Beminde zaterdag (27)
maart 2019 - 




Tiel; Ontmoeting en Afscheid (1981) van Hans Versteeg


< < < < < Deel 26 al gelezen? 


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangen. Deze reeks is geïntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je in het archief van mijn Thuispagina.

Het thema van de winteraflevering was: winter. Wat de rode draad van de maartaflevering wordt, weet ik nog niet; meestal komt er in de loop van de weken wel zo’n thema bovendrijven.


 

Wethouder vliegt uit de bocht: busbaan Geldermalsen – Elst - Voorburg – Zetten-Andelst in 2:19 uur - Gien spiet van; Zetten & Andelst - Emmerlijst - Bijna getuige van bijna-ramp Castricum -  Groen busstation van Tilburg -  Udenhout in het universumGoirle, niet meer in de textiel





Wethouder vliegt uit de bocht: busbaan Geldermalsen – Elst

Tiel: verder per bus?

Wat er soms ook komt bovendrijven, bij sommige magistraten: idiote OV-plannen. Vooral rond verziekingen, pardon: verkiezingen, hebben ze daar nog wel eens een handje van. Bijvoorbeeld:

De spoorlijn Geldermalsen – Elst ombouwen tot busbaan, welke malloot komt er met zo’n bespottelijk idee? Dat moet bijna wel een politicus zijn van het CDA (Conspiratie van Doorgewinterde Automobilisten).

En ja hoor, het is een CDA-wethouder van gemeente Overbetuwe, waarvan het gemeentehuis staat in Elst. Hij luistert naar de naam Jan van Baal en de Gelderlander schreef er diverse stukken over (waarvan de meeste achter een betaalmuur, dus ik link ze lekker niet). Deze wethouder was in 2017 gewipt, las ik ergens, en is later blijkbaar weer in genade aangenomen; dan moet je zo nu en dan wel met een briljant idee komen.

De spoorlijn Geldermalsen – Elst staat in de Wikipedia als spoorlijn Dordrecht – Elst, bijgenaamd de Betuwelijn (en niet te verwarren met de Betuweroute voor goederentreinen). Geldermalsen – Elst is daar maar een stukje van. Een stukje dat ook nog door twee heel verschillende treinen bereden wordt: de NS-treinen Utrecht Centraal – Tiel en de Arriva-diesels Tiel – Arnhem. Die stoppen tussen Tiel en Elst op de stations Kesteren, Opheusden, Hemmen-Dodewaard en Zetten-Andelst. Het laatste station ligt in de gemeente Overbetuwe.

Van Baals voorstel voor die busbaan zou tot gevolg hebben dat de NS-treinen niet verder rijden dan Geldermalsen en de passagiers voor Tiel dan over moeten stappen op de bus. Dat zal Van Baal ook in Tiel niet populair maken. Maar ik heb zo’n idee dat de wethouder dit soort spoordetails niet eens weet.

Ik zal de laatste zijn om tegen aanleg van busbanen te zijn. Maar wat win je daarmee als er al een spoorbaan ligt? Hem afbreken en een busbaan op het vrijgekomen talud leggen: een miljoenen verslindende operatie waarvan ik me niet kan voorstellen dat reizigers erop zitten te wachten.

Welke problemen denkt Van Baal op te lossen met zijn busbaan? Die spoorbaan is een barrière in het landschap, vindt hij. Dit is typisch de visie van een automobilist, die wel eens voor gesloten overwegbomen moet wachten. Geen treinreiziger zal vanuit zijn coupé ooit denken: wat een enorme barrière vormt deze spoorbaan toch!

Het spoor snijdt hele dorpen doormidden, oreert Van Baal ook nog. Ja, sommige dorpen hebben het geluk van een station in het hart ervan; als je dat doormidden snijden noemt... Maar dit lijntje valt nou juist op doordat de meeste kernen toch een stukje van het spoor verwijderd zijn. Daardoor wordt ook een ander voordeel van een busbaan teniet gedaan, dat Van Baal noemt: je kunt gemakkelijk een extra halte erbij plaatsen. Goed, maar dat zal in deze dunbevolkte streek wel bij boerderij Nergenshuizen worden.

Zijn collega uit de aangrenzende gemeente Nederbetuwe ziet wel wat in het plan van Baal. Als die spoorbaan verdwijnt, kan er gemakkelijker een ringweg aangelegd worden rond Opheusden. In deze tijd zijn toch de meeste politici er wel van overtuigd dat het OV gestimuleerd moet worden. Maar in Opheusden breekt men het liever af ten faveure van de auto.

De voordelen van de verbussing springen al met al niet erg in het oog, zoals ook blijkt uit de commentaren onderaan al die krantenartikelen. Toch heeft Van Baal de provincie Gelderland zover gekregen dat ze een onderzoek starten naar de toekomst van het lijntje Tiel-Arnhem.

