De digitale reiziger (133a) 
Don’t mention the Brexit; 3 Britse hoofdsteden in één week



Ultrakort treintje op ultrakort lijntje. Cardiff (Wales)

Van de zomer deed ik 7 Engelse steden in evenzovele dagen. In deze vroege herfstvakantie ga ik voor het eerst de binnengrenzen van het VK (Veelgeplaagde Koninkrijk) overschrijden en bezoek ik de 3 hoofdsteden van Groot-Brittannië. De heenreis is op zaterdag 28 september en de terugkeer op vrijdag 4 oktober 2019.

Eerst 2 overnachtingen in Cardiff, de hoofdstad van Wales, dan 2 in Edinburgh, die van Schotland en dan nog 2 in de hoofdstad en het kloppend hart van het complete British Empire: Londen. Die nachten breng ik door in de zuidelijke ‘borough’ (gemeente binnen Greater London) Greenwich. Daar zitten de beide Maagdenburger Halve Bollen die samen moeder Aarde vormen, hermetisch aaneengeklonken; je kunt er met één been op het westelijk, en met het andere op het oostelijk halfrond staan.

Het gaat twee lange afleveringen opleveren van dit magazine. Hieronder het beginnetje van de eerste, over Cardiff, Edinburgh en het treinreizen in GB. Later deel 2 over Greenwich en Londen. Zoals gewoonlijk op De digitale reiziger wordt het een mix van OV, cultuur en onzin die me overkomt of invalt.





Het eerste station op Britse bodem


 

Boris (1)

Ik heb geen idee hoe de vlag, The Union Jack, erbij hangt als je dit stukje leest. Maar tijdens mijn reis staat het VK nog steeds met één been in Europa en kan de beste waarzegster of piskijkster uit Blackpool niet voorspellen hoe het Brexit-proces gaat aflopen.

Ook wij aan de overkant van de Noordzee hebben de laatste 3 maanden de hele tragikomedie op de voet kunnen volgen in de media. Eerst werd Boris Johnson op het schild gehesen als MP, toen  verloor hij binnen de kortste keren de meerderheid in het parlement en daarna stuurde hij datzelfde parlement maar naar huis: geen last meer van. Maar daarvoor kreeg hij in de week vóór mijn vertrek een flinke schrobbering van die eerbiedwaardige bejaarde barones, alsof hij een kwajongen was.

Dé grap van de afgelopen dagen: Boris daagt de oppositie uit, vooral te doen wat de nachtmerrie is van elke normale minister-president op deze wereld: een motie van wantrouwen tegen hem in te dienen. Wat de oppositie niet gaat doen, omdat er dan nieuwe verkiezingen komen en zij die dreigen te verliezen.

Als Nederlander weet je niet goed wat je denken moet van Johnson. Mijn kapper heeft wel een uitgesproken mening over zijn kapsel.

Ik maak als ik over een paar dagen in Londen ben, wel even een wandeling door Downing Street en omgeving, waar het allemaal gebeurt. Dan kan ik later als ik naar het journaal kijk, zeggen: Héé, daar heb ik pas nog gelopen!

Maar ik heb me twee dingen heilig voorgenomen. Eén: bij eventuele demonstraties, rellen, plunderingen (en wat ze verder ook maar aan rampspoed verwachten) een straatje om te lopen. Twee: zelf tegenover niemand te beginnen over de toestanden die Brittannië teisteren. ‘Don’t mention the Brexit’, moet het devies wezen voor deze reis.

 

Thalys-misère




Gestrand in Brussel


In dat stukje over 7 steden in 7 dagen nam ik afscheid van de lezer op station London Paddington, met de belofte, daar de draad over bijna 3 maanden weer op te pakken. En daar sta ik nu weer. Nou had ik gehoopt dat er zowel op de terugreis Londen-Leiden als op de heenreis Leiden-Londen niets bijzonders zou voorvallen. Dan had ik zonder meer verder kunnen gaan met het verhaal. Op de eerstgenoemde rit gebeurde er inderdaad niets opmerkelijks. Maar vanmorgen des te meer. Dus dit begin op Paddington is een goed voorbeeld van een vertelwijze in medias res. Hè, laat ik nou niet meteen alweer met Engelse uitdrukkingen gaan strooien!

