Beminde zaterdag (21)
oktober 2017: Op rubberen banden





Zeg eens .... in Veghel.


< < < < < Deel 20 al gelezen? 


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangeen, Deze reeks is geïntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je aan de onderkant van deze webpagina. 

Oktober betekent voor de mooiweerfietser die ik ben: afscheid van de fietszomer en het verwelkomen van de bus in deze treinenrubriek. In de donkere maanden van het jaar rijd ik als vanouds vanaf het station verder op de rubberen wielen van een stads- of streekbus. In deze oktober / novemberaflevering vervult de bus de rol van (losvaste) rode draad.


 

Op beminde zaterdag naar HofwijckAfscheid van een fietszomer: Ermelo‘Herbronning’ in Deurne en Boom -  R-net Alphen a/d Rijn – Gouda krijgt de vaart erin - Naar Veghel: 30.000-plus - Schone-handen archeologieLeiden - Utrecht op een uitrekening -  BlerickBergland-Express - Kaldenkirchen, te mooi om aan voorbij te rijden -  Avond in Oisterwijk - Historische spoorwegdag: reizigerstreinen op de Betuweroute - Verlieslatend: BetuwerouteVia de Betuweroute: niets aantrekken van niet instappen! -  Het Duifje en Immerloo - De Tiendenschuur van GoesMarianentrog: -60 m. NAP- Geen dubbele Axel - Eèrpelkappers / Braakman



Op beminde zaterdag naar Hofwijck


Op de ochtend van 14 oktober pak ik zo’n rubberenbandenbus naar Voorburg (7 oktober slaan we over omdat ik op die dag de 57ste verjaardag vierde van mijn kleine broertje, meld ik voor de mensen die niet graag blijven zitten met witte plekken in een verhaal).

Het is een bijzondere morgen. Zoals ik altijd vermeld in de inleiding van ‘Beminde zaterdag’, is de titel van deze rubriek ontleend aan een regel uit ‘Rust op Hofwijck’ van de diplomaat, musicus en dichter Constantijn Huygens. In dit gedicht uit 1656 beschrijft Huygens hoe hij elke zaterdagmorgen de koets pakt om naar zijn buitenplaats Hofwijck in Voorburg te rijden. Daar vindt hij rust na een hectische week in de slangenkuil aan het hof van de stadhouder in Den Haag, waar hij een hoge functie vervult.

Dat is nou precies wat ik deze zaterdagochtend doe, naar Hofwijck gaan, thans: museum Huygens’ Hofwijck, met de moderne koets-zonder-paarden die zo’n Connexxion- of Arrivabus is. Ik ga erheen voor een speciale vertoning van een documentaire over de reis naar Venetië die Huygens in 1620 maakte als lid van een gezelschap diplomaten.

Een lange en gevaarlijke reis, met de primitieve vervoermiddelen en slechte wegen van die tijd. Zijn reisverslag *) neem ik wel eens ter hand op dagen dat ik de neiging heb om te klagen over NS-gedoe en zo. Je zou je er bijna mee verzoenen, als je leest hoe veel moeite een reis door Europa in de 17e eeuw kostte en welke gevaren een reiziger moest trotseren.

*) C. Huygens, Journaal van de reis naar Venetië, vertaald uit het Frans en ingeleid door F.R.E. Blom  m.m.w. J. Heijdra en T. Snijders-De Leeuw. Amsterdam 2003.

Huygens, toen een jongeman van 23 jaar, haalde ook nog eens extra gevaarlijke capriolen uit: beklimming van de torenspits van Straatsburg, tot boven het punt waar de wenteltrappen ophielden; een adembenemende afdaling van een Alpenpas, op zijn achterste, zoals hij het de gidsen had zien doen.

Twee medewerkers van Hofwijck reisden Huygens na, met een moderne auto, om de plekken te bezoeken waar hij ook had rondgelopen. Deze reis resulteerde in de documentaire, getiteld ‘Met Constantijn Huygens naar Venetië. The Movie’. De film is gemaakt ter gelegenheid van het 375-jarig bestaan van Hofwijck. Tot / met zondag 3 december wordt hij op dins-, woens-, donder-, zater(!)- en zondag van 12:00-17:00 als doorlopende voorstelling vertoond in de keuken van Huygens’ Hofwijck.

Zelf schreef ik over Huygens´ Venetië-reis op mijn site over zijn ´Zedeprinten´ (karakterschetsen). Een andere pagina op die site was gewijd aan de twee dames van wie ik zo brutaal geweest ben om hun pasfoto te fotograferen op Hofwijck. Het zijn Huygens’ twee zusters, links Constance, geportretteerd door Abraham de Vries en rechts Geertruyd, geschilderd door Michiel van Miereveldt.

Deze zussen zijn verantwoordelijk voor de twee meest hilarische stukjes proza uit de Gouden Eeuw die ik ooit gelezen heb. Het zijn hun brieven uit 1622, geschreven aan Constantijn, die ook toen op diplomatieke missie was, deze keer in Engeland.

Hun oudste broer, Maurits, had kennis gekregen aan een rijke Amsterdamse koopmansdochter, Susanna van Baerle, die met haar twee zussen kwam logeren in huize Huygens aan het Voorhout in Den Haag. De hele familie Huygens bemoeide zich met de vrijage en deed er alles aan om indruk te maken op de Amsterdamsen. Ze deden zich veel rijker voor dan ze waren. Desondanks wilde het niet vlotten tussen Susanna en Maurits. Of misschien juist daardoor… Toch zou zij uiteindelijk de schoonzus worden van Geertruyd en Constance. Ze trouwde in 1627; niet met Maurits, maar met Constantijn.

Ja, een verrassende wending, en toch min of meer een happy ending, behalve voor Maurits, dan. Wat doet een liefdesverhaal trouwens op mijn site? Maar voor de ware generalist gaat geen zee te hoog.

Mijn geboortedorp Voorburg is mooi, in de ochtendzon van een herfstdag. Had ik ooit wel oog voor dat soort dingen toen ik zelf nog Voorburgertje was en naar de kleuterschool liep? De foto´s:

Bol bij atelier op de Herenstraat









Archieffoto 2014



Afscheid van een fietszomer: Ermelo

En nog meer foto’s. Deze middag het al aangekondigde afscheid van de fietszomer, en ik neem dat afscheid traditioneel op de Veluwe. Daar is genoeg over gezegd op deze site, dus ik laat het bij de plaatjes, geschoten in de omgeving van Ermelo – met excuses aan de arachnofoben, maar de herfst is nu eenmaal het spinnenseizoen:







Ermelo





De digitale reiziger maakt een foto van huize Oud-Groevenbeek





Klik erop! Landgoed Oud-Groevenbeek




De buurtschap Telgt




Nieuw-Groevenbeek


‘Herbronning’ in Deurne en Boom



De zaterdag daarop was ik in de omgeving van Antwerpen voor mijn weekendse ‘herbronning’, zoals ze in die contreien zeggen. Ik deed stadsdeel Deurne, dat nu eindelijk een tram heeft die de Reuzenpijp in duikt, en forenzendorp Boom, omdat de bus naar Reet net weg was. En schreef over Deurne onder meer:

Sinds 16 september 2017 rijdt tram 10 (Silsburg - Wijnegem) via de Reuzenpijp naar zijn oude route door Deurne. Ik was er op een zonnige oktoberzaterdag.

Opnieuw die trappen af en die gangen door naar premetrostation Astrid. Een paar bedelaars zitten mismoedig op de grond en zijn nog te bedonderd om mensen aan te spreken over leniging van hun financiële nood. Ze houden plastic bekertjes omhoog, zonder veel hoop dat iemand er geld, thee of koffie in giet.

En opnieuw die premetrobeleving van een tram door een tunnel. Bij station Zegel ligt het perron richting Deurne meters dieper onder het straatniveau dan dat richting ’t stad. Dat is wel begrijpelijk, want even voorbij het station slaan we linksaf de ‘nieuwe’ (ook al 36 jaar oude) aftakking naar uitgang Foorplein in en die duikt door onder de sporen van lijn 8 van / naar Stenenbrug.

Dit is geen lang stuk Reuzenpijp. We stijgen vrijwel meteen naar straatniveau en komen boven bij de halte Hof ter Loo, te midden van Deurnes flats.


En ik schreef over Boom:

Ik loop ook hier een klein uur rond. De meeste bewoners van Boom zullen door de weeks wel werken in de kantoormijnen van Brussel, Antwerpen en Mechelen. Hun woonplaats ziet er doorsnee-Vlaams uit, smalle dorpsstraten waar de voorgevels allemaal netjes in het gelid staan, en de achtergevels een bont patroon vormen; woningen met sterk uiteenlopende diepten en met vreemde uitstulpsels.

Boom telt verder enkele grote open vlakten zonder duidelijke functie, die misschien ooit woonwijken waren, of dat nog zullen worden. Op de esplanade langs de brede Rupel begon vroeger een gietijzeren loopbrug naar Nieuw-Willebroek aan de overzijde. Tegenwoordig is er een autobrug en vaart er een pont.

Ook het oorlogsmonument ontbreekt niet in Boom. Het straalt de gebruikelijke pathos uit die ik, na al die tentoonstellingen over WO I en loopgraven die ik de laatste jaren bezocht heb, eindelijk ben gaan begrijpen.

De Feelgoodzaak in de winkelstraat is voorlopig gesloten. Dat moet een even grote teleurstelling zijn als het niet-doorgaan van de cursus Omgaan met teleurstellingen. Je goed voelen kun je hier toch wel, zeker eind september, als het dancefestival TomorrowWorld wordt gehouden op een terreintje aan de rand van de stad. Drie dagen is Boom dan het middelpunt van België.

Die stukken verschenen op een aparte pagina over wijzigingen in het tramnet van Antwerpen, zodat we meteen door kunnen gaan naar alweer de laatste zaterdag in oktober 2017; we razen er met zevenmijlslaarzen doorheen.



R-net Alphen a/d Rijn – Gouda krijgt de vaart erin




Alphen


Die zaterdag, de 27e oktober, koers ik naar het Brabantse Veghel, om redenen die nog uiteen zullen worden gezet (er is op zich ook niet echt iets tegen op Veghel). Op de heenweg pak ik even het Veenlijntje mee, zoals ik het noem, de Abellio-trein Alphen - Gouda. Die ging in december 2016 rijden als opvolger van een NS-Sprinter; ik schreef erover in het mega-artikel over het nieuwe spoorboekje 2017.

Zo langzamerhand gaat dit 18 km lange lijntje door een van de laagstgelegen gedeelten in Nederland toch zijn beloften inlossen. Dat mag ook wel; die beloften dateren van zo ongeveer 1990 en werden niet gedaan door een trein maar een tram. Het verhaal van de RijnGouweLijn is te bekend om nog op te rakelen, maar linken kan geen kwaad, voor degenen die het naadje van de kous erover nog nooit gehoord hebben.

In de eerste plaats zijn nu de perrons klaar voor de twee nieuwe stations die geopend gaan worden. Dat zijn Boskoop Snijdelwijk, gelegen tussen Boskoop Sec en Waddinxveen Noord, en station Waddinxveen Triangel, tussen Waddinxveen Centrum en Gouda. Snijdelwijk wordt as. december in gebruik genomen; Triangel op een nader te bepalen dag in 2018.

