De digitale reiziger (114a)
Spaβ und Schmackofatz in Oberhausen; Rhein-IJssel-Express 




overgenomen uit de Wikipedia (D); Rhein-IJssel-Express


Sinds donderdag 5 april 2017 verzorgt Abellio een treindienst Arnhem – Düsseldorf. Daarmee is het na 17 jaar weer mogelijk om vanuit Arnhem een betaalbare treinreis naar het Roergebied te maken. De 123 km lange treinverbinding, gereden met vijfdelige FLIRT’s, heet voluit Rhein-IJssel-Express, of kortweg: RE 19. RE staat voor Regional Express, een soort trein die in Nederland vroeger wel semi-stoptrein of semi-sneltrein heette. Hij stopt vaak, maar slaat zo nu en dan ook nog wel eens een station over.

Er reed al heel lang een RE van Düsseldorf (en zelfs ooit van Koblenz) naar de grensplaats Emmerich. Maar daarvandaan kon je, nadat in 2000 de Eurocity-stop in Emmerich was komen te vervallen, slechts met grote omwegen Arnhem bereiken. In 2005/2006 was er een proef met een pendeltrein Emmerich – Arnhem, 4 ritten per dag, maar dat werd geen succes. Abellio heeft zich daardoor niet laten ontmoedigen en voerde een uurdienst in op dit traject, van de vroege ochtend tot de late avond. Die dure EC rijdt maar 7 keer per dag… 

Al een ruime week na de start van RE19, paaszaterdag 15 april 2017, stapte ik in de Abellio-FLIRT. Düsseldorf was het doel van mijn tocht, maar ik bleef te lang hangen in Oberhausen en bereikte de hoofdstad van Noordrijn-Westfalen niet. Alle reden om nog eens terug te komen en dit jaar een reeksje te maken over deze aanwinst voor onder anderen de hobbyreiziger, die geen fortuin over heeft voor een rit per ICE.

Oh ja, vergeef me de rare titel. Ik ben zo blij als ik er weer eens een woordje Duits bijgeleerd heb, dat ik dat woord dan te pas en onpas door mijn artikelen strooi.

 

 

 

Roergebied uit de gratie?

Rond de eeuwwisseling, 1998-2001, was deze site kind aan huis in het Roergebied. Hieronder een overzicht van wat we er allemaal over geschreven hebben, geïllustreerd met foto’s uit wat toen voor een digitale camera doorging. Ik spreek niet in het majesteitsmeervoud; we waren inderdaad vaak met meer.

Een paar keer heb ik mijn vakantiegeld of eindejaarspremie aangegooid tegen een retourtje per Eurocity / ICE. Maar meestal reden we met een paar railfanaten per auto naar Emmerich om daar een Schönes Wochenende Ticket aan te schaffen, een groepsdagkaart voor 5 personen, en daarmee in de RE plaats te nemen. Lekker vroeg op pad, anders profiteerde je er niet van. Slopende reisdagen van 18 uur; ik weet niet of ik dat nog zou trekken, als jongere oudere.

Daarna raakte het Roergebied uit de gratie. Geen idee waarom, maar mede omdat je op een site als deze zo nu en dan eens wat nieuws moet brengen. Maar na 16 jaar durf ik wel een terugkeer aan naar wat ooit de Kohlenpott heette.

 


Gouwe ouwe artikelen over het roergebied

EC, Drachenfels, Königswinter  (september 1998)  
Kerstmarkt Duisburg en Düsseldorf (december 1998)  
Schwebebahn Wuppertal (augustus 1999)
Kerstmarkt Krefeld en tram met restauratie  (december 1999)
Emmerich – Düsseldorf – Essen – Bochum - Dortmund – Unna  - Keulen – Emmerich  Deel 1, deel 2 (april 2000)
Emmerich - Dinslaken – Mülheim – Essen - Bochum   - Hagen – Dortmund – Leverküsen -  Emmerich  deel 3, deel 4 (juni 2000)
Tram Keulen (mei 2001)


Rechtstreeks naar Arnhem, zij het met omwegen

 


Het is toch al een bijzondere dag, want bij mijn weten voor het eerst in de vaderlandse geschiedenis kun je rechtstreeks per trein van Leiden naar Arnhem, met de gelegenheids-IC Den Haag - Nijmegen. *) Weliswaar maakt die een omweg via Schiphol en Amsterdam Zuid, maar ik win toch een kwartier. Zou ik de IC naar Utrecht nemen, die ook gereed staat op Leiden Centraal, dan zou ik in Utrecht deze IC naar Arnhem waarschijnlijk net missen.

