15 jaar wachten op een ritje van 15 minuten: Noord/Zuidmetro Amsterdam




Station Europaplein

 
Ja, een diepe zucht van opluchting: hij rijdt, de Amsterdamse Noord/Zuidmetro; hij rijdt sinds de nu al historische datum zondag 22 juli 2018. Hij rijdt van het armlastige Noord naar het Zuid van de yuppen en de miljonairs, onder het Amsterdamse centrum van de toeristen door.

De titel van dit stuk is, net zoals de Noord/Zuidlijn zelf, de inlossing van een heel oude belofte. Bijna tien jaar geleden schreef ik al, naar aanleiding van het tijdelijk stopzetten van de aanleg, dat ik deze titel zou gebruiken als die metro ooit nog zou gaan rijden, en ik dan nog in leven zou zijn.

Nu zou een ritje van 15 minuten niet meer dan een artikel van één A-viertje opleveren, veel minder dan waartoe ik contractueel verplicht ben. Daarom stapte ik op elk station uit om de architectuur ervan te roemen en de omgeving te verkennen. Ook blikte ik vooruit naar de toekomst van de Noord/Zuidlijn. Verder verdiepte ik me in het leed van Amsterdam Noord dat zijn stadsbuslijnen ingekort zag worden, en in dat van de trampassagier ten zuiden van het IJ die in sommige gevallen moet overstappen op Amsterdams nieuwe paradepaardje van 3,1 miljard.

Een artikel in afleveringen; hieronder nog maar het begin.

 

 

Het complete Amsterdamse metronet, waarbij de nieuwe lijn het nummer 52 toegewezen kreeg. De zuidelijke tak naar Amstelveen wordt er eerdaags vanaf geknipt.

 


Bombarie en ketelmuziek

Natuurlijk zat ik zaterdagmorgen aan de buis gekluisterd om de nationale gebeurtenis te zien die de opening van de Noord/Zuidlijn was. Hij werd rechtstreeks uitgezonden door onze staatsomroep NPO1. Voor zover ik me herinner, werd er in 2010 niet zo’n toestand gemaakt van de ingebruikname van de allereerste geboorde metrotunnel in Nederland, de Statenwegtunnel onder de Rotterdamse wijk Blijdorp. Maar daarmee ging ook veel minder mis dan met de Noord/Zuidlijn in Amsterdam.

Het principebesluit tot aanleg van de Noord/Zuidmetro, naast de al bestaande (Zuid-)Oostlijn en de Ring, viel in november 1996. Dat was uitgerekend de maand dat ik mijn website heb opgericht. In de 22 jaar die volgden, heb ik welgeteld één keer een artikeltje geschreven over het project, waarvoor in 2003, na een enorme hoop gesteggel en bezwaren, eindelijk de schop nog in de grond ging.

Dat artikel verscheen op deze site toen er bij station-in-wording Vijzelgracht enkele huizen verzakt waren, en het project daarom dreigde te worden afgeblazen. Eigenlijk vormt dat stuk de perfecte inleiding tot dat, dat je nu leest. Ik kan er dan ook kortheidshalve naar verwijzen.

In de loop van 2009 werd besloten, verder te gaan met de aanleg, die toen al miljarden gekost had. Dat is misschien ook de reden van het nationale feestje met al die bombarie en ketelmuziek. De gemiddelde Nederlander, Amsterdammer of niet, heeft er via de belastingen een kleine 200 euro aan bijgedragen. Het project sleepte zich na 2009 nog jaren voort van schandaal naar schandaal, van tegenslag naar tegenslag, van overschrijding naar overschrijding en van uitstel naar nog langer uitstel.

Toch nog tot een goed einde gekomen. Burgmeester Femke Halsema en wethouder Sharon Dijksma mochten zich in de metro-‘kathedraal’ onder Amsterdam Centraal laten feliciteren, hoewel zij slechts de laatste drie à vier weken van 22 jaar ellende hebben meegemaakt. De opening ging gepaard met strijkjes op elk station en met een rit naar Noord voor hoogwaardigheidsbekleders. Daarbij kwam het metrovoertuig al na een paarhonderd meter tot stilstand, maar gelukkig snel weer in beweging.

 

Kritiek

Amsterdam Noord; eindpunt en aantakken op de bus


Amsterdam zou Amsterdam niet wezen als er ook op zo’n feestdag niet een hoop kritiek zou klinken. Die was er dan ook, soms heel zuur en soms ook heel terecht. Tot de categorie zuur hoort naar mijn mening, met alle verschuldigde eerbied voor een OV-voorvechter, die van Rikus Spithorst - die niet was uitgenodigd voor het feestje. Hij ventileerde een nostalgisch Marxistisch geluid: het is de metro van het kapitaal, voor de wereld van de Zuidas, terwijl Jan de Arrebeider uit de armoedebuurten het nakijken heeft.

Maar op Amsterdams financial mile, de Zuidas, (door mij bezocht in 2015 toen de R-net-bus er ging rijden), werken niet alleen miljonairs maar ook schoonmakers, koffiedames en boekhouders. Die willen ook naar hun werk en zijn er nu soms een stuk sneller dan voorheen. En voor de prijs hoef je een ritje met die miljardenmetro ook niet te laten. 2,37 voor het gehele traject van ruim 9 kilometer, dat is ook voor het lompenproletariaat nog wel op te brengen.