Bij dat laatste station-in-wording ligt ten oosten van de spoorbaan het bedrijventerrein Coenecoop. Aan de andere kant is de woonwijk Park Triangel in aanbouw. Opening van het station wacht misschien op de voltooiing van de eerste huizen op de zandvlakte ervoor. Die nieuwe inwoners hebben dan meteen goed OV voor de deur.

Snijdelwijk dateert zo te zien van eind jaren ’70, begin jaren 80. Voor de buurtbewoners zal het even wennen zijn. Ze horen de treinen al een jaar of 40 langs hun huis denderen, maar na nog 50 nachtjes slapen kunnen ze zelf ook instappen.

In 2011, tijdens de laatste stuiptrekkingen van het RijnGouweLijn-plan, werd er op dezelfde plek een lagevloers-tramperronnetje aangelegd dat inmiddels met de grond gelijk is gemaakt. Pure kapitaalvernietiging, 20 jaar discussie over die tram; wat er alleen al over verluld is, en uitgegeven aan rapporten! Dat perronnetje kon er ook nog wel bij.

Een andere belofte, die al op maandag 4 september is ingelost: kwartierdienst. Die wordt echter alleen geboden op weekdagen overdags, en zaterdag kom je er vergeefs voor.

Ik ging daarom al kijken op vrijdagmiddag 8 september, toen het even wat droger werd. Feitelijk is het wagenpark van Abellio niet toereikend voor 4 treinen per uur. Dat bestaat uit 6 FLIRT-treinstellen van 2 bakken. Maar bij een omlooptijd van een uur, hebben ze 4 treinen nodig. Er rijden er dan 2 met 4 bakken en 2 met 2.

De rijtijd was bij halfuurdienst al aan de krappe kant. Maar daar hebben ze iets aan gedaan. Tot voor 4 september stonden treinen een stijf kwartiertje stil op station Alphen a/d Rijn en maar een paar minuten in Gouda. Dat is nu net andersom. De tijden in Alphen zijn een paar minuten opgeschoven, zodat je nu alle aansluitingen van / op NS-treinen haalt: die van en naar Utrecht en ook die van en naar Leiden, zelfs die van de extra spits-pendel-Sprinters Alphen - Leiden. Tussen Leiden en Gouda heb je nu in de spits dus kwartierdienst, met overstap.

De treinen naar Gouda vertrekken om 09 en verder elk kwartier uit Alphen. Op Boskoop kruisen ze op de hele kwartieren hun tegenliggers, en op Waddinxveen Centrum doen ze dat tussen de kwartieren in. Dan moeten ze nog een derde keer kruisen en dat moet dan gebeuren in Gouda, tussen de aansluiting Moordrecht en het station. Ik heb het niet gezien, maar het kan niet anders. De trein naar Alphen neemt die kubusvormige brug, die naar Gouda het noordelijke spoor.

Krapjes wordt het straks als station Snijdelwijk er nog tussen moet. De trein mag maximaal 7,5 minuut doen over het traject Boskoop – Waddinxveen Centrum, met dan 2 stops. Het kan allemaal net. En dan moet voorbij Waddinxveen Centrum straks de stop op station Triangel nog worden ingepast.

Op zaterdagen, zondagen en in de vakanties en avonduren rijdt de trein om het halfuur, en dan ook volgens het nieuwe patroon. Op Gouda staat de trein dan maar liefst 26 minuten stil. Daardoor zijn er voor die halfuursdienst nu 3 treinen nodig, tegen vroeger twee.

Over Waddinxveen Centrum gesproken: het dorp heeft nu echt een stadshart met een HEMA met koffie (je hebt ze mét, in steden en dorpen, en zónder, in dorpjes). Waddinxveen kwam altijd op me over als een wat verwaaid en lichtelijk in het veenmoeras weggezakt oord, meer dan 20 voet onder zeeniveau. Maar het heeft nu een centrum dat er mag wezen, met een bijna grootstedelijke uitstraling. Het inwonertal van Waddinxveen kruipt zo langzamerhand naar de 30.000. Dit stuk veenmoeras is ontgonnen en ook nog bereikbaar met behoorlijk OV, viva de Veenlijn!




Gouda





Waddinxveen Centrum










Veghel: 30.000 plus


Dat alles dus vóór mijn bezoek aan Veghel. Wat zoekt een mens in Veghel, als je er niet persé hoeft te zijn? Ja, dat heb ik me tot dusverre ook altijd afgevraagd; vandaar dat ik er nog nooit geweest ben. Maar zoals een bergbeklimmer tegen de Kilimanjaro op wil klauteren omdat die berg er ís, zo wil ik altijd naar allerlei plaatsen, omdat ze er zíjn.

Ik kan zelfs zeggen, dat ik in mijn huidige leven of het vorige (vóór 1996, toen ik nog niet op Internet zat) alle plaatsen in Nederland met meer dan 30.000 inwoners bezocht en bewandeld heb; een ware kosmopoliet binnen Nederlands enge grenzen! Alle plaatsen >30.000, allemaal, behalve nu net Veghel. Daarhéén, dus!

Tussen haakjes: ik kon dat gemakkelijk nagaan aan de hand van de lijsten in Wikipedia van alle plaatsen in alle gemeenten in alle provincies. Hier die van Groningen, en dan kun je het rijtje af.

Veghel valt sinds 1 januari 2017 onder de gemeente Meierijstad, samen met Sint-Oedenrode, waar ik een jaar geleden voor het eerst was, en Schijndel, dat nog op mijn lijstje staat. Ik ben altijd met een grote boog om de Meierij heengereden, misschien omdat ik die naam op school moest leren en ik het een rare naam vond; werd er veel gemeierd en gezeurd?

30.000-plus, en geen spoorwegstation, dat betekent meestal: snelbusvervoer. Veghel is zowel vanuit ’s-Hertogenbosch als Eindhoven bereikbaar met Volans-snelbussen van Arriva (Volans kennen we van onder andere Oosterhout NB). Op zaterdag rijden ze elk half uur; door de weeks vaker.

In Den Bosch neem ik bus 306 naar Uden, die de 26 km tot Veghel aflegt in 32 minuten. Hij stopt vier keer in Bossche buitenwijken, alvorens bij het Provinciehuis de snelweg op te draaien. Zo te zien en voor zover ik me herinner, volgen we eerst de route die ik vorig jaar had naar Sint-Oedenrode. Die bus sloeg in Schijndel echter af naar de dorpskern, terwijl bus 306 de N617 blijft volgen. De buurtschap De Bus die ik op mijn map-app zie, zou daar überhaupt wel een bus stoppen?

Weinig interesse op deze zaterdag; de passagiers zijn te tellen op de vingers van twee handen. De bus halteert bij abri’s langs de weg, die voorzien zijn van fietsenrekken. Na twee stops bij Schijndel zetten we koers naar Veghel.

Al snel rijden we de uitgestrekte industriewijken van Veghel binnen. De N617 vormt de as van het dorp, en ook hier verlaat de bus die weg niet. Ik stap uit bij het busstation, dat ligt bij het centrum en het gloednieuwe gemeentehuis van Meierijstad. Er is zo’n automatische, digitale stalling voor OV-fietsen; ik wist geeneens dat je die ook had bij busstations in ‘spoorloze’ plaatsen.



 


Schone handen-archeologie



Klik voor ware grootte


Zo, dit is nou Veghel. Voordat ik zo’n onbekende plaats bezoek, zoek ik altijd de must sees op, de musea waar je niet aan voorbij mag gaan en de bezienswaardigheden die beslist op je fotorolletje moeten staan als je in je vaderstad terugkeert. Veronderstel, als je na thuiskomst iets gemist blijkt te hebben!

Maar de geschiedenis van zo’n plaats google ik van te voren meestal helemaal niet op. Die probeer ik op te maken uit de plattegrond en door tijdens de stads- of dorpswandeling goed om me heen te kijken.

Op pad met haastige pas; volgens het KNMI wordt het vanaf 21:00 uur noodweer aan de kust; dan wil ik thuis zijn. Bovendien gaat het volgens de Buienradar om 16:00 in heel Nederland tegelijkertijd regenen.

Wat heeft Veghel zoal? Industrie, zoals ik vanuit de bus al zag. Industrie die met de landbouw te maken heeft; veel silo-achtige, mengvoederachtige gebouwen aan de einder. Geen stadswallen, singels, vestingwerken of restanten daarvan; nooit stadsrechten verkregen. Wel een enigszins stadse allure: ergo: streekcentrum. Talloze statige gebouwen uit de 19e eeuw: Veghel is vast en zeker pas echt tot bloei gekomen na aanleg van de Zuid-Willemsvaart en het Duitse Lijntje naar Wesel, waaraan het dorp ooit lag.  

Spoorverleden blijkt al uit de plattegrond, waarop een Stationsweg en een Parallelweg Zuid prijken. En even buiten het centrum zal ik de oude, gietijzeren spoorbrug zien waarover de treinen Veghel binnenstoomden; 7 per dag per richting, anno 1911, volgens het onvolprezen Stationsweb



Een van de wegen in Veghel heet De Corridor. Hier is dus fel gevochten in september 1944. De geallieerden sloegen een lange, smalle bres in Brabant van waaruit ze de maanden daarop geheel Zuid-Nederland van de Duitsers wisten te zuiveren. De naam Corridor raakte snel ingeburgerd. En wie er woonde, was eerder bevrijd dan zijn landgenoten.

Het monument voor de 101e Airborne Divisie van Canada houdt de herinnering levend aan de strijd. De Canadezen hadden hun hoofdkwartier in een villa aan de rand van Veghels centrum. Die doopten ze Villa Klondike, naar de gouddelversstad in hun vaderland. Tegenwoordig zit er een notariskantoor in.

Mijn beeld van de geschiedenis van Veghel, al lopend vergaard, klopt behoorlijk, als ik het later nasla. Een aardige sport. Ik noem deze manier van wandelen: schone handen en schone schoenen- archeologie. Je hoeft er niet voor in de grond te graven, alleen maar te kijken.

En de must sees? Over het museum, gewijd aan industrieel erfgoed, kan ik kort zijn; het sluit op zaterdag zijn poorten al op het noenuur. Ik had in het holst van de nacht moeten vertrekken om het te kunnen bezoeken. Verder vind ik alle monumenten, behalve het tramstation uit 1909 in de Sluisstraat. Ofwel ik kijk niet goed uit mijn doppen, of het is gesloopt en stond waar nu een met onkruid overwoekerde zandvlakte is.

Overal staan bladkorven langs de weg, ijzeren manden waarin je de bladeren kunt deponeren die ook in Veghel de afgelopen weken in groten getale naar beneden zijn gedwarreld. Die bladkorven zijn, volgens een mededeling van gemeente Meierijstad, alleen bestemd voor bladeren. ‘Het is dus geen afvalbak voor bijvoorbeeld snoeihout. Als we ander afval dan bladeren aantreffen, verwijdert de gemeente de korf. Wij hopen dat het zover niet hoeft te komen’. Vind ik ook, Ordnung muss sein en nieuwe gemeentes vegen al even schoon als nieuwe bezems. ‘En dan moeten de goeden helaas onder de kwaden lijden’ verwachtte ik eigenlijk nog als slotwoord.

