Jaargang 5 Aflevering 61 MAANDAG 2 DECEMBER 2002
Deze column is afkomstig uit het archief van REFLEXXIONZZ!
Klik hier voor de meest recente aflevering.

Literatiteraire beschouwing

Ontguisd

In tientallen bioscoopzalen is vorige week de film “Pietje Bell” in première gegaan, de vaderlandse cinema-hit die de komende weken in de concurrentieslag moet met deel II van Harry Potter. Met de bebrilde tovenaarsleerling heb ik helemaal niets; die was nog niet bedacht in de tijd dat ik een gretig verslinder was van kinderboeken. Maar de naam Pietje Bell moet in iedereen die gedurende de 20ste eeuw geboren is, wel iets wakker roepen; slechts weinigen die de kunst van het lezen geleerd hebben, zullen zijn avonturen hebben overgeslagen. Succes verzekerd dus, voor die film; ook vele volwassenen zullen zich, met eigen kroost, neefjes, nichtjes of kleinkinderen als alibi, naar de bioscoopzalen begeven, en in de strijd Bell - Potter staat het al bij voorbaat 1-0 voor het Rotterdamse straatschoffie.

Chris van Abkoude (1880-1960), de schrijver van Pietje Bells epos, had het niet kunnen denken. Hij stierf als een verguisd en berooid man in Amerika, waarheen hij het vaderland al in 1916 ontvlucht was (klik hier voor een biografie). Zijn werken zijn door generaties van onderwijzers, orthopaedagogen en jeugdbibliothecarissen in de ban gedaan als verderfelijke literatuur. Zo waren ze misschien ook wel bedoeld door hun schepper: van Abkoude had iets “roods” en anarchistisch over zich. Als onderwijzer ergerde hij zich feestelijk aan de brave, gristelijke jongens en meisjeszielen die de kinderboeken in die tijd bevolkten. Boeken, die door zijn leerlingen met verveling en tegenzin gelezen werden.

Dan Pietje Bell! De schrijver benadrukte weliswaar dat Pietje het goed meende met zijn medemens, maar de slachtoffers van zijn behulpzaamheid zullen daar vermoedelijk andere gedachten over gehad hebben.

Ook ik heb de avonturen van de jongen met de zwarte haren en de guitige oogopslag natuurlijk gelezen, maar niet geheel onbekommerd. Ik mócht Pietje niet zo verschrikkelijk graag. Hij leek me te veel op het soort jongetjes dat mij op de lagere school altijd pestte.

Veel meer had ik op met C. Joh. Kieviets Dik Trom en H. Roos’ gebroeders Klinkhamer; ook bepaald geen Brave Hendrikjes, maar met wat minder rotstreken. Die polderjongens zou ik toch als vriendjes verkozen hebben boven het hyperactieve MDB-kindje uit Rotterdam, die in de huidige tijd ongetwijfeld getemd zou worden door drie maal daags één Ritalin.

Als lezer leefde ik me altijd helemaal in in de verhalen die ik las; ik stelde me voor dat ik vriendjes was met de hoofdpersonen, en alles zelf meemaakte. Juist daardoor kwam ik, al klinkt dat wat zwaar, met Pietje Bell in gewetensconflict. Het treiteren van tante’s Cato leek me niet aardig, en het versieren van een complete stad met zwarte handen geen aangenaam tijdverdrijf.

Bovendien viel ik over de figuur van Jozef Geelman, Pietjes buurjongen, die altijd op een zeer negatieve pers kon rekenen. Die jongen, een nare kwezel, had de gewoonte, puur voor de lol ingewikkelde berekeningen te maken en vliegen hun vleugeltjes uit te trekken. Het laatste deed ik nooit (het leek me, zelfs al zou ik het willen, niet wel doenlijk, gezien mijn onhandigheid en gebrek aan het juiste gereedschap), maar het eerste wel. Ik doe het nog wel, tijdens saaie gesprekken en vergaderingen waar ik niet onderuit kom: uitrekenen op hoeveel zandkorrels een strandwandelaar met schoenmaat 46 trapt, als hij loopt van Hoek van Holland naar Huisduinen; ik zie er geen kwaad in, en zeker geen reden, erom verguisd te worden.

Haarfijn voelde ik het aan: Jozef Geelman, het impopulaire jongetje, was ík. Of liever: zo zagen de anderen me; ik wist zeker dat de anderen, die angstwekkende massa van “anderen” die je het leven zo kunnen vergallen, mij als Jozef Geelman zagen.

