’s Werelds duurste tram rijdt! Lijn 22: Utrecht Centraal – Utrecht Science Park

‘Een gevarieerd uitzicht: treinen, huis- en slaapkamers (van onbehoorlijk dichtbij), kerkhoven, forten, sportvelden, een stadion en tenslotte een Weg tot de Wetenschap’. Zo beschreef ik op 21 september 2012 op voorhand een tramrit met de Uithoftram, de tramlijn naar de campus van de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht. Op die dag werd het eerste stukje spoor gelegd voor de 8 km lange railverbinding, en liep ik het hele traject, voor zover bewandelbaar.

Vandaag is het maandag 16 december 2019 en ga ik ondervinden of het geschetste sfeerbeeld een beetje klopt met de realiteit.

 

Treinen, huis- en slaapkamers, kerkhoven (te vaag voor op de foto), geen forten (onzichtbaar achter de bomen; wel op archieffoto), wel sportvelden, een stadion en de Weg tot de Wetenschap.

 

Jawel, de tram rijdt!


Hij is in gebruik genomen, de duurste tramlijn ter wereld! Hij is aangelegd op een spoor van bladgoud; de bovenleidingmasten zijn van platina en de dwarsliggers met diamanten ingelegd. Zoiets zou je kunnen veronderstellen als je de prijs per meter weet: 64.000 euro. Duurste ter wereld? De ‘zuinige’ Schotten claimen die titel ook voor hun vrij nutteloze tram in Edinburgh, die ik een paar maanden geleden nam. En ook Jeruzalem dingt naar die eretitel.

De ‘Uithoftram’ was maar een werknaam. Tijdens de aanleg van de lijn veranderde de naam De Uithof in Utrecht Sciencepark (USP). De tram wordt nu gereden onder het logo van U-OV en onder het lijnnummer 22, met twee-aan-twee gekoppelde Spaanse trams van het type Urbos 100. Per stuk hebben die 5 geledingen, een lengte van 32 meter, 66 stoelen (waarvan 8 klap-) en ruimte voor 154 verticaal opgestelde studerenden. Per rit verschijnt dus het dubbele op de baan van al die aantallen. Met hun ruime capaciteit moeten deze trams een eind maken aan de onwaardige taferelen op buslijn 12, die met dubbelgelede bussen in de ochtendspits om de 2 minuten reed, maar toch niet meer wist te bieden dan sardientjesvervoer.

Deze week beginnen de trams voorzichtigjes met een – in de ochtendspits wel erg krappe - frequentie van 6 minuten. Dan is het 2 weken kerstvakantie en zakt de frequentie naar 7 minuut. Ergens in 2020 wordt het 5-minutendienst. Maar uiteindelijk moeten er 16 trams per uur gaan rijden; 3-minutendienst. ’s Avonds na 21:30 uur en in de weekends verschijnt de tram helemaal niet op de baan, alsof het leven in Utrecht Science Park dan helemaal stilstaat! Het ziekenhuis UMC, bijvoorbeeld, is tijdens die uren vast ook wel open, maar dan alleen per bus bereikbaar.

Na een aanlegperiode van 7 jaar, inclusief 1 jaar vertraging, werd lijn 22 op zaterdagmiddag 14 december 2019 opengesteld voor nieuwsgierigen die een gratis ritje mochten maken. Zelf ga ik dus kijken op de eerste dag van officile exploitatie, de maandag erna. Ik neem de tijd voor dat ritje van een ruim kwartier; ik ben in Utrecht van 10:00 – 13:00 uur en van 15:45 – 16:45 uur. In de tussentijd ga ik even op en neer naar Eindhoven om het bordje Eindhoven Centraal te fotograferen voor een nog te verschijnen artikel op deze site.

Deze tramlijn, dat is ook weer zo’n project waarover ik tijdens de voorpret al zoveel geschreven heb, dat ik er niet veel nieuws meer over kan melden nu hij eenmaal rijdt. Die voorpret heeft bijna een halve eeuw geduurd en begon dus ver voordat deze site bestond. In 2012 schetste ik de geschiedenis van 50 jaar aanmodderen met het openbaar vervoer naar de excentrisch gelegen campus De Uithof.