*) Niet waar, meldde me een oplettende lezer. Je had rond 1970 op zomerzaterdagen een trein rechtstreeks 
van het Roergebied naar Leiden en v.v., en weer terug, om vakantiegangers naar Katwijk en Noordwijk
te brengen en weer op te halen. Dat is waar ook; ik schreef erover in een stuk uit 2011 over de Oude Lijn.
Een gouden lijn voor Leidse taxichauffeurs, mailde mijn informant.

Het is al 9:45 als ik vertrek. Een uurtje later dan de bedoeling was. Maar ik heb gisteren tot diep in de nacht op verschillende nieuwsmedia de voorgenomen (kern)oorlog zitten volgen tussen Kim en Trump. De eerste, met zijn geilheid op kernkoppen, solliciteert er geloof ik naar dat zijn hele land verandert in een smeulende hoop nucleair afval. Wat Triggerhappy Trump tegenover Kim gaat stellen; je houdt je hart vast.

Mijn tijdlijn stond gisteren, Goede Vrijdag nog wel, vol met oorlogsdreiging op het Koreaans schiereiland, berichten over panda´s in Rhenen en met mensen die niet snapten dat mensen zich druk maken over panda´s als er een Armageddon voor de deur staat. Onder zulke omstandigheden voor de leut naar Oberhausen reizen, zullen ze dan ook wel beschouwen als het toppunt van zottigheid. Maar met die mensen ben ik het toch niet eens. Ik heb vast al wel eens verteld dat ik geboren ben op net zo’n dag als gisteren, vol angst en dreiging. Veronderstel dat ik me er daardoor van had laten weerhouden, op de wereld te komen. Dan had je dit nu niet zitten lezen; zoveel is wel zeker.

Waar halen ze bij de televisie zo gauw toch al die deskundigen vandaan? Ineens allemaal tevoorschijn gekropen uit de holen van de universiteitsbibliotheek. Gisteren weer zo-een, een kale, zwetende Noord-Korea-watcher, die er nooit geweest zei te zijn, en als een juffershondje zat te bibberen over wat er daar allemaal zou kunnen gebeuren. Dat wil zeggen: met die raketten, maar ook met hemzelf, als hij zelf naar Korea zou gaan. Vervolgens zat hij nog een toerist te kapittelen omdat die er wél geweest was. Ik heb de naam van die deskundige niet onthouden, maar er staat me iets bij van Dr. R. Clavan, of zo.

In de loop van de dag zal blijken dat de oorlog met een sisser afgelopen is. Die proefraket van de dictator met dat rare kapsel en die onflatteuze overjas deed in ieder geval niet veel meer dan een beetje sissen. Laten we hopen dat van uitstel afstel zal komen.

Al met al lag ik om halfdrie pas op bed. Niet veel later dan dat tijdstip stond op 6 april een van mijn lezers op. Hij wilde die dag naar een beurs ergens in het Roergebied en hechtte er waarde aan, de allereerste Rhein-IJssel-Express uit de geschiedenis te nemen, vertrek 5:44 uit Arnhem. Daar reed hij met de auto heen, bij gebrek aan treinen op dat tijdstip. Hij mailde me er een geïllustreerd reisverslag over.


 



Slechts een handjevol mensen stond op dat onzalige uur klaar langs spoor 6b op Arnhem Centraal. Daaronder twee spoorweghotemetoten in deftig pak. In een daarvan herkende mijn zegsman Bert Groenewegen, de hoofdboekhouder van NS.

