Beminde zaterdag (26)
december 2018 - Thema: winter




Utrecht Leidsche Rijn


< < < < < Deel 25 al gelezen? 


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangen. Deze reeks is ge´ntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je in het archief van mijn Thuispagina.

Hieronder vind je de aflevering van winter 2018 / 2019. En het thema van deze winteraflevering is: winter. Hoe ik dat ga uitwerken, zie ik nog wel. Maar het zou iets kunnen worden met kou, wind, donkere avonden, sneeuw en ijs als we zoveel geluk hebben, en knus bij de kachel verblijven in niet al te vervelende musea.

De start van deze aflevering is wat problematisch. Ik snap niet hoe het kan, met al die vrije dagen in de eindejaarsperiode, maar er is een flinke schrijfachterstand ontstaan op de burelen van De digitale reiziger.

Als je dit leest is de tijd al bijna voorbij dat je volgens het beruchte etiquetteboek van Amy Grofkramp-Ten Have je medemensen nog een gelukkig nieuwjaar mag toewensen (alsof er niet elke dag een nieuw jaar begint). Die Ten Have schijnt overigens zelf een botte, onbeschofte dragonder geweest te zijn. Dat staat in de Wikipedia voor waar, maar dit terzijde.

Neemt niet weg dat de zaterdagen van december 2018 nog niet eens beschreven zijn. Dat waren er 5; het was zo’n begenadigde maand met 5 beminde zaterdagen. Nu is het wel zo dat ik 1 en 15 december besteed heb aan privÚbezoekjes. En op de 22ste deed ik het Homerische eiland Scheria, waarvan ik ontdekte dat de blinde bard uit de oudheid daarmee eigenlijk altijd al Voorne-Putten bedoeld heeft. Resteren nog 8 en 29 december.




 

Nederlands Pluimveemuseum, waar anders dan in Barneveld? - ┤Ellende op de Veluwelijn┤ - Leidsche Rijn; The Boy in the Plastic Bubble





Nederlands Pluimveemuseum, waar anders dan in Barneveld?

Een kip sprak tot het ei:
‘Wie was er eerder, ik of jij’
De wijsbegeerte mag misschien op
deze vraag geen antwoord zien,
maar ik heb, wat men ook mag zeggen,
nog nooit een ei een kip zien leggen!

Kees Stip, geciteerd in het Nederlands Pluimveemuseum



De 2e zaterdag in december is er in het OV altijd een van stilte voor de storm; de dag daarop gaan overal de nieuwe dienstregelingen, spoorboekjes, concessies, etc. in.  Op deze zaterdag heb ik het plan opgevat om in Arnhem het Openluchtmuseum te bezoeken. Dat is altijd zo’n 6 weken rond de jaarwisseling open en gaat daarna weer een paar maanden dicht, totdat het echt het seizoen wordt voor buitenactiviteiten.

Aangekomen in Arnhem zie ik dat de regen, die onderweg al hevig tegen de coupÚramen gespat heeft, geen aanstalten maakt om op te houden. Ik ga dan maar uitgebreid koffie drinken in de Stationshuiskamer, maar dat helpt ook niet. Helemaal geen zin om rond te lopen in een openluchtmuseum. Is er niet iets overdekts in de buurt, waar ik nog nooit geweest ben? Tom Poes, verzin een plan-B!

Oh ja, zag ik bij het nieuwe station Barneveld Zuid niet eens een keer een pijl naar het Nederlands Pluimveemuseum? Vooruit, het is vanmiddag open volgens de app die van alles in Nederland de openingstijden weet, dus derwaarts!

De Valleilijn Ede-Wageningen – Amersfoort mag je niet meer de Kippenlijn noemen. Maar als je ermee naar het Pluimveemuseum rijdt, is de verleiding daartoe wel erg groot.

