Nr. 232a - zondag 22 januari 2017 (week 3)
'Bint' van Bordewijk (1): de roman

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

231. BROOD EN SPELEN; EEN DAG ALS GLADIATOR IN DE ARENA  (08/01/2017)
230. TERLOUWS TOUWTJE (25/12/2016)
229. TRIX; T-REX IN TOWN (11/12/2016)
228. KIEKEN EN SPIEKEN, EEN STUKJE ETYMOLOGIE (27/11/2016)
227. DE THUISPAGINA 20 JAAR / DE THUISPAGINA DIGITAAL ERFGOED (13/11/2016)
226. DAGBOEKSPION, OF: MIJN GEBOORTE ALS HAPPY ENDING (30/10/2016)





 

F. Bordewijk.
Overgenomen van biografie van Bordewijk door Huygens ING

Ik weet niet of dat nog steeds zo is, maar in mijn middelbare schooltijd was de roman ‘Bint’ van F. (Ferdinand) Bordewijk (1884-1965) een van de eerste literaire werken die je in de Nederlandse les voorgeschoteld kreeg. Vrijwel iedereen van mijn lichting zette het boek, dat behalve fascinerend en indrukwekkend, ook nog eens lekker dun was, op zijn leeslijst voor het eindexamen. Ik moest er in de derde klas, anno 1971, een opstel over schrijven, en doe dat nu, geheel op vrijwillige basis, voor de tweede keer in mijn bestaan. In drie delen, waarvan de eerste twee bij dezen en het laatste over 14 dagen.

‘Bint’ (1934) was de meest voor de hand liggende keus voor een kennismaking met volwassen literatuur. De roman speelt op een middelbare school, maar niet zo een als de onze was. De titelheld Bint is directeur van een HBS en regeert met ijzeren hand over zijn schapen, zowel de leraren als de leerlingen.

Bint is een voorstander van ‘stalen tucht’, kadaverdiscipline, absolute gehoorzaamheid. Hij wil een generatie ‘kerels’ afleveren aan de maatschappij, en dat uit liefde voor het vaderland dat in zijn ogen aardig aan het versloffen is. Niets moet hij hebben van leraren die zich verdiepen in de tedere ziel van het kind en proberen aan te sluiten bij zijn leefwereld – precies wat onze lerares wel deed door ons deze schoolroman te laten lezen.

Wij griezelden van de horrorschool die het decor was van de roman. Daardoor kon de docente ons er gemakkelijk van overtuigen dat hier sprake was van een dystopie, een anti-utopie.  Een middelbare school leiden? ´Bint´ was een afschrikwekkend voorbeeld van hoe dat NIET moest. Wij mochten ons gelukkig prijzen dat wij op een moderne school zaten met moderne opvoedmethoden, waar de docent bijna je beste kameraad was, al zagen we dat misschien zelf niet altijd zo.

Zo keken in mijn tijd leraren Nederlands aan tegen deze klassieker. Maar in de jaren 30, toen het boek op de markt verscheen, circuleerden er ook andere interpretaties. Velen zagen er juist een ideaalbeeld in; weer anderen betichtten Bordewijk van fascistische sympathieën. Over weinig romans uit de vaderlandse literatuurgeschiedenis is zoveel (onzin) geschreven als over ´Bint´. Ik voeg het mijne daar graag aan toe in dit reeksje van drie delen.

Ik herlas ‘Bint’ laatst omdat er de afgelopen maanden een toneelbewerking van te zien was in de schouwburgen. En ik merkte dat de roman na 45 jaar nog in mijn geheugen gegrift stond; ik had mijn stukjes gemakkelijk kunnen schrijven zonder herlezing.

'De Bree zijn denken was hoekig en nors', zo luidt de openingszin van 'Bint'. Hoekig en nors, zo is ook de schrijfstijl van Bordewijk en de sfeer van de roman. Zo zijn ook de dialogen, waarin niemand 10 woorden gebruikt als hij het ook met 9 af kan.

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van De Bree, een nieuwe, tijdelijke docent die in november komt invallen voor een leraar die is weggepest door de beruchte klas 4D. De Bree is een kamergeleerde die bezig is met een studie over de 17e-eeuwse  geleerde vrouw Anna Maria van Schurman. Zijn werk wil niet erg vlotten. Om afleiding te zoeken en uit nieuwsgierigheid monstert hij aan op de school van Bint, waarover hij al allerlei verhalen heeft gehoord.