Dat brengt weer ideeën met zich mee die helemaal naar de andere kant doorslaan. De SP wil iets lightrail- of metro-achtigs voor de spoorlijn in de plaats. Ja hoor, een metro in de Betuwe! Zulke systemen horen toch echt thuis in metropolen. Wel heeft de SP gelijk in haar pleidooi voor een ‘visgraatmodel’: aantakken van buslijnen op het spoor.

Afwachten waar de provincie mee komt, als resultaat van het onderzoek. Met angst en beven, want de toekomst van het Betuwelijntje hangt aan een zijden draadje.

In de tussentijd ging ik eerst zelf maar eens kijken. Ik frequenteer de Betuwe niet, en daarmee ook het Betuwelijntje niet. Voor het laatst was ik er toen ik in ’17 Opheusden deed, waar men nu klaarblijkelijk haakt naar een rondweg. Deze keer koos ik Zetten-Andelst, in de gemeente waar Van Baal de scepter zwaait.




Voorburg – Zetten-Andelst in 2:19 uur

 

Onder station Voorburg. Archieffoto 2018

 

Deze treinzaterdag begint voor de verandering in Voorburg, na het middaguur en op het station dat uitkijkt op Hofwijck. Daar is ooit het gedicht geschreven dat de onvergetelijke uitdrukking ‘beminde zaterdag’ bevatte.

Dit is voor mij een herdenkingsweekend; vandaag, 2 maart, is de 91ste geboortedag van mijn moeder en morgen, 3 maart, de 58ste sterfdag van mijn vader. Eén van die 2 dagen bezoek ik altijd het graf van mijn ouders op de Oosterbegraafplaats aan de Rodelaan. Van de gelegenheid maak ik gebruik om een nostalgische wandeling te maken door Voorburg, waar ik geboren ben en – tot de prille leeftijd van 6½ jaar – ook getogen. Bijzondere uitdrukking, tussen haakjes: ‘geboren en getogen.’ Twee verleden deelwoorden waarvan de infinitieven al eeuwen niet meer gebruikt worden.

 

Voorburg, 1957

Ik heb op de tweede dag van de meteorologische lente volgens mij al voorjaarsmoeheid, gezien het lood dat ik de laatste dagen aan mijn benen heb hangen. Vanmorgen was ik al bijna uitgeput toen ik de bushalte bereikt had. Ik ga daarom vandaag maar flink wat uren wandelen. Dat wéét ik vanavond tenminste waar ik moe van ben.

Maar eerst flink wat uren treinen. Ik kies de kortste, maar niet de snelste route naar Zetten-Andelst, met overstappen in Gouda, Utrecht en Tiel. 2:19 staat er voor deze rit van 117 spoorkilometers. Nog iets sneller ben je als je omrijdt via Arnhem, maar dat bewaar ik voor de terugweg.

In de drukke Sprinter Utrecht - Tiel word ik omringd door drie minzaam glimlachende zussen uit Albanië of daaromtrent. De Sprinter staat eerst een flinke tijd te wachten in Geldermalsen, en geeft daarna een heel slechte aansluiting in Tiel: 24 minuten wachttijd. Dat was vroeger niet zo, en komt door invoering van het ETMET-systeem eind 2017. ETMET staat  voor: Elke Tien Minuten een Trein en Amsterdam – Eindhoven is het eerste traject waarop het is toegepast. Ik was in september 2017 bij een van de test-woensdagen.

Die 10-minutendienst met IC’s heeft tot gevolg dat de Sprinters in het keurslijf van dat patroon geperst werden. Ze rijden nu tussen Utrecht en Geldermalsen in een 10-20-patroon in plaats van 15-15.

Met de Arriva-treinen Tiel – Arnhem valt ook niet veel meer te schuiven. Hun route is tussen Tiel en Kesteren enkelsporig. Bovendien moeten ze in Elst invoegen op de hyperdrukke spoorlijn Nijmegen – Arnhem, waar – de Arriva-treinen meegerekend – al 12 treinen per uur per richting rijden.

Je zou dan zeggen dat zo’n traject al ruimschoots voldoet aan de ETMET-normen. Toch zijn er – volgens de niet erg goed geïnformeerde wethouder Baal - nog plannen tot frequentieverhoging van de IC’s Den Helder – Nijmegen en Schiphol – Nijmegen van gecombineerde 15- naar gecombineerde 10-minutendienst. Als dat gebeurt, zal het lijntje uit Tiel vermoedelijk sterven in Elst, als het al niet helemaal sneuvelt. Maar zoals gezegd: de provincie Gelderland gaat zich erover buigen.




Hoe breng ik 24 minuten door op en om station Tiel? Tijd genoeg om het uit 1882 daterende stationsgebouw te fotograferen en het bronzen standbeeld Ontmoeting en Afscheid (1981) van Hans Versteeg te bewonderen (zie foto helemaal boven). En de carnavalsoutfit van sommige wachtenden in me op te nemen – en deze zorgvuldig buiten het beeldvlak van mijn camera te houden.

