Beminde zaterdag (33)
Maart 2020 - ?????



< < < < < Deel 32 al gelezen?


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangen. Deze reeks is geïntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je in het archief van mijn Thuispagina.

Een wijs man - als hij tenminste niet volkomen koekoek was - heeft eens gezegd dat als morgen de wereld vergaat, je vandaag moet zaaien in je tuintje. Of woorden van gelijke strekking; zoiets was het, al kan ik het nergens google-en. Als die uitspraak hout snijdt, is het misschien ook niet gek, onder de huidige corona-omstandigheden toch te beginnen met de lenteaflevering 2020 van Beminde zaterdag.  

Op zaterdag 7 maart 2020 ben ik nog op pad geweest voor deze rubriek, op de valreep van de quarantainemaatregelen die hun schaduw vooruit wierpen en daadwerkelijk afgekondigd werden op donderdag de 12e. Ik deed het onlangs verbouwde station Driebergen-Zeist en Beeldentuin / Arboretum De Dreijen in Wageningen. Bij thuiskomst vergat ik mijn foto´s te bewerken en gooide ik mijn aantekeningen in een hoek. Uiteindelijk heb ik ze daar toch maar weer uitgehaald.

En zodoende dus hieronder de eerste hoofdstukken van een webpagina die voorlopig niet langer zal worden dan hij nu is. 



 

Driebergen-Zeist 2.0: niet voor niks!ValleibusArboretum De Dreijen en Het Depot: torsen en fragmenten


Driebergen-Zeist 2.0: niet voor niks!


Ik ging afgelopen november al eens kijken bij de werkzaamheden rond dit station op de grens van zijn twee naamgevers. Toen was het nog één grote bouwput, en lag er een massieve houten loopbrug over de sporen, met een stuk of 60 traptreden en gelukkig ook een lift.

Het beeld dat ik op deze zaterdag zie is compleet anders en is ontstaan in één week van keihard werken door ProRail. De schoolvakantieweek in februari werd daarvoor gebruikt.

Er liggen nu 4 sporen tegen de oorspronkelijke 3. Het smalle eilandperron tussen de twee sporen aan de Zeisterkant heeft plaatsgemaakt voor een breed eilandperron. Daar komen alleen de treinen die stoppen op dit halfslachtige IC-station.

Dat zijn de Sprinters van / naar Rhenen en de IC’s Schiphol – Nijmegen. De IC’s Alkmaar – Nijmegen en de ICE’s rijden door, en wel via de buitenste sporen, die niet langs een perron liggen.

De verwijdering van de loopbrug was een spektakelstuk. Het had niet uitgevoerd kunnen worden bij een windkracht van 6 of meer. Maar de Beauforts bliezen op de dag dat de operatie gepland stond, niet harder dan 5, zodat het gevaarte net niet het luchtruim koos.

Het vernieuwde en uitgebreide station werd afgelopen maandag 2 maart in gebruik genomen. De officiële opening laat nog op zich wachten, en niet alleen op het eind van de corona-crisis, maar ook nog op het voltooien van de werkzaamheden in de stationsomgeving.

Doordat de helft van de IC’s het station overslaat, is de bediening wat karig. Wil je van hier naar Utrecht, dan heb je een 5-25-minutendienst. Dat beeld is dan weer wat gunstiger in de spits, als er elk halfuur een extra Sprinter rijdt tussen Utrecht Centraal en Veenendaal Centrum.

Over een paar jaar zal op het traject Utrecht – Arnhem ETMET ingevoerd worden, Elke Tien Minuten Een Trein. Toch kan het station zich ook nu al in grote populariteit verheugen. Zo door de jaren ‘10 heen schommelden de passagiersaantallen tussen 9.000 en 10.000 per dag.

Tot verbazing van iemand uit Amsterdam in mijn Twitter-timeline, die zich afvroeg waarom men hier überhaupt ooit een station geopend heeft buiten de bebouwde kom, midden in de rimboe. Nou, dat zou je moeten vragen aan de spoorwegpioniers uit de 19e eeuw. Dit station dateert uit 1844, het jaar dat de Rhijnspoorweg (Amsterdam – Utrecht – Arnhem – Zevenaar) tot dit punt was opgerukt. Het was de 2e spoorlijn in Nederland, na de Oude Lijn.