Ik had tot Londen hetzelfde reisschema gepland als in juni: om 9:58 vertrekken met de Thalys vanuit Rotterdam, een lange en vroege lunchpauze op Brussel Zuid en daarna de Eurostar van 12:56 naar Londen St Pancras. Vervolgens de Underground naar Paddington voor de trein naar Cardiff. Dan zou ik daar aankomen om 17:45 of, als ik een vrij krappe aansluiting nog zou halen, misschien zelfs al om 16:45 uur plaatselijke tijd. Waarna me nog een klein ritje zou resten met een boemel naar station Cardiff Queen Street.

Alles verliep volgens schema, totdat de Thalys tot stilstand kwam op station Antwerpen Luchtbal. Dat deed hij vorige reis, ook buiten het spoorboekje om, op Mechelen. Ook nu klonk uit de luidsprekers het verzoek in rad Frans en kreupel Engels en Hollands om hier de trein niet te verlaten.

Wat vervelend was: de trein kwam niet meer in beweging; 5 minuten, 10 minuten… Dan, opnieuw in correct Frans en nauwelijks verstaanbaar NL’s en Engels de mededeling dat de machinist zich aan het buigen was over een technische storing. Oh jee, oh jee, als machinisten er zelf aan gaan prutsen, berg je dan maar!

Er gebeurde dan ook een hele tijd helemaal niets meer. Ik zou in Brussel een overstap hebben van 1:45 uur. Daar zou al een minuut of 45 vanaf gaan omdat je ruim van te voren aanwezig moet zijn voor die gebruikelijke striptease met broekriemen, portemonnees enzovoorts bij Eurostar.  En de klok tikte door.

Een paar maal werd nog gemeld dat de machinist nog bezig was. Toen heette het dat er een storingsmonteur was opgetrommeld; vermoedelijk moest die van Antwerpen Centraal komen. Dat wekte weer even hoop. Maar de mededeling dat reizigers voor Antwerpen nu maar moesten uitstappen, sloeg die hoop weer de bodem in. Had ik maar naar Antwerpen gemoeten, dan had ik al lang in tram 6 gezeten!

Godverdorie, waarom had IK dit nou weer? En niet alleen ik, een paarhonderd anderen ook; je bent nooit alleen bij zoiets. Het leverde gespreksstof op met medereizigers die je normaal nauwelijks zou aankijken. Iedereen zit toch een beetje in zijn eigen bubbel in zo’n trein, verdiept in zijn eigen telefoon, zijn eigen biografie, zijn eigen gedachten, zijn eigen film op zijn eigen laptop. Mijn buurvrouw vertelde dat ze voor haar werk naar Parijs ging en gelukkig pas op zondag hoefde te beginnen. ‘Ach, ik blijf maar gewoon zitten; ik kom er wel een keer!’

Toen volgde de mededeling dat het probleem ook voor de storingsman onoplosbaar was. Er zou een andere Thalys aangekoppeld worden om ons naar Parijs te slepen.

Ik zat me helemaal op te vreten; daarvoor had ik nou een ruime marge gepland! Als ik de Thalys van een uur later had genomen, had ik de Eurostar in Brussel vast en zeker wél gehaald. Het is een zegen dat we met ingang van januari 2020 rechtstreeks van Nederland naar Londen kunnen en van dat Franse paradepaardje verlost zijn. Hij valt nog wel eens vaker stil. Ik lees wel berichten over mensen die er 4 uur in opgesloten zitten. Ik was nog spekkoper met anderhalf uur!