De gemeente wil deze HBS, gevestigd in een oud, somber schoolgebouw, sluiten wegens Bints impopulaire opvattingen over opvoeding. Nieuwe leerlingen worden al 3 jaar niet meer toegelaten. De school bestaat alleen nog uit 4e en 5e klassen.

De Brees eerste les is uitgerekend in 4D, een klas door Bint gevormd uit leerlingen die niet helemaal sporen, er afschrikwekkend uitzien en opvallende namen hebben: Van der Karbargenbok, Taas Daamde, Kiekertak, Surdie Finnis, Whimpysinger, Bolmikolke, Klotterbooke…. Zij worden consequent beschreven als beesten, Van der Karbargenbok bijvoorbeeld als gier en Kiekertak als diepzeemonster met twee rijen tanden en kiezen. Maar vlak qua gebit ook Whimpysinger niet uit, met zijn ‘hardgroen tandschimmel’. Onder de ´kerels´ in wording in die klas bevindt zich één vrouwelijke leerling, Schattenkeinder, een sloddervos die onder de inkt zit en een immer kauwende mond heeft.

De Bree dreigt al tijdens zijn eerste les slachtoffer te worden van pesterijen, maar laat meteen zijn tanden zien. Hij verklaart de oorlog aan de klas die hij voor zichzelf dan al ´de hel` gedoopt heeft en houdt een wedstrijdje armpje drukken, of liever: vuistje knijpen met de sterkste jongen onder de leerlingen.

De Bree wint. De eerste weken geeft hij in deze klas geen les, maar zit achter zijn ´vesting´, een bureau op een podium, en deelt strafmiddagen uit aan iedere leerling die praat of te veel beweegt. Als Bint een keer de klas binnenloopt en getuige is van dit wonderlijke tafereel, verklaart De Bree eenvoudigweg: ´Ik tem´, en de directeur schijnt deze uitleg te aanvaarden.

Evenals de andere leraren komt De Bree al snel onder de invloed van Bint, voor wie allen een dweperige bewondering koesteren. Het lerarencorps telt, net als de hel, één vrouw, een redelijk frisse verschijning in die horribele school, naar wie de eeuwige vrijgezel De Bree dan ook steelse blikken werpt. Maar tot echte avances komt het niet.

Tegen kerstmis vindt er een lerarenvergadering plaats over de rapporten. Naast de cijfers per vak krijgen de leerlingen ook een ´schoolcijfer´, waarin het oordeel van het lerarencorps over hen is samengevat. Op de school van Bint blijft niemand zitten. Wie een onvoldoende schoolcijfer op zijn kerstrapport heeft, kan dat niet meer ophalen en wordt gedwongen, de school te verlaten. 

De hel krijgt en bloc een 5 als schoolcijfer, wat op een HBS nog net als voldoende geldt. Er is discussie over de leerling Van Beek uit een van de 4e klassen waar De Bree lesgeeft. Deze nerveuze jongeman, met een problematische thuissituatie, heeft gedreigd, zich van kant te maken als hij een onvoldoende zou krijgen en de school dus zou moeten verlaten. Een of twee docenten pleiten voor clementie, maar Bint en de anderen willen daar niets van weten en hebben geen enkele consideratie met de leerling.

Het wordt een 3. Als de jongen het rapport heeft ontvangen, springt hij in een gracht, wordt er ternauwernood uitgevist, maar overlijdt enkele dagen later aan ´pneumonie´.

Het gebeurde laat Bint en dus ook De Bree aanvankelijk volkomen Siberisch. Bint vreest wel oproer naar aanleiding van Van Beeks dood, maar heeft er voorzorgen tegen genomen. Op de eerste morgen na de vakantie staat er inderdaad een opstandige menigte schollieren op het schoolplein leuzen te roepen en ruiten in te gooien. Zij zijn bijeengebracht en opgestookt door een leerling uit een andere 4e klas, Fléau, waarbij de conciërge van de school ook in het complot zit.

Dan breekt op een afgesproken teken van Bint letterlijk de hel los; de klas van die naam veegt het schoolplein met veel geweld schoon. Leerlingen die vluchten voor de vuisten van de creaturen uit Bints lievelingsklas, worden niet meer toegelaten tot de school, nooit meer, evenmin als Fléau en de conciërge.