Toen in september 2016 station Utrecht Vaartsche Rijn open ging (nu tevens de eerste tussenhalte op lijn 22), ging ik eens kijken hoe de vlag ervoor stond. Het jaar daarop deed ik dat met Pinksteren nog eens dunnetjes over per fiets (onderaan in hetzelfde artikel). En op tweede paasdag van dit jaar ging ik, opnieuw op de tweewieler, kijken naar de voltooide trambaan, waarop toen nog louter testritten gereden werden.

Pasen, Pinksteren, het doet denken aan dat gezegde van: als Pasen en Pinksteren op n dag vallen. Maar een week voor kerstmis kunnen we nu toch nog instappen, en dat is wat ik ga doen. Eerst een impressie van een paar uur in en om de tram; daarna een fotoserie per halte. Dat zijn er 9:



 

Drie spitsen per dag

Ik heb een hekel aan vroeg opstaan, zeker in de winter, en ik heb bovendien voor vandaag een Keuzedag genomen waarmee ik pas na 9:00 uur de trein in mag. Daardoor ben ik pas over tienen ter plaatse. Ik heb dan al een hele hoop moois gemist in de ochtendspits – maar het wel meebeleefd op de digitale media. Op Twitter las ik er niet zo gek veel over en dat is doorgaans een gunstig teken.

Weet je, dit is gewoon een feestelijke dag, dat het uiteindelijk toch gelukt is met die tram! Ik merk het al als ik vanuit de hal Van Utrecht Centraal de trap afloop naar de tramhalte, tussen vrij dikke drommen studenten, op dit tijdstip halverwege de ochtend. Op deze plek aan de stadszijde van het station heb ik eerder dit jaar al zo nu en dan nieuwsgierig door de kieren gekeken van de schuttingen die er toen nog voor stonden. Het feestelijke gevoel zal me geen moment meer verlaten, de uren vandaag in Utrecht.

Het komt mede doordat ik, zoals de trouwe lezer weet, ooit zelf student was in Utrecht. Maar als student in de letteren (thans: geesteswetenschappen) kwam ik zelden of nooit op wat toen nog de Uithof heette, dat vooral het terrein is van de bta’s en de medici. Een enkele keer deed ik er in de avond tentamen in een zaal met 200 man. En dan allemaal met bus 11 of 12 terug, met de bekende nerveuze tentamenpraat: ‘Wat had jij nou bij vraag 3a?’ De opluchting als iedereen hetzelfde had als jij, en de vertwijfeling als je als enige dat misschien geniale, doch hoogstwaarschijnlijk foute antwoord op je blaadje had staan.

Die tentamens duurden tot 21:30, als ik het me goed herinner. Als dat nog zo is, kan iedereen na afloop nog net met de laatste tram naar huis.

De Universiteit Utrecht is zogezegd mijn Alma Mater, mijn voedende moeder, letterlijk; een rare uitdrukking, maar zo heet dat nou eenmaal. Maar vandaag voedt niet de universiteit, maar het ruimschoots aanwezige personeel van U-OV ons, en wel met praktische aanwijzingen (‘Inchecken op het perron’; ‘Zo ver mogelijk doorlopen naar voren’; ‘De tram links vertrekt als eerste’) en ook met chocolaatjes in tramvorm. Na de derde achter de kiezen geschoven te hebben, weiger ik ze verder toch maar liever.

Die 6-minutendienst op deze vrij korte lijn is wel overzichtelijk. De trams vertrekken van beide beginpunten om 02, 08, 14 etc. minuten over het hele uur. De rit duurt volgens dienstregeling en meestal ook in praktijk 19 minuten. Daarbij wordt de eerste halte op de campus, Padualaan, al na een minuut of 11 bereikt en het ziekenhuis na een kwartier.

Aan de eindpunten is er 8 minuten stilstand. Er kunnen daar maximaal 2 trams opgesteld staan. Bij Utrecht Centraal liggen er 4 sporen naast elkaar, maar de buitenste 2 zijn voor in- en uitrukkende wagens. Een ‘slag’ duurt in totaal 54 minuten en er zijn dus 9 combinaties van 2 Urbossen nodig om de dienstregeling uit te voeren.