Meer terecht is de kritiek op de kosten van de aanleg (meer dan dubbel zoveel als begroot), de lange duur ervan (bijna het dubbele van wat gepland was) en de gestaag kelderende reizigersprognoses (van 200.000 via 160.000 en 120.000 naar: ‘100.000 zou al mooi zijn’).

Amsterdam bedacht er iets op: veel bus- en tramlijnen laten aantakken op de metro, en veel rechtstreekse bus- en tramverbindingen met Amsterdam Centraal verbreken. Door een gedwongen overstap op de metro, en daarmee gedwongen winkelnering, zouden de vervoerscijfers aardig opgekrikt kunnen worden. Ook op dat beleid kwam veel kritiek.

Evenals op het feit dat het lijntje maar zo kort is. Maar sommigen fronsen juist de wenkbrauwen bij doortrekkingsplannen naar bijvoorbeeld Zaandam en / of Schiphol; nog meer geld, nog meer verspilling. Doortrekken naar buurgemeenten bekent wel: voor veel meer mensen een rechtstreekse verbinding met het hart van Amsterdam, en dus minder overstappen.

Ook kanttekeningen van geheel andere aard. Neerlandicus en schrijver Wim Daniëls verbaasde zich op Twitter over de schrijfwijze met schuine streep: Noord/Zuidlijn in plaats van Noord-Zuidlijn, wat correcter zou zijn. Maar ik kon hem bijlichten: deze lijn loopt, als je goed kijkt op de plattegrond, niet zuiver noord-zuid, maar eerder: NNO-ZZW, net als de schuine streep. Als het echt een noord-zuidlijn was, zou je moeten schrijven: Noord│Zuidlijn.

Kritiek was er ook op het openingsfeestje zelf. Dat kostte een half miljoen, maar dat is nog geen 0,02% van de totale projectkosten; peanuts!

Gemopperd zal er altijd wel blijven; de Amsterdammer is daar sowieso al heel erg sterk in. En is altijd heel extreem in zijn oordeel; overdreven luid gejubel als hij/zij ergens vóór is en overdreven gegriep indien tegen. Laat ik nu eerst zelf maar eens gaan kijken, als provinciaal.

 

 15 jaar wachten op een ritje van 15 minuten

 

Nog voldoende ruimte op dit bord voor uitbreidingen

 

Zaterdagmorgen was de Noord/Zuidlijn dus het terrein van de genodigde hotemetoten; zaterdagmiddag van pretrijders die zich aangemeld hadden voor een proefritje. Ik heb bewust gewacht tot zondag, toen de officiële dienstregeling was ingegaan. Ik wil zo’n lijn het liefst zien in normale doen. Aan het eind van de middag spoorde naar station Zuid voor dat ritje van een kwartier.

Er staat in de dienstregeling 16 minuten voor, maar ik klokte 15:20. In het tijdperk van Ard en Keessie was dat een toptijd op de 10 km schaatsen.

De architectuur van de stations is alom geprezen. Maar aan metrostation Zuid is weinig veranderd sinds de laatste keer dat ik er was. De Noord/Zuidlijn, lijn 52, deelt een perron met lijn 50 naar de Isolatorweg en lijn 51 naar Amstelveen Westwijk. De laatste lijn, nu een zijtak van de Oostlijn (53/54), wordt binnenkort losgeknipt van het metronet en gaat als sneltram rijden naar Uithoorn. Het metronet wordt per saldo dus korter in plaats van langer.

De Noord/Zuidmetro stopt en rijdt op station Zuid een stukje op enkelspoor - tot de grote verbouwing van het station, die in 2028 klaar moet zijn. De vertrektijd staat niet vermeld op de borden; alleen maar dat hij eens per 6 minuten gaat. Dat wordt ook omgeroepen (‘ssess minuten’, Amsterdams alom in Amsterdam).

In de praktijk vertrekt de metro van beide beginpunten precies op het hele uur en verder elke 6 minuten. Bij aankomst op Zuid heeft de bestuurder 2,5 minuut om naar de andere kant te rennen van dat lange, nieuwe metrorijtuig.

Niet helemaal nieuw: ze hebben al een paar jaar gereden op de andere, oudere metrolijnen. Die wagens bestaan uit 6 geledingen en hebben een kleine 200 stoelen, waar je met je neus dwars op de rijrichting zit, en plenty ruimte om te staan.


We vertrekken op de seconde om 17:54 uur en rijden bovengronds een heel stuk parallel aan het spoor, bijna tot station RAI. Dan zakken we en gaan met een scherpe bocht naar links naar het eerste tussenstation: Europaplein, bij de zijingang van de RAI. Waarvandaan we weer optrekken met mild fluitende geluiden; erg geruisloze wagens, ook op het ondergrondse trajectgedeelte.

Weinig passagiers; is het nieuwtje er nu al af? Het volgende station, De Pijp, onderscheidt zich van de andere doordat de metropijpen hier boven- in plaats van naast elkaar liggen. Dinsdag ga ik daar wel eens naar kijken. Voorlopig verder naar de Vijzelgracht.

Als je in die metro naar buiten kijkt – waar je slechts je eigen loer-ogen weerspiegeld ziet in het glas - merk je niet dat je in een rollercoaster zit. Maar wend je de blik helemaal naar voren, door die sliert van 6 wagens heen, dan zie je de voorste wagen omhoog en omlaag gaan en soms vrij scherpe bochten nemen. De tunnelbuis volgt het stratenpatroon, om nog meer ingezakte huizen te voorkomen.

