De digitale reiziger (132) 
3 maal De Lijn: Ringtrambus; trams over de leien; snelbussen door de Kempen

3 stukken over de Vlaamse stads- en streekvervoerder De Lijn. Het 1e gaat over de Ringtrambus die nog niet rijdt; het 2e over de tram over de Antwerpse Leien die ook alleen nog maar op de planning staat. Wel aanwezig is het onderwerp van het 3e stuk: al heel lang bestaande bussen door de Kempen. De reisdagen zijn zaterdagen  7 en 14 september 2019.

 

Foto overgenomen van Werken aan de Ring

 

Ringtrambus, een Belgenmop?

Kennen jullie die mop over de Ringtrambus? Die rijdt niet, en dat is de mop. Ik ben er voor niks voor uit Nederland gekomen.

De naam zaait eigenlijk al twijfel, want iets is een bus of een tram, maar geen trambus. En zijn beoogde route is ook niet eens een ringlijn. Maar zijn naam heeft wel iets te maken met dé Ring, het autoriool om de Belgische hoofdstad heen, waar het verkeer normaliter al 24/7 vast staat en waar nu ook nog werkzaamheden in uitvoering zijn.

Wat is een Ringtrambus? Zoals te zien en te lezen is op de site van De Lijn, is het een bus, en wel een uit de Vlaamse Van Hool-fabrieken. Hij rijdt op rubberen banden over asfalt of kasseien en doet dat hier en daar wel in een vrije ´bedding´, maar niet op rail. Maar met zijn vlotte design, 3 geledingen, lengte van 24 meter en capaciteit van 137 zittende plus staande passagiers lijkt hij wel wat op een tram, vinden ze bij De Lijn. Verder zou hij gaan rijden in kwartierdienst, wat ze zien als een (wel erg karige!) tramfrequentie.

Deze ‘Ringtrambus’ moet een grote bijdrage leveren aan de mobiliteit langs de noordrand van Brussel. De eerste geplande Ringtrambuslijn loopt van Brussels Airport (v/h Zaventem) via de Vlaamse forenzendorpen Diegem, Machelen, Vilvoorde en Strombeek naar het Brusselse Heizel en ten slotte naar het UZ, Universitair Ziekenhuis in Jette.

Van het traject van 23 km zal 16 km voorzien worden van een vrije busbaan. Daar komen dan weer fietspaden langs, zodat iedere ‘zwakke weggebruiker’ (niet-automobilist) ervan profiteert. De overige 7 kilometers worden afgelegd over straten waar weinig opstoppingen te verwachten zijn.

Aan ambities met deze bus ontbreekt het De Lijn niet. De 14 bestelde voertuigen moeten maar liefst 10.000 automobilisten per dag bevrijden uit de files. De route voert ook langs verschillende ‘tewerkstellingsgebieden’, waaronder het mediapark VTM, de Vlaamse commerciële tv, in de gemeente Vilvoorde.

Bij gebleken succes kunnen de busbanen in de toekomst gemakkelijk omgebouwd worden tot tramtracés met rails waar met ijzeren wielen overheen gereden wordt. Echte trams dan, en geen trambussen meer.

Deze Ringtrambuslijn is de beoogde opvolger van de gewone buslijn 820 (thans: Brussels Airport– Jette - Dilbeek).

De ‘bedding’ van die vrije busbanen zal pas in 2023 voltooid zijn, maar men wilde op 1 september 2019 toch alvast gaan rijden met die futuristisch ogende trambussen. Ik zag echter nergens op het web aankondigingen of verslagen van een feestelijke opening met de ‘randanimatie’ waarmee in België zulke gelegenheden altijd gepaard gaan.

De dienstregeling van dit paradepaardje kon ik ook niet vinden op de site van De Lijn. Dus ik Twitterde of ze even een linkje wilden sturen. Dat deden ze, maar het was een link naar een pagina vol geronk (gestoef, zeggen de Vlamingen dan) over die nieuwe bus. Een dienstregeling stond er niet bij. Nader aandringen leverde niets op. Ook een streekbewoner uit Grimbergen ving bot (ja, Grimbergen schijnt een biermerk te zijn, maar het is ook een plaats in Vlaanderen).



Vilvoorde


Het kaartje op die pagina van De Lijn geeft de route weer van de huidige lijn 820. Uit de videopresentatie blijkt dat het tracé van de Ringtrambus daarvan op een aantal trajecten gaat afwijken. Zo zal die bus de Woluwelaan door Diegem en Machelen nemen, terwijl op het kaartje het huidige traject via het Cargoterrein bij de luchthaven staat ingetekend. Verder rijdt lijn 820 een hoekige, bochtige route door het centrum van Strombeek, gemeente Grimbergen, maar gaat de Ringtrambus een meer gestrekte lijn volgen over De Sint Annalaan langs de wijk Mutsaard.

Ook las ik een onheilspellend krantenbericht uit juli van dit jaar; helaas pas toen ik al per trein onderweg was naar België. Ik citeer:

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts smeekt de nieuwe Brusselse regering snel groen licht te geven voor een al lang geplande buslijn naar Brussels Airport. (…) De trambus moet ook 5 kilometer op Brussels grondgebied rijden en het Brussels Gewest heeft nog altijd geen definitieve toestemming gegeven. Dat had eigenlijk op de laatste ministerraad voor de verkiezingen van 26 mei moeten gebeuren. Maar de Franstalige partijen PS en DéFI zouden hun veto hebben gesteld.