Richting centrum voor een late lunch. Het statige marktplein verkeert in renovatie. Het moderne winkelhart, met nieuwbouw van rond het jaar 2000, is gegroepeerd rond een intens lullig pleintje, zo’n plein dat niemand diagonaal wil oversteken. Ik probeer er een 360-graden panorama van te schieten, twee maal 180 graden en dat dan aan elkaar plakken, maar het wil niet erg lukken.


Straks regen dus, en de evangeliste in een hoek van het plein wijst al profetisch naar waar dat allemaal vandaan gaat komen. De vraag die zij verder oproept, daar kun je beter maar niet over discussiëren; daar kom je nooit uit. De schepping van het leven, zij heeft er evenmin bijgestaan als ik. Ja, bij mensen komt er in ieder geval mannetje en vrouwtje aan te pas, op het pleintje uitgebeeld in een standbeeld.



Vandaag over een week, op mijn verjaardag en die van deze site, vindt in Veghel Het Grote Foto Ophangfeest plaats. Het horeca-aanbod is hier nogal muzikaal, met een restaurant dat Suki Yaki heet (een Japans liedje dat in 1963 een wereldhit werd) en een café Abbey Road (een langspeelplaat uit 1969 van een indertijd redelijk bekende band uit Liverpool, genaamd The Beatles). Iets minder wervend vind ik de naam ‘TEVENS HORECA MOGELIJK’. Het is wel mogelijk, maar zit er nog niet in; het pand staat leeg.

Ik kies uiteindelijk voor Het Belegh van Veghel. Geen Hollander-alert hier, zoals in Sint-Oedenrode; zelfs Hollanders worden hier gedoogd, zolang ze geen al te rare dingen doen en netjes het gelag betalen. Het neemt me toch nog voor Veghel in; vaak is de horeca bepalend.

Het loopt tegen vieren en ik pak bus 305, de sneldienst Oss – Eindhoven. Nog maar net zit ik in de bus of de regen kletst tegen de ramen. De Buienradar was vandaag opvallend nauwkeurig. Maar het is wel merkwaardig dat het volgens die site momenteel in geheel Brabant droog is.

We gaan non-stop naar Eindhoven, waar de bus vóór het station alleen nog stopt bij de Universiteit.

Zo, alle Nederlandse plaatsen >30.000 inwoners heb ik nu gehad, nog net aan het eind van de 21ste jaargang van De digitale reiziger. Wat is nu de grootste plaats, die ik in de 22ste beslist moet bezoeken? Dat is Blerick bij Venlo (27.000 zieltjes).

Het is daar niet pluis. De kogels fluiten je zo ongeveer om de oren, als ik berichten in de media mag geloven. De liquidaties zijn niet van de lucht, drugshandel is het voornaamste middel van bestaan, preventief fouilleren heel normaal, het is één groot no go area en journalisten worden er in elkaar geslagen.

Misschien ga ik er toch wel naartoe. Al was het alleen maar omdat het er ís.

Frans Mensonides
12 november 2017
Er geweest: zaterdag 28 oktober 2017

 


Villa Klondike


Leiden - Utrecht op een uitrekening

Woerden (archieffoto winter 2017)

Het wordt de volgende zaterdag toch Blerick. In de praktijk vallen verhalen over getto´s en no go areas meestal erg mee. Neem die keer in Gouda, die wijk waar in 2008 Connexxion-chauffeurs niet meer doorheen durfden te rijden met hun stadsbus. Ik zag er niets bijzonders, toen ik me in dat hol van de leeuw gewaagd had.

Ik begin op station Leiden Lammenschans en stap in Utrecht over op de IC naar Venlo, althans dat is het plan. Een gelegenheid om iets te schrijven over de spoorverbinding Leiden - Utrecht. Vorige week verschenen er stukken in de media (die ik nu niet meer kan vinden)  waaruit blijkt dat ze de spoorcapaciteit tussen deze twee universiteitssteden eindelijk gaan uitbreiden, om meer treinen te kunnen laten rijden.

Het zal tijd worden, na minstens 30 jaar discussie. Maar helaas moet zoiets onder het zoveelste asfaltkabinet toch weer op een uitrekening.

Op dit moment bestaat het spoor tussen Leiden en Woerden uit een bonte afwisseling van enkel- en dubbelsporige trajecten. Dubbelspoor ligt er in Leiden totaan de sproowegovergang Telderskade, in Zoeterwoude tussen het Kanaal en Heineken, op de stations Alphen a/d Rijn en Bodegraven, en in Woerden vanaf de fly-over.



De Sprinter Leiden - Alphen moet wachten op de tegemoetkomende IC.
 


Er rijdt elk half uur een Intercity tussen Leiden en Utrecht, die zo mag heten omdat hij vanaf Woerden alle tussenstations overslaat. Die IC wordt in de spits elk halfuur aangevuld met een Sprinter Leiden – Alphen (hierboven gefotografeerd vanaf de Jan Wolkersstraat  in Leiden). 

Het plan is nu, de IC alleen nog maar te laten stoppen in Alphen. Dan ben je vanuit Leiden lekker snel in Utrecht; de reistijd moet teruggebracht kunnen worden van 46 minuten tot een minuut of 38, schat ik. Daarnaast komen er dan Sprinters die stoppen op alle stations die nu door de IC worden aangedaan, plus het nieuwe station Hazerswoude, waarnaar ze in Hazerswoude-Rijndijk, Hazerswoude Dorp en Koudekerk a/d Rijn ook al zo’n jaar of 30 hunkeren.

Nu zou je hopen, dat ze deze lijn eindelijk eens geheel of in ieder geval grotendeels dubbelsporig maken. Maar nee. De rekenmeesters verwachten, dat het voldoende is om een passeerspoortje aan te leggen bij het nieuwe station Hazerswoude, en idemdito ten oosten van Bodegraven.

Dat past dan allemaal net. Het gaat wel ten koste van Zoeterwoude-Rijndijk, dat naar zijn station kan fluiten. Ook de bediening van Lammenschans - door de weeks altijd zeer druk met leergierigen van het prestigieuze opleidingscentrum – gaat er in de spits op achteruit: van 4 naar 2 treinen per richting per uur.

En of het allemaal doorgaat, is ook nog maar afwachten.

 

Leiden Lammenschans, in de schaduw van het ROC-gebouw (archieffoto 2011)

 

Blerick


Als ik aankom op Utrecht Centraal, hoor ik dat er een stremming is bij Helmond in verband met een ‘springer’. Een rechtstreekse rit naar Blerick behoort dus niet tot de mogelijkheden. Ik reis om via Nijmegen en neem daar het Maaslijntje van Arriva; Daarmee kom je er ook. In Nijmegen moet ik nog doorstappen om mijn aansluiting te halen, trap af, trap op, helemaal naar de andere kant van het station in 6 minuten, inclusief overchippen.

Station Blerick is een overstapunt van de de IC’s van NS op de stoptreinen van Arriva. Ik ben er inderdaad eens een keer overgestapt maar heb nog nooit een voet gezet in Blerick zelf.

Dat gaan we er vandaag op wagen, verhalen over drugsoorlogen, liquidaties en molestaties te spijt. Ja, van de week is er nog een appartement ontploft. Maar dat had niets te maken met de algehele verloedering die heerst in dit Sodom en Gomorra. Het kwam doordat de bewoner zijn sigarettenaansteker wilde bijvullen en daarbij iets doms deed met het gasflesje.

Beneden begint het al goed; ik stuit bij de uitgang van het station meteen al op een samenscholing van 5 jongeren. Zij laten me onbelemmerd passeren - en het is tevens de laatste samenscholing die ik vanmiddag zal zien. Ik ben vergeten, uit te checken, maar durf nu niet meer terug.

Blerick houdt het midden tussen een dorp en een stadswijk. Daarmee heb ik het verdriet van Blerick genoemd. Het was namelijk ooit een zelfstandig dorp, maar werd ingelijfd bij de overbuur Venlo, aan de overkant van de Maas.

En dat terwijl Blerick bijna de hele 18e eeuw zelfs in een ander land lag dan Venlo. Na de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) kwam het dorp in Pruisische handen, terwijl Venlo Nederlands bleef. Dat duurde tot Napoleon.

Gedurende de eerste 4 decennia van de 20ste eeuw deed Venlo vele pogingen, het dorp in te nemen, alle vergeefs. 1940 werd het rampjaar voor Blerick; Venlo veroverde het, kort nadat de Duitsers dat met Nederland gedaan hadden. Als je de geschiedenis van Blerick naslaat, kun je wel enigszins begrijpen dat de lontjes hier kort zijn en de pistolen los in de zak zitten.

Het is ook een beetje apart dorp qua aankleding van de straten. Er staan hier heel veel opmerkelijke beelden: Henry Moores met gaten en allerlei groteske sculpturen, onder meer van niet-bestaande beesten. En van Wiel Aerts (1882-1970). Die schreef onder de naam Bestevader over Blericks verleden. Hij was verder acteur en zanger – en sigarenroker.


Klik en huiver!

Echt mooi is Blerick niet. Huize Sur Meuse is in monumentaal opzicht een vlag op een modderschuit. Het dateert uit de tijd van de Successieoorlog en is opgericht nadat een voorganger was platgebrand. Het was (een knap ruim) veerhuis, logement, halteplaats voor schuiten, nog een poosje brouwerij en is tegenwoordig restaurant.


Er lopen vanmiddag veel carnavalesk aangeklede types rond in Blerick en trouwens in het hele zuiden. Dat komt: het is deze zaterdag de elfde van de elfde. In het zuiden is dat de dag dat de nieuwe Prins
Carnaval gekozen wordt. In het noorden vieren ze deze dag Sint Maarten, en ik zelf herdenk altijd het feit dat ik op 11/11 van school gegaan ben, zonder diploma, maar met een hele toekomst voor me. Het is nu 43 jaar geleden.

Ze hebben iets sneus over zich, al die verregende carnavalsvierders, zolang ze nog niet bezopen zijn. Op hun sombere gezichten staat te lezen: elf/elf, we MOETEN weer, het is een dure plicht. En nou is het nog van dat druilerige weer, ook! Carnaval wordt pas leuk na je 15e biertje, denk ik.

Grappige kleine stadsbusjes rijden er rond in Venlo; busjes met 28 zitplaatsen en elektrische aandrijving. Ze zijn zo goed als geruisloos. Lijn 1, die een lus rijdt door Blerick, heeft het Duitse Kaldenkirchen als eindbestemming. Zeldzaam, grensoverschrijdende stadsbussen, maar niet uniek; van Aachen rijdt er een naar Vaals, en van Bocholt een naar Dinxperlo. Van Bocholt gaat er in december nog een rijden: naar Aalten.

Na 19:00 uur heten die busjes in Venlo ineens Avondvlinders. Je kunt dan elk half uur instappen bij het station en dan zetten ze alle reizigers af waar ze willen wezen. Moet je van huis naar het station, dan kun je een Lijntaxi bellen.