Zeg Barneveld en je zegt: kippen. Het Pluimveemuseum kon zich dan ook geen betere vestigingsplaats wensen. Het ligt op nog geen 10 minuten lopen van het nieuwe station. Je kunt het niet missen: een gigantische haan bij de ingang. En het opent compleet nieuwe werelden over wat je wel eet, maar waarin je je zelden echt verdiept: de hen en de haan, kortom: het huishoen.

Allereerst al die aloude kwestie wat er eerder was: de kip of het ei. Dat is helemaal geen kwestie. Het ei, want kippen zijn vogels, vogels stammen af van dinosauriŰrs, en die legden al eieren, miljoenen jaren voordat er kippen op de wereld rondscharrelden. Een veel interessantere vraag is dan wel: wat was er eerder, de dinosauriŰr of het ei? Maar die gaan we hier niet uitdiepen.

Ook een andere brandende vraag, die sommige mensen bezig schijnt te houden, wordt beantwoord. Leggen bruine kippen altijd bruine eieren, en witte witte? Tweewerf neen; sommige bruine kippen leggen witte eieren en omgekeerd. En dat kun je dan zien aan de kleur van de oorlel van het beestje, al voordat je het ziet aan de kleur van het ei.

Het Pluimveemuseum heeft, behalve veel informatie en enthousiaste vrijwilligers, normaliter ook nog echte levende kippen in huis. Maar de huiskippen zijn momenteel elders opgehokt wegens het koude weer en dus niet te zien. Of ik, ter compensatie van dit gemis, een gratis kopje koffie wil aanvaarden? Dat sla ik vanzelfsprekend niet af.

Het museum laat de ontwikkelingen van de afgelopen eeuw zien in de kippenfokkerij en -handel. 100 jaar geleden togen kippenboeren wekelijks met manden vol kippen en eieren naar de Barneveldse eierhal (al lang gesloopt) om hun waren aan de man te brengen, hetgeen toen nog met handjeklap ging.

Ook een bekend straatbeeld vormden de Kiepenkerls. Dat waren kooplui in allerlei waren die van hoeve tot hoeve liepen met een ‘kiep’, een grote mand op hun rug. Ze werden hier op de Veluwe vaak betaald in natura, met kippen, en die mand had dan ook een afdeling, een soort kooi, waarin kippen de reis konden overleven; een kiep vol kippen. Die kippen konden ze dan opeten of weer zien te verkopen, vanzelfsprekend ergens anders dan in Barneveld, waar daar hebben ze kippen genoeg. Wat een leven!

Ik zag in Sneek een keer een standbeeld van zo’n handelaar die een kip als betaling accepteerde.  Maar in Friesland heetten ze geen kiepenkerls maar lapkepoepen.

 

Archieffoto De digitale reiziger; 2007

De kipgeschiedenis ontaardt daarna in een verhaal van afnemende romantiek en toenemende efficiŰntie en rationalisatie. Eerst was er de broedstoof. Haal je elk gelegd ei meteen onder de kip vandaan en broed je het uit in een kunstkip, dan legt de kip meestal de volgende dag alweer een nieuw ei. Dat alles leidt uiteindelijk via-via tot legbatterijen en plofkippen.

Waartegen dan ten slotte verzet rijst van dierenliefhebbers. Dan komt er een kentering: scharrelkippen, eventueel met uitloop. Een nieuwe trend is biologisch dynamische veehouderij, waarbij ook de standen van de planeten erbij worden betrokken (lees ik ergens in het museum, maar ik geloof mijn ogen niet; over rationeel gesproken…).

Om drie uur begint er een demonstratie met de veilingklok in de mooi nagebouwde veilinghal. Vroeger ging het veilen van partijen eieren mondeling; bij afslag; de veilingmeester dreunde bedragen op in een aflopende reeks (100, 95, 90, …) en wie als eerste ‘Mijn’ riep, kreeg de partij voor het bedrag dat als laatste genoemd was. Onnodig te zeggen dat hier vaak ruzie en zelfs handgemeen van kwam; wie had als eerste ‘Mijn’ geroepen; welk bedrag was nu net precies het laatste dat was geroepen?