Rond dat verzet hangt een communautair parfum. Brussel zou een betere ontsluiting van Vlaams-Brabant - via de heraanleg van de Brusselse ring en een beter openbaar vervoer - als pasmunt inzetten om toegevingen te krijgen in het luchthavendossier. De Brusselse en de Vlaamse regering vochten elkaar de voorbije vijf jaar de tent uit over de geluidsnormen rond Brussels Airport. Brussel is volgens Vlaanderen veel te streng, wat de luchthaven hypothekeert als jobmotor.

Het komt er, als ik het goed vertaal uit het Belgisch, op neer dat Gewest Brussel de Ringtrambus uit Gewest Vlaanderen niet wil toelaten op zijn grondgebied. En dat alleen om de Vlamingen terug te pesten wegens geluidoverlast van Zaventem. En de route voert nou eenmaal door het Brusselse Heizel en Jette; je kunt de passagiers niet dumpen op de grens, en ze verder laten lopen.

Wat mag dan wel ‘Een communautair parfum’ zijn? ´Communautair´ slaat op de verdeling van België in gewesten, deelstaten die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. En parfum zal een eufemisme zijn voor wat in goed Hollands een putlucht heet. Eén grote beerput, dit dosSIER of dosSJEE.

Dit gelezen hebbende, verbaast het me niet erg meer, dat ik na mijn aankomst op het busstation bij station Vilvoorde geen Ringtrambus zie. Voor de zekerheid blijf ik een half uur staan wachten, maar nee. Op lijn 820 rijden slechts die uitgewoonde, afgetrapte karren waar De Lijn berucht om is. De slechtste Belgenmop ooit, die Ringtrambus. Of eigenlijk: de beste, want ze hebben een `Ollander toch maar mooi tuk!

Dat alles dacht en schreef ik kort na thuiskomst. Vlak voor het ter webbe gaan van deze aflevering las ik echter een artikel op de site van Werken aan de Ring dat een beetje opheldering verschaft. September bleek geen haalbare kaart voor ingebruikname van de Ringtrambus. Het wordt nu december (2019, hoop ik), als alle benodigde vergunningen uit de handen der Brusselse magistraten gewrongen zijn.



 


Ook staat op deze pagina nu eens een echt verhelderend kaartje: hoe lijn 80 nu rijdt (lichtigroene lijn) en welke route de Ringtrambus gaat volgen (groenblauwe lijn). Bijzonder dat je dat dan allemaal moet lezen op een site die over autowegen gaat en niet op die van De Lijn.

Medio september verscheen op de site van De Lijn toch nog een (goed verstopt) artikel waarin wordt ingegaan op de vergunningskwestie. Een lezer uit Brussel (ja, ook daar wordt De digitale reiziger gelezen!) meldde verder dat de problemen met de vergunningen hun oorzaak vinden in de uitzonderlijke lengte van de dubbelgelede voertuigen. Misschien dus helemaal geen kinnesinne tussen 2 gewesten, maar gewoon: voorzichtigheid. Ik krijg een seintje uit het Brusselse als die bussen, hopelijk in december, echt gaan rijden.

Aangevuld op 22/09/2019.

 



 

Vilvoorde; ‘provincienest’



Goed, ik zal de Ringtrambus dan wel een keer nemen, als ik duidelijke signalen krijg dat hij echt rijdt. Nu dan alvast maar wat achterlandverkenning in Vilvoorde, zodat ik niet helemaal voor niks naar ´ier ben gekomen.

Vilvoorde, onder de rook van Brussel, ligt aan de spoorlijn Mechelen – Brussel en dat was in 1835 de eerste, en toen dus de enige spoorlijn op het Europese continent. Het station Vilvoorde heeft sedertdien geen likje verf meer gehad. Dat is een erg flauwe opmerking. Ik weet dondersgoed dat het station ooit verplaatst is, en pas sinds 1882 op de huidige locatie ligt. Bovendien: als de fotograaf 180 graden zou draaien zou hij de hypermoderne liften zien die in aanbouw zijn; de redding van dit station is nabij.

Vilvoorde was in de nadagen der middeleeuwen een florerende handelsstad die gemakkelijk kon concurreren met Brussel en Mechelen. Daarna ‘sluimerde de stad langzaam maar zeker in om te verworden tot een onbelangrijk provincienest’. Dat beweer IK niet; dat beweert de Wikipedia. In de 19e eeuw volgde dan weer een nieuwe bloeiperiode door industrialisatie. Het beeld in het Hanssenspark nabij het station alludeert op dat tijdperk, vermoed ik.

Maar na de oorlogen werd Vilvoorde helaas toch weer een provincienest. Geschiedenissen, van wat dan ook, komen toch vaak neer op op- en neergang, in eeuwige afwisseling. Dat nest was tot nog niet zo lang geleden bereikbaar met diverse tramlijnen vanuit  Brussel. De laatste sneuvelde in 1992.

Het stadsschoon van Vilvoorde is snel gefotografeerd. Het marktplein mist het bruisende, levendige, bourgondische van dat van vele Vlaamse steden. Op deze regenachtige, vlagerige zaterdag steekt niemand het diagonaal over.