In Leiden kicken een hele hoop mensen op kleine, heel kleine, heel erg kleine busjes. Maar die zijn na decennia van discussie over de toekomst van het busvervoer nog steeds niet ingevoerd. Ik hoor er niets meer over, evenmin als over het in gebruik nemen van het Hooigracht – Langegracht-tracé als voornaamste busroute, in plaats van de Breestraat. De verplaatsing van het busstation naar de achterzijde (LUMC-zijde, ‘zeezijde’) van Leiden Centraal ging eerder dit jaar niet door. En hoe het nu dan wél moet met dat busstation?

Met de laatste kwestie meende niemand anders dan de wereldberoemde muziekmaker Armin van Buuren zich te moeten bemoeien. Ik heb dat niet gedaan; ik bemoei me al in geen jaren meer met de Leidse dorpspolitiek t.a.v. de bus. De plannen zijn meestal bar-slecht, maar het goede nieuws is dat er nooit één doorgaat.

Hier in Blerick loop ik nu de wijk Vastenavondkamp in, die het epicentrum heet te zijn van de ongeregeldheden en schermutselingen. Daar ziet het beslist niet naar uit. Een doorsneewijk; nu ik dit typ, ben ik al lang vergeten, hoe hij eruit zag, zo gewoontjes. Alleen de aankondigingen in het Nederlands en Duits van camerabewaking bewijzen dat hier iets gebeurd is. Maar sinds die camera’s er hangen, gebeurt er uiteraard verder niets meer. Niets te zien in Vastenavondkamp, behalve camera’s die alles zien.

Ik loop nog een stukje verder deze helleput in; ik wil geloof ik persé neergeschoten worden. Ten slotte stap ik maar in lijn 80 die van Deurne via Venray en Horst naar Venlo rijdt, met een chauffeur die zijn bus blijkbaar door deze wijk durft te sturen.

 

 

 

Bergland-Express

Kaldenkirchen, daar zeg ik zo wat. Het Duitse grensplaatsje markeert een memorabele dag in mijn leven, net zo memorabel als de laatste schooldag op 11/11. Kaldenkirchen was namelijk het eerste stuk buitenland dat ik ooit met eigen ogen zag. Dat was op vrijdag 24 juli 1970; al de belangrijke data in mijn leven heb ik onthouden.

Het was tegen de avond. Wij: mijn moeder, broertje Sjoerd en ik, zaten in de Bergland Express, de nachttrein helemaal naar Innsbruck en Bolzano, en het was Sjoerds en mijn eerste buitenlandse reis. Moeder had bij de Nederlandse Reisvereniging (NRV) een tiendaagse groepsreis geboekt naar Steinach am Brenner in Tirol.

Zo tegen zes uur stapten we in op Den Haag Staatsspoor. Den Haag SS was een toen een vervallen station vol vergane glorie, dat stond te reikhalzen naar de sloopkogel; Den Haag Centraal zou ervoor in de plaats komen.

Na stops in Utrecht, Eindhoven en Venlo verlieten we in de schemering het land. We weken niet van het venster, Sjoerd en ik. Enthousiast riepen we: ‘Ja, ja, nu zijn we zijn de grens over; nu zijn we in het buitenland, ik zag een bord met een tekst in het Duits, ja, nu komen we langs een Duits station’. Dat station was Kaldenkirchen.

Tegenwoordig zitten kinderen al in de reiswieg in het vliegtuig en gaan ze naar China met kennismakingsweek in de brugklas. Maar ik had dertien en driekwart jaar moeten wachten op mijn eerste grensoverschrijding. Daardoor heb ik altijd een fascinatie en ontzag gehouden voor rijksgrenzen.

En grenzen waren nog grenzen in ’70. Dat klopt helemaal niet, wat ik zeg. Tijdens die hele vakantie zagen we bijna geen douane, laat staan dat iemand ons vroeg of we iets aan te geven hadden. Mijn moeder heeft maar EEN keer haar paspoort (waarin wij bijgeschreven waren) tevoorschijn hoeven te halen. Dat was aan de Oostenrijks-Italiaanse grens, tijdens een dagtocht per touringcar naar de Dolomieten. En die Italiaanse douanier keek er niet eens in; hij wilde alleen maar zien dat we een paspoort bij ons hadden.


Kaldenkirchen, te mooi om aan voorbij te rijden


Ik pak dus om nostalgische redenen de trein naar Hamm, om diezelfde grensoverschrijding nog eens mee te maken. Die trein vertrekt elk uur uit Venlo en neemt dan aansluiting op de IC uit de richting Eindhoven, als je hard rent. Alle exprestreinen hebben namen in Duitsland, en deze heet Maas-Wupper-Express.  In 2,5 uur rijdt hij naar Hamm, via o.a Viersen, Mönchengladbach, Düsseldorf, Wuppertal, Hagen en Unna. Ik had deze trein tot Viersen, toen ik de kerstmarkt van Krefeld deed, en we hadden hem ook die keer dat we helemaal in Hagen belandden.

Het is een drukbezette trein, althans zo halverwege deze novemberzaterdagmiddag. Het ritje van 5 km duurt ongeveer evenzovele minuten.

Ik moet zeggen dat de aanblik van station Kaldenkirchen vandaag in ´17 minder ontroering bij me teweeg brengt dan toen in ´70. Een mens wordt blase bij het klimmen van de jaren. Ik klauter uit de trein naar een laag perronnetje en loop door duistere catacomben naar de uitgang, gevolgd door de enige andere passagier die de Maas-Wupper-Express al bij de eerste tussenstop wilde verlaten.

Het oude stationsgebouw ligt ingeklemd tussen de sporen voor reizigerstreinen rechts op de foto en die voor goederentreinen links. Ik wandel richting het centrum van Kaldenkirchen, over zo’n Duits gecombineerd stoep-fietspad. Het fietsgedeelte is roze, smal en nogal kronkelig; wielrijders moeten om bomen heen slalommen.


Het hart van Kaldenkirchen is een aangename verrassing, zeker na Blerick.
Het plaatsje in de gemeente Nettetal is opvallend fotografeerbaar. Huizen zijn hier statig, maar toch fleurig en kleurig. Een mooi, verstild dorp. Vrijwel alle winkels dicht; in kleinere Duitse plaatsen is het zaterdag om 14:00 meestal wel bekeken met het winkelen.

De Imbissstube (inbijtlokaal) heet Zur Holländerin. Als je in de Duitse grensstreek patat aan de man wilt brengen, moet je er een NL-tintje aan geven. Maar hij is gesloten; de Hollandse heeft geen zin in deze zaterdagmiddag.

Ook hier een standbeeld van een sigarenman;  Kaldenkirchen was ooit bekend om zijn sigarenfabriek. Tegenwoordig is het dat vooral om zijn boomkwekerijen.

De naam Kaldenkirchen betekent: onvoltooide kerk. Koudekerk aan den Rijn, waar ik vanmorgen langs kwam, is echter genoemd naar een verlaten kerk. En de kerk in Koudekerke in Zeeland, daar zijn sommige geleerden het over eens  met sommige anderen, in die kerk was het gewoon erg fris. Bij de parochiekerk van Kaldenkirchen hangen rouwkaartjes met namen van gemeenteleden die ‘naar de eeuwigheid zijn geroepen.’

Ik zie hier haltes genoeg van Duitse bussen, maar niet van de Venlose lijn 1. Die stopt maar drie maal in Kaldenkirchen: bij het zwembad, op de Frankstrasse en op de Markt. De laatste bushalte weet ik uiteindelijk te vinden, en ik neem de bus van 16:22.

Een paar straten verder lopen twee vreemd uitgedoste deernen. De chauffeur wenkt ze. Ze reiken hem iets aan door het raampje, waarbij van beide zijden opgewonden gekir klinkt. Ik heb geen idee wat het te betekenen heeft, maar het zou iets te maken kunnen hebben met de elfde van de elfde.

Op de grens staat een oud douanekantoor met in grote letters GRENS erop; hier zie je tenminste nog waar de grens is.

Deze bus gaat niet via de kortste weg terug naar Venlo, maar maakt een ommetje via Tegelen dat ook tot de gemeente Venlo behoort. Onder Veolia reed lijn 1 slechts het traject Tegelen – Blerick; het  internationale trajectgedeelte kwam erbij toen Arriva de concessie Limburg overnam, De rit, verder door Venlose buitenwijken, is saai en duurt eeuwig, maar uiteindelijk komt toch station Venlo tevoorschijn uit de avondnevel.

 

Avond in Oisterwijk

De avondfoto komt uit Oisterwijk (‘Oosterwijk’), waar ik nog een aardig eetcafé weet. Ik ben hier verzeild geraakt doordat op de terugreis opnieuw een kink in de kabel was gekomen. De IC Eindhoven – Den Haag viel zonder opgaaf van redenen uit, en ik pakte de Sprinter naar Tilburg. Bij Cultureel Centrum Tiliander in Oisterwijk vindt in de open lucht een zeer luidruchtig trommelslagersfestival plaats, vast ook ter ere van die elfde van de elfde dat ik hier geweest ben.

Frans Mensonides
26 november 2017
Er geweest: 11/11, zoals gezegd.

 

 

 


Historische spoorwegdag: reizigerstreinen op de Betuweroute

Ook de 18e ben ik op pad geweest voor deze rubriek. Maar dat was een betrekkelijk gewone zaterdag, terwijl de daaropvolgende, 25 november 2017, een historische dag was in de vaderlandse spoorweggeschiedenis. Ik durf wel te beweren dat hij bijna net zo historisch was als 20 september 1839, toen die geschiedenis begon. Daarom houd je het verhaal van de 18e tegoed en doen we nu eerst die gedenkwaardige 25e.

Wat is er namelijk aan de hand? Voor het eerst vindt er dit weekend personenvervoer plaats op de Betuweroute, de 160 km lange goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Zevenaar. Niet over het hele traject, maar over ruim een kwart van de verbinding: tussen Geldermalsen en Elst.

Er is een stremming wegens werkzaamheden op het traject Utrecht - Arnhem, niet voor het eerst, de laatste tijd. De ICE Amsterdam – Keulen en verder wordt dan meestal omgeleid via Eindhoven en Venlo, maar met ingang van dit weekend dus via de Betuweroute. Hij kiest dan na Utrecht Centraal het spoor naar ´s-Hertogenbosch om dat bij Meteren, even voorbij station Geldermalsen, te verlaten voor de Betuweroute. Die volgt hij tot de buurtschap Reeth – die nou eenmaal zo heet – waarna hij even voor station Elst aantakt  op de spoorbaan Nijmegen - Arnhem.

Er is de afgelopen dagen veel over geschreven op fora voor railhobbyisten, waartoe ik me vandaag bij wijze van uitzondering ga rekenen. De belangstelling voor deze historische ritten (14 per dag in getal, de ICE rijdt 7 keer per dag per richting) zal wel overweldigend zijn. Die van gewone reizigers wat minder, denk ik; het is toch weer een ruim halfuur extra op de verbinding naar Keulen die toch al niet  supersnel is.

Voor binnenlandse ritten met de ICE betalen normale stervelingen 2,40 toeslag, en o.a. houders van een Weekend Vrij, zoals ik, niets.

