Nr. 241 - zondag 9 juli 2017 (week 27)
Sjoemeltemperatuur?; KNMI homogniseert

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

240. NAVOLGERS VAN DE STIJL IN HELMOND EN LEIDEN (25/06/2017)
239. FIGURANT IN 'DROOMLAND'; STRAATHEATER IN LEIDEN ZW (07/06/2017)
238. HORROR-EXAMEN VWO NEDERLANDS (28/05/2017)
237. WOLKEN TUSSEN HEMEL EN AARDE; DE PARAPSYCHOLOGIE (14/05/2017)
236b DE AFVALLIGEN VAN DE STIJL (30/04/2017)
236a 'KIJK EENS GOED', MONDRIAAN TOCH NOG GEWAARDEERD (16/04/2017)
235. HUN EN DE HUNNEN; TAALPEDANTIE (02/04/2017




De ‘pagode’ op het terrein van de KNMI in De Bilt
Overgenomen van KNMI
 

Vorige week vrijdag eindigde de aller-, aller- allerheetste junimaand in Nederland sinds het begin van de temperatuurwaarnemingen in 1901. KNMI bazuinde het al uit toen die maand nog bijna een etmaal te gaan had. Die laatste uren van juni waren opvallend koel en regenachtig, na de bloedhitte van eerder die week. Maar dat kon niet verhinderen dat de gemiddelde temperatuur van heel juni die van alle 116 voorafgaande juni’s overtrof: 18,0 graden, of 18,06 volgens andere, nog nauwkeurigere bronnen.
 
Bovendien hadden we ook nog eens 30 uur, ruim een etmaal, meer zon dan waarop we aanspraak mogen maken in de zesde maand van het jaar. Dat was allemaal erg plezierig voor mooiweerfietsers als ik en zonaanbidders; wat moet je er meer van zeggen?

Maar laat het maar aan het KNMI over om aan zo’n record een lesje vast te knopen over de opwarming van de aarde. Niet alleen in Nederland, maar ook in Zuid-Europa was juni heter dan normaal, en het is daar normaal al zo heet in juni. Het komt allemaal door het broeikaseffect. Als we de uitstoot van kooldioxide niet sterk terugdringen... 

Dat is de boodschap van veel pagina’s op de site van KNMI. Als je die raadpleegt - wat je meestal alleen maar doet voor de weersverwachting van morgen - schreeuwen op de homepage de klimaatrampen je al tegemoet. Op de dag dat ik dit stukje tik, staat er een artikel over de verzuring van de oceanen door CO2 en iets over het smelten van de gletsjers in de Alpen; alles te wijten aan de opwarming der aarde. De oceaan is straks, als het allemaal zo doorgaat met de uitstoot, zuurder dan hij de laatste 50 miljoen jaar geweest is – blijkbaar begon in dit geval de waarnemingsreeks niet in 1901 maar omstreeks 49.998.000 voor Christus.

Het zal binnen één à twee generaties allemaal leiden tot nu al breed uitgemeten rampen. Ben ik nou ontzaglijk flauw en voorspelbaar als ik vraag, hoe ze zo zeker kunnen zijn van het klimaat over pakweg 50 jaar, als ze er met het weer van overmorgen soms al flink naast zitten?

Ik zal niet ontkennen dat het allemaal heel bedreigend is. Ik ben stiekem blij dat ik er zelf niet meer bij ben, tegen de tijd dat Nijkerk de populairste badplaats is geworden aan de Noordzeekust. De Club van Rome hakte er bij mij indertijd veel erger in, rond 1970; de verlamming die uitgaat van doemverhalen! Zo tegen 2000 zou de aarde compleet onleefbaar worden door milieuvervuiling. Ziggy Stardust nam er met zijn ‘Five Years’ al een voorschot op. Ik zou niet veel ouder worden dan 40 jaar. Waarom dan nog mijn best doen op school – wat ik tussen haakjes toch al nooit deed.

Dat hitterecord van juni 2017 kreeg een staartje op sommige fora van klimaatsceptici, zoals deze ’Klimaatgek’. Tot voor heel kort had 1917 bovenaan het lijstje van heetste juni’s geprijkt. Die zomer in WO I noteerde juni in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 18,3 graden. Runner-up was 1976 met 18,0; inderdaad een kokend hete maand in een zomer die me nog heel goed voor de geest staat: hittegolven van mei tot september. Maar op 27 juni 2017, enkele dagen voor de bekendmaking van het nieuwe junirecord, bleek juni 1917 ineens 0,6 graden koeler geworden te zijn en gezakt te zijn naar de 3e plaats. Juni 1976 was nu de heetste. Om enkele dagen later met een paar honderdsten van een graad overtroffen te worden door juni van dit jaar.