Dan een wandeling langs de rivier de Zenne, met hopelijk mooie doorkijkjes of fraaie panden langs de oevers. Eilaas; ik vind slechts een parkeerterrein en een enorme, wrakke loods, overblijfsel van welke voorbije bloeiperiode dan ook. Daarin of daaronder laten mensen droog hun hond uit, prutsen droog aan auto’s of staren maar wat droog voor zich uit.

Dit is niet mijn dag, tot dusverre. Niet al mijn artikelen kunnen hoogtepunten zijn in mijn oeuvre. ‘Nodig hebben is iets anders dan begeren. Neem het één niet voor het ander, want dat is zonde’. Ook dat zeg IK niet. Ik lees het als tegeltjeswijsheid op een blinde muur. Zonde? Ja, hooguit van het geld, zegt een ‘Ollander.




 

820 en 821



Jette - Vilvoorde - Brussels Airport


Even buiten het centrum pak ik bus 820 naar Jette UZ. Ergens toch wel goed dat die Ringtrambus is uitgesteld - houd ik mezelf voor. Nu kan ik zien waarvoor die in de plaats komt. De Lijn helpt mee om het contrast met die zoevende trambussen zo groot mogelijk te maken. Voor deze rit hebben ze werkelijk de oudste, vieste en rammelendste bus ingezet die in de hele vloot te vinden was.

De bus rijdt door de Vilvoordense wijken / dorpen Kassei, Koningslo en Het Voor richting Strombeek. Voorbij Kassei passeren we het mediapark van VTM, dat minder gemoedsbewegingen bij me teweeg brengt dan laatst dat in Salford bij Manchester.

Even verder gaan we de Ring onderdoor die de naamgever is van de Ringtrambus. Lijn 820 rijdt een gevarieerde route over gewone straten, soms over kasseien waarbij de bus in 100.000 onderdelen uit elkaar dreigt te rammelen en ook nog een landelijke B-weg langs korenvelden. Tegenliggers worden rakelings gepasseerd, als de bus niet, zonder snelheidsvermindering, een stuk berm meeneemt. Moeten hier straks ook die dubbelgelede monsters gaan rijden? Ik zie nergens een busbaan in aanleg.

In Strombeek volgen we een kronkelroute langs tijdelijke haltes. Daarna bekend terrein: de Modelwijk Heizel komt in zicht, waar ik vorig jaar oktober op verkenning was. Dat was ter ere van de ingebruikname van tramlijn 9, Simonis – Dikke Beuk. We passeren de halte van die naam en volgen over de laatste kilometers naar UZ Jette deze tramroute. Meteen alvast een beginnetje van de tramlijn die t.z.t. in de plaats moet komen van de Sneltrambus – als Brussel tenminste ook geen veto uitspreekt over Vlaamse trams op hún rails.

Deze rit van bus 820 voert niet verder dan het ziekenhuis. Wat doe je daar als je nog redelijk gezond bent? Ik wil meteen terug met de bus 820 die uit Dilbeek komt. Maar ik mis hem nét, en moet nu een half uur wachten. De 820 die dan komt voorrijden, is hetzelfde ouwe wrak als op de heenweg, met dezelfde chauffeur die 30 minuten pauze heeft genoten bij het hospitaal.

Ik zit nu voorin en zie dat er op een paar stukken van de route al busstroken liggen, lang geleden aangelegd. Bijvoorbeeld op de Romeinse Steenweg, pal op de grens van die ruziënde gewesten Brussel en Vlaanderen. Als de plattegrond op mijn app helemaal precies klopt, wonen langs deze straat de overburen zelfs elk in een ander gewest, dus bijna in een ander land. Dat er nog geen ijzeren hekken en Checkpoints-Charley staan!

De bestuurder van bus 820 moet een collega, die op dezelfde lijn de andere kant op rijdt, de weg wijzen door Strombeek. Even later krijgt hij bij een halte ruzie met passagiers die op bus 200-zoveel staan te wachten, die niet gekomen is. Ik versta er helaas vrijwel niets van.

Uiteindelijk komen we uit bij Station Vilvoorde, waar het is opgehouden met zachtjes regenen. Ik maak snel een paar foto’s, schuil in de abri en stap in bus 821 naar de luchthaven. Lijn 821 rijdt over een heel stuk van zijn traject dezelfde route als 820, in gecombineerde kwartierdienst.

We rijden over het uitgestrekte Cargo-terrein van Brussels Airport langs bedrijfsgebouwen. Nu gaan we een gedeelte van het terrein op dat helemaal is afgezet met rood-witte hekken met borden met streng verboden toegang zonder pasje. Die hekken klappen weliswaar open voor de bus, maar ik vraag me af of ik niet helemaal verkeerd zit zonder zo’n pasje, in die voortrazende bus die bij elke halte leger en leger wordt. Waar brengt hij me??

Uiteindelijk klappen er nieuwe hekken open en nog een kleine mijl verder rijden we een spelonkig busstation binnen onder de vertrekhal van de luchthaven.

In totaal duurt een rit Jette UZ – Brussels Airport een minuut of 50. Met de Ringtrambus moet dat teruggebracht worden tot 37 minuten. Ik schreef het hierboven al: aan ambities ontbreekt het niet.