Ik besluit, de ICE al in Amsterdam op te pakken – dan zit je er maar in – en een klassenwissel 2 – 1 te kopen; de eerste klas is vast veel minder druk. Zo’n klassenwissel heette tot voor kort nog een upgrade; het lijkt wel of het gebruik van Nederlandse uitdrukkingen hand over hand toeneemt in Nederland. Waar moet dat heen?

In ieder geval naar station Leiden Centraal, op deze zaterdagmorgen. De bussen volgen ook een omleidingsroute; nl. de 3 oktoberroute, hoewel het geen 3 oktober is. En de stationshal blijkt vergeven van de politie en de geelgejaste handhavers. Er staat iets op stapel; wat is er aan de hand? Oh ja, het schiet me te binnen. De intocht van Sinterklaas begint straks; de ME zal ook wel ergens tot de tanden gewapend paraat staan.

Bij Sloterdijk besteed ik een paar losse gedachten aan Haven Stad, de nieuwe stadswijk die de komende 2, 3 decennia uit de grond gestampt zal worden (zie het gelinkte artikel). Haven Stad zal qua oppervlakte even groot worden als de grachtengordel en 40.000 tot 70.000 woningen gaan tellen.

Er wordt een wijk ter grootte van Haarlem bij Amsterdam aangebouwd, met 100.000 à 150.000 nieuwe inwoners, die straks allemaal luidkeels gaan klagen over drukte, files, Amsterdammers en toeristen. Dat alles om Amsterdam te laten oprukken naar de miljoen inwoners, en het platteland van Nederland nog verder te ontvolken. Wat voor zin heeft dat?

Zo’n wijk vraagt om grootschaliger OV-oplossingen dan dat overbelaste trammetje naar IJburg. Er gaat een metro komen. Laten ze dan nu meteen maar beginnen met de aanleg, dan is hij in 2040 wel klaar, als het in hetzelfde tempo gaat als de Noord/Zuidlijn.

Hopelijk is er over dit alles beter nagedacht dan over de Betuweroute.

Amsterdam Centraal

 

Verlieslatend: Betuweroute

Die Betuweroute, aangelegd in de periode 1997-2007, kostte meer dan 10 miljard gulden (4,7 miljard euro), wat 300% duurder was dan oorspronkelijk geraamd. Het is daarmee het duurste, al dan niet nuttige, infrastructuurproject uit de Nederlandse geschiedenis.

Hij wordt ook wel eens verward met de Betuwelijn, maar die naam werd al heel lang gedragen door de spoorlijn Dordrecht – Gorinchem - Geldermalsen – Elst – (Arnhem / Nijmegen). Daarover worden al sinds de jaren 80 van de 19e eeuw reizigers vervoerd; tegenwoordig met overstappen in Geldermalen en Tiel.

In den beginne reden er nauwelijks treinen over de Betuwelijn. De laatste jaren is het vervoer wel aangetrokken, maar de exploitatie is nog steeds zwaar verlieslatend. Prognoses van met metrofrequentie af en aan rijdende cargotreinen zijn nooit uitgekomen. Er rijden er nu wel zo’n 40 per dag per richting, toch niet helemaal niks.

Maar die zaterdag in 2016 dat wij van De digitale reiziger een goederentreinenspotter stonden te spotten bij Pernis, vertelde die man, dat er al uren niets meer was langsgekomen. Zodra wij er stonden, werd ineens die metrofrequentie toch nog waargemaakt; vier achter elkaar.

Ik heb me al eens afgevraagd waarom er over de Betuweroute geen personenvervoer plaatsvond, bijvoorbeeld naar de spoorloze groeigemeenten Hendrik-Ido-Ambacht en Papendrecht. Maar daar is de lijn nooit op ingericht. Voor de omleiding van de ICE’s dit weekend hebben diverse aanpassingen moeten plaatsvinden. En reizigersvervoer is dan nog alleen mogelijk bij de gratie van het feit dat er zich op het trajectgedeelte Geldermalsen – Elst geen tunnels bevinden. Die zijn te gevaarlijk,  gezien de noodzaak tot evacuatie van honderden passagiers bij calamiteiten.

Het idee voor de ICE-omleiding via de Betuweroute is, zo las ik ergens, afkomstig van de onafhankelijk spooradviseur Arco Sierts, die ik nog ken uit ROVER, van heel lang geleden. Binnenlandse IC’s kunnen helaas niet op dezelfde manier omgeleid worden, om technische redenen waarvan Arco meer begrijpt dan ik. Er rijden dit weekend daarom ook vervangende bussen tussen Utrecht en Arnhem.

 

Via de Betuweroute: niets aantrekken van niet instappen!

De digitale reiziger fotografeert het opstelspoor bij Valburg


De ICE´s vertrekken een half uur eerder uit Amsterdam dan normaal, en komen ook een half uur later aan uit Duitsland. Dat laatste zie ik gebeuren als ik zo rond 11:55 het perron op kom. Hij moet 12:02 alweer vertrekken en heeft vandaag dus een bijzonder korte keertijd.

De ICE heeft een reserveringssysteem met digitale displaytjes boven de banken. Bij de meeste stoelen zijn die schermpjes uit, ten teken dat je er zomaar kunt gaan zitten.

Het is ook in de eerste klas gezellig druk. Geheel overeenkomstig mijn verwachting zijn er weinig internationale toeristen met rolkoffers, en veel grijze, seniore, solitaire mannen als ikzelf, tien tegen één hobbyisten, hakend naar een historische ervaring waarover lang zal worden nagepraat. Voor me zitten twee heren, die echt naar Keulen willen en die die rit over de Betuweroute alleen maar zien als tijdverlies.

Na vertrek komt een ober in kostuum van de Bord Bistro bestellingen opnemen. Dat is nog eens andere koek dan een werkstudent met railcatering om zijn buik! Ergens tussen Amsterdam en Utrecht wordt omgeroepen dat er een stroomstoring is … (nee, toch!!) … in de keuken van de trein (opluchting). Er kunnen alleen koude snacks worden besteld. Helaas geen warm bord in de Bord-bistro. ‘Verzin woordspeling met bord’, staat in mijn aantekeningen, maar ik weet niets beters te bedenken dan de armetierige vorige zin.

In Utrecht stappen ook voornamelijk railhobbymannen in. Ik heb me afgevraagd hoe vlotjes de reis over de Betuweroute zou verlopen. Maar de klad komt er al lang voor die tijd in. Bij Houten Castellum komen we al tot stilstand. Wegens een rood sein, wordt omgeroepen, en dat sein blijft een kwartier lang rood. ‘Snotverdorie’, zegt een van de twee mannen die naar Keulen willen, ben je een uur onderweg en zit je pas in Houten!’ ‘Volgende keer pakken we het vliegtuig wel’, antwoordt de ander.

Uit balorigheid ga ik van alles zitten googelen op mijn smartphone. Waaronder de NS-reisplanner.  Daar staat de verbinding Amsterdam – Arnhem, waarvan ik nu al een uur lang gebruik maak, keurig netjes in, 1:34 uur rijtijd, 0 overstappen en 2,40 euro toeslag. Als ik op deze reis klik, en daarna op een tekst in kleine rode lettertjes over de treinstremming, en daarna helemaal naar beneden doorscrol, lees ik dat alleen reizigers met een internationaal biljet van deze trein gebruik mogen maken.

Dat is niet omgeroepen op het perron of in de trein en stond verder ook nergens vermeld. Ik zit hier dus helemaal illegaal, maar ik wist het niet, en kan nu niet meer terug. Komt er een conducteur – wat ik niet verwacht in een omgeleide en vertraagde trein – dan doe ik wel of ik gek ben.


Nou, we rijden weer, zij het aarzelend, sukkelen door Culemborg en Geldermalsen heen en slaan bij Meteren af naar de Betuwelijn. Nu gaat het dat toch echt gebeuren! In de verte zien we een goederentrein wegrijden, richting Rotterdam, waar die spotter zijn scooter vanmiddag vast ook weer geparkeerd heeft langs de Vondelingenweg.

Opwinding maakt zich meester van de mannen in de coupé die ik verdacht van railhobbyisme. Zij trekken hun camera en richten die naar buiten.

Ik ook. Voor het eerst sinds lang zie ik in Nederland iets nieuws vanuit een trein. De kerkspits van Zoelen, plus het autoriool A15 waaraan de Betuweroute over een grote afstand parallel is aangelegd.

Maar al snel merk ik dat de Betuweroute zelf moeilijk te fotograferen valt door de – niet al te schone – ruiten van de ICE. Daarvoor had ik beter ergens langs de baan kunnen gaan staan, waar de je de ware spotters en treinliefhebbers altijd kunt vinden.

We gaan even hard als de auto’s op de A15. De snelheidsmeter-app op mijn telefoon geeft zo tussen 120 en 125 km per uur aan.

Bij het plaatsje Valburg ten westen van Elst zou in de oorspronkelijke plannen een grote overslagplaats komen voor goederentreinen, -schepen en vrachtwagens. Dat is niet doorgegaan. Maar er is hier wel een rangeerterrein, met weinig treinen erop. En er komt in de toekomst toch nog een goederenoverslag, na goed overleg met de omwonenden.

De rit over de Betuweroute eindigt bij Reeth. Toen ik laatst in België de bus naar Reet miste (zie een heel stuk hierboven), wist ik nog niet dat er in Nederland een Reeth bestond.

Via Elst arriveren we met 10 minuten vertraging op Arnhem Centraal. Daar bezoek ik in de stationshal een ‘Huiskamer’, annex VVV, annex reisinformatiecentrum, waar je ook nog broodjes en koffie kunt kopen. Warme koffie; geen stroomstoring in de keuken, hier.

Wat doe ik nou de rest van de middag? Niet de trein terugnemen naar Utrecht; die Betuweroute heb ik wel gezien. Ik denk dat ik een trolleybus pak naar Het Duifje, het enige trolley-eindpunt waar ik nog nooit eerder geweest ben. Nu kan het nog. Over een paar jaar zal de trolleybus wel vervangen worden door accu-bussen die nu overal in Nederland oprukken.


Nu hoor ik de ICE van 14:29 naar Amsterdam omgeroepen worden. Deze keer zeggen ze er wel bij dat alleen reizigers met een internationaal vervoersbewijs er gebruik van mogen maken. Nieuwgierig begeef ik me naar het perron; er mag dus niemand instappen in Arnhem, maar als dat nou toch gebeurt??

Langs spoor 7 staan al vele railmannen gereed. ‘Ha, ha, ha, een internationaal biljet voor een ritje Arnhem-Utrecht, ja, welzeker!’, zegt er een.

Er staat zelfs een heel reisgezelschap, een groepje van een man of 6. Bij mijn nadering maakt een van hen zich eruit los en loopt op me af om me de hand te schudden. ‘Dat is een tijd geleden!’ Zo lang geleden, dat ik geen idee heb wie hij is.

Maar hij blijkt niemand anders dan Arco, over wie ik het daarnet nog had. Hij bevestigt dat hij het bedacht heeft, die omleiding over de Betuweroute. Ze zaten daarnet in dezelfde trein als ik.

Hij verwijst verder mijn trolleyverhaal naar het rijk der fabelen. Er zitten nog heel wat haken en ogen aan die accu-bussen. En die accu’s zijn nou ook niet echt lekker voor het milieu. Nee, voorlopig rijden de bussen in Arnhem nog wel onder de draad!

