Plaatsmakers (2):de provincie Utrecht per U-liner


< < < Deel 1 al gelezen?


Dit is deel 2 van een lang groeiartikel over U-links en -liners in de nieuwe concessies Utrecht Binnen en Utrecht Buiten. In deel 1 kwamen de U-links aan bod: (stads)lijnen binnen de agglomeraties Utrecht en Amersfoort; lijnen die een kwaliteitssprong gemaakt zouden hebben (die je in praktijk niet altijd ziet).

Nu dan de U-liners, lange streeklijnen, waarvan sommigen doorlopen tot in Noord-Holland, Zuid-Holland of Gelderland. Ook deze buslijnen moesten een stuk opschuiven in de richting van HOV, Hoogwaardig Openbaar Vervoer. Ik noem dat altijd liever: Hoop Op Vooruitgang, en meer dan hoop is het voorlopig ook niet, in een nieuwe concessie die geteisterd wordt door aanloopproblemen.

Hieronder nog even opnieuw het lijstje van de 10 U-liner-lijnen; allemaal opvolgers van al bestaande lijnen, en beginnend met een 3. Zo werd lijn 41 omgenummerd tot lijn 341 en 295 tot 395. Ik ga ze niet alle 10 doen; links verwijzen naar artikelen die ik al eens eerder heb geschreven heb.

 Net als de U-links hebben ook de U-liners een eigen uitmonstering: blauw, met de tekst ‘U-liner’ in bolletjes. Van afstand, als hij passeert aan de overkant, is ‘liner’ beter leesbaar dan wanneer hij voor je neus stopt. Het exemplaar hierboven fotografeerde ik in Spakenburg.

Lijn 302 Amersfoort Nieuwland – Hoogland - Amersfoort Centraal – Soesterberg – Utrecht Rijnsweerd – Science Park – Nieuwgein Zuid – Vianen Lekbrug
Lijn 307 Utrecht Centraal – Papendorp – De Meern – Oudewater – Montfoort – Haastrecht – Gouda NS (opvolger van lijn 107)
Lijn 315 Amersfoort Vathorst – Hoefkwartier – Centrum - Amersfoort Centraal – Soesterberg – Utrecht Science Park – Rijnsweerd
Lijn 326 Amsterdam Zuidoost – Vinkeveen – Wilnis - Mijdrecht
Lijn 330 Uithoorn Busstation  – Mijdrecht – Wilnis – Vinkeveen – Breukelen NS (opvolger van lijn 130)
Lijn 341 Utrecht Centraal – Bunnik – Odijk – Werkhoven – Cothen – Wijk bij Duurstede (opvolger van U-link lijn 41)
Lijn 350 Utrecht Centraal – De Bilt – Zeist – Driebergen - Doorn – Leersum – Amerongen – Elst (U) – Veenendaal De Klomp / Rhenen- Wageningen Stadsbrink (opvolger van U-link lijn 50)
Lijn 376 Bunschoten-Spakenburg – Amersfoort Centraal – Soesterberg – Utrecht Science Park – Rijnsweerd (opvolger van o.a. lijn 76)
Lijn 380 Amersfoort Centraal – Leusden-Zuid – Woudenberg – Maarsbergen – Veenendaal station Centrum (opvolger van lijn 80, 80X en 280)
Lijn 395 Utrecht Centraal – Papendorp – IJsselstein – Lopik – Schoonhoven -  Bergambacht – Lekkerkerk – Krimpen aan den IJssel – Rotterdam metro Capelsebrug (opvolger van lijn 295)

Lijn 341: Utrecht  - Wijk bij Duurstede



Cothen

Mijn ritten met U-liner 341:

Maandag 19/01/2026: bus 1092, Utrecht Centraal Jaarbeurszijde 15:09 – Wijk bij Duurstede Busstation 15:41;10 passagiers maximaal in de bus, inclusief mezelf

Maandag 19/01/2026; bus 4713, Wijk bij Duurstede De Geer 17:25 – 17:29 Cothen Langbroekerweg;  8 passagiers

Maandag 19/01/2026: bus 1047, Cothen Langbroekerweg 18:12 – 18:43 Utrecht Centraal Jaarbeurszijde; 23 passagiers

Maandag 26/01/2026: bus 1100, Utrecht Centraal Jaarbeurszijde 14:43 – 15:11 Werkhoven Beverweertseweg; ca. 65 passagiers