De mijnklok loste alle krakeel op. De bieders, die zaten  in een soort school- of kerkbankjes, hadden een nummer, en elk een knop voor zich. De klok liep van hoog naar laag. Drukte er iemand, dan stopte de klok, verscheen zijn nummer op het tableau en was de partij voor hem, tegen het exacte bedrag dat de klok aangaf. Nooit meer onenigheid.

Het Pluimveemuseum beschikt over een originele klok die bijna een eeuw oud is en in zijn beste tijd een zeer geavanceerd stuk technologie geweest moet zijn. Wat aanpassingen zijn er inmiddels wel aan gepleegd; bijvoorbeeld de afstandsbediening die de veilingmeester in de hand houdt, is vast geen eeuw oud.

Wij gaan vanmiddag, met het handjevol aanwezige bezoekers, echt eieren kopen met die klok. Laat ik dus s.v.p. van die knop afblijven; ik houd helemaal niet van eieren. Ja, ik zoek nog een cadeautje voor een jarige vriend. Maar die houdt zelf kippen, dus ik kan moeilijk met een doosje eieren aan komen zetten; dat is water naar de zee dragen.

Van die knop afblijven, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want hij schreeuwt er bijna om, om ingedrukt te worden, Dat moet wel een zenuwentoestand zijn als je dit voor je brood doet, en niet als spelletje op de zaterdagmiddag. Als je al te trigger happy bent, betaal je veel te veel voor een partij eieren, en maak je geen winst meer. En als je te lang aarzelt, is een ander je voor en heb je geen koopwaar.  

De verkoper kon ook een minimumbedrag vaststellen waartegen hij de partij wenste te verkopen. Als de klok dat bedrag bereikt had zonder dat er iemand op de knop gedrukt had, dan was de partij ‘doorgedraaid’ en ving hij dus helemaal niets; stress, stress, stress…

Uiteindelijk koop ik een poster met alle Nederlandse kippenrassen, om ook een keer op die knop te drukken. Maar die poster overleeft helaas de treinreis terug niet.

‘Ook Nederland kan seksen!’ is het opmerkelijke opschrift van een zaal in de expositie, en dat op de preutse Veluwe! Maar het gaat hier om het ┤seksen┤ van kuikens, geen vorm van bestialiteit, maar eenvoudigweg het bepalen van het geslacht ervan. Want het maakt voor het noodlot van het beestje wel veel uit of het een hij of een zij is. Dat seksen is niet eenvoudig, maar er werden of worden cursussen in gegeven.

En wat me verder nog van het grootste belang lijkt in de kippenbusiness: nooit de kip met de gouden eieren slachten!

Een ander museum in Barneveld deed ik een jaar geleden: Museum Nairac, met een archeologie verzamelende burgemeester en met de torensprong van Jan van Schaffelaar.



┤Ellende op de Veluwelijn┤



Zwolle


Ik kon vanavond wel gaan eten bij die cafetaria tegenover het station van Nunspeet. Tegen de tijd dat ik daar ben is de middag wel om en de honger gegroeid. Een dik uur staat ervoor, met overstap in Amersfoort, van de Kippenlijn op de Veluwelijn.

De Sprinterserie Utrecht Centraal – Zwolle is het schrootlijntje van NS. Het is altijd weer een verrassing wat er voor komt rijden langs het perron: een aftandse Sprinter of een uitgewoonde dubbeldekker, zo-een met harde, hardgroene bankjes.

 


En dit moet dan de 1e klas voorstellen!

Een ruim uur later zit ik inderdaad aan het diner in Nunspeet. Ik heb de Stentor van de leestafel geplukt. En laat in die streekkrant nou net toevallig een paginagroot artikel over dat lijntje staan: ‘Overvol en oud; ellende op de Veluwelijn’.