Er stappen tientallen mannen in.  Er wordt ze niets in de weg gelegd; integendeel: de conducteur wacht zelfs nog op een paar laatkomers. Het zou ook niet zotter moeten worden. In de jaren 90 waren we in dit land met 15-miljoen-mensen-op-dit-hele-kleine-stukje-aarde, die via de belasting ruim 10 miljard gulden moesten ophoesten voor die spoorbaan. Dat is gemiddeld 700 gulden de man, en dan zouden we er nu geen ritje op mogen maken?

 

De stationshuiskamer van Arnhem


Het Duifje en Immerloo


Zo, Arnhem blijft dus voorlopig onder de draad, als Arco gelijk krijgt. Gelukkig voor de Arnhemmers, die een deel van hun stadstrots ontlenen aan het feit dat ze in Nederlands enige trolleystad wonen. Maar ik neem toch maar trolleybus 3 naar Het Duifje; dat was nu eenmaal mijn plan en daarmee maak ik ook de titel waar van deze aflevering: ´Op rubberen banden´.

Bus 3 vertrekt uit de ‘bussenloods’ rechts van het station, niet van het speciale trolleystation links; ik heb het nog net op tijd in de gaten.  Via de Velperbinnensingel en de John Frostbrug, die een brug te ver was, bereiken we de Zuid-Arnhemse wijk Malburgen. We nemen de Huissensestraat.

De voorlaatste halte heet Immerloo. Ooit was dit een mede-eindpunt en stopte de bus tussen bijlmerige flats; vaag herinner ik me, dat ik daar wél een keer geweest ben. De helft van de bussen reed toen tot Immerloo, de andere helft tot Het Duifje. Nu halteert de bus aan de rand van Immerloo. Onder een viaduct doemt een keerlus op; eindhalte Het Duifje.

Ooit bestond het plan om de trolleybovenleiding en daarmee lijn 3 door te trekken naar het aangrenzende Huissen. Maar dat plan werd een jaar of 5 geleden verworpen. Raadsleden van die gemeente hadden slappe knieën en lieten hun oortjes hangen naar NIMBY’s. Die vreesden onder meer kanker te krijgen van de koperdeeltjes van de bovenleiding, of alleen al van de aanblik van de trolleybus. In Velp (gemeente Rheden) en Oosterbeek (gemeente Renkum) rijdt de trolleybus al sinds mensenheugenis, maar aan Huissens lijf geen polonaise.

Het Duifje en Immerloo zijn beide bebouwd met een mix van torenflats, lage flatjes en eengezinswoningen. De wijken lijken op honderden andere in heel Nederland. Dat wordt, zeker met dit sombere novemberweer, een uitdaging om er nog een knappe foto van te maken. Die grote waterplas aan de rand van de wijk breekt de saaiheid een beetje. Maar daar loop je ook liever in de zomer dan bij een temperatuur van nog net boven 0 en een straffe wind.

Ik vat post op een hondenpoepveldje te midden van flatblokken, en draai een panoramaatje, vol verbijstering gadegeslagen door een gezin dat hier loopt te wandelen.

 



Na terugkeer op Arnhem Centraal loop ik nog even naar spoor 7, waar de ICE naar Amsterdam van 16:29 op punt van vertrek staat. Er staan nu wat minder hobbymannen gereed dan eerder op deze gedenkwaardige dag. Het daglicht begint ons al te verlaten en een rit over de Betuweroute in de schemer, daar is ook niet veel aan. ‘Als we een boete krijgen, laten we het vóórkomen’, hoor ik er nog een zeggen; ‘dat wint de NS nooit!’ Een regel, bedacht door kantoormedewerker Dorknoper, maar in de praktijk niet houdbaar.

Een conducteur pruttelt iets tegen een instappende reiziger, een senior, die echter doet alsof hij dement of doof is. De conducteur sleurt hem niet aan zijn haren de trein uit; ook deze keer komen de verstekelingen ermee weg.

Dit is zo’n dag waarop de avondfoto’s bekijkenswaardiger zijn dan die van overdag. Ik maak ze op de terugweg in Zutphen en Deventer. Er zit zelfs een avondpanorama bij. Ik wist niet dat het kon, voordat ik het gedaan had.

Frans Mensonides
30 november 2017
Er geweest: zaterdag 25 november 2017

 
















4 maal Zutphen



Deventer, Brink


De Tiendenschuur van Goes

Goes

Dan nog even terug naar de 18e, tot slot van deze oktober-novemberaflevering. Voor die zaterdag staat het Zeeuws-Vlaamse Axel op mijn programma. Ja, ik ga maar een flink eind weg; des te langer is de terugreis in het donker. Ik heb de nodige vergaderstukken te lezen ; de ondernemingsraad vergadert as. maandag. Geen betere omstandigheden om je te concentreren dan in een lege trein in het duister. In een kantoortuin hoef je het echt niet te proberen.

De rit van mijn voordeur tot het Zeeuwse stadje duurt maar liefst 3:45 uur. Met de trein van Leiden naar Goes ben ik al 2 uur onderweg. Daarna een rit van 70 minuten met bus 20 door de Westerscheldetunnel. Met de auto doe je het in de helft van de tijd, maar een auto heb ik niet, en bovendien is dit een OV-rubriek. En met lezen op de terugweg verdien ik mijn tijd weer terug. En een auto, die moet je elke zaterdag wassen, en mijn zaterdagsbesteding is veel aangenamer dan een auto wassen.

In de trein zit ik eerst tot Rotterdam tegenover een meisje van een jaar of 6 dat m’n schenen bont en blauw schopt, schoon haar pappa het haar verbood.

Als ze allebei zijn opgezouten, krijg ik aan de overkant van het gangpad tot Bergen op Zoom gezelschap van een ander, nog kleiner meisje, met haar moeder. Dat kind zit op spelden, zoals mijn oma vroeger altijd zei over mijn broertje. Ze zit werkelijk geen seconde stil, gebruikt stoelen als object voor gymnastiekoefeningen, maakt dansjes in het gangpad en zingt zelf gecomponeerde liedjes.

Eindelijk trekt moeder haar op schoot in een soort houdgreep. Maar na een halve minuut klinkt, volkomen voorspelbaar, klaaglijk: ‘IK MOET PLASSEN!’ Moeder zuchtend met haar af naar het toilet.

Alle andere kinderen zijn ook knap onrustig, vanmorgen in de trein. Ligt dat aan de intocht van Sinterklaas en zijn knechten, van welke kleur dan ook? De inmiddels ook bij de Sint-traditie behorende Zwarte Pietendiscussie brengt vooral ‘volwassenen’ in een staat van opwinding. Maar als je dit leest, is het gelukkig allemaal weer voorbij, voor dit jaar.

Bilocatie, het vermogen om op twee plaatsen tegelijk te zijn; dat is een eigenschap die ik graag zou bezitten. Ja, wie niet? Maar Sint is in staat tot polylocatie. Hij komt straks landelijk aan in Dokkum, en komt vervolgens in een stuk of 100 andere steden en dorpen tegelijk plaatselijk aan. Vorig jaar vierde ik het noodgedwongen mee in Roosendaal, waar ik per ongeluk in nogal carnavalesk Sinterklaasgewoel terecht kwam, en waaraan ik nu liever voorbij rijd.

Aankomst op station Goes, dat zich het drukste station van Zeeland mag noemen en waar de treinen elkaar kwart vóór en kwart over kruisen. Ik was vanmorgen opvallend vroeg bij de pinken en ben een half uur eerder vertrokken dan ik van plan was. Daar bereik ik niet veel meer mee dan dat ik in Goes nu 40 minuten op de bus naar Zeeuws-Vlaanderen moet wachten in plaats van 10; die bus gaat in het weekend maar eens per uur.

Wat te doen in de tussentijd? Ik drink een kop koffie in de Kiosk annex Smullers in de stationshal, in een zitje met keiharde hardplastic bankjes. Je legt er 2,20 neer voor een Haags bakkie cappuccino. Enfin, van te veel koffie ga je toch maar extra pissen, en het is toch al weer voor kouwe pies.

Aan de wand hangen uitdrukkingen in Zeeuws dialect, zoals: ´n Ure is geen kouse; je kunt ’t nie rekke’ en ‘A je j’n eign nie een keer kietelt, ei je nooit geén leute’. Mijn favoriet staat er niet bij: ‘Oemoemenoe?’

Nu houd ik nog steeds ruim 20 minuten over. Als ik nou alvast eens naar de halte Tiendenschuur liep, waar vrijwel alle bussen stoppen die op station Goes beginnen? Wat zou de Tiendenschuur eigenlijk zijn? Ik weet het, daar ik het daarnet onder de koffie al opgezocht heb.

De Tiendenschuur, die staat vanzelfsprekend in tussen de Negende Schuur en de Elfde Schuur. Nee, kletskoek, een Tiendenschuur diende om de opbrengst in op te slaan van de ‘tienden´. Dat was een vorm van belasting die in tijden van weleer geheven werd, en betaald moest worden in natura. Een tiende van wat dan ook, bijvoorbeeld van de graanoogst, moest knarsetandend worden afgestaan aan de instantie die die ‘tiende’ mocht heffen. Veelal was dat de kerk - die een deel daarvan dan wel verkocht ten bate van de armen.

Al die goederen werden opgeslagen in een voorraadschuur en dat was de Tiendenschuur. In diverse plaatsen in Zuid-Nederland en Vlaanderen staat nog steeds zo’n schuur – hopelijk niet meer met de oorspronkelijke functie. Dat wist ik allemaal niet; mijn kennis over duistere, feodale tijden weer verrijkt.

Maar voor de Tiendenschuur van Goes (zie de gelinkte site) kom ik te laat, hoe vroeg ik ook ben opgestaan; acht jaar te laat: hij is in 2009 tot de grond toe afgebrand. Ik loop toch maar naar die halte; het is weer waarbij je in beweging wilt blijven. 

Langs de uitvalsweg komen me bussen tegemoet die aansluiting geven op de treinen van 11:15. Ik wandel lang Ravelijn De Grenadier, een singel, een stulpje dat ‘Joie de vivre’ heet (daar is geen woord Zeeuws bij) en een huis waar onlangs een babymeisje geboren is, Noor.

Dan nader ik de halte Tiendenschuur, waar verder niets aan te zien is. Nee, die schuur is afgebrand, dat had ik al gelezen. Er komt nu een bus aan. Ik ren het laatste stuk en ben bij de halte voordat je ‘Zdizislaw Szydlowski’ kunt zeggen. Maar het is een andere bus. Een paar minuten later stap ik in lijn 20.




Dat was 'm gelukkig niet



Marianentrog: -60 m. NAP

Maar 4 mensen willen met deze bus onder de Westerschelde door. Voorbij het tolplein worden we ingehaald door bus 50 uit Middelburg die ook die tunnel neemt.

Sinds het bestaan van de Westerscheldetunnel is dit mijn vierde retourtje erdoorheen. Na dat in het openingsjaar 2003, volgden 2006 en 2015. De tunnel en de rit erdoorheen zijn in die eerdere afleveringen genoegzaam ingeleid.