Omhoog gaan we als de metro een station nadert, naar de dieperik bij het vertrek ervan. Zo helpt de zwaartekracht een beetje mee bij het afremmen en op gang brengen van de metro.

Vanwaar die 6-minutendienst? 5 was ooit de bedoeling, maar 4 heb ik ook wel eens horen noemen tijdens de constructiejaren van de lijn. Dat is momenteel sowieso onmogelijk, door het enkelspoor bij Zuid. Maar er geldt ook een veiligheidsmaatregel. Treinen mogen niet vertrekken van een station als de baan tot en met het volgende station niet vrij is. Zolang de vorige trein het volgende station niet heeft verlaten, als je begrijpt wat ik bedoel, mag de trein waar je nu in zit, niet vertrekken. Dat is het save haven-principe, in goed Nederlands.

Bij een gemiddelde rijtijd van 2,5 minuut van station tot station is 6 minuten erg ruim, en had 5 ook gemakkelijk gekund. In Lille geldt deze veiligheidsregel klaarblijkelijk niet, want daar rijdt de métro om de 75 seconden. Hanteren ze daar dan de Franse slag? Feit is, dat zich daar in 35 jaar tijd geen enkel ernstig ongeluk heeft voorgedaan.

Na de Vijzelgracht komt het Rokin, een station met een eilandperron. Daarna al Amsterdam Centraal, dat een kleine 10 minuten bereikt wordt na vertrek van Zuid. Deze metro rijdt sneller van Zuid naar Centraal dan een tram van Centraal naar het Leidseplein.

Nu loopt de metro vol. Er tekent zich op deze zondagmiddag al af waarvoor ik mijn hart vasthoud: de grote drukte tussen Centraal en Noord. In Noord takken alle GVB-stadsbussen en het gros van de door EBS geëxploiteerde R-netlijnen uit Zaandam / Purmerend / Waterland aan op de metro.

Tussen 8:00 en 9:00 op werkdagen zijn dat een stuk of 120 bussen; ca. 50 stad en 70 streek. Als er in elke bus 40 man zitten, komt dat neer op 4800 passagiers. Dan zullen er ook wel wat mensen met de fiets, de auto of benenwagen naar het station komen. In totaal zo’n 6000 passagiers vanaf Noord in dat drukke spitsuur, 600 per rit, met nog geen 200 zitplaatsen. Stoelendans! Nee, er kan geen tweede metrowagen aangekoppeld worden; die metrostellen zijn precies zo lang als het perron, ca. 120 meter.

Bij het andere station in Noord, Noorderpark, aanschouwen we het daglicht weer. Dan de laatste ruk naar Noord, in de middenberm van de S 116. Daar staat aan de overkant van het eilandperron de metro terug van 18:12 al klaar. In theorie zou de hele lijn kunnen rijden met 6 wagens, maar in de praktijk worden er 7 ingezet.


Ik zie hier nu toch een haltevertrekstaat hangen. Op werkdagen begint de metro al om 5:30 en meteen met een 6-minutendienst. Na 22:00 uur gaat die over in 7,5-minutendienst tot om 0:45 de laatste wagen vertrekt. Zaterdag begint de metro een uurtje later dan op werkdagen en op zondag nog een uurtje later, maar de dienstregeling is beide dagen verder gelijk aan de doordeweekse.

De gebogen overkapping van het metrostation Noord is inderdaad prachtig. Vanaf de zijkant en enige afstand gezien lijkt het station sprekend op een reusachtige pissebed, en dat is ook al de bijnaam in de Amsterdamse volksmond. Overstappers op de bus naar bijvoorbeeld Purmerend zullen weinig oog hebben voor de overkapping: snel trap af en naar links of rechts voor het juiste busstation. Ik ga binnenkort eens kijken in de avondspits, hoe de reizigersstroom dan verwerkt wordt.

Vanuit een van de twee metrostellen die aan weerszijden van het perron staan, klinkt een onverstaanbaar gemompel en gepruttel. Later meldt een lezer van deze site dat er dan wordt omgeroepen dat die metro als eerste vertrekt. Het zou logischer zijn om in de wagen die als laatste vertrekt, te melden dat de metro aan de overzijde als eerste vertrekt. Ik stap in ieder geval in de verkeerde, zie op dat moment met lede ogen de andere wegrijden maar kan nu wel een mooie foto maken van een lege metro, van achteren naar voren.






Ik keer ik terug naar Amsterdam Centraal om daar de trein te nemen. Tussen Amsterdam Noord en Centraal Station is nog ruimte gereserveerd voor een extra station op de Noord/Zuidlijn: Sixhaven, bij de allernieuwste woonwijk aan de noordoever van het IJ. 




Uitgang IJ-zijde

Bij Amsterdam Centraal heeft de Noord/Zuidmetro twee uitgangen. De noordelijke brengt je in de stationshal, in de buurt van spoor 15 en ook niet ver van busstation IJsei. De zuidelijke mondt uit in de ‘kathedraal’.

Een benaming die wat overtrokken is, net als alles rond deze metro. De Sint Pieter in Rome, die ik ver voor de uitvinding van Internet ooit bezocht, vond ik een stuk indrukwekkender. En, dichter bij huis, de spoorkathedraal van Antwerpen.