Bint wrijft zich in de handen. Hij spreekt vergenoegd van een ´laatste zuivering´ die de school ondergaan zou hebben. Maar de dood van Van Beek, met gewelddadige nasleep, wordt het kantelpunt in het verhaal; Bints achilleshiel.

Voordat dat dat zover is, is er rond Pasen eerst nog een schoolreis. Onnodig te zeggen, dat ook zo’n tochtje op de school van Bint niet echt een pretje wordt, maar veeleer Spartaans van aard is. Het gaat om een meerdaagse fietstocht met zeer lange etappes die door Bint van te voren in detail zijn uitgestippeld.

De Bree gaat met de helft van De hel, 12 leerlingen, op pad door desolate landstreken in Zeeland, West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Daarbij geven zowel hij als zijn discipelen blijk van een apart gevoel voor schoonheid. Men vergaapt zich aan fabrieken en fabrieksschoorstenen, maar heeft noch oog voor de natuur, noch voor het schoon van middeleeuwse steden - die voor wat betreft De Bree gerust allemaal afgebroken zouden kunnen worden.

Een van de leerlingen, de altijd hoestende en kuchende Te Wigchel, kan niet goed meekomen op die lange fietstochten. De Bree laat voor een keer zijn hart spreken en wil om hem een etappe bekorten. Men besluit, de volgende dag via de kortste weg naar de volgende pleisterplaats te gaan, in plaats van met de enorme omweg uit het plan van Bint.

De volgende morgen is het: uitslapen, gezien de nu heel korte fietstocht die hun te wachten staat. Twee leerlingen zijn er echter in alle vroegte op de fiets vandoor gegaan. De Bree is ziedend van woede, en compleet radeloos.

Maar tijdens beraad met de 10 overgebleven leerlingen krijgt hij een ingeving ´uit het wijde buiten´. Dit heb ik altijd de meest mysterieuze passage uit  ‘Bint’ gevonden. Je zou kunnen veronderstellen dat die ingeving van Bint afkomstig is, of in ieder geval dat De Bree dat denkt. ´Roman van een zender´, luidde in oudere drukken de ondertitel van ´Bint´. Is De Bree in deze scene de ontvanger en dicht hij ook al telepathische gaven toe aan het schoolhoofd?

Hij begrijpt in ieder geval ineens dat de twee vluchtelingen het heilige plan van Bint aan het volgen zijn en de oorspronkelijke route zijn gaan rijden. Inderdaad arriveren de twee dissidenten ´s avonds laat in het hotel in de volgende etappeplaats. Als straf voor hun desertie worden zij door de anderen in elkaar geslagen. De Bree grijpt niet in.

Zelf staat hij niet stil bij het tegenstrijdige van zijn gedrag. Hij en de meerderheid van de leerlingen toonden zich solidair met de zwakke Te Wigchel en kantten zich tegen de twee leerlingen die het reisschema van Bint wilden volgen. Bints woord is hier geen wet meer.

Daarna doet de roman een paar hoofdstukken lang wat Bints HBS doet: als een nachtkaarsje uitgaan. Na de zomer begint het laatste schooljaar uit de geschiedenis van de school, met alleen nog examenklassen. Maar op de eerste schooldag toch nog een dramatisch moment, consternatie in de lerarenkamer. Bint heeft in de vakantie ontslag genomen, een bericht dat verdriet en grote verslagenheid teweeg brengt bij de leraren.

‘Het is om Van Beek’, fluistert een collega, suggererend dat Bint geknakt is door wroeging om de dood van de jongen. De Bree kan het niet geloven. Bint zou dan zwakker gebleken zijn dan zijn eigen systeem - dat door het lerarencorps nog een schooljaar lang ongewijzigd in stand zal worden gehouden, tot het einde toe. De Bree zoekt Bint twee keer thuis op, maar hij wordt aan de deur afgepoeierd door diens dochter. Bint wil niemand meer spreken en is dood voor de wereld. 


 

Nr. 232b - 'Bint' van Bordewijk (2):het stuk


Ik zag de toneelversie van ‘Bint’ op woensdag 11 januari in de Leidse Schouwburg, opgevoerd onder regie van Ger Thijs. De laatste voorstelling wordt gespeeld op de dag dat dit stuk online gaat. Ik had ‘Bint’ eigenlijk veel eerder willen gaan bekijken. Waarom dat er nou niet van kwam? Een beetje discipline is goed bij alles wat je doet; ik zie dat tegenwoordig duidelijker dan toen ik in de schoolbanken zat en ‘Bint’ las. Maar een goede planning is ook onontbeerlijk.