Een paar weken geleden brak er paniek uit bij U-OV. Er stonden nogal eens trams met panne buiten dienst (nieuwigheid??) en ze hadden er toch echt 20 nodig, 2x9 in dienst en 1+1 als reserve, van de 27 die ze besteld hadden in Spanje. Als straks de frequentie stijgt naar 5 minutendienst, dan wordt de omlooptijd 50 minuten en hebben ze er inderdaad 2x10=20 nodig.

Tussen 10:00 en 11:30 loopt het allemaal op rolletjes; elke 6 minuten zo’n bakbeest van 64 meter. De wagens zijn gezellig druk met steeds zo’n van de zitplaatsen bezet, wat toch neerkomt op 1000 passagiers per uur per richting.



Tegen noen komt ineens even de klad erin en zijn er intervallen van ca. 10 minuten zonder tram, waarna er 2 vlak achter elkaar komen. Dat herstelt zich gelukkig snel, nog vr de tussenspits die ik verwacht.

De tussenspits? Ik heb ook n keer een reeks middagcolleges gevolgd op de Uithof. Dat was een uitstapje; dat was een inleiding tot de geschiedenis van de televisie. Het is moeilijk te geloven als je een avondje zit te zappen voor de tv, maar er bestaat zoiets als televisiewetenschap en dat valt ook onder de geesteswetenschappen.

Pure nostalgie van een alumnus. Maar waarom ik dit te berde breng: de middagcolleges begonnen om 13:00 en tussen de middag had je ook een soort spitsuur op lijn 12, in beide richtingen; na de ochtendcolleges gingen ook een hoop studenten huiswaarts.

Dat is nog steeds zo. Ineens zijn de trams nu propvol. Maar in de richting USP alleen de achterste wagen, terwijl in de voorste iedereen relaxt op zijn stoel zit. Allemaal op Utrecht Centraal ingestapt in de achterste tram. Mensen, mensen, mensen; nou zit je in de tramlijn met het hoogste gemiddelde IQ van Nederland, en kom je niet op het lumineuze idee om op het perron even door te lopen! Aan de andere kant: een poosje staan in de tram is wel even heilzaam, als je een halve dag opgevouwen zit in die altijd te krappe collegebankjes.

Later, in de middagspits het beeld dat ik verwachte: vrijwel lege trams richting USP en behoorlijk volle de andere kant op; steeds zo’n 200 250 man per rit.

In USP voel ik van boven, ergens vanuit al die ramen, steeds de priemende blikken in de nek – in ieders nek! - van de geografisch econoom Dr. Ton van Rietbergen. Hij kan zich vandaag absoluut niet concentreren op zijn vorsende arbeid. Jarenlang heeft hij een eenpersoons kruistocht gevoerd tegen deze tram, en knarsetandend ziet hij hem nu rijden. Hij was van mening dat vrijwel het complete vervoer van en naar de campus per (huur)fiets had kunnen en moeten plaatsvinden. Nooit heeft hij duidelijk kunnen maken, waar hij tienduizenden deelfietsen vandaan had willen halen. En als het nou eens ijzelt, stormt, sneeuwt?? Maar rijdt die tram dan ook wel?

 

Lijn 22 in wegvolgorde

Utrecht Centraal. De halte ligt zoals gezegd aan de centrumzijde van het station, waar eens de drukke Adama van Scheltema-busbaan begon. Die is nu verplaatst naar de andere kant van het spoor en heet nu Dichtersbaan.

Vlak voor de halte Station Vaartsche Rijn neemt de tram een heuvel en komt op hetzelfde niveau als de treinsporen – en inderdaad de woon-en huiskamers van enkele huizen.

 

Daarna begint een stuk van 3 kilometer zonder haltes. De tram bereikt hier zijn maximum snelheid van 70 km/uur, behalve in de scherpe bocht vanaf de spoorbaan naar de hockeyvelden langs de Laan van Maarschalkerweerd. Daarna stopt de tram schuin achter stadion Galgewaard.

 

Op de Weg naar de wetenschap, dichtbij halte De Kromme Rijn, bij het gelijknamige zwembad.



De drukke halte Padualaan bij de Hogeschool Utrecht. Nu zijn we aangekomen op het terrein van USP. De tram rijdt hier met een matig gangetje, om niet teveel studenten te pletten die hem niet horen aankomen.