Al wat er kwam: geen FLIRT. Informatievoorziening was zeer schaars. Pas na een half uur werd duidelijk dat die eerste RE helemaal niet zou rijden, en de volgende van 6:44 uur ook niet. De railbobo’s waren toen al lang afgemarcheerd; blijkbaar hadden ze informatie geput uit bronnen die normale reizigers niet ten dienste staan.

Mijn lezer restte niet veel anders dan met zijn auto door te rijden naar Emmerich en daar dan maar de eerstvolgende trein te nemen. Gedurende de rest van de dag vielen er veel treinen uit op het traject Arnhem - Emmerich. Het werd geweten aan een softwarestoring. Die een trein vol hoogwaardigheidsbekleders niet belette, in de loop van de morgen Arnhem te bereiken voor de officiële lintenknipperij. Wat een afgang, al met al, op dag één.

Ikzelf passeer intussen station Maarn, waar ik afgelopen woensdag deed wat je normaal in Maarn nooit doet: uitstappen. Ik ging naar een heisessie met overnachting op landgoed Zonheuvel tussen Maarn en Doorn, als lid van de pas gekozen OR van onze nieuwe fusieorganisatie. Dat landgoed ligt in een dicht woud; het was dus meer een bossessie, maar het heet dan toch een heisessie.

Behalve over Mondriaan, ben ik deze maand ook van mening veranderd over heisessies. Ik zag er nooit iets in. Maar dat was de kift omdat ik zelf nooit mee mocht. Nu ik er een heb meegemaakt, heb ik gemerkt dat het werkt, werkelijk werkt. Eigenlijk moest heel het bedrijf de hei op, voor de broodnodige synergie; 36 uur Doorn met 750 man, hoe kan ik de geesten er rijp voor maken?

Nou, deze reeks over de RE19 begint al weer goed. Nog niet eens aan boord van de RE, en we hebben al weer twee verbale digressies gehad. Laat ik me gaan concentreren op die trein, anders wordt het niets.


Ouderwets eenvoudige kaartjes

 


Gelukkig ben ik al een half uur voor het vertrek van de Rhein-IJssel-Express op Arnhem Centraal; nu kan ik rustig uitzoeken hoe ik aan een kaartje kom voor deze nieuwe verbinding. Maar de weg wijst zich eigenlijk vanzelf. En anders wijzen de opvallend klantvriendelijke medewerkers van Abellio, die bij de Duitse kaartautomaat staan, je de weg wel.

Het Duitse tariefsysteem is ouderwets eenvoudig. Geen chipkaart die je portemonnee plundert voor elke hectometer die je aflegt. Het gaat hier met ‘Preisstufen’, tariefklassen. Je hebt K, voor een Kort traject; drie à vier bus- of tramhaltes. Dan is er A1, A2 en A3, respectievelijk voor ritten binnen kleine, middelgrote en grote gemeenten. Verder heb je B, C en D voor steeds langere interlokale reizen.

Voor elke prijsklasse bestaat er een spectrum van kaartjes: enkeltjes, rittenkaarten, etc. Een enkeltje voor klasse D is vijf uur lang geldig binnen het hele vervoersgebied van het VRR (‘Vouw-èr-èr’), Verkehrsverbund Rhein-Ruhr, zeg maar het Roergebied en omstreken. De hele route van de Rhein-IJssel-Express valt daarbinnen. De kaartjes zijn geldig vanaf Arnhem; geen ingewikkeld gedoe met grenstrajecten.

Ik trek een dagkaart voor tariefklasse D uit de automaat, 28,40 euro, net iets goedkoper dan twee enkeltjes. Voor dat bedrag mag ik de hele dag binnen het gebied van de VRR met de trein (met uitzondering van IC en EC) en met het stads- en streekvervoer. In 2000 waren we verbaasd dat er bankbiljetten in die automaat gingen. Nu sta ik verbaasd dat het nog steeds met bankbiljetten werkt; betaalpassen accepteert hij nog niet.