Want met zoveel vertraging reisden we verder. Die andere Thalys werd aangekoppeld en we kwamen in beweging. Mijn aansluiting zou ik niet meer halen, al zou de Thalys laag gaan vliegen, terwijl hij normaliter niet vooruit te branden is in België.

Ik belde Eurostar en vroeg wat ik nu doen moet, met Worst Case-visioenen voor ogen van de nacht doorbrengen onder een brug in Brussel, kapitalen bij moeten betalen… Maar niets van dat alles; ik kon me gewoon melden aan de balie en mijn ticket om laten boeken voor de volgende trein, en die ging vertrekken om 14:52. Zou ik dan toch Cardiff nog zien, vandaag, zij het niet meer bij daglicht?

In Brussel moest iedereen eruit, ook mijn buurvrouw die dacht dat ze kon blijven zitten. Maar het perron stond vol met boze passagiers die dachten dat ze er eindelijk in mochten. Wat een zooitje!

Het verkrijgen van een overboeking verliep zonder slag of stoot, en zonder dat ik hoefde te doen wat een Hollander haat: de beurs te moeten trekken voor bijbetaling. Erg soepel geregeld, allemaal, compliment voor Eurostar!



Dit is echte vakantie-onthaasting: een uur doen met een broodje en een cappuccino bij Panos. Eenmaal gezeten in de Eurostar, maakte ik een praatje met mijn nieuwe buurvrouw, die met haar zoontje van ca. 18 maanden op weg was naar Londen. Ze wonen daar en haar man werkt daar. ‘Goh, wordt dat straks dan geen probleem als de Brexit doorgaat’, ontsnapte bijna aan de haag mijner tanden. Maar ik wist nog net op tijd mijn tong af te bijten.

Deze keer slaagde ik er voor het eerst in, vanuit de trein de mond van de Kanaaltunnel te fotograferen. Maar die foto is mislukt. Verder doodde ik de tijd door alvast te beginnen met dit artikel. En ik zette de klok een uur terug; één uur teruggewonnen van de 2 die ik er verloren had. Spoiler: dat uur gaat straks weer verloren.


Ja, na zo´n lange reis wil je wel even wat strekoefeningen doen op het perron. Aankomst op het imposante station London Saint Pancras International, in 2009 door het Amerikaanse tijdschrift Newsweek uitgeroepen tot mooiste van de wereld. Maar let ooit iemand van de 100.000 haastige reizigers per dag wel eens op bijvoorbeeld de overkapping, die reusachtige klok en dat beeld van die gelieven die door de trein weer zijn samengebracht?

Behalve internationale, vertrekken van het station ook nationale en regionale treinen, onder andere naar de zuidkust van Engeland en naar de Midlands.

 





Als ik gedacht had dat mijn problemen nu voorbij waren, dan had ik buiten de waard gerekend. Ik had 40 minuten om over te stappen richting Cardiff. Binnen die tijd moest ik de metro nemen naar Paddington, en mijn papieren BritRailPass laten epibreren bij een loket alvorens ik had kunnen instappen.

De plattegrond van London Underground hangt bij mij thuis aan de muur in de vorm van een kleedje, dat ik kocht op onze eerste Engelandreis in 1975. Al een keer of ruim 16.000 heb ik me staan te scheren bij die wirwar van gekleurde lijnen. Ik ken het net nu bijna uit mijn hoofd, althans het net zoals dat er bij lag in 1975; op dat kleedje zoek je vergeefs naar de Jubilee Line, de Dockland’s Light Railway (DLR) en de Overground. Maar ik wist wel dat ik snel van St. Pancras naar Paddington zou kunnen komen met de gele Circle Line, linksom, richting Hammersmith.