Het is feitelijk mosterd na de maaltijd om nu nog met een recensie aan te komen zetten. Een paar alinea’s wil ik toch nog wel wijden aan dit theaterstuk, dat helaas slechts losjes gebaseerd was op de roman.

Wie ‘Bint’ niet gelezen heeft – maar dat zullen er weinigen geweest zijn in die zaal met vooral grijze hoofden – zal vast wel genoten hebben van het door Ger Thijs  bewerkte stuk. Maar de Bordewijk-lezers zullen zich toch, net als ik, aan een aantal dingen gestoord hebben.

Ik ga dan welwillend voorbij aan kleinigheden, zoals het feit dat Bint (Jules Croiset) geen ‘rietmagere’, beverige oude man was maar een blok graniet, en dat Van der Karbargenbok een meisje was en niet op een gier leek. Zoek maar eens een goede cast om het rariteitenkabinet in de roman ‘Bint’ op toneel te brengen; gemakkelijker gezegd dan gedaan!

Die roman is so wie so lastig voor het theater te bewerken: de weinige dramatische momenten; die korte, snauwerige, afgebeten dialogen. Het moet Thijs dan ook vergeven worden dat hij ‘Bint’ laat ontaarden in een liefdesdrama, waarin door de twee hoofdrolspelers daarin, De Bree (Tijn Docter) en lerares To Delorm oeverloos gedelibereerd, om niet te zeggen: geleuterd wordt.

Ja, inderdaad, De Bree’s interesse voor To Delorm, een dun zijlijntje in de roman, blijkt op toneel de hoofdmoot van de avond te vormen. De romance kent gelukkig geen gelukkig slot; dat zou ook al te bar geweest zijn. Ze ‘krijgen’ elkaar niet aan het einde.

Verder, tsja. De Bree, in Bordewijks werk Bints meest fanatieke volgeling, is op toneel een wankelmoedige twijfelkont. De voorstelling is hier en daar nogal leutig. Waar ‘Bint’ in boekvorm hooguit wat voorbeelden van grimmige humor kent, werd het stuk onder handen van Thijs een tragikomedie.

Het spel van Jules Croiset als Bint maakte veel goed. Dat van Tijn Docter als De Bree dan weer wat minder. Hij lepelde zijn tekst waar mogelijk op uit een krant of uit een schoolboek, en raakte hem, in scenes waar deze rekwisieten ontbraken, een enkele keer kwijt – na een stuk of 50 voorstellingen in de tournee!

De HBS-leerlingen waren stagiaires van de toneelschool. Hun optreden bracht me aan het twijfelen; zat ik werkelijk te kijken naar het panopticum van gruwelijke gedrochten uit Bordewijks roman, of was ik verzeild geraakt bij een toneelstuk naar ‘De HBS-tijd van Joop ter Heul’ van Cissy van Marxveldt?

Natuurlijk heeft Ger Thijs de zelfmoord van Van Beek en het daarop volgende oproer volledig uitgebuit op toneel; eindelijk eens een drama; eindelijk eens een beetje actie (met veel gebrul en hels geschreeuw). Maar waarom heeft hij dan die andere, minstens even cruciale scene, de fietsescapade van die twee verloren schapen, weggemoffeld en er een volkomen andere draai aan gegeven?

De voorstelling was op de dag dat ik hem zag, wél angstwekkend actueel. De media waren die woensdag vol van de zelfmoord van een leerling op een middelbare school in Heerlen, met daarop volgend rumoer. Dat gaf het theaterstuk onbedoeld een extra dimensie.

Bij een stuk over een school vat je je oordeel natuurlijk samen in een cijfer, een ‘schoolcijfer’ in dit geval. Dat wordt een vijfje, maar dan een HBS-vijfje; nog net voldoende, toe maar!

FHM
22 januari 2017 


Nergens in ‘Bint’ staat vermeld in welke stad de roman zich afspeelt. Het gebouw van de Handelsschool aan het Alkemadeplein in Rotterdam heeft echter model gestaan voor de school van Bint. Bordewijk gaf van 1918-1920 les aan deze school. Het gebouw is verwoest bij het bombardement van 14 mei 1940.

Bint woonde in de roman op de Saftlevenstraat. Volgens De Bree zou deze straat beter omgedoopt kunnen worden in: Bintstraat.