Ik blijf het een spektakel vinden, die onderdoorgang onder onze eigen Nederlandse Marianentrog, de Pas van Terneuzen, 60 meter onder NAP. Dieper kun je in dit land met auto of OV niet zinken, in letterlijke zin. Maar ik kan me ook wel voorstellen dat lijders aan thalassotunnelo-claustrofobie ervoor terugdeinzen.

Westerscheldetunnel. Archieffoto 2015.


Aan de overzijde liggen het busstation WST (Westerscheldetunnel) en de stad Terneuzen, waar ik me in de zomer van 2015 liet wegregenen en waar dat aardige, nostalgische schoolmuseum was.

Het Aquadome Scheldorado, aan de voet van lelijke hoge flats langs de zeearm, belooft zijn bezoekers een ‘unieke zwembeleving’. Verder bestaat Terneuzen voornamelijk uit laagbouw. In plaats van meteen koers te zetten naar Axel, rijdt bus 20 eerst zo´n minuut of 20 als stadsbus door alle hoeken en gaten van Terneuzen. Zo wil zo´n reis Leiden - Axel ook wel 3,5 uur duren.

Uit verveling check ik het allerlaatste nieuws op mijn telefoon. Jawel, het eerste Zwarte Pieten-gedonder is daar! Anti-Zwarte Pietengroeperingen waren vanmorgen per bus onderweg naar de nationale intocht in Dokkum. Maar ze kwamen niet verder dan Joure, waar ze werden tegengehouden door een wegblokkade van anti-anti-Zwarte Pieten-activisten-activisten.

Daar kun je 10 jaar cel voor krijgen, voor het belemmeren van de vierwieler in zijn vrije doortocht. Maar je punt is dan in ieder geval wel gemaakt. Over dit incident zal de rest van de Sinterklaastijd nog driftig worden nagekaart door alle praat-, zeur- en opiniepieten in ons land, van welke kleur dan ook.

So wie so al hachelijk om een bisschop een intocht te laten houden in Dokkum. Die van Bonifatius verliep ook iets anders dan hij het zich had voorgesteld. Ik ben vandaag niet de enige die die grap maakt. Maar verder bemoei ik me er niet mee. Als blanke man ben ik toch al schuldig aan de slavenhandel en aeonen en aeonen van oorlog, racisme, kolonialisme en #metoo-vrouwenonderdrukking. Wie geschoren wordt, moet stilzwijgen.

Bij ziekenhuis ZorgZaam eindigt eindelijk Terneuzen. Dan ben je ook zo in Axel. Vanaf de provinciale weg daarheen zien we honderden windturbines er lustig op los draaien. Prima opbrengst aan stroom, vandaag!

Ik stap uit in het centrum van Zeelands achtste woonplaats in inwonertal, ruim 8000 stuks.

 

 

Geen Dubbele Axel

Van stationsplein tot parkeerplaats en matig kunstwerk...

Het is vijf over half een, alweer. Ik vergeet de wegrijdende bus te fotograferen en moet nu tot vijf voor half twee wachten totdat hij terugkeert van zijn eindpunt: Hulst (op de foto de volgende bus naar Hulst; die van de bus naar Goes zal mislukken). Door de week stopt hier nog een buurtbus, maar in het weekend alleen eens per uur lijn 20.

In de omgeving van de bushalte is een overvloed aan informatie te lezen en te bekijken over de bevrijding van Axel door Poolse troepen op 18 september 1944.

Het verhaal wordt verteld aan de hand van het dagboek van een schooljongen. Maar het taalgebruik van het dagboek doet erg volwassen aan, en de naam van die scholier heb ik nergens kunnen vinden. Volgens mij is dit dagboek net zo authentiek als de ´auto´biografie van Vondel die dit jaar geschreven is. Als dat waar is, is dat een akelig staaltje geschiedvervalsing. Niet doen! De geschiedenis is fascinerend genoeg, je hoeft er niks bij te verzinnen.

Grappig, als ik google op ‘oorlogsdagboek’ plus ‘Axel’, vind ik mijn oma’s ‘Hongerwinterdagboek’, waarin melding wordt gemaakt van de bevrijding van dit Zeeuwse stadje. 

Nog een kleine drie kwartier tijd voor een stadswandeling, voordat ik die bus kan fotograferen. Laat ik in één keer alles bekijken; het is geen weer voor een dubbele Axel, voor een tweede rondje.

Axel moet ooit een vestingwal bezeten hebben. Een klein deel ervan, dat waarop de (replica van de) stellingmolen staat, is nog overgebleven. 

Niet overgebleven is het spoorwegstation, waar reizgers van 1871 tot 1951 konden in- en uitstappen. Het lag aan de internationale spoorlijn Terneuzen – Mechelen, waarop nu alleen nog op het traject Sint-Niklaas – Puurs – Mechelen reizigersverkeer plaatsvindt. Dit Axelse station heeft niet meer achtergelaten dan een open plek die gedeeltelijk is ingevuld met een kunstwerk: een seinpaal en een wel heel minimaal treinwagonnetje of zoiets.

Pintelieren kun je wel in Axel; cafés te over. Sinterklaas komt hier pas zaterdag de 25e aan; ook aan zijn polylocatie zijn grenzen. Opvallende, kleurige beelden rijzen overal de grond uit als exotische groeisels. Eén ervan lijkt wat op een piemel, en er staat er ook één op gekalligrafeerd, waarbij het niet duidelijk wordt of die erbij hoort, of het werk is van een graffitiartiest. 

Verder onthult het redelijk gezellige stadje niet veel over zijn geschiedenis - waar ik hierboven nog opmerkte dat je die altijd kunt aflezen aan wat je ziet tijdens een stadswandeling; grootspraak.

Ik zal ervoor terecht moeten in streekmuseum Het Warenhuis. Maar eerst een lunch bij Karins Koffie & Broodjes, de zaak waar half Axel zaterdagmiddag luncht, gevestigd op het op het Szydlowskiplein. Dat is genoemd naar Commandant Zdizislaw Szydlowski die de stad bevrijdde. Dan verdien je wel een pleinnaam, al valt die nauwelijks uit te spreken en te spellen.



 

Eèrpelkappers / Braakman

Klik d'r op voor een groter formaat

Het museum Het Warenhuis (fluistert de gastvrouw me toe; er is een lezingen- en koorzangmiddag gaande) heet zo omdat het gevestigd is in een soort oude Winkel-van-Sinkel. In feite is het museum om dat winkeltje heengebouwd, een heel grote moderne aanbouw.

In Het Warenhuis wordt al snel duidelijk dat Axel een net zo’n omstreden en buitenissig stukje aarde vormt als Blerick, waar ik hierboven was. Zeeuws-Vlaanderen is op zich al een buitenbeentje; tussen Nederlands-Zeeuws en Belgisch-Vlaams in, zoals de naam al zegt. De Belgen wilden het in 1918 annexeren. Dat was voor straf, omdat Nederland lafjes neutraal was gebleven in WO I, en mogelijk ook uit dank dat ‘wij’ in 1914 een miljoen gevluchte Belgen hadden opgevangen. Het ging niet door; behalve België zag geen enkele natie iets in dit plan.

Maar Axel is dan zelfs binnen Zeeuws-Vlaanderen weer een speciaal geval. Bijna heel die streek is namelijk katholiek, maar het Land van Axel nou net weer een protestantse enclave. Het komt allemaal doordat Axel in de Tachtigjarige Oorlog in de frontlinie lag en daarna net binnen de noordelijke Nederlanden bleef.

Het dialect, dat je in een van de museumzalen uit telefoonhoorns kunt horen komen, lijkt in mijn oren helemaal nergens op; het kon wel Albanees zijn. De Romeinse schrijver Vergilius noemde deze streekbewoners al ‘extremi hominum’, wat genoeg zegt.

Wat je niet meer aan Axel afziet is het feit dat het ooit een havenstad was aan een zeearm, de Braakman. Die kliefde Zeeuws-Vlaanderen bijna doormidden, en werd pas medio de 20ste eeuw drooggelegd.

Eens verdienden de Axelaars hun brood met zoutwinning aan de boorden van de Westerschede. Later verdienden ze dat helemaal nergens meer mee. Ze stonden erom bekend dat ze bij het oogsten van aardappels de achtergebleven, gevallen piepers van het land opraapten. Ze werden daarom uitgescholden voor èèrpelkappers (aardappel-schoffelaars), dat ze als een geuzennaam beschouwden. Vincent van Gogh had zijn aardappeleters best in Axel kunnen schilderen, als hij dat niet in Nuenen gedaan had.

Dit is een fonkelnieuw en hypermodern streekmuseum, met weinig van de oubolligheid die zulke musea meestal kenmerkt. Maar gelukkig ontbreekt het topstuk niet dat je er verwacht: de mammoetkies uit de steentijd. Die is in de middeleeuwen gebruikt als bouwsteen voor de kerk.

Verder is er veel aandacht voor de Axelse klederdracht, met even ingewikkelde gewoonten en zeden als in Bunschoten / Spakenburg. Ook in Axel liepen ze vrijwel altijd in de rouw. Meisjes werkten al  vanaf hun tiende verjaardag aan hun uitzet voor later, de linnenkist, tot en met het doodshemd waarin ze ooit begraven zouden worden.

Een vrolijk beeld van het vroegere leven hier, komt niet tevoorschijn uit het museum. Ik ken iemand die dit soort musea mijdt, uit mededogen met de mensen van vroeger; hij kan hun leed niet aanzien. Maar mij boeit het in ieder geval voldoende om de bus van 15:25 te laten lopen en te gaan voor die van 16:25, in de schemering.

Over bus gesproken: het museumstuk hiernaast, de stevige hardpapieren kotszak voor het geval van wagenziekte, heb ik in mijn prille kinderjaren nog wel in streekbussen zien hangen. Zowel de wegen als die benzineblikken waren toen veel minder comfortabel dan thans. Maar ik kon me als kind al niet voorstellen dat een mens ziek kon worden van in de bus zitten.

Ik zit nu ook zonder morren die 70 minuten uit tot Goes, en daarna de treinrit van 2 uur - onderbroken voor de avondfoto´s in Kapelle(-Biezelinge). Die kantoorstukken heb ik uit, als ik in Leiden arriveer, en dat zonder braakneigingen; nee, geen ge-Braakman!

Frans Mensonides
8 december 2017
Er geweest: zaterdag 18 november 2017


PS: deze rubriek, 'Beminde zaterdag', gaat in winterstop. Maar mijn Thuispagina draait gewoon door. Van de winter ga ik wat anders doen; onder andere de R-net-bus nemen in Zuid-Holland, de trein naar Zwolle Stadshagen (niet, dus), de dubbeldeksbus in Haarlem en Emmen en de futuristische stadsbus ('allGo Metro') van Almere. Maar ook weer eens wat aan cultuur, of misschien zelfs weer een keer een boek lezen (zo'n papieren ding van vroeger, waarbij je zelf de bladzijden moet omslaan). En daar iets over schrijven, natuurlijk; zie t.z.t. de Thuispagina. 'Beminde zaterdag' zou terug kunnen keren zo rond de equinox van 21 maart 2018.