En het is bepaald geen Klarenbeek, dat echt midden in de velden ligt. Hier kun je in de stationsomgeving pannenkoeken eten, werken bij bedrijven en cursussen volgen. Het eerste doe ik regelmatig, en het laatste deed ik een keer in… 2003 zal het geweest zijn. Joost mag weten waar die cursus over ging. Blijkbaar leverde hij geen inzichten op die mijn leven een andere wending hebben gegeven, anders had ik het wel onthouden.

Achterland heeft het station ook wel. Zeist en Driebergen hebben samen ruim 80.000 inwoners, die het station allen binnen fietsafstand hebben. Er zijn gloednieuwe fietsenstallingen op het plein onder het perron en er is aan de Driebergse zijde een grote parkeergarage met plek voor honderden auto’s. En de Q-linkbussen op lijn 50 rijden af en aan. Ze gaan in de spits om de 5 minuten en op zaterdag nog om de 10.

De N225, de verkeersader van de Utrechtse Heuvelrug, kruist het station sinds 2017 ongelijkvloers; einde van een beruchte spoorwegovergang en bottleneck.

Driebergen-Zeist 2.0 is verder een mooi, aantrekkelijk vormgegeven station, voor het oog, dat ook wat wil. Een genot om hier in of uit de trein te stappen!

Beneden, onder de sporen staat nog wat winkel- of kantoorruimte te huur. De Stationshuiskamer is tegelijk met het station open gegaan.

Driebergen-Zeist had altijd al iets met koffie. In de jaren 50 was de koffie van dit station vermaard bij treinreizigers. De goudbruine nectar uit Brazilië werd in die tijden vanaf het perron via de coupéraampjes uitgevent. Ik heb dat als klein jongetje op stations als Utrecht CS nog wel zien gebeuren.

In Utrecht stonden de meeste treinen lang stil, maar op Driebergen-Zeist veel korter – al plakten de conducteurs en machinisten er wel eens stiekem een minuutje aan vast, om de koffieverkopers en –kopers ter wille te zijn.

De verkoop werd echt efficiënt aangepakt. Het was in handen van een grote familie. Bij het binnenrollen van een trein stormde een complete dynastie van een stuk of 15 in ober- en serveersterkostuum gestoken schenk(st)ers de restauratie uit, gewapend met dienblad, koffiepot en bekertjes.

Zie dit geinige filmpje uit 1959. Je moest wel gepast geld gereedhouden; voor uitgebreide wisseloperaties was er echt geen tijd. De passagiers flikkerden de bekertjes na lediging goddomme doodgewoon ook weer door het treinraam naar buiten; fraai is dat! De hele spoorberm van Utrecht tot ergens voorbij De Klomp lag altijd bezaaid met bekertjes.

Tegenwoordig haal je de koffie dus in de Stationshuiskamer op de begane grond. Die zit vanmiddag vol met Driebergers en Zeistenaren die helemaal niet met de trein moeten, maar het station komen bekijken en deze koffietent eens willen proberen. Volle treinen en volle cafés, daar begin ik zo langzamerhand schrik voor te krijgen. Ik heb ook vandaag een upgrade voor de 1e klas genomen om niet te dicht bovenop hoestende en rochelende medemensen te zitten.

Maar van de 2 giebelende brugklasmeisjes schuin tegenover me aan de lange huiskamertafel, heb ik weinig te duchten. Die hebben zich vanmorgen zo uitvoerig geplamuurd en besprenkeld met sterk geurende make-up, smeerseltjes en watertjes, dat alle micro-organismen binnen een straal van 10 meter van hen toch wel tot sterven gedoemd zijn.

Hun kapsel en verdere uitmonstering zijn met geen pen te beschrijven. Wat takelen die schepsels zich toch toe, tegenwoordig! Wandelende modepoppen. Het moet ze elke ochtend minstens anderhalf uur kosten voordat ze helemaal opgedirkt en aangekleed zijn. In mijn tijd (maar als je zoiets zegt, word je oud) rukten zowel jongens als meisjes ’s morgens een versleten overhemd en een vale spijkerbroek van een hanger in de klerenkast, en daarmee kwam je de dag wel door.