Maandag 26/01/2026: bus 47???, Werkhoven Beverweertseweg 15:29 – 15:36 Cothen Langbroekerweg, ca. 25 passagiers

Maandag 26/01/2026: bus 1064, Cothen Langbroekerweg 16:20 – 16:33 Wijk bij Duurstede Steenstraat/Centrum; 9 passagiers

Maandag 26/01/2026: bus 1701, Wijk bij Duurstede Steenstraat/Centrum 16:35 – 17:10 Utrecht Centraal Jaarbeurszijde; 11 passagiers

Woensdag 18/02/2026: bus 8309, Utrecht Centraal Jaarbeurszijde 14:45 – 15:04 Bunnik Centrum; 38 passagiers



Op lijn (3)41, Utrecht – Wijk bij Duurstede, keer ik terug met bijna de regelmaat van een komeet. Ik was in deze streek in 2008 aan de vooravond van een busstaking, in 2013 toen de formule U-OV geïntroduceerd werd, in 2020 toen we kennismaakten met de U-link, en dus opnieuw anno 2026.

Lijn 341 verbindt de 2 mooiste steden van de provincie Utrecht en komt daarbij langs 4 dorpjes met een schilderachtige kern: Bunnik, Odijk, Werkhoven en Cothen. Al deze plaatsen liggen langs het riviertje de Kromme Rijn, die zijn naam echt eer aandoet met heel wijdlopige slingers. In tijden van weleer, lang voor bus 341, voeren er ‘Krommerijnsche schuiten’, lange, smalle schepen voor goederentransport over de rivier.

In de periode 1883-1931 heeft er een tram gereden van Wijk bij Duurstede naar Doorn via Langbroek, een kort zijlijntje van de mega-tramlijn Amersfoort – Arnhem. Een tram van Wijk bij Duurstede naar Utrecht is er bij mijn weten nooit geweest. 

Uit weinig Utrechtse plaatsen klinken deze winter zoveel protesten tegen de nieuwe busdienstregeling als uit Wijk bij Duurstede. De stad voelt zich zo ongeveer getroffen door de grootste ramp sedert hij - indertijd Dorestad geheten- in de donkere middeleeuwen werd verwoest door de Vikingen, en dat meerdere malen.

Behalve tegen de beroerde uitvoering van de busdienst - waaronder de hele provincie Utrecht zucht - richten de bezwaren zich ook tegen de busroute in Wijk bij Duurstede. Wat er loos is, wordt meteen duidelijk als je dit kaartje ziet.

De bussen kwamen en komen Wijk bij Duurstede aan de noordkant binnen uit de richting Cothen. Tot en met zaterdag 13 december 2025 reden ze volgens de rode lijn een route door heel Wijk bij Duurstede naar het eindpunt bij het busstation, en later na een pauze via dezelfde weg terug naar de Domstad. In de nieuwe opzet van de dienstregeling rijden ze een rondje; de zwarte lijn met pijlen; alleen linksom.

Bovendien werden, om het snelbuskarakter van de lijn te onderstrepen, de haltes Kempenaar en Nieuweweg geschrapt. Daardoor wint de doorgaande passagier een minuut, maar is de buurtbewoner die daar altijd instapte, 5 à 10 minuten kwijt voor een wandeling naar de volgende halte.

Bussen uit Utrecht rijden eerst naar het Busstation, houden daar 2 minuten halt, maken daarna het hele rondje door de stad en spoeden zich weer richting Utrecht. Efficiënt, vindt de provincie en vindt ook de busmaatschappij Keolis.

Maar de bewoners van de wijk De Geer en van het centrum zijn er allesbehalve blij mee. In het zicht van hun woonwijk slaat de bus rechtsaf naar het busstation, waar alleen van een afgelegen boerderij klandizie is te verwachten. Dan een hele slinger door de stad, en daarna mogen ze pas uitstappen. Fnuikend voor het humeur als je terugkomt van een dag hard werken of studeren in Utrecht.



De bus in Wijk bij Duurstede. Onderste rij: de halte Steenstraat/Centrum, die op het nippertje behouden bleef

Het had zelfs nog erger kunnen wezen. In de oorspronkelijke plannen van de provincie zou ook de halte Steenstraat/Centrum komen te vervallen. Dan zou het rondje door Wijk bij Duurstede dus nog korter geworden zijn dan het nu is. Het centrum is met zijn smalle straatje sowieso niet geschikt voor de bus, maar die halte op de Steenstraat ligt handig aan de rand ervan. De Wijkenaren*) moesten al hun overtuigingskracht aanwenden om die halte te behouden.

