Beminde zaterdag (29)
11 mei 2019 - 






< < < < < Deel 28 al gelezen? 


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangen. Deze reeks is geïntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je in het archief van mijn Thuispagina.

In deze vroegzomer-aflevering hoop ik vaker op de fiets te kunnen stappen dan tijdens het voorjaar, toen de zaterdagen nogal eens in het water vielen. We beginnen met een fietstocht Nijmegen – Groesbeek, een bescheiden afstand met onbescheiden heuvels. 


 

‘Ei Sörrender’, Nationaal Bevrijdingsmuseum in GroesbeekFietsen over Berg en Dal - Zoef, zoef, zoef, zoef; allemaal met de trein naar de Grand Prix! - ‘Todeskandidaten’, Eerebegraafplaats Bloemendaal - Per rail naar de Grand Prix - Zandvoort per bus -1,5 miljoen voor de trein naar Zandvoort




‘Ei Sörrender’, Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek


Dit hoofdstuk verschijnt op het Web op de 75ste verjaardag van D-day. Ik bezocht het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek al een paar weken eerder, zaterdag 11 mei, toen de Duitse inval in Nederland 79 jaar plus één dag geleden was.

Over de oorlogsnacht van 9 op 10 mei 1940 gaat een familielegende. Ik geloof dat ik hem al eens verteld heb; als dat zo werkelijk zo is, vertel ik hem nu voor de tweede keer.

Mijn oma werd uit de slaap gehouden door kanonnengebulder in de verte; ik denk dat zij de slag om Vliegveld Valkenburg hoorde. Ze wekte mijn behoorlijk hardhorende opa: ‘Het is oorlog!, het is oorlog!’
‘Huh’?
‘Ik hoor schieten!’
‘Oh, dat zijn oefeningen’, verklaarde opa met grote stelligheid, en sliep verder. Het zou een gevleugeld woord worden.

De volgende morgen meldde de radio dat het wel degelijk oorlog was. Maar oorlog of geen oorlog, het leven ging door. Twee dagen later verliet het gezin, mijn grootouders en moeder, onverstoorbaar het huis voor de vaste zondagmorgenwandeling in de Leidse Professorenwijk. Daarbij belandden zij ineens in het schootsveld van het Nederlandse afweergeschut dat stond opgesteld bij de spoorbrug over het Kanaal. ‘Wegwezen!, Weg daar!’, brulden de soldaten. En toen begon de harde waarheid door te dringen: het was echt oorlog.

Een bizar verhaal. Maar kom me nou niet aan met: ‘Er stónd daar helemaal geen afweergeschut’, of andere inside information waaruit zou blijken dat het een verzinsel is. Ik vertel het zoals ik het gehoord heb. Ik kwam 12 herfsten na Market Garden ter wereld; ik heb de oorlog niet meegemaakt.

Maar eigenlijk hebben wij, de naoorlogse generatie, dat ook weer wel. Geen dag ging voorbij in onze kindertijd of de Bezetting werd ons wel een keer voorgehouden; als we klaagden over het eten, bijvoorbeeld.

Vanmiddag heeft de 2e naoorlogse generatie de 3e meegetroond naar het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek om iets te leren over de oorlog. Veel kinderen lopen er rond in het museum, waarvan de meesten geen voorzaten meer hebben die er uit eigen ervaring over kunnen vertellen.

Het Bevrijdingsmuseum – dat in een verbouwings- en uitbreidingsoperatie verkeert – gaat over veel meer dan de bevrijding alleen. Het vertelt het complete oorlogsverhaal, vanaf het opkomend fascisme in Italië en Duitsland in de jaren 20 tot de wederopbouw.

Het heeft een zeer uitgebreide collectie, waarvoor je best een hele middag kunt uittrekken. Je kunt de nummers volgen die bij de verschillende items staan en die lopen van 1 tot en met 67. In het café, dat een panoramische blik biedt op de heuvelen rond Groesbeek, kan de bezoeker bijkomen van de hoeveelheid aan informatie.