Enfin, ik neem de trein naar Ede-Wageningen en de bus naar Wageningen. ´s Avonds keer ik terug naar Driebergen-Zeist voor een avondfoto en voor de pannenkoeken. Ik wacht tot na zevenen als in het pannenkoekenhuis de rondrennende kleine kinderen, die je zouden kunnen besmetten, al weg zijn. Langzamerhand gaat corona ons leven beheersen;  het mijne in ieder geval wel.

 

Valleibus


2006 zag de geboorte van de Valleilijn, die bestaat uit twee delen: een treinverbinding Amersfoort – Ede-Wageningen (Connexxion) en een snelbus Ede-Wageningen – Wageningen Busstation (Syntus). Aan het spoorgedeelte heb ik regelmatig aandacht besteed in deze rubriek (voor het laatst HIER) maar vandaag nemen we de bus eens.

Dat zijn er sinds kort eigenlijk twee. Maar op zaterdag dan toch weer één. Lijn 88 rijdt de route naar Wageningen als vanouds. Maar daaraan is toegevoegd: lijn 84, die op werkdagen overdags rijdt via de campus van de WUR (Wageningen University & Research) in het noorden van de stad. Op zondagavond rijdt hij ook. Ik fietste van de zomer over dat toen verlaten universiteitsterrein met zijn architectonische hoogstandjes.

En ik vergaapte me in november aan de artist impression van station Ede-Wageningen 2.0.  Ja, ook Ede-Wageningen wordt net als die andere dubbele naam, Driebergen-Zeist, vernieuwd en uitgebreid. Dit station wordt misschien nog wel mooier. Als ze er eerst maar eens mee wilden beginnen.

Ik pak bus 88. De studenten zijn op weekendverlof – en weten nog niet dat de universiteit binnenkort al zijn poorten zal sluiten. Lijn 88 vervoert midden op de zaterdagmiddag per bus hooguit een plukje bejaarden – en we weten nog niet dat vrijwel lege bussen binnen een week tot het normale straatbeeld zullen behoren.

Ik stap in Wageningen uit op de Nijenoord Allee om een paar van die gelede bakken te fotograferen. Daarna loop ik binnendoor in de richting van mijn doel voor vanmiddag: Arboretum De Dreijen. Ik passeer de woonervenwijk Tarthorst en Mouterijnoort, een nieuwe wijk op het terrein van een oude mouterij. En mout is een grondstof voor allerlei alcoholhoudende dranken.

 



Arboretum De Dreijen en Het Depot: torsen en fragmenten


De Dreijen, in het oosten van Wageningen, was de oude campus van wat toen nog de Landbouwhogeschool heette. De gebouwen zijn hier heel wat traditioneler dan op de nieuwe campus.

Arboretum De Dreijen bestaat al 125 jaar en is aangelegd door de in zijn tijd befaamde tuinarchitect Leonard Springer. De 7 hectare tellende tuin lijkt veel groter, met zijn kronkelpaden en doorkijkjes. De rotstuin is een panorama waard.


Maar opvallender dan de bomen (althans voor mij als niet-dendroloog) zijn de beeldhouwwerken. De meeste daarvan zijn nogal fysiek, lijfelijk; ze bestaan allemaal uit lichamen waaraan iets ontbreekt, niet zelden een hoofd, of alleen uit lichaamsdelen.

Een zonnewijzer is er ook, een heel bijzondere. Meteen maar even uitproberen of hij het doet. Er schijnt een waterig late-winternamiddagzonnetje. Op die twee langwerpige blokken op de voorgrond staan (moeilijk zichtbaar op de foto) de maanden van het jaar vermeld. Daarachter, op die ronding, de uren van de dag. In het midden 12 uur, de streep links daarvan is 11 uur, die rechts van het midden 13 uur, etc. Ik denk nou dat het bedoeling is dat je je schaduw laat vallen over de maand die het is (maart dus in dit geval) en de lijn dan doortrekt naar die uurwijzer daarachter.

