Balthazar Gerards, inclusief enge ogen.
Stedelijk Museum
Prinsenhof, Delft. Overgenomen van Wikipedia (NL), Balthasar Gerards
LAATSTE
ZES AFLEVERINGEN
127. 'BOIJMANS
VAN BEUNINGEN: SCHILDERREIS DOOR DE EEUWEN
(03/02/2013)
126. 'SPOORLEED
IN DE WINTER
(27/01/2013)
125. 'JAI
BEGRAIP?', DE WORSTELING VAN EEN ENGELSMAN MET DE NEDERLANDSE TAAL
(20/01/2013)
124. OP AMSTERDAM / W.G.
VAN FOCQUENBROCH
(13/01/2013)
123. DIARREER-EMMER;
VERKEERD LEZEN VAN SAMENSTELLINGEN
(06/01/2013)
122. JAN
SALIE EN ANDERE JANNEN; MET POTGIETER OVER DE DREMPEL
(30/12/2012)
Vorige week dinsdag kon ik ineens dubbel zoveel bezoekers
verwelkomen op mijn Thuispagina als normaal: dik 800 in plaats van dik 400.
Bij nadere beschouwing van de stats bleek
die extra visite te zijn afgekomen op de pagina over de beul uit Huygens’ Zedeprinten. Ze bleken ook bijna
allemaal gegoogled te hebben op het woord ‘wurgpaal’.
Die avond had ik een aflevering gezien van de VPRO-serie ‘De
gouden Eeuw’, waarin zo’n executie-instrument ter sprake was gekomen. Een arm
meisje uit Denemarken wilde fortuin maken in Amsterdam, maar stierf aan de
wurgpaal, nadat ze haar kamerverhuurster annex hoerenmadam in een driftbui met
een mes had afgeslacht.
Die pagina over executiemethoden deed het toch
altijd al
aardig. De verhalen over nare, duistere en ongezellige zaken als pest,
folteringen, terechtstellingen, alchemie, godsdiensttwisten,
astrologie, syfilis en de OV-chipkaart doen
het het best op mijn site. Maar zo gek is dat ook weer niet, want die
stukjes schrijf
ik tenslotte ook met het meeste plezier.
Daarom voor mezelf en voor de lezer die evenzeer haakt naar
gruwel als naar informatie, het verhaal van Balthazar Gerards (ca. 1557-1584).
Iedereen weet wat hij gedaan heeft: op 10 juli 1584 in Delft de prins van Oranje
vermoorden, de Vader des Vaderlands, Willem I, bijgenaamd de Zwijger. Weinig
mensen weten wie hij was – en dat hij eigenlijk Gérard heette, op z’n Frans, in
plaats van Gerards. Hij was een Fransman en geen Nederlander, al telde zijn
moeder Hollanders onder haar voorzaten.
Het levensverhaal van Gérard laat zich lezen als de synopsis
voor een avontuurlijke Hollywood-rolprent. In Nederland zal zijn leven niet
verfilmd worden; hij is onze geschiedenisboeken ingegaan als de absolute
staatsvijand-nummer-1 aller tijden. Maar zoiets is erg relatief. In de
katholieke wereld werd hij vereerd als martelaar. Hij kwam maar een paar punten
tekort voor een heiligverklaring. In zijn geboortedorp, het kleine Vuillafans
in het oosten van Frankrijk, is een straat naar hem genoemd en kent iedereen
zijn naam.
Gérard, een jurist, was een fanatieke katholiek en een rabiate
hater van alles wat protestants was. Vooral was hij gebeten op Willem van
Oranje, de leider van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning. Al in
zijn vlegeljaren liep Gérard met plannen rond, de prins te vermoorden.
Jarenlang doorkruiste hij een door oorlogen geteisterd Europa om in de
nabijheid te komen van het voorwerp van zijn haat.
Gérards fanatisme zal beslist zijn aangewakkerd door de
prijs die de Spaanse koning Filips II op Oranjes hoofd had gezet. Diens
moordenaar zou in de adelstand verheven worden en de ronde somma van 25.000
gouden kronen mogen incasseren; geen kattenpis, als je weet dat de modale
arbeider indertijd 100 kronen per jaar verdiende.
Gérard slaagde er in, als bode in dienst te komen bij Willem.
