Manoeuvres in het duister; vijf-tot-vijf-lockdown in kleur en zwart-wit (fotorapportage)

 'Deuren werden gesloten, mensen verlieten de straten en de duisternis nam bezit van de stad’.


Rijnsburg, even na 5 uur

Nee, dit is NIET deel 12 van wat ik de Corona-saga of -cyclus noem. Die bestond uit gellustreerde verslagen van wandelingen en fietstochten in de omgeving van Leiden. Het 11e deel, geschreven in mei en begin juni van dit jaar, was het laatste. Aan de onderkant van de pagina die je nu leest, staat een inhoudsopgave van dat elftal. Ik nam me voor, absoluut het dozijn niet vol te maken.

De situatie rond corona deed me vorige maand toch weer twijfelen aan dat ferme besluit. Reizen met het openbaar vervoer durf ik al enige tijd niet meer te maken. De laatste rit waarvan ik foto’s en een verslag op mijn site heb gezet, was die op zaterdag 23 oktober met een Huilie-stadsbus in Utrecht (eigenlijk Heuliez, maar voor mij klonk deze vermoedelijk laatste rit van 2021 in mijn rol van De digitale reiziger als huilie, huilie).

Na een paar weken verveling ging Ik toch opnieuw te voet en ter fiets tochtjes maken door de regio, en wel na donker. Dus gaat de corona-reeks toch nog verder. Zie dit stuk maar als deel 11a of 11bis.

Van zondag 28 november tot/met zaterdag 18 december hadden we een vijf-tot-vijf-lockdown. Tussen 17:00 en 5:00 uur waren de niet-essentile winkels, de sportscholen en -terreinen, de restaurants en kroegen en nog een paar andere dingen gesloten. 

Dat was een aanscherping van de gedeeltelijke lockdown van 2 weken eerder. Maar het was vanzelfsprekend nog steeds maar een halfslachtige lockdown, veel minder strikt dan die in landen waar ze corona er wl onder hebben gekregen. Overdag waren er nog een hele boel dingen open. Met de persco van zaterdag 18 december is daaraan een einde gekomen. In verband met de opmars van de omikron-variant besloot het kabinet tegen alle verwachting in, een keer redelijk op tijd in te grijpen, in plaats van veel te laat. Hulde!, maar ik had het niet zien aankomen. Dat maakte dit heel actuele stuk opeens tot een terugblik. 

5 uur in de middag, het moment waarop vrijwel alles op slot ging, is in de donkere weken voor kerstmis ook zo ongeveer het tijdstip dat de burgerlijke schemering overgaat in de nautische. Dat betekent dat de zon meer dan 6 graden onder de zuidwestelijke horizon is gedoken. En dat betekent weer dat het zo goed als aardedonker is.

Deuren werden gesloten, mensen verlieten de straten en de duisternis nam bezit van de stad. Ergens tussen 5 uur en middernacht trok  ik de deur achter me dicht en vertrok ik met een camera op zak. Mijn doel: niet die ragscherpe foto’s maken die je neemt als het zonlicht de gevels kust. Wl: de wat vage, soms sombere doch vaak ook sfeervolle plaatjes van een stille stad in een (fop-)lockdown.

Mijn compact-camera heeft een schemerfunctie. Als ik die activeer en ik druk de sluiter in, dan maakt hij 4 opnamen achter elkaar (klik-klik-klik-klik), en telt het licht van die 4 beelden als het ware bij elkaar op om nog iets zichtbaars op de foto te krijgen. Daarbij corrigeert hij nog wel een beetje voor trillingen, maar het bezit van een vaste hand is wel een vereiste voor deze vorm van fotografie.

De camera heeft naast een schemer- ook een nachtstand. Maar die vereist het werken met een statief. Dat ga ik niet meeslepen onderweg. Daarmee zou ik ook nog het risico lopen dat de weinige voorbijgangers zich met mijn fotograferende activiteiten zouden gaan bemoeien.

Thuis meteen kijken op het computerscherm of de foto’s geslaagd zijn! Soms is er zo weinig kleur aanwezig, dat ik dat beetje kleur er maar helemaal uithaal en er een ouderwetse zwart-witfoto van maak. Daardoor vallen de foto’s met nog wel kleur erin, juist weer extra op.