In het deftige en nuchtere Voorburg zag ik daarnet alleen een mafklapper op het perron in krokodillenkostuum, met zo’n enorm lange bijtbek naar voren priemend; een man die daar aardig stond te vloeken met zijn omgeving. Hier in het rivierengebied nader je carnavalsland en wil iedereen via Geldermalsen naar Oeteldonk of Lampegat of zo.

19 passagiers slechts, inclusief ondergetekende, hebben plaatsgenomen in de Arriva-Spurt die om 14:47 toch nog vertrekt richting Arnhem. Daaronder geen carnavalsvierders; in Arnhem doen ze er zeker niet aan. De trein heeft 34 minuten in Tiel gestaan. In het weekend en in de avonduren rijdt hij slechts om het uur; op werkdagen overdags elk half uur.

Wat vind ik dat landschap in de Betuwe buiten het bloesemseizoen toch verschrikkelijk chagrijnig! Het weer werkt ook niet mee, met donkere luchten en met van tijd tot tijd druilende motregen.


Aankomst op Zetten-Andelst; weer een station dat afgevoerd kan worden van mijn bucketlist van stations waar ik nog nooit eerder voet aan de grond heb gezet.

Het heeft een dubbele naam, als een landjonker, en is niemand tot last. Dit moet toch een station naar het hart zijn van wethouder Van Baal. De spoorbaan snijdt noch Zetten, nog Andelst doormidden maar zeilt netjes tussen zijn beide naamgevers door. De eerste buitenwijk van Zetten begint 500 meter voorbij het stationsgebouw; de bebouwde kom van Andelst, te beginnen met een bedrijventerrein, na ongeveer een even grote afstand.

Maar ja, de weg tussen beide dorpen is wel twee keer per uur een paar minuten versperd door overwegbomen. Als het aan Van Baal ligt, staan hier straks de bussen op de auto’s te wachten.

Zetten-Andelst heeft een ruime fietsenstalling. Er rijdt op werkdagen ook nog een streekbus langs het station, lijn 35 (Zetten – Andelst – Herveld – Valburg – Elst – Bemmel) en 7 dagen per week een buurtbus, lijn 237 (Heteren - Kesteren). Niet zo verschrikkelijk veel reden tot klagen voor bewoners van dorpen met 5000, respectievelijk 1700 inwoners.


Gien spiet van; Zetten & Andelst



Eenmaal Zetten en twee maal Andelst in het donker


Zetten is vooral bekend, zo niet berucht, als vestigingsplaats van de Ottho Gerhard Heldring Stichting, een instituut voor zeer moeilijk opvoedbare meisjes, waaronder ’gevallen vrouwen’. De trein waarmee ik kwam, is genoemd naar Heldring (1804-1876).

Theo Finkensieper is een naam die nooit op een trein zal verschijnen. Maar hij prijkte zo’n jaar of 30 geleden wel regelmatig in alle kranten en op teletekst. Die naam zal eeuwig verbonden blijven aan Zetten zoals de treinramp aan Harmelen; Finkensieper gaf Zetten een slechte naam. Hij was psychiater in het instituut, en middelpunt van een ongekend schandaal. Tientallen jaren lang heeft hij de aan zijn zorg toevertrouwde meisjes misbruikt. Hij moest er 6 jaar cel voor opknappen, even lang, en voor dezelfde feiten, als laatst die kardinaal uit het Vaticaan. Gevallen mannen…

Dat vredesmonument lijkt wel wat op dat van Akersloot. De V van victorie is wat gemakkelijker te houwen dan de P van peace, constateerde ik daar al.

De tijd van de dinunch (het lunee) nadert en ik heb mijn zinnen gezet op een gezellige lunchroom of knus eetcafé. Als ik naar binnen kijk bij het ouderwets ogende etablissement op de hoek, zie ik echter een lege gelagkamer. En hoor ik een averechtse sirenenzang door de ramen klinken: ‘Loop dóór, vreemdeling; loop dóór, vreemdeling; loop dóór, vreemdeling!’

Zo gezegd, zo gedaan. Maar daarom niet getreurd; ik heb geloof ik nog een of twee muffe mueslibollen in mijn tas, plus een half afgekloven appel met nog enig vruchtvlees eraan.

De PvdA wil op een verkiezingsbord dat we zeker zijn van een huis in de Betuwe. Dat zijn vanmiddag huizen met sombere wolkenluchten erboven. Statige, monumentale exemplaren, dat wel, vooral in de buurt van het station.



Op een soort terp in het hart van Zetten staat een kerk, in gestichtenstijl, die nog is gesticht door Heldring. Zijn gevallen vrouwen konden hier kerken, bidden om vergiffenis en voor een beter leven, en er veilig zijn, in ieder geval voor overstromingen.

Ik steek het spoor over, op weg naar Andelst. Al snel kruis ik de Betuweroute en meteen daarna de A15. Ik ga bij die goederenlijn maar niet staan wachten op passage van een trein. Railspotters langs dit traject moeten een jobsgeduld hebben; de treinen rijden niet bepaald af en aan.