Rotterdam heeft werkelijk een Saftlevenstraat. In 2006 is daar door burgemeester Opstelten een plaquette voor Bint onthuld, zogenaamd aangeboden door enkele leerlingen uit de ‘hel’. De plaquette is bevestigd aan de gevel van woning 5A, een nummer dat sterk doet denken aan een eindexamenklas van een HBS.

De Saftlevenstraat, waar je terecht komt als je metrostation Dijkzigt verlaat aan de kant waar niet het ziekenhuis Dijkzigt ligt, was in de jaren 80 een nogal berucht straatje; de eerste openbare plek in Rotterdam waar camerabewaking werd ingevoerd. Een aardig weetje, al doet het aan de roman ‘Bint’ niets toe of af.

FHM

Overgenomen van Moors Magazine







Nr. 232c - zondag 5 februari 2017 (week 5)
'Bint' van Bordewijk (3): de polemiek


Wat is een goede onderwijzer of leraar? Ze zijn knap zeldzaam. En het zijn niet altijd de meest aardige, soepele mensen.

Als ik terugkijk op het onderwijs dat ik zelf in 14 jaar tijd genoten heb, van kleuterschool tot met mijn drop-out uit het VWO, kan ik hooguit 5 á 6 leerkrachten opnoemen van wie ik echt iets geleerd heb; school- of levenslessen. 5 of 6 aan wie ik nog met respect terugdenk. Dat lijstje bevat lang niet al mijn favoriete meneren en juffen uit de tijd dat ik nog in de klas zat. Aan sommigen van dat handjevol had ik als leerling ronduit een hekel. In doorsnee waren ze conservatief en streng, maar wel rechtvaardig en met veel hart voor hun leerlingen en hun vak.

Een De Bree, een leerkracht die zijn leerlingen ‘temt’ en drilt,  in plaats van ze iets bij te brengen, heb ik nooit voor de klas zien staan. Mijn onderwijzer in de vijfde klas van de lagere school komt er nog het dichtste bij. Leerlingen die zaten te suffen, kregen een krijtje naar hun hoofd en werden getrakteerd op een donderpreek bij hun bankje. Hij wilde dat we de hele dag ‘scherp erbij’ bleven, en continu aantekeningen maakten, ‘want dat moet je straks op de middelbare school ook’.

Het jaar daarvoor, in de vierde, had er een vreselijk aardige, vriendelijke vent voor de klas gestaan, die helaas geen orde kon houden. In de onbeschrijfelijke chaos in zijn klas leerde ik niets. Ik haalde aan het eind van het schooljaar louter nog drieën en vieren – en klopte ook vergeefs bij hem aan als ik gepest werd.

Maar in de vijfde, onder die strenge onderwijzer, kwam ik thuis met prima rapporten. Het pesten was ook ineens voorbij. Ja, een paar heel vreemde trekjes had die man ook wel; daar sluit ik mijn ogen niet voor. Maar hij kon vertellen over geschiedenis alsof hij er zelf nog had bijgestaan.

Dus kortom, wat is een goede leerkracht? Precies die vraag stond centraal in de uitgebreide polemieken die uitbraken na de verschijning van Bordewijks schoolroman ‘Bint’. Onbedoeld door de schrijver, werd ‘Bint’ opgevat als een schotschrift, een pamflet over opvoeding.

Maar voor welk opvoedsysteem hield de roman nou precies een pleidooi in? Zoals ik hierboven schreef, zagen wij op de middelbare school, zowel leerlingen als leraren Nederlands, er in de eerste plaats een dystopie in, een afschrikwekkend voorbeeld. Zoals dat hoort in een dystopische roman, wordt in ‘Bint’ een star systeem beschreven dat tegen zijn beperkingen aanloopt en waaraan uiteindelijk de bedenkers en uitvoerders zelf ten onder dreigen te gaan. Met schooldirecteur Bint loopt het dan ook niet goed af – al blijft zijn systeem na zijn vertrek voortbestaan.

Andere geluiden waren er echter ook. Velen zagen Bordewijk als aanhanger van harde opvoedmethoden en tegenstander van softere schoolsystemen die in die tijd opgeld deden: die van bijvoorbeeld Maria Montessori en Jan Ligthart. Die systemen hadden zelf ook weer hun fanatieke voorvechters en bestrijders.