Vier categorien van objecten zijn bij uitstek geschikt voor avondfotografie bij lockdown, heb ik gemerkt. Dat zijn: 

monumentale panden in de binnenstad en in dorpskernen;
als contrast daarmee flats in buitenwijken met veel waterpartijen;
winkels en winkelcentra zonder kopers;
uitgaansbuurten zonder uitgaanders.

Maar ook andere zaken vielen me op bij mijn manoeuvres in het duister (zonder orkest, anders zou je aan de 80’s synthpopband OMD gaan denken).

Opvallend waren overal weer de ongelooflijk smakeloze kerstversieringen die ik zag achter ramen, aan balkons en in tuinen. Ook in 2021 moeten 2 dagen kerstmis weer een heel akelig jaar goedmaken. Ik heb er zoveel mogelijk omheen proberen te fotograferen, hoe moeilijk het ook is om die bakens met dat bulkende felle licht te negeren.

Hier volgen een ruime 40 nachtfoto’s; de eerste pluk. Er komt nog een vervolg.

Oh ja: ik heb een paar zaken gefotografeerd die ik in de corona-reeks overdag ook al eens heb vastgelegd. Maar zoals ik altijd zeg en blijf herhalen: je maakt nooit twee keer dezelfde foto.

 

Leiden centrum

 

De Oude Singel (links) en de Oude Vest (rechts)

 

Kweekschool voor Zeevaart, gebouwd in 1879

 

Vergaderzalencentrum Nieuwe Energie in de oude spinnerij van textielfabrikant Clos en Leembruggen, in het Singelpark Leiden

 

Het grachtje De Vliet

 

Rapenburg

 

Doezastraat

 

Koepoortsbrug


De Haarlemmerstraat, die feeriek gellumineerd is

 

Nieuwstraat

 

Kloksteeg



 

Morsstraat

 


Nieuwe Beestenmarkt



 

Leiden, bij mij in de buurt

 

De flats van het wijkje De Coebel


Voorschoterweg





Twee foto’s die met de vierwieler van doen hebben. Die verscheen ‘s avonds nauwelijks meer op de weg. Vr 17:00 uur was het bijna nog net zo druk als het vr corona was, maar na donker tuitte ook langs verkeersaders de stilte je in de oren.

 

Het nieuwe Leonardo-college op de hoek van de Telderskade en de Churchill-laan heeft ’s avonds overal blauw-groenig licht achter de ramen (soms ook paars). Het komt heel spookachtig over als je erlangs loopt, maar doet het goed op een foto.

 

En toch een OV-foto in dit stuk. Een reizigster beklimt de gloednieuwe hellingbaan naar het perron van station Lammenschans om de trein van 23:27 uur naar Utrecht te halen. De meest troosteloze foto van het hele stel, vind ik, maar je kunt er wel een heel verhaal omheen bedenken. Maar als je dat doet: laat mij erbuiten, alsjeblieft, uit dat verhaal; ik ken die dame niet, en kwam toevallig langs.

 

De Kanaalweg met een blik op de Lammenschansdriehoek, de wijk waar de straten zijn genoemd naar Griekse letters, en daardoor nu ineens naar virusvarianten.

 



Twee maal winkelcentrum De Luifelbaan langs de Vijfmeilaan en op het Bevrijdingsplein


De McDonald’s aan de Rooseveltstraat: lege bankjes in het restaurantgedeelte maar een lange rij auto’s bij de drive in. Afhalen mag nog wel, tot diep in de nacht.

 

Voorschoten 

Dat rode gebouw zou je op het eerste gezicht kunnen aanzien voor een verlopen bioscoop voor B-films, een casino of, als je niet wist dat je in het nette en dftige Voorschoten was: een derderangs hoerenkast. Maar het is het Raadhuis, dat zo nog aartslelijker oogt dan overdag. Wie bedenkt nou zoiets: een gemeentehuis in rood floodlight zetten?

 

Park Allemansgeest. Achter elk van die rechthoekige vlakjes wonen mensen met hun eigen verhaal, hun eigen sores en soms hun eigen geluk. Dat is overal zo, maar zo’n naam met ‘alleman’ erin nodigt uit om er een keer bij stil te staan.


Leidseweg


Dorpskerk

 


Voorstraat


Het oude postkantoor


Treubstraat

 

 

Viswinkel aan de Schoolstraat

 

Bijna weer thuis van de wandeling. Voorschoterweg zonder auto’s en met een tankstation zonder klanten.