Ik loop het dorp binnen, via een hondenuitlaatstrook waar vanmiddag geen hond wil wandelen. Het is hier nog landelijker dan in Zetten, met boerderijen met flinke stukken land midden in het dorp. De Andelsters zitten vrijwel allemaal bij de warme kachel. Gelijk hebben ze.

Een van de laatste huizen in het dorp heet: ‘Gien spiet van’. En dat heb ik ook niet van deze wandeling: geheel volgens mijn verwachting is mijn voorjaarsmoeheid er van overgegaan. Inspanning helpt beter tegen vermoeidheid dan op je kont voor de tv gaan zitten hangen. Ik trotseer nu ook maar de troosteloosheid van een bedrijventerrein in de motregen op zaterdagmiddag. Wáár je wandelt, maakt niet zoveel uit.

Nog even die weg over en dan nader ik het station alweer. Hee, verrek, wat is dat? Er komt een trein aan. Een trein op de Betuweroute! Snel, mijn camera! Een heel lange, nog wel, een wagen of 75, op weg naar die cargospotter die we eens ontmoetten in de buurt van Pernis. Zou het dan toch waar zijn wat ik hem wijsgemaakt heb, dat ik treinen op de Betuweroute naar me toetrek?

Een poosje geleden heb ik voor deze rubriek ook nog een rit gemaakt over de Betuweroute. De ICE Amsterdam – Keulen was bij wijze van zeer grote uitzondering omgeleid via deze goederenlijn. Ik reisde grijs; eigenlijk mocht je alleen mee met een internationaal kaartje.

Als je nou praat over een barrière in het landschap… Dat betonnen gevaarte zie je van kilometers afstand. Terwijl je een lijntje zonder bovenleiding, zoals Tiel – Arnhem, pas opmerkt als je er bovenop staat. Die Van Baal bazelt maar wat raak.

Het is na vijven en op het perron staat nu een dozijn reizigers, waaronder een prinses van een niet bestaand land. Zij verwacht blijkbaar toch wat carnavalsvertier in Arnhem.

De trein daarheen is exact op tijd. Hij scheert het dorpje Valburg, en snijdt ook dat niet doormidden, maar stopt er ook niet. Nog steeds zag ik vanmiddag protestborden tegen de grote railterminal bij Valburg voor de Betuweroute.

Aankomst in Arnhem, en het einde van alweer een beminde zaterdag. Deze maand telt er 5; spoedig meer!

Frans Mensonides
17 maart 2019
Er geweest: zaterdag 2 maart 2019

 


 

Emmerlijst

En hier is dan mijn bijgewerkte bucket-list met de 34 Nederlandse stations waar ik nog nooit ben in- of uitgestapt:

Warffum, Usquert, Uithuizermeeden, Loppersum, Kropswolde, Sappemeer Oost, Zuidbroek, Hurdegaryp, Veenwouden, Dronrijp, Sneek Noord, Koudum-Molkwerum, Vroomshoop, Almelo de Riet, Hengelo Oost, Arnhem Presikhaaf, Duiven, Hemmen-Dodewaard, Nijmegen Heyendaal, Veenendaal West, Hollandse Rading, Diemen, Heemskerk, Krommenie-Assendelft, Den Helder Zuid, Rotterdam Noord, Dordrecht Zuid, ’s Hertogenbosch Oost, Helmond Brouwhuis, Geleen Oost, Hoensbroek, Landgraaf en Eygelshoven Markt.

Het wordt tijd dat ik die lijst de komende maanden weer eens wat korter ga maken; ik doe mijn best.

FHM




Bijna getuige van bijna-ramp Castricum


Tot zover zaterdag 2 maart. We springen even over 9 maart heen en belanden meteen op de 16e. Dat houdt verband met de actualiteit waar De digitale reiziger zo graag bovenop zit. Zondag 10 maart kreeg Tilburg namelijk wat Zwolle drie weken daarvoor kreeg: een nieuw busstation.

Een groen busstation, zelfs; in meerdere betekenissen van het woord groen. Maar dat leg ik straks wel uit, als ik er plaatse ben.

Vanaf zo’n busstation wil ik uiteraard ook de bus nemen, en daarvoor kies ik op voorhand al voor twee stadslijnen die buiten de stad komen: lijn 9 naar Udenhout en lijn 2 naar Goirle, beide van ‘Bravo’.

Ook dit weekend is het NL-spoorwegnet weer één grote hindernisbaan. Zo rijden er geen treinen tussen Den Haag HS en Schiphol / Haarlem (via Den Haag Centraal dan weer wel). Ook is de HSL tussen Rotterdam en Breda gestremd – wat tussen haakjes de normale status is van deze koppijnlijn.