Nu verder naar Antwerpen voor het volgende hoofdstuk. Ik heb een retourtje Brussel voor de Intercity Brussel, alias: Intercity (In)Direct (zie het stuk uit 2018); daarmee kom je langs Zaventem. Maar daar kan ik niet zomaar instappen, want je bent dan een Diabolo-toeslag verschuldigd (zie het artikel uit 2012). Dat is omdat je het dure station onder de luchthaven gebruikt, in de dure tunnel die ze ervoor hebben moeten boren. Met mijn retourtje kom ik er gewoonweg niet in; de poortjes blijven dicht.

Een toeslag kopen, dus; over zondegeld gesproken! Tegen de tijd dat ik heb uitgeknobbeld hoe ik zo’n toeslag kan aanschaffen, is de trein vertrokken en ik moet nu 40 minuten wachten op de volgende naar Antwerpen. Inderdaad: dit is mijn dag niet.

 

Trams over de Leien en naar het Havenhuis

 

Overgenomen van De Lijn – netplannen Antwerpen





Vóór en na mijn weinig geslaagde bezoek aan Vilvoorde en omstreken, ga ik eens een blik werpen op de Leien van Antwerpen, de doorgaande noord-zuidroute door het centrum. Zoals ik schreef in 2017, zijn die een poosje ‘geknipt’ geweest; onderbroken voor een grote opknapbeurt. Die hield ook wat wijzigingen in het tramnet in.

Het premetro-station Opera bij de Teniersplaats wordt compleet omgebouwd tot kruisingsstation. Verder worden nu ook de Leien ten noorden van dit punt voorzien van tramrails. Een nieuwe, of liever: heringevoerde tramlijn gaat daar rijden, lijn 1. Hij krijgt gezelschap van een bestaande lijn, 24, thans: Silsburg - Melkmarkt.

Lijn 1 zal de Bolivarplaats, nabij bij het gerechtsgebouw en station Zuid, verbinden met P&R-Luchtbal, het huidige eindpunt van trams 6 en 70. Lijn 1 rijdt over alle Leien, noord en zuid. Daarmee volgt hij de route van de vorige incarnatie van die lijn, die van 1902 - 1965 reed van Station Zuid naar de Noorderplaats. Verder zal, in tegenstelling tot wat eerder het plan was, niet lijn 7, maar lijn 24 doorrijden naar het Havenhuis.

Anders dan het geval is met die Ringtrambus, ligt hier de openingsdatum al vast: maandag 4 november 2019. Als dat allemaal echt doorgaat, beschouw ik het maar als een cadeautje. Het is mijn 63ste verjaardag en tevens de 23e van deze site en de 3e van de verheffing daarvan tot Digitaal Erfgoed. In Nederland, wel te verstaan; in België zie ik het nog niet gebeuren.

Ik heb in Antwerpen wel vertrouwen in die datum. Station Opera ziet er al redelijk af uit; het lijkt erop of alleen de hekken voor de ingang nog maar verwijderd hoeven te worden. Hetzelfde geldt voor de tramroute over de Leien.

Ik loop naar de halte Stadspark op de Frankrijklei, om daar de tram naar Antwerpen Centraal te nemen. Die halte is in verband met de werken opgeheven. Daarom wandel ik nu terug via het Stadspark waarnaar die halte is genoemd. Een park is het laatste wat je verwacht vlak achter die drukke leien, maar deze groene long in de stad is er wel degelijk. Het driehoekige park is in de 19e eeuw aangelegd op een voormalig bolwerk. Een engel reikt naar de hemel.





Later op de dag keer ik dus terug, en ga nu de nieuwe tramroutes verkennen, op het kaartje nog met stippellijnen aangegeven. Alles is al vrijwel af: de baan, de halteperrons. Lijn 1 pakt straks, zoals gezegd, de noordelijke leienroute langs waar je op het kaartje Noorderplaats ziet staan, en zal vervolgens verder rijden naar P&R Luchtbal. Op dat traject rijdt sinds september 2018 de tijdelijke lijn 70 die op 3 november voor het laatst zal rijden. Lijn 24 wordt dan doorgetrokken naar het Havenhuis.

De nieuwe trambaan over de Leien is 1250 meter lang en het nieuwe traject naar het Havenhuis 1100 meter. Ik loop ook dat stuk, door een havengebied met loodsen, ook gewone woonhuizen en een opvallende brug.

Het enorme kantoorgebouw dat Havenhuis heet, is de eindbestemming van de lijn en tevens de voornaamste reden van de doortrekking. Momenteel rijdt er geen reguliere bus, maar voor de deur staat wel de halte van een speciale pendelbus.







Het Havenhuis is een oud gebouw dat besprongen wordt door een modern. Er zijn mensen die het mooi vinden. De glazen opbouw van het gevaarte lijkt op een schip en daarmee vaag op het v/m bankgebouw op de Zuidas van Amsterdam.

Ik kan dezelfde weg teruglopen naar het MAS en lijn 7 nemen, of verder langs de dokken, langs de megabioscoop Kinepolis naar een halte van de lijnen 6 en 70. Ik besluit tot het laatste en schiet in de inmiddels ingevallen avondschemering een havensilhouet.

De wijk Luchtbal loopt op dit moment compleet leeg. Iedereen wil op zaterdagavond naar ’t stad en een man of 100 propt zich in tram 6 die is komen voorrijden. Ik worstel me er ook in. Gelukkig is een dame bereid op te staan voor mij.  Zij ziet me als slecht ter bene grijsaard, en heeft die sprint van 300 meter niet gezien die ik getrokken heb om deze tram nog te kunnen halen.