*) Hoe heet een inwoner van Wijk bij Duurstede? Wijkenaar, Wijker, Wijkse, Wijk bij Duurstedenaar; diverse bronnen spreken elkaar tegen. Weten ze zelf  eigenlijk wel wie ze zijn??

Ik moet er wel bijzeggen dat er in de stad nog een andere buslijn actief is: lijn 56 naar Amersfoort via Doorn, Driebergen en Zeist. Die bus stopt nog wel aan alle haltes en in beide richtingen, maar dat is maar een dun halfuurdienstje, en je hebt er niets aan als je naar Utrecht wilt. En je moet bijna voor alles naar Utrecht als je in deze streek woont: werk, school, winkelaanbod, ziekenhuis.

Sommige ritten van lijn 341 eindigden aanvankelijk bij dat busstation in the middle of nowhere. Wat ook wel voorkwam: buschauffeurs werden afgelost bij het eindpunt. Dan stapt er een nieuwe chauffeur in, zou je denken, maar op lijn 341 ging dat anders: de reizigers moesten dan uitstappen en (soms heel lang) wachten op een andere bus.

Einde van de rit of aflossing, in beide gevallen werden de reizigers plompverloren gedropt op het busstation. Dat gebeurde standaard bij de laatste ritten van de dag, ver na middernacht. Men moest dan in het duister kilometers lopen, onder andere over een eenzame landweg, om zijn eigen woonwijk te bereiken.

Vooral alleenreizende vrouwen maakten hier bewaar tegen, en moesten een chaperon charteren om hen vanaf het busstation naar huis te begeleiden. Ik zou denken: als je bang bent uitgevallen, kun je beter helemaal de laatste bus niet nemen, gezien de heel enge types die daar meestal wel in zullen zitten.

Maar goed: over deze wantoestand kan nu gelukkig worden gesproken in de verleden tijd: de dienstregeling is in ieder geval aangepast per 15 februari. Bij alle ritten wordt nu het rondje voltooid tot/met de halte De Geer; ook al zou dat betekenen dat er 2 bussen bumper aan bumper achterelkaar de ronde door Wijk bij Duurstede maken.

Ik heb in januari en februari in totaal 8 ritten gemaakt met deze lijn. Het zijn dus momentopnamen zoals altijd. Maar ik kreeg de indruk dat de uitval van ritten op lijn 341 nog een graadje erger was dan ik al gewend was op de U-link. Bij U-OV vallen nu, eind februari nog ‘slechts’ 15% van de ritten uit, maar lijn 341 scoort minstens het dubbele.

Als alle bussen rijden volgens dienstregeling, valt er beslist niet te klagen over de frequentie van deze lijn, vooral in de spits. Er rijden dan maar liefst 12 bussen per uur in de drukste richting. Dat is vanzelfsprekend ’s morgens naar Utrecht en aan het eind van de middag de andere kant op. In de dal-uren en weekenden rijden ze elk kwartier.

Maar de hoge spitsfrequentie werkt wel het beruchte klonteringseffect in de hand: 2 of 3 bussen vlak achter elkaar, en dan een hele tijd niks. De nieuwe opzet van de lijn als een lus, heeft natuurlijk ook tot gevolg dat vertragingen op de heenweg meteen doorwerken op de terugweg.

Daar komt bij dat de N229, de drukke verkeersader tussen Wijk bij Duurstede en Bunnik niet overal voorzien is van vrije busbanen. In de spits staat het hier nog wel eens vast, en staat de snelbus in de file. Staat die file er een keer niet, dan komen de bussen veel te vroeg aan bij het busstation, met het gevolg dat je heel lang moet wachten op het voortzetten van je rit.

Wat er mis is met lijn 341, kon ik al met al wel bedenken vanachter mijn bureau. Het steekt vooral dat lijn 341 bedoeld was als snelbus, terwijl de reiziger nu (veel) langer onderweg is dan vroeger.