Mijn foto van deze metrokathedraal is mislukt. Hoe dan ook, hij komt uit in de hal onder het stationsplein aan de stadszijde, waar je ook de metro’s 51, 53 en 54 kunt nemen, die dichter onder het aardoppervlak halteren dan de Noord/Zuid.


De dinsdag daarop was ik terug voor de 5 stations waar ik zondag alleen maar doorheen gereden ben. Ik laadde een 24-uurskaart voor alle lijnen van GVB op mijn chipkaart: € 7,50. Ik heb die dinsdagmiddag heel ingewikkeld gezworven, en doe de stations hieronder hodologisch; in wegvolgorde.


Europaplein






Aan het prille begin van de avondspits (ik zei het al: niet chronologisch) ben ik op weg van Zuid naar Europaplein. De eerste kantoormedewerkers van de Zuidas keren terug naar huis; tropenrooster? Tegenover me zit het cliché van de young urban professional, een heel jong ventje nog, met beginnend snorretje, een smaakvol maar o zo warm driedelig kostuum, modieuze doch knellende puntschoenen en een gemelijke kop. Een ‘geldelijke’ kop, maakt het notitieboekje op mijn smartphone ervan. Bijzondere app moet daar in zitten; hij bedenkt soms betere beelden dan ik zelf.

Station Europaplein is ook alweer koren op de molen van iedereen die de Noord/Zuidmetro ziet als het vervoermiddel van de rijkeren en gewichtigen der aarde. Het station ligt bij de oostelijk ingang van RAI Amsterdam Convention Center, waar vanmiddag belangrijke dames en heren in en uit lopen. Er is een mondiaal congres gaande over AIDS en HIV; het was gisteren op de televisie. Bill Clinton komt eind van de week een speech houden, niemand minder!

Komende winter is er weer een Huishoudbeurs in de RAI en zie je er een heel ander publiek: kakelende huisvrouwen, tuk op nieuwtjes en koopjes (stel ik me voor; ik ben er nooit geweest).


De Pijp


Zonder meer het raarste station van het achttal, dat oriëntatiegestoorden zoals mij onoverkomelijke problemen geeft. De kwestie is hier dat de twee perrons niet naast- maar boven elkaar liggen, dat voor de metro’s naar Zuid onder dat voor Noord. Er gaan vanuit de hal lange roltrappen naar het bovenste perron en heel erg lange naar het onderste. Maar die perrons zijn onderling niet verbonden met een roltrap. Dat zou ook onzinnig zijn, want behalve ik stapt er natuurlijk geen sterveling over van de trein héén meteen op de trein terug.  

Opvallend is het feit dat het perron richting Noord heel druk is en er op dat naar Zuid vrijwel geen hond aanwezig is. Nog opvallender vind ik dat het station ligt in en genoemd is naar de 19e-eeuwse volksbuurt De Pijp. Dus hoe sommigen er dan bij komen dat dit een rijkeluismetro is? Ze hadden die lijn ook vanaf Station Zuid onder de Goudkust door kunnen leiden en laten stoppen, omgeving Apollo- en Minervalaan. Dat was eerst ook de opzet, een lijn langs het Beatrixpark en onder de Boerenwetering door; zie dit artikel. Maar de sjiek uit die buurt wou niet in de rotzooi zitten, en zit nu zonder metro.

Uiteindelijk vind ik ook de weg naar de hal, en dat is eigenlijk meer een gang dan een hal, een lange pijp in station De Pijp. Hij is zo’n 250 meter lang. Bij de zuidelijke uitgang ervan beland je op de Ceintuurbaan, een winkelstraat.

Maar ik pak de noordelijke uitgang. En daar beland ik meteen na bovengronds gekomen te zijn, in de levendige drukte van de befaamde Albert Cuypmarkt. Deze 700 meter lange dagmarkt, 6 dagen per week geopend voor het kopende publiek, bestaat al sinds het begin van de 20e eeuw en heet de grootste van Europa te zijn. De Haagse Warenmarkt heet dat ook, overigens.




Deze markt is er voor wie haakt naar gezelligheid en reuring, maar vooral voor mensen met een smalle beurs. ‘Woar wordt uw huishoudbeurs gespoard? Op de mârkt is uw gulden een doalder woard’, een oude radioreclame schiet me te binnen.

Je koopt hier soepjurken voor nog geen tientje, theedoeken voor een daalder het stuk, zomerhoedjes voor een knaak en rolkoffers voor 20 piek. En je kunt er alles laten repareren wat mensen aan de Goudkust na een half jaar weggooien omdat er weer een nieuw model is uitgekomen. Je kunt het je daar niet permitteren, je bijvoorbeeld met een smartphone uit 2017 te vertonen.

Stroopwafelgeuren vermengen zich met de walm van haring. Vanaf de oostkant van de markt spring je zó op tram 4 en aan de westzijde sinds zondag de tunnel in voor de Noord/Zuidmetro.


Vijzelgracht





Dit station is houder van een record: de langste roltrap van Nederland, 47 meter, die een hoogteverschil van 26 meter overbrugt. Vanaf die roltrap kijk je naar een groot scherm met een digitaal schouwspel rond Ramses Shaffy. Alle personen die belangrijk waren in zijn leven, staan hier afgebeeld in de vorm van metrolijnen met tussenstations. Als je lang genoeg blijft staan kijken, vormt die kleurige plattegrond het gezicht van de chansonnier.

