weinig mogelijk klachten kreeg en dat we ons uitputten in goede suggesties om het OV te verbeteren. Maar tegenwoordig lijkt geklaag het hoofddoel van deze over-gesubsidieerde club die met tien keer zo veel geld als vroeger nog niet een tiende presteert voor de reiziger van wat wij deden.

Waarmee ik natuurlijk niets kwaads wil zeggen over de mensen uit de ROVER-afdelingen, die het allemaal nog onbezoldigd zelf opknappen. In mijn tijd had ik daarbij meer last dan gemak van het landelijk bestuur.

Maar laat ik niet klagen over klaagorganisaties, want dat wordt een soort meta-klagen, klagen in het kwadraat.


Tim begon in Zwolle

Laat ik liever de lezer voorstellen aan de verantwoordelijke man, Tim van Leeuwen. Vroeger werd een nieuwe dienstregeling ontworpen door anonieme klerken in de Utrechtse kantoorbunkers van NS. Deze keer trad de projectleider nadrukkelijk voor het voetlicht. Of dat verstandig is, is de vraag, want ontevredenen kunnen hem nu persoonlijk aanspreken; het kwaad heeft een gezicht gekregen.  

In diverse media kwam Van Leeuwen naar buiten met zijn verhaal. Hij heeft het wiel als het ware opnieuw uitgevonden. Maar dat dan wel met veelal dezelfde uitgangspunten als vroeger. Tim begon in Zwolle, want daar moeten vrijwel alle treinen nu eenmaal kwart vóór en kwart over aansluiting op elkaar geven; dat staat zo vast als de wetten van Kepler, of als het axioma dat de kortste verbinding tussen twee punten een rechte lijn is.

Maar snijdt dat nou wel hout, dat verhaal van Zwolle? Veronderstel als Van Leeuwen eens gezegd had: ‘We moeten die treinen in Zwolle eens een beetje beter spreiden over het uur, zodat de stationshal rond 15’ en 45’ niet meer zo verschrikkelijk druk is’. Hoe had het spoorboek er dan uitgezien? Ja, ROVER had dan wel een heel call center voor klagers kunnen beginnen. Maar soms moet je gewoon eens iets proberen, vind ik.

Met die knoop in Zwolle en nog veel andere axiomata zal zo’n nieuw spoorboekje toch in grote lijnen hetzelfde uitpakken als het oude. Het is een geliefde eeuwenoude wijsheid van mij, zelf verzonnen: ´In onze snel veranderende wereld blijven toch een hoop dingen altijd en eeuwig hetzelfde´.

 


Snel naar huis! Forenzen in de avondspits op het Hemperron op Amsterdam Sloterdijk

Grote wijzigingen in het verleden

1998: Wierden – Cabine Oostnet-trein Almelo-Mariënberg – station Mariënberg – Zuidhorn – Hilversum – Haarlem Spaarnwoude

Ik schreef stukken als dit voor het eerst in 1998, toen we de grootste spoorboekwijziging ondergingen sinds de introductie van de Intercity in 1970. Hier vind je nog deel 1, waarna de rest de weg vanzelf wijst. Nieuwe dienstregelingen gingen toen nog in onder een voorjaarszonnetje; dat hadden ze voor wat mij betreft wel zo kunnen laten.

Hét klapstuk dat jaar werd niet door NS verzorgd maar door Lovers Rail, met forenzentreinen Haarlem – Amsterdam. Het experiment met concurrentie óp het spoor was van zeer korte duur; Lovers trok zich terug van het spoorwegnet, nog net voordate hun ouwe, afgetrapte treinen uit elkaar zouden vallen. Concurrentie óm het spoor is na 1998 snel gemeengoed geworden; inmiddels zijn een stuk of 20 regionale spoorlijnen losgeweekt uit het NS-net.

De volgende grote wijziging, die van december 2006, is me een beetje ontgaan. Bij een speurtocht in mijn archieven vond ik er geen artikel over. Het gebeuren was toen al verplaatst naar de decembermaand en Ik was die winter druk bezig met afstuderen op onze huisdichter Huygens; daar zal het aan gelegen hebben. De meest ingrijpende veranderingen lagen toen op het IC-net naar Nijmegen en Limburg.

In december 2011 was er pas 5 jaar verstreken sinds de vorige operatie, maar waren er flinke tussentijdse wijzigingen op de Oude-, Schiphol- en Flevolijn. Waar de dienstregeling het jaar daarop alweer op de schop ging in verband met opening van de Hanzelijn op 6 december 2012. Die had repercussies voor de Oude- en Schiphollijn, en die zijn anno 2016 gedeeltelijk weer teruggedraaid. Want dat is ook een van mijn waarheden als een koe: ´Twee revoluties, of vier keer kantelen, en alles is weer bij het oude´.

Dat zie je vooral op Leiden Centraal.

 

Ik begin in Leiden

Cross-platformoverstappen hersteld


Om die reden begin ik in Leiden, terwijl dienstregelingsarchitect Tim in Zwolle begon. En ook nog om een andere reden: ik woon daar, en mijn meeste treinreizen beginnen of eindigen so wie so op Leiden Centraal.

De wijziging van december 2012 pakte niet onverdeeld gunstig uit voor dit scharnierpunt van Schiphol- en Oude Lijn. Enkele overstappen op hetzelfde perron (cross-platform, in goed Engels) vervielen. En bovendien werd op een paar trajecten de kwartierdienst vervangen door een onhandige 10-20-minutendienst of daaromtrent. Dat was het geval met de Sprinters en IC’s naar Den Haag Centraal en de IC’s naar Schiphol.

Het is nu allemaal rechtgetrokken. Rond het hele en halve uur heb je op Leiden Centraal nu een cross-platformoverstap van de IC Lelystad – Dordrecht (via Schiphol) op de IC Amsterdam Centraal – Den Haag Centraal (via Haarlem) en omgekeerd vice versa.  Rond kwart voor en kwart over heb je hetzelfde tussen de IC’s Amsterdam Centraal – Vlissingen (nu weer via Haarlem) en de IC’s Groningen / Leeuwarden – Den Haag Centraal (via de Hanzeroute en Schiphol).

Van de Sprinters die Leiden aandoen, bleef alleen die van Den Haag Centraal naar Haarlem intact. Een verandering is wel, dat hij vroeger aansluiting bood op de Hanze-IC’s naar het noorden, maar nu in feite nergens meer op. Wel een voordeel is dat hij nog steeds een heel kort oponthoud heeft in Leiden. Het is ook hier het een of het ander: goed aansluiten of lekker snel doorrijden.

De ellenlange Sprinterlijn Den Haag Centraal – Leiden – Schiphol – Weesp – Hilversum – Utrecht Centraal keert niet terug in het spoorboekje. Die is vervangen door een nog veel langere: Den Haag Centraal – Leiden – Schiphol – Weesp – Lelystad – Zwolle. Deze lijn is het tegendeel van Den Haag – Haarlem; de treinen staan 11 tot 13 minuten stil op Leiden Centraal, maar geven daardoor wel aansluiting op de IC’s, waarvan hij er 2 ziet passeren.

In de nieuwe dienstregeling komen meer van dit soort vreemde creaturen voor, waaronder de Sprinter Den Haag – Utrecht – ‘s-Hertogenbosch. Je vraagt je af wat de zin ervan is; de meeste passagiers reizen met een Sprinter toch niet verder dan het eerste IC-station.

Iets normaler, maar toch onvoordehandliggend is de nieuwe Sprinterserie Leiden – Schiphol - Sloterdijk (Hemboog) – Hoorn Kersenboogerd. Die trein kun je gerust nemen als je van Leiden naar Hoorn wilt; hij wordt nergens ingehaald door een IC. Het traject Leiden – Schiphol ziet nu vier keer per uur per richting een Sprinter; tot 20:00 uur ’s avonds en alle dagen van de week. Vroeger was er alleen in de spits kwartierdienst.

 



Zonder dolle, van Leiden per Sprinter naar Zwolle


IC’s die stoppen op Leiden Centraal:

Vroeger:

Groningen / Leeuwarden – Zwolle – Lelystad Centrum – Schiphol Airport – Leiden Centraal - Den Haag Centraal
Lelystad Centrum – Amsterdam Centraal – Schiphol Airport – Leiden Centraal – Den Haag HS – Vlissingen
Amsterdam Centraal – Haarlem – Leiden Centraal – Den Haag HS – Dordrecht
Amsterdam Centraal – Haarlem – Leiden Centraal – Den Haag Centraal

Nu:

Groningen / Leeuwarden – Zwolle – Lelystad Centrum – Schiphol Airport – Leiden Centraal - Den Haag Centraal
Lelystad Centrum – Schiphol Airport – Leiden Centraal – Den Haag HS - Dordrecht *)
Amsterdam Centraal – Haarlem – Leiden Centraal – Den Haag HS – Vlissingen
Amsterdam Centraal – Haarlem – Leiden Centraal - Den Haag Centraal

*) met aansluiting op Almere Centrum op nieuwe IC Almere Centrum – Amsterdam Centraal


Leiden Centraal; meteen alweer gedonder

Al die lijnen neem ik later nog wel eens. Op deze D-day (Dienstregeling Dag) stel ik op de late zondagmorgen op Leiden Centraal vast dat het meteen alweer een zooitje is. De vertragingen zijn niet van de lucht. Verder heb je de vele geplande stremmingen, juist in zo´n weekend dat het nieuwe schema ingaat. Stel die werkzaamheden dan toch een paar weken uit; zo wennen mensen nooit aan de nieuwe tijden.

Daarbovenop komt nog ongeplande malheur: een boom op de bovenleiding tussen Utrecht en Driebergen Zeist. En ook in Zuid-Limburg ligt de dienstregeling aan puin. Dat zal wel ongewoonte zijn. Er rijden sinds vanmorgen Arriva-stoptreinen op NS-spoor. Lange tijd is dit voor even onmogelijk gehouden als de kwadratuur van de cirkel of overschrijding van de lichtsnelheid. Ja, en er is ook gratis vervoer bij Arriva; daar komen de Limbo’s massaal op af na de preek en / of de bloasmuziek op zondagmorgen.

Ik kijk alle rottigheid in Leiden eens een poosje aan en neem daarna de IC naar Utrecht – die zowaar op tijd is, en nog op dezelfde tijd vertrekt als altijd - om die in Alphen a/d Rijn alweer te verlaten. Tussen die stad en Gouda rijden ze vandaag met FLIRT´s, en dat wil ik zien!

 

 

Vuurdoop van de FLIRT







Een nieuwe exploitant, een nieuw treintype. Om met het laatste te beginnen: FLIRT’s hebben we de laatste maanden vaak vanuit het treinraam op emplacementen zien staan of zien passeren tijdens proefritten. Maar met ingang van vandaag rijden ze voor het echie, met passagiers. Behalve in de polders van Zuid-Holland kun je ze tegenkomen op verschillende stoptrein- / Sprintertrajecten in uiteenlopende delen van het land, en bij meerdere spoorwegmaatschappijen. Ongetwijfeld krijg ik er de komende maand nog meer voor de lens.

De FLIRT bevalt me prima: een geruisloze, schokvrije gang, fatsoenlijke zitbanken, WiFi (door mij vergeten uit te proberen) en aansluitingen voor elektronica in eerste en tweede klasse. De eerste klas zit achter een met een schuifdeur afgeschermd hok aan de kop van deze enkelgelede wagens. Aan de andere zijde heb je een verhoogde tweedeklascoupé waarvandaan je een aardige interieurfoto kunt maken. En ergens daartussenin is het gezellige zitje dat er tegenwoordig een beetje bijhoort in treinen.

Bijna een bijzonderheid in een nieuwe stoptrein, de laatste jaren, is de aanwezigheid van een plee, zelfs op dit 18 km lange lijntje, waar je je plas of kak hooguit 20 minuten hoeft op te houden.

De FLIRT rijdt al een jaar of 10 rond in vele landen in Europa en omstreken. Hij komt uit de Zwitserse fabrieken van Stadler, dezelfde wiens GTW’s op vele lijnen in Nederland heen en weer rijden. GTW betekent: GelenkTriebWagen; FLIRT is de afkorting van niet minder dan: `Flinker Leichter Innovativer RegionalTriebzug een hele Duitse mond vol. Flink betekent niet flink, maar vliegensvlug.

Zo’n FLIRT zit geheel anders in elkaar dan een GTW. De doorloop-motorbak van de laatste is er niet. Bovendien heeft een FLIRT zgn. Jacobsdraaistellen, dat wil zeggen, onder de harmonica’s tussen de bakken in.

Ik ben blijer dan ooit tevoren dat die treurnis met die Rijngouwelijn niet heeft doorgezet. Een schuddend, lawaaierig lagevloertrammetje met een top van 80 km/uur, dat is toch niet waar we op zitten wachten.  *)

Dat doen we wel nog steeds op de beloofde stations Boskoop Snijdelwijk en Waddinxveen Zuid, bij bedrijventerrein Coenecoop en de wijk-in-aanbouw Triangel. Ook wacht de reiziger met smart op de kwartierdienst op deze lijn en de uitbreiding van infrastructuur die dit mogelijk moet maken. Vrijwel alles verbetert met ingang van heden, overal in het land, maar in het Groene Hart gebeurt dat al heel wat jaren ‘volgend jaar’.

*)  Maar ook met de FLIRT's is niet iedereen tevreden. Ze maken rare bijgeluiden en vallen in de weken hierna te vaak uit, volgens een bericht van Omroep West. Een dieptepunt wordt bereikt op vrijdag 20 januari 2017. Alle zes de FLIRT-treinen op deze lijn (twee aan twee gekoppeld in de normale dienst, plus twee reserves) hebben panne. Er is de hele dag geen treinverkeer mogelijk tussen Alphen en Gouda. Ook op zaterdagmiddag 28 januari zal het radarwerk op dit lijntje grotendeels stilstaan.

Abellio´s troostprijs: veenboemel Alphen a/d Rijn – Gouda

Dit lijntje door bijna de laagstgelegen regionen van het land, wordt sinds deze zondag geëxploiteerd door Abellio. Abellio, Abellio, waar heb ik die naam eerder gehoord? Oh ja, in verband met het aanbestedingsdebacle in Limburg, waar deze NS-dochter gediskwalificeerd werd wegens gesjoemel.

Die concessie, in de Nederlandse provincie waar corruptie deugd is en eerlijkheid zonde, is ook vandaag ingegaan en is 2 miljard euro waard. Arriva ging er uiteindelijk mee aan de haal. De concessie in het Zuid-Hollandse veen, die ook geldt voor de duur van 15 jaar, levert een stuk minder duiten op. Toch is het een mooie troostprijs voor dochterlief, de bitch uit de NS-familie. Wie het kleine niet eert, heeft van het grote niets geleerd. Ik ben nogal aforistisch, vandaag.

De concessie voor Alphen – Gouda is verleend door de provincie onder het logo en de clubkleuren van R-net. Met dit lijntje erbij wordt dit keurmerk voor top-OV meer dan ooit een samenraapsel. R-net begon rond Amsterdam met snelbuslijnen, spitsbussen en ook nog wat vrij gewone streeklijnen. Toen kwam er een soort Interliner van Rotterdam naar de toendra’s van Zuid-Holland. Toen een paar doorsnee-tramlijnen in ’t Haagje die me, voordat dat keurmerk er was opgeplakt, nooit zijn opgevallen door een overgrote kwaliteit. En van dit veenlijntje is het vooral de verdienste dat het er IS; verder evenmin bijzonder als vele andere regionale spoorlijnen.

Tot gisteren had deze lijn twee dienstregelingspatronen, een voor de spitsuren en een voor de rest van de tijd. Die waren ten opzichte van elkaar een kwartier verschoven. In de spits reed er een rechtstreekse trein Leiden – Gouda; in de rest gaf de IC Leiden – Utrecht in Alphen aan den Rijn aansluiting op de Sprinters Alphen – Gouda.

Dat laatste patroon geldt nu 18 uur per dag en 7 dagen per week. In de spits moet je nu ook overstappen. Dit zeer tot ongenoegen van ROVER (of juist genoegen, je weet het nooit met die club). Die gaan nu in de spitsuren mensen op de Alphense perrons posteren om te controleren of de aansluitingen tussen NS en zijn kroost wel worden overgenomen. Die koude klus zal ook wel weer neerkomen op vrijwilligers uit de afdeling.

Deze dienstregeling heeft toch ook nog een voordeel, door ROVER over het hoofd gezien. Nu wordt de hele dag hetzelfde patroon gereden. Vroeger, vroegâh, viel er op de grens van spits en dal telkens een gat van 45 minuten.

Niet alles is verslechtering. Dat geldt ook voor het chippen. Ondanks dat deze lijn door Abellio gereden wordt, hoef je niet om te chippen bij een overstap van / naar NS.

Abellio slaagt er vandaag nog niet in, de treinen op tijd te laten vertrekken. De lijn is grotendeels enkelsporig, de treinen passeren elkaar in Boskoop, en als er een te laat is, raakt de andere automatisch ook achter op zijn schema.

Tussen Alphen en Boskoop zwaai ik naar een treinenfotograaf die naast zijn auto langs de spoorbaan staat. Ook hij heeft nu wat ik heb, een kiekje van de FLIRT op de eerste dag van exploitatie. Dit zijn van die treinenliefhebbers van de koude grond, die nooit IN een trein gespot willen worden.

Maar hij brengt me wel op een idee. Ik stap uit bij Waddinxveen en loop de vertrekkende trein achterna en hem daarmee ook weer tegemoet; op de terugweg uit Gouda neem ik hem op de korrel.

Ik loop daartoe langs het Spoorpad, ook zo’n naam waarover de straatnamencommissie tot halfvier in de nacht heeft zitten vergaderen. Die R-Net-kleurstelling werkt niet echt op een donkere winterdag; dat wordt thuis Photoshoppen.

Ik ben al een eeuwigheid niet in Waddinxveen geweest. Het is ook geen dorp dat zich naar je toezuigt zoals een magneet ijzervijlsel. Er is in Waddinxveen een heel nieuw dorpscentrum ontstaan, met moderne winkels, parkeergarages en een kerstboom.