Enkele critici sloegen flink door in hun afkeer van Bints opvattingen over opvoeding, en kreten Bordewijk uit voor fascist of nazi. Daarbij stelden ze Bordewijk gemakshalve op één lijn met zijn romanfiguren Bint en De Bree.

De indertijd bekende criticus en essayist Dirk Coster schreef in het door hem geredigeerde tijdschrift De Stem een vlammend artikel: ´Bint, of de kroning der schoften´. Coster hekelt de stijl van de roman, maar nog meer de strekking ervan:

‘Een graatmagere, geheimzinnig zwijgende directeur, die vijf jaar geleden is “omgezwaaid” van het waarschijnlijk humanistische opvoedingssysteem naar een “nieuw”, een soort van nieuw Nederlandsch nazi-systeem: terreur-over-kinderen, erop timmeren, vrees aanjagen, grauwen en honen van de zwakkeren, en wat er nog aan verdere sadistische vermaken in een zenuwziek volwassen hoofd kan opkomen.’

Verder noemt hij Bint nog ‘de groote idealist van het derde Nederlandsche rijk.’

Aan het begin van de bezettingstijd kreeg Bordewijk een paar lovende kritieken op ´Bint´ die hem zeer in verlegenheid moeten hebben gebracht. In ´foute´ tijdschriften die in NSB-kringen werden gelezen, schreef men vol lof over Bint en het door hem ingevoerde systeem van stalen tucht. Schrijver Bordewijk deelde in die lof; hij werd gezien als trouwe nazi-adept.

Al in de jaren 30 heeft Bordewijk zich zelf uitgelaten over zijn bedoelingen met ´Bint´. Hij deed dat zelden, zijn romans bespreken, en trok het liefst een rookgordijn over zijn leven en literaire werk. Maar bij de kritiek die over ´Bint´ werd uitgestort, kon hij niet zwijgen.

Altijd heeft Bordewijk ontkend dat hij de bedoeling had, met ´Bint´ een ´tendensroman´ te schrijven, een pleidooi vóór of tegen een bepaald systeem. Een kunstwerk mocht daarvoor, naar zijn mening, nooit misbruikt worden.

Maar zijn mening over onderwijs heeft Bordewijk ook nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij was wel degelijk een voorstander van een strikt en streng onderwijssysteem, zoals hij zich liet ontvallen tegenover een interviewer van een schoolkrant:

´Ik ben een absolute tegenstander van de methode Ligthart: een Spartaans systeem is waar het de school betreft volkomen op zijn plaats´.

Bordewijk slaat de plank niet helemaal mis, zoals ik er nu tegenaan kijk. OK, Spartaanse kadaverdiscipline vind ik te ver gaan. Maar een klein beetje (zelf)discipline is echt onontbeerlijk als je iets wil bereiken.  

Wij en onze lerares zaten er dus naast, in 1971. Bordewijk was beslist geen principiële tegenstander van het systeem-Bint, al werd dit veel te ver en rigide doorgevoerd.

In ´Drie vijanden van Bint´, een ironische repliek op de aantijgingen van onder anderen Coster, schrijft Bordewijk over de figuur van Bint:

[…] hij werd een paladijn van tucht van de geest, van de tucht van de taal. Maar in de tuchtiging van zijn medemens ging hij te ver, aan zijn beginsel bracht hij al te gereed de offerande van een mensenleven. Toen lichtte het geweten deze ruiter uit de stijgbeugel van zijn beginsel. Afgeworpen klom hij niet meer te paard, hij verdween uit de arena’.

Het rumoer rond ‘Bint’ moet Bordewijk niet lekker hebben gezeten. Rond 1940 schreef hij het script voor een film, getiteld ‘Spartaanse methode’, naar ‘Bint’. Met dit script ging hij vergeefs langs een aantal filmproductiemaatschappijen; niemand zag er brood in. In 1949 schreef Bordewijk nog een synopsis voor zijn film, waarmee hij deelnam aan een wedstrijd. In de inleiding van deze synopsis tekent hij aan:

‘Voor zover er een strekking in [de film] kan worden gevonden is het alleen deze: dat een Spartaanse methode van schoolopvoeding in haar excessen leidt tot échec, maar zij niettemin, ontdaan van haar excessen, voor zekere naturen bekoring kan behouden’.