Dat ik toch nog achter mijn beeldscherm vandaan ben gekomen om busritten te gaan maken, was niet alleen uit masochisme, maar ook om al die aardige plaatsen onderweg op de foto te zetten. In het idyllisch landelijke Werkhoven liep ik al rond op de laatste zondag van 2013, en in (het niet zo bijzonder mooie) Odijk op nieuwjaarsdag 2020 (niet wetende wat ons in dat jaar boven het hoofd hing. Ach nee, hoe zouden we? We hebben geen kristallen bol, en ook van de zogenaamde paragnosten uit de sensatiebladen had niemand in zijn nieuwjaarsprofetie een pandemie voorspeld).

Cothen en Bunnik komen in dit stuk aan de beurt.

 

Setra met ‘lange kont’ zoals ik het noemde, in Odijk, op de allereerste dag van de jaren 20
Archief De digitale reiziger, 2020

Ik begin mijn verkenning op maandag 19 januari, als de middag al een aardig eind op streek is. Ik was eerst in de ‘Bieb’, die officieel zo heet, op de Neude; ex-postkantoor, 102 jaar oud, een mooi, sfeervol gebouw.

De Bieb (17 oktober 2025).

Het motto van de Bieb luidt: ‘Kom binnen, om buiten beter te begrijpen’. Als dat ook slaat op de concessies Utrecht Binnen en Utrecht Buiten, komt me dat heel goed uit. Want ik ben hier binnen gelopen om wat artikelen over de bus-sof na te slaan in de Utrechtse editie van het AD. Die staan op Internet achter een betaalmuur, en abonnementen op kranten heb ik afgezworen.

Er circuleren petities om de oude dienstregeling van lijn 41 opnieuw in te voeren. Weerman Peter Kuipers Munneke, die in Wijk bij Duurstede woont, heeft zich gemengd in de discussie. Zijn kinderen zitten op de middelbare school in Utrecht, en komen vrijwel dagelijks te laat in de les omdat de bus weer eens is uitgevallen. Kuipers Munneke gaat die petitie, die door 3000 mensen ondertekend is, aanbieden aan Provinciale Staten (wat inmiddels gebeurd is, op 11 februari).

Zijn eigen boek in de Bieb, wie wil dat niet? Ik. Mijn complete productie aan proza van een kleine 4 miljoen woorden staat online (inderdaad: de kwantiteit is indrukwekkender dan de kwaliteit, dat vind ik zelf ook wel). Een bieb is een tikje achterhaald. Precies 50 winters geleden werkte ik voor mijn eerste zelfverdiende boterhammen in een openbare bibliotheek. Maar ik, eens een verstokte bibliotheekliefhebber, loop er vrijwel nooit meer een binnen. Ergens vind ik het jammer, maar zo gaan dingen soms.

En dan op pad.  Lijn 41 reed vanaf 2019 met toen nieuwe, ellenlange ongelede Setra dieselbussen. Die zijn opvallend lelijk en hoekig: koekblikken op wielen, maar kunnen wel 60 mensen zittend vervoeren.

Die bussen zijn uit de gratie geraakt,  vermoedelijk omdat ze niet elektrisch zijn en de provincie nul-uitstoot wil. Er rijden er echter nog een paar rond; nog niet alle stekker-bussen zijn geleverd. De eerste bus die ik vandaag neem op de Jaarbeurszijde van Utrecht Centraal is zo’n Setra diesel.

Lijn 341 moest zoals gezegd een sneldienst worden, en daartoe zijn in Wijk bij Duurstede 2 haltes opgeheven. Maar in Utrecht rijdt de bus eerst een poosje als een stadsbus over de smalle Albatrosstraat en langs het Diaconessenhuis. Pas na stadion Galgewaard komt de vaart er een beetje in.

Een rit Utrecht – Wijk bij Duurstede duurt nog steeds ongeveer 3 kwartier. In het niet al te verre verleden hebben er naast lijn 41 wel eens échte spits-snelbussen gereden op dit traject, die bijvoorbeeld alle haltes in de 4 dorpen oversloegen, of via het Kanaleneiland meteen naar Odijk reden. Ook is Utrecht Science Park el eens rechtstreeks bereikbaar geweest vanuit Wijk bij Duurstede. Nu moet je bij Galgenwaard overstappen op de tram. En er heeft ook ooit een stopbus gereden die de bebouwde kom van Werkhoven aandeed. Keuze, die er nu niet meer is.