Toen een tegenvaller: de trappen naar de Circle Line waren afgesloten. Stremming, uitgerekend dit weekend! Goed, die aansluiting op Paddington kon ik meteen ook wel op m’n buik schrijven; nóg een uur later in Wales! Ik pakte de Piccadilly Line tot Piccadilly Circus en daarvandaan de Bakerloo Line; achteraf ook niet de allerkortste omweg; ik kende dat kleedje toch uit mijn hoofd??

En zo belandde ik dus - veel te laat - op Paddington, en kan ik vanaf hier weer verder schrijven in de tegenwoordige tijd, zoals ik gewend ben.

 

Wales


Paddington, met zijn 14 sporen, dateert oorspronkelijk uit 1854. Het originele station is ontworpen door de befaamde ingenieur met de klinkende naam over wie ik het had bij mijn vorige reis: Isambard Kingdom Brunel.

In tegenstelling tot 3 maanden geleden, toen ik een BritRailPass had voor een aaneengesloten periode, heb ik er nu een voor 3 keuzedagen binnen een maand; de 3 dagen dat ik reis van hoofdstad naar hoofdstad. Dit is weer zo’n papieren vod waarop stempels moeten, en waarop je je reisdagen met ballpoint moet invullen. Dat verloopt dan gelukkig allemaal zonder strubbelingen.

Maar nu alweer een nieuw probleem: de trein naar Carmarthen, via Cardiff, staat al aangekondigd. Dat is die van 17:45. Maar daarvoor is reservering verplicht, zie ik uit mijn ooghoeken op een informatiebord. Voor die die ik gepland had, de trein van 14:45, was dat niet zo, en voor die van 15:45 (die ik voorzichtigheidshalve als plan-B achter de hand had) ook niet. Maar nu dus wel. Ja, heel Wales was vanmiddag op z’n zaterdags aan het shoppen in Londen en is nu op de terugweg, dat is begrijpelijk.

Hoe nu? Ik ga met die vraag naar een informatiebalie. Nee, ik kan nu niet meer reserveren; te laat! Maar volgens de dienstdoende informant is dat niet echt een probleem: stap maar in, en zoek maar een vrij plekje!

Nu komt het goed uit dat ik door het missen van de vorige trein ruim op tijd ben voor de deze. Ik stap als een van de eersten in de inmiddels vertrouwde bolides van GWR, Great Western Railway, en heb het voor het kiezen; veel groene lampjes boven de stoelen. Anderen zijn minder fortuinlijk en moeten staan tot de eerste stop: Reading of zelfs de tweede: Swindon.

Meer over de reserveringsperikelen in GB verderop in deze reeks; het is een van de zaken die voor de regelmatige Britse treinreiziger een weet zijn, maar voor de buitenlandse toerist een levensgroot raadsel.

 




We vertrekken. Tot de eerste stop, Reading, volgen we de route van de trein Plymouth – Paddington, vorige keer op de terugweg. Dan: waarvoor je het eigenlijk allemaal doet, reizen: de thrill van onbekende verten, nooit door jou bereisde gebieden. De trein buigt af voor zijn route via Swindon en Didcot naar Bristol Parkway. Daar ligt dan wel weer een stukje spoor dat ik al gedaan heb. Dat was op weg van Manchester naar Bristol Temple Meads.

We rijden met 200 km/uur door een licht heuvelend landschap. Ik had het graag bij vol daglicht gezien, dit (althans voor mij) nieuwe tracé, maar het begint al te schemeren.

En na Bristol dan eindelijk een echt doorbrekend vakantiegevoel, na dat gedoe vandaag. We nemen de tunnel onder de brede rivier of zeearm (estuarium is het goede woord) de Severn die de grens vormt tussen Engeland en Wales. Ook dit is weer een fraai staaltje Brits 19e-eeuws spoorwegingenieurswerk. De tunnel werd aangelegd door GWR en is voltooid in 1886. Indertijd was het met zijn lengte van 7 km verreweg de langste spoortunnel ter wereld onder water door.