Voor 1,60 euro meer had ik een dagkaart kunnen kopen voor heel Nordrhein-Westphalen en desnoods heen en weer kunnen reizen naar Bonn of Paderborn; enorme afstanden. NRW is een deelstaat, eigenlijk een soort provincie, maar wel een die ongeveer even groot in oppervlakte en inwonertal is als heel Nederland.

Kunnen ze dat in Nederland ook niet eens invoeren, een dagkaart voor 30 euro die in het hele OV geldig is, van Bourtange tot Retranchement? Vooral handig voor de toeristen die nu worstelen met ons onbegrijpelijke chipkaartsysteem.

Op mijn dagkaart staat geprint wat het is. Ook bevat hij een vierkante barcode waarmee ik in Arnhem door de poortjes kom. Verder zal ik de hele dag in Duitsland die ondingen niet tegenkomen, evenmin als kaartlezers. In Duitse trams en bussen heb je nog stempelautomaten voor 10-rittenkaarten.

Zwartrijden loont evenmin als misdaad, zo staat vermeld in alle treinen. Maar met deze schappelijke tarieven zou ook geen mens in de verleiding komen.

Wel worden we door werkstudenten met grote tekstballonnen verleid om ons afval te scheiden (net alsof je met twaalf vuilniszakken vol troep zo’n station binnenkomt; ‘Ik ben even naar het station, hoor, wat afval storten’). Die kinderen spreken iedereen aan of je wel netjes je afval sorteert; of je wel denkt aan de touwtjes van je theezakjes. Wat een infantiel gedoe; wanneer gaan spoorwegen hun klanten eens serieus nemen? En die schapen, die doen ook echt alles voor geld; je zou je niet voor zoiets moeten lenen.


Naar Oberhausen

Oberhausen Hbf

Richting Oberhausen, nu. In tegenstelling tot die donderdagmorgen staat de Abellio FLIRT al klaar. De CTA vermeldt dat hij wordt omgeleid, maar mijn lezer zei me al dat ik me daar niets van hoefde aan te trekken. Ja, de trein doet de Luchthaven Düsseldorf aan, maar dat staat in het spoorboekje en hoort zo en is dus geen omleiding.

Ik heb die wrakke ´Zilverlingen´ die hier rond de eeuwwisseling reden, nog in gedachten, maar deze treinen zijn van een andere orde. Het is niet druk. Ik dacht dat hij op deze paaszaterdag wel vol zou zitten met hobbyreizigers die net als ik de nieuwe verbinding wilden uitproberen, en ook met koopjesjagers; op weg naar het mega-winkelcentrum CentrO in Oberhausen, dat ook op mijn lijstje staat. Maar die mensen zijn vast wél op een wat vroeger tijdstip vertrokken.

De conductrice verstaat Duits, steenkolen-Duits en ook Nederlands; ze zijn op taalles Nederlands geweest. In Nederland stopt deze trein alleen nog in Zevenaar, waar ook een Duitse kaartjesautomaat staat. Tussen Arnhem en Zevenaar mag je bovendien reizen volgens Nederlands tarief.

Na Zevenaar takken we af van het spoor naar Doetinchem en verdwijnen achter groene geluidsschermen. We rijden links (héé, in Duitsland rijden ze toch rechts, i.t.t. België?) en komen al snel tot stilstand omdat er, volgens omroep in de trein, een goederentrein moet passeren. Maar die zien we niet komen en we rijden weer verder.

Het derde spoor voor intenser cargoverkeer, waartegen Elten te hoop liep, is er nog niet. We passeren het dorp van die naam en even later de puist die ik in de zomer van 2015 beklom om in Hoch Elten een Hollandse pannenkoek te eten.

Elten ging in 1948 over van Duitse in Nederlandse handen en in 1963 weer omgekeerd. Dat geschiedde zonder bloedvergieten, maar wel met legale botersmokkel op grote schaal, die de schatkist tientallen miljoenen guldens heeft gekost. Ik meldde in dat stuk van anderhalf jaar geleden al dat station Elten heropend zal worden, en dat is nog steeds de bedoeling, maar nog niet gerealiseerd. Op het kaartje boven dit stuk staat hij al wel vermeld.