 

Via Rotterdam naar Den Haag en terug naar Leiden

Verder naar Gouda. De FLIRT is best druk; niet zozeer met andere treinhobbyisten, als wel met mensen die naar Gouda willen. Ik maak vanmiddag een ronde van Zuid-Holland, en stap over naar Rotterdam via Nieuwerkerk aan den IJssel. Weinig veranderd op dit traject, met de nieuwe dienstregeling.

In Rotterdam is het treinenaanbod naar Den Haag sterk uitgedund, zoals gezegd, maar hetzelfde geldt voor het reizigersaanbod; klanten wegjagen werkt meestal uitstekend.

Ik pak de Sprinter naar Den Haag Centraal. Tussen Den Haag Centraal en Leiden Centraal rijden 8 treinen per uur per richting, net als voorheen; 4 IC’s en 4 Sprinters. Wat wel apart is dat vanuit Leiden het aantal vertrekmomenten gestegen is van 6 naar 8. In Den Haag waren dat er al 8. Maar die waren heel raar verdeeld: eerst 2 IC’s, dan 2 Sprinters, etc. En nu is het: IC – Sprinter – IC – Sprinter, precies zoals je verwacht.

Hoe Tim het deed, deed-ie het; Tim de Wonderjongen, Tim de tovenaarsleerling!

 

In Den Haag pak ik na donker de draad weer op op station Den Haag Laan van N(ieuw) O(ost) I(ndië). In de tussentijd heb ik gewandeld en koffiegedronken met mijn broertje en heb ik een kledingmagazijn bezocht. Dit voor lezers die niet houden van tijdgaten in verhalen.

Dit station met die lange naam is mijn geboortestation, zoals ik altijd zeg. Hier stond mijn wieg. Ja, in een Voorburgs portiekflatje hier in de buurt, bedoel ik; niet op het perron.

Nog altijd vertraging op de Oude Lijn. Op station LvNOI stoppen nog steeds 4 IC’s per uur per richting. Alleen de tijden zijn veranderd. Ze gingen altijd rond de hele kwartieren, of je nou richting Leiden of Rotterdam ging, maar nu is het 06, 21, 36 en 51 naar Leiden en 09, 24, 39 en 54 naar Rotterdam. Over een paar weken zijn wel er wel aan gewend, aan dit soort dingen.

 



De ultieme test: Leiden – Castricum in de maandagochtendspits

Nou, en dan kunnen we ons opmaken voor de ultieme test van een nieuwe dienstregeling: de eerste maandagochtendspits. Ik ga vandaag naar Castricum voor een kantoordag; je kunt niet altijd thuiswerken. Heb ik nou zelf eigenlijk wel voordeel van dat nieuwe spoorboekje, of wordt het allemaal nóg erger?

Vorig jaar december had ik de sof dat de IC Haarlem – Alkmaar grotendeels werd opgedoekt. Hij reed alleen nog maar in de spits, en wel ’s morgens naar Haarlem en ’s middags naar Alkmaar, zodat ik er niets meer aan had. Bovendien stopte hij niet meer in Castricum, zodat ik er dubbel niets meer aan had.

Dat laatste is teruggedraaid; tot opluchting van Castricummer forenzen en studenten kun je in die plaats nu weer instappen. Maar die trein rijdt nog steeds alleen in de voor mij verkeerde richting.

Vorig jaar ging ik over tot een snellere omweg via Sloterdijk. Mijn rit Leiden - Castricum duurde 55 minuten. In de nieuwe dienstregeling doe ik er nog steeds 55 minuten over. Maar ik kan nu weer door de Velsertunnel in plaats van door de Hem-. De aansluiting in Haarlem op de Sprinter naar Alkmaar is verbeterd. Bovendien staat die niet meer zo lang stil in Uitgeest.

Als ik in Leiden om 8:05 de IC neem naar Amsterdam, en in Haarlem overstap, zou ik om exact 9:00 in Castricum moeten zijn. Terug moet ik daar weg om bijvoorbeeld  17:32 uur en ben dan 18:25 uur in Leiden; nog 2 minuten sneller, zelfs. Toch een verbetering, vooral omdat ik me nu niet meer in en uit die overvolle treinen tussen Haarlem en Amsterdam hoef te wringen.

Ik zie het meteen als ik maandagmorgen de stationshal van Leiden Centraal binnenkom. Het digitale vertrekbord ziet donkerblauw van de vertragingen en grijs van de uitgevallen treinen.

Mijn IC Den Haag - Amsterdam van 8:05 blijft er, volgens het bord, als een van de weinigen verschoond van. We kijken dan op het perron ook vol verwachting in de richting Den Haag, waarvandaan voorlopig echter niets lijkt te komen. Om 8:07 rijdt de trein toch nog binnen, maar leeg, en vanaf de andere kant, tot onze verrassing.

Dan duurt het nog een eeuw voordat de meester naar het andere uiteinde van de trein is gesjokt. Met bijna 10 minuten vertraging vertrekken we. Ik heb zo´n donkerbruin vermoeden dat ik in Haarlem mijn aansluiting op de Sprinter naar Alkmaar zal missen. Dit voorgevoel wordt bewaarheid als mijn IC Haarlem binnenloopt en ik de Sprinter er met even veel vaart uit zie rijden.

Dan maar weer zuchtend via Sloterdijk. De trein stuift dat station met een noodvaart binnen en komt tot stilstand met een noodstop, hortend en stotend met veel geblaas en gesis uit het motorblok. De machinist dacht zeker dat Sloterdijk IC-station af was in het nieuwe spoorboekje. Zijn we in de cabine op maandagmorgen ook weer een beetje scherp, s.v.p.?

Ook op Sloterdijk veranderingen. De IC naar Den Helder gaat om 8:45 in plaats van 8:48. Maar vandaag om 8:55 in plaats van 8:45 want ook deze trein is vertraagd.

Vroeger belde ik in zo´n geval mijn collega´s dat ik wat later kwam. Maar tegenwoordig zit ik op zo´n modern flexkantoor zonder vaste werkplekken. Dat heeft vele voordelen, waaronder dat het niet meer opvalt als je te laat of helemaal niet komt (‘Oh, die zal vandaag wel thuiswerken’) . Maar ik zie nog wel eens gebeuren dat de volgende kop in de krant staat:


Ontredderde collega´s: “Wij dachten dat hij thuiswerkte”.
 Ambtenaar ligt 8 maanden dood in woning

Een half uur vertraging, al met al. Afgelopen vrijdagmorgen was ik maar 30 minuten te laat; het werkt al, die nieuwe dienstregeling!

Dat merken ze ook in Den Helder. Mijn trein komt daar dus straks tien minuten te laat aan. Maar dan komt hij helemaal niet meer aan. Want hij heeft sinds zondag een heel korte keertijd in Den Helder, 8 minuten. Bij vertraging zou hij dan ook alweer te laat vertrekken op de terugweg naar Nijmegen. Dus laten ze hem op de heenweg slechts tot Anna Paulowna rijden. Daar worden de reizigers er plompverloren uitgebonjourd.

Dat kun je mensen toch niet aandoen; in Anna Paulowna wil je, zeker op de winterdag, nog niet levenloos aangetroffen worden. En intussen staan de perrons in Den Helder en Den Helder Zuid vol met passagiers die geen trein zien komen. Kwaaie stukken in de krant. Ook hier maakt NS zich niet populair. Maar aan het eind van de eerste dienstregelingsweek zal het spoorwegbedrijf beloven dat er snel een extra trein ingezet zal worden in Den Helder om deze zeperd in de toekomst te voorkomen.  

 

 

Toch nog de Sprinter Alkmaar - Haarlem




De Sprinter Hoorn – Amsterdam, moest ik eigenlijk schrijven. Dat is ook weer zo´n lang, vreemd kronkelend geval. In een tijd van exact anderhalf uur rijdt hij van Hoorn via Alkmaar en Haarlem naar de hoofdstad, met dus geen pauze meer in Uitgeest, maar wel in Alkmaar.

Ik neem hem op de terugweg. Hij is niet nieuw, maar een blijvertje in het spoorboek. Afgelopen zaterdag had ik hem ook, van Haarlem tot Santpoort Zuid, dat ik een keer of 1600 gepasseerd ben in mijn leven, maar waar ik nog nooit was uitgestapt.

Ik ging naar Santpoort voor een stukje over HOV-Velsen. Die busbaan, deels over het oude Vislijntje naar IJmuiden, is bijna klaar en dat is een blijde gebeurtenis die ik bewaard heb voor de kerstaflevering.

In Haarlem sta ik op scherp voor een sprint naar de IC Den Haag. Maar het treinverkeer met Leiden ligt lam. Jemig, wat is er nou weer loos? Springer bij Noordwijkerhout. Alweer iemand die het leven in – volgens onderzoekers – bijna het gelukkigste land ter wereld niet meer aankon; het neemt hand over hand toe, lijkt het wel.

Maar als je zoiets op het perron verneemt, denk je toch, verschrikkelijk egocentrisch: waarom heb IK dat nou weer? Konden ze niet een hek van in totaal 3000 kilometer lengte langs alle spoorwegen van Nederland zetten? Vooral voor het verhinderen van zelfmoorden, uiteraard; niet in de eerste plaats voor het humeur van de forens. Zo’n hek als wat Trump langs de Mexicaanse grens wil plaatsen. En dan alle perrons afsluiten met deuren die pas opengaan als de trein gereed staat. Zoiets moet toch op z’n minst overwogen worden. Dat helpt heus wel. De metro van Lille, daar springt echt nooit iemand voor.

Goed, ik reis naar Sloterdijk - ik schiet lekker op, vanavond!! - en neem daar die nieuwe Sprinter Hoorn - Leiden, waarover hieronder meer.

Onderweg tik ik me helemaal lens voor dit stukje, dat ik zondag al op de site wil hebben. De foto’s zijn ook wel aardig. Op zo’n winterspitsuur in het donker maak je toch heel andere foto’s dan in een stukje voor ´Beminde zaterdag´. Schimmig-sfeervol zijn ze: het werkvee, de lijfeigenen van onze maatschappij, die grauwe massa proletariaat in het halfduister op de perrons.

 

Geen revolte tegen de volte

Op dinsdag hoef ik pas tegen het middaguur op pad; ik heb vanmiddag een vergadering in Alkmaar. Deze keer loopt mijn overstap op de Sprinter Haarlem – Alkmaar perfect.

Terug gaat het weer wat minder. Ik neem de IC van 17:14uit de Kaasstad die op Sloterdijk een sprintoverstap geeft naar Leiden – dat wil zeggen: een krappe overstap op een Sprinter (die lange van Zwolle naar Den Haag), waarvoor je moet sprinten. Maar mijn IC is te laat want die zit in de Zaanstreek achter een andere Sprinter. We gaan langzaam, en ik kan het naambordje lezen van het hernoemde station Koog Zaandijk, dat nu Zaandijk Zaanse Schans heet.

Op Sloterdijk mis ik de overstap ruimschoots en wil nu de eerstvolgende IC naar Leiden nemen. Die is veel te kort, vier bakken IRM, maar 50 reizigers weten zich er nog in te douwen en te ellenbogen. Samen met een man of 100 blijf ik achter op het perron.

Dat er geen oproer uitbreekt! We zijn veel te lief, veel en veel te aardig. Ja, er heerst een geest van opstand in dit land; ons volk heeft eerder dit jaar het Oekraïne-feestje van Rutte en Merkel verpest en stemt straks in maart massaal op protestpartijen. Maar zo’n te korte trein laten we gewoon passeren. Eigenlijk zou deze trein op zijn eindstation moeten aankomen zonder nog een flintertje glas in de sponningen. Reizigersrevolte tegen het NS-tablishment!


Castricum

Woensdag heeft NS eindelijk de slag te pakken. Geen minuut vertraging zal ik vandaag oplopen tijdens een handvol ritten. Leiden - Castricum loopt op rolletjes; om 9:00 precies stap ik uit.

Om 13:00 uur besluit ik spontaan, mezelf een middag vrijaf te geven door nog wat plus-uren op te maken vóór de jaarwisseling. Dit besluit kent een paar aanleidingen, waarvan een al te copieuze kerstlunch nog de aangenaamste is.

Ik pak wederom de Sprinter die het onderwerp is van dit hoofdje, maar nu de andere kant op: Hoorn.

We hebben vanmorgen op de afdeling allemaal een adventskalender annex kraslot gekregen. Je moet elke dag een vakje openen en dan krassen. Dan verschijnt er een kerstsymbool: kaars, kerstman, dat soort werk. Bepaalde combinaties van symbolen geven recht op een prijs. Kerst en materialisme gaan toch opvallend graag hand in hand. ‘Ga die loten nou niet onderling zitten ruilen’, heb ik vermanend gezegd tegen collegae dit dat van plan waren, ‘daar komt geheid gedonder van als er een prijs op valt’.

Ik pulk, tijdens deze treinrit door een mistige wereld, alle vakjes open, ook die van dagen die nog niet aangebroken zijn. In mijn kindertijd durfde ik dat nooit, als ik een adventskalender kreeg. Ik dacht altijd dat het ongeluk bracht als je stiekem vooruit keek (niet eens naar een prijs, alleen maar naar een plaatje), maar ik ben tegenwoordig zowel de schaamte als het bijgeloof voorbij.

Als ik minstens een ton win op die kaart, zien ze me nooit meer terug in deze regionen. Als ik een kwart miljoen win, schenk ik 1000 euro de man aan de eerste 100 lezers die me een mail sturen met hun IBAN. Zonder erg veel hoop kras ik met een euromunt alle krasvlakken open. Wat een ongelooflijk vervelend en stompzinnig werkje is dit. Maar het gaat tenslotte om een tiet met geld.

En… Yes, Yes, Jááááá, ik heb prijs!, OMG, ik heb eens wat gewonnen, ik moet me beheersen om niet te gaan schreeuwen; ik heb eens een keertje geluk, zeg! Ja, OK, 5 euro maar. En die kan ik niet eens claimen op een website; ik moet met die kaart ook nog naar een winkel, voor dat rottige halve tientje. Had ik die kaart maar geruild! Maar zei ik net zelf niet: Wie het kleine…

 


Sprinters Schiphol-, Flevo-, Hanze en Gooilijn

Vroeger:
Den Haag Centraal – Leiden Centraal – Schiphol Airport – Amsterdam Zuid – Weesp – Utrecht Centraal
(Leiden Centraal –) Hoofddorp – Schiphol Airport – Amsterdam Zuid – Weesp – Almere Oostvaarders
Hoofddorp – Schiphol Airport – Amsterdam Centraal – Weesp – Amersfoort Vathorst
Hoofddorp – Schiphol Airport – Hoorn Kersenbogerd
Amsterdam Centraal – Weesp – Almere Centrum – Lelystad Centrum – Zwolle
Utrecht Centraal – Naarden-Bussum - Almere Oostvaarders

Nu:
Den Haag Centraal – Leiden Centraal – Schiphol Airport – Amsterdam Centraal – Weesp – Almere Centrum – Lelystad Centrum – Zwolle
Leiden Centraal – Schiphol Airport – Hoorn Kersenbogerd
Hoofddorp – Schiphol Airport – Amsterdam Centraal – Weesp – Amersfoort Vathorst
Hoofddorp – Schiphol Airport – Amsterdam Zuid – Weesp – Utrecht Centraal
Hoofddorp – Schiphol Airport – Amsterdam Zuid – Weesp – Almere Oostvaarders
Utrecht Centraal – Naarden-Bussum – Almere Centrum



 

Sprinter Hoorn - Kersenboogerd - Leiden

Kersenbogerd

Ik neem in Hoorn de IC Enkhuizen, en stap uit op Hoorn Kersenbogerd. Dat is het beginpunt van die nieuwe Sprinterlijn via Amsterdam Sloterdijk en Schiphol  naar Leiden Centraal.

Feitelijk is die niet helemaal nieuw; de bestaande lijn Hoorn Kersenbogerd – Hoofddorp, over de Hemboog, is doorgetrokken naar Leiden. Ik noemde die lijn vorig jaar een blindganger, die nergens op aansloot en op Sloterdijk stopte op een excentrisch gelegen perron. Dat is nog steeds wel zo. Maar hij rijdt nu tussen Hoorn en Sloterdijk in ieder geval min of meer in gecombineerde kwartierdienst met de IC Enkhuizen – Amsterdam.

Op station Amsterdam Lelylaan klonk gemurmureer bij het ingaan van de dienstregeling. Dit station raakte zijn enige IC, Lelystad – Vlissingen, kwijt; die gaat nu via Haarlem. Maar met vier Sprinters per uur naar Leiden Centraal en Amsterdam Centraal is op station Lelylaan al te hard geklaag toch wel wat overdreven.

De Sprinters rijden best snel door op dit traject. Sloterdijk – Leiden gaat in 34 minuten, slechts 2 a 3 minuten trager dan de IC’s via Haarlem. Daardoor biedt deze Sprinterserie ook een alternatief voor mijn woon-werkverkeer. Als ik 'm neem op Leiden Centraal en in Zaandam cross-platform overstap op de IC Alkmaar, ben ik maar 2 minuten langer onderweg dan via Beverwijk. Ik probeerde het uit in de nabij toekomst, op mijn eerste kantoordag van het nieuwe jaar: dinsdag 3 januari 2017. Het liep perfect.

Ook in het heden, nog voor kerstmis, heb ik geen vertraging; ik zal aan het eind van de middag vlotjes in Leiden belanden. Maar niet voor mijn reis onderbroken te hebben in Purmerend om een bijzondere brug te zien. Even een intermezzo in dit treinenstuk. 

 

Purmerend

Stairway to Heaven in Purmerend

Toen ik 5 jaar geleden schreef over de R-net-bussen Purmerend – Amsterdam, zag ik in het stadshart van Purmerend een bijzondere brug in aanbouw. Eens kijken hoe die er nu na voltooiing uitziet. Vanaf station Purmerend moet ik een klein kwartiertje naar het westen lopen om hem te zien.