Wales kan ik nu dus toevoegen aan het lijstje van landen waar ik geweest ben. Maar is Wales wel een land? Of is het niet meer dan een deelstaat van het VK, een soort provincie bijna? Er zijn een paar dingen die ervoor spreken, Wales, en ook Schotland, een land te noemen. Nationale trots (die volgens mij in Schotland veel en veel fanatieker beleden wordt dan in Wales). Een eigen officiële taal, naast Engels. Een eigen volkslied. Een eigen nationaal voetbalelftal. Een eigen regering. Een eigen parlement. Maar dan weer geen eigen Queen, geen eigen leger, geen eigen munt… Een grensgeval, achter binnengrenzen.

In de trein komt iemand langs met een kar vol verversingen en versnaperingen. We stoppen in Newport, de 3e stad van Wales, na Cardiff en Swansea. De trein heeft als eindbestemming Carmarthen, helemaal in het westen. Dat ligt zo´n 330 km van Paddington en de trein doet er ruim 4 uur over.

In Nederland is nu het 8 uur-journaal al aan de gang. Via WhatsApp (ja, ik ben nu ook eindelijk overgegaan op dit moderne communicatiemiddel: ook voor mij is de 21ste eeuw begonnen), via WhatsApp dus, krijg ik van twee kanten te horen dat momenteel de Hoekse Lijn op het journaal is.

Daarmee kon je vandaag ter introductie gratis pretritten maken tussen Schiedam Nieuwland en Hoek van Holland. Maandag in alle vroegte gaat hij open voor het echie.

Hoe kom ik nu op het belachelijke idee om juist mijn vakantie te plannen als eindelijk na een hoop gelazer de Hoekse Lijn open gaat? Die planning, dat is echt wel een probleem aan het worden op deze site; dat is toch beslist een verbeterpuntje voor de 24e jaargang. Ja, ik dacht dat die openingsdatum van 30 september toch wel weer naar achteren geschoven zou worden.

En oh ja, wat ook een rol speelde: ik wilde graag de 3 oktoberfeesten vermijden in Leiden; vooral met die verkeerschaos ieder jaar, niet alleen op 3 oktober, maar de godganse week lang. Ik kan tijdens die week beter lopen naar het station dan de bus nemen. Heerlijk om er een jaar geen last van te hebben.

 

Welsh

En dit is dan mijn eerste kennismaking met Welsh, dat je in Cardiff zelden hoort spreken op straat, maar dat wel op vrijwel elk bordje staat; tweetaligheid. Ze heten me Croeso (welkom) op Caerdydd  Canalog (Cardiff Centraal), waar de Pryfisgol (Universiteit) gevestigd is.

Ah ja, een sgol is natuurlijk een school, en Pryfis slaat vast op profs, een school met professoren, dat is wat een universiteit is. Ja, toch?

Tijdens mijn wandelingen in Cardiff probeer ik chocolade te maken van het Welsh. Sommige woorden lijken wel op de Engelse en zijn ongetwijfeld uit die taal overgenomen. Shiopa: winkel-; botwn knop, traffig verkeer. Ysmygu: iets moeilijker, maar roken is wel te herkennen. Stopio is stoppen, ymbarél paraplu, eglwys kerk, (eglise, ineens iets Frans ertussendoor),  bws (‘boes’) is bus, Bysaiu bussen. Meervouden eindigen op au, waarbij soms klinkerwisseling optreedt. Oed is leeftijd, om niet te zeggen: oud. Als je 16-21 oed bent, kun je In Cardiff voordelig met de bysiau, evenals wanneer je 50 oed bereikt heb. Liftiau liften, platformau perrons, beiciau fietsen en ga zo maar door. Perygl gevaar, ook nog wel te begrijpen. Hobbels op de weg zijn Twmpathau, ‘toempatau’, prachtig onomatopee! Ja en het gebod om je fietsbel te gebruiken in een onoverzichtelijke bocht in een fietspad, is ook wel helder, ook als je er geen plaatje bij zag. En dit heb je ook gauw in het snotje: dym betekent: niet, dat staat op vrijwel ieder verbodsbord.