Dineren op de Keiserlei, vanavond; daar is keus genoeg.

Tot hiertoe gepubliceerd op 15 september 2019




Nieuwe trambaam over de Leien (boven) en naar het Havenhuis (onder)




Bus Away




Poppel

Waarom is er eigenlijk geen tv-programma Bus Away, naast het succesvolle format Rail Away van de EO? Dat schreef een trouwe lezer naar aanleiding van mijn R-net-tocht laatst door Zuid-Holland

Hierboven was de Ringtrambus echt Away; hij was er niet. Vandaag een Bus Away door de Kempen, de plattelandsstreek in Noord-Vlaanderen waar Antwerpse forenzen in vrede samenleven met Nederlandse expats. Ik was er al eens per trein in ’14, en las toen dat het verkeer er nogal eens stilstaat; men sprak zelfs over ‘de stilstaande Kempen’. Maar dat gold dan vooral voor het autoverkeer in de ochtendspits. Op zaterdag: nergens last van.

De Kempen hebben drie noordelijke uitstulpingen, waar België diep binnendringt in het Nederlandse Noord-Brabant. In de linker op de landkaart ligt Essen, die het meest noordelijke spoorwegstation van België binnen de grenzen heeft. In de middelste ligt de noordelijkste nederzetting van het land, Meersel-Dreef. En in de derde heb je Poppel, en daar ga ik vandaag eens kijken. Mijn route: Tilburg – Poppel – Turnhout – Zoersel – Antwerpen. Het lijkt wel een wielerklassieker, schreef een kennis.

Poppel is bereikbaar met bus 450 van De Lijn, Tilburg – Turnhout. Die vertrekt van het mooie nieuwe busstation bij Tilburg NS, dat eerder dit jaar in gebruik werd genomen.

De bus van 11:03 wordt niet aangekondigd op de digitale informatieborden. Hij verschijnt aanvankelijk ook in werkelijkheid niet, en ik begin al twijfels te krijgen over mijn missie van vandaag; er rijdt toch echt wel een bus van Tilburg naar Turnhout? Uiteindelijk komt de Vlaamse bus toch nog het busstation opdraaien. We vertrekken even later met enige vertraging. 

Een oudere vrouw die mij de aantekeningen voor dit stuk op de smartphone ziet tikken, vraagt:  ‘U bent zo te zien wel erg handig met Internet, hè?’
-‘Och, wat zal ik zeggen? Nog redelijk, voor mijn leeftijd’, antwoord ik vals bescheiden.
Of ik voor haar misschien een busreis met De Lijn kan uitstippelen naar Leuven? Kan ze dan in Turnhout overstappen en daar een rechtstreekse bus naar Leuven nemen? 

Leuven, dat lijkt me een heel eind. Maar er is inderdaad een rechtstreekse verbinding Turnhout-Leuven, met nog een redelijke aansluiting op onze bus. Turnhout – Leuven, dat is een kilometer of 75. De reis van Tilburg daarheen duurt in totaal wel een kleine 3 uur. Kom je er met de trein niet sneller? – ook nog ruim 2 uur, als ik het later nazoek. 

Ja, maar ze reist liever met zo’n goedkope De Lijn-Dagpas, 7 euro in de voorverkoop. Dat doe ik ook,  op deze zaterdag en de vorige. En er is een wisseltentoonstelling in dat ene museum in Leuven, en er wordt nogal vaak gewisseld, en iedere keer wil ze toch…

Die Dagpassen, een hele dag geldig op alle bussen en trams van De Lijn, moeten bij het instappen in het gele ontwaardingsapparaat, voorzien van gleuf, bij de chauffeur. En die drukt dan meestal een speciale knop in; ik heb het meerdere malen gezien. Die magneetkaarten zijn uit. De meeste reizigers gebruiken nu het contactloze Mobib-systeem, met dezelfde uitcheckellende als in NL. Met een Dagpas hoef je niet uit te checken.

Intussen zijn we door Goirle heen gereden en koersen we op de grens af, die we met een stuk of 20 reizigers kruisen. 

In 1831 deden ‘we’ dat met heel wat meer man. Op 2 augustus van dat jaar viel het Nederlandse leger bij Poppel Vlaanderen binnen om de Belgen mores te leren. Die waren in 1815 bij ons ingelijfd en waren 15 jaar later in opstand gekomen tegen het gezag van de Nederlandse koning Willem I. 

Aan de Nederlandse militaire operatie, die de geschiedenisboeken zou ingaan als de Tiendaagse Veldtocht, deden ook hele hordes studenten mee. Die verdreven hun zomervakantie-landerigheid dat jaar nu eens met een avontuurlijke veldtocht in plaats van met kroegjolen. 

Nederland werd verslagen door de Fransen, die België te hulp waren gekomen. De Belexit, zal ik maar zeggen, uit het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was nu bijna onvermijdelijk, al zou het nog 8 jaar duren voordat die echt officieel bekrachtigd werd.


Poppel


Ik stap uit bij de kerk van Poppel en fotografeer de bus in de richting Tilburg, die een fikse vertraging heeft. Tien tegen een dat hij over een uur ook te laat terugkeert; ik hoef me niet te haasten met mijn rondwandeling door Poppel.