Die werd geboren in Parijs, groeide op onder andere in Leiden, maar wordt toch, in concurrentie met een andere Leidenaar, Rembrandt, gezien als dé Amsterdammer. Er zijn stemmen opgegaan om dit metrostation Ramses Shaffy te noemen, omdat de bard in deze omgeving woonde, zong (vocht, huilde, lachte, werkte, bad en bewonderde) en gestadig afgleed naar het Korsakov-syndroom. Het station heet nu toch nuchter: Vijzelgracht.

Die gedempte gracht vormt als het ware het dak van dat metrostation. Er is een fototentoonstelling ingericht over 20 jaar metro-ellende, met het verzakken van enkele panden als dieptepunt.




Rokin, rockin’ in Emsterdem






Het Rokin is weer wat het vóór 2003 was: een brede esplanade met terrasjes en fietsenstallingen. Was dat eigenlijk wel zo? Ik herinner me helemaal niet meer hoe het er uitzag ('een morsige parkeerplaats', vult een lezer aan), en ken het alleen nog met hekken.

De zuidelijke ingang naar het eilandperron is bij Rondvaart Kooij en bij een attractie die iets met diamanten te maken heeft. Aan de noordkant ben je dicht bij de Dam.

‘Rockin’’, spelt een Amerikaanse toerist op het perron de naam van het station, ‘Rockin’ in Emsterdem!’ Met hem is een van de twee toeristen genoemd die ik hier zie. De ander is een dikke Japanner die er finaal doorheen zit; heel Holland zien in 36 uur tijd was toch echt te veel van het goede. Hij leunt voorover met de handen tegen de muur, alsof hij beproeven wil of die echt wel sterk genoeg is. Hij heeft mogelijk in Japan iets gelezen over de problemen rond deze metro. Maar de muren storten heus niet in.

Waarom zoveel toeristen boven, en zo weinig hier beneden? De metro was nooit populair onder hen; wat zou je ook zoeken bij Venserpolder, Amstelveen Gondel of Postjesweg, om er drie te noemen? Vrijwel al het bezienswaardige van Amsterdam ligt binnen één vierkante kilometer. Toeristen gaan lopen, of nemen hooguit een paar haltes de tram naar de Nachtwacht en Van Gogh. Ze zullen pas massaal kennismaken met de Noord/Zuidlijn als die wordt doorgetrokken naar Schiphol.

Ook de Amsterdammers moeten station Rokin nog ontdekken; het is vandaag nog niet druk.

Rokin is anders een prachtstation, met een wat aparte beschildering van de perronwanden, en met vitrines langs de roltrappen. Daarin ligt uitgestald wat er zoal is opgegraven tijdens de metroaanleg. Een enorm anker, zelfs; het Damrak, waar de metro onderdoor loopt, was vroeger een zeehaven.

Over de naam Rokin zijn de taalgeleerden het niet eens. Sommigen zien rok als verbastering van rak; Rokin betekent dan zoiets als binnenhaven. Anderen zien de oorsprong in ruk-in; er moesten huizen wijken voor de aanleg van de kade en die moesten dus inrukken. Met rock heeft de naam in ieder geval niets te maken. De Franse uitspraak die je soms hoort (´rokèèèng´) raakt ook kant noch wal.

De Japanner heeft zich in zoverre herpakt dat hij weer in staat is om zijn smartphone te bedienen; met dikke ogen en trage gebaren typt hij op het toestel.

Een welkome, frisse wind doet wat de digitale borden niet doen: de volgende trein aankondigen. Een klein meisje klapt in de handen en voert een vreugdedansje uit op het perron: Hij komt, hij komt!’
‘Voorzichtig, Roos; niet te dicht bij de rand, wat heb ik nou gezegd, bij mamma blijven!’
Als we zijn ingestapt en de metro vertrekt, roept Roos: ‘Jippie!’ Nou, nou, tenminste één Amsterdamse die er enthousiast over is! Ze heeft nu de verticale paal ontdekt om je aan vast te houden, en zwiert er met gilletjes van pret omheen.




Noorderpark






Station Noorderpark (bijgenaamd: de Cobra) heeft ook een mooie overkapping. Het ligt inderdaad vlak bij de ingang van het Noorderpark, een langgerekte groene long met waterpartijen. Op de meest dorre plek in het park is kort geleden gesproeid, zodat het lijkt alsof zich daar zeer plaatselijk het zeldzame verschijnsel van regen heeft voorgedaan.

In het park is een trimparcours. ‘Kwiek schouders aantikken’, ja, ammehoela, er heerst geen temperatuur voor kwiek. Ik ben gewoon rustig aan het wandelen en het zweet drijft me al tappelings langs de rug.

Aan het begin van het parcours – of aan het eind, als je aan de noordkant van het park begint – staan apparaten voor een goede workout; marteltoestellen van het soort dat je normaal aantreft in een fitnesszaal. Eén dappere man is zich erop aan het afbeulen.

Mij niet gezien, gezien deze temperatuur – waarmee ik niet wil zeggen dat ik er bij vorst wél erg enthousiast op aangevallen zou zijn.