Geen eenvoudige klus om een museum-top-5 samen te stellen uit deze overvloed. Het wordt een top-8. En ik beperk me tot teksten, die om een of andere reden vanmiddag meer indruk op me maken dan het beeldmateriaal. Teksten die vaak maar over een heel klein aspect van de oorlog gaan, maar toch heel tekenend zijn voor het geheel. Luidt het spreekwoord niet: Eén woord zegt meer dan 1000 plaatjes?

Ik geef die teksten dan toch meestal wel weer door middel van plaatjes; overtypen gaat erg snel vervelen.


*1*

Vertaald uit een Duits rekenboekje:



Wij leerden in onze koopmansnatie rekenen met voorbeelden die vaak te maken hadden met winst en verlies, zo niet van geld, dan wel van knikkers. De schooljeugd in nazi-Duitsland kreeg heel andere uit het leven gegrepen zaken voorgelegd. Maar de rekenkunst is neutraal: bommen leveren dezelfde resultaten op als guldens en knikkers.


*2*


Generaal Winkelman, de aanvoerder van de Nederlandse strijdkrachten, op een ansichtkaart die kort na de capitulatie gedrukt werd. Vraag een Nederlander waar in 1945 de Duitse capitulatie getekend werd, en hij antwoordt: Wageningen. Maar waar Winkelman op de dag na het bombardement op Rotterdam Nederland overgaf: vrijwel niemand weet dat dat was in een schooltje in Rijsoord, een dorp ten zuiden van Rotterdam op het eiland IJsselmonde. Het bijschrift op de kaart:


Zijn helder inzicht, wijs beleid,
heeft verder leed aan ons bespaard
hem nimmer bannen uit ons’ gedachten
is deze held zeer zeker waard.


*3*


Wie zich al liet ontmoedigen door Nederlands nederlaag, niet het Rotterdamse NTI, waarbij je ook ‘brieflessen’ kon volgen in de taal van Hitlers aartsvijanden.


*4*





Ook de belligerenten bedienden zich nog wel eens van elkaars taal, maar alleen om hun tegenstanders te ontmoedigen met propaganda. De Duitse soldaten die werden overgehaald om zich over te geven aan de geallieerden, kregen voorgekauwd wat ze dan moesten zeggen: ‘I surrender’, fonetisch weergegeven als ‘Ei sörrender’.

Twee woorden die hun leven konden redden. Ik hóór het ze bijna roepen. Met opluchting, vaak; vele Duitse soldaten brachten de rest van de oorlog liever door in een POW-kamp dan aan het front.

Het doet me wel denken aan een scene uit Dad’s Army. De gelegenheidssoldaten van Cpt. Mainwaring hebben ooit tijdens een cursus geleerd dat ze bij het gevangennemen van een Mof ‘Hände hoch!’moeten roepen. Als het peloton dan voor het eerst in de oorlog oog in oog staat met een Duitse soldaat, brult de hele menigte: ‘Hendiehok, hendiehok!’


*5*

Vermicelli, Maizena, Havermout, etc, ook dat is een tekst, en wel op dit primitieve, kartonnen kastje voor het opbergen van distributiebonnen. Ik zet hem op de foto voor de webpagina over mijn oma’s Hongerwinterdagboek.



*6*


De 40’s, die associeer ik met géén televisie en op zaterdagavond gezellig geschaard rond een bordspel. Dit op ganzenbord lijkende spel, kort na de bevrijding verschenen, is nogal grimmig. Het wijst nog eens op het Goed en Fout dat tijdens de bezetting zo’n doorslaggevende rol speelde.

Bijvoorbeeld: ‘Steekt hooiberg in brand waar Mussert in verscholen zit (3 fiches uit de pot)’.
en: ‘Luistert clandestien naar de Engelse zender en geeft deze berichten door aan landgenoten’.

Ook dat werd beloond met 3 fiches, die mijn oma in haar zak zou mogen steken. Zij behoorde tot de honderdduizenden Nederlanders die hun radiotoestel uit handen van de Duitsers hadden weten te houden, en illegaal naar Radio Oranje luisterden. Het was niet zonder risico. Ik betoogde eens in mijn rubriek FHM´s dat deze mensen weliswaar niet allemaal een verzetskruis verdienden, maar wel een nagel waren aan Hitlers doodskist.

Met Hinkepink werd de manke Rijkscommissaris Seyss-Inquart bedoeld, bijgenaamd: zes-en-een-kwart.