Die had, zoals zoveel machtige mannen, beter moeten luisteren naar zijn vrouw,
prinses Louise de Coligny. Zij vond die Gérard maar een vreemde snuiter, en hij
had bovendien van die nare, enge ogen. Zij snapte niet dat haar echtgenoot hem
in zijn nabijheid duldde.
Balthazar Gérard bedelde Willem 30 gouden kronen af om zich
in het nieuw te steken; een bode van de prins moest er tenslotte een beetje
knap uitzien. Met dat geld kocht de schurk echter geen kleren, maar pistolen om
zijn patroon uit de weg te ruimen. Op 10 juli 1584 klonken na de lunch die
fatale schoten op dat trappetje in het Prinsenhof, waar de kogelgaten nu nog in
de muur zitten, als we het mogen geloven. Dat was tevens het startschot voor
een zich nu al 429 jaar voortslepend debat over wat precies de laatste woorden
waren van de Zwijger, alsof dat nog te achterhalen zou zijn, of er zelfs ook
maar toe zou doen. Waarschijnlijk zei hij alleen nog: ‘Arrrrggggh!’ (maar dan
wel in het Frans of Duits, want onze taal sprak onze Vader des Vaderlands niet).
Gérard vluchtte het Prinsenhof uit, denkend aan die zak met
25.000 kronen. Maar hij zou nooit cashen. Bij de stadsmuur werd hij bij de
kladden gegrepen door dienaren van de prins, die hem in het cachot gooiden.
Drie dagen lang werd Gérard op de meest verschrikkelijke
manieren gemarteld, om hem de namen te laten noemen van eventuele trawanten.
Eerst hingen zijn beulen hem aan zijn armen op, en geselden hem. Daarna werden
zijn wonden ingesmeerd met honing en werd er een bok binnengebracht die de
honing eraf moest likken. Met zijn ruwe tong zou hij dan tevens het vel van
Gérard meenemen. Maar het was een heel humane bok: hij weigerde, toe te tasten.
De volgende dagen hingen ze hem nog op met gewichten van elk
300 pond aan zijn grote tenen, hebben ze met naalden tussen zijn nagels
gestoken, hem lichtjes geroosterd op een zacht vuurtje, met gloeiende poken
onder de oksels gepriemd, hem met brandend vet overgoten, en kreeg hij schoenen van hondenleer aan, die
twee maten te klein waren. Die schoenen lieten ze bovendien krimpen door ze te
verhitten, zodat zijn voeten gekraakt werden.
Toen zijn beulen genoeg informatie uit hem hadden geperst,
werd vonnis gewezen. Gewoon de kop afhakken vonden de rechters veel te mild
voor een fielt als Balthazar Gérard. Nee, ze zouden hem eerst zijn moordenaarshand afklemmen met een
gloeiende tang, vervolgens het vlees op zes plaatsen van zijn botten schroeien,
hem vierendelen (niet met paarden maar met zwaarden; dat kon namelijk óók),
plus zijn hart levend uit zijn borstkas snijden en hem in het gezicht smijten.
Daarna pas ging zijn kop eraf.
De ‘kwartieren’ van zijn romp zouden tentoongesteld worden
bij de vier stadspoorten die Delft bezat; de kop zou worden opgespietst op een
staak, en te pronk gezet bij het Prinsenhof.
Nee, ze namen in die tijd bepaald geen halve maatregelen! Het
vonnis werd op 14 juli precies zo voltrokken, op het grote marktplein van
Delft, op een podium, voor een enorme menigte.
Een vrouw onder het publiek protesteerde luidkeels, met
woorden als: ‘Die man heeft één mens vermoord, waarom moet hij nu duizend doden
sterven?’ Maar ze werd weggehoond, en was trouwens uit vrije wil naar dat plein
gekomen. Zijn we allemaal geen voyeurs?
FHM
10 februari 2013
P.S.:
Gérard stierf voor niets. De moordenaar maakte met zijn daad geen eind
aan de Opstand der Nederlanden. Die werd voortgezet onder Willems zoon
Maurits.
Bron: N.J. Bosma, Balthazar
Gerards, moordenaar en martelaar. Amsterdam 1984. Serie-uitgave van het
genootschap Delfia Batavorum, deel 10.
© Frans Mensonides, Leiden, 2013