De rit Arnhem – Emmerich verloopt nog niet 100% soepel. Even vóór station Emmerich maken we een noodstop, waarna we weer langzaam in beweging komen. In Emmerich ook nog oponthoud omdat er een reiziger op de treeplank blijkt te staan, waardoor de deuren niet dichtwillen. En dan verder Duitsland in; gewoon aan de rechterkant, nu.

De rit, ik zal dat in 2000 vast ook wel verteld hebben, gaat langs minieme dorpjes met dito stationnetjes, met heel lage perrons of soms zelfs helemaal geen perron. Er verdringen zich nergens grote horden mensen om in de trein te komen. Dat was wel het geval op die donderdagmorgen tegen achten, mailde die vroeg uit de veren gekomen lezer me. Scholieren waren op weg naar station Wesel-Feldmark in de buurt waarvan een hoop scholen zijn. De parade van schoolbussen daar lokt er wel bus-hobbyisten en -fotografen heen. Wist ik allemaal niet.

Het landschap doet hier zeer Nederlands aan, met weiden, bosschages, Betuw-achtige bloesembomen, vrolijk wiekende windturbines en nergens iets wat op een heuvel lijkt. Ik zie ook een soort bollenvelden, lijkt het wel, met knalgele bloemen.

We bereiken dat station Wesel-Feldmark, in een nogal landelijke wijk buiten het centrum. Wesel is de eerste redelijk grote stad in Duitsland die je tegenkomt op deze lijn. Vanaf hier begint het ook wat drukker te worden. Op station Wesel wordt de FLIRT gekoppeld aan een tweede treinstel.

Daarna: Dinslaken. Ik herken het pleintje nog waar we stonden te wachten op de tram via-via naar Duisburg.

En tenslotte: Oberhausen Hbf, nadat de trein eerst twee voorstadstations heeft aangedaan. Ik ben 1:22 uur onderweg geweest. De hele rit Arnhem – Düsseldorf duurt 1:49 uur. Het hoofdstation van Oberhausen valt wat tegen qua omvang en aankleding, voor een stad ter grootte van Eindhoven en Groningen. Maar de plaats is wel een spoorwegknooppunt; straks tijdens de wandeling zal ik om de haverklap onder een stuk spoor doorlopen.

Oberhausen, 92 km van Arnhem, is ook de eerste stop in Duitsland van de ICE. Alles wat daartussen zit, was tot 6 april niet rechtstreeks bereikbaar vanuit Nederland.

  

Slot Oberhausen en Gasometer

 


Ik heb ergens op het Web een lijstje met de must sees van Oberhausen gevonden en dat in mijn hoofd geprent. Een ervan is het Neue Mitte, het nieuwe stadshart met winkelcentrum CentrO en omgeving. Een andere is de Altmarkt in de oude binnenstad. Dan heb je nog het Slot Oberhausen en de Gasometer. Het feit dat er ook een gashouder in de top-4 staat, doet me het ergste vrezen voor het stadsschoon van Oberhausen.

Dat stelt ook inderdaad niet veel voor, althans in het stuk van de stad dat ik doe. De stad is zelfs voor Duitse begrippen lelijk. Na een goederenspoor gekruist te hebben dat dwars over een weg heen loopt, beland ik in een wat donker nieuwbouwwijkje. Een bejaarde Oberhauser ligt languit in zijn tuin om met een mesje het mos tussen de tegels weg te krabben, Duits grondig.

Vervolgens loop ik over een industrieterrein en kies mijn pad langs een drukke uitvalsweg. Ga ik nu echt wel in de richting van dat slot, de gasmeter en ten slotte CentrO? Als de app op mijn telefoon me de weg niet wees, zou ik al tien keer verdwaald zijn.