Frans Mensonides








Eerder verschenen afleveringen:

augustus / september 2017: Teringweer in TeteringenVliegen in een Volans; doorrijden in een stopbus - Het Puttershoek van Kees VerkerkOver de HSL heenKilling Tunnel - Regen, regen, en nog eens regen - Maxwells meereiskaartjeNiet naar KampenFietsen naar Gronau - Wel naar KampenOpen Monumentendag Kampen - De Lichtmis - Driebergen-Zeist op de schopTerugsteken naar Veenendaal-De Klomp - GrebbetochtWerxe bij Driebergen-Zeist Zonheuvel - Langs spoor- en snelweg: Maarsbergen - Bezoekerscentrum Grebbelinie - terug naar RhenenMilitair Ereveld Grebbeberg en GrebbesluisSterrennacht bij Nuenen
Juli 2017: Kamperlijntje in de ombouw - ‘Er zit een klepje los’  -  In Zalk, Uut Zalk - Kniezen over een knie - Zoep'n; naar Ruurlo -  MORE in kasteel Ruurlo: een miljardair, een schilder, een femme d’artiste - Willinks top-5  -  Reurls - Beminde woensdag: Haarlem – Vijfhuizen - Nationaal Monument MH-17 - Zomaar op een zomerdag langs de Zomervaart - Plan B: ‘Paper Art 2017’ - Amersfoort Schothorst: Computers weg - Apeldoorn - Voorthuizen: niet naar Bob's IJs - Voorthuizen: bevrijd uit de greep van BunckmanStationsomgeving Harderwijk nu af
Mei / juni 2017: Valleilijn, Amersfoort en derailleertong - Weer mooiweerfietsen - Zonder bereik op het Wekeromse Zand - Peultjes op Celtic Fields - Lunteren, fout vóór de oorlog? - Leiden - Goor - Leiden; enkele reis in de rondte - v/h VAD Diepenheim: 6 kastelen, één verhaal - Pláátjes van kastelen
Maart 2017: ‘Had u maar in het achterste stel moeten gaan zitten’ - De Punt - Rodin - 1e klas heeft geen klasse - Bedum, tien eeuwen in de greep van Walfridus - 1e klas van Abellio - Apeldoorn-Zutphen - Klarenbeek in een beekdal - Lochem onder vogelgekrasDe Stijl of stijlloos?; Museum ArnhemSpookstation Laren-Almen - ‘De Hoofdige Boer’; Almen in het voetspoor van Staring - Schollevaar; Wandelen in Capelle a/d IJssel - Gamechanger!

November 2016: Sliedrecht op papland (1) - Nationaal Baggermuseum - Sliedrecht op Papland (2) Trump en Piet en zo  - De bus naar Kroeven - Roosendaal, Sint en het Tongerlohuys - Altijd hetzelfde? - Welke dam? Didam (in de Liemers) - Aaltens Onderduikmuseum, eigenlijk meer een experienceDen Haag – Gouda: Sprinter langs Hofwijck - Heksenwaag Oudewater: gewogen en te zwaar bevonden  -  Gouda – Oudewater – Utrecht: In het bandenspoor van de VAGU - Winterstop
Oktober 2016: Arriva-lijn 156, ’s Hertogenbosch – Eindhoven - Sint-Oedenrode in regen en zon - Als in een jongensboek - Hollander-alarm - Leiden – Limburg, of: Wel eens van Flixbus gehoord? - Bunde (Bung), Kasen en Voulwames - Veolia neemt afscheid, en hoe! - Houthem-Sint Gerlach - Almelo – Mariënberg – Hardenberg; Vechtdallijntje vernieuwdHardenberg - Almelo - De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’; Finkers´ Almelo - Vriezenveen - Mooi Deventer - Driekwartierslaantje Diepenveen, a.k.a. Wechelerweg -  Baileybrug, of: het Deventer-moment - Een station aan een snelweg, hoe komt dat? - Relikwie van de Rijngouwelijn, en nieuwe lightrailplannen - Zo oud als de weg naar Kralingen; Krimpen aan den IJssel
september 2016: Terug uit België - Zutphen: Monumentendag in de open lucht -´Karweg´; Oude Hanzeweg Harderwijk – ArnhemToegift: ook actievoerende conducteurs onzichtbaar
augustus 2016: Per trein langs Wouw - Per fiets door Wouw - Langs de Wouwse Plantage - Rijen-Gilze - Netelige kwesties: Emplacement Utrecht Centraal, IC in Harderwijk, en meer - Wolderwijd; Zeewolde - Nuldernauw; ´s Heeren Loo - Intermezzo: het oor en de gekte van Vincent van GoghLaatste fietszomerzaterdag: Spangen, Waalhaven en verder - Het Kasteel -Spotter gespot; Maastunnel en WaalhavenPernis en BeneluxtunnelAnderhalf nieuw station: Utrecht Vaartsche Rijn en Amsterdam RAI
juli 2016 BUCHNaar Schoorl - Inkoppertje: Groet uit Groet - Toch nog het Klimduin -‘Dikke lijnen worden dikker, dunne lijnen verdwijnen’; van deur tot deur in de Randstad - Vlag uit: Tilburg Noord uit isolement! - Oisterwijkse vennenOisterwijk, Heukelom en Berkel-Enschot - Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk - Halte Assel, Echoput, Julianatoren en verder - Terug in BUCH: Uitgeest - Nieuwe worsteling met fietskluizen - ‘Geniet van dit zicht voordat er een snelweg ligt’; in en om Uitgeest - Ouddorp: per bus naar trams 
juni 2016 Een verrassende wending - OV-Fiets - Putten - Knap Goor! - Enschede, Boekelo en Lonneker - Intermezzo: Fluiten = niet meer instappen - Naar Ede(n) - Aanfietsen - Rond Ede(n) - Brunch en Brexit - In en uit een Zelfservicestalling - De Zak van Zuid-Beveland
mei 2016: Waarom ik ook deze keer pas helemaal tegen het eind van de middag ter plaatse was - Syntus’ plannen met Woudenberg, Scherpenzeel en Renswoude - Lijn 80: Amersfoort – Wageningen - Wolkom, een mooie kille pinksterdag in het Heitelân (1) -Museum Dr8888, onverw8s pr8ig! (100 jaar Dada) -Wy binne los, een mooie kille pinksterdag in het Heitelân (2) - Brug in Weener kaputt: spoor naar Leer gestremd - Jans Pommerans van Bad Nieuweschans - Weener per vervangende bus - Aanpassen, meedoen, verzetten: Verzetsmuseum Amsterdam - Zeeburgereiland 
april 2016
: Bussen in de Neus van Noord-HollandWervershoof en Andijk: ‘If only you were here’ -
Zwaag / Blokker: langs het (vermeende) heksenpad en verder - Uitwaaien op Zuid-BevelandWemelend in WemeldingeHeinekenszand Heinkenszand - Een zaterdag met atmosferische omstandigheden - Het storp Leusden: autospoortje en drive-inwoningen - Leusden: hoe versjteer je een busnet?Kamp Amersfoort: de laarzen van een beul - Zwijndrecht – Dordrecht (door omstandigheden) 
maart 2016: Een dag met een tijdslot; Den Bosch – Nijmegen, w/o Rosmalen - Open-jassendag in Wezep - Salto mortale van een toetsenist: Keith Emerson overleden - Elburg: Admiraal Kinnenbak - Deurne, soort van eindpuntDeurne, Hét Dorp - De Wieger: ‘Langs het tuinpad van mijn vader.’- Hoekse lijn (3) - MerwedeLingeLijn, NL-Alert en een winter(?)jas van V&D - Onderweg langs de Onderweg: Hoogblokland en Arkel - Via Baflo naar Bowie - 'Baffelder'- David Bowie was
februari 2016
: Waar je nooit uitstapt - Vechtdal - Dalen; (g)een verdacht pakketjeWederom: Emmen ZuidZonder gram in Gramsbergen - Driehuis en Amsterdam Muiderpoort - Zaankanters - Van Zaandam Kogerveld naar Koog aan de Zaan - Kilometers makenDe meest kletsgrage conducteur van NS -Arriva SpurtTerborg en Silvolde: in het rijk van de Tonater - Huet; De dichteren van Doetinchem
januari 2016
: Stadsbussen, met voorbedachten rade of op de bonnefooi -  Breda Princenhage: ontdekking van het tweede Den Haag -  Roermond: gekte in de Outlet - Met de ICE niet over de Valleilijn - Enschede Kennispark - Stokhorst revisited - Microdienst van Deventer - Schiphol Airport - Stadsbus Lelystad - In het voetspoor van de Maharishi - Museum Nieuw LandStrijp-S: het ‘nieuwe’ station en de nieuwe wijkHOV en Phileas-sof in Eindhoven8 met achtbaan door Acht - Flehite, land van de vele waterlopen - Vathorst, wederom -  Nog een keertje de Valleilijn 
december 2015: Rotterdam - Tilburg / Tilburg: verrassende contrasten - Museum De Pont Apeldoornse roots - CODA - Oss, of wat gebeurde er met de halteloze bus? - Oss, de stad en Museum Jan Cunen - Maassluis aan de Hoekse lijn  
november 2015: Boven het Noordzeekanaal - Blindganger: Sprinter Hoofddorp – Hoorn KersenboogerdWognum; Scheringa geschoren -  Bastaard van Holland; Schagen schimmig in de schemer (Skagen skimmig in de skemer) - Leiden versus Deventer - Cultureel weekendZwaan op het spoor: Sloterdijk-Hoorn - Power to the pieper: Opperdoes - Met de blik op Medemblik - Toegift: Geestlijn exit  
oktober 2015
:  1e klas-maand  - IRM - SLT - 'Berliner'- Sprinter - Twello - Protos - Van Boxtel: kip zonder kop - Koploper - IC Direct - Plan V - Station Breda verbouwt zich - De Evangelist van de Lichtstad - Venlo - Velios - DDZ en DDAR - Assen - Arriva-Vechtdallijn - Buffelen naar Kampen - Bilthoven-Lage Vuursche- Den Dolder: herfstkleuren - de 'Panwag', ICE, de 1e der 1e klassen - MerwedeLingeLijn - Wolfheze en Oosterbeek - Achterhoekse Spurt - Twents/Syntus-LINT - And da winner izzzzz:
 
september 2015: Hoekse Lijn vermetrood (of: verlightraild?- Harderwijk; architectuur en moraalStation Zwolle zonder dolle (en zonder winkels)Utrecht Centraal mag best wat meer kosten - Culemborg, waar dode schrijvers voortleven / Weeshuis: van weldoenster tot helleveeg;
juli-augustus 2015: Introductie - Een dag met gegeven omstandigheden (zomerstorm)  - Veenboemel Alphen a/d Rijn-Gouda - Op Papland  - Doesburg: goed geconserveerd - Nijmegen Lent  en De Oversteek -  Westerscheldetunnel - Terneuzen, waar het licht bijna te zout is voor het oog - Museum Schooltijd: zwijmelen in nostalgie -  Haagse School in Dordrecht - Oudenbosch: de koepel in de kop  -  Boheemse Rapsodie, of: haat-liefdeverhouding met RandstadRail   


© Frans Mensonides, Leiden, 2017