Toch heb ik één keer in mijn schooltijd “gescoord” met het maken van sommen. Ik zat in de vijfde. De hoofdonderwijzer had in de zesde klas enkele zgn. redactiesommen gegeven, die door vrijwel niemand ontrafeld konden worden. Mijn eigen onderwijzer, een vreesaanjagend en licht sadistisch man, had het aardig geacht, ons in de vijfde diezelfde sommen voor te leggen, vermoedelijk om ons voor te bereiden op de verschrikkelijke dingen die ons het komend schooljaar nog te wachten zouden staan.

Tijdens een vlaag van ongekende luciditeit doorzag ik alle opgaven, zonder me er in het minst voor te hoeven inspannen. Deze gebeurtenis had me in sociaal opzicht de genadeklap kunnen bezorgen; dat lag wel in de lijn der verwachting; ik had de antwoorden beter voor mezelf kunnen houden. Maar - hoe het kwam begrijp ik nog steeds niet - er gebeurde iets heel anders: ik werd uitgeroepen tot held. “Iemand moest het doen”, die ellendige rotsommen oplossen, en degene die het deed, was ik.

De rest van mijn lagere schooltijd verliep allerplezierigst. Dat ik geen ster was met voetbal, en ik tijdens de gymnastiekles nauwelijks over het paard en de brug heen kon klimmen: het werd me niet meer aangerekend. Al te veel presteren hoefde ik ook niet meer om mijn intellectuele reputatie in stand te houden: een leeuw die eens vervaarlijk gebruld heeft, wordt het doorgaans wel vergeven dat hij verder zwijgt.

Blijkbaar kun je ook “ontguisd”raken, als “ontguisd” tenminste een geschikt tegendeel is voor verguisd.

Hetzelfde overkwam Chris van Abkoude - om weer terug te keren naar het oorspronkelijke onderwerp van deze aflevering - maar helaas pas vele jaren na zijn dood. Na het succes van de film naar zijn tranentrekker “Kruimeltje” verdiepte het hele Nederlandse journaille zich in de biografie van hem die in vergetelheid was gestorven, en werd hij postuum uitgeroepen tot Groot Schrijver.

Dat was hij niet; teveel eer! Ik heb later nog wel eens iets overgelezen uit de Pietje Bell-reexx, ik denk ik de tijd dat ik werkte in de openbare (jeugd)bibliotheek, waar de boeken van v. Abkoude node op de schappen gezet werden, omdat er door de lezers nu eenmaal om gevraagd werd. Er waren meer van dat soort omstreden schrijvers; ik herinner me felle discussies in de koffiekamer over Cock Grashoff, voor wiens werken vele jeugdbibliothecarissen de boekverbrandingen gaarne opnieuw hadden ingevoerd.

Ik vond van Abkoudes stijl verre van briljant, en zijn grappen Rotterdams melig en weinig origineel, met pointes die je al pagina’s van te voren kon zien aankomen. Bovendien heeft de schrijver veel ontleend aan anderen, bijvoorbeeld uit jeugdfilms die in Amerika op het doek verschenen, waarvan hij hoopte dat ze in Nederland onbekend zouden zijn.

Goed, mijn oordeel is dat van een volwassene; als kind was ik met enige reserve een Pietje Bell-fan. De laatste drie van het octet romans over zijn leven bevielen mij het beste; Pieter was inmiddels gekomen tot de jaren des onderscheids en leek in niets meer op dat vervelende pestventje van weleer. “Pietje Bell in Amerika” was mijn favoriet; die heb ik minstens vier keer herlezen. De dan 18-jarige held vliegt in dat deel als correspondent van een krant naar de States, krijgt in New York kennis aan een appetijtelijke jongedame met Nederlandse roots, en rolt in zijn eentje een compleet misdadigerssyndicaat op, alsof het niets kost!

Dat er iets niet klopte met dat boek, bemerkte ik veel later pas. Het speelde in de tijd dat ik het las, de jaren 60 dus: er was sprake van DC 9’s, televisie, en ik meen dat president Kennedy genoemd werd. Maar in welk tijdperk had het allerlaatste deel dan wel moeten spelen, dat “De zonen van Pietje Bell” heette? Toch minstens in 1980 of 1990, in de toekomst dus, maar dat boek ademde een jaren-50 sfeer.