Dit is hem dan, en de zon is inmiddels alsnog doorgebroken om hem luister bij te zetten. Het is een dubbelbrug, een fiets-voetgangersbrug over het Noordhollandsch Kanaal, die het centrum verbindt met de wijk Weidevenne. De fietsbrug kan open en scheert over het water; de steile voetgangersbrug klimt over de fietsbrug heen en reikt tot een hoogte van 12,5 meter boven het wateroppervlak.

Ik zie fietsers zowel als voetgangers over de fietsbrug gaan, en geen mensen te voet over die hoge boog. Hij ligt er vermoedelijk alleen voor de sier en het uitzicht.

Ik heb geen idee hoe die brug heet, maar doop hem: ´Stairway to Heaven´. Hoe hoog zou Led Zeppelin dit jaar staan in de Radio 2 top 2000? Maar later zoek ik op dat het de Melkwegbrug is; ook wel een toepasselijke naam. Hij is ontworpen door architectenbureau Next Architects uit Amsterdam. Van verbijstering over die brug vergeet ik het EBS-busstation aan de voet van dat gevaarte te fotograferen.

Dat gezellige plein met dat standbeeld met die gigantische stierenkloten kan ik niet terugvinden. Het station helaas ook niet meer. Ik ben dan te bleu of te trots (welk van de twee is nog geen uitgemaakte zaak) om de weg te vragen aan een voorbijganger, en dwaal een poosje rond, totdat ik in de verte ineens een trein zie rijden.

Zo vind ik het station dan uiteindelijk terug. Het ziet er ineens heel anders uit dan ik me herinner van daarnet. Maar dat zal liggen aan de lichtval op de late middag. En aan het feit dat dit station Purmerend Overwhere is, in plaats van Purmerend Sec, waar ik ben uitgestapt. Dit is toch niet te filmen...

Dit staaltje oriëntatievermogen is de uitsmijter van deel 1. Zo tegen oudejaar zal dit artikel hieronder verder gaan, als alles verloopt volgens mijn planning.

Frans Mensonides
18 december 2016
Op pad geweest: zondag 11 tot / met woensdag 14 december 2016




Het gedrocht van Van Leeuwen: Sprinter Den Haag – Zwolle (1)

Sprinter Den Haag Centraal - Zwolle op Leiden Centraal, Amsterdam Centraal, Almere Poort en Lelystad Centrum

Na al die ritten van hierboven was ik wel toe aan een paar treinloze dagen. Donderdag moest ik naar Den Haag en nam maar eens een keer de bus, waarmee je er ook komt vanuit Leiden; vanuit Leiden Zuid West bijna net zo snel. Vrijdag was het: thuiswerken. Maar dan begint het verlangen naar een treinzaterdag toch alweer te kriebelen, en zaterdagmorgen 17 december begin ik dan ook met frisse moed aan wat ik al 'Het gedrocht van Tim van Leeuwen' (zie hierboven) gedoopt heb.

Dat is de Sprinter Den Haag - Zwolle. Hij legt een afstand af van 174 km, inclusief omweg over Amsterdam Centraal, en doet daar 2:46 uur over, wat neerkomt op een gemiddelde snelheid van 63 km/uur. Daarbij stopt hij op 25 tussenstations.

En dat allemaal met een trein zonder toilet. Deze zaterdag wordt de treinserie gereden met SLT-4-tjes. Het moet wel een vorm van zelfkwelling zijn om deze Sprinter te nemen van begin tot eindpunt, terwijl je met de Hanze-IC op het traject Den Haag - Zwolle een vol uur wint. Toch ga ik hem ‘doen’. Maar laat ik het niet te ver doordrijven. Het trajectgedeelte Den Haag - Leiden doe ik mezelf cadeau; deze reis maak ik al vaak genoeg, en dan toch liefst per IC.

Bij de lange rijtijd van deze Sprinterserie zitten ook lange wachttijden inbegrepen. De treinen staan 11 minuten stil op Leiden Centraal, 2 op Schiphol, 5 op Amsterdam Centraal, tegen alle verwachting in dan maar 1 minuut op knooppunt Weesp, maar wel weer 5 op Almere Oostvaarders en daarna meteen ook alweer 5 op het volgende station: Lelystad Centrum.

Wat heeft Tim van Leeuwen bezield om deze monstruositeit in het spoorboekje op te nemen? Wilde hij persé de langste doorgaande Nederlandse Sprinterrit aller tijden creëren? Of had hij gewoon een keer een slechte nacht gehad? Ik ga de diepere bedoeling van deze lijn al rijdende trachten te achterhalen; gezeten achter de reisplanner slaag ik er niet in. Onderweg zal ik dat ook niet echt, verklap ik alvast.

Daar kan ik me toch, ondanks mijn treinendip van donderdag en vrijdag, de hele week al op lopen verkneukelen, op zo'n maffe hobbyrit, zonder echt dringend ergens te hoeven zijn. Ik ben deze zaterdag redelijk vroeg op en wacht met vertrek nog even totdat het licht is; leuker voor de foto's. Maar in de loop van de morgen krijg ik al snel in de gaten dat het niet helemaal licht zal worden, vandaag, en ga dan maar op pad in het schemerduister.

Ik neem de trein van 10:38 van Leiden Centraal. Er wachten me nog 2:16 uur sporen tot de hoofdstad van Overijssel bereikt is, als ik het in één ruk wil doen. Veel medepassagiers heb ik niet. Dit is typisch zo'n lijn die het van spitsvervoer moet hebben, zeker tot Lelystad, waar de Randstad ophoudt. Bijna louter kantoren zie je uit het raam. Lekker rustig dus op zaterdagmorgen; een plezierig contrast met de hectiek van het woon-werkverkeer afgelopen week.

De eerste stop is Sassenheim, een station dat in 2011 zijn poorten opende, in het hart van de Bollenstreek. De Sassenheimers zijn ontevreden over de nieuwe dienstregeling. Je kunt vanuit Sassem nu niet meer rechtstreeks naar de Zuidas (Amsterdam Zuid, Amsterdam RAI). Maar dan wel weer naar Amsterdam Centraal, én helemaal naar Hoorn Kersenbogerd; ook niet te versmaden.

Het voordeel van de een is het nadeel van de ander; om dat te kunnen bedenken, hoef je geen Cruyff te heten. Ik vraag me toch wel af of de balans van zo'n herschreven spoorboekje niet negatief uitpakt. Je bent een klant sneller kwijt door een verslechtering dan dat je een nieuwe wint door een verbetering. Wie nooit met de trein reist, houdt het treinennieuws niet bij, leest ook dit stukje niet, en weet niet eens dat de dienstregeling ten gunste van hem is veranderd.

Op Schiphol loopt deze tot nu toe bijna lege trein ineens helemaal vol, voornamelijk met kersttoeristen met grote valiezen.

Amsterdam Lelylaan, daar hebben we het over gehad. Tot hier toe volgt deze Draak van Tim de route van de Sprinter Leiden – Hoorn (die we hierboven al hadden). Bij Sloterdijk gaat die laatste linksaf over de Hemboog en door de Hemtunnel. Wij slaan rechtsaf naar Centraal. Dat doet ook de Sprinter Hoofddorp - Amersfoort Vathorst, met welke we totaan Weesp min of meer in kwartierdienst rijden. Lelylaan ziet dus al met al 6 Sprinters per uur per richting stoppen en dat is niet echt slecht.

Enthousiasme maakt zich van de toeristen meester als de eerste gevels van onze hoofdstad zichtbaar worden. 'Emsterdem!' klinkt het uit tientallen kelen, we zijn er!, de stad der steden van Europa ('Jurrrrrp'). Na aankomst worden overal op het perron selfiestokken uitgeklapt en in de lucht gestoken. Weer een injectie toeristen stroomt het station uit de stad in.

Amsterdam is de 'overlast' van toeristen beu. Er zijn steden op de wereld waar ze juist blij zijn met wat aanloop, of waar de economie zelfs grotendeels op toerisme drijft. Maar de metropool die van professor Zef Hemel de hemel in moet groeien naar 2 miljoen inwoners, kan de toeristen al niet eens aan.

Die 2 miljoen inwoners gaan vervoerd worden met nog aan te leggen metrolijnen. Amsterdam produceert zulke lijnen in een gemiddeld tempo van 6 hectometer per jaar (zie de Noord/Zuidlijn!) dus dat metronetwerk is ergens in de loop van de 22e eeuw wel af. Voorlopig is het metronet van RET bijna 2 keer zo uitgebreid als dat van het GVB, en die voorsprong zal voorlopig alleen nog maar uitgroeien, zoals die van Feyenoord op Ajax in de Eredivisie.

Ik stap uit, maak een foto, en stap weer in. Verder gaat het, langs onder andere het Science Park, waar in het weekend niet gescienced wordt. De trein is weer rustig; alleen tussen Schiphol en Amsterdam Centraal had hij zijn volle zitplaatscapaciteit nodig.

In Weesp rijdt deze Sprinter nu ineens zo snel weer verder, na 1 minuut, dat ik geen tijd heb voor een goeie foto.

Weesp blijft knooppunt in de nieuwe dienstregeling, zij het dat tijden en lijnen zijn veranderd. Nog steeds  staan hier Sprinters lang te wachten op passerende IC's.

Weesp is als het ware het Leiden van Noord-Holland; treinen uit vier richtingen geven er aansluiting. Zo zijn wij de sprinter Hoofddorp - Amsterdam Zuid - Utrecht voorbij gereden, die hier 8 minuten stilstaat.  Over ongeveer een kwartier zal de Sprinter Hoofdorp - Amsterdam Zuid - Weesp - Almere Oostvaarders gepasseerd worden door de al genoemde Sprinter Hoofddorp - Amsterdam Centraal - Amersfoort Vathorst.

Nu krijg ik toch behoefte om me even te vertreden en stap uit op het eerste station in de Flevopolders, Almere Poort, dat dateert van 2012.



Poortjes op Almere Poort


Almere Poort heeft tegenwoordig poortjes en wordt behalve door behalve Tim's Gedrocht ook nog aangedaan door de Sprinters Hoofddorp - Oostvaarders en Utrecht - Almere Centrum. Ook hier dus 6 treinen per uur per perron.

Sinds 2012 hebben de heimachines en cementmolens niet stilgestaan in Almere Poort. Maar er is nog evenmin een stationsomgeving als toen; alleen nog hetzelfde busstationnetje en dezelfde sporthal binnen een straal van 300 meter van het station. De patattent waar ik toen naar haakte, is er ook nog niet. Wel in het nabije winkelcentrum, maar laten we wel wezen: kwart voor twaalf in de ochtend is geen tijd voor friet.

Overal waar ik hier mijn camera wend, stuit ik op autoblik. Ondanks het uitgebreide netwerk van busbanen en fietspaden in Almere worden hier de meeste kilometers nog per benzinedrinker gemaakt. Almere wil zo graag meer zijn dan een slaapstad. Maar daar heeft het op zaterdag tegen het noenuur erg veel weg van. Dooie boel, kil, winderig; snel terug naar het station.

 


Het gedrocht van Van Leeuwen: Sprinter Den Haag – Zwolle (2)

Verder met de volgende Sprinter Zwolle. Ik zie het nieuwe keerspoor voorbij Almere Centrum, bedoeld voor de treinen uit Utrecht. En ik zie op het plein voor het station Almere Buiten een hoempaband, samengesteld uit kerstmannen. Niet uitstappen, hier, en in de trein blijven zitten!

Die stop van 5 minuten op Oostvaarders is om de Hanze-IC te laten passeren die ons op de hielen zit en 11 minuten eerder in Zwolle is dan onze trein. De 5 minuten wachttijd op Lelystad Centrum kan ik alleen verklaren door de wens, deze trein niet te vroeg aan te laten komen in Zwolle. Voor de Sprinters vanaf de Hanzelijn is ineens rond de knopen van 15 en 45 geen plek meer op dat station, terwijl die er in de vorige dienstregelingen nog wel was.

Tim heeft in dit ene geval ineens geluisterd naar mijn niet-serieuze raad om de treinen in Zwolle te spreiden over het uur. Daardoor zit deze trein niemand in de weg, behalve zichzelf. Voorheen vertrok de Sprinter ongeveer een kwartier na de IC uit Lelystad, maar nu heb je een volkomen scheve 7-23-minutendienst.

In Dronten richten ze vast nog wel eens een standbeeld op voor Van Leeuwen, midden op het grote plein voor De Meerpaal. Al hun aansluitingen in Zwolle zijn naar de gallemiezen, en een gedeelte van die op de Drontense stadsbus. Van Dronten naar Amsterdam Centraal ben je nu 10 minuten langer onderweg, door al die stops. Tenzij je bereid bent, in Lelystad over te stappen op de IC en In Almere Centrum weer op een andere.

Jammer dat juist Dronten getroffen is door de wraak van Van Leeuwen. Schreef ik ooit niet dat het miljard voor de Hanzelijn vooral is uitgegeven om dit grote polderdorp op het spoorwegnet aan te sluiten?

Ik aarzel in Lelystad; houd ik het nog tot Volle zwol, tot Zwolle vol bedoel ik, qua dorst, honger en neiging tot pissen? Maar ik stap weer in; ik heb daarnet spontaan besloten dat ik vanmiddag ook nog naar Meppel wil.

Halverwege Dronten en de Drontermeertunnel staat in een enorme vlakte een klein zitbankje op een soort terp langs het spoor, een plek die bereikbaar is met fietspaden. Kunstmatig uitzichtpunt in een gebied zonder heuvels. Daar zit nu niemand te recreëren.

Het blijft anders wel een bijzondere regio, dit, de Flevopolders, en een bijzondere spoorlijn ook, De Flevo-Hanzelijn. Van de Hollandse Brug tot de Drontermeertunnel 62 km alleen maar over nieuw land, ontwrongen aan de zee; waar ter wereld kun je zo’n rit meemaken? Is er ooit een toerist die dit weet, en doet? Moesten ze in de Blue Planet niet eens reclame gaan maken voor Dronten, mede om Amsterdam te ontlasten van al die vreemdelingen die er maar rondbanjeren en die er hun geld maar uitgeven?

Zwolle

Door Tim’s goede werken hebben we wel meer lucht op de IJsselbrug; niet meer 4 treinen per halfuur per richting die er in de ganzenpas overheen moeten, maar nog maar 3. Toch geeft de aankomst in Zwolle een wat sneu gevoel. Je ziet de laatste trein, de Sprinter naar Groningen, net wegrijden, en verder is het station leeg; geen treinen, geen mensen. Ja, door de week in de spits kun je vanuit deze trein nog die naar Coevorden halen, big deal!

Tim begon in Zwolle met zijn spoorboekherzieningen, maar hij eindigde er volgens mij ook.  De Sprinter Den Haag – Zwolle heeft hij er op het allerlaatst nog tussen gewrongen. Geef me een ouwe envelop, ik krabbel er op de terugweg wat lijnen en tijden op, en ik verzin iets beters dan Tim deed, voordat ik in Leiden teugkeer. Maar er blijkt geen ouwe envelop in mijn tas te zitten.

 

Extra trein Meppel – Leeuwarden: Bruin kan hem wel trekken…



Meppel

Een halfuur dus voordat de volgende Sprinter naar Groningen vertrekt, en tijd voldoende om me te spijzigen en laven, en naar Sassenheim te gaan, als de lezer begrijpt wat ik bedoel.

Op nu naar de volgende dienstregelingskwestie; een in Noord-Nederland, waar voorlopig weinig veranderd is. Naar Leeuwarden rijden als vanouds 2 IC’s per uur: de Hanze- uit Den Haag, die na Zwolle overal stopt en dus ook in Meppel, en de IC uit Rotterdam, die voorbij Zwolle alleen nog halt houdt in Steenwijk en Heerenveen en dus Meppel, Wolvega, Akkrum en Grou-Jirnsum overslaat. Van Meppel naar Leeuwarden rijdt nog  wel een extra Sprinter, in aansluiting op de Sprinter Zwolle – Groningen.

Heb ik nog lezers over na al dit soort verhalen, of is nu echt iedereen afgehaakt? Ik span me tot het uiterste in om dit artikel leesbaar en spannend te houden, maar het spoorboekje vormt nou eenmaal niet voor iedereen boeiende lectuur.

Nog even volhouden. Want NS wil die trage IC ook versnellen en Meppel, Wolvega, etc. daarvoor compenseren met een tweede stoptrein Meppel – Leeuwarden. Die er echter nog niet kan komen. Bruin kan hem dan misschien wel trekken, maar het elektriciteitsnet van NS nog niet. Dus kun je nu nog steeds maar twee keer per uur van Meppel naar Leeuwarden. Dat ligt nou eens niet aan Tim. Maar die heeft toch ook in Meppel weer toegeslagen; het gaat namelijk in een 47-13-minutenfrequentie, waar je zou hopen op iets wat toch min of meer in de buurt van 30-30 ligt.

Zaterdags rijdt die Sprinter Meppel – Leeuwarden helemaal niet en kun je maar eens per uur van Meppel naar Leeuwarden. Waarom ik dan op zaterdag naar Meppel ga om niet die trein te fotograferen die er zaterdag niet is?

Maar nu ik er toch ben, wil ik wel een stukje wandelen. Ik was hier in de zomer van 2003 toen er een lawaaierige kermis was en in die van 2006 toen er een buitengewoon smakeloos muziekfestival plaatsgreep. Nu gun ik Meppel een herkansing.

´Meppel kwam tot bloei rond 1900, waarvan voorname straten met Jugendstil, en wat mindere straten met benepen arbeidershuisjes nog getuigen´, schreef ik in ´06. Ik kan er nog aan toevoegen dat Meppel, met zijn Heeren-, Keizers- en Prinsengracht ook wel het Amsterdam van het noorden genoemd wordt.

Die voorname straten met Jugendstil stemmen me opgewekt; hier zou je toch liever wonen dan in Almere Poort. Niet voor niks van huis gegaan vanmorgen, trouwens; aardige foto´s maak je hier.