 

'

Oegstgeest



De Dorpsstraat in Oegstgeest maakte al in de middeleeuwen deel uit van de Postritweg, een (onverharde) route van Den Haag naar Amsterdam.

 

Het oude, al lang niet meer als zodanig in gebruik zijnde raadhuis aan de Wijttenbachweg, met aanpalende brandspuit.

 

Winkelcentrum Lange Voort

 

Warmond





 
 

In het gelinkte stuk van begin dit jaar zong ik al eens de lof van Warmond, een fotogeniek watersportdorp langs het water van de Warmonder Leede. De Dorpsstraat vormt de ruggengraat van het dorp, wat in wel meer plaatsen geldt voor de Dorpsstraat. Op de onderste foto kun je als je goed kijkt, onder de kerstboom het voertuig zien dat me in Warmond gebracht heeft.

 


Het v/m Grootseminarie van het bisdom Haarlem is tegenwoordig appartementencomplex

 

 

Rijnsburg

Het Rijnsburgse winkelcentrum In de Hoftuin, nog maar heel kort na de klok van 5 uur.

 

Ergens in Rijnsburg. Wat zouden die mensen in dat hoekje zetten als de kerstboom straks is afgetuigd?

 

Rapenburg

Spinozahuisje

 

En daarmee zit dit avondlijk rondje door de regio erop. Een vervolg staat op de planning!

Frans Mensonides
17 december 2021
Herzien: 19 december 2021
Foto’s dateren van 17 november tot/met 14 december 2021


De Mare is gedempt! Meer manoeuvres in het duister



De Lange Mare is gedempt

En hier is dan het beloofde vervolg op de reeks avondfoto’s die hierboven staat. Ik maakte voor die foto’s gebruik van de Schemer-functie op mijn fotocamera, waarmee je toch redelijk scherpe foto’s kunt maken bij schaars licht, zonder een statief mee te zeulen. Ik heb een Sony-compactcamera; dat had ik geloof ik nog niet verteld.

Na publicatie van dat stuk maakte ik nog wat nieuwe foto’s in de schemering. Totdat ik op een avond vergeten bleek te zijn om een geheugenkaart in mijn camera te stoppen. Ja, dom, inderdaad; wat je zegt!

In arren moede nam ik mijn smartphone ter hand. Toen kwam ik erachter dat  ook die een functie heeft voor foto’s in het donker. Die heet echter geen Schemer, maar NIGHT. Foto’s maken in echt diep duister? Ik, altijd tuk op nieuwe uitdagingen, ging ermee aan de slag.

Ik heb sinds kort een nieuwe phone van een nieuw merk, een OPPO; de oude – uit 2016, middensteentijd – had het begeven. Die nieuwe beschikt over een goede beeldstabilisatie (hoe het ook maar werkt), zodat je soms toch knappe foto’s neemt bij lange belichtingstijden.

Soms, maar meestal niet. Er mislukken er erg veel. Een heel lichte beweging is al gauw te veel voor de beeldstabilisator, en dan krijg je een foto met louter kleurige strepen. Die soms een onbedoeld artistiek effect geven, zoals deze:



Maar feitelijk is hij gewoonweg mislukt. De oogst, krap 30 foto’s in 4 weken, is wat karig. Maar je weet niet half, hoeveel ik er heb moeten maken om 30 toonbare over te houden.

Je moet ook zeker niet fotograferen met handjes die tintelen van de kou. Ik bezit sinds kort handschoenen met elektrische verwarmingselementen; heel plezierig voor het fietsen bij temperaturen rond het vriespunt. Ze hebben batterijen die je kunt opladen op het lichtnet. Daarna zorgen ze ervoor dat je een paar uur kunt fietsen zonder khwe klhwe.

Ik wist eerst niet dat zoiets bestond, en aarzelde even toen ik ze online bestelde. Was het niet het toppunt van overbodige luxe en decadentie, om geld uit te geven aan zulke handschoenen? Een beetje kou, wat erg zeg!; straks kan ik helemaal nergens meer tegen. Wat was er mis met de wollen wanten waarmee ik in de helse winter van 1963 naar de kleuterschool liep? De ijzige wind ging er dwars doorheen, en ik kon beter de handen in de zakken steken; dat was er mis mee.

Dank zij die elektrische handschoenen is nu mijn ontwikkeling voltooid van verstokte mooiweerfietser tot een 12-maanden-per-jaar-wielrijder onder vrijwel alle weersomstandigheden. Bittere noodzaak om nog ergens te komen, want van het openbaar vervoer durf ik nog steeds geen gebruik te maken.