Op de N229 naar Wijk bij Duurstede kan de bus in ieder geval echt lekker doorjakkeren, als de avondspits nog niet is uitgebroken. Odijk, Werkhoven en Cothen hebben haltes langs de weg. De bus waagt zich niet in de bebouwde kommen en tussen de dorpen in woont bijna geen sterveling.

In die lange bus met 60 stoelen zinken de 5 passagiers wel in het niet, die met deze bus de stap over de gemeentegrenzen van Utrecht gewaagd hebben. Ik heb zo het gevoel dat deze bus flink voorligt op zijn schema, en zijn voorganger op de hielen zit. Het klonteringsverschijnsel in werking. Die vorige bus blijkt inderdaad nog op het busstation van Wijk bij Duurstede te staan als wij daar arriveren.

Van de 5 overgebleven reizigers stappen er 4, behalve ik, haastig over in die andere bus. Zo maar 7 minuten eerder thuis; waar klágen ze hier nou over? Ik stap ook uit, namelijk voor deze foto van 2 haltes langs een stoep, waarvoor de benaming Busstation wel erg weids is.

De bus waar we uitgestapt zijn, filmt aanvankelijk: ‘Vertrek over 9 minuten’ (nog maar 6 op de foto). Ik wandel langs de busroute richting het stadscentrum, en word inderdaad pas na een hele tijd ingehaald door deze bus.

Erg doorsnee, de nieuwbouw van Wijk bij Duurstede. Eens te meer vraag ik me af, waarom ook in steden met een heel eigen, markante, feeërieke binnenstad, de buitenwijken precies hetzelfde zijn als overal in het land.

 

Wijk bij Duurstede bij valavond. Voor meer foto’s van de binnenstad, zie de gelinkte stukken uit 2008 (bij zon) en 2020 (bij mist).

Na mijn rondje door de stad vat ik post bij de halte Steenstraat/Centrum. De eerste bus die had moeten komen, verdwijnt ineens van het scorebord bij de halte, de volgende is er zo-een die eindigt bij De Geer. Daarna gaat er een groot gat vallen.

Ik sta hier te vernikkelen in de gure wind, bij een temperatuur van anderhalve graad boven nul, en ga nu maar lopen naar De Geer om warm te worden. Mijn wandeling voert over het terrein van een oude veiling, die nu woonwijk is geworden.

Bij halte De Geer pak ik de bus naar Utrecht, alleen om die een paar minuten later alweer te verlaten aan de rand van Cothen. Als 2 haltes langs een stoep een busstation kunnen vormen, dan kun je één halte langs de weg ook best een perron noemen.

Van deze halte kun je via een complex van tunnels onder de N229 de bebouwde kom van Cothen bereiken. Die tunnel vind ik, zelfs als man, ook knap eng. Maar een man mag niet klagen over eng, want het is juist de man die altijd eng doet tegen vrouwen. Zo zijn geloof ik de juiste, deugende opvattingen over de verhoudingen tussen de geslachten.

Voor Cothen geldt wat voor heel West-Europa geldt op een januaridag na 17:00 uur: het is er donker. Cothen lijkt een heel aardig dorpje, en ik kom ik er binnenkort voor terug bij daglicht.

Nu eerst weer die enge tunnel door en verder staan te wachten in de kou op dat ‘perron’. Aan de overkant passeert een nog redelijk bezette bus naar Wijk bij Duurstede. Niet elke Wijker laat zich ontmoedigen door de busmisère. Niet iedereen heeft ook een andere keuze dan de bus te nemen.  

Mijn bus naar Utrecht van 18:05 verdwijnt weer eens van de radar. De volgende staat op de rol voor 18:20, Om 18:12 komt er bus aanrijden die ‘Geen dienst’ toont maar toch stopt. jawel, jawel, zegt de chauffeur; deze bus gaat echt naar Utrecht, hoor!

Lange tijd komen ons geen tegenliggers richting Wijk bij Duurstede tegemoet, maar tussen Odijk en Bunnik ineens drie bussen achter elkaar. Op deze lijn berust elke overeenkomst tussen de dienstregeling en de werkelijkheid op toeval.

 

Een week later keer ik terug. Maandagen in januari, volgens een niet onomstreden theorie, zijn de meest deprimerende dagen van het jaar. De ware Blue Monday is volgens sommigen de 3e maandag in januari (dat was vorige week) en volgens andere de maandag van de laatste volle week in januari (dat is vandaag, 26 januari).