Over heel de Veluwe klinkt het gemopper over dit traject. Die wrakke treinen zijn niet alleen oncomfortabel en kil, maar vallen ook nog eens om de haverklap uit; 166 storingen gedurende de laatste 2 jaar, waarvan zo┤n 40% door defect materieel.

Neemt niet weg dat de lijn een aardige vervoersprestatie levert voor een boemellijntje. De stations tussen Amersfoort en Zwolle (die in beide steden dus niet meegerekend) tellen gezamenlijk 19.600 in- plus uitstappers per dag.

Verreweg het drukste station is Harderwijk met 5900 in- plus uitstappers, bijna dubbel zoveel als de nummer 2: Nijkerk (3600). Al jaren klinkt in Harderwijk de roep om het station op te waarderen tot IC-station.

NS en Prorail gaan er echter vanuit dat zo’n extra stop 3 minuten kost en daarvoor geen ruimte is in het spoorboekje, zonder aansluitingen elders in gevaar te brengen. Nou is het in spoorland een Pavlov-reactie  om ‘Kan niet’ te roepen als de reiziger iets wil. Maar kan niet ligt op het kerkhof. De IC’s moeten bij Harderwijk toch af flink afremmen omdat er ten zuiden van het station een scherpe knik in de baan ligt. Even doorremmen nog en je staat stil. En als de Harderwijkers nou eens beloven, met hun 5900-en heel erg snel, snel, snel in- en uit te stappen?

Aan Tweede Kamerlid Stoffer (SGP) zal het niet liggen. Hij lobby’t fanatiek bij staatssecretaris van Veldhoven voor een oplossing. Ook de Harderwijker burgemeester Harm-Jan van Schaik (CDA) kan niet wachten op verhoging van de status van ‘zijn’ station. Ze worden gesteund door sommige NS-ers die ook geen bezwaar zien in een IC-stop in de stad die bekend is wegens zijn dolfijnen en zijn bullen van promotie. Kan niet? Kan wŔl!

Ook zonder IC-stop komt er de komende jaren toch enig soelaas voor de bijna 20.000 reizigers op de Veluwelijn. In 2020 maken de huidige wrakken plaats voor de nieuwe SNG. Ook komen er misschien, heel misschien in dat  jaar in de spits 4 extra sneltreinen per dag per richting: Harderwijk – Nijkerk – Amersfoort.

Ik herinner me vaag dat er in de jaren 90 in de spits extra semisneltreinen Nunspeet – Utrecht reden; in de avondspits vice versa. Dat herinner ik me dan vooral nog omdat ik indertijd co÷rdinator was van het ROVER-onderzoek naar treinvertraging en elk jaar duizenden treinen moest inkloppen in het onvolprezen softwarepakket Reflex 2.0 voor de DOS-PC.

Maar die tijden keren helaas niet meer terug voor Nunspeet (ik bedoel, die extra spitstreinen, niet die antieke PC’s die niemand meer terug zou willen). Met slechts 2800 in- plus uitstappers per dag kan het Veluwse dorp ook in de jaren 20 niet veel meer verwachten dan handhaving van dat ene treintje per halfuur per richting.

Op 22 december maakte ik na Spijkenisse nog een ritje naar Den Dolder om daar het enige rijksmonument in de bebouwde kom te fotograferen (nl. het stationsgebouw) en toen stopte er zomaar een DDZ op de lijn naar Zwolle (niet op de foto); we gaan de goede kant op.

 



Nunspeet





Den Dolder

En nog twee foto’s  van de Veluwelijn (niet te verwarren overigens met de bus Apeldoorn – Zwolle die ook zo heet). Een paar weken later neem ik hem nogmaals, niet op een beminde zaterdag maar op een even beminde woensdag, waarop ik een Keuzedag heb opgenomen. Op station Amersfoort stap ik in de Sprinter naar Zwolle van 17:41, hartje avondspits.