Maar over het algemeen heb je toch verrekt weinig houvast aan Welsh. Het heeft met Fries gemeen, dat er nog heel wat mensen zijn die het als moedertaal spreken: 600.000 van de 3 miljoen Welshmen, vooral in de plattelandsgebieden. Die spreken daarnaast wel Engels, zoals de Friestaligen ook het Nederlands beheersen.

Maar wat het verschil is: Nederlands, Fries en Engels zijn Germaanse talen, maar Welsh is Keltisch. Fries is wel te volgen voor een Hollander, ook voor iemand bij wie niet, zoals bij mij, 50% van zijn bloedlichaampjes uit Friesland stamt. Maar Welsh is veel ondoorgrondelijker. Keltische en Germaanse talen hebben toch ook wel weer gemeenschappelijke roots, maar daarvoor moet je echt duizenden jaren teruggaan in de geschiedenis.

De uitspraak van Welsh is dan wel weer vrij overzichtelijk. w=oe, zoals al gezegd, dd is als th in het Engels (ook onuitspreekbaar voor ons, Nederlanders).

Alleen de dubbele ll, waarmee bijvoorbeeld die lange plaatsnaam Llanfairpwl… begint, is lastig. Het is een stemloze alveolaire laterale fricatief. Als ik wat beter had opgelet bij mijn colleges fonetiek op de Prifysgol, had ik nu kunnen vertellen wat dat is. Ik heb de ll in die plaatsnaam op internet horen uitspreken als slissende sffsjsjs, maar ook als zoiets als kgchchg; dat is dan meer een gutturaal dan een fricatief. Ze weten het zelf ook niet precies, denk ik. Maar het wordt in ieder geval niet uitgesproken zoals je denkt dat het wordt uitgesproken: een vette Amsterdamse l, dat zeker niet. En je schijnt ook niet dronken te hoeven zijn om het uit te spreken; geen dubbele tong.

Die Welshe plaatsnamen! Een lullig, denigrerend grapje schiet me te binnen dat ik eens gehoord heb in een komische show op de BBC: vraag de weg aan een Welshman en je zit meteen helemaal onder de spuug.

 

Wat zeg ik, en hoe zeg ik het in het Welsh?

 

 

Wandelen door Caerdydd

Cardiff verwelkomt me op zaterdagavond met hevige slagregens en windkracht 8 à 9. In totaal valt er jaarlijks een niet kinderachtige 1150 mm regen op de stad, waarbij de herfst voor uitschieters zorgt. Dat is nog weinig vergeleken bij wat er in de binnenlanden van Wales naar beneden komt.

Mijn hotel (Ibis, zoals overal in deze reeks) is slechts 200 meter verwijderd van station Cardiff Queen Street, waarover later meer. Maar als ik er binnenval heb ik geen droge draad meer aan mijn lijf en ligt zelfs mijn zogenaamd stormbestendige ymbarél half uit elkaar.

Al met al voldoende reden, na zo’n helse reisdag, om de rest van de avond binnen te blijven en een maaltijd te genieten in het hotel zelf. Mijn telefoon buzz’t; ik moet nu mijn verblijf in Ibis Cardiff al beoordelen, en ik heb eigenlijk nog maar net een voet over de drempel gezet. Ik negeer dit soort verzoeken consequent, de laatste tijd; ik verdom het om er nog langer aan mee te doen.

 
De volgende dag, zondag, op verkenning door het centrum van Wales. Het weer is wat opgeknapt, dat wil zeggen: weliswaar nog steeds gure regenvlagen, maar nu afgewisseld met overvloedige, zelfs vrij hete,  nazomerzon. Het noodweer is vannacht de Noordzee overgetrokken en Nederland kan er nu van lusten.