De laatste decennia heeft Poppel een nieuwe invasie gezien van Nederlanders, maar dan belastingvluchtelingen. In het nog geen 4000 inwoners tellende dorp wonen nu ongeveer evenveel kaaskoppen als Vlamingen. Ook de nummerplaten van de auto’s houden elkaar in evenwicht, NL en B. 

Poppelaars van beide zijden benadrukken allemaal dat de twee nationaliteiten vreedzaam co-existeren. Het is hier niet van: Ze dansen met onze meisjes, ze pikken onze banen in. Het is hier niet van: We worden overspoeld door een tsunami van ‘Ollanders. Het is hier niet van: We worden omgevolkt. Het is hier niet van: Minder, minder, minder! Nee, men gaat heel harmonisch met elkaar om. In de plaatselijke voetbalclub lopen nu zelfs al meer Nederlandse duiveltjes rond dan Vlaamse. Duiveltjes? Pupillen, jeugdvoetballers.

De verbroedering van beide volkeren wordt tot uitdrukking gebracht door dit beeld van een nogal boerse man die een Hollandse kaas vasthoudt, en een dito man met een enorme puntzak vol blommige Vlaamse fritten. Kaas en friet, tsjesus, wat een clichés, zeg!; niet bijster origineel. 

Maar wacht eens, ik snap het: vanzelfsprekend is het de Nederlander die zich tegoed gaat doen aan de friet, en de Vlaming aan de kaas, bij wijze van aanpassing aan de eetgewoontes van de buren. En: kaas marcheert altijd, zo is het natuurlijk ook wel.
Opvallend aan Poppel is verder dat er enkele grote vuurwerkhandels gevestigd zijn. Ik heb het vermoeden dat het overgrote gedeelte van hun voorraad in Nederland afgestoken gaat worden.

Het plaatsje heeft een dorpskern en -kerk, en een villawijkje. Alles ligt hier gezapig te sudderen in de nazomerzon. Op het terras in het dorp zit een groep hoogbejaarde mannen met dikke buiken in wielertenue te bieren. Hoogstwaarschijnlijk blijven ze dat doen tot zonsondergang en fietsen ze daarna zigzaggend naar huis.

Ik neem een landelijke weg die Trier heet en loop naar een bushalte bij een halfpipe met toebehoren, waar vanmiddag geen jongere aan het skaten is. De bus verschijnt inderdaad met een fikse vertraging.

Niet veel later passeren we de Frituur Weelde. Dat wil niet zeggen dat ze weelderige frieten aan de man brengen; nee, dit dorp heet Weelde. En lijkt bij het passeren wel wat op Poppel. Vanmiddag rijd ik door en langs een hele reeks dorpen in de Kempen: Poppel, Weelde, Ravels, Turnhout (dat is een stad!), Vosselaar, Beerse, Oostmalle, Westmalle, Zoersel, Ranst, Wommelgem. Neem me niet kwalijk dat ik soms wat wegdroom en niet over elk dorp iets interessants weet te vertellen.

Het was een slopende werkweek; wij van ons team hebben nu ook de langverbeide cursus ‘Omgaan met Teleurstellingen’ ondergaan. Bij ons op de zaak vinden de decepties waarmee we moeten leren te dealen, doorgaans hun oorzaak in de meest recente reorganisatie. Ieders handen jeuken dan om de daardoor ontstane problemen uit te praten, aan te kaarten en ten slotte zelfs op te lossen. 

Maar dat is nou net niet de bedoeling, en dat is de eyeopener die iedereen van de cursus mee moest nemen. Nee, je moet eerst uitgebreid stilstaan bij je negatieve emoties. Bijvoorbeeld: teleurstelling - de naam van de cursus zegt het al – en boosheid op de mensen die verantwoordelijk zijn voor de sores waarover iedereen teleurgesteld is. 

Hoe doe je dat, stilstaan bij je emoties? Mediteren kan overal en is altijd heilzaam. Ook mindfulness is een goede methode; van een hele middag naar een rozijntje kijken verdwijnen dan misschien niet je problemen als sneeuw voor de zon, maar wel je boze stemming. Een mens moet vaker in de spiegel; kijken.

In de spiegel kijken in Poppel


Pas als je je emoties een plaats hebt gegeven , wordt het tijd om de problemen aan te pakken. Daartoe zoek je ‘verbinding’, contact met – ja, met wie; met diezelfde mensen die je teleurgesteld hebben en daarmee vermoedelijk wel  altijd en eeuwig zullen doorgaan.

Ik vond die cursus al met al nogal teleurstellend. Nu kregen we er ook een cursusboek bij cadeau dat de cursusleider zelf geschreven had. Zou dat misschien een bruikbaarder, hoopgevender boodschap bevatten?

Ik heb het vandaag bij me. Het is zo´n flodderig, in een slap kaft hangend geval; overduidelijk uitgegeven in eigen beheer. De auteur is er vast en zeker stad en land mee af geweest langs tientallen officiële uitgevers, die het tot zijn teleurstelling geen van allen in hun fonds wilden opnemen.

Ik heb het boek in één ruk uitgelezen vanmorgen, onderweg naar Tilburg. Nee, zware kost was het niet: lekker dun, simplistisch taalgebruik en het bestond voor ¾ uit plaatjes. Maar ook dit boek kon niet anders doen dan me teleurstellen. Op geen enkel origineel idee heb ik de scribent kunnen betrappen; allemaal platitudes, plat-titudes, platgetreden paden, bijeengeschraapt uit een kwart eeuw managements- en zelfhulpliteratuur. 