Behalve lelijker, is de stad ook nog eens groter dan ik gedacht had. Dat ene gestolen uitslaapuurtje kom ik nu tekort. Had ik niet beter de tram kunnen nemen? Ach nee, dat is juist de lol van dit soort verkenningen: das macht Spaβ, door wijken lopen waar je geen sikkepit te zoeken hebt, en dan maar zien wat er voor je lens komt.

Een hele hoop verkiezingsposters, in ieder geval, net als die keer in Elten. Toen speelden de burgemeestersverkiezingen van de gemeente Emmerich; nu hangen ze er voor de Deelstaatverkiezingen van komende maand.

De MLPD (Marxistisch-Leninistische Partij) heeft zowel traditioneel-communistische als neocommunistische slogans. Pensioenleeftijd naar beneden en korter werken voor wie nog niet met pensioen is; ook aan deze kant van de grens doet veel beloven en weinig geven, de kiezer opleven. Minder inbraken, zou het dievengilde daar wel aan mee willen werken? Met deze ben ik het roerend eens: Beter stads- en streekvervoer! Maar ik heb nooit het idee gehad dat het Roergebied daarover nou zoveel te klagen had.

Op een politica die Hannelore Kraft heet, zou je zonder meer stemmen, zonder je ook maar in haar programma te verdiepen. Zij heeft het dan ook geschopt tot minister-president van Noordrijn-Westfalen.

Dit is er ook nog een: sneller, meer beweging en minder files. Het is op dit punt dat ik het Slot ontwaar aan de overkant van de weg. Ik bedien de knop voor het voetgangerslicht om de autostroom voor een paar seconden tot halt te brengen. Het duurt minuten voordat het licht op groen springt, ook al druk ik, met ongeduldige duim, nog een dozijn keren op de knop. Ja, ze willen me inscherpen dat oversteken hier een gunst is, geen recht. Het is ook een ongelijke strijd, honderden auto’s en maar één voetganger, ondergetekende.

 

Eindelijk aan de overkant, zie ik een heel fotografeerbaar slot met een idem park eromheen. Het rossige slot dateert uit de 17e eeuw, maar een voorloper stond hier al rond 1300 en huisvestte baronnen en dat soort spul.  

Landgoed Oberhausen lag niet in Oberhausen, het wás Oberhausen. Pas in het midden van de 19e eeuw begon zich eromheen een nederzetting te vormen, die in de tijd van de steenkoolmijnen tot grote bloei zou komen.

Het slot, de naamgever van de stad, is tegenwoordig een kunstgalerie, waarvoor ik tijd zou hebben als ik wat eerder was opgestaan. Wel doe ik een 400 meter lange, kronkelende loopbrug in het slotpark, die is opgebouwd uit spiralend staal. Hij voert onder meer over een kanaal heen. In de verte zie ik daar een ICE overheen rijden; je ziet altijd wel ergens een trein in Oberhausen.

Het is verboden om liefdesslotjes op te hangen aan de onderdelen van de brug. Het kost een hoop moeite om die allemaal te verwijderen en de schade te herstellen. Dat zou niet hoeven, als liefde eeuwigdurend was.



De menukaart van het restaurant belooft Spargel als seizoensattractie en ‘Schmackofatz für die Kinder’. Schmackofatz, lekkernijen (informele taal), zoek ik op, waarna de titel van dit stuk wel gevonden is. Het woord komt van een Pools werkwoord dat smakken betekent.

Maar voor mij nog even geen Schmackofatz; eerst die gashouder die je gezien moet hebben. Ik heb al een paar wegwijzers erheen ontmoet; het schijnt wat te zijn, de Gasometer van Oberhausen! Daar verheft hij zich in volle glorie boven de bomen. Wat zal ik ervan zeggen? Het kreng is net zo lelijk als die dingen overal ter wereld zijn. Maar hij staat er al bijna 100 jaar, is daarmee industrieel erfgoed en hoort bij Oberhausen zoals de Eiffeltoren bij Parijs. Er zit geen gas meer in de Gasometer, maar wel een expositieruimte. Aan de voet ervan is een spannende, avontuurlijke speeltuin waar kinderen veilig in bomen kunnen klimmen, met zekering. Weer een spoorwegviaduct verder: CentrO.