Blue Monday is de maandag (sowieso al een rotdag) waarop iedereen ineens de moed verliest. Kerstmis is voorbij is en zelfs de opluchting daarover is voorbij. Het is  vrijwel altijd kutweer, de zomervakantie is nog heel ver weg, het eerste salarisstrookje van het jaar is tegengevallen, en de eerste goede voornemens zijn alweer vergeten.

Het is verzonnen door een Britse psycholoog, die een heuse wiskundige formule heeft opgesteld om de mate van depressie uit te rekenen. De meeste van zijn vakgenoten zien het als pseudowetenschap, een kwalificatie die naar mijn mening wel op erg veel bevindingen en ontdekkingen van de psychologie van toepassing is.

Ik voor mij zie geen reden om somber te zijn op een maandag in januari. Als pensionado ben ik op maandag altijd extra blij ben dat ik niet meer naar mijn werk hoef. Goede voornemens maak en vergeet ik het hele jaar door, en niet persé met de jaarwisseling. En mijn pensioen en AOW vallen niet tegen, want ik weet van tevoren precies wat ik krijg; elke maand rond de 23e evenveel gratis geld, evenveel gratis bier (als ik dat zou drinken).

Op een dag met acceptabel winterweer gaan wandelen in Cothen, alle tijd ervoor; wie doet me wat!

De bus die vertrekt van de Jaarbeurszijde op Utrecht Centraal is 3 minuten te vroeg of 12 te laat. Ik denk het laatste, anders zou ik niet kunnen verklaren dat we een man of 65 aan boord hebben – waarvan ongeveer de helft al uitstapt voor we de stad uit zijn.

Een half uur later meen ik de kerkspits van Cothen te zien, en stap een kerk te vroeg uit; dit is Werkhoven pas. Mijn kippigheid begint me een beetje zorgen te baren. Terwijl ik nog van mijn verbazing sta te bekomen dat mijn ogen me weer eens bedrogen hebben, raast de volgende bus naar Wijk langs me heen, helemaal leeg, 1 minuut na de bus waar ik ben uitgestapt,.

Enfin, eindelijk beland ik toch nog in Cothen, met nog een uur daglicht voor de boeg. Het is net genoeg om het oude hart van het dorp te ronden en een stukje mee te pakken van het landgoed Rhijnestein, waarop het gelijknamige 13e-eeuwse kasteel staat. Het slot wordt al eeuwenlang bewoond door de opeenvolgende generaties van een adellijke familie.











Hier op de Brink is - excusez le cliché - de tijd stil blijven staan. Zelf de ‘kar, die ratelt op de keien’, uit een bekend liedje, is aanwezig. Je zou kunnen geloven dat je hier liep in 1826, als er niet een vent rondliep met een smartphone om  alles te fotograferen. Toerist in hartje winter?

De stellingmolen in het dorp heet Oog in ’t Zeil en werd gebouwd in 1869 als opvolger van een afgebrande voorganger.

Terug aan de Jaarbeurszijde van Utrecht Centraal. DIT noem ik een busstation!! En het is alleen perron C nog maar; aan de overkant heb je het even grote perron D.

Ik sta ik het verkeer op lijn 341 nog een halfuur te observeren. Vandaag is het wel heel erg bar met de uitgevallen ritten. Tijdens dat halfuur in de late middag zou ik 6 bussen moeten zien vertrekken, maar er verschijnen er slechts 2.

Die 2 zijn vanzelfsprekend overvol. Zelfs zo’n lange Setra is een keer vol. Desondanks blijft de chauffeur nog 5 minuten wachten op zijn vertrektijd volgens dienstregeling. Ik was maar vertrokken als ik hem was; er kan echt niemand meer bij.

Hoe komt Keolis ermee weg, met zo’n chaos?

Ik heb in alle middagen op lijn 341 maar een keer een functionaris van U-OV gezien op dit busstation. Dat is nu. Een man in een U-OV-hesje en een chauffeur buigen zich over een uitdraai uit de dienstregeling die een passagier hun voorhoudt: waar zijn de bussen gebleven, die op dat papier staan? Tsja… Gelukkig blijven de heren er wel vrolijk onder.

2 hulphonden van 2 verschillende eigenaars blaffen en grommen naar elkaar. Hopelijk raken ze straks in de bus niet in gevecht om die ene hulphondenplek.