NS heeft voor deze rit twee van die wrakke DDAR’s ingezet, 6 bakken dubbeldekkers, samen. Zo’n trein vervoert in totaal een kleine 800 stoelen waarvan driekwart bezet is bij vertrek uit Amersfoort. Bij Schothorst is ook nog een hele horde forenzen ingestapt.

En in Harderwijk beleeft de trein zijn grootste leegloop en Harderwijk daarmee een grote drom mensen. Inderdaad een erg populaire lijn, ondanks al het hierboven opgesomde leed.





Amersfoort





Harderwijk




Leidsche Rijn; The Boy in the Plastic Bubble

En dan breekt de laatste zaterdag van 2018 aan, zo’n kille, donkere dag dat ieder verstandig mens pyjamadag houdt en een 26-delige serie gaat zitten binge-watchen. Als dat zo verstandig is, waarom doe ik dat dan zelf niet? Omdat ik daar veel te ongedurig voor ben. En ook wel om de lezer van Beminde Zaterdag niet teleur te stellen; dat speelt beslist ook een rol.

Wederom geen weer voor een openluchtmuseum. Eens gaan kijken in Utrecht Leidsche Rijn dan?

In de zomer van 2013 nam ik het station Utrecht Leidsche Rijn plechtig en feestelijk in gebruik. Wat? 5Ż jaar geleden al?? Ja, dat is al 5Ż jaar geleden. Ik schreef toen dat Leidsche Rijn voltooid was op het centrum na; waar de meeste nederzettingen vanuit het centrum ontwikkeld worden, is het stadshart hier meer de kers op de taart.

In 2013 was er een woud van hijskranen te zien op de plek waar het centrum zou verrijzen van het stuk Utrecht ten westen van de kanalen. Het duurde wat langer  dan oorspronkelijk gepland, maar uiteindelijk zagen passerende treinreizigers toch langzamerhand een winkelhart ontstaan.

Een hectometer of wat ten westen van dat punt verschenen witte kelken die ik weet niet wat voorstelden. Talloze keren ben ik erlangs gereden en nu stap ik er na 288 zaterdagen weer eens uit.

Dit sprinterstation op 3 km ten westen van Utrecht Centraal wordt minimaal bediend in het weekend, nl. alleen door de Sprinter Den Haag – ’s-Hertogenbosch. Doordeweeks stoppen ook de Sprinters Woerden – Tiel er, wat de reiziger dan ongeveer een kwartierdienst oplevert.

Veel hoger is de frequentie bij die kelken. Die blijken namelijk het dak te vormen van een busstation. Er vertrekken daar onder meer bussen op de hoogfrequente lijnen U-OV 28 (Vleuterweide – Utrecht Centraal – De Uithof) en 37 (Maarssenbroek – Utrecht Centraal).

Het centrum van Leidsche Rijn is hier vlak om de hoek. Naast veel winkels is het ook een Cinema, een Gezondheidscentrum en een bibliotheek rijk. Dat werkt tegenwoordig zo. Alleen een winkelcentrum is wat te saai; kopen kun je ook wel gezeten achter je PC.




Extra divertissement is er deze zaterdag in de vorm van Happy Balloon Time, een grote plastic bubbel. Op de bodem daarvan is een springkussen en tegen het plafond zweven witte en gekleurde ballonnen. Een spelleider, een wat druk, ADHD-achtig type met een strak, zwart pak, staat te roepen wat de bedoeling is. Kinderen mogen in die bol een halve minuut springen op dat kussen, moeten dan trachten, een van de kleurige ballonnen te vangen in een schepnetje. Slagen ze daarin, dan krijgen ze  een – ongetwijfeld lullig en goedkoop – prijsje.

