Nr. 219 - zondag 28 februari 2016
'Huppakee!'; euthanasie op dementerenden

LAATSTE ZES AFLEVERINGEN

218. LOCATION TRACKING APP; OF: HET RECHT OP ZWERVEN (21/02/2016)
217. 'WE ZITTEN ER MOOI TUSSCHEN', OORLOGSBRIEVEN UIT APELDOORN (14/02/2016)
216. NUMMERTJES TREKKEN BIJ HET ARTSENLAB (07/02/2016)
215. STROOMLOOS, EN METEEN STROMENLOOS (31/01/2016)
214. 'APELDOORNSE BRIEVEN', OF: HET TANTE BETJE (24/01/2016)
213. DAGBOEK VAN EEN WEEK: KEES VERKERK, DAVID BOWIE EN KEIZER CONSTANTIJN (17/01/2016)





Overgenomen van : 2doc: Levenseindekliniek

De komende week wordt een herdenkingsweek. Aanstaande woensdag, 2 maart, is het de 88ste geboortedag van mijn moeder; de dag daarop, donderdag 3, de 55ste sterfdag van mijn vader. Mijn moeder overleed ruim een jaar geleden in het verzorgingshuis waar zij de laatste anderhalf jaar van haar leven had doorgebracht, na een zeer kortstondig ziekbed van niet veel langer dan een etmaal.

‘Het is verschrikkelijk, alles hier; verschrikkelijk! Ik wou maar dat ik dood was! Ik kijk wel eens naar boven, en dan zeg ik: “Kom me maar gauw halen, hoor!”. Zulke dingen zei mijn moeder vaak, als ik in het tehuis bij haar op bezoek kwam.

Ik vroeg dan of er misschien iets was voorgevallen; of ze ergens pijn had, maar daarop kreeg ik meestal geen erg helder antwoord meer. Ze bleef alleen maar zeggen dat het ‘verschrikkelijk’ was.  

Na haar opname in dat woonzorgcentrum was haar geest al snel waziger en waziger geworden. Ze leefde geheel in het verleden en vergat alles wat in het heden voorviel vrijwel meteen. Inclusief haar doodswens. Als ik die had vernomen, en haar bemoedigend op de schouder had geklopt, zei ik, met een moedeloze opgeruimdheid: “Zullen we dan maar even een stukje uit rijden gaan met de rolstoel?”, en dan leefde ze helemaal op: “Ja, lekker, even naar buiten!”

Bij de uitgang van het tehuis zat steevast een medebewoonster op een bankje, misschien wachtend op haar decennia geleden ontslapen echtgenoot. Die vrouw, klein en kromgebogen, had een tic en mummelde continu. Dan keek ik mijn moeder aan, want ik wist al wat zij ging doen: dat gemummel imiteren en daar dan schaterend om gaan zitten lachen.

Buiten praatte ze honderduit, en bracht dingen te berde als: “Je zou niet zeggen dat we hier in Leeuwarden zitten; het lijkt hier wel wat op Leiden Zuidwest, waar we vroeger gewoond hebben”.
‘Dit IS Leiden Zuidwest; daar wonen we nog steeds, hoor!’, zei ik, of liever: brulde ik, want doofheid behoorde tot haar scala van ouderdomskwalen.  

Leeuwarden of Leiden, ze genoot van het ritje, wees me op opmerkelijke planten, wolkenluchten, dieren en mensen, en repte niet meer van haar dood.

In de zomer van ’14 kreeg zij erge last van haar ingewanden. Een tehuisarts verklaarde haar uit de losse pols terminaal en wilde al beginnen met palliatieve terminale zorg; ‘Twee weken nog, hooguit een maand’. Ik schrok hier vreselijk van. Het leek mij zeer voorbarig.

Ik kreeg gelijk; de dagen daarop knapte ze ineens toch weer op. Ik drong aan op een onderzoek in het ziekenhuis. Daar bleek dat er weinig met haar aan de hand was.

Mijn moeder leefde daarna nog een half jaar. Altijd vraag ik me nog af, of ze nou nog wat plezier heeft gehad van die extra zes maanden, of dat alleen haar lijden maar gerekt is. Ik weet het tot de dag van heden niet. Je handelt als mantelzorger zoals je gevoel je ingeeft – in tegenstelling tot sommige artsen, vrees ik. Een goed gesprek met haar voeren over de kwaliteit van haar bestaan, dat was natuurlijk niet meer mogelijk.

Ik moest daaraan denken toen ik twee weken geleden de documentaire over de Levenseindekliniek zag in de VPRO-serie 2doc. Die Haagse kliniek met die lugubere naam behandelt euthanasieaanvragen die in een eerder stadium door een huisarts zijn afgewezen. Dat gebeurt dan omdat die arts het lijden van de patiŽnt in kwestie niet beoordeelt als ondraaglijk, of zijn/haar ziekte niet als ongeneeslijk.

Ondraaglijk lijden leek me zeker niet van toepassing op de dementerende mevrouw Goudriaan uit Heerenveen die in de tv-uitzending ten tonele gevoerd werd. Zij leed aan semantische dementie, wat neerkomt op een toenemend onvermogen om taal te begrijpen en te uiten. Maar afgezien daarvan leek zij voor het oog nog wel aardig vief, kras en levenslustig. Ze kon nog autorijden, mits haar man aanwijzingen gaf voor de te volgen route, genoot van een borreltje in een cafť langs de weg en bezocht een schaatswedstrijd, waar zij zich zichtbaar amuseerde.