Natuurlijk, het kn weer, het mg weer, alles kan en mag weer, en lijkt zelfs wel weer te mten. De omikronvariant – met 60.000 besmettingen per dag - is maar een verkoudheidje, je gaat er minder dood aan dan aan delta, de ziekenhuisopnames zijn veel milder, en mensen met een kwetsbare gezondheid, die nu nog steeds wat te zeuren hebben, hadden al dood moeten wezen voordat deze variant uirbrak. Dat is het narratief in dit land, om het modewoord ‘narrartief’ er ook eens tegenaan te gooien.

Dat woord heeft de afgelopen jaren trouwens een opmerkelijke opgang doorgemaakt en daarbij tevens een heel nare bijklank gekregen. In de tijd dat ik taal & letterkunde studeerde, was ‘narratie(f)’ vooral een letterkundige term. Het betekende niet veel meer of minder dan ‘verhaal’ of ‘vertelling’, waargebeurd of fictie, al dan niet met literaire intenties. Een neutrale term. Maar tegenwoordig is een narratief meestal een praatje-voor-de-vaak om mensen te overtuigen van de juistheid van een standpunt. Een deftig woord voor een kutsmoesje.

Maar laat ik er niet over doorgaan, over narratieven, noch over corona, voordat ik en ook de lezer er helemaal narrig van worden. Voorlopig voor mij in ieder geval geen verre reizen, maar alleen wat nachtelijke plaatjes uit de omgeving.

 

 

 
Zoals de trouwe lezer weet, heb ik een godsgruwelijke hekel aan kerstmis. Neemt niet weg dat ik op de late kerstavond (het liep al tegen de nachte waar de herdertjes bij lagen) ineens engelen hoorde zingen. Nee, onzin! Maar ik zag wel 2 kerken in mooi stemmig floodlight.

De eerste, in het dorpshart van Zoeterwoude-Dorp, is de Protestantse Dorpskerk. De onderste is de kerk in Zoeterwoude-Zuidbuurt met de lugubere naam Sint-Jan Onthoofdingskerk, waarover ik het al had in een eerder deel van de corona-reeks. Deze kerk is eindpunt van vele kerkpaden.

Let even op de klokken aan de torens! 5 minuten tijdsverschil; zo snel fiets je op een elektrische fiets van Zoeterwoude Dorp naar Zuidbuurt! Het is toch 2 kilometer, en ik moest eerst die speciale handschoenen weer aantrekken en aanzetten voordat ik kon opstappen, en ze daarna uittrekken om weer een foto te kunnen maken.

 


Geen floodlight met kerstmis bij het v/m kruisherenklooster Mater Dolorosa, het laatste gebouw van Leiden voordat je via een brug over de A4 Zoeterwoude binnenrijdt. Het complex, dat tegenwoordig Huize Weipoort heet, is op 4 jaar na een eeuw oud en huisvest sinds de jaren 80 studenten.

De rest van de foto’s is ook gemaakt in Leiden, tenzij anders vermeld.

 

De Garenmarkt lag er al in de 15e eeuw, maar werd in de vorige eeuw parkeerterrein. Heel recent veranderde het plein in het dak van een ondergrondse parkeergarage met plek voor 4000 wielen. Nu de vierwielers naar onderen zijn verbannen, ziet de Garenmarkt er zelf er weer begaanbaar en aantrekkelijk uit. Hij werd ingericht als evenemententerrein een heeft opvallende verlichting.

Het gebouw rechts is de voormalige meisjes-HBS waar mijn moeder in de jaren 40 zuchtte op Franse thema’s en wiskundesommen.

 

De Oude Singel heet zo, omdat hij in de Gouden Eeuw in 1659 bij een stadsuitleg werd vervangen door een nieuwe singel, een paarhonderd meter meer naar het noorden. Die nieuwe, wijdere ring van singels en wallen doet nu dienst als Singelpark, de laatste jaren ook uitgebreid op deze site beschreven en gefotografeerd.

 

2 maal de Herengracht vanaf de brug ter hoogte van de Groenesteeg. Ik heb de gracht naar het noorden gefotografeerd in kleur en naar het zuiden in zwart wit. Ook de Herengracht is aangelegd bij de stadsuitbreiding van 1659.