Ik verlaat het station, voordat ik helemaal versteend ben.

 


Bunnik. rechtsboven en linksonder de witte huisjes

Pas 3 weken later, op woensdag 18 februari keer ik terug naar het Utrechtse voor het vervolg van dit hoofdstuk over lijn 341. In de tussentijd heb ik 4 dagen in het ziekenhuis gelegen met een voor de medici onverklaarbare vorm van hartritmestoornissen, is er een begin gemaakt met mijn zoveelste gebitsrenovatie, en ben ik gediagnosticeerd met staar in het linkeroog. Het laatste betekent dat de ontkenningsfase over mijn kippigheid nu in ieder geval definitief voorbij is.

Wat dat hart betreft: ik ben 3½ etmaal gemonitord, en ging helemaal door de molen met een echo en een fietstest, wat allemaal gelukkig geen pijn doet. Ik ben de dagen doorgekomen met kijken naar de Olympische Winterspelen. Vorig jaar, toen ik zelf in Milaan was,  had ik al het plan om dat evenement intensief te gaan volgen. Dat dit vanuit een ziekenhuisbed zou geschieden, had ik niet kunnen raden.

Uiteindelijk mocht ik het ziekenhuis verlaten met nieuwe medicijnen en zonder dat er in me gesneden was of mij schokken toegediend waren. Laat ik mijn zegeningen tellen! Maar aan een staaroperatie zal ik niet ontkomen; weer iets erbij om naar uit te kijken!

‘De ouderdom komt met gebreken’, zei mijn oma altijd, die ook altijd van alles mankeerde. ‘Maar’, voegde zij er altijd aan toe, ‘als je niet oud wilt worden, zul je jong moeten sterven’. Ook geen speld tussen te krijgen. En dat dat de ouderdom werkelijk met gebreken komt, dat besef komt ook pas met de jaren.

Goed, genoeg opgeknapt om het busvervoer van U-OV weer te kunnen verdragen. Maar vanmiddag maak ik alleen maar één busritje naar Bunnik, en wandel vandaar langs de Kromme Rijn naar Utrecht Science Park, waar ik de tram neem naar Centraal. Alweer een mooie middag om te wandelen en bus- en andere ellende te vergeten.

Bunnik is van de 4 dorpen langs de N229 het dorp dat het meest verstedelijkt is, echt een ‘storp.’  Maar als je goed zoekt, vind je ergens achter de kerk en achter de Albert Heijn toch nog de kern waar Bunnik omheen is gebouwd.

De witte huisjes uit 1634 zijn de oudste huizen van Bunnik, afgezien van het kasteel dat ik straks zal zien. Ze hebben tegenwoordig verschillende functies, waaronder kerkelijk conferentieoord.



Het Oude Raadhuis

Ik loop een stuk over het pad langs de Kromme Rijn. Dat kasteel staat langs de oever, dateert uit de late 14e eeuw, en heet: Huis Cammingha, of ook wel: de Beesde. Het is niet fotografeerbaar bij het tegenlicht van de laagstaande zon, dus ik pluk de foto uit de Wiki.

Huize de Beesde / Cammingha

Foto: Wolk, overgenomen van Wikipedia (NL), Huis Cammingha


Een paar bochten van de Kromme Rijn verder doemt in de verte de skyline op van Utrecht Science Park, waar flink de hoogte in wordt gebouwd. Ik wend de steven daarheen.  

Alles in de verte is omfloerst. Het ligt niet aan dat ene staar-oog van mij; er hangt werkelijk mist boven de uiterwaarden.

Van het groen in één klap te midden van de moderne architectuur van het USP, een heel abrupte overgang van platteland naar stad.

Wat verder nog te zeggen over bus 341? Ik vond in 2020 al dat de U-link geen verbetering bracht, en de U-liner is dat tot dusverre ook weer niet ten opzichte van de U-link. Ik wens de familie Munneke Kuipers en de andere Wijkenaren werkelijke Hoop op Vooruitgang toe, sorry: werkelijk Hoogwaardig Openbaar Vervoer.