Normaliter kom je in 1:20 uur van Leiden in Tilburg, via die HSL, als er een keertje geen storing is. Vandaag kan ik kiezen voor een langzamere route via ’s-Hertogenbosch en een nog veel langzamere via Den Haag Centraal en Dordrecht. Ik doe op de heenweg het eerste en terug het laatste.

En zoek onderweg het nodige op over de bijna-treinramp die zich gisteren voltrokken heeft op station Castricum. De spits-IC Haarlem – Alkmaar stond met panne langs het Castricummer perron. En de IC Maastricht – Alkmaar reed door het rode sein vóór de kruising met de Dorpsstraat en de Beverwijkerstraatweg en kwam 15 meter achter die andere trein tot stilstand.

Dat was om 18:24 en daarmee 49 minuten nadat ik datzelfde station had verlaten in de andere richting, met de IC Alkmaar – Maastricht van 17:35. Ik kan dus zeggen dat ik bijna getuige was van een bijna-ramp.

Er komt vanzelfsprekend een onderzoek van het ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) naar dit incident. Maar de media wisten al te melden dat de ATB (Automatische Treinbeïnvloeding) had ingegrepen en zodoende een ongeluk had voorkomen.

Ik twijfel aan die lezing. Die seinpaal staat op 100 meter van het perron en de treinen rijden daar altijd met een lage snelheid, omdat ze moeten stoppen op station Castricum. Met een snelheid <40 km/uur rijd je onder de radar van de ATB. Dat sein staat meestal op geel, maar nu op rood. Ik denk dat de machinist uit de macht der gewoonte doorreed, die andere trein ineens voor zich zag opdoemen en nog net op tijd wist te remmen. Maar het moet blijken uit het onderzoek.

Hij was wel erg geschrokken, die machinist. Meer mensen, denk ik.

Die drukke spoorwegovergang bleef tot na 21:00 uur geblokkeerd. Het moet tot een enorme verkeerschaos geleid hebben, want die is daar onder normale omstandigheden al met geen pen te beschrijven. Ik zal er volgende week wel verhalen over horen op kantoor – maar het gesprek van de dag is dan de terroristische aanslag op een Utrechtse tram op maandag 18, akelig dicht vóór de verkiezingen, en eerst nog gedownplayd tot een incident in de persoonlijke sfeer.

Mijn IC naar Heerlen (vandaag ingekort tot Sittard) wordt even voorbij Lunetten voorbij gestoken door de Sprinter naar Tiel die ik in het vorige hoofdstuk had. Daarna staan we 5 minuten stil in een weiland op zo’n anderhalve km van Geldermalsen. We arriveren daardoor te laat in Den Bosch voor de overstap op de trein naar Roosendaal. Dan de sprinter naar Dordrecht maar; weer 20 minuten erbij!



Voordat ik die neem, zie ik bij station ’s-Hertogenbosch deze originele manier van een referendum houden: via de prullenbak. Het is om aandacht te vragen voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten, die al achter de rug zijn als je dit leest.

Het is zo’n stemwijzer-stelling die je moet leiden naar je ideale partij – waar je dan toch niet op stemt omdat de uitlatingen of de tronie van de lijsttrekker je niet bevallen. Precies dezelfde stelling die hier op de prullenbakken staat, kwam ook voor in de kieswijzer die ik voor Zuid-Holland heb ingevuld.

Ik heb van de week op een avond de verkeersparagrafen van de meeste verkiezingsprogramma’s voor Zuid-Holland ‘doorgeakkerd’ (vergeef me het kantoorjargon). Maar weinig partijen spreken zich echt uit voor het OV én tegen extra asfalt voor de particuliere vierwieler. Bij de programma’s die ik gezien heb, alleen de bekende trits GL, PvdD en CU, deze keer zowaar aangevuld met de SP. Ook noemen weinig partijen concrete OV-maatregelen voor hun provincie (hoewel een groot deel van de provinciebegrotingen opgaat aan OV). Doen ze dat toch, dan trekken ze meestal een enorm, miljardenverslindend blik rail open, want met bussen win je geen stemmen. 

Ik las laatst tussen haakjes dat Zeeuwen en Friezen het meeste provinciaal chauvinisme etaleren, en Zuid-Hollanders het minste. En inderdaad: ikzelf voel me pas Zuid-Hollander sinds ik in de kop van Noord-Holland werk.

De Sprinter naar Dordrecht rijdt tussen Tilburg en ’s-Hertogenbosch langs de dorpen Helvoirt en Udenhout zonder er te stoppen. Udenhout is mijn bestemming voor deze middag, maar ik zal aan de noodrem moeten trekken om er uit te kunnen stappen.

Rijdt er dan geen rechtstreekse bus van Den Bosch naar Udenhout? Nee, dat heb ik net nog even nagezocht. Doordeweeks overdag wel: een buurtbusje dat er 40 minuten over doet. Maar in het weekend moet je eerst met de trein naar Tilburg. Het zal het OV niet populair maken onder Udenhouters.