 

CentrO

 

Het Neue Mitte is het vermaakscentrum van Oberhausen, ja, van de hele streek. Het is meer dan het overdekte winkelcentrum CentrO alleen; het is horecahart en je hebt er een museum waar alles van lego is, een zeeaquarium, een poptempel, een cinema en wat niet.

CentrO telt 12 hectare winkeloppervlak, 200 winkels, onafzienbaar lange gangen en twee bouwlagen waartussen roltrappen en glazen vaarstoelen op en neer zoeven (sorry: liften). Je hebt hier vooral speciaalzaken, soms heel luxe maar ook in het goedkope segment. Zo loop ik een winkel binnen met alleen maar lorren van snuisteraria; vandaag nog vooral paashazen en eieren, maar dinsdag iets anders.

Eén winkel verkoopt alleen thee; een buurman alleen koffie. Ik ga hier kijken, kijken, niet kopen; alles wat ik aan zou schaffen, moet ik de hele verdere dag met me meeslepen. Alhoewel: die horloges daar in die etalage zien er best aardig uit en ik kan er gewoon een om m’n pols doen.

Ik schrik nogal van de prijzen. Die beginnen in deze horlogerie bij 500 euro en gaan door tot boven de 10.000. Gut, op een klokkie van een tientje kun je toch ook zien hoe laat het is? Ja, maar dit zal wel een heel speciaal horloge zijn. Hij zal wel gelijk lopen tot op een miljardste seconde, je zult er wel op kunnen zien hoe laat het is op Mars, wanneer het hoogwater is in Sjanghai, en ermee diepzee kunnen duiken tot op de bodem van de Marianentrog, 11 km onder zeeniveau.

Je kunt, als regelmatige bezoeker van dit consumentenparadijs, een pasje krijgen voor een VIP of iemand die er een wil worden, zoals het op een poster geformuleerd is. Daarmee kan men voordelen en aanbiedingen herunterladen (wat wel downloaden zal betekenen) en ‘Unexpected services tegemoet zien. Die staan hier niet nader omschreven, maar daarvoor zijn ze juist onverwachts, denk ik. Een beetje geheimtaal, allemaal, voor de incidentele bezoeker die ik ben.

Zelfs de toiletten hangen hier vol met reclame. Onze landgenoten worden gelokt met een ‘Gratis geschenk’; ja, ze snappen in Oberhausen ook wel dat je Hollanders niet zo gek krijgt om voor een geschenk te betalen.

Wie zei er nou laatst dat het verschijnsel: winkelcentrum verleden tijd is, met al die webshops van tegenwoordig? Ik krijg hier niet die indruk. Wel is het waar, dat er van die 200 winkelpanden toch hier en daar wat leegstaan, al valt dat niet zo op, omdat die schuilgaan achter luiken met ook alweer reclame.

Ik ben moei en snak naar een bankje, maar die staan hier weinig. Je moet hier consumeren, spenderen, in beweging blijven langs de etalageruiten, en niet op je luie krent gaan zitten. En als je dat toch doet, dan liefst in een van de vele Konditoreien en lunchrooms die CentrO telt. Ik loop er een binnen en bestel een cappuccino medium  (een grote moet je in Duitsland niet nemen; dat is een complete emmer) met een Erdbeerplunder, een calorierijk aardbeiengebakje; even opkikkeren.

 


Trasse

Sterkrade - Altstad - gecombineerd bus- en tramstation CentrO (2x)

 

Toen ik hier aan kwam lopen, zag ik in de verte een tram rijden over een viaduct. Ik loop om het Neue Mitte heen, dan zal ik hem wel weer tegenkomen. Ook op deze wandeling verkijk ik me: een zeemijl of daaromtrent. 