Maar in het desolate stuk stad bij de vaart, met die wrakke werkmanshuisjes, met silo-achtige gebouwen in de nevel op achtergrond, grijpt een gevoel van intense verlatenheid me naar de strot. Waarom blijft een mens niet thuis, op zo’n rotdag? Dat gevoel trekt weer snel weg in het centrum dat redelijk draaglijk is, zonder kermisklanten en muzikanten. De wisseling der stemmingen; een lach en een traan, de toneelspeler die voor Theater Ogtrop staat, weet er alles van.

Hoe ver ben ik vanmiddag eigenlijk doorgereden naar het noorden? het laatste restje daglicht kwijnt langzaam weg, nu al. Om kwart over drie is het al zo goed als pikkedonker, het lijkt wel of ik in Trondheim zit…

Ik zet mijn camera op Schermertoestand. De kortste dag is 21 december, maar de vroegste zonsondergang vindt al tien dagen eerder plaats en de laatste zonsopkomt juist tien dagen later. Je hebt een gedegen kennis nodig van de trigonometrie en de hierboven al genoemde wetten van Kepler om dat te begrijpen; Ik waag me maar niet aan een uitleg. Dat met die treinen is al ingewikkeld genoeg.

Dan toch nog maar een treinenpuntje. Op het andere noordelijke IC-traject, Zwolle - Groningen, staat nog een verbetering op stapel. Tussen Assen en Groningen gaan in de spits 2 extra Sprinters rijden; 6 treinen per uur dus in totaal. Maar dat is uitgesteld tot na de eerstvolgende zomervakantie, zodat Tim ook hier voorlopig slechts beloften te bieden heeft.

 

Drie molens op EEN foto

IC´s Almere

Meppel

Meppel heeft een Stationshuiskamer waar ik een kop koffie drink. Dat is iets nieuws, geloof ik; volgens mij de eerste keer dat ik er een binnenloop. Het is een leescafé, en het is er vermoedelijk nog maar pas; de bediening is nog heel vriendelijk. Maar ze hebben geeneens WiFi. Ja, ik kan inloggen op NS WiFi van een trein die langs het perron staat…

Ik keer terug naar Zwolle, wandel wat in de inmiddels uitgebroken motregen, ga dineren in Nunspeet (Waarom in Nunspeet? Waarom niet?, er is daar tegenover het station meer horeca dan bij Almere Poort) en keer 's avonds naar Leiden terug met de Hanze-IC. Doorrijden nu, geen geboemel, geen gewandel meer.

Deze Hanze-IC doet een paar minuten korter over zijn rit Zwolle – Leiden dan vroeger, wat komt door de spoorverdubbeling op de Zuidtak, maar vooral door het overslaan van station Duivendrecht. Een kwartier na deze IC rijdt sinds ingang van het nieuwe spoorboek een IC Lelystad - Dordrecht via Schiphol. Die stopt wel in Duivendrecht en ook weer in Almere Buiten, waar in 2012 woede heerste over het afschaffen van de IC-Status. De oude IC Lelystad – Vlissingen via Amsterdam Centraal is vervangen door een IC Almere Centrum - Amsterdam Centraal, die in Almere aansluiting heeft op de Hanze-IC.

Daarmee is nu geloof ik alles wel verteld over de Hanze-en Flevolijnen. En Almere mag al met al niet mopperen over Tim van Leeuwens opus magnum; hopelijk bereiken het ROVER-hoofdkwartier geen zeurtelefoontjes vanuit deze stad.

Frans Mensonides
31 december 2016
Er geweest: zaterdag 17 december 2016


Mijlpaal in een seniorenleven: mijn eerste Keuzedag

Ik schreef al eens dat ik van alle hoogtepunten, eerste keren, lowlights, ommekeren en kantelpunten in mijn leven altijd dag, datum, weersomstandigheden en krantenkoppen onthoud. Elk volgend jaar denk ik er dan weer aan terug, en daar ik zo´n dag nooit vergeet, komen er steeds meer van dat soort gedenkdagen bij. Dinsdag 20 december 2016 is weer zo mijlpaal in mijn bestaan. Het is namelijk mijn eerste Keuzedag.

Ik heb onlangs mijn 60ste verjaardag gevierd en dan heb je als houder van sommige NS-abonnementen recht op 7 Keuzedagen per jaar. Dat komt neer op eens per periode van twee maanden een dag vrij reizen met de trein in heel Nederland, en daarbovenop nog één keer per jaar een extra dag vrij reizen. Voor mij wordt dat dan altijd een doordeweekse dag, want in het weekend heb ik so wie so al vrij reizen, als houder van een Weekend Vrij.

Wijlen mijn moeder kreeg die Keuzedagen sinds haar 60ste verjaardag automatisch en gratis toegezonden, in papieren gedaante. Zo gaat dat sinds kort niet meer. Je moet ze kopen; 24 euro voor 7 dagen, een koopje, weliswaar, maar niet meer voor niks.

En ze zijn niet meer van analoog papier, maar digitaal en verchipt. Ik moest ze bestellen via de site van NS. Daar werd ik doorverwezen naar Mijn NS waarop ik dan moest inloggen met een wachtwoord dat ik me na heel lang nadenken nog te binnen kon brengen. Maar eenmaal op die site kon ik daar geen enkele link of link-via-een-link vinden voor een Keuzedag.

Uiteindelijk belde ik het servicenummer van NS maar, geërgerd; ben ik nou echt ineens na die verjaardag zo’n stomme, seniele senior die niet meer met de digitale wereld overweg kan? De juffrouw die ik aan de lijn kreeg, zei zoiets als: ‘Ja, eh, ja, het kan inderdaad wel zijn dat dat niet kan, meneer, Keuzedagen bestellen via de site’, waaruit ik opmaakte dat het toch niet aan mij lag.

Dan maar mondeling. Mijn Voordeeluren-abonnement, waarop ik die Keuzedagen wilde laten zetten, wordt elk jaar op 18 april verlengd. Daarom krijg ik nu een Keuzedag voor 18 december tot/met 17 februari, een die ik moet opmaken tussen 18 februari en 17 april, en die ene extra helemaal vrije Keuzedag waarop je eens per jaar recht hebt. 3 dagen in plaats van 7, en ik betaalde er dan ook maar een ruim tientje voor. Ik vrees dat ik straks na 18 april weer die hele procedure doorlopen moet.

Het ophalen van zo’n Keuzedag is heel simpel vergeleken bij het omslachtige gedoe om ze te kopen. Het gaat via ‘Ophalen bestelling’ op de kaartautomaat. Daarmee haal je één Keuzedag naar je toe. Hij wordt geldig als je die dag voor het eerst incheckt.

Ik doe dat dus op dinsdag 20 december, en wel op Leiden Lammenschans om 9:25 uur. Je kunt op een doordeweekse Keuzedag pas na 9:00 vertrekken. Maar om bij nacht en ontij op pad te gaan, daar heb ik toch nooit zin in, zeker in de winter niet.

Limburg is op deze zonnige winterdag mijn doel. Ik ga daar wat stoptreinen van de nieuwe concessiehouder Arriva doen.

 

IC Leiden – Utrecht, waar Van Boxtel met molentjes loopt

 

 Utrecht Centraal, spoor 21. De IC uit Leiden rijdt meteen terug als IC naar Den Haag Centraal


Eerst van Leiden Lammenschans naar Utrecht. Ook op het traject Leiden – Utrecht gelden eeuwige beloften, net als bij de Stoptrein Alphen – Gouda, die ik hierboven deed.

Waar blijft bijvoorbeeld de kwartierdienst op dit traject, die ons al heel lang in het vooruitzicht wordt gesteld? Waar blijven de te openen stations Zoeter- en Hazerswoude tussen Leiden en Alphen? Waar blijft de uitbreiding van infrastructuur die die wijzigingen mogelijk moet maken? Generaties Groene Hartbewoners zijn al opgegroeid in afwachting van die verbeteringen.

Nou schijnt Hazerswoude toch door te gaan, terwijl Zoeterwoude de laatste tijd van de radar verdwenen lijkt te zijn. Station Hazerswoude open in 2018 las ik ergens; in 2020, las ik ergens anders.

Het toekomstige station heeft het dorp Hazerswoude-Rijndijk diep verdeeld – waar de spoorbaan dat niet doet; de bebouwde kom ligt in zijn geheel aan de noordkant van het spoor. Er heerst geen tweespalt over de noodzaak van het station; daar is iedereen het wel over eens. Nee, het gaat over de exacte locatie ervan en het wegennet erheen. Het station komt nabij de kruising met de Gemeneweg (N209) richting Hazerswoude-Dorp; ik hoop: met een goede bus-aansluiting naar dat dorp en ook naar Koudekerk a/d Rijn.

Maar voorlopig is het er niet. NS-opperbobo Van Boxtel heeft dus gewoon de dienstwagen-met-chauffeur genomen toen hij zich ging laten ronddraaien aan de wieken van de Hazerswoudse molen langs het spoor.

Dat waagstuk heeft hij uitgehaald om onder de aandacht te brengen dat NS vanaf 1 januari 2017 geheel op wind gaat – hetzelfde feit waarvan ik D66-coryfeeën als Van Boxtel al jaren verdenk. Vroeger bonden ze mensen wel voor straf aan molenwieken – tenminste, dat denkt iedereen, omdat het een keer te zien was in de populaire sixties-tv-serie ‘Floris’. Maar zo’n actie als reclamestunt, door molendeskundigen ten stelligste ontraden, doet me ernstig twijfelen aan Van Boxtels geestesvermogens. Waarom gaat hij niet meteen aan de rotorbladen van een windturbine hangen?

Nu ik het over D66 heb: overal zie ik vandaag posters die reclame maken voor de memoires van Alexander Pechtold. Je zou het bij je doodsvijand nog niet onder de kerstboom leggen. Maar ik kijk er wel een keer in bij de openbare bieb, hoe Pechtold terugkijkt op de RijnGouweLijn die hij als verkeerswethouder van Leiden de regio door de strot trachtte te drukken.

De V.O.C. en de W.I.C. gingen ook louter op wind. Misschien kan NS ook een paar zeilen bijzetten met windenergie, vooral op Leiden – Utrecht. Deze IC is in het nieuwe spoorboek weer eens een keertje trager geworden. Uit Leiden vertrekt hij nog steeds om 22 en 52. Maar de aankomsttijd in Utrecht is opgeschoven van 04–34 naar 08–38, zodat je de krappe overstap naar Nijmegen en Maastricht nooit meer haalt, wat je vroeger soms nog wel lukte als je hard rende.

Die latere aankomst wordt veroorzaakt door 4 minuten stilstand op Woerden. Nee, we worden dan niet voorbijgereden door een IC. Het heeft te maken met de spoorbezetting op Utrecht Centraal.

4 minuten wachten op station Woerden.
Foto gemaakt op 14 januari 2017, want in het nieuwe jaar gaan we onverdroten door met sporen volgens het nieuwe spoorboekje

Vanuit Woerden kun je alleen nog maar naar spoor 8/9, 11/12 en 20/21. De trein uit Leiden komt binnen op spoor 21, maar dat is tot 05 en 35 bezet door die wonderlijke Sprinterserie Den Haag – Utrecht – ’s-Hertogenbosch. Op spoor 20 staat dan de Sprinter naar Woerden. De trein uit Leiden rijdt om 14 en 44 vanaf spoor 21 alweer terug als IC naar Den Haag; vragen om vertraging, zo’n korte keertijd. Maar voor de trein terug naar Leiden moet je nu op spoor 11 zijn, waar hij vertrekt om 24 en 54; 1 minuut eerder dan voorheen. Op de terugweg zal ik hem tegen alle verwachtingen in wél halen, hoewel je officieel geen overstap hebt vanuit de IC uit Maastricht.

Er zijn nu meer perrons dan vroeger, maar de ruimte is nog krapper dan voorheen; knap hoe ProRail het voor elkaar heeft gekregen. Het komt allemaal, voor zover ik er iets van begrijp, door het opheffen van veel wissels en rechttrekken van de sporen rond Utrecht Centraal. Wat toch één onvermoed voordeel heeft: je kunt weer staande pissen, als de trein dat station zojuist verlaten heeft. Vroeger stond je dan steevast in je schoenen te sassen, heen en weer gesmeten door al die wissels.

 

Moreelsebrug

Goed, die IC naar Maastricht haal je dus niet, vanuit Leiden. En die wil je juist halen, want die geeft nu aansluiting op twee Arriva-stoptreinen in Limburg: in Roermond op die naar Maastricht en in Sittard op die naar Heerlen - Kerkrade. Voorheen kon je met de IC Schiphol – Heerlen naar Sittard om daar cross-platform over te stappen op de Sprinter naar Maastricht, maar die aansluiting bestaat niet meer. Ik ben dan ook helemaal niet boos als ik op het bord zie dat die IC naar Heerlen is uitgevallen wegens een eerdere verstoring; voor overstappen heb je er toch niets meer aan.

Nu heb ik mooi een halfuurtje voor die nieuwe Moreelsebrug over de sporen van Utrecht Centraal heen. Die doe ik in werkelijkheid pas een week na nu, maar het past goed in dit verhaal.

De 300 meter lange voetgangers- en fietsersbrug loopt van de Croeselaan, bij de Jaarbeurs en de Rabo-toren, naar het Moreelsepark, waar je de tram kon nemen voordat de tramlijn werd ingekort. Het Moreelsepark is niet genoemd naar het moreel dat je als reiziger te allen tijde hoog moet pogen te houden, maar naar de Utrechtse schilder Paulus Moreelse (1571-1638). En de Croeselaan is niet genoemd naar de rijke Perzische koning Croesus uit de oudheid (ca. 596-ca. 546 v.Chr.) maar naar de 18e–eeuwse Utrechtse steenbakkersdynastie Croes.

Dat terzijde. Laat ik het liever hebben over die brug zelf, die 16 december geopend is. Hij loopt over  busstation Jaarbeurszijde en 7 treinenperrons heen, en vormt zodoende een ideale OV-spotplek. Vreemd is wel dat je vanaf die brug noch het busstation, noch de perrons van Utrecht Centraal kunt bereiken.

Het is geen kwestie van plaatsgebrek, of zo. Integendeel; er is ruimte opengehouden voor poortjes, trappen en liften naar de perrons, die er misschien ooit komen. Maar momenteel gelden er nog contracten met de winkeliers en horeca-exploitanten in winkelcentrum Hoog Chagrijne. Die willen geen sluiproutes van de perrons naar de Jaarbeurs en het centrum. Wie stond er ook alweer op 1, 2 en 3 in het spoorwegwezen?? Koning Mammon?? Is dat de moreel van dit verheel?

Afgezien daarvan is het wel een mooie brug. Hij telt, of ik moet me verteld hebben, 87 niet erg hoge treden aan de geldzijde (Rabo) en 82 idem treden aan de kant van het moreel, zal ik maar zeggen. Liften zijn er ook.

 


Boemels in Limboland

Heerlen

Verder naar Limburg, nu; de volgende IC Maastricht loopt binnen.

Limburg begint ergens tussen Maarheeze en Weert. Daar in de buurt komt in de IC een conducteur door de trein slenteren, zwijgend - de meer wellevenden zeggen dan nog ‘goedemorgen’ tegen iedereen. Hij kijkt om zich heen met een blik alsof hij vandaag voor het eerst in zijn leven een treininterieur ziet. Kaartjes controleert hij niet.

Op de stoptreinen van Arriva heb je geen vaste conducteurs en zijn controleploegen actief die vandaag andere treinen zullen nemen dan ik. Op de terugweg naar Leiden zal ik een conducteur treffen die met veel kabaal door de coupés banjert onder het roepen van de woorden: ‘Goedenavond, prettige avond allemaal, goede reis, wel thuis!’

Je mag toch ook wel gespeend zijn van de geringste vorm van talent, dadendrang, intellect, zelfrespect of ambitie om zo je werkdagen door te willen brengen. De VVMC is van plan, over drie dagen te staken voor meer variatie in het werk (een staking die overmorgen door de rechter zal worden afgeblazen; terecht). Maar conducteurs zouden voor de nodige afwisseling gewoon eens kunnen gaan wérken. Heb je voor het eerst in je leven een Keuzedag, reis je er bijna 500 kilometer op, en wordt hij geen een keer gecontroleerd…

Het is beter weer dan afgelopen zaterdag toen ik naar Meppel ging (scroll wat naar boven); de zon beschijnt vanmorgen de berijpte weiden.

De tekst van dit artikel gaat door onder de afbeelding. Dat is op deze site al 20 jaar zo, maar op nieuwssites staat dat er tegenwoordig vaak bij, om te voorkomen dat mensen zo’n pagina meteen weer wegklikken.



'Randwijk', zegt de automatische omroepster. Moet dat geen 'Randwiek' zijn?



Ik ben op weg naar een innovatie: Arriva-treinen op NS-spoor. De stoptreinen in Limburg maken namelijk deel uit van die monsterconcessie van 2 miljard euro voor het complete OV in onze zuidelijkste provincie. Het is een bekend verhaal, hierboven nog eens opgerakeld: NS-dochter Abellio verloor door gesjoemel de concessiestrijd. Nu moet NS niet alleen verkroppen dat zij de vetste concessie uit de vaderlandse geschiedenis aan zich voorbij hebben zien gaan, maar ook dat Arriva-stoptreinen op hún hoofdnet rijden; NS rijdt in Limboland alleen nog de IC’s.