Is er door het KNMI gerommeld met de cijfers, om weer een nieuw hitterecord te kunnen melden? Nee hoor, KNMI heeft vorig jaar zelf netjes, zij het op een niet erg opvallende plek op zijn site, gemeld was er aan de hand was. Meetwaarden uit het verleden worden ´gehomogeniseerd´. Dat wil zeggen dat de temperatuurwaarnemingen van vroeger jaren worden gecorrigeerd – en vrijwel altijd naar beneden.

Vanwaar die correcties? Kwikthermometers zijn ooit vervangen door digitale. Bij het KNMI in De Bilt is sinds 1901 ook het nodige veranderd. In 1950 is de thermometer daar verplaatst, en kreeg hij ook een nieuwe behuizing; de ouderwetse ´pagode´ werd vervangen door een moderne meethut. Later is er nog een nieuwe vleugel opgetrokken bij het KNMI-gebouw.  En in 1967 heeft de boomgaard nabij het KNMI plaatsgemaakt voor een parkeerplaats – die ze nu wel weer met bomen kunnen beplanten, voor absorbtie van CO2, want iedereen komt daar tegenwoordig vast en zeker met het OV naar zijn werk.

Al die wijzigingen hadden invloed op de temperatuurwaarnemingen. Hoe groot die invloed is, kun je soms ook weer meten. Je meet bijvoorbeeld een poosje met zowel een oude als nieuwe thermometer naast elkaar en vergelijkt de waarden. Blijkt bijvoorbeeld de nieuwe consequent een halve graad lager aan te wijzen dan de oude, dan worden de meetresultaten van de oude ook een halve graad naar beneden bijgesteld. Waarbij men er blijkbaar vanuit gaat dat de nieuwe thermometer wél de vereiste nauwkeurigheid bezit.

In sommige gevallen wordt het echt giswerk. Zo is gedurende de tijd die verstreken is sinds 1901, het toenmalige boerendorpje De Bilt sterk gegroeid en steeds meer in de omarming van de grootstad Utrecht geraakt; verstedelijkt, kortom. En in steden is het warmer dan ten plattelande, zoals iedereen weet die op een warme zomerdag naar buiten trekt om verkoeling te zoeken. Maar hoeveel warmer precies? 0,11 graden, volgens het KNMI, minder dan een recreant zou verwachten. 

Hoe dan ook, al de waarnemingen sinds 1901 zijn kort geleden dus herberekend. Daardoor kwamen meer records op losse schroeven te staan, niet alleen dat van de heetste juni. Neem de legendarische tropische zomer van 1947 - die in de verhalen van mijn moeder en oma iedere keer dat ze erover vertelden, heter werd. Die zomer kukelde ineens van de eerste plaats pardoes de top-5 uit. De koppositie werd overgenomen door de zomer van 2003 - toen ik in het ge-airconditionde stadhuis van Den Haag werkte en bij het verlaten van dat gebouw steeds tegen een muur van hitte opliep. Ja, ook die zomer mocht er wezen, en hij is ondanks 14 jaar opwarming sedertdien niet meer geëvenaard.

Deze harmonisaties zijn natuurlijk koren op de molen van klimaatsceptici, die nu beweren dat KNMI de metingen van vroeger opzettelijk naar beneden bijstelt om de opwarming van de aarde duidelijker te laten uitkomen. Het woord ´sjoemeltemperatuur´ heb ik al zien vallen.

Het maakt inderdaad een vreemde indruk. Het resultaat van een meting die gedaan is, is een feit.  Maar die correcties zijn meestal speculatie, gebaseerd op theorieën  die over 50 jaar misschien achterhaald zijn. Mogelijk wordt alles dan geher-homogeniseerd en wie weet hoe de recordlijstjes er dan uitzien. 

Ondanks al dit gedoe staat de legendarische winter van 1962 / 1963 gelukkig nog fier overeind als de strengste van de afgelopen 200 jaar. Die winter uit mijn kleutertijd wordt ook elke keer kouder als ik het erover heb met jongeren dan ik; mijn eigen homogenisering van weer uit het verleden. Hoe dan ook: zo´n winter krijg je nooit meer; klimaatverandering of geen klimaatverandering!

FHM
9 juli 2017

 

 



VOLGENDE  AFLEVERING: VERSCHIJNT ZONDAG 23/07/2017

© Frans Mensonides, Leiden, 2017.