Heidelberglaan. Hier zitten we in het hart van het academische leven, op een paar passen van de universiteitsbibliotheek en de ‘transistoria’, waaronder het scheve Educatorium. Ik dwaalde eromheen tijdens mijn fortenwandeling in 2007 en speculeerde toen over de tram die er misschien ooit zou komen. En legde uit waarom een transistorium zo heet. De tram bereikt deze halte 13 minuten na vertrek van Utrecht Centraal, toch een paar minuten sneller dan lijn 12.



UMC


Wilhelmina kinderziekenhuis Maxma

 

P&R. Eindpunt. De sporen lopen nog door, met een haarspeldbocht, naar een opstelterrein. Hier kun je je vierwieler achterlaten in een parkeergarage en verder reizen met de tram. Om de hoek is een klimmuur voor waaghalzen.

 

Tot slot



Nog een paar puntjes tot slot van dit artikel dat op de dag zelf al online gaat en mogelijk enige sporen draagt van haastwerk; excuses voor het ongemak, in dat geval.

Buslijn 12 is helemaal opgeheven, hoewel hij tussen Vaartsche Rijn en Galgenwaard een andere route volgde dan de tram nu doet. Ik vroeg laatst per Twitter aan U-OV of het niet verstandig zou zijn om in ieder geval die dubbelgelede bussen nog achter de hand te houden. De laatste weken is de andere tramlijn in Utrecht, de SUNIJ (Sneltram Utrecht – Nieuwegein / IJsselstein) meerdere malen getroffen door uitval, soms hele dagen lang. De vaste passagiers op die lijn zijn des duivels. Als dat nou ook op lijn 22 eens gebeurt? Dan staan de docenten te praten tegen lege collegebankjes. Maar U-OV stelde mij gerust: wisselstoringen en zulk leed doen zich wel voor in Nieuwegein en IJsselstein, maar zijn uitgesloten in USP.




Het is tussen haakjes de bedoeling dat de SUNIJ binnen afzienbare tijd wordt vastgeknoopt aan lijn 22, zodat je een doorgaande verbinding Nieuwegein / IJsselstein – Utrecht Centraal - USP krijgt. Dat zal gebeuren als er meer lage vloertrams zijn ingestroomd ter vervanging van die oude hogevloer-barrels uit 1983 waarvan de levensduur maar gerekt en gerekt wordt.

Tijdens mijn paasfietstocht somde ik op welke wijken van Utrecht en welke woonplaatsen binnen en buiten de provincie allemaal rechtstreeks per bus bereikbaar waren vanuit USP. Ik ga nog eens een keer rustig uitzoeken of die allemaal nog steeds bereikbaar zijn, en laat het weten. *)

Tot slot: ik zit met mijn Thuispagina in een periode met veel railnieuwtjes, maar dit is nog steeds de site van een OV-voorvechter en niet van een railhobbyist. U-OV heeft met ingang van zondag 15 december 2019 naast tram 22 ook een nieuw busconcept gentroduceerd, U-link, met 6 hoogfrequente, met gloednieuw materieel gereden regionale lijnen. Daarvan komen er 2 door USP. Ik ga er na de jaarwisseling aandacht aan besteden, beloofd! 

Frans Mensonides
16 december 2019
Er geweest: diezelfde dag


*) Inmiddels heb ik dat rustig uitgezocht. De introductie van U-link en tramlijn 22 hebben geleid tot enige afbraak in de rest van het busnet van U-OV; ik was er al bang voor! Enkele plaatsen in de provincie Utrecht verloren hun handige rechtstreekse verbinding met USP. Dat zijn Doorn en Driebergen, waarvan de studerende inwoners nu bij de halte Jordanlaan in Zeist moeten overstappen op U-link-lijn 34 om USP te bereiken. En dat zijn ook Wijk bij Duurstede, Cothen, Werkhoven, Odijk en zelfs het op korte afstand van USP gelegen Bunnik. Ook voor deze reizigers staat een overstap op het programma en wel op de tram – bij de halte Galgenwaard, waar de trams al propvol zitten. 

Aangevuld op 5 januari 2020


Frans Mensonides, Leiden, 2019