De bewoners van de Wingerdweg kunnen zeggen dat ze uitkijken op een park en op loopafstand wonen van een metrostation. Zij hoeven dus niet over te stappen voor een ritje naar Amsterdam Centraal en centrum. In een volgende aflevering meer over het aantakken van bus en tram op de Noord/Zuidmetro. Met alvast de conclusie, een waarheid als een koe: wat ongunstig is voor de één, is juist gunstig voor de ander.

Frans Mensonides
29 juli 2018
Er geweest: zondag 22 en dinsdag 24 juli 2018



 


Een vermoeiende stad, Amsterdam. Als je er als provinciebewoner ('boer') of buitenlandse toerist een hele dag rondloopt, van 9 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds, dan zul je er wel aan toe zijn zoals die Japanner waarover ik het hierboven had. Uitgeput leunde hij op metrostation Rokin met de handen naar voren tegen een muur die niet voor hem wilde wijken.

Ik nam Amsterdam de afgelopen weken dan ook maar heel gedoseerd tot me, in wat gestolen uurtjes en gestolen halve dagdelen. Ik bracht korte bezoekjes aan de hoofdstad op de dinsdagen 24 en 31 juli en 7 augustus, zaterdag 28 juli en zondag 29 juli. En dat vooral om het aantakken van bus en tram op de metro te ondergaan, waarover heel wat oproer was onder Amsterdamse OV-reizigers. De metro zelf had ik na een paar ritten wel gezien; hoe lang kun je uitweiden over een lijntje van nog geen 10 kilometer? Waarvan 6 km in tunnels, waar je niets ziet?

Het hoofdstuk hieronder gaat over de bus in Amsterdam Noord, maar ook over Amsterdam Noord zelf. In een latere aflevering volgen nog: de tram, de Stem, de toekomst, het Waterland en w.v.n.t.z.v. (wat er verder nog te zeiken valt).


Noord: Amsterdams oester, Amsterdams parel

Er is iets vreemds aan de hand met Amsterdam Noord; iets wat weinig met OV te maken heeft. Het stadsdeel boven het IJ, met bijna evenveel inwoners als Leeuwarden of Delft, is een verschoppeling binnen Amsterdam. Er gaapt een grotere kloof tussen Amsterdam Noord en Zuid dan tussen Amsterdam en Rotterdam, lijkt het wel.

Angstwekkende zaken hoor je erover. Wie er woont, leeft kort en ongelukkig: in armoede, en 8 jaar minder lang dan de gefortuneerden aan de Goudkust. Als je Noord niet kent, krijg je uit de verhalen de indruk dat de paupers, junkies en kansarmen er hoog in de goten liggen opgetast.

Loop je er echter rond, of rijd je er rond per bus, zoals ik de afgelopen weken een paar keer gedaan heb, dan krijg je een geheel ander beeld. Dan waan je je soms in een heel groot dorp, in plaats van in een stedelijk getto. Dan zie je er knappe, hier en daar wat landelijk aandoende wijken, met veel groen en aardige rijtjes huizen, vaak aan het overvloedig aanwezige water. 

Goed, Boven ’t Y, het grote winkelcentrum op loopafstand van Metrostation Noord, is misschien niet zo hip als de Amsterdamse Poort in Zuidoost. En de Vogelbuurt kon hier en daar best een likje verf gebruiken, en het gebied rond de Waddenweg een oppimp-beurtje. Maar je kunt toch niet anders zeggen dan dat Noord een alleszins leefbare indruk maakt.

Hoe is dan het negatieve beeld van dit stadsdeel tot stand gekomen? Het begon misschien al in de Gouden Eeuw, toen het gebied boven het IJ nog vrijwel onbebouwd was. Geëxecuteerde misdadigers werden er op een praam heen vervoerd. Hun lijken werden aan de galg opgehangen als afschrikwekkend voorbeeld, en kaalgevroten door krassende kraaien. Mogelijk is de naam Volewijck of Vogelenwijk voor dit gebied daaraan ontleend.

Aan het begin van de 20ste eeuw begon Amsterdam het onherbergzame Noord te gebruiken voor havens en voor industrie die men in de stad niet wilde hebben, vieze fabrieken van onder meer zwavelzuur. De zakenman en ingenieur Johan van Hasselt, indertijd hoofd Civiele Werken van de gemeente, was de grote stimulator van deze ontwikkeling. Er werd later een verkeersader naar hem genoemd en daarnaar bijna een metrostation, maar dat kreeg uiteindelijk toch de naam Noorderpark.

Goed bereikbaar was Noord nog niet in de tijd van van Hasselt. Bruggen en tunnels waren er niet; het ging allemaal per boot. 

In de eerste decennia van de 20ste eeuw werden er daarom veel woningen gebouwd voor de fabrieks- en havenarbeiders. Tuindorp Oostzaan, Tuindorp Buiksloot, Tuindorp Nieuwendam; Noord werd één groot tuindorp. En ja, arbeiderswijk: afgelegen; impopulair bij Amsterdammers die in advertenties ‘Woning gezocht’ er altijd aan toevoegden: ‘Niet in Noord’, zo schreef een in Noord geboren en getogen lezer me. Die maakte in zijn jeugd mee dat Noord langzaam uit zijn isolement kwam. 