En het meest teleurstellend van alles: de wetenschap dat er mensen zijn die een hele dikke boterham verdienen met het aan de man brengen van zulke gebakken lucht.




v/m gemeentehuis Poppel



Turnhout

Maar waar klets ik over op zaterdag? En nog wel in het buitenland!; NL-toestanden dienen dan vergeten te worden, ook al ben je hooguit 10 km over de grens. De bus rijdt de smalle winkelstraten binnen van Turnhout en loopt leeg bij het Cultuurhuis Warande; we gaan fotowandelen!

Dat deed ik hier al een keer in 1999. Ook toen kwam ik op zaterdag, terwijl in het Begijnhof alleen op vrijdagen 40 dagen aflaat werd verleend voor zielen die er komen bidden. Dat is nog steeds zo; deze uit de diep-duistere middeleeuwen daterende regeling heeft zijn zoveelste eeuwwisseling overleefd. En ik had me nog zo voorgenomen, als ik ooit zou terugkeren in Turnhout, dat op vrijdag te doen, en nu loop ik hier weer op zaterdag. Maar des ketters ziel is sowieso verloren.

Ik heb al vaker vastgesteld dat de digitale fotografie de afgelopen 20 jaar een opvallendere evolutie heeft doorgemaakt dan mijn schrijfkunst. Daarom laat ik het verder bij een link naar dat stuk uit ’99 en plaats ik hieronder alleen wat foto’s van Turnhout. Dat grote kasteel had ik in ’99 merkwaardig genoeg niet op de foto; ik zie het nu echt voor het eerst.










Begijnhof







In Nederland staat er dan meteen bij hoeveel boete je moet betalen als je betrapt wordt op winkeldiefstal;
dat heeft een grotere afschrikkende werking




Nog steeds vertrekt er uit Turnhout maar één keer per uur een trein naar Antwerpen. Je kunt ook de snelbus nemen, lijn 417. Die doet er niet zo gek veel langer over; 70 minuten tegen 55 de trein. De laatste maakt in feite een omweg om ook Herentals aan te kunnen doen. 

Ook bus 417 rijdt op zaterdag om het uur. Ik neem die bus met de bedoeling, die precies halverwege in Zoersel te verlaten. Een halfuur eerder of later kun je lijn 416 pakken, maar die volgt een iets andere route naar Antwerpen en slaat Zoersel over.

De gelede bus is vol, drukkend warm en benauwd. Ik reis ‘achterbaks’, zoals ik dat altijd noem, in de achterste geleding die bij elke halteplaats met de achterwielen over de stoep dendert, zodat iedereen wakker schrikt en een korte luchtreis maakt. 

We gaan niet over de snelweg; het snelbuskarakter bestaat eruit dat hij de verkeersweg door alle dorpen aanhoudt en geen meanders, ‘hoge hoeden’, door de buitenwijken maakt.


Zoersel

Zoersel

Nadert Zoersel al? Zoersel, mijn broertje had het daar vroeger altijd over, maar ik weet niet meer in welk verband. Er was iets komisch gebeurd, of zo. Ik bel hem even op.

- ‘Ik ben op weg naar Zoersel!’
- ‘Zoersel, ha, ha, ha, ha!’
- ‘Ja, dat wou ik je juist vragen. Wat was er ook alweer zo grappig aan Zoersel?’
- ‘Het is zo’n stomme naam, ha, ha, ha!’
- ‘Ja, OK, maar die plaats heet nou eenmaal zo, en in Zoersel zijn ze er vast aan gewend!’
- ‘Nee, maar wij gingen heel vroeger, in 19-weinig of 19-tig of zo, elk weekend met een paar auto’s met een groepje rotsklimmen in België’.
- ‘Bij Zoersel? Dat zal toch wel niet? Ik kan nou niet zeggen dat ik hier nou veel rotsen zie in de omgeving’.
- ‘Nee, luister nou; in de Ardennen, natuurlijk! Maar onderweg zagen we Zoersel dan op een wegwijzer staan’.
- ‘Ja?’
- 'En er ging altijd een gozer mee, hoe heette die nou, en die dacht zelf dat hij heel goed kon koken. Dus die kookte na het klimmen elke avond een potje voor ons op het kampvuur. Maar die hap zag er nooit uit. Het leek wel of ‘ie al eens eerder gegeten was. En zo smaakte het ook wel ongeveer! Maar ja, je at het maar op; honger van het klimmen’.
- ‘Maar wat heeft dat nou te maken met Zoersel?’
- ‘Nou, op een gegeven moment zijn we die vieze hap van hem zoersel gaan noemen, omdat we dat dus op de wegwijzer zagen staan, onderweg. Zo van: “Is het zoersel al klaar?” en “Wie wil er nog een restje zoersel uit de pan?” Of: “Gaan we naar de frituur vanavond, of wordt het toch weer zoersel?”’
- ‘Oh!’

Misschien iets voor het zondagse taalspel van Wim Daniëls op Twitter: bedenk alternatieve betekenissen van plaatsnamen. Etymologisch betekent de naam Zoersel: woonstede op zure, onvruchtbare grond.