Het is niet helemaal eerlijk; sta ik te bedenken. Een klein onderdeurtje heeft zo veel minder kans op een prijs dan een lang uitgevallen kind. Maar dan roept de ceremoniemeester, of hij mijn gedachten heeft kunnen lezen: ‘Pappa en mamma mogen ook in de ballon en mogen meehelpen!’

Desondanks hapt geen kind; niemand zeurt bij zijn ouders om een paar euro om mee te mogen doen. Ze zullen toch echt met iets spectaculairders moeten komen dat dit. Of iets minder vermoeiends…

Ik loop een rondje, en loop op de terugweg weer langs de bubbel, en zie, het ADHD-type heeft er zowaar een gevangen. The Boy in the Plastic Bubble spookt door mijn hoofd; dat Amerikaanse jongetje in de jaren 70 met een falend immuunsysteem, die in een steriele bol moest verblijven.

Ik pak de bus naar Utrecht Centraal. Hoog Catharijne heet tegenwoordig: Hoog Catharijne The Mall. En dan nog niet eens The Mall of the Netherlands, want die is in aanbouw in Leidschendam.

Ik ben hier in eeuwen niet meer geweest. Ik overdrijf: afgelopen lente nog een keer, tijdens die bus-estafettestaking. Ik schreef:

Ik loop in die zijgang van Hoog Chagrijne waar ik vroeger als tovenaarsleerling regelmatig examen deed in de zwarte magie van de ICT – wat toen nog EDP heette. Dat is ook zo’n 25 jaar geleden, de tijd dat Internet aan de deur klopte. Die examens deden we achter de computer, met multiple choice-opgaven en na afloop kwam meteen de uitslag uit de printer rollen; revolutionair in die tijd.

Ook kwam ik toen regelmatig in deze contreien voor ROVER-vergaderingen. Ik dacht met mijn activiteiten voor ROVER de NL-maatschappij een enorme dienst te bewijzen en met een loopbaan in de ICT op mijn 50ste binnen te zijn. In beide gevallen had ik toch echt beter moeten weten; ik was ook toen al geen adolescent meer.

Maar de tijd heelt alle wonden en tovert vrijwel alles op den duur om in nostalgie. Mijn pleisterplaats De Gasterij houdt dapper stand, ondanks dat hij tijdens de renovatie van Hoog Catharijne aardig uit de loop is komen te liggen. De kantoren in die gang zijn leeg en afgesloten’.

Dat schreef ik. En nu is het onvermijdelijke dan gebeurd: De Gasterij is weg. Nee, nee, ik zit verkeerd; ik zit in een verkeerde gang. Of ja toch, ja, hier was hij, en hier is hij nu niet meer. Jee, weg! Meer dan 25 jaar hetzelfde gegeten, tegen (na correctie voor euro en inflatie) dezelfde prijs, mij geserveerd door dezelfde serveerster, in hetzelfde interieur.

Ja, ik houd best wel van afwisseling hoor; ik at ook vaak bij mijn andere pleisterplaats hier, Charlie Chiu. Maar die moest jaren geleden al wijken voor die mall-malligheid. En nu, ik zal het moeten accepteren: ook de Gasterij is weg. En ik heb er niet eens een foto van.

Hier wordt ik met recht hoog-chagrijnig van. Ik schreef het al: dit is zo’n zaterdag dat ik beter pyjamadag had kunnen houden. Of vinden jullie dat ik zeur?

Frans Mensonides
10 januari 2019
Er geweest: Barneveld zaterdag 8 december 2019, Leidsche Rijn zaterdag 29 december 2019, Veluwelijn opnieuw op woensdag 16 januari 2019









De Gasterij was hier (rechts)



PS: Ik spoedde me ondanks alles toch niet huiswaarts, maar nam de bus naar Gorinchem met de nieuwe vervoerder Qbuzz. Dat is een ander verhaal, en een heel bijzonder.

En na donker maakte ik nog deze foto’s in Culemborg.

FM


















ę Frans Mensonides, Leiden, 2019