In 1957 werd de Schellingwouderbrug geopend, in 1966 de Coentunnel en twee jaar daarna de IJ-tunnel. Amsterdam Noord was nu zowel voor automobilisten als voor OV-reizigers verbonden met de rest van de stad. Maar de rest van Amsterdam wilde Noord helemaal niet kennen. Het beeld van een verdorven en deprimerend oord wordt vooral in leven gehouden door zuiderlingen die er nooit komen. 

De laatste jaren stuwt men Noord op in de vaart der volkeren door nieuwe wijken met dure appartementen te laten verrijzen. Maar de ´yuppies´ die daar komen wonen, daar hebben de autochtonen van Noord dan weer een hekel aan. 

Maar dank zij de metro heeft - volgens degenen die die 3,1 miljard euro zeer welbesteed achten – het arme Noord weer deel aan het rijke Amsterdamse leven, en tellen noorderlingen op de poenige Zuidas straks ook ineens weer mee, en dan niet alleen als schoonmaker, conciërge of kantinemedewerker.


De bus in Noord


Daarmee keren we weer terug naar het OV. Amsterdam Noord kreeg op 22 juli 2018 na 62 jaar weer railvervoer. Tot 1956 schommelden de wagens van de Blauwe Tram door de Vogelwijk naar Volendam, en tot 1949 ook naar het toen nog heel nietige stadje Purmerend. Met die tram kwamen de Volendammers en Purmerenders niet bij CS, maar slechts tot het tramstation aan het IJ, waarvandaan je een veerpont kon nemen.

Toen kwam er een lange periode waarin Amsterdam Noord per bus via de IJ-tunnel verbonden was met de rest van onze hoofdstad. Tot en met 21 juli van dit jaar reden de GVB-lijnen 32 t/m 35 door die tunnel naar Amsterdam Centraal. Lijn 36 verbond en verbindt Noord via de Coentunnel met Sloterdijk, en lijn 37 verzorgt en verzorgde via de Schellingwouderbrug een verbinding met het Amstelstation. Daarnaast heb je nog lijn 38, die alleen Noord bedient.

Met de komst van de metro bleven de IJ-kruisende verbindingen met lijnen 36 en 37, met wijzigingen in Noord zelf, wel intact. Maar die via de IJ-tunnel werden dus opgeheven. Lijn 32 en 33 verdwenen helemaal en hun routes werden gedeeltelijk overgenomen door andere lijnen; 34 en 35 takken nu aan op de metro.

In grote lijnen ziet het GVB-net in Noord er nu als volgt uit:

Lijn 34: Meeuwenlaan – Metro Noorderpark – Banne Buiksloot – Metro Noord - Olaf Palmeplein.
Lijn 35: Molenwijk – Metro Noorderpark en daarna volgens de oude route van lijn 32 naar Nieuwendam.
Lijn 36: Station Amsterdam Sloterdijk – Coentunnel – Molenwijk – Tuindorp Oostzaan – Banne Buiksloot – Metro Noord – Olaf Palmeplein; op het oostelijk gedeelte van het traject volgens de oude route van lijn 37.
Lijn 37: Station Amsterdam Amstel – Station Amsterdam Muiderpoort – Zeeburgereiland – Schellingwouderbrug – Nieuwendam – Metro Noord.
Lijn 38: Buiksloterham– Overhoeks – Vogelbuurt – Nieuwendam Noord - Metro Noord, gedeeltelijk via het oude traject van lijn33.

Bij het Metro-eindpunt Noord takken lijnen 34, 36, 37 en 38 dus aan; bij station Noorderpark lijnen 34 en 35. En 34 doet ze dus allebei. Bij de metrostations zie je doorgaande bussen compleet leeglopen en daarna weer vol.

Het aantal lijnen in Noord nam af en sommige haltes worden niet meer bediend. Noord voelt zich stiefmoederlijk bedeeld, zoals zo vaak. Grootste grief is dat Amsterdam Centraal alleen nog bereikbaar is met een overstap. Wat enorme problemen gaat opleveren als de metro een keer gestremd is. Ook dan heeft Noord de minste alternatieven, terwijl ze ten zuiden van het IJ voor het oprapen liggen; zie het kaartje waarin wordt voortgelopen op wat ooit zal gebeuren.





De overstap bus-metro in Noord levert meestal geen tijdwinst op. De metro is sneller bij Amsterdam Centraal dan de bus was, maar dat zal het tijdverlies door de overstap meestal niet compenseren. Behalve als je in Amsterdam moet zijn op het Rokin, de Albert Cuypmarkt of de Zuidas. Dan ben je er nu veel sneller dan vroeger. Je hoeft geen Johan Cruyff te heten om te kunnen bevroeden dat wat voor de een nadeel is, voor de ander voordelig uitpakt. 

Misschien is dat ook de verklaring voor een wonderlijk verschijnsel. Velen vreesden dat alle wijzigingen tot gevolg zouden hebben dat de reizigers uit Noord de bus massaal de rug zouden toekeren. Maar nu wordt er, zelfs hartje school- en bouwvakvakantie, geklaagd over … overvolle bussen in Noord, en niet over lege!

Als provinciaal laat ik wel eens de gedachte bij me toe, dat er in Amsterdam best iets minder gezeken zou kunnen worden over het OV, zelfs ondanks terechte kritiek in Noord. Daar zie ik op bijna elke staathoek toch wel een bushalte waar je eens per 7½ of 10 minuten in kunt stappen. Bij mij in de Leidse Fortuinwijk stopt er maar één bus per half uur, en na 19:00 uur en op zondagmorgen zelfs maar een per uur. Tel je zegeningen, Amsterdam!