Een andere instructie uit het spel:
‘Bah! Leest Volk en Vaderland, moet maar eens twee beurten overslaan om zijn leven te beteren’.


*7*

Volk en Vaderland was vanaf 1933 het propagandakrantje van de NSB en tijdens de bezetting dat van nazi-Duitsland. Het blad werd uitgevent voor 6 cent. Die venters maakten zich niet populair en werden regelmatig uitgescholden en ook nog wel eens in elkaar geslagen.

Het blad werd na de oorlog vanzelfsprekend meteen verboden. In 1948 bepaalde de rechter bovendien dat er 75 jaar lang geen periodiek mocht verschijnen met die titel. Die ban duurt nu dus nog maar 4 jaar, wat wellicht goed nieuws is voor bepaalde groeperingen in onze huidige maatschappij.



*8*

Pagina uit een handboek voor soldaten, hoe zij zich moesten gedragen tegenover de door hen bevrijde, uitgemergelde bevolking. Er staat geen verbod in (maar misschien wel op aan andere bladzijde) tegen het zwanger maken van Nederlandse meisjes. Mocht zo´n verbod bestaan hebben, dan werd het op grote schaal overtreden. ´Trees heeft een Canadees´, ofwel: een Canadees had Trees. Een geboortegolf in 1946 luidde de babyboom in.

Een boeiend museum en absoluut een aanrader!




Fietsen over Berg en Dal



Groesbeek

Ik doe dit retourtje Groesbeek vanaf station Nijmegen op de OV-fiets, zoals gezegd, en ben rond een uur of half 12 begonnen.

Op het stationsplein bij de trap naar de ondergrondse stalling verzamelen zich dan mensen met gele hesjes. Het zijn de Gele Hesjes. Ze zullen vanmiddag een demonstratie houden. Een stuk of 20 leden zijn op komen dagen, dragen spandoeken bij zich en kijken heel erg boos en vastberaden. Enkelen dragen Friese nationalistische symbolen met zich mee. Met de treinreis Leeuwarden - Nijmegen v.v. halen ze in één keer hun Weekend Vrij voor de hele meimaand er wel uit.

Ja, de Gele Hesjes zijn boos, niet zozeer op iemand, maar gewoon boos. En ze zijn ontevreden, niet zozeer over iets, maar gewoon ontevreden. En ze demonstreren, nergens tegen, maar gewoon om de kick van het demonstreren. Een van hen blaast steeds op een toeter om zijn eisen kracht bij te zetten. Maar wat voor eisen dat zijn?

Ik had laatst een naïef idee: ik dacht, ik zoek even op op hun website wat ze nu eigenlijk precies willen. Ze zullen toch wel alternatieven hebben, een agenda voor Nederland 2.0? Maar zo’n site bestaat niet.

Langzaam druppelen ze binnen op het plein. Ik lees later dat hun demonstratie pas om 14:00 uur begint en dat ze op 2500 man rekenen. Uiteindelijk zullen er slechts 400 deelnemen.

Wat dan nog heel gunstig afsteekt bij de demonstratie in Rotterdam, die tegelijkertijd plaatsvindt. Daar dragen de Gele Hesjes oranje hesjes, en dat is omdat ze ook boos en ontevreden zijn over de Gele Hesjes in de rest van het land; een kerkscheuring in de Gele Hesjesbeweging! Maar er verschijnen bij de Erasmusbrug maar 10 Rotterdamse Gele Hesjes met oranje hesjes, waarna de afdeling Rotterdam spontaan en ter plekke besluit, zichzelf op te heffen.

Het is allemaal een storm in een glas water; iets van voorbijgaande aard. Ik stap op richting Groesbeek dat zo’n 10 km fietsen vergt. Groesbeek is eenvoudig te vinden: voorbij het Keizer Karelplein de Groesbeekseweg inslaan en die weg voorlopig blijven volgen. Die voert over een paar behoorlijk steile heuvels.

Net als mijn oma, 79 jaar en een dag geleden, hoor ook ik schoten in de verte. Komen die geluiden uit de richting Duitsland, om de verjaardag van de Blitzkrieg te vieren, één dag te laat? Of zijn het jagers die hun moordlust botvieren onder het mom van faunabeheer?