Regionale treinen Limburg

Vroeger:

Stoptrein Nijmegen – Venray – Venlo – Roermond (Veolia)
Stoptrein Maastricht Randwyck – Sittard - Roermond (NS)
Stoptrein Sittard – Heerlen (NS)
Stoptrein Maastricht – Heerlen – Kerkrade (Veolia)
Sneltrein Maastricht – Heerlen (Veolia)
Sprinter Eindhoven - Weert (NS)
IC Maastricht – Eijsden – Luik – Hasselt (NMBS)
Heerlen – Herzogenrath (Euregiobahn)

Nu:

S1 Stoptrein Nijmegen – Venray – Venlo – Roermond (Arriva)
S2 Stoptrein Maastricht Randwyck – Sittard - Roermond (Arriva)
S3 Stoptrein Sittard – Heerlen – Kerkrade (Arriva)
S4 Stoptrein Maastricht – Heerlen (Arriva)
S5 Sneltrein Maastricht – Heerlen (Arriva)
Sprinter Tilburg Universiteit- Weert (NS)
IC Maastricht – Eijsden – Luik – Hasselt (NMBS)
Heerlen – Herzogenrath (Euregiobahn)


In de tabel het complete boemelnet van Limburg. Tussen haakjes: boemels heten bij NS Sprinters en bij Arriva Stoptreinen; verschil moet er zijn in een concurrentiemarkt. ik probeer in dit artikel consequent de juiste namen te gebruiken, maar kan me een keer vergist hebben.

Die stoptreinen onder Arriva hebben nu in Limburg lijnnummers (plus de letter S), alsof het trams waren. S5 was in de tijd dat de dienstplicht nog bestond, een afkeuringsgrond: geestelijke instabiliteit, ofwel: zelfs nog te gek voor het leger. Het zou me niet verbazen als Van Boxtel daar op is afgekeurd. Maar in Limburg betekent die S voor het cijfer 5 ineens Sneltrein; S5 staat op de sneltrein Heerlen – Maastricht, die alleen stopt in Valkenburg en Meerssen.

Die S5 is ongewijzigd. Hetzelfde geldt in grote lijnen voor S1, de Maaslijn Nijmegen – Roermond, die ik vandaag niet ga doen. Het tijdenpatroon bleef ongeveer gelijk, met dien verstande dat nu ook in de dal-uren een kwartierdienst Nijmegen – Venray geboden wordt.

De routes van de lijnen S2, S3 en S4 zijn iets anders aan elkaar geknoopt dan vroeger en de aansluitingen, zoals al vermeld, zijn ook veranderd.

 

Roermond – Spaubeek

Op exact het noenuur kom ik aan in Roermond. Om 12:07 reis ik verder met de stoptrein richting Maastricht. Dit is een FLIRT met het wapen van de concessieverlener, de provincie Limburg, fier op de flanken.

Hij heeft aan de ene kant een verhoogde stilte- en werkcoupé 2e klas en aan de andere kant een ook verhoogde coupe 1e, met in beide gevallen klaptafeltjes. Verder is er, net als bij de FLIRT’s in het Zuid-Hollandse veen, een zitje. Maar dan wel een ander zitje, iets minder gezellig, met klapbankjes. Het is tevens fietsenstaling. Verder is er een toilet, en ook WiFi die het niet doet; waarom verbaast me dat nou niet?

Als ik in Sittard aankom, is de Stoptrein S3 naar Heerlen net 2 minuten weg; die heeft aansluiting gegeven op de IC die ik in Roermond heb verlaten. Ik fotografeer wat rond en wacht op de volgende. Die is geen FLIRT maar een SPURT. Arriva rijdt de Limburgse stoptreinen met nieuw FLIRT- en iets ouder GTW-materieel door elkaar.

Het tweede station op deze lijn, Spaubeek, is mijn doel; ook vandaag wil ik weer een item van die emmerlijst afhebben met stations waar ik nog nooit ben in- of uitgestapt.

 

Spaubeek – Schinnen


En zo zet ik dus voet aan de grond in Spaubeek, waarover ik niets heb opgezocht en waarvan de naam niet op voorhand grootse verwachtingen wekt. Ik zie een pijl naar Kasteel Terborgh en een ANWB-wegwijzer ‘Schinnen 3 km’. Dat is het volgende station, dat ik dan ook van de lijst kan afvoeren. Ik besluit, daarheen te lopen en Spaubeek links te laten liggen.

Dat deed ik in 2009 met Ransdaal aan wat nu de lijn S4 heet, omdat ik persé naar Klimmen wilde klimmen. Na publicatie van dat artikel kreeg ik een bedroefde mail van een Ransdaler, hoe spijtig het was dat ik zo’n verkeerde keuze gemaakt had. Ransdaal gaan we vanmiddag dus ook nog doen, is mijn vaste voornemen.

Maar eerst naar Schinnen, langs de heuvelige bossen die je vanuit de trein altijd ziet, door het dal van de Geleenbeek. Aan het begin van de weg staat een waarschuwingsbord voor voetgangers op de rijbaan. Ik beloof, erop te zullen letten dat ik niet op tegenliggers bots. Tijdens een fotowandeling van 3 kwartier zal ik nul auto’s zien en 6 wandelaars tellen, 2 kindekes die gereden worden in wandelwagens en die je dus niet onder de voetgangers kunt rekenen, één hondje en ook slechts één wielrenner.

Slot Terborgh herbergt een herberg waar van tijd tot tijd een heuse troubadour optreedt. Vanuit de trein zie je hier meer kastelen;  ik kom hier nog eens fietsen, van de zomer, denk ik.

Aan het begin van Schinnen staat een protestbord dat gewag maakt van discriminatie door de gemeente, zonder nadere uitleg aan de voorbijganger uit den vreemde, die zo onkundig blijft van de precieze misstand die hier heerst. In Schinnen wordt verder Canisius vervaardigd, ‘de lekkere stroop uit Limburg’.

Ik denk onderweg aan van alles, waaronder het feit dat morgen mijn Midwintergroet de deur uit moet; het is dan de dag van de winterzonnewende. Mensen die me pas kort kennen, denken dat ik een kerstkaart een Midwintergroet noem omdat ik meedoe aan die nieuwe idiotie van politieke correctheid. Om de wraak van Allah niet over zich af te roepen, durven sommigen kerst geen kerst meer te noemen. Dan wordt het: decemberkransje, decemberstol, decemberboom, decembervakantie, decemberfeest, decemberdagen, decemberboodschap, decemberavond, decemberboodschappen, decembergratificatie, decemberpakket, enzovoorts.

Maar in mijn geval ligt het anders; ik verstuur al jaren Midwinterkaarten, om geen andere reden dan dat ik een bloedschurft heb aan kerstmis.  Gelukkig mag dat in dit land, kerst NIET vieren om wat voor jou moverende reden dan ook. Rutte heeft het vrijdag zelf gezegd op tv, kort nadat hij die politiek correcte termen hekelde. Tegen de verkiezingen moet je alle gezindten te vrind houden.

Als je dit leest, is het al lang weer januari en is het allemaal voorbij. Station Schinnen, ik stap weer in.

 



Maanplein Heerlen

De stationsomgeving van Heerlen is drastisch veranderd sinds de laatste keer dat ik hier was – en dat was toen die keer in 2009; Heerlen is zo’n stad die ik niet overloop. Maar dat Maanplein bij het station is toch wel fraai. Het is een rond appartementencomplex met parkeergarage eronder. Het houdt de herinnering levend aan de twee verledens van Heerlen: het recente mijnbouwverleden en de Romeinse tijd toen Heerlen nog Coriovallum heette.

Het gebouwencomplex lijkt op een Romeinse arena en dat gevaarte in het midden op een mijnlift. Maar het is een heliostaat die het zonlicht opvangt en via een systeem van spiegels de ondergrondse parkeergarage in kaatst.

Het maakt deel uit van het in uitvoering zijnde project Maankwartier dat het centrum van Heerlen over het spoor heen moet verbinden met de noordelijke wijken van de stad. De beeldend kunstenaar Michel Huisman is de man die het allemaal ontworpen heeft. Er komen appartementen, winkels, horeca, bedrijven en wat al niet. Er zijn ´Frite pommes´ te koop en er staat een ‘Luncheroom’ op stapel; een oom die op visite komt, als luncher? Ikzelf geniet mijn late lunch gewoon maar bij de HEMA in de binnenstad.

 

 

 

Geen Geitenberg, geen Ransdaal, wel Valkenburg en ten slotte weer terug

 

Sittard – Spaubeek – Schinnen - in Heerlen doen ze niet aan het verwijderen van wissels, zo te zien – Chevremont – Valkenburg – Werkcoupé in de FLIRT (2x)

 

Met Ransdaal wordt het ook vanmiddag weer niks. Ik ben wat krap op tijd voor de stoptrein S4 naar Maastricht, de chipkaartlezer bij de ingang van het station werkt niet en ik moet een andere zoeken: trein gevlogen :- (

Dan maar de andere kant op, verder met S3 Naar Kerkrade, nog verder van huis, terwijl de zon al zakt naar de horizon. Station Heerlen - De Kissel, geopend in 2008, zag ik 8 winters geleden op een zaterdag, maar is ook door de weeks geen druk station.

Om 15:54 stap ik uit bij het voorlaatste station, Chevremont, tegelijkertijd met onder anderen twee tortelende adolescenten en vrouw met een kolossale hond die een andere kant op wil dan zij. Dit station stond niet op mijn bucket list; ik ben hier in 1998 al eens uitgestapt.

De trein rijdt hier in een dal en je klimt vanaf het perron via een helling naar straatniveau. Dat viaduct daar is weliswaar geen Moreelsebrug, maar wel een goede fotoplek voor als de trein straks terugkeert. Die moet nog 1700 meter naar Kerkrade Centrum, daar 3 minuten blijven staan, en ik zal hem dan terugzien om 16:02.

Na die wat schemerige foto ga ik Chevremont verkennen, waar de jongen en het meisje nog tortelen en de bazin nog aan haar hond staat te sjorren. Chevremont was een dorp bij Kerkrade en is nu een buitenwijk ervan, met flats, met van die typisch Limburgs smalle huisjes met bijna blinde zijmuren, met Grieks restaurant Grill Orakel en Pizzeria ’t Tientje en de op deze zuiderbreedte onvermijdelijke straatkapel.

Schrijf je de naam van de wijk als Chèvremont en spreek je het op z’n Frans uit, dan betekent het: Geitenberg. Maar de naam schijnt afgeleid te zijn van cavatum montem: uitgraving bij een heuvel. Potjeslatijn of potjesfrans, zeg het maar.

In 1998 liep ik een aangenamere route, langs het spoor en langs kasteel Erenstein waarvan ik de contouren vandaag vaag door de bomen zie schemeren.

Snel terug met de volgende S3. En dan toch nog even naar Ransdaal? In Heerlen heeft S3 een mooie aansluiting op de trein naar Maastricht. Maar dat is nou net de sneltrein die niet op Klimmen-Ransdaal stopt. Ik raas het voorbij; sorry, lezer uit Ransdaal!

Dan pak ik Valkenburg maar even mee, met zijn station van mergel, het oudste nog bestaande stationsgebouw van Nederland. Waarom kom ik hier voornamelijk in de winter? Zomers is er in zo’n toeristenplaats absoluut meer te beleven. Het is na die late lunch alweer dinertijd. Ik doe een pannenkoek in een pannenkoekenhuis waar de pleiterik in zit. Het wordt gedreven door een Vlaams echtpaar en is ingericht in Gaudi-stijl. De stroop is misschien van Canisius; ik heb er niet op gelet.

Daarna loop ik terug naar het station. Ik weet heg noch steg in Valkenburg, maar kan gewoon de richtingbordjes volgen. Daarvan moet ik er in het donker een gemist hebben, anders was ik na anderhalve kilometer rechtdoor lopen niet in deze buitenwijk beland.

Enfin, om een te lang verhaal niet nog langer te maken: tegen half twaalf steek ik de huissleutel in het slot. Mijn eerste Keuzedag zit erop.

Frans Mensonides
8 januari 2017
Laatste aanpassing: 17 januari 2017
Er geweest: dinsdag 20 december 2016, m.u.v. Moreelsebrug: 27 december 2016.


Ook nu loopt de tekst door onder de foto. Want we zijn nog niet overal geweest waar Tovenaar Tim iets veranderd heeft aan de treinendienstregeling.


Brabant en verder

´s-Hertogenbosch

In de volgende hoofdstukken reis ik langs de wijzigingen in de NS-dienstregeling op het Noord-Brabantse net met uitlopers; treinseries lopen (gelukkig) soms ver over provinciegrenzen heen.

Zoals ik even op een rijtje heb gezet in onderstaande tabel, is er vooral veel veranderd in de manier waarop de verschillende Sprintertrajecten aan elkaar geknoopt zijn. Het waarom is lang niet altijd duidelijk. Het is gunstig voor de ene reiziger, die nu ineens een rechtstreekse verbinding heeft. Maar een ander zit aan een extra overstap vast en zal er niet blij mee zijn.

Ik reisde naar Brabo-land op drie zaterdagen: die chagrijnige vóór kerst, 24 december 2016, en de koude, gladde eerste zaterdagen van 2017: 7 en 14 januari. Op kerstavondzaterdag belandde ik uiteindelijk bij gladiatorengevechten in Nijmegen. Op de tweede zaterdag kon ik mijn ronde door Brabant niet voltooien omdat NS het op enkele trajecten liet afweten door de felle, arctische koude en metershoge sneeuwduinen (maar niet echt). De derde zaterdagmiddag bracht ik grotendeels door in Zaltbommel, dat geeneens in Noord-Brabant ligt.

De kers op de taart van het nieuwe spoorboekje ga ik pas beschrijven in het allerlaatste hoofdstuk van dit document, dat je qua lengte nu al best een ‘longread’ kunt noemen. Die kers, dat is de nieuwe IC Den Haag CS – Breda die tussen Rotterdam en Breda de HSL neemt.

Dat heb ik nog even uitgesteld, niet alleen om het lekkerst voor het laatst te bewaren, maar ook omdat deze trein pas op maandag 23 januari 2017 voor het eerst is gaan rijden. Deze verbinding begon zijn bestaan met een geplande stremming van maar liefst 6 weken, echt de aangewezen weg om hem populair te maken bij het reizende publiek! Het stukje over die HSL-IC hoopt over 14 dagen te verschijnen.

 

NS- Sprinters in Noord-Brabant en op de IJssellijn

Vroeger:

Den Haag Centraal – Den Haag HS – Dordrecht – Roosendaal
Den Haag Centraal – Den Haag HS – Dordrecht – Breda
Breda – ’s-Hertogenbosch – Utrecht Centraal *
Tilburg Universiteit – Eindhoven
Weert – Eindhoven
Deurne – Eindhoven - ’s-Hertogenbosch – Nijmegen
(Roosendaal – Nijmegen – Arnhem Centraal – Zwolle: IC, stopte tussen Arnhem en Nijmegen op alle stations)
Nijmegen – Arnhem Centraal – Zutphen                  

Nu:

(Den Haag Centraal – Den Haag HS – Dordrecht)
Dordrecht – Roosendaal
Dordrecht – Breda – ’s-Hertogenbosch
’s-Hertogenbosch – Utrecht Centraal – Den Haag Centraal *
Tilburg Universiteit – Eindhoven - Weert
Deurne – Eindhoven - ’s-Hertogenbosch
’s-Hertogenbosch – Nijmegen – Arnhem Centraal
Wijchen – Nijmegen – Arnhem Centraal – Zutphen

*tussen Geldermalsen en Utrecht in afwisseling met Sprinter Tiel – Utrecht Centraal - Woerden

 

Knooppunt ‘s-Hertogenbosch



Het lijkt erop dat er rond ’s-Hertogenbosch echt iets verbeterd is in het spoorboekje (iets, niet echt alles). Brabants hoofdstad kent sinds 11 december een handige cross-platformoverstap tussen twee belangrijke IC-verbindingen: Alkmaar – Amsterdam Centraal - Utrecht Centraal – ’s-Hertogenbosch – Eindhoven – Maastricht en Zwolle – Arnhem Centraal - Nijmegen – ’s-Hertogenbosch – Breda – Roosendaal.

Dat betekent toch een aardige tijdwinst voor bijvoorbeeld reizigers van Utrecht naar Tilburg of van Oss naar Eindhoven. Uit vreugde daarover zie ik op het perron twee reizigers elkaar in de armen vliegen (midden op de foto, bij de prullenbakken).

Ook hier sluit, net als in Limburg, vrijwel alles aan op de IC’s Alkmaar – Maastricht. Bijvoorbeeld de Sprinter via Eindhoven naar Deurne, en ook die ellenlange Sprinter via Utrecht naar Den Haag Centraal.

Onze treinen-Tim is gek op onlogische, kromme, lange Sprinterverbindingen, stelde ik hierboven al een paar keer vast. Maar hij heeft er ook minstens één opgeheven. Dat curiosum Nijmegen – ’s-Hertogenbosch – Eindhoven – Deurne heeft Tim geknipt – waarbij hij aan het ene eindje weer iets anders heeft vastgeknoopt. Het is nu geworden: Arnhem Centraal – Nijmegen – ’s-Hertogenbosch plus  ’s-Hertogenbosch – Eindhoven – Deurne.

Die laatste Sprinter is dan wel het tegendeel van een sprinter. Hij staat in Boxtel 6 minuten stil en in Eindhoven zelfs 10 minuten. Een vervelend lange reis voor wie, om maar eens een buitenplaats te noemen, van Vught naar Helmond Brandevoort moet. Dat zullen er geen duizenden per dag zijn, maar het kan voorkomen.

Ook niet tevreden zal degene zijn die dagelijks bijvoorbeeld van Zaltbommel naar Tilburg Universiteit moet. Dat ging tot 11 december rechtstreeks, maar nu met een overstap met een wachttijd van 29 minuten in Den Bosch. Knullig. Had dat nou echt niet anders gekund, Tim?

Ja, deze hoofdstukken gaan weer eens een keertje over treinen en aansluitingen en wachttijden en zo, maar dat is in de eerste plaats het onderwerp van deze pagina of papyrusrol. En in de tweede plaats tref ik deze zaterdagen maar weinig medepassagiers die opmerkelijke dingen zeggen of doen.

 

Wijchen (´WIECHEN!’) – Nijmegen – Arnhem, en de v/m Sprintercity


Zo´n artikel gaat ook gepaard met van die spoorboekjestermen die je in geen enkel woordenboek vindt. Eén ervan, ooit ergens eens gehoord, is Sprintercity, een IC die op sommige stukken van zijn route overal stopt, en dan dus even een Sprinter is – tot gruwelijke ergernis van doorgaande reizigers.