Er wilde weinig gedijen. Zelfs de monniken van een middeleeuws klooster konden de gewassen niet de grond uit bidden. Het klooster is daarom ook maar kort gevestigd geweest in Zoersel, en het is niet eens zeker of het er echt wel geweest is. Bijzonder dat op zulke onvruchtbare grond uiteindelijk toch een zo te zien behoorlijk welvarend dorp gedijd is. 

Burgmeester van de gemeente Zoersel, waaronder ook Halle en Sint-Antonius ressorteren, is Liesbeth Verstreken - als haar termijn tenminste niet verstreken is. Maar de bekendste Zoerselaar treffen we aan op een bank in het parkje en – half overgeplakt – bij alweer een skateboardplek. Het is Marcel Kiekeboe, van de stripverhalenserie De Kiekeboes.

Net als Suske en Wiske gaat het om een familie; een beetje in dezelfde stijl getekend, maar mikkend op een volwassen publiek en wat minder op kinderen. Met toespelingen op erotiek en ene Claude Zac onder de figuren. De creator van de reeks heet Robert Merhottein, noemt zich Merho en is woonachtig in en ereburger van Zoersel. De afgelopen 40 jaar bracht hij meer dan 150 Kiekeboe-albums uit. De reeks is populairder dan Suske en Wiske en Kuifje ooit geweest zijn. Ja, ik praat erover of ik al die 150 delen in de boekenkast heb staan, maar had er nog nooit van gehoord toen de bus daarnet Zoersel binnen kwam rijden.

In het dorp valt niet veel te beleven dus ik ga het meest geroemde architectonische monument van Zoersel bekijken, de Zoerselhof, zo’n 1½ kilometer ten zuiden van het dorp. Het ligt in een bos en je komt er via een smal wandel- en fietspad dat begint als tuinpad naast het huis van een particulier die aan een B-weg woont; een zijpad van een zijstraat, al met al.


De Zoerselhof is een al uit de middeleeuwen daterende hoeve - maar dan een vrij ruime, meer een kasteel. Het huidige gebouw staat er sinds 1787. Er woonden kloosterlingen, die zich toen blijkbaar niet meer lieten wegjagen door de onvruchtbare grond van Zoersel. Maar ze moesten wel wijken voor Napoleon. In de Franse tijd werd hun bezit geconfisqueerd. 

In de 20ste eeuw was de Zoerselhof onder meer vakantieverblijf voor stadskindertjes, hotel, restaurant, café en staminee.  Bij een brand in 1956 werd het gebouw zwaar beschadigd. In recenter jaren is het door de huidige bewoner hersteld in de staat van vóór Napoleon, toen de broeders er huisden. 

Foto’s ervan die ik gevonden heb, zien er allemaal uit zoals de mijne, met een hap van onderen uit het gebouw. Het wordt gedeeltelijk aan het oog onttrokken door die rij van kaarsrecht geschoren bomen. En de eigenaar vindt het vast niet goed als ik op dat hek klim om er een beter zicht op te krijgen. We bevinden ons overigens in de habitat van de grauwzwarte breedbek-brulkikker.

Ik loop van hier over wat je een oprijlaan zou kunnen noemen, naar de grote weg, mis bus 417 en ben nu zeer ruim op tijd voor 429. Die rijdt van Herentals via Zoersel naar Antwerpen en vertrekt een half uur later dan 417. Doordeweeks kom je van Zoersel elke 20 minuten in Antwerpen; 2 maal lijn 417 en 1 maal lijn 429 per uur. Goede verbindingen voor een dorp dat niet beschikt over een NMBS-station. Maar erg laat moet je het in deze streek niet maken.

Die bus 429 rijdt bij haltes niet over de stoepen; dat heeft meer te maken met de stuurmanskunt van de chauffeur dan met het ontwerp van de halteplaatsen. Een paar kilometer voorbij Zoersel kiest de bus nu wel de snelweg. Dit gelede barrel kan nu eindelijk een stuk rijden op topsnelheid, hetgeen gepaard gaat met kermende, gierende motorgeluiden. De gelede bussen van dit type waren ‘Bus of the year in 2004’. Dat rijmt, maar het plaatst ze nu wel overduidelijk in de categorie: Nieuw Geweest.

We passeren Ranst, dat als zelfstandig naamwoord klinkt als synoniem van zoersel. Een eindje verderop zie ik geloof ik de keerlus langs schieten van tram 8 naar Wommelgem. Ja, we rijden nu naast lijn 8, en, als we Antwerpen zijn binnengereden, uiteindelijk boven de Reuzenpijp waar 8 en 10 doorheen gaan.

De bus wordt desondanks steeds voller; niet iedereen wil die tunnel in, denk ik. Dan doemt Antwerpen Centraal op en daarmee het eind van deze rit en van deze korte Belgische reeks.

Ten slotte

Mocht je, waarde lezer, teleurgesteld zijn over de kwaliteit van dit artikel, dan… kan ik je ook niet helpen, want je zult dan zelf in het reine moeten komen met je emoties. Een troost is misschien dat er op de twee volgende zondagen, 29 september en 6 oktober 2019, helemaal geen aflevering verschijnt, wegens aangename omstandigheden (vakantie in het vooralsnog bij Europa horende Groot-Brittannië). Al zal die mededeling ook wel weer teleurgestelde gezichten opleveren.



Antwerpen

Frans Mensonides
22 september 2019
Er geweest: zaterdag 7 en 14 september 2019

Zoersel


© Frans Mensonides, Leiden, 2019