Eindelijk nader ik dan het opvallende tram-busstation. Dat ligt aan de ÖPNV-Trasse, een hoogwaardige OV-baan voor zowel trams als bussen. De baan is aangelegd op het oude werkspoor van een v/m hoogoven. Hij overbrugt de ca. 5 kilometer van even ten noorden van Oberhausen Hbf tot even ten zuiden van station Oberhausen Sterkrade, waar ik vanmiddag ben langsgekomen. De Trasse is in gebruik genomen in 1996, het jaar dat CentrO de winkeldeuren opende.

Hier rijdt tram 112 (Sterkrade – Mülheim) van het gezamenlijke trambedrijf Oberhausen-Mülheim, dat slechts 3 lijnen omvat, waarvan alleen lijn 112 in Oberhausen rijdt. Het is meterspoor. De drieledige trammetjes rammelen, schudden, knarsen en kraken en hebben krappe zitbankjes, zoals ik zal merken.

Het lijkt vergane glorie, dit tramnet, maar daarin vergis ik me; het is veeleer een wederopstanding. Beide buursteden hadden eens een uitgebreid, wijdvertakt eigen tramnet. Rond 1970 doekte Oberhausen het zijne op, terwijl Mülheim het zijne ombouwde tot een U-Bahn: trams die op een gedeelte van hun traject ondergronds rijden. Wij van De digitale reiziger zijn er ooit eens ondergronds gegaan in een van die oude afleveringen.

Lijn 112 is in de jaren 90 grotendeels nieuw aangelegd, vooral voor bezoekers van het Neue Mitte. Ik pak hier de tram naar de Altstad, de oude binnenstad, waarvan de Altmarkt ook hoog in de monumenten-top-10 prijkt.

Maar dat is ook bij gebrek aan beter. Het blijkt een wijd, ongezellig, kaal marktplein met een kerk en met een engel op een zuil.

Ik heb er vanaf de tramhalte een klein kwartiertje voor door de oude binnenstad moeten lopen. Die vormt een contrast met het drukke gewemel van kopers in CentrO: lege, troosteloze straten. Tegen halfzes zit alles hier al dicht. Als ik hier en daar een paar zijstraten in sla, kan ik nog wat foto’s maken waarmee ik kan thuiskomen.



Geen Friet van Piet

Sterkrade

Na de stadsbezichtiging neem ik tram 112 naar het eindpunt Sterkrade. Bij het station in die voorstad wordt de Smackofatz verzorgd in de kraam met het opschrift ‘Friet van Piet’. Daar ga ik me maar niet staan voeden. Ze beloven Hollandse patat, maar weten niet dat in ons land al jaren verantwoord gefrituurd wordt. Het ziet er hier allemaal kledderig uit en Duits vet; zowel de friet als de exploitante, die vast geen Piet heet. Ik koop straks, terug in het vaderland, wel ergens een echte Nederlandse zak patat.

De lage perronnetjes van Sterkrade worden door vele treinen voorbijgereden. Daar wordt dan via de luidsprekers regelmatig voor gewaarschuwd; niet te dicht bij de rand. Er stoppen er ook nog een paar, waaronder onze Rhein-IJssel-Express.

Maar eerst komt de RE Koblenz-Wesel voorrijden en daar het een gloednieuwe dubbeldekker is, stap ik in. Hij is bezig aan de laatste loodjes van een rit van 2:39 uur. Ergens bij een stationnetje wordt hij voorbijgestoken door een ICE.

In Wesel wacht ik een klein halfuur op de Rhein-IJssel-Express, waarvan het laatste stel weer afgekoppeld wordt. Eén stel FLIRT is genoeg voor het laatste, landelijke stuk Duitsland dat langzaam glooiend afhelt naar onze moerasdelta.

Deze rit geen noodstops of schijnbewegingen naar de linkerbaan. De trein volgt 123 km lang de Rijn, maar kruist in het zicht van de haven, tussen Westervoort en Arnhem, ook nog zijn andere naamgever. Precies op tijd arriveren we op Arnhem Centraal. Einde van een lijn die zonder meer een aanwinst is!

Frans Mensonides
23 april 2017
Er geweest: zaterdag 15 april 2017
laatste aanpassing: 28 april 2017

Wesel

© Frans Mensonides, Leiden, 2017