Een korte speurtocht op Internet bracht me naar deze site met Pietje Bell- bibliografieën. Daaruit blijkt dat de eerste druk van “Pietje Bell in Amerika” al in 1929 verschenen is; onze jonge journalist ging toen nog per boot naar de USA en zal zeker geen televisie gekeken hebben.

Alsnog, ruim 35 jaar na data, word ik witheet over de pocket-editie die uitgeverij Kluitmans me indertijd verkocht heeft voor f 1,65 van mijn zakgeld. Het boek was zeer drastisch gemoderniseerd, en beslist niet door de schrijver zelf, die immers al verscheiden was toen Kennedy de troon besteeg. Wat een nep, zeg! Ik vind het een walgelijke rot-truuk; zoiets doe je een boek, de lezers en een schrijver, zelfs een matige, niet aan!

De zin zie ik er ook niet van in; hadden de lezers het boek minder geapprecieerd als het in het verleden gespeeld had? In Dik Trom waardeerde ik juist die ouderwetserige sfeer van veldwachters, rijtoertjes per rijtuig en door stoom aangedreven poldergemalen.

Ook de film over Pieter Bells leven schijnt zwaar gemoderniseerd te zijn. Ik zal er niet heengaan; verwacht in deze kolommen van mij geen recensie!

Frans “Geelman” Mensonides


Aflevering gemist? Kijk in het overzicht van recente REFLEXXIONZZ! in de rechterkolom.

Daar is ook te zien: de uitsmijter van Fris Spr!ts.


Alvast een citaat uit een volgende aflevering:
Het ploertenkabinet Balkenende zullen we niet licht vergeten; het zorgde altijd voor rumoer, met als dieptepunt de val ervan, op een avond van nationale rouw, toen het deksel van Claus nog niet eens dicht was.
Pasfoto:

foto: Wim Scherpenisse


Colofon

REFLEXXIONZZ! biedt columns over openbaar vervoer en andere onderwerpen, reisverslagen, korte verhalen en geen gedichten.
Dit digitale magazine verschijnt in de regel twee keer per week; wie elke maandagmorgen en vrijdagmiddag een bezoek aflegt, zal meestal wel iets nieuws vinden.
Teksten: Frans Mensonides en/of Fris Spr!ts, tenzij anders vermeld.

REFLEXXIONZZ! maakt deel uit van de opgeheven site De digitale reiziger, waarvan het archief nog toegang verleent tot alle tussen 1996 en 2001 verschenen artikelen.

Wie op de hoogte gehouden wil worden van alle updates, kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief Reiziger.

Op- of aanmerkingen, opbouwende of afbrekende kritiek, benevens suggesties zijn welkom in mijn brievenbus. Vrijwel alle brieven worden door mij beantwoord, zij het meestal niet per kerende post.


Overzicht meest recente REFLEXXIONZZ!

Van Oude God naar Luchtbal - Dolen in en om Antwerp. OV-reisverhaal - Do. 28.11.2002
- - - -
Uitgestel - Redenen om het nog even op de lange baan te schuiven Ma. 25.11.2002
- - - -
Niet de Beneluxlijn (3) - Trein, bus, tram en metro OV-reisverhaal - Do. 21.11.2002
- - - -
Zich installeren - Magistrate laat anderen voor zich vliegen - Ma. 18.11.2002
- - - -
Nog twee apartjes - Atropos en Lachesis, twee van de drie sch(r)ikgodinnen - Do. 14.11.2002
- - - -
Niet de Beneluxlijn (2) - Kluitjes en gaten OV-reisverhaal - Ma. 11.11.2002
- - - -
Tram of Ark - Hoe slechte politieke beslissingen tot stand komen - Vr. 08.11.2002
- - - -
Mannen van 45 - Drie columns over een vergeten minderheidsgroep - Ma. 04.11.2002
- - - -
Overzicht van ALLE verschenen afleveringen; 1998 - heden


De uitsmijter, door Fris Spr!ts

Zalm, dalende populariteitscijfers in de polls ten spijt, wil toch nog minister-president worden.

De kiezer ZAL 'M leren!

Ha, ha, hi, hi, ho, ho: allemaal even lachen om alweer zo'n flauwe, smakeloze woord-bak van Hollands kortste en kleinste columnist, ingehuurd van de goedkoopste krant van ons land: uw aller Fris Spr!ts.


© 2002, Frans Mensonides, Leiden


49/210/348(67)/91,7