Dit spoorboek telt één Sprintercity minder.  De IC Roosendaal – Zwolle, alias de IJssellijn, was er tot voor kort zo een. Tussen Nijmegen en Arnhem stopte hij op alle tussenstation: Nijmegen Lent, Elst en Arnhem Zuid. Dat doet hij nu niet meer. In de tijd die daardoor vrijkomt, kan hij die crossplatformaansluiting geven in Den Bosch. Maar helemaal in Zeeland brengt deze wijziging allerlei onheil te weeg; daarover later meer.

Overdreven gesteld: als er in Roodeschool iets verbetert aan de dienstregeling, dan krijg je in Vlissingen daardoor misschien wel scheve gezichten.  Wie zou er in Tim z´n schoenen willen staan? Het lijkt wel wat op die wijze spreuk waarmee meteorologen hun onkunde verklaren tot het voorspellen van het weer van overmorgen. Die luidt zo ongeveer: ‘Als iemand in Amsterdam zijn autoportier te hard dichtslaat, kan dat een orkaan veroorzaken in de Golf van Mexico’.

Ik pak de Sprinter naar Arnhem om die in Wijchen te verlaten. In Wijchen vertrekt over een kwartier een andere Sprinter, die Zutphen als eindbestemming heeft. Wijchen (en daarmee Nijmegen Dukenburg en Goffert) heeft daardoor van maandag t/m zaterdag tot 20:00 uur een kwartierdienst richting Nijmegen gekregen. Tot 11 december 2016 was dat alleen maar het geval tijdens de spits.

Ook vanuit Wijchen mag de zaniktelefoon van ROVER dus niet gebeld worden. Als er in dat nog net Gelderse dorp al geklaagd wordt, is dat over de uitspraak van ‘Wijchen’ door de omroep aan boord van de Sprinters.

Die juiste uitspraak luidt namelijk: ‘Wiechen’, maar uit de luidsprekers klinkt: ‘Weichen’. Net zo’n geval dus als ‘Randwijk’ in plaats van ‘Randwiek’, dat ik laatst in Roermond hoorde. Dat komt doordat ze die ‘bandjes’ niet laten inspreken door een juffrouw van vlees en bloed, maar door een app, een spraakgenerator.

Het is een goed ding dat er in Huissen, Goirle, Puiflijk en Acquoy geen spoorwegstation is. NS heeft beloofd, ‘Weichen’ weer in ‘Wiechen’ te veranderen. Oh ja, ’s-HerTOgenbosch zal ook weer veranderd worden in ’s-HertogenBOSCH’.

Dat kwartier in Wijchen is net lang genoeg om de molen op de Donk vast te leggen. Daar kun je op de middag dat ik hier ben, nog steeds in 2016, ‘Molenoliebollen’ bestellen.

Daarna verder met de Sprinter Wijchen – Zutphen, die op kerstavondmiddag vrijwel voor niets rijdt. Het zal in de ochtendspits anders zijn. Hij komt in Nijmegen aan als de IC naar Schiphol net weg is, en kan dus meteen doorrijden.

Ook reizigers van Nijmegen naar Arnhem of omgekeerd zijn er bepaald niet op achteruit gegaan. Het aantal verbindingen per richting per uur, dat met 8 al aan de royale kant was, is nu gestegen naar 10, hieronder opgesomd in de tabel. Daar komen bij Elst nog 1 à 2 Arriva-stoptreinen uit Tiel bovenop.

Station Arnhem mag zich sinds de zich jaren voortslepende verbouwing tooien met de toevoeging ´Centraal´, een eretitel die tot voor kort voorbehouden was aan de grote stations in de Randstad. Ik spring op Arnhem Centraal in een trein terug naar Nijmegen, waar je nooit lang op hoeft te wachten. Op naar de gladiatorengevechten!

Daarna loop ik in het donker door de binnenstad terug naar het station, en stel vast dat vrijwel alles dicht zit – terwijl de weinige open etablissementen een deprimerende leegte vertonen waar ik echt niet tussen ga zitten. Echt zo´n kerstavond! Ik voel me nu even down and out in Nijmegen. Op de terugweg dineer ik op het perron van Ede-Wageningen in een cafetaria die gedreven wordt door drie muzelmannen, die vast en zeker geen kerstfeest vieren. Dat mag van Rutte, zoals hierboven opgemerkt; leve de godsdienstvrijheid!

 

Tussen Nijmegen en Arnhem

IC Nijmegen – Arnhem Centraal – Utrecht Centraal – Amsterdam Centraal – Den Helder
IC Nijmegen – Arnhem Centraal – Utrecht Centraal – Schiphol
IC Roosendaal – Nijmegen – Arnhem Centraal – Zwolle
Sprinter ’s-Hertogenbosch – Nijmegen – Arnhem Centraal
Sprinter Wijchen – Nijmegen – Arnhem Centraal – Zutphen

Alle treinen halfuurdienst.

 




(G)een normale zaterdag


En dan hoop je, na die kerstzaterdag hierboven en die oudejaarszaterdag in Leusden, dat 7 januari eindelijk weer een normale zaterdag wordt. Maar dat zit er vrijdagavond al niet in; er zijn voorspellingen van winterse buien, ijzel en gladheid, die het treinverkeer beslist niet onberoerd zullen laten.

De volgende morgen zie ik bij mij in de buurt de auto’s net zo hard scheuren als gewoonlijk, en sla ik op de site van NS na dat de meeste treinen vanaf Leiden Centraal gewoon rijden, en zelfs op tijd. Zo op het eerste gezicht valt het allemaal nogal mee met het noodweer. Ik kom in ieder geval weg. Maar kom ik ook nog terug?

Ik wil naar Roosendaal, en pak de IC naar Vlissingen. Al gauw lees ik onderweg dat deze trein daar niet zal aankomen.  Hij gaat niet verder dan Roosendaal, ver genoeg voor mij, dus. Tussen daar en Vlissingen is geen treinverkeer mogelijk door ijzelafzetting op de bovenleiding. De Hanzelijn kampt met hetzelfde euvel. Dat weet ik allemaal via mijn smartphone; in de trein wordt er niets over omgeroepen.

Jawel hoor, we zijn er weer! Het is vandaag erger dan ik dacht op het spoor. Het heeft een nachtje licht gevroren en er is een winters buitje over Nederland getrokken en de boel ligt weer plat. Het leek me ook al vreemd dat het treinverkeer zulke barre omstandigheden zou overleven.

30 december 1962, dat is ook zo’n gedenkwaardige dag waaraan ik elk jaar wel even terugdenk. Nederland was getroffen door de sneeuwjacht van de eeuw. Het wegverkeer, en daarmee het stads- en streekvervoer, was geheel tot stilstand gekomen. Maar de trein rééd. We konden gewoon uit logeren bij opa en oma. 

Een vuilwitte wereld in mijn treinraampje. Kan ik vandaag niet alvast ergens een midwinterfoto maken voor over 11,5 maand? Nee, dat zit er niet in; deze sneeuw is geen blijvertje.

Na aankomst in Roosendaal zie ik de trein na een minuut of 10 toch nog verder trekken richting Zeeland; het ijs op de bovenleiding is kennelijk gesmolten.

In Zeeland is dienstregeling-technisch gezien van alles aan de hand. Maar het komt door factoren ver daarbuiten, en ik kan dat ook best in Roosendaal bespreken.

 

Heel Zeeland is gekanteld

Heel Zeeland gekanteld, een kwart slag gedraaid? Ligt Vlissingen nu in het noorden en Zierikzee in het oosten van de provincie? Nee, zo erg is het niet. Maar de IC Amsterdam – Vlissingen rijdt Zeeland een kwartier later binnen dan voorheen, of een kwartier eerder, zo je wilt, wat op hetzelfde neerkomt.

Hoe komt dat zo? Heel ver hierboven staat al te lezen dat de IC naar Vlissingen op de Oude Lijn nu 10 minuten later vertrekt dan vroeger, om plaats te maken voor die nieuwe IC naar Breda via de HSL. Dan blijft hij ook nog eens een flinke tijd staan in Roosendaal, waarmee de achterstand oploopt tot een vol kwartier.

En die lange pauze is dan weer nodig om aansluiting te nemen op de IC Zwolle – Roosendaal. En dat kan dan weer doordat die voortaan de stations tussen Arnhem en Nijmegen overslaat en dus iets eerder in Roosendaal aankomt.

Tim was er tuk op, deze aansluiting te behouden. Want volgens hem wil in Zeeland absoluut geen sterveling met de trein naar de Randstad, en haakt iedereen naar Breda, Tilburg en Eindhoven.

Tim vindt het dan ook helemaal niet erg dat de IC met ingang van de nieuwe dienstregeling opnieuw langer doet over de rit Vlissingen – Amsterdam Centraal. De rijtijd bedroeg ooit 2:39 uur. Daar kwam een paar jaar geleden al het nodige bij door extra stops op de Oude Lijn, op Rilland-Bath, de 3 K’s en Arnemuiden. De reis duurt nu 3:03 uur.

Zeeland is ziedend. Bergen op Zoom, dat ook aan de Zeeuwse Lijn ligt, is boos. De provincie Zeeland wil minstens extra IC´s in de spits die alle Zeeuwse Sprinterstationnetjes overslaan. Ze hebben Tim inmiddels de belofte ontwrongen dat er in het spoorboekje 2018 per werkdag en per richting zegge en schrijve twee (2) van zulke IC's gaan rijden.  

Het kantelen van de dienstregeling had verder verregaande gevolgen, die ze op de Utrechtse NS-burelen volgens mij niet eens beseffen. Op vrijwel elk station voorbij Roosendaal geven bussen aansluiting op de trein. Die bussen moeten nu allemaal ook een kwartier later vertrekken. En er zijn zelfs onderwijsinstellingen die hun lestijden hebben moeten laten kantelen, omdat de meeste leerlingen met het OV komen.

Een andere grief in Zeeland is nog dat de eerste trein uit Roosendaal pas om 7:36 arriveert in Vlissingen. En de Zeeuws-Brabantse overstap in Roosendaal schijnt vaak mis te lopen.

Hoe komt dat dan weer? Ik zet een ijsmuts op en ga maar eens een klein uurtje ijsberen over het perron; dat zegt meestal tien keer zoveel als doen wat Tim ongetwijfeld doet: alles bedisselen vanachter zijn bureau.

De diagnose is al snel gesteld. De IC uit Zwolle halteert honderden meters van de plek waar die naar Vlissingen gereed staat. Enkele reizigers ondernemen wat sportieve inspanning om hem nog te halen, met hun rolkoffers achter zich aan bolderend.

Terug is er in principe geen probleem: de IC uit Vlissingen stopt op het perron keurig tegenover die naar Zwolle. Maar net nu ik hier sta, gaat ook die aansluiting mis. De trein uit Zeeland is namelijk te laat, door dat ijzelgedoe misschien nog, en 10 seconden voordat hij aankomt, vertrekt de IC naar Zwolle.

Zulk treinpersoneel zou ik ook wel, net als Van Boxtel, een poosje vastgebonden willen zien aan de wieken van een windmolen. Of de schoepen van een watermolen; nog beter. Maar veel gedupeerden zie ik niet; hooguit een stuk of vier, vijf. Deze verbinding is wellicht minder populair dan NS denkt.

De Sprinter Van Roosendaal naar Dordt staat gereed op spoor 1. Deze reed ooit helemaal door naar Den Haag. Deze lijn heeft Tim gekortwiekt, waar andere Sprinterseries juist langer werden. Die trein geeft in Dordrecht geen al te beste aansluiting op een IC richting Rotterdam.

Laatst was ik als toerist in Roosendaal, onder meer om de belangrijkste monumenten te fotograferen. Ik vergat een van de mooiste, het station uit 1907, met douanegebouwen en met de grandeur, een grensstad waardig. Ik doe dat nu alsnog, met gevaar voor eigen benen: het plein voor het station is spek- en spekglad. Hier is hij, maar bij een zonnetje ziet hij er toch florissanter uit.

 


Roosendaal - Eindhoven

Verder Brabant in. Ik pak de volgende IC Zwolle. Die geeft in Breda (al maak ik daar geen gebruik van) een mooie aansluiting op alweer een nieuwe Sprinterserie: Breda - ’s-Hertogenbosch. In Tilburg is die dan 10 minuten achterop geraakt op de IC Zwolle en geeft dan in combinatie daarmee een 10-20 dienst naar Den Bosch. Voordat hij langs het Tilburgse perron verschijnt, komt eerst de Sprinter Tilburg Universiteit – Weert. Die weet ook van opschieten; hij rijdt zowel in Boxtel als in Eindhoven meteen verder.

In deze hoek van het NS-net klopt het op het eerste gezicht allemaal wel wat Tim van Leeuwen gedaan heeft. Daarom is dit ook zo’n kort hoofdstuk. Complimenten zijn in deze wereld niet alleen zeldzamer dan klachten, maar meestal ook korter.

 

Eindhoven: stremming, Schreeuwjezus, clementie


En zo beland ik dan in Eindhoven. Hiervandaan wil ik met de Sprinter naar ’s-Hertogenbosch en vervolgens met weer een andere Sprinter door naar Utrecht. Maar het zal niet gaan: door – ik herinner me, nu ik dit typ, niet eens meer door wat voor oorzaak – is er geen Sprinterverkeer mogelijk met Den Bosch en is de IC-dienst naar Utrecht gehalveerd.

Ergerlijk genoeg is ook de terugtocht via de Moerdijkbrug me afgesneden, want er zijn problemen met de bovenleiding tussen Rotterdam en Den Haag. Ik stel verdere treinreizen maar een paar uurtjes uit. Dan kan ik intussen alvast het adres van de Eindhovense daklozenopvang opzoeken, als het treinverkeer straks echt helemaal tot stilstand komt, overal in Nederland.

Eerst glibber ik wat door de straten van Eindhoven centrum. Ik verwacht ’Schreeuwjezus’ vanmiddag niet te zien. De evangelist van de Lichtstad zal toch hopelijk zijn rolscooter wel in de garage laten staan, nu hij het weer zo lelijk vindt?

Maar integendeel; hij heeft de kou en de gladheid getrotseerd en zit pontificaal bij de Markt, niet ver van de Heuvel Galerie, zijn mantra te zingen, die vandaag onverstaanbaar is. Hij is ofwel door wintergrieperigheid niet bij stem, ofwel bevreesd voor een nieuwe boete wegens geluidsoverlast.

Het tekstbord dat hij met zich meevoert, is zoals gewoonlijk ook niet helemaal begrijpelijk. Het gaat erover dat je eens per eeuw terugkeert op aarde in een verjongd lichaam, of zoiets; gelooft hij nu ineens ook nog in zielsverhuizing?

Eindhoven neemt nog minder notitie van hem dan gebruikelijk. Het is koud en glad, men heeft alle aandacht nodig om op de been te blijven en men schiet snel de winkelpassage binnen. Zou Schreeuwjezus ooit sterfelijk blijken, dan zal Eindhoven hem nog missen. Maar niet voor lang, want een jaar of 25 later staat hij als jongeling strak in de lak, als een feniks uit zijn as herrezen, weer zijn dagelijkse riedel te verkondigen.

Nog steeds is er geen Sprinterverkeer mogelijk met de hoofdstad, zij het niet de grootste stad van Noord-Brabant. Tijd om mijn Eindhovense pleisterplaats op te zoeken voor een zeer late lunch. Na sluiting van Grand Café la Gare du Sud, in de stationshal werd dat Suprême Café, schuin tegenover het station.

Ik heb overal in het land van die vaste adressen. Zij hoeven maar te voldoen aan drie minimumeisen: ligging pal bij het station, betaal- en verteerbaar voedsel en een niet al te hondse bejegening; dan blijf ik er na het eerste bezoek meestal wel terugkomen.

Bij Suprême Café check ik mijn timeline in Twitter even, en val midden in een polemiek over de wanprestatie van NS / ProRail, deze winterdag. Zo is bijvoorbeeld de stremming op de Hanzelijn ook nog niet verholpen. Rikus zwengelde de woordenstrijd aan, en krijgt nu zwaar tegengas van het soort foute braveriken die altijd maar weer overlopen van Begrip voor de verkeerde dingen en mensen. Begrip voor de spoorwegen, deze keer, gezien de extreme weersomstandigheden.

Ik ga me er maar even satirisch, ironisch in mengen en roep Rikus´ Mij voor Beter OV op om eens een klein beetje consideratie te hebben met de veelgeplaagde spoorwegsector op een dag als deze. Per slot van rekening vriest het 40 graden en ligt er overal in het land een pak sneeuw van 4 meter hoog. Dan kun je niet verwachten dat alle treinen stipt op tijd rijden.

Ja, kom op zeg; wat nou: extreme weersomstandigheden? Die had je op die voorlaatste dag van 1962, toen we bij oma en opa gingen logeren, en toen reden de treinen ook. De weersomstandigheden op die dag worden steeds extremer, elke keer als ik die anekdote vertel. Maar de winter van vandaag de dag, die stelt absoluut niets voor.

 

Een elektrische HOV-bus en toch nog de terugreis


Terug in de stationshal zie ik dat de stremming richting Den Haag is verholpen, maar die naar Utrecht nog niet. Ik plak er nog maar een uurtje Eindhoven aan vast. Ook op gebied van bussen is hier veel veranderd bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling.

In deze innovatieve stad hebben ze twee nieuwe soorten bussen en buslijnen ge-innoveerd. Die met lijnnummers in de 400-serie rijden sinds december 2016 elektrisch. Je houdt je hart vast, in techneutenstad Eindhoven, gezien het debacle met de Phileas-bus. De lijnen in de 300-reeks heten nu HOV-bussen, omdat ze althans op een (klein) gedeelte van hun route rijden over een hoogwaardige busbaan.