 

De Kweekschool voor Zeevaart aan het Noordeinde staat ergens hierboven al afgebeeld. Deze keer heb ik hem vastgelegd vanuit een andere hoek, in kleur, en met maan.

 

En de overbuurman aan het Noordeinde, het voormalige Boerhaavecollege, thans een complex van studentenwoningen.

 

Het voormalige gebouw van ons alom zeer gewaardeerde lokale sufferdje het Leidsch Dagblad, dat de ‘ch’ in zijn naam nooit heeft willen schrappen. Willem Dudok ontwierp dit gebouw op de hoek van de Witte Singel en het Noordeinde in 1917.

Ik heb het heel lang geleden, in het pre-Internettijdperk, eens bezichtigd op een Open Monumentendag, en vond het eerder mooi dan praktisch. Ik meen me te kunnen herinneren dat bij de rondleiding verteld werd dat Dudok het redactielokaal vergeten was, net zoals de architect van paleis Versailles de toiletten vergeten was. Maar ik heb nergens meer iets kunnen vinden over dat redactielokaal, en het is misschien maar een narratief.

Tegenwoordig biedt het gebouw onderdak aan het kantongerecht en de reclassering.



 
Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, maker onbekend
overgenomen van Wikipedia, Lange Mare

De Mare is gedempt! Ja, dat zie je op de foto. De andere, uit 1923, laat de Lange Mare zien voordat de demping plaatsvond. Deze anonieme fotograaf richtte zijn lens de andere kant op dan ondergetekende 99 jaar later zou doen.

‘De Mare is gedempt’ is ook een Leidse uitdrukking. Als iemand tegenwerpingen maakt die beginnen met ‘Ja, maarre, maarre’, dan is het: ‘Jh, de Mare is gedempt, hoorrrr!’

 

De Leidse Schouwburg uit 1705 is de oudste nog bestaande schouwburg van Nederland. Het derde eeuwfeest, ook alweer 17 jaar geleden, werd in 2005 groots gevierd met de opvoering van de 17e-eeuwse theaterklassieker ‘Belegh en Ontset van Leyden’ van Reynerius Bontius. Ik kwam kijken.   

De Leidse Schouwburg blijft in ieder geval tot de volgende persconferentie dicht; zie de mededeling op hun site. Ze deden van de week ook niet mee aan de Actie Kapsalon Theater: een voorstelling bijwonen in een als kapperszaak ingerichte schouwburg. Kapsalons mogen namelijk wl open, in tegenstelling tot theaters.

Ludiek bedoeld, die actie, maar naar mijn smaak een tikje kinderachtig en voorbarig. Nog even geduld, en we kunnen allemaal weer naar de kapper n het theater n de kroeg. En het gejammer van: hullie mogen wel open en wij niet; ik word er doodmoe van.
‘Ja maarre…’ De Mare is gedempt!

 En we kunnen ook ooit weer naar het Museum van Volkenkunde. Het museum helpt ons de lockdown door met podcasts, online-lezingen en digitale rondleidingen.


We stappen over de singels heen en brengen een bezoek aan de universitaire campus aan de andere kant van het spoor. De architectuur is er weliswaar minder eclatant dan op Utrecht Science Park, maar er staan toch wel een paar opvallende dingen.

Het SRON (Netherlands Institute for Space Research) is in 2021 verhuisd van Utrecht naar Leiden. Het gloednieuwe gebouw zou deze maand geopend worden door koning Willem-Alexander, maar ik heb niet kunnen vinden of dat is doorgegaan.

Leiden mag zich dit jaar trouwens European City of Science noemen, wat gepaard gaat met veel activiteiten voor wetenschappers en leken.

Deze ronde ‘schotel’ maakt deel uit van de Gorlaeus-laboratoria, een complex dat oorspronkelijk verder nog bestond uit een hoge toren en enkele lagere gebouwen. Dat ronde gebouw bevat collegezalen. Het ziet er erg futuristisch uit, maar staat er al ruim een halve eeuw.  Onlangs is de rest van het complex gesloopt en herbouwd, maar de 'schotel' is gebleven.


 

 

De meest opvallende blikvanger op deze campus is ongetwijfeld het Onderwijsgebouw van het academisch ziekenhuis LUMC. Ook ’s nachts zie je het niet over het hoofd.