Het museum ligt voorbij het dorp op ook alweer een steile heuvel. Na mijn bezoek wil ik terug via een andere weg. Ik kies de Zevenheuvelenweg naar Berg en Dal: namen die niet veel goeds beloven en flinke klauterpartijen.

Ik blijk terecht gekomen te zijn op een traject dat door stoere wielrenners met van die snelle pakken gebruikt wordt als ze echt eens een pittige trainingsrit willen maken. Deze route vol bulten is zelfs een keer opgenomen geweest in een etappe van de Giro d’Italia, alsof Groesbeek in de Apennijnen lag, de Apen ‘n K’nijnen, zoals mijn oude schoolmeester altijd grapte.

Zelfs die wielrenners komen er nauwelijks tegenop, in de laagste versnelling. Ik loop hele stukken. Het uitzicht vanaf die heuveltoppen vergoedt veel. Het is in meer opzichten een adembenemende tocht. Ik tel overigens maar 5 heuvels en geen 7.

In 2015 was ik ook al eens in deze contreien, maar verplaatste me toen per bus en te voet. Twee kwesties hadden me hierheen gelokt. In de eerste plaats de mogelijke reactivering van het in de jaren 90 opgeheven spoorlijntje Nijmegen – Groesbeek – Kranenburg – Kleve. En ten tweede een wat gammel verhaal over een Romeins aquaduct dat gelopen zou hebben van Berg en Dal naar het legerkamp in Nijmegen.

Ik heb de route van dat aquaduct toen gewandeld. Er was verschil van mening over de vraag of het waterwerk echt wel bestaan had. De Nijmeegse archeologen geloofden er heilig in, maar de financiële controller van de gemeente dacht van niet.

Maar eens even google’en hoe het er met beide kwesties voorstaat, 4 jaar later. Weinig nieuws. De railverbinding Nijmegen – Groesbeek en verder is nog geen stap dichter bij realisatie gekomen. En over dat (vermeende) aquaduct heb ik ook geen nieuwe gezichtspunten meer gelezen.

Het dorp Berg en Dal ligt op het absolute hoogtepunt van deze streek, 91 meter boven NAP. Daarna kun je alleen maar naar beneden. Aan het begin van de weg richting Beek en Ubbergen suis ik langs een waarschuwingsbord met de tekst ‘Fietsers afremmen!’ Geen overdreven raadgeving; je vliegt zo de bocht uit.

Gelukkig kan in een bijna-haarspeldbocht een malloot ontwijken die aan zijn fiets staat te sleutelen, midden op de weg, in plaats van hem even de berm in te schuiven. Wielrenners vormen, net als Gele Hesjes, toch ook wel een heel apart slag mensen.

Beek en Ubbergen, in elkaars verlengde, zijn dorpen met spookhuizen op ook alweer een heel steile helling. Bij het oude tolhuis moest je halt houden als je je verplaatste op een ‘motorwiel’. Maar fietswielen mochten ook in die tijd al zonder betalen doorrijden.

Rijd je van hier dan uiteindelijk Nijmegen binnen, dan zie je in de verte aan de overkant van de Waal zich de Betuwe ontrollen, waar het heerlijk vlak is. In een volgende aflevering (en op een andere zaterdag) wagen we de Waalsprong.

Frans Mensonides
6 juni 2019
Er geweest: zaterdag 11 mei 2019



Vanaf de Zevenheuvelenweg (linksboven); in Beek en Ubbergen (de rest)



Zoef, zoef, zoef, zoef; allemaal met de trein naar de Grand Prix!

Zoef, zoef, zoef, zoef, daar passeert hij mij, die boef
Rond, rond, rond, als ik maar een gaatje vond
Jakker, jakker, jakker, jakker, in 't publiek, die arme stakker
Slik, slik, slik, toch maar liever hij dan ik.

Drs. P in Grand Prix, hier op YouTube


 

Station Haarlem (linksboven) en Zandvoort aan Zee


Maar eerst iets anders, voordat we terugkeren naar Nijmegen. Zaterdag 25 mei ga ik naar het circuit van Zandvoort. Nee, niet dat ik bekeerd ben, en in deze OV-rubriek ineens verslag ga doen van scheuren over het asfalt; ook als overtuigde generalist kun je te ver gaan.