Deze nieuwe Hermes-lijnen staan op mijn jaarplanning voor het eind van deze winter, begin van de lente, of daaromtrent. Maar ik kan mijn nieuwsgierigheid ineens niet meer bedwingen en neem een bus die zowel elektrisch is als over een HOV-baan rijdt. Dat is lijn 405 naar Achtse Barrier, die ik in het schemerduister neem totaan het zeer uitgestrekte winkelcentrum Woensel, in het noorden van de stad.

Hoe rijdt en klinkt dat, reizen in een geheel elektrische, gelede bus? Ongeveer net zo als in een Arnhemse trolleybus, met dien verstande dat er geen beugel aan de bus vastzit en hem geen bovenleiding boven het hoofd hangt.

Dat heeft een paar in het oog springende voordelen: veel goedkoper in infrastructuur, en je kunt zo’n bus overal laten rijden. Een niet over het hoofd te zien nadeel is er ook: een elektrische bus heeft een beperkte actieradius. Na een kilometer of 80 moet de stekker in het stopcontact. Soms al na veel minder dan 80 kilometer. Op de eerste dagen van exploitatie gaven diverse bussen er tijdens de rit de brui aan, niet tot groot enthousiasme van de reizigers.

Kinderziekten! De busbaan naar Woensel, over een zeer brede verkeersader, is nog niet helemaal af, zo te zien in het halfduister.

Bij de Mij voor Beter OV melden ze dat ze daar allemaal over de vloer rollen van het lachen om mijn tweet over die 40 meter sneeuw.

Als ik uitstap bij een tijdelijke halte, staat daar een man met een briefje van 50 naar me te zwaaien. ‘Dat is sympathiek van u’, zeg ik, ‘maar waaraan heb ik deze geste te danken?’
Nee, hij vraagt of ik misschien kan wisselen. ‘Die klootzakken in de bus nemen potverdomme geen 50-jes aan!’
‘Een 50-je wisselen? Ik wou dat ik zo rijk was’, zeg ik weinig origineel.
‘Ik ga nóóit met de bus. Maar vandaag, met die gladdigheid stap ik niet op de fiets. En dan gá ik een keer met de bus en dan mag ik potverdomme niet mee!’

Wat zal ik doen? Deze zeer incidentele reiziger aanraden voor 7,50 een chipkaart te kopen, waar hij dan ook nog saldo op moet laden om te mogen instappen? Nee, dat doe ik maar niet. Ik wens hem sterkte, loop naar de overkant en neem een bus terug naar het station. Daar zie ik dat er nog steeds geen Sprinter rijdt naar ’s-Hertogenbosch.

Als ik nou gewoon eens naar huis ging, via Rotterdam, dan maar? Ik heb nog wat te doen, vanavond; het EK schaatsen terugkijken via Uitzending gemist. Een hele zit; er zijn voor het eerst deze keer 4 kampioenschappen in één; mannen en vrouwen, sprint en allround. Ik denk dat ik van elk onderdeel alleen maar de laatste 3 ritten ga zien; dan weet je ook alles.

Als ik de coupé binnenkom, blijkt er een heel lange wollen shawl aan mijn tas te hangen. Niemand in de coupé claimt het eigendom ervan. Wie weet hangt hij al kilometers achter me aan. Er loopt nu iemand in Eindhoven rond die die shawl heel erg mist. Misschien wel die boze man bij de halte; ‘Jatten ze potverdomme je shawl ook nog!’

Niets meer aan te doen. Waarom heb ik toch altijd van die idiote dingen? Om ze op te kunnen schrijven.

Op de terugweg zetten de vonken van de bovenleiding het landschap in mysterieus blauw schijnsel. Vanaf de stroomafnemer op het dak klinkt een luid gekraak en geknetter. Het geeft ons reizigers een warm, veilig gevoel. Laat de weergoden maar razen, laat de vorst maar kraken en laat de sneeuw maar schuiven; de spoorwegen trotseren alle elementen!


 

Woerden - Zaltbommel



Woerden

De week daarop maakt de winter al snel weer plaats voor de herfst, met regen, guurheid en wind. De buienradar belooft zaterdagmorgen niet veel goeds.

Ergens tussen Woerden en Vleuten zal ik de sneeuwgrens passeren. Alleen in de kustprovincies zijn de weiden groen, maar in de rest van Nederland ligt nog een heel pak sneeuw van van de week.

Ik neem vanmorgen die lange, langdurige Sprinterlijn Den Haag – Den Bosch, maar alleen op het traject Woerden – Zaltbommel. Op de plek waar de sneeuw begint, begint die Sprinter ook te doen wat Sprinters doen moeten: sprinten. Hij heeft maar liefst 9 minuten stilgestaan op Gouda Goverwelle en ook nog eens 8 op het volgende station, Woerden. Daarbij is hij achterhaald door de Sprinter Rotterdam - Uitgeest, die 12 minuten na hem uit Gouda is vetrokken. Ze stonden broederlijk schouder aan schouder op station Woerden.

Op Utrecht Centraal loopt deze Sprinter leeg, waarna hij meteen weer doorrijdt. Tot 11 december vertrokken de Sprinters naar ´s-Hertogenbosch en Tiel een paar minuten na de IC´s naar het zuiden. Tegen Geldermalsen voelden ze dan de hete adem alweer in de nek van de volgende IC die een kwartier later uit Utrecht was vertrokken. In Geldermalsen moesten ze dan een hele tijd wachten totdat die voorbij was.

Dit is nu verleden tijd. De Sprinters vertrekken pal vóór de IC´s, waardoor ze ergens er hoogte van Lunetten worden ingehaald. Daardoor blijven ze de volgende IC voor en kunnen ze in Geldermalsen meteen doorrijden.

Hier heeft Tim toch een knap stukje werk geleverd, waar de Sprinterklanten voor bijvoorbeeld Zaltbommel en Tiel hem dankbaar voor zullen zijn. Maar het is vanzelfsprekend alleen maar mogelijk gemaakt door de spoorverdubbeling tussen Utrecht en Houten.

Er hangt sneeuw in de lucht. Het silhouet van Culemborg steekt fraai af tegen de wolkenhemel. De lezer moet me op mijn woord geloven; ik was te laat met mijn camera.

Voorbij die korte stop op Geldermalsen lonkt Zaltbommel.

 

Zaltbommel: Maarten en Fiep

Zodra ik het centrum van het Gelderse stadje aan de Waal binnenloop, begint het verschrikkelijk hard te nattesneeuwen. Het zal daarmee een dikke twee uur doorgaan. Ik breng die tijd door in de Stadscafé aan de Markt voor nu eens een vroege lunch, en in Museum Stadskasteel.

Naast de geschiedenis van de Bommelerwaard staat Het Stadskasteel in het teken van twee beroemde Zaltbommelaars. Dat zijn de krijgsheer Maarten van Rossum (ca. 1490-1555) die ooit in het kasteeltje woonde, en de illustratrice Fiep Westendorp (1916-2004) die in Zaltbommel is geboren en getogen.

Maarten van Rossum, bijna een naamgenoot van onze nationale troetel-grumpy-old-man Maarten van Rossem, was een kundig doch hardvochtig en nietsontziend militair. Hij was in dienst van de hertog van Gelre en had tot taak, het hertogdom Gelre uit handen te houden van de Habsburgers, die heersten over onder meer Holland en Utrecht.

Van Rossum bezette in 1527 de stad Utrecht en plunderde Den Haag een jaar later. Dat is dus bijna een half millennium geleden, maar ik betwijfel of die steden straks wel trek hebben in een grootse herdenking. Van Rossum was, net als Grote Pier, de kwaaie pier in de serie ´Floris´, die nu al voor de tweede keer genoemd wordt in dit stuk dat in beginsel over treinen gaat.

Van Rossum was ook een cultuurminnaar. Hij vergaapte zich in de door hem overwonnen steden eerst aan de architectuur, alvorens de hele boel in de fik te steken. Dat platbranden konden die steden dan weer voorkomen door het betalen van een niet kinderachtige afkoopsom.

Veel scrupules had Van Rossum niet. Toen de Habsburgse keizer Karel V de eindoverwinning behaalde in Nederland, trad hij bij zijn voormalige vijand in dienst en zette zijn veroveringstochten voort in een groot stuk van Europa. Hij stierf op 65-jarige leeftijd aan de pest, de enige vijand die hem klein kreeg.

Fiep Westendorp werd 100 jaar plus een maand geleden geboren in Zaltbommel en heeft op de bovenverdieping van het kasteel een uitgebreide expositie. Ze was minstens even dapper als Van Rossum; in WO II zat ze in het verzet.

Maar ze is vooral bekend als tekenares van Jip en Jan-ne-ke en vele andere boeken voor kinderen en volwassenen. Ik heb me altijd afgevraagd, waarom Jip en Jan-ne-ke zwart getekend werden, in silhouet. Maar dat was omdat die verhaaltjes van Annie M.G. Schmidt oorspronkelijk verschenen in de krant, en gedetailleerde tekeningen niet goed uit zouden komen op krantenpapier.

Aan de Waalkade staan de twee bekendste buurkinderen van Nederland vereeuwigd; ook in silhouet. De sneeuw is opgehouden en niet blijven liggen. Ik kan nog een heel stuk wandelen door dit sympathieke stadje. Maar dan lokt de trein weer, en Tims spoorboekje.

 


Tiel klopt nu

Geldermalsen

Ik neem de Sprinter terug naar Geldermalsen en stap daar over op die naar Tiel (Woerden – Tiel). Die trein had altijd een ´scheve´, niet symmetrische dienstregeling. De Sprinter van Tiel naar Utrecht stond veel langer stil op Geldermalsen dan die in de andere richting.  Maar alles klopt nu helemaal, ook in Tiel zelf. Je hebt daar een prima aansluiting op de Arriva-Stoptrein naar Arnhem.

Die moet bij Elst invoegen op dat hyper-drukke traject Nijmegen – Arnhem, maar ook dat verloopt op rolletjes, zoals alles, vandaag. De ene witte zaterdag is de andere niet op ons spoorwegnet…

Frans Mensonides
29 januari 2017
Geweest in Noord-Brabant plus het Gelderse Wijchen, Nijmegen, Arnhem, Zaltbommel, Tiel en Geldermalsen: zaterdagen 24 december 2016 en 7 en 14 januari 2017

 

Tiel
Dat omchippen of overchecken bij een overstap naar een andere vervoerder, daar moeten ze nu echt iets aan gaan doen in 2017.




‘Ik ga via Breda’, IC-Vertraagd Den Haag Centraal – Breda via de HSL

 

Hooguit een halve seconde staan deze woorden in de goede volgorde, als de trein Breda binnenrijdt

Nou, deze laatste zaterdag van januari dan het klapstuk van de nieuwe dienstregeling: de IC Den Haag Centraal – Breda via de HSL. Helemaal aan de kop van dit document werd hij al aangekondigd. Hij staat al sinds zondag 11 december 2016 in het spoorboekje, maar de eerste rit vond pas plaats op maandag 23 januari 2017.

De 6 weken daartussenin lag het treinverkeer tussen Den Haag en Breda voor een belangrijk deel lam. Al die tijd werd er gewerkt aan en in de bijna 25 jaar oude Willemsspoortunnel. Doel van die klussen was: het vernieuwen van de perrons op de stations Rotterdam Blaak en Rotterdam Zuid en het ´verminderen van het risico op storingen´, wat ik me bij dat laatste dan ook maar mag voorstellen.

Tevens werden er testritten gehouden met de nieuwe IC-treinen over de HSL. Als ik de spoorwegen was, had ik dat gedaan alvorens die treinen in het spoorboekje op te nemen, en niet erna.

Maar ze rijden nu dan toch, áls ze rijden. De HSL tussen Rotterdam en Breda is al jaren berucht om zijn veelvuldige storingen. De Intercity Direct heet in de volksmond: Intercity Defect en met de Fyra Amsterdam - Brussel wilde het hier helemaal niet lukken. Je kunt je dan ook afvragen of het verstandig is, nog een extra treinserie over dit traject te laten rijden naast de ´Defect´ en de Thalys. Maandag en dinsdag was het meteen raak: telkens een stremming van enkele uren.

Het is de bedoeling dat de nieuwe IC-verbinding in de loop van dit jaar doorgetrokken wordt naar Eindhoven. Tot dan moeten we nog overstappen in Breda, een krappe crossplatformaansluiting van 3 minuten. Je hebt nu 9 minuten tijdwinst tussen Den Haag en Breda en dat worden straks 11 minuten tussen Den Haag en Eindhoven.

Dordrecht voelt zich de grote verliezer van deze nieuwe verbinding. 'Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt', zou het dan toch waar zijn? 

 De oude IC Den Haag – Rotterdam – Breda - Eindhoven - Venlo stopte in Hollands oudste stad, maar de nieuwe IC doet dat niet; sterker nog: hij komt er niet eens meer doorheen. Nou heeft Dordrecht nog ‘maar’ 9 verbindingen per uur met Rotterdam (was: 11 per uur), wat ik niet echt slecht vind; geen reden om bij ROVER aan de telefoon te hangen, op het eerste gehoor. Maar het is wel zo dat de treinen naar Rotterdam in de ochtendspits nu nog voller zijn dan voorheen; die 2 extra mis je dan wel. 

De aansluitingen op de MerwedeLingeLijn zijn wel wat scherper geworden. Je haalt ze alleen nog als je een goed loopvermogen hebt. Maar dan heb je wel tijdwinst. Ook hier geldt dat ieder nadeel z'n voordeel hep.  

De IC-verbinding Dordrecht – Breda dreigde helemaal verloren te gaan. Dordt wordt hiervoor gecompenseerd met een nieuwe IC die beide steden non-stop verbindt en verder nergens heen rijdt. Maar die gaat slechts eens per uur. Wel is het aantal Sprinters Dordrecht – Breda (en door naar ´s-Hertogenbosch) verdubbeld van 1 naar 2.

Verder rijden de eerste 3 weken de IC´s Lelystad – Dordrecht door naar Breda. Als ze dat nou definitief maakten, dan zou je 4 verbindingen per uur hebben. Geen idee waarom men kiest voor zo´n kort IC-lijntje Dordrecht – Breda.





De nieuwe IC staat gereed op spoor 1 van Den Haag Centraal. Hij bestaat uit een TRAXX-loc en een sleep van 9 getrokken rijtuigen. Die zijn niet nieuw, maar opknappertjes (een afknapper zit er ook aan te komen, binnen een paar alinea´s). Met 9 wagens zit je op zaterdagmorgen in ieder geval heel erg ruim. De trein benut de volle lengte van het perron en ik ben 5 minuten onderweg om de kop te kunnen fotograferen.

Deze trein houdt echt van doorrijden: hij stopt onderweg naar Breda slechts op Den Haag HS, Delft en Rotterdam Centraal.

Snel voorbij Den Haag HS duiken we de tunnel van Rijswijk in. Uit die plaats bereikten me klachten over de Sprinterdienst Den Haag Centraal – Dordrecht. Ook daarvan is het tijdenpatroon aangepast met ingang van het nieuwe spoorboekje, en de aansluitingen zijn er niet beter op geworden.

Wil je van Rijswijk naar Utrecht, dan kun je linksom of rechtsom; via Rotterdam Centraal of Den Haag Centraal. Maar in beide gevallen heb je geen beste aansluiting. In Rotterdam moet je 12 minuten wachten en in Den Haag zelfs 16; waarschijnlijk zie je daar de vorige IC naar Utrecht net het station uitrijden.

Ga je van Rijswijk naar Breda, dan kun je overstappen in Delft en heb je doordeweeks overdag een mooie aansluiting: 4 minuten wachttijd. Maar in het weekend en de avonduren, als de Sprinter maar om het halfuur rijdt, wacht je 20 minuten. Beroerder is het nog gesteld bij een rit Rijswijk – Roosendaal: door de week 11 minuten wachten in Delft en in het weekend zelfs 26, en dat als je reis net begonnen is; ontmoedigend.

Ik heb bij deze dag, zaterdag 28/1, al twee maanden geleden ´IC Breda!!´in mijn agenda geschreven; mijn eerste gelegenheid om die rit Den Haag – Breda te maken. Je kijkt toch de hele week naar zo’n zaterdag uit, hoewel er niet zo gek veel nieuw is aan die nieuwe Intercity.

Maar wat ga ik de rest van de dag doen, als ik straks in Breda ben aangekomen? Ik besluit spontaan, dat ik dan door ga reizen naar station Horst-Sevenum in Limburg, dat op die lijst staat van stations waar ik nog nooit eerder ben uit- of ingestapt. Ik weet niets over die plaatsen, behalve dat ze tussen Helmond en Venlo liggen, en vrij ver van elkaar, en vrij ver van dat gezamenlijke station.

Daar zal ik wat later aankomen dan verwacht. Je houdt het niet voor mogelijk, maar er is uitgerekend net nu door een defecte trein een stremming uitgebroken op de HSL! In Rotterdam moeten we de trein uit. De lol van deze reis er al weer af, nog voordat hij goed en wel begonnen is.  

Ja hoor, dat heb IK dus weer, denk ik, slachtofferachtig. Maar met mij honderden anderen, en geheel onverwachts kan het ook niet zijn. Treinreiziger.nl zal de komende week schokkende cijfers publiceren. Gedurende de eerste tien dagen dat deze IC reed, is maar liefst 20% van de treinen uitgevallen. En van de treinen die wel reden, had nog eens 35% vertraging (3 minuten of meer), zodat een vrij eenvoudige rekensom leert dat je op deze lijn niet veel meer dan 50% kans hebt op een reis die aan de eisen voldoet: op tijd vertrekken en aankomen. Een complete wanprestatie.



Gestrand. De digittale reiziger kijkt op z'n mobiel hoe lang dat gaat duren

Deze stremming gaat zeker tot 13:00 uur duren. Alphen – Gouda kampt trouwens ook weer eens met een defecte trein, en dat zal ik tot het eind van de middag overal horen omroepen.

