Ik heb getwijfeld over België
Omdat iedereen daar lacht
Ik heb getwijfeld over België
Want dat taaltje is zo zacht
Ik stond zelfs in dubio
Maar ik nam geen enkel risico
Ik heb getwijfeld over België
België… België… België… Belgi-uh-uh!
‘België (Is er leven op Pluto…?)’, Het goede doel (1982) (Op YouTube)

Mechelen
Ik
heb lang getwijfeld over een korte reis ergens rond Pasen, als
opwarmertje voor een hopelijk lang en voorspoedig Interrail-seizoen
2024.
‘Waar kan ik heen, ik kan niet naar Duitsland’. In Duitsland hielden de treinmachinisten vorige maand verrassingsstakingen. Dat wil je niet meemaken, zo’n verrassing; ergens stranden, zeker niet als je op weg bent naar Zwitserland of zo, landen waarvoor je eerst helaas door Duitsland moet reizen als je niet al te grote omwegen wilt maken. In Zwitserland was het trouwens net zulk bagger-weer als hier.
Een paar dagen Parijs, dan? Lang niet geweest! Maar toen was er in Frankrijk ineens verhoogd terreuralarm. Bij onze zuider-zuiderburen reageren ze vaak lichtelijk overtrokken op zulke zaken. Terreur-alert betekent daar vermoedelijk: op elke straathoek een leger soldaten met karabijnen en op alle stations je tas binnenstebuiten keren of er geen bom in zit. Dat geeft je vakantie meteen zo’n nare, grimmige sfeer…. Het Ministerie van BuZa gaf zelfs code geel af voor Frankrijk, alsof de zoveelste Franse revolutie op het punt van uitbreken stond.
Net als Henk Westbroek in het geciteerde liedje kwam ik tot de conclusie dat ik beter naar België kon gaan (al werd dat in de Engelse versie van het nummer: Luxemburg). Ik boekte, bijna last minute, voor 4 nachten een hotel in Mechelen, een stad die lekker centraal ligt in het land.
In België zelf bekruipt me ook wel eens twijfel, vooral aan de geldverslindende en soms weinig effectieve OV-projecten die er ondernomen worden. Ik heb al 2 keer (hier en hier) aandacht besteed aan de ‘Ringtrambus’ Brussels Airport – Vilvoorde – Jette. Ook ging ik lang geleden al kijken in Hasselt, naar de eventuele voortgang van het Spartacus-lightrailproject, en verdiepte me meer recent in LeTram, waaraan gewerkt wordt in Luik. Die 3 projecten ga ik op deze reis opnieuw bezoeken, en het verhaal daarover, dat begint hieronder.
Daarnaast spoorde ik ook nog dwars door Wallonië naar Dinant en Wavre (een verhaal waar muziek in zit) en op een andere dag naar Eupen (‘Oipen’), in het Duitstalige gedeelte van België. Ik vertrok op woensdag 3 april naar België, en keerde op zondag de 7e terug.
Het verhaal komt tot je in 2 delen. Het wordt geen
chronologisch verhaal. Ik ga ook niet alle 30 treinritten die ik in 5 dagen
tijd gemaakt heb, in extenso beschrijven, en beperk me een beetje tot de
trajecten die ik nog nooit eerder heb afgelegd.
Voor de geïnteresseerden in mijn precieze treinomzwervingen in België, hierboven de tijdlijn uit mijn Interrail-app. Die reizen gingen niet altijd via een 100% logische route. Op de dag van de terugreis bijvoorbeeld, zondag 7 april, kwam ik er op Antwerpen Centraal ineens achter dat de IC naar Amsterdam omgeleid was. Hij zou vertrekken van Berchem in plaats van van Centraal, en ik kon nog net op het nippertje in een trein naar Berchem springen.
Natuurlijk moet je van te voren opzoeken of je treinen echt wel rijden! Maar verder verliep de vakantie zonder OV-blunders mijnerzijds.
Maar
nu terug naar woensdag 3 april; de dag van aankomst. Ik parkeer mijn
rolkoffer voor de rest van de middag in een locker op station Mechelen.
Voor die lockers moet je een 6-cijferig nummer intoetsen en vervolgens
ook nog een symbool, te kiezen uit 20 stuks. Voor het nummer kies ik
deze keer de datum van de Hongaarse Bloedzondag,
die ik erg gemakkelijk onthouden kan. Voor het symbool valt mijn keuze op de ook vandaag weer erg
toepasselijke regenwolk. Als ik aan het eind van de middag opnieuw
dezelfde cijfercombinatie en hetzelfde teken invoer, kan ik mijn koffer
terugkrijgen.
Laat ik het voor de zekerheid toch maar even opschrijven, inclusief het nummer van de kluis. Dat is ook een OV-blunder die je niet graag maakt: je koffer niet meer kunnen bevrijden. Wat moet je dan dóén, als je ook nog eens geen breekijzer bij je blijkt te hebben?
Daarna reis ik door naar Brussel, waar het dan nog droog is, voor de fotowandeling die hieronder nog komt. Vervolgens later op de middag naar Vilvoorde, om in de roemruchte Sneltrambus te kunnen stappen.