Hoe het ook zij: nog wat plaatjes met een praatje.


Foto’s van Noord





In de hal van metrostation Noord splitst de reizigersstroom in tweeën, naar de busstations A en B. Daar zie je het beruchte aantakken op de GVB en op de foto dat op de R-netbussen van EBS naar de Zaankant en het Waterland.

Gedurende de afgelopen week heb ik er in totaal misschien een minuut of 20 staan kijken. En in die korte tijd zag ik al drie keer dat een bus ervandoor reed terwijl en nog passagiers aan kwamen rennen.

Ook die keer dat een vrouw met haar moeder, waarvan de laatste achter een rollator, op moeie voeten naderbij kwamen; ook daar kon beslist niet even op gewacht worden. ‘Doar goat-ie alweer’, zei de dochter op bittere toon, ‘dat gesáák ook altáád met die busse!’

Als de chauffeurs van GVB en EBS het aantakken populair willen maken - en daarmee de bus waarin zij hun brood verdienen -  zijn ze echt op de verkeerde weg. 





Een paar stappen verder winkelcentrum Boven ’t Y, verpauperd volgens de zuid-Amsterdamse arrogantie, maar daarom niet minder populair. 





In de Molenwijk, helemaal aan de noordwestkant van Noord, is een bescheiden busstation, waar lijn 35 zijn begin- en eindpunt heeft, en 36 alleen maar een tussenhalte.








Een half millennium oud, en daarmee meer dan 4 eeuwen ouder dan de wijken eromheen, is het dijkdorpje Nieuwendam. Het is genoemd naar een nieuwe dam die is aangelegd na een watersnood en vormt nu een stukje platteland midden in de stad. Nog niet ontdekt door grote toeristenstromen; ssssjt, niet verder vertellen!












Sinds 1971 is de Toren Overhoeks (thans: de A’DAM toren) de onbetwiste blikvanger van Noord. Je komt er met het Buiksloterwegveer vanaf Amsterdam Centraal. 

Die toren heet(te) zo omdat hij een hoek van 45 graden maakt met vrijwel alle rechte lijnen in zijn omgeving. Hij behoorde tot een complex van Shell-onderzoeksinstituten. Shell verliet dit complex in de loop van de jaren 00. Tegenwoordig is het bedrijfsverzamelgebouw en uitgaansgelegenheid.  Het restaurant bovenin kan draaien en komt daarmee soms overhoeks te staan op de rest van het gebouw, en daarmee juist weer in harmonie met de rest van de stad – die ik in z’n geheel soms wat overhoeks vind.

Zie ik goed dat er zich op het dakterras van dat restaurant een schommel bevindt, waarin mensen zitten te schommelen boven een afgrond van bijna een hectometer? Ja, dat zie ik goed. Enfin, ik zeg altijd maar zo: Ieder zijn meug, zal ik maar zeggen.

De meer dan duizend werknemers van Shell schaftten in een lokaal beneden, dat je nu kunt huren voor party´s. Ik heb hier, of anders wel hier vlakbij, een keer een ontiegelijk vervelend feestje bijgewoond waarvandaan ik niet weg kon blijven. Het werd ons aangeboden door een ook ontiegelijk vervelend koppel dat een kroonjaar vierde, hun 7-year-itch, of zoiets. Kort daarop verdwenen ze uit elkaars leven, en gelukkig ook uit het mijne. Dit feit had ik best ongenoemd kunnen laten in een stuk over het OV. Maar ik ben  nu weer hier, en denk er daardoor weer aan. 

Aan de voet van de toren heb je verder filmmuseum Eye en ´This is Holland´. Dat is een koepel waarin je een adembenemende vliegervaring in 5 dimensies kunt ondergaan, alsof vliegen in 3 dimensies al niet adembenemend genoeg is, laat staan je levensreis door de 4e dimensie, de tijd. 

Overhoeks is ook de naam van een nieuwbouwwijk langs de noordelijke IJ-oever waarvan ik appartementencomplexen naar de wolken zie reiken en hijskranen voor nog veel meer huizen naar nog grotere hoogten.

Er zijn plannen om in deze omgeving een nieuw metrostation te openen, Sixhaven, tussen Centraal Station en Noorderpark. Met een on-Amsterdamse vooruitziende blik heeft men alvast ruimte vrij gelaten voor perrons.

Dat station moet komen in wat tot voor kort een bouwput was voor afzinkelementen voor de metro (rechts op de foto), daar ergens bij een groene loods. Rare plek voor een metrostation. Je moet een sluisje passeren om bij Overhoeks te komen en bent er per veerpont vast sneller. Mogelijk wil men ook bij station Sixhaven iets moois bouwen, en krijgt lijn 38, de enige buslijn die nu de wijk Overhoeks aandoet, er ook een halte.

Vlak voorbij Sixhaven zou ook een aftakking van de metro kunnen komen naar Zaandam. Maar de toekomst van de Noord-Zuidlijn is een ander hoofdstuk.

Frans Mensonides
16 augustus 2018
Er geweest: dinsdagen 24 en 31 juli en 7 augustus, zaterdag 28 juli en zondag 29 juli 2018.

© Frans Mensonides, Leiden, 2018