Nu zou ik nog via Dordrecht om kunnen reizen, maar de bedoeling vandaag was toch echt die HSL-IC. Ik ga maar even heen en weer op de Hoekse Lijn, die binnenkort omgebouwd zal worden tot metro. Ik schreef er vorig jaar met Pasen al over, maar nu gaat het echt gebeuren, met ingang van 1 april 2017 (echt waar, en geen grap). De voortekenen bedriegen niet. Overal langs de baan staan hekken en liggen buizen en trossen kabels.

´Dit zijn historische foto´s die we aan het maken zijn´, zeg ik bij station Maassluis West tegen een man die net als ik deze bijna opgeheven spoorlijn staat te fotograferen. Maar hij zegt niets terug en kijkt alleen gehinderd opzij. Ik was het even vergeten: veel railhobbyisten zijn compleet autistisch.

NS belooft nu op zijn site dat het treinverkeer via de HSL weer op gang gaat komen, dus ik spoed me terug naar Rotterdam Centraal. Twee uur kwijt door die ongein; zou ik Horst (L) nog halen voor donker? Zou het verder niet het beste zijn om het hele spoorwegnet van NS te vermetroën? Nederland is toch één grote stad. Hebben we wel mooi het grootste metronet ter wereld, en nooit meer last van NS.

Op weg naar Breda, eindelijk. We passeren De Kuip. Feyenoord hunkert hartstochtelijk naar de Coolsingel. Een niet-voetballiefhebber snapt daar niets van, supporters uit Rotterdam Zuid die in Rotterdam Noord willen wezen.

En dan die rit over de HSL, waar niets nieuws aan is. Ja, hooguit is nieuw dat het licht in mijn wagen niet brandt en we in de tunnels in pikkedonker zitten; er moet persé iets defect zijn op de route van de IC Defect.

De trein is een van die 35% die vertraagd is. 5 minuten te laat uit Rotterdam vertrokken; wedden dat de aansluitende trein naar Eindhoven weg is?

Die weddenschap heb ik gewonnen; de trein is inderdaad weg. Een halfuur verlies tegen 9 minuten winst. Laten we deze treinen maar de IC Vertraagd noemen; de naam IC Defect was al vergeven.

Nou, dan ga ik maar een klein halfuurtje afkoelen in het mooie, rustgevende Bredase park Valkenberg bij het station, waar een watervogel geduldig zit te wachten totdat zijn woning ontdooid is. Normaliter ben ik op zaterdagen lankmoediger voor NS dan doordeweeks, maar dit is toch wel een erg barre reis.

Kun je als houder van een Weekend Vrij eigenlijk ook je geld terugkrijgen – het geld dat je niet betaalt? Ja, dat kan: 1/12 van de maandabonnementskosten voor een vertraging van een half uur. Maar dat bedrag is eigenlijk de moeite van het claimen niet waard.

De volgende IC uit Den Haag komt wel op tijd binnen. Maar de passagiers moeten nog flink doorstiefelen om de aansluitende trein naar Eindhoven te halen. Ze stappen over van een trein met 9 wagens op een (knap krappe) Koploper met 4 bakken; crossplatform overstappen kan dan nog een aardige tippel zijn.

Ook deze trein vertrekt een paar minuten te laat. Daarmee komt mijn aansluiting op de IC Venlo ook alweer in gevaar. Maar het blinde noodlot besluit, dit verhaal niet te dol te maken; ik haal die overstap.

 

Eendvogel in park Valkenberg, Breda

IC naar Venlo

Ook op het traject Eindhoven – Venlo heeft Tim de dienstregeling een kwartier laten kantelen. Tot 11 december gaf de IC Den Haag – Venlo op de hele en halve uren in Eindhoven aansluiting op de IC Alkmaar – Maastricht. Het stuk naar Venlo wordt nu gereden door de IC uit Schiphol, die Eindhoven bereikt rond kwart vóór en kwart over. Die IC wordt in de Lichtstad gesplitst in een gedeelte voor Venlo en een voor Heerlen.

Dat betekent dat deze IC in Venlo een betere aansluiting geeft op de Arriva-sprinter naar Roermond en in Blerick op die naar Nijmegen. Nadelen zullen er vast ook wel kleven aan deze wijziging, maar die zie ik zo gauw niet. 



Horst (L)






Horst-Sevenum

Je zou niet zeggen, dat je in Limburg bent; het landschap voorbij Deurne is erg vlak. In de omgeving van station Horst-Sevenum zijn wat kantoren gevestigd. Maar de kerkspits van Horst zie ik helemaal in de verte aan de einder; dat wordt een flinke wandeling.

Als ik uitstap is ook net de IC in de tegengestelde richting gearriveerd. Het is ineens druk hier; fietssloten klikken, portieren van auto’s slaan dicht, mensen worden afgehaald en hartelijk begroet door dierbaren. Daarna zal 28 minuten stilte aanbreken.

Het witte stationsgebouw is een woonhuis. Toen ik in de jaren 90 in ROVER zat, woonde de voorman van de afdeling Limburg in dit station; bovenop het spoor.

Ik sla de weg in naar Horst. Daar zie ik de bushalte waar ik bij het station vergeefs naar speurde. De bus is net weg; er was maar 2 minuten overstaptijd, je kunt hem onmogelijk halen.

Te voet dus; ik heb me nu eenmaal voorgenomen naar Horst (L) te gaan, dus ik moet en zal naar Horst (L). Die koppigheid moet ik geërfd hebben van mijn Friese en Veluwse voorzaten. En ik snap ook niet waarom ik tijdens het typen van dit stukje pas op het idee kom om een OV-fiets te pakken. Na 200 meter stuift de bus me verdorie nog voorbij; hij had vertraging.

Helaas ben ik geloof ik niet helemaal in orde – nog afgezien van het feit dat ik rare, niet strikt noodzakelijke reizen maak op een vrije dag. Ik loop heel vreemd en vervelend te zweten en het lijkt wel of ik nog kippiger ben dan gewoonlijk; alles ziet een beetje dubbel, vandaag.

Daar ga ik me, hoewel dat niet helpt, maar eens flink zorgen over lopen te maken op deze saaie weg, die weinig afleiding biedt – wat DOE ik hier in vredesnaam??? Dit is vast de voorbode van ziekte. Maar dan niet een gewoon alledaags winters griepje, dat recht geeft op een week binnen zitten bij de kachel. Nee, o jee, nee, dit is het beginstadium van een afgrijselijke kwaal, die zo zeldzaam is dat de artsen hem pas herkennen als hij al te ver is voortgeschreden om me nog te redden. ‘Helaas, meneer, de medische wetenschap staat hier machteloos…’


Het is al kwart voor vier als ik mijn opwachting maak in de bebouwde kom van Horst. Dat blijkt een knus Limburgs dorp dat redelijk fotografeerbaar is in de late middagzon. Zon? Wacht eens even. Het is vanmiddag toch zeker een graad of 12 boven nul in die al aardig krachtige winterzon. En ik ben nog gekleed op wat het gisteren was: min 8: hemd, T-shirt, overhemd, dikke trui, shawl en winterjas. Het is niet echt een wonder dat ik me een ongeluk zweet.

Ik trek mijn jas uit en sla hem over mijn arm. Is dat wel verantwoord, zonder jas lopen in januari? Ja, ik kon ook hier op straat dat hemd en T-shirt uittrekken en dan die jas weer aan. Maar dat zou misschien wat raar staan; mogelijk nemen ze daar aanstoot aan in een plaats als Horst.

Dat nieuwe speeltje, die smartphone die ik 4 weken geleden gekocht heb, bevalt me trouwens uitstekend. Vooral op een dag als deze komt hij regelmatig tevoorschijn. Ik zit er aantekeningen op te maken voor dit stukje. Daarnet tijdens die stremming keek in Rotterdam ik om de twee, drie minuten of NS al beterschap meldde, en nu in Horst (L) op elke straathoek of ik me volgens het GPS-systeem nog steeds in Horst (L) bevind.

Het is nog niet zo erg met me gesteld als met de meeste pubers van tegenwoordig. Ik zit op zo´n reisdag misschien 2 uur op mijn mobiel; die kids zitten er twee uur per dag NIET op. Leraren moeten die telefoons aan het begin van de les in beslag nemen als ze hun leerlingen nog iets bij willen brengen. Het is verleidelijk; je trekt dat ding sneller dan Lucky Luke zijn revolver of ridder Floris zijn zwaard. Het wordt een reflex. Je mag er inderdaad wel op gaan zitten om het te voorkomen.

Ik mag wel uitkijken dat ik geen vierkante ogen… Héé, verroest, daar zeg ik zo wat. Zou daar dat onscherpe zien misschien door komen; iets met focussen op dat schermpje en dan niet goed meer kunnen accommoderen voor in de verte? Of zo?

Pfffoei, al die fysieke verschijnselen zijn tenminste verklaarbaar. Het is weer eens niks. Ik verbeeld me om de 2 à 3 weken dat ik iets heel ergs heb, en uiteindelijk blijkt het iedere keer niks. Dat is heel vervelend, want omdat het niks is, helpt er ook niks tegen.

Laat ik verder van deze mooie middag genieten. Horst heeft net als Rotterdam een Markthal, al heet hij Mèrthal. De kerk is platgebombardeerd in de oorlog en vervangen door iets moderners. De zonnige kant is zijn voordelige kant. Middelbare dames lopen hier hun oude moeder voort te duwen in een rolstoel – tenminste ik zie er twee lopen; het kán weer, de kou is uit de lucht en moeder is nog dikker aangekleed dan ik daarnet was. En alles wijst erop dat het carnaval voor de deur staat.

Over Horst kan verder nog opgemerkt worden dat men er tractoren vervaardigt en heel erg veel champignons kweekt. De helft van de in Nederland gegeten champignons komt uit de omgeving van dit Limburgse dorp.

Ik pak een bus terug naar het station, vergeet op de knop te drukken voor de halte waarvan ik denk dat ik eruit moet, ga mee naar de volgende, en die blijkt achter het station Horst-Sevenum te liggen.  In tegenstelling tot wat ik daarnet dacht, geeft deze bus een perfecte aansluiting op de IC naar Eindhoven.

 

 

NS-FLIRT op Deurne – ‘s-Hertogenbosch

Op station Deurne zie ik een NS-FLIRT gereed staan die over een kwartier richting Den Bosch zal vertrekken. Een NS-FLIRT, die heb ik hierboven nog niet gedaan; wel een van Abellio en die in Limburg van Arriva.

Op station Helmond stap ik daarom uit de IC en wacht een kwartier op de FLIRT, waarmee ik verder reis naar Eindhoven. Een kort stukje maar, maar genoeg om de fraaie De Stijl-motieven op de plaat te zetten. De eerste klassen bevinden zich in die twee verhoogde hokken aan de uiteinden van de trein. Verder is deze FLIRT uitgerust met een toilet en een fietsenhok.

Dat wandelingetje naar en door Horst blijkt een kantelpunt geweest te zijn op deze dagtocht. Daarvoor ging alles verkeerd; daarna alles goed. De aansluiting in Breda is nu haalbaar, de IC Breda – Den Haag valt deze keer niet uit en is zelfs perfect op tijd. Een prima verbinding, als de trein tenminste rijdt.

Is die IC via de HSL al met al nu het hoogte- of het dieptepunt van het spoorboekje 2017? Zeg het maar; de lezer oordele zelf! In ieder geval is het een punt. En nu dat punt gemaakt is, resten ons nog slechts de restjes.

 

Toch nog even naar Dordt



Sprinter naar Breda 

Met die omstreden IC via de HSL reed ik dus twee keer om Dordrecht heen. Maar ik wil er toch nog even naartoe. Ze zijn in die stad al zo gefrustreerd over dat overslaan door de IC, dat ik ze ook nog eens niet wil overslaan.

Ik maak dat ritje naar Dordt op de valreep, op zaterdag 11 februari, de dag voordat dit stuk online gaat. Het interregnum van Koning Winter is nu voorbij; er ligt vandaag in het hele land sneeuw, waaronder NS wonderwel overeind blijft. Ja, er zijn niet minder dan 9 stremmingen, maar die waren allemaal gepland. Wat vandaag rijden moet, rijdt.  

Ik neem op Rotterdam Centraal de Sprinter Den Haag – Dordrecht. Die rijdt in het weekend maar eens per half uur; magertjes. Hij staat in het zicht van de haven volgens dienstregeling 3 minuten stil op Zwijndrecht, om voor mij ondoorgrondelijke redenen, maar Tim van Leeuwen zal het wel snappen.

Op zijn eindstation Dordrecht sluit hij wel mooi aan op de Sprinter naar Breda - ’s-Hertogenbosch. Veel reizigers maken van deze aansluiting gebruik. Die op de IC Vlissingen is ronduit kloterig in het weekend: 17 minuten. Wat wel betekent dat je hem met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid haalt. Elk voordeel.. had ik dat al niet een paar keer gezegd in dit artikel? De waarheid van deze Cryuffiaanse uitspraak besef je, als nooit tevoren, door lezing van het spoorboekje.

Ik reis door naar Breda, wandel wat rond, en neem na de klok van zessen de IC via de HSL. De IC uit Eindhoven geeft er keurig netjes aansluiting op; hij vertrekt op de minuut op tijd en komt ook op tijd aan. Het kán dus wel…



Breukelen gebroken

Ik was Breukelen helemaal vergeten, en dacht er pas aan toen ik een week na mijn reis naar Horst-Sevenum toevallig in Breukelen was voor een nog te verschijnen aflevering van De digitale reiziger, over onder andere de toekomstige sneltram naar Uithoorn.

Breukelen had in de spits een strakke kwartierdienst naar Utrecht Centraal. Dat is nu weer zo´n raar, scheef geval geworden, een gebroken dienstregeling, als je wilt allitereren op Breukelen. Een 7-23-dienst is het nu, waarbij die van 7 vermoedelijk niet druk is.

Je kunt in Breukelen altijd om 4 en 34 minuten na het hele uur in de trein naar Utrecht stappen. Dat is de trein Uitgeest  - Rhenen; ook weer zo’n onwaarschijnlijk lange Sprinterserie die het halve land doorkruist. Die Sprinter rijdt tussen Uitgeest en Breukelen in gecombineerde kwartierdienst met de Sprinter Uitgeest – Rotterdam Centraal, die Tim van Leeuwen niet heeft uitgevonden, maar al jaren in het spoorboekje stond.

In de spits vertrekt dan uit Breukelen om 27 en 57 minuten na het uur, dus 7 minuten vóór de trein naar Rhenen, de Sprinter naar Veenendaal Centrum. Die rijdt op Utrecht Centraal vrijwel meteen door, terwijl de trein naar Rhenen daar 7 minuten stilstaat, zodat ze na Utrecht weer min of meer in een kwartierpatroon rijden. So wie so kun je vanuit Breukelen per Sprinter nergens anders meer heen dan richting Veenendaal / Rhenen.

Het scheve van de dienstregeling heeft ook repercussies voor het streekvervoer. Scheefheid plant zich voort. De aansluitende bus Syntus 130, Breukelen – Uithoorn, rijdt in de spits in een 10-20-patroon om in de pas te blijven met de trein.

Het kan misschien niet anders, maar het maakt wel een klungelige, ondoordachte indruk, zoals zoveel dingen in het nieuwe spoorboek.

Breukelen blijkt verder een station met een instapzone. Het perron is honderden meters lang. Maar je mag maar instappen binnen een zone van hooguit 50 meter. Dat systeem is in een vlaag van bewustzijnsvernauwing uitgedacht vanachter een Utrechts bureau.

Andere stations op deze lijn hebben ook instapzones, maar dan net op andere gedeelten van het perron. Als nou iedereen zich eraan houdt, is de redenering van NS, en mensen ook in de trein niet van voor naar achter gaan lopen banjeren, dan heeft iedereen een zitplek en kan in ieder geval iedereen mee.

In NS-kringen heerst de indruk dat plaatsgebrek in de treinen veroorzaakt wordt door de reizigers, die zich onvoldoende verspreiden over het perron. Het komt natuurlijk niet doordat NS te weinig capaciteit beschikbaar heeft in de spits; bij wie zou zo’n krankzinnig idee op kunnen komen? En dat op een kluitje staan heeft vanzelfsprekend ook niets te maken met het feit dat NS soms bij verrassing ineens met een veel te korte trein komt, zodat je er niet meer bij kan als je aan het eind van het perron stond.

Ik vind het wat betuttelend, zo’n instapzone, een beetje van de kleuterschool: netjes binnen de lijntjes kleuren, kindertjes; netjes in de rij! Ik zie dan ook geen sterveling die zich eraan houdt – op deze zaterdag; misschien zijn forenzen braver, maar ik hoop van niet.

 

 

Niet naar Twente

Enschede Kennispark, bij de Universiteit en het stadion (archieffoto 2016)

Twee maanden heb ik gezworven over het spoorwegnet van Nederland. Heb ik nu echt alle veranderingen in het spoorboekje gehad?

Nee, er was er nog een in Twente. De Sprinter Apeldoorn – Enschede is buiten de spits ingekort tot Apeldoorn – Almelo. Dat betekent dat er dan nog maar 4 in plaats van 6 treinen per richting per uur rijden op het drukke Twentse traject Almelo – Enschede. En dat betekent ook dat je van Almelo naar de universiteit bij Enschede Kennispark een onhandige 5-25 minutendienst hebt.

Een reden voor die verslechtering zie ik niet, behalve om geld te sparen voor andere verslechteringen (of mogelijk zelfs wel verbeteringen) elders in het land.

Het zou wat mal zijn om speciaal naar Twente te gaan voor een trein die niet meer rijdt. Ik heb daar dus maar van afgezien. De foto van station Kennispark dateert van een jaar geleden.

 

Geen finale slotconclusie aan het eind

Natuurlijk verwacht de lezer aan het eind van dit artikel een degelijke slotconclusie. Maar die komt er niet. Want dit stuk is al lang genoeg. En dit is het einde ervan.

Frans Mensonides
12 februari 2017
Geweest in Horst: zaterdag 28 januari 2017, Breukelen zaterdag 5 februari 2017, Dordrecht zaterdag 12 februari 2017.



Einde van deze rit. Is er geen uitstapzone?



© Frans Mensonides, Leiden, 2016, 2017