Ik vind het ook eigenlijk helemaal geen sport, heel hard rijden in een auto; ik kijk er zelden naar op tv. Ik redeneer zo: degene die de beste auto heeft, zal wel winnen. En wie rijdt in een gammel wrak dat in elke bocht stilvalt met motorpech, krijgt nooit de lauwerkrans en de champagne, ook al is hij de beste coureur ter wereld.

Nee, er speelt rond Zandvoort een OV-kwestie, anders zou ik beslist niet over dat circuit begonnen zijn. De bijna populairste badplaats van Nederland is elk halfuur bereikbaar per Sprinter Amsterdam – Haarlem – Zandvoort aan Zee; 12 maanden per jaar en 7 dagen per week. In de zomervakantie en daarbuiten op dagen met verwachting van tropisch weer, worden er per uur nog 2 extra pendels Haarlem – Zandvoort ingezet.

4 treinen per uur dan, dus. En dat is echt te weinig als er races zijn op het circuit in de duinen, niet ver van het station. Het knelt des te meer nu er voor 2020 weer een Grand Prix voor formule-1-wagens op het programma staat. Dan zullen er tien- of zelfs honderdduizenden raceliefhebbers naar Zandvoort komen om Max Verstappen weer eens 4e of 5e te zien worden. Wie wil dat missen? Ik, maar dat laat ik nu even buiten beschouwing.

Die Grand Prix is na een  afwezigheid van 34 jaar weer naar Nederland gehaald door prins Bernhard junior, de neef van de koning; die omstreden zakenprins met dat gigantische bord voor z’n kop, dat bij nadere beschouwing zijn bril blijkt te zijn. En daarmee zwelt de discussie over de bereikbaarheid van het circuit aan.

De N201 tussen Heemstede en Zandvoort staat op hoogtijdagen muurvast van Heemstede tot Zandvoort. De treinen kunnen in de huidige dienstregeling de toeloop op drukke stranddagen al nauwelijks aan. En opschroeven van de treindienst tot elke 5 minuten een IC met 14 bakken, dan? Dat is om 3 redenen niet mogelijk.

In de eerste plaats kent Zandvoort aan Zee maar 2 perronsporen, aan weerzijden van het enige perron. Ten tweede kan dat perron niet verlengd worden omdat aan het eind van het perron een drukke overweg ligt. En ten slotte kan de stroomvoorziening op het 8 km lange traject Haarlem – Zandvoort zoveel treinen niet trekken.

Problemen die allemaal best opgelost kunnen worden als je er een bedrag met 7 nullen tegenaan gooit. Maar alleen al door die suggestie ontstaken diverse forenzen in den lande in toorn. Zij dachten hetzelfde als ook mijn brein even passeerde: wij moeten elke dag staan in de trein, 250 dagen per jaar, en voor het speeltje van zo’n prins kan wél de beurs getrokken worden! Wat hamer!! Laat hij het zelf betalen, met z’n 750 Amsterdamse huizen!

Milieubewusten wijzen bovendien op de extra tonnen uitstoot van kooldioxide en het verscheuren van de stilte door zo’n autorace. Die zouden wat hun betreft helemaal wel afgeschaft mogen worden, maar in ieder geval niet mogen plaatsvinden bij een natuur- en recreatiegebied.

Ik ga, zoals gewoonlijk, zelf maar weer eens kijken; dat is altijd het beste voor de opinievorming.

 

Op deze late zaterdagmorgen is het wat donker en killig weer. Neemt niet weg dat de 3-baks SGM-Sprinter, waar ik op overstap in Haarlem, redelijk vol zit. Er wordt vandaag niet geracet op Zandvoort, maar het strand blijft wel lokken.

Overveen, het enige station tussen Haarlem en Zandvoort, heeft doordeweeks veel toeloop van studenten aan enkele grote onderwijsinstellingen daar in de buurt. Deze morgen stappen er opvallend veel wandeltypes uit, gewapend met rugzakken en ook met van die lange skistokken. Het laatste om onderweg papiertjes te prikken, denk ik.