Cardiff telt ca. 350.000 inwoners en is daarmee verreweg de grootste stad van Wales en ook nog de 11e van het VK. Nou kan het kan zijn dat het ligt aan de zondagmorgen, maar het centrum komt toch niet over als dat van de hoofdstad van een rijk. Het lijkt eerder een rustig, gezapig provincieplaatsje, waar het leven kalm zijn gang gaat.

Ik kom ook maar een doodenkele stoepbewoner tegen; een handvol gedurende de hele dag. Een van hen, een vrouw, maakt wilde armgebaren en krijst elke voorbijganger zonder aanzien des persoons toe: ‘Fuck you, fuck you all’, maar dat is echt een uitzondering.

Cardiff is een winkelparadijs met betonnen overdekte winkelcentra, brede winkel-alleeën, twee grote passages en meer.

Het stadsvervoer wordt verzorgd door bussen; Wales kent geen trams. Ik heb deze morgen even genoeg van OV en doe alles te voet. Ik schuil alleen voor de zoveelste bui in een bus-abri tegenover het stadhuis. Als ik de abri binnenkom, zit er alleen een lichtelijk verwaaide juffrouw op het ongemakkelijke zitbankje. Daarna stromen de mensen ineens van alle kanten toe, reikhalzend uitkijkend naar de bus, die echter uitblijft en uitblijft. Die rijdt misschien niet eens op zondag. Maar ze dachten: er zitten mensen in de abri, dan zal er ook wel een bus komen. Ik laat die mensen achter en stap maar weer eens op: het is droog.

Een fotomapje van een aardige stad:

 




Winkelen, winkelen, winkelen



Station Cardiff Central verwerkt 40.000 passagiers per dag. Een vrij eenvoudig gebouw zonder veel opsmuk en grandeur.







Het Millennium Stadium aan de rivier de Taff heeft plek voor 75.000 toeschouwers en is het hoogste gebouw van heel Wales. Rugby trekt hier meer publiek dan voetbal. De snelstromende Taff voert de enorme watermassa die gisteren gevallen is, met veel gekolk af naar het Kanaal van Bristol, de zeearm waaraan Cardiff gelegen is. Welshmen worden naar de rivier wel Taffy’s genoemd. Langs de over van de rivier is de Riverside Market (rechtsboven op de winkelfoto) waar ze elke zondagmorgen lekker staan te kokkerellen.


Het kasteel van Wales dateert uit de late 11e eeuw en daarmee uit de tijd van Willem de Veroveraar. Achter het kasteel ligt Bute Parc Arboretum, een mooi, ruim aangelegd park langs de oevers van de Taff. Er kletst weer eens een bui neer en ik schuil onder een enorm dikke boom – totdat het water daaruit toch ook weer over me heen druipt en de zon trouwens weer gaat schijnen. Hee, verrek, dat Stonehenge, dat is HIER!; nooit geweten. Nee, nee, dit is maar een mini-stonehengeje (rechtsboven op de vorige foto).



En hier weer het stadhuis, waarvan de klok dezelfde pingel heeft als Big Ben in Londen.


 

Vlak bij het hotel ligt het uitgaanskwartier, waar je ’s avonds heel aparte types tegenkomt (maar nog net niet zo apart als die op de foto: die is van een Halloween-etalage). Er is ook een casino; als ik aan gokken deed, zou ik hier mijn vakantie terug gaan verdienen aan de roulettetafel. De bliksemschicht op de foto ergens hierboven lokt de mensen er bij dag en nacht naartoe.

 

Tot zover het centrum van Cardiff. In de volgende aflevering doe ik National Museum Cardiff en Cardiff Bay, het regerings- en uitgaanscentrum. Dan toch ook weer iets over treinen, zij het dat ik dan kies voor een heel. héél erg kort spoorlijntje.

Frans Mensonides
9 oktober 2019
Er geweest: 28 t/m 30 september 2019



© Frans Mensonides, Leiden, 2019