En dat alles op de dag vůůr haar dood. De volgende morgen, een maandagmorgen, had de arts van de Levenseindekliniek gelukkig nog een gaatje gevonden in zijn agenda om haar uit haar lijden te verlossen. ‘Huppakee’, schreef hij in haar agenda, want dat was de term waarmee die dame over haar levenseinde sprak. Het was trouwens een stopwoordje in haar gekrompen vocabulaire.

Mevrouw Goudriaan had ooit een codicil getekend dat zij niet verder wilde leven als ze dement zou worden. Maar de documentaire gaf mij en – gezien de discussies op de sociale media - vele anderen de indruk dat ze zich zelf al lang niet meer bewust was van haar doodswens. Het leek alsof vooral haar omgeving aandrong op haar einde. En niet in de laatste plaats haar echtgenoot, die een zeer weinig invoelende indruk maakte. Ze zei: huppakee; dat betekende volgens hem dat ze ťcht dood wilde.

Ik moet zeggen dat ik, totdat ik deze documentaire zag, de bezwaren tegen vrijwillige euthanasie altijd heb weggewuifd. Het leken me uitingen van christelijke farizeeŽrs en / of mensen die gemakkelijk praten hadden over andermans lijden. Maar deze uitzending deed mij van mening veranderen.

Als de docu bedoeld was om propaganda te maken voor de Levenseindekliniek, dan zou deze instelling zijn geld van de documentairemakers moeten terugeisen. Ik moest me telkens voorhouden dat ik niet naar een horrorfilm zat te kijken, maar naar harde realiteit. Die afgestompte rondreizende arts, met zijn weinig innemende uiterlijk, zijn saffie en zijn al te nuchtere commentaar als de daad gedaan was! Als je een acteur had moeten casten voor een Dr. Death of een Engel des Doods in een B-film, dat zou je met deze man geen slechte keus gedaan hebben.

Er werd over de uitzending nagepraat bij de VPRO en later nog bij De Wereld Draait Door. Daar kwamen deskundigen aan het woord die ronduit spraken van ‘moord’. De kern van hun betoog: dit was niet het uit hun lijden verlossen van terminale patiŽnten, maar het netjes en clean opruimen van bejaarden die toch alleen maar lastig zijn en geld kosten.

Ik weet het niet; ik keek volkomen verscheurd naar die uitzendingen. Mijn rationele ik oordeelde dat de waarheid wel ergens in het midden zou liggen, te midden van alle -gogen en  -logen die doorgeleerd hadden voor hun mening. Maar mijn emotionele ik gruwde van die gladde directeur van de Levenseindekliniek, die emotieloos sprak over de betalingen per ‘verrichting’ die zijn organisatie kon beuren.

Ik dacht onderwijl aan een van de laatste rolstoel-ommetjes met mijn moeder, door onze wijk in Leiden, en niet in Leeuwarden. Er kraste in de buurt een kraai of een andere vogel, heel hard, in een soort trochee-metrum: KRAAH, krah, KRAAH, krah, KRAAH, krah.

‘Die vogel vindt het leven een puzzel’, zei mijn moeder.
‘HŤ, hoezo?’ vroeg ik verbaasd; mijn moeder wist me altijd weer te frapperen met haar observaties.
‘Hoor je dat dan niet? Hij zegt steeds: “Puz-zel, puz-zel, puz-zel!”’

Die vogel had zonder meer gelijk. Het leven is een puzzel, dat van een dementerende in het bijzonder, en de beŽindiging van het leven niet in de laatste plaats.

FHM
28 februari 2016


De moeder-verhalen in deze rubriek:

18. INTAKE: MOEDER IN ZIEKENHUIS( 21/01/2010)
36. VIER MAANDEN ZORG: ZWACHTELS EN NAAMSVERKLARING (08/05/2010)
62. WEEKDOOS, ROLLATOR EN DAGOPVANG, UITVINDINGEN TEGEN OUDERDOM (12/01/2011)
94. OUDER WORDEN, OFWEL: 'HET ZIJN ALLEMAAL MENSEN VAN DE DAG' (01/02/2012)
133. 85! MOEDERS VERJAARDAG (17/03/2013)
144.
NOOIT MEER LACHEN; GEVALLEN OVER DE ROLLATOR (09/06/2013)
146.
ZAGEN EN MALEN, MOEDER IN HET WOONZORGCENTRUM (13/10/2013)
156.
DAGBOEK VAN EEN KERSTWEEK: DICTEE EN DINER (29/12/2013) 
173.
TER GELEGENHEID VAN MOEDERDAG (11/05/2014)
181.
'SITUATIES AAN DE RANDEN VAN HET LEVEN'; MISSTANDEN IN VERPLEEGHUIS (16/11/2014)
187.
REPRISE: KERSTDINER(28/12/2014)
189.
IN PLAATS VAN TOESPRAKEN - IN MEMORIAM VOOR MOEDER (01/02/2015)
191.
LEVENSVERHAAL IN FOTO'S; UIT MIJN MOEDERS ALBUM (15/02/2015)
209. 'DE STEEN', TWEE HERDENGKINGSBIJEENKOMSTEN (06/12/2015)

  

VOLGENDE  AFLEVERING: 'LOPEND BUFFET'; DE MYSTERIEUZE HYPALLAGE (06/03/2016)

 

© Frans Mensonides, Leiden, 2016.