Met een matig gangetje van 100 km uur doorklieven we daarna de duinen; een van de aardigste landschappen die je in Nederland ziet vanuit de trein.

De stationshal van Zandvoort aan Zee heeft iets fin-de-siècle-achtigs over zich, vind ik, al kan ik de stijl niet goed benoemen. Het  dateert van 1908. De monumentale hal heeft scheepvaartmotieven bij het plafond; het is me nooit eerder opgevallen. In de hal is Atelier Margot Berkman gevestigd en aan de andere kant het Zandvoorts “pop up”  Museum dat een lokkertje is voor het permanente Zandvoorts Museum een paar straten verder.

Op het plein voor het station staat een groepje (brood)dronken Schotten te zingen en te musiceren (beide activiteiten in de ruimste zin des woords).

Het is lang nog geen weer om met je blote kont op het strand te gaan liggen. Maar fietsen is uitstekend te doen. De OV-fietsen staan hier in zo’n glazen zelfbedieningshok naast het perron. Als ze op zijn, kun je ze ook bekomen bij een rijwielstalling tussen hier en het strand.

Ik rijd door een nieuw wijkje ten noorden van het station. Daarna volg ik de boulevard richting Bloemendaal Strand. Achter een camping zie ik dan in de verte stukken van het circuit. Het is wel te lopen vanaf het station; een stijf kwartiertje hooguit.

Er rijden toch nog wat snelle auto’s voor  een trainingsritje. Op de hoofdtribune  is slechts zitplaats voor 2700 toeschouwers, die voor hun stoeltje zo’n 500 euro zullen moeten ophoesten. Of je een emmer leeggooit! Voor grote evenementen worden er tijdelijke staantribunes geplaatst met 10 keer zo veel capaciteit.

Je kunt ook in de duinen gaan zitten picknicken, met zicht op het circuit. Dat is gratis, maar hoeveel je dan ziet, hoor je in ‘Grand Prix’ van Drs. P waaruit ik hierboven citeerde. Mooi liedje van de maestro!

Het Nationaal Autosport Monument bij de ingang naar het circuit is opgericht ter nagedachtenis aan alle Nederlandse coureurs  die zich ooit te barsten hebben gereden. Ik sta er even bij stil – anders is het moeilijk te fotograferen. Maar ik ga uitgebreider stilstaan bij een ander monument, een kilometer of 5 verderop, voorbij Bloemendaal Strand.

 

‘Todeskandidaten’, Eerebegraafplaats Bloemendaal









 

Dat is de Eerebegraafplaats Bloemendaal. Het ereveld ligt in de duinen, even ten noorden van de N200. Je auto of fiets kun je kwijt op een parkeerplaats, waarna je een ronde kunt lopen over het terrein. Ik ben momenteel de enige die dat doet en dus de enige die de gewijde stilte verstoort met het knerp-knerp onder zijn voeten.

Op de Eerebegraafplaats liggen 372 oorlogsslachtoffers begraven, verzetsstrijders die op verschillende plaatsen in Noord-Holland geëxecuteerd zijn door de Duitsers. Kort na de bevrijding zijn ze herbegraven op deze plek. De bronzen urn bevat verder de as van nog eens 85 geëxecuteerden.

Hier rusten bekende verzetshelden, zoals Hannie Schaft, ‘Het meisje met het rode haar’, en Walraven van Hall, de bankier van het verzet, die onlangs onderwerp was van een speelfilm. Maar ook vele onbekende verzetsmensen, van wie je uitgebreide levensbeschrijvingen kunt lezen, in de glazen cilinder op de foto.

Zij waren door de Duitsers gevangengenomen en aangemerkt als ‘Todeskandidaten’. Dat wilde zeggen dat ze elk moment zonder enige vorm van proces geëxecuteerd konden worden bij wijze van represaillemaatregel.

De grote klok in de klokkenstoel dateert uit 1637 en is afkomstig uit het (voormalige) raadhuis van Overveen, dat straks op mijn route zal blijken te liggen.

 


Per rail naar de Grand Prix?



Station Overveen (2x), v/m trambaan Zandvoort - Heemstede, spoorwegovergang Zandvoort

Die voert eerst langs station Overveen, dat ik net per trein al passeerde. In het oude stationsgebouw is het restaurant Klein Centraal gevestigd, waar het goed toeven is op het terras. Twee keer per uur per richting rolt de Sprinter langs.