Dat zijn wel de sneuste plaatsen op OV-gebied: waar de trein doorheen rijdt maar niet stopt. Als je het geschiedenisboek erbij pakt, zie je vrijwel altijd dat er ooit wel een station geweest is, dat allang gesloten en gesloopt is. Ook bij Helvoirt en Udenhout is dat het geval.

Jarenlang reed tussen Den Bosch en Tilburg alleen de IJssellijn, de IC Zwolle – Roosendaal. In 2017 kwam de Sprinter Arnhem – Dordrecht erbij. Die doet toch al eeuwen over die rit, dus had net zo goed weer kunnen stoppen in Helvoirt en Udenhout. Zou dat nog in een verkiezingsprogramma staan in NB?





Groen busstation van Tilburg






Het busstation van Tilburg lag tot ca. anderhalf jaar geleden langs de Spoorlaan, aan de voorkant van het station, vlak bij de uitgang. Het was een rommelig, onoverzichtelijk en ten slotte ook vervallen geheel; een entree, de 7e stad van Nederland onwaardig. In 2017 is het tijdelijk verplaatst naar de achterzijde, op een vrij grote loopafstand van het station. En nu is het dan weer terug langs de Spoorlaan aan de centrumzijde, een hectometer ten westen van waar het eerst was.

Het is een lang en breed perron met de bushaltes aan weerszijden, overzichtelijk en met een groot digitaal bord aan het begin. In esthetisch opzicht wint het meteen al op het eerste gezicht van dat van Zwolle (waarbij Zwolle wel de Schuttebusbrug als grote troef heeft). Fraai is het roomwitte dak, dat mooi harmonieert met het zigzagdak van het station

Dat dak is groen, al het is wit. Erbovenop staan zonnecollectoren. Overdag dient het dak als parasol en ’s avonds als lamp. Een intelligente lamp, die uitgaat als er niemand staat. Het hele busstation is zelfvoorzienend, en daarmee duurzaam en groen. Ook veel groen in plantenperken aan het uiteinde van het perron. Daar staan nu alleen nog wat sprietjes in, maar straks in de zomer moet je je hier in een hortus botanicus wanen in plaats van op een busstation.

Ook bijzonder is de verwarming in de zitbanken. Nergens anders nog gezien; het is bijna decadent luxueus. Je zit hier puur voor je lol op een bus te wachten!

Er komen een stuk of 20 lijnen op dit busstation, waaronder één internationale: lijn 450 naar Turnhout van de Vlaamse vervoerder De Lijn. Op een werk- en schooldag vertrekken er een kleine 1000 bussen; ruim de helft van het aantal dat Zwolle er te verstouwen krijgt.

Dat alles heeft de gemeente Tilburg de somma van 17 miljoen euro gekost, waarmee de ramingen met 2 miljoen overschreden werden. Ook de bouwtermijn werd dat; het busstation had in december 2018 al af moeten zijn. OV-projecten die binnen de budgetten en de tijdschema’s blijven, zijn zo zeldzaam als een groene raaf. Maar het geduld werd in Tilburg beloond, en voor die centen heb je dan tenminste wel wat.

Helaas nog geen groene bussen, hoewel het busstation alvast wel is uitgerust met een oplaadinstallatie. Bruin (Groen?) kan na die aderlating ook nog niet eens een nieuwe vloot elektrische bussen trekken. Tot 2024 zal Tilburg het nog moeten stellen met de huidige dieselexemplaren. Die zijn van het type: oh-ja,-er-moeten-ook-nog-mensen-in: goedkoop, Spartaans zitmeubilair waarvan je een blikken kont krijgt, zoals ik tijdens 4 vrij lange ritten zal ondervinden.









Udenhout in het universum

Alvorens in de Tilburgse stadsbus te stappen, wijs ik eerst op het gelinkte nostalgische reisverslag uit 1997, toen ik ook de Tilburgse stadsdienst deed. 1997, bestond er toen al Internet, dan? Ja, blijkbaar. Ik had toen net, als ik me goed herinner, een jubelmail van Planet Internet gekregen dat mij voortaan 5 MB opslagruimte zou worden toegemeten voor mijn homepage, in plaats van 2 MB. Daardoor kon ik al mijn reisverslagen vanaf dat moment larderen met wel 4 à 5 fotootjes in postzegelformaat en hoefde ik die plaatjes niet meer na 2 weken te wissen.

Bus 9 naar Udenhout, nu. Hij vertrekt ieder halfuur, doet een minuut of 25 over zijn rit naar dit wat afgelegen dorp in de gemeente Tilburg en heeft daar geen eindpunt, maar rijdt bij wijze van spreken een rondje rond de RK-kerk.

In Tilburg volgen we eerst een poosje het spoor en zetten daarna koers naar Berkel-Enschot. Dat behoort tot de aller-allersneuste dorpen, die zelfs aan TWEE spoorlijnen liggen, maar toch geen station hebben.