Hij zwakt het in dat commentaar allemaal weer een beetje af. En hij laat in het script de wroeging van Bint over de dood van leerling Van Beek veel sterker uitkomen dan in de roman. Zo wordt er ingezoomd op de lege plek die de jongen in de klas heeft achtergelaten. Als Bint die lege bank ziet, verschijnt de gestalte van Van Beek filmisch-vaag voor zijn geestesoog.

Ook de synopsis had niet het gewenste resultaat; Bint – The Movie is nooit in de bioscopen verschenen. Ik vind dat jammer. ´Spartaanse methode´ volgt de roman op de voet, waar toneelbewerker Thijs er echt een potje van heeft gemaakt; ik krijg steeds meer spijt van die krappe voldoende die ik er nog aan toegekend heb. Een avondje ‘Bint’ in de bios was vast en zeker een boeiender en aangenamer ervaring geweest dan één in de schouwburg.

 ‘Bint’, hoe onalledaags de roman ook is, bevat toch ook een aantal biografische elementen. De schrijver zat in zijn kinderjaren in zijn woonplaats Den Haag op een vooruitstrevende lagere school, waar moderne onderwijsmethodieken toegepast werden. Beter beviel hem, terugblikkend, de sfeer op het Stedelijk Gymnasium Den Haag, de school die hij van 1898-1904 doorliep. Hij roemde de strengheid van de rector Dr. Th. P.H. Van Aalst, aan wie de roman ‘Bint’ is opgedragen. Wat enige verbazing wekte bij Van Aalst zelf, die vond dat hij erg weinig geleek op de heer Bint.

Bordewijk was in de jaren 10 zelf enige tijd docent aan enkele scholen, waaronder de Rotterdamse Handelsschool (afbeelding hierboven), waarvan het gebouw model heeft gestaan voor de HBS van Bint. De schrijver was naar eigen zeggen een heel strenge docent, die zijn Spartaanse opvattingen beslist in de praktijk heeft waargemaakt. Maar in de tijd dat ‘Bint’ verscheen, ging er ook een roddel rond dat Bordewijk voor de klas totaal geen orde kon houden.

Zo’n indruk maakt ‘Bint’ ook wel; vanuit die invalshoek kun je de roman ook lezen: dat het de natte droom, de machtsfantasie is van een docent die geen gezag heeft en door zijn leerlingen gepiepeld wordt. Sommige contemporaine critici uitten ook dergelijke geluiden.

Wat daarvan zij: een roman verklaren vanuit de biografie van de schrijver, is net zo illegitiem als wat Coster deed: romanpersonages vereenzelvigen met hun geestelijke vader. Ook de uitleg die een schrijver zelf verstrekt over zijn werk, mag je vierkant naast je neerleggen; interpretatie blijft het voorrecht van de lezer. Hoeveel houvast biedt het voorgaande nou eigenlijk voor de interpretatie van ‘Bint’?

Tot slot: helemaal aan het begin van dit drieluik over ´Bint´ vroeg ik me af of deze roman nog steeds zo populair is onder middelbare scholieren als in mijn schooldagen. Op een lijstje van meest gelezen boeken staat ´Bint´ in de top 15, weliswaar als hekkensluiter, maar wel als enige roman uit het Interbellum. Bint is niet dood, hij leeft.

FHM
5 februari 2017

 

Bronnen:
H. Anten, ‘”Men haat de tucht – en zij alleen maakt één en sterk”. Fragmenten uit de receptiegeschiedenis van Bordewijks Bint’. In: Vooys, Utrecht, vol. 23 (2005), p. 6-21
F. Bordewijk, ‘Blokken; Knorrende beesten; Bint’, Amsterdam 2012, 33e druk.
F. Bordewijk, ‘Drie vijanden van Bint’. In: Verzameld werk, dl. 11, Amsterdam 1988, p. 440-445.
F. Bordewijk, ‘Synopsis van het scenario voor een Speelfilm getiteld “Spartaanse methode”’, ibidem p. 339-348.
F. Bordewijk, ‘Bint Scenario’, ibidem, p. 349-399.
D. Coster, ‘Bint, of de kroning der schoften’. In: De Stem, Arnhem, vol 15 deel II (1935), p. 783-791.
E. Kamp, ‘Ferdinand en Johanna. Dubbelbiografie van schrijver F. Bordewijk en componiste J. Bordewijk-Roepman’. Amsterdam 2016.

VOLGENDE  AFLEVERING: OV IN VERKIEZINGSPROGRAMMA'S (19/02/2017)

© Frans Mensonides, Leiden, 2017.