In de periode 1962-1995 passeerden hier de IC’s Maastricht / Heerlen – Zandvoort aan Zee, locs met een sleep wagens; treinen die een veel grotere capaciteit hadden dan de huidige SGM-3-tjes. In 1995 kregen de IC’s uit Limburg echter een nog grotere lengte, waardoor zij niet meer langs het perron van Zandvoort aan Zee zouden passen. Haarlem werd hun eindstation, later: Amsterdam Centraal. De exploitatie van de spoorlijn Haarlem – Zandvoort werd voorgezet met alleen boemels.

Ergens rond de eeuwwisseling was  er nog een vaag plan om het lijntje te gaan exploiteren met lightrailvoertuigen. Dat had ons dan goed kunnen helpen in Grand Prix-weekends. Huur een paar van die lange Urbos-trams van de Uithoflijn in Utrecht, die straks toch niet nodig zijn in het weekend, transporteer ze in een dieplader naar Haarlem, en open een 5-minitendienst op Zandvoort om alle racelustigen te vervoeren. Ik denk even hardop, en helemaal out of the box.

En weet je wat ons nu ook goed van pas zou komen? De Blauwe Tram Amsterdam – Haarlem - Zandvoort! Die reed tussen Heemstede en Zandvoort op een vrije baan door de duinen, ten noorden van de N201 waar het nu steevast vast staat op dagen met strandweer. Maar die tramlijn is helaas in 1957 al opgeheven.

Ik maak een omweg door de Leidse Buurt van Haarlem, waar in 1896 mijn oma ter wereld is gekomen in een klein arbeiderswoninkje. Zij woonde in de Waldeck Pyrmontstraat, een zijstraat van de Brouwersvaart die hieronder op de foto staat –tezamen met het voertuig dat me er gebracht heeft, zie ik nu pas.




In 1899 werden de eerste 2 tramlijnen in Nederland geopend die ‘onder de draad’ reden:  Zandvoort – Haarlem (5 jaar later doorgetrokken via Halfweg naar Amsterdam) en de Ceintuurbaan, een ringlijn door Haarlem. In 1999 liet ik mijn oma aan het woord (postuum, 15 jaar na haar dood) over de tram Zandvoort - Amsterdam, die een heel bijzondere rol speelde in haar leven.

Die Leidsebuurt, tussen de Leidsevaart en de spoorlijn Haarlem – Leiden, ziet er goed geconserveerd uit voor zijn leeftijd van dik 130 jaar; bouwen konden ze wel, in die tijd! Naarmate je zuidelijker komt in Haarlem, en dichterbij Heemstede, worden de straten en de huizen breder en nieuwer.

Voorbij station Heemstede-Aerdenhout neem ik de oude trambaan, die tegenwoordig fietspad is en keer via Aerdenhout en Bentveld terug naar Zandvoort. Daar zet ik bij die overweg aan het eind van het perron een binnenkomende Sprinter op de foto. Met hetzelfde is een wat simpele jonge Duitse vrouw doende. ‘Der Zug kommt, der Zug kommt, der Zug kommt!’, gilt ze enthousiast naar haar ouders, en ze houdt haar camera in de aanslag. Het blijft fascineren, railvervoer.

Ik taxeer mijn kansen om diezelfde trein nog te halen, na eerst snel de fiets teruggezet te hebben in het glazen hok. Het lukt op het nippertje.

 

Zandvoort per bus



Als we de laatste mensen erin geperst hebben, kan de trein vertrekken


8 dagen later is het zondag 2 juni en schrijven we de eerste tropische dag van het jaar bij in de annalen. Op de grens van middag en avond ga ik even terug naar Zandvoort, om te zien hoe ze het
op zulke dagen rooien.

Er rijden nu tot 20:30 uur 4 treinen per uur per richting. Het reguliere SGM-3-tje is niet verlengd, maar wordt nu aangevuld met een SLT-6 die pendelt tussen Haarlem en Zandvoort aan Zee. De eerste trein wordt meteen na aankomst zo ongeveer bestormd door rooddoorbakken reizigers die terugkeren van het strand. Wie verstandiger is, neemt plaats in de SLT ertegenover, die nog leeg is, maar ook wel een keer vol zal vertrekken naar Haarlem.