Dat het me hier vaag bekend voorkomt, is geen déjà vu, maar kan wel kloppen: ik fietste hier een paar jaar geleden eens in de zomer. Maar ik miste de kern met kerk en kroeg op mijn route; ik had er al 10tallen kilometers opzitten en voelde me lichtelijk versleten.

De oude, dikke boom bij het zorgcentrum van Berkel-Enschot heeft de storm van laatst niet overleefd. Dan kruisen we het spoor, en ik daarmee mijn pad, en rijden Udenhout binnen, met nog slechts 5 passagiers aan boord.

Onderweg naar zo’n nog nooit eerder bezochte plaats scrol ik even vlug door het lemma in de Wikipedia. Ik wil even weten waar de belangrijkste te fotograferen monumenten zich bevinden, en of er zich nog interessante historische feiten hebben voorgedaan gedurende de afgelopen eeuwen.

Bij Udenhout bestaat de geschiedenis vooral uit ingewikkelde godsdiensttwisten. Aan de ene zijde streden de Rooms Katholieken. Aan de andere zijde niet de protestanten, niet de gereformeerden, niet de mennonieten, niet de muzelmannen en niet de Joden, maar andere katholieken. Een ingewikkeld verhaal met concurrerende parochies en zo, typisch zaken waar een goddeloze zich niet in wil verdiepen.

Hoe dan ook, de katholieken hebben gewonnen, en de monumentenlijst wordt daardoor sterk gedomineerd door RK-gebouwen. Het meest opvallend is Huize Vincentius, op het eerste gezicht een klooster, maar in werkelijkheid heel lang een tehuis geweest voor mensen met een cognitieve beperking (al zijn daarvoor andere termen in zwang geweest). Tegenwoordig is het zorgcentrum. Het torentje heeft een klok en is tevens watertoren.





Het fraaiste monument van het dorp is toch van seculiere aard: het gemeentehuis. Udenhout was tot 1997 een zelfstandige gemeente. Toen werd het tot groot verdriet van de 8000 dorpelingen ingelijfd bij grote buur Tilburg. Goirle, waarover straks meer, is een maatje groter dan Udenhout en wist zich in ’97 ternauwernood het vege lijf te redden.

Even buiten de bebouwde kom heb je landhuis Strijdhoef in een bosachtig park dat tussen zonsopkomst en –ondergang voor publiek toegankelijk is. Het huis zelf geeft zijn geheimen nauwelijks prijs, omringd door bosschages en bewoond door iemand die erg op zijn / haar privacy gesteld is, misschien de plaatselijke zonderling.

Behalve over Udenhout en de bijna-treinramp van Castricum las ik onderweg ook nog een artikel over heel andere koek: de meest recente theorieën over het heelal als geheel. Je leest wat af op zo’n reis vol vertraging, en hoe het allemaal opduikt in je timeline…

Volgens een nieuwe, revolutionaire theorie zijn wij (‘wij’ nu even in de aller-, aller-ruimste zin des woords) een vierdimensionaal hologram van een vijfdimensionale ruimte (die zelf misschien een hologram is van een zes-?, slaat mijn fantasie ogenblikkelijk op hol). En volgens andere inzichten bestaat er ook nog een kopie van dit heelal, die is opgebouwd uit antimaterie, tegelijk met het onze is ontstaan en waar de tijd achteruit loopt.

Dat schijnt dan allerlei tot dusverre onbegrijpelijke natuurkundige fenomenen te verklaren, al snap ik er niet veel van, met mijn eigen verstandelijke beperkingen. Maar ik krijg na lezing van zoiets altijd een heel surrealistisch gevoel dat soms meerdere dagen aanhoudt.

Toen ik een jaar of 15, 16 was, was het mijn ideaal om sterrenkunde te gaan studeren en alle geheimen van de kosmos te doorgronden. Een paar jaar later heb ik echter op de drempel van volwassenheid het verstandige besluit genomen om me voortaan louter met aardse zaken bezig te houden. Die zijn soms al onbegrijpelijk genoeg.

Maar in een parallel universum leeft een Frans die dat besluit niet genomen heeft, een befaamd kosmoloog is geworden, nu ook 62 is, en geen cent wijzer dan ik hier en nu ben. Parallelle universa zijn tegenwoordig wel uit de mode, onder wetenschappers, althans in dit universum.

Ik (of moet ik zeggen: het hologram waarvan ik denk dat ik het ben?) wil nog een foto van de bus in Udenhout, en stel me daartoe op langs de Slimstraat. Dat betekent dan wel dat ik nou een halfuur moet wachten op de volgende bus, en ik ga een extra rondje lopen door het dorp.

Bij een bomenlaantje houd ik even halt om een krentenbol te nuttigen. Wat een vrouw die passeert met een boodschappenwagentje achter zich aan, de veronderstelling ontlokt dat ik een lekkere krentenbol aan het eten ben.