 

Aan de Wassenaarseweg staat het Laboratorium voor Anatomie (rechts van het midden op de foto). Het is een ouderwets universiteitsgebouw te midden van nieuwbouw, een laatste der Mohikanen. Het dateert uit 1923 en er is in 1955 nog iets aangebouwd.

Tot 2006 was het Museum voor Anatomie er nog gevestigd. Het verhaal wordt eentonig, maar ook dat heb ik van binnen gezien, en wel tijdens het Museumweekend  van 2003. Het is verplaatst naar het Onderwijsgebouw, en wordt helaas nog steeds hoogst zelden opengesteld voor anderen dan medici.


We keren terug naar de singels, de Witte Singel in dit geval, waar de Universiteitsbibliotheek ook in de late avonduren nog een baken van licht en kennis is in de duisternis. Hij is doordeweeks open tot middernacht en in het weekend tot 23:00 uur.

 

De achter- ofwel ‘zeezijde’ van station Leiden Centraal op een avond waarop zo te zien vrijwel niemand nog met de trein wil (noch naar zee).






En dan een blik in de nieuwere wijken. De in aanbouw zijnde Lammenschansdriehoek langs de Kanaalweg noem ik voor mezelf wel Manhattan aan de Vliet, of ook wel de coronavariantenwijk; het laatste omdat de straten zijn genoemd naar Griekse letters. Er staan voor Leidse begrippen erg hoge flats; er is een tijd geweest dat er in de stad vrijwel geen gebouw meer dan 10 etages telde.

Ik schoot deze hoogbouw overdag tijdens een zondagswandeling, en dacht: hier kom ik vanavond voor terug. Maar de foto’s in het donker zagen er allemaal niet t, en ik kreeg ze inclusief die rare mislukking die ik hierboven al plaatste.


De wijk Nieuw Leyden, die in plaats kwam van energiefabrieken en een gashouder, kreeg in 2011 geen erg gunstige recensie op mijn rubriek FHM’s. Ik vond het een wat rommelig geheel. Maar dit hoekje aan de Voltastraat zou best gezellig kunnen zijn op een zonnige zomerse namiddag.


Deze torenflat in het Morskwartier blijft toch een ‘deksels’ mooi gebouw.

 

Ik haal het fototoestel, of liever: de smartphone ook nog wel eens tevoorschijn in mijn eigen buurt: Leiden Zuid-West. De nieuwe flat De Verleyding aan het Boudewijn Buchpad is speciaal voor starters op de woningmarkt.

 

Aan de Leidseweg in Voorschoten kun je op sommige plekken nog duidelijk zien dat het 100 jaar geleden een landweg was langs boerderijen.

 

Van caf, restaurant en zalencentrum De Roskam aan de Turfmarkt in Katwijk aan den Rijn hoef je tenminste het bouwjaar niet op te googelen. Het gebouw heeft dienst gedaan als gemeentehuis, gevangenis en rechtbank. Aan het eind van de 19e eeuw reed de stoomtram naar Leiden erlangs en van 1911-1960 de elektrische (blauwe) tram.

Het heet in normale tijden het bruisend hart te zijn van het dorp aan de Rijn, maar is nu alleen maar geopend voor afhaal.

 

De Koningshof in Katwijk a/d Rijn was 200 jaar geleden het buiten van de theoloog Carolus Boers, die wel de Duitse Wikipedia heeft gehaald, maar niet de Nederlandse.

 Rest nog n vraag: Wat is nou ht instrument voor nachtfotografie, mijn compactcamera of de smartphone? De foto’s uit de telefoon bevallen me iets beter. Ze vertonen net iets meer detail, iets meer sfeer soms ook, hoe ongrijpbaar dat begrip ook is. Het geldt vooral voor foto’s van plekken die vrijwel pikkedonker zijn en die ik met de Schemer-functie op de camera nauwelijks kan fotograferen. Maar de smartphone blijkt wel gevoeliger voor bewegingen en levert daardoor vaker onscherpe foto’s dan de camera.


Als afsluiter van deze pagina: stellingmolen De Valk, het door toeristen meest gefotografeerde monument van Leiden.

Als het echt waar is dat de pandemie er bijna op zit, ga ik zelf binnenkort ook weer eens de toerist uithangen buiten Leiden.

Frans Mensonides
23 januari 2022
Foto’s dateren van 24 december 2021 tot/met 19 januari 2022


De complete coronasaga



Frans Mensonides, Leiden, 2021, 2022