Het is me nooit eerder opgevallen, maar nu ze naast elkaar staan, zie ik het: een SLT-6 is niet veel langer dan een SGM-3 (100 tegen 78 meter, zoek ik later na). Het perron van dit kopstation meet ruim 200 meter. Waarom zet men dan geen langere treinen in?

Ook per bus kun je in Zandvoort komen. Connexxion-lijn 80 is als het ware de opvolger van de Blauwe Tram en rijdt van hier via Haarlem naar Amsterdam. Lijn 81 gaat via Bloemendaal Strand en Overveen naar Haarlem. Die ontsluit alle uithoeken van Zandvoort en wordt op stranddagen, zoals vandaag, versterkt met lijn 84.

Voldoende is dat niet, merk ik als ik in het centrum van Zandvoort lijn 81 neem. Ik kan nog zitten. Maar bij Bloemendaal Strand staan heel erg veel mensen te wachten. Waaronder 4 potige functionarissen met gele hesjes; twee aan elke kant van de weg, want veronderstel als er een keer zowel van links als rechts een bus aankomt!

Een geel hesje met sumoworstelaarspostuur neemt plaats op de trede van de achterdeur, en controleert of daar ook iedereen wel netjes incheckt. Hij en zijn collega, die bij de voorkant van de bus staat, brullen om strijd: ‘Doorlopen, doorlopen, doorlopen naar achteren’, een commando waaraan slechts aarzelend gehoor wordt gegeven. Als die zwaargewicht nou eens uit zou stappen, zou er weer plaats zijn voor 3 normale reizigers.

Uiteindelijk vertrekt de bus met een onverantwoordelijk groot aantal staande passagiers, terwijl er ook nog mensen achterblijven bij de halte.

Twee kleine suggesties voor Connexxion, mocht iemand daar ooit woorden van een reiziger lezen. Zet op lijn 81 gelede bussen in op dit soort dagen. En begin eens met: ‘Zoudt u zo ver mogelijk door willen lopen, alstublieft?’, in plaats van ‘Doorlopen!!’ te grauwen en te snauwen. Beleefdheid kost geen cent extra.

Maar die hyper-ergerlijke ‘doeslief’-campagne van de Stichting Irritante Reclame is gericht tegen klanten in plaats van personeel; bij SIRE pissen ze met deze campagne zoals gewoonlijk tegen de verkeerde boom.

Deze bus rijdt over de N200, waar vrijwel geen auto te zien is, terwijl het op de N201 vast wel weer vast zal staan.



Zandvoort centrum



1,5 miljoen voor de trein naar Zandvoort

Uit dat alles blijkt wel dat verhoging van de vervoerscapaciteit naar Zandvoort geen overbodige luxe is, niet alleen als er races zijn op het circuit, maar ook op tropische stranddagen. Het laatste nieuws is dat ProRail anderhalf miljoen investeert voor verbetering van de stroomvoorziening en misschien een extra noodperron, voor als in mei 2020 het startschot van de Grand Prix gaat klinken. Geen bedrag van 7 nullen, maar slechts van 6. Zei ik 6? Nee, 1.500.000 telt maar 5 nullen, als ik goed tel.

Met die maatregelen zouden er dan 8 treinen per uur per richting kunnen rijden. Er zouden dan ca. 10.000 reizigers per uur per richting vervoerd kunnen worden. Dat is voldoende om heel de bevolking van Zandvoort plus Overveen (17.000, resp. 4000 inwoners) in ruim 2 uur tijd te verplaatsen, als die op een kwaaie dag allemaal tegelijk zouden besluiten, de trein te nemen – bijvoorbeeld om de Grand Prix te ontvluchten.  

Maar naar die Grand Prix komen per dag 100.000 mensen kijken; 5 keer zoveel. Heel benieuwd hoe ze dat gaan oplossen…

Frans Mensonides
14 juni 2019
Er rondgescheurd per fiets: zaterdag 25 mei, en er gelopen: zondag 2 juni 2019.


© Frans Mensonides, Leiden, 2019