Ik heb dit leren kennen als typisch Brabants. Al zijn je handelingen volkomen triviaal, er is altijd wel een Brabo die halt houdt en meent, zich ermee te moeten gaan staan bemoeien. Ik heb het vooroordeel dat iedereen hier haastig door zal lopen als je onwel bent geworden en met hevige spasmen over de grond ligt te kronkelen. Maar ik ga het niet faken om mijn stelling te bewijzen.

Terug met bus 9, die ook weer 5 passagiers telt bij het verlaten van Udenhout. Aangekomen in Tilburg maken we een enorme omweg ten noorden van het station, langs het nu verlaten tijdelijke busstation. Eerst denk ik dat de chauffeur zich vergist, maar dit is wel degelijk de officiële route. Op de Spoorlaan, die nog in reconstructie verkeert, heb je eenrichtingsverkeer, en vandaar die omweg.

Vanuit de op hoge poten staande stationsrestauratie Breexz bestond altijd al een riant uitzicht op de treinen, maar nu ook op de bussen. Dat is ook nog een groen aspect van dit busstation: het voetgangerslicht staat heel lang op groen en dat voor de bussen dientengevolge heel lang op rood. Dat is prettig als je er loopt en minder prettig als je in de bus zit. Wat ik nu weer ga doen.





Goirle, niet meer in de textiel



Bus 2 verbindt de excentrisch gelegen Tilburgse wijk Reeshof in het westen met het dorp Goirle ten zuiden van de stad. De bus rijdt vanaf het station door schillen van steeds nieuwere buitenwijken. Dat hebben alle stadsbussen eigenlijk wel, over het algemeen gesproken.

Bij het ziekenhuis is er een busstation, iets bescheidener dan dat bij het station. Helemaal aan de rand van Tilburg rijden we langs locatie Stappegoor met veel scholen, het ROC, sporthallen, een zwembad en het stadion van eredivisionist Willem II die volgende maand de bekerfinale mag spelen. Op schooldagen rijdt bus 601 met hoge frequentie non-stop naar Stappegoor.

Daarna Goirle, niet te verwarren met Goirke, de Tilburgse wijk ten noorden van het station, waar ik laatst nog in het Textielmuseum was. Ook deze keer hebben we maar 5 buspassagiers over als we de weg naar Goirle inslaan.

Ooit was Goirle, evenals Goirke, een textielbolwerk. Maar de enige fabrieksschoorsteen die nog naar het wolkendek reikt, is van een heel ander soort fabriek, geloof ik.

Ik stap uit bij een breed halteperron in het centrum. Nog een ommetje in het stille uur dat de winkels sluiten gaan en de zaterdag al een beetje plaatsmaakt voor de zondag.

Ook hier iets katholieks als opvallendste blikvanger, na de molen. Iets voormalig-katholieks; het is nu de openbare bibliotheek. Eén spookhuis heeft de kaalslag overleefd die eromheen heeft gewoed. De zon probeert door het wolkendek te breken. We hebben hem weken niet gezien, en ook nu geeft hij het na 2 à 3 pogingen op.

Opvallend straatmeubilair bij het winkelcentrum: buitenmodel bloempotten en dito schemerlampen. Die staan bij zitbanken en geven ‘s avonds echt licht, net als het dak van het Tilburgse busstation.

Ik pak de bus terug naar Tilburg. Voor het Grote Evenwicht der Dingen zou het goed zijn als de bus het dorp ook weer met 5 passagiers zou verlaten. Maar na telling en hertelling kom ik tot 8.

Ik stap uit op het busstation, terwijl anti-Frans in dat anti-heelal de anti-stadsbus naar anti-Goirle achterstevoren door de anti-achterdeur beklimt, en nog moet beginnen aan de anti-middag die ik net achter de rug heb. Die anti-bus rijdt achteruit. Het woord ‘terwijl’ in de voorvorige zin is volkomen misplaatst; het is allemaal al 30 miljard jaar geleden gebeurd, want de tijd loopt daar achteruit. Toch weet HIJ al dat IK over 30 miljard jaar… etc. En denkt hij dat HIJ de enige echte Frans is, en IK de anti. Zijn anti-verstand staat erbij stil, de anti-held!

In de trein klik ik het artikel over dit soort onbegrijpelijke narigheid weg van mijn telefoonscherm. Op de lange omweg terug vul ik uit balorigheid de stemwijzer in voor een stuk of 6, 7 provincies waar ik geeneens woon. Die stelling die in Den Bosch op de prullenbak stond, vind ik bijna overal terug. Er is deze week veel geklaagd dat de verkiezingsdebatten op tv nooit over regionale kwesties gaan. Maar bestaan zulke regionale kwesties wel, als ze spelen in alle 12 provinciën?

Tot slot: een troost voor iedereen die donderdagmorgen droevig zal zijn door de verkiezingsuitslag: in een democratie heeft de kiezer per definitie gelijk en krijgt het volk de regering die het verdient. Niets om je druk over te maken.

Frans Mensonides (de echte)
24 maart 2019
Er geweest: zaterdag 16 maart 2019.




© Frans Mensonides, Leiden, 2019