Mijn schaduw wijst naar 3 uur, en volgens mijn horloge is het kwart voor 4. Dat klopt dus perfect! De zonnewijzer geeft namelijk de werkelijke zonnetijd van Wageningen weer, en mijn uurwerk, net als dat van iedereen, Midden-Europese wintertijd. En die loopt pakweg 3 kwartier voor op de plaatselijke tijd – ook rekening houdend met de tijdsvereffening waarover ik het Greenwich ook al had.

Dan ontdek ik pas de gebruiksaanwijzing van deze zonnewijzer van Joost Barbiers. Die komt aardig overeen met wat ik zelf bedacht had.

Wat zeg ik, 15:45 al? Dan moet ik snel naar Het Depot, dat gaat dicht om 17:00 uur; MET en geen plaatselijke zonnetijd. In dit hypermoderne glazen gebouw bij de ingang van het arboretum is een zeer uitgebreide beeldententoonstelling met echt honderden beelden. De toegang is even gratis als die tot het arboretum.

In Het Depot ontgaat het me niet, dat ook deze beeldencollectie weer bestaat uit hompen mens: lichaamsdelen en incomplete lijven. Is dat een moderne trend in de beeldhouwerij, of een vreemde tic van de verzamelaar? Ik ben er niet van op de hoogte, van trends in de sculptuur, en ga nu maar eens het boekje bestuderen dat ik bij de receptie heb ontvangen.

De Stichting Het Depot ondersteunt beeldhouwers van torsen en fragmenten. Juist!

Een man staat op een beeld te tikken. Klop, klop, klop! ‘Hè, het is hol! Dit beeld is hol!’, zegt hij tegen zijn eega, die er zelf ook even op wil kloppen. Tok, tok, tok. ‘Ja, verdraaid, het is hol!’
Net zo hol als jullie schedel, denk ik. Wie doet dat nou in een museum, een beetje op een beeld gaan staan kloppen!

Maar stond er niets iets in het boekje over aanraken? Jawel, je mag hier de beelden aanraken. Een bijzonder museum, dat vraagt om een museum top 5.

 


*1* Pépé Grégoire, Happy View (2005). Hier sta ik dan nog buiten, voor Het Depot. Er valt aan dit beeld weinig uit te leggen; gewoon een leuk beeld.

*2* Emile van der Kruk, Piéta (2005). Een piëta, zoals het officieel gespeld wordt in het Nederlands (pietà in het Italiaans, alweer een ander accent) is een afbeelding van de dode Jezus Christus in de armen van zijn moeder Maria. Maar hier is Maria een leunstoel die een alweer incomplete Jezus in een houdgreep neemt. Apart!

*3* Novello Finotti, Anatomico che cammina (1969). In de put, en er weer uit. Zo gaat die pandemie verlopen. Uiteindelijk gaat die toch ook weer over.

*4* Karel Goudsbloem, Perfect Group (2002). Mijn handen zijn gebonden; er komt vrijwel niets uit mijn handen. En ik dreig mijn hoofd te verliezen. Mijn omstandigheden tijdens het schrijven van dit stukje. Ik heb er 4 weken over gedaan. Normaliter typ ik deze stukjes vlotjes uit de losse pols op een laptop in de trein tijdens mijn woon-werkritten. Maar ja: quarantaine…

*5* Teja van Holten, Takken van het hart (2003). Hier kun je toch niets anders in zien dan zo’n afbeelding van de kleine bloedsomloop uit het biologieboek: zuurstofarm bloed naar de longen, en zuurstofrijk bloed ervandaan. Longen doen me denken aan….

Corona gaat langzamerhand ons hele gedachteleven beheersen. Maar zoiets zei ik daarnet ook al.

Frans Mensonides
5 april 2020
Er geweest: zaterdag 7 maart 2020.

 



 

Mijn Thuis(blijf)pagina in tijden van corona:

Liefs in tijden van corona; quarantainewandelingen – De drukte, dat zijn de anderen – Op naar de versoepeling

Singelpark Leiden in 50 foto’s

Met de Bergland Expres naar Oostenrijk (1970-1974)


© Frans Mensonides, Leiden, 2020