Wat was dat ook alweer? Een project om buslijn 820, Brussels Airport – Vilvoorde – Strombeek – Jette, om te zetten in een hoogwaardige snel-lijn, deels via vrije busbanen (‘in een eigen bedding’, heet dat hier). Die lijn wordt geëxploiteerd door het Vlaamse stads- en streekvervoerbedrijf De Lijn, hoewel hij ook een stuk door Gewest Brussel rijdt, wat de Brusselaars de Vlamingen dan aanvankelijk nog misgund hebben, ook. Lijn 820 (waarom niet lijn 1, voor een paradepaardje?) wordt gereden met dubbelgelede bussen van Van Hool – van welk bedrijf aanstaande maandag helaas het faillissement aangekondigd zal worden.
Deze Ringtrambus had per werkdag 10.000 automobilisten uit hun 4-wieler en in het OV moeten lokken. Ik maakte in juni 2022 al eens een paar ritten, en zag niet minder dan een catastrofe. De vrije busbanen in Vilvoorde waren nog niet af, en de files in dat dorp onafzienbaar. De helft van de bussen was uitgevallen, waardoor er slechts een halfuurdienst werd gereden in plaats van een kwartier-. Verder bleken de bochten op sommige punten bijna te krap voor die bakbeesten van 24 meter lengte; de chauffeurs moesten alles uit de kast halen om de bussen veilig de hoeken om te loodsen.
Deze keer heb ik op de late middag nog net tijd voor een ritje heen en weer van station Vilvoorde naar Strombeek, gemeente Grimbergen. Ik wil beslist een foto hebben van die busbaan op de Sint-Annalaan in dat dorp, de zogeheten Slimme Busstrook. Die straat heeft van kruispunt tot kruispunt overal één vrije busbaan die in 2 richtingen bereden kan worden – zij het vanzelfsprekend niet door 2 bussen tegelijk, die dan met de neuzen tegen elkaar zouden staan te bokken. Ze spraken er hier over, alsof het de uitvinding van de eeuw was, maar die straat was me onderweg niet speciaal opgevallen. Maar hier zie je op YouTube, hoe geniaal die oplossing is.
Er vallen me, bij de momentopname die ik vanmiddag maak, wel een paar verbeteringen op. De busbaan in het centrum van Vilvoorde is nu gereed, en uitgevoerd in grijs beton, dat iets uitsteekt boven de rijbanen voor gewone voertuigen. Alle bussen die volgens dienstregeling moeten rijden, zie ik nu ook daadwerkelijk rijden. Zij het niet precies elk kwartier. In Strombeek zitten er 2 vlak achter elkaar, waarvan er één 10 minuten te laat is en de ander 5 minuten te vroeg.
De doorstroming is dus toch nog verre van ideaal. Voorrang bij verkeerslichten is er meestal niet bij. En de Ringtrambus kruipt nog steeds met lage snelheid over het wegennet, waaraan ook nu nog gewerkt wordt. Verder hotsebotst hij met veel gedender over alle oneffenheden en kuilen heen waaraan het weggennet in België zo rijk is. Echt lekker doorrijden is er mede daardoor ook niet bij.
De rit verloopt dan ook met een traagheid die je niet verwacht bij hoogwaardig OV. Voordat de Ringtrambus werd ingevoerd, duurde de hele rit van de luchthaven naar Jette of omgekeerd: 50 minuten. Thans: een dik uur voor slechts 23 km. Het streven was: een heel onrealistische 37 minuten…
In mijn ijver om die wonder-busbaan in Strombeek te fotograferen, stap ik 2 haltes te vroeg uit, bij een halte die Zangrije blijkt te heten. Toch een piepklein OV-blundertje op mijn naam, en meteen al op de eerste dag…
Enfin, van de nood een deugd gemaakt: langs de route lopen en een tegemoetkomende Ringtrambus fotograferen. Ik bevind me in een Strombeeks villapark waar zo’n brede bus echt niet op zijn plaats is. Dit is volkomen ongeschikte infrastructuur voor zo’n brontosaurus door de straten.
Het aantal opvarenden van de Sneltrambus zou, net als 2 jaar geleden, gemakkelijk vervoerd kunnen worden in een 20-persoonsbusje. Die 10.000 bekeerde automobilisten zijn nog ver uit het zicht.
Ik nader een rotonde in het winkelhart van Strombeek. Hier is nog niet die opmerkelijke tweezijdige busbaan. Het begint keihard te plenzen. Het regent altijd als ik de Ringtrambus neem. Ik schuil bij een tijdelijke halte in een tijdelijke abri. Hij kan zo te zien echt, ik schat in een kwartier tijd, losgeschroefd worden en ergens anders worden neergezet.

Vilvoorde en 3x Strombeek
De regen striemt neer op Strombeek. Ik heb er genoeg van, en ren naar de overkant waar enkele verplukte en verregende Vlamingen onder de luifel van een winkelgalerij lijdzaam op de bus in de andere richting staan te wachten, en vermoedelijk al heel lang. Na nog eens een minuut of 10 verschijnt de bus, en ik reis terug naar Vilvoorde.
Ik ben hier nou 3 keer geweest, maar het doel en nut van die Ringtrambus zie ik nog steeds niet. Daarvoor had ik een Vlaamse mobiliteitsdeskundige moeten zijn, denk ik.
Waar ik enthousiaster over ben dan over de Ringtrambus: het tariefsysteem van De Lijn. Je kunt reizen op een Mobib-kaart, te vergelijken met onze OV-chipkaart, of met je bankpas. Het laatste is vooral erg handig voor incidentele reizigers zoals ik.
Bij het instappen houd je je pas bij de witte kaartlezer (de rode is voor