Frans Mensonides
1 maart 2026
Er geweest: Om de dooie dood niet!
Geweest langs de Kromme Rijn: Maandag 19 en 26 januari en woensdag 18 februari 2026


Stand van zaken



U-liners op lijn 315 in Amersfoort

Hoe staat het er nu voor met de bus in Utrecht Binnen en Utrecht Buiten, 4 weken nadat ik mijn handtekening plaatste onder het stuk hierboven? Niet veel beter. Het probleem met uitvallende bussen is in de centraalste provincie van Nederland een stuk hardnekkiger dan bij andere concessiewissels in het verleden.

Ik had geen kristallen bol nodig om het volgende bedrijf in dit drama te kunnen voorspellen. Inderdaad, het hing in de lucht; het gebeurt vroeg of laat altijd bij een problematische start van een concessie: afschaling van de dienstregeling. De busdienst wordt ingekrompen; er worden ritten geschrapt. Dan kunnen de overblijvende bussen wél rijden, zo is de filosofie daarachter.

Transdev (Utrecht Binnen) schrapt per eerste Paasdag 5 april ca 10% van de ritten; Keolis (Utrecht Buiten) doet hetzelfde per 3 mei. Dat dus met de belofte dat de overgebleven ritten wél gereden worden. Maar hoe denken ze dat te doen als de rituitval veel hoger is dan die 10%?

De uitval bedraagt volgens officiële cijfers van de busbedrijven 15%, maar dan is het vermoedelijk het dubbele. 30% komt ook meer overeen met mijn eigen ervaringen. Mijn ritten vonden wel plaats in de middag, daar ik – zeker in de winter – een pesthekel heb aan vroeg opstaan.

In de loop van de dag neemt de bus-ellende van uur tot uur toe. Het komt mede door capaciteitsgebrek bij de oplaadinrichting in Zeist. En dat komt dan weer door de overbelasting van het elektriciteitsnet in ons land, dat toch wel aardig aan het afglijden is, de laatste jaren.

Die 30% rituitval komt goed overeen met het ziekteverzuim van 25 à 30% onder de veelgeplaagde buschauffeurs. Dat is echt extreem hoog. Toen ik wat jaren geleden in de ondernemingsraad zat bij mij op de zaak, kregen we elke maand de ziektecijfers van de verschillende afdelingen. Een score van 6% buiten het griep- en snotterseizoen gaf al aanleiding tot gefronste wenkbrauwen. Ging het de dubbele cijfers in, >10%, dan drongen we aan op maatregelen, onderzoeken, enquêtes over werkdruk; wat een OR al niet doet om zijn bestaansrecht te benadrukken. Maar 25%, dan werp je het hoofd moedeloos in de schoot.

ROVER doet dat niet. De belangenvereniging voor OV-reizigers vraagt, nee, EIST, gratis busvervoer als op 1 mei Transdev zijn boeltje nog steeds niet op orde heeft. En dat is niet minder dan een ULTIMATUM!

Nou, nou, nou! Tut, tut, tut, tut, tut! Daar moet ik toch wel een beetje om lachen. ROVER, dat is een muis die soms ineens zo vervaarlijk brult als een leeuw. Ze trekken graag een te grote broek aan.

Ik heb ROVER gediend als vrijwilliger, toen die club nog iets voorstelde en ik zelf nog enig brood zag in het verbeteren van zo niet de wereld, dan toch wel het OV. Het is lang geleden. Dat ik tegen mijn pensioen nog in een OR ging zitten, had tussen haakjes een heel andere reden. Het was vooral omdat mijn gewone werk me verveelde.

De woede van ROVER richt zich alleen op Transdev, de concessiehouder van Utrecht Binnen. Keolis van Utrecht Buiten is in de ogen van de consumentenvereniging het braafste jongetje van de klas; die doen het een stuk beter. Ik heb er weinig van gemerkt, de afgelopen maanden.

Niet alleen ROVER schiet wel eens uit de bocht. De chauffeur van deze lange Yutong bij Amersfoort Centraal had erge moeite met de draai en reed nog net niet de BW-laan op.

 

Kraplap; Spakenburg revisited

Goed, in een provincie als Utrecht kun je toch best plezierige uren doorbrengen in en om de bus, ook al komen ze niet altijd opdagen. Een gat in de dienstregeling stimuleert alleen maar tot het maken van een verkwikkende wandeling naar de volgende halte, de volgende-volgende halte en eventueel de volgende-volgende-volgende halte.

Hierboven het stuk over het ernstigste zorgenkind onder de U-liners, lijn 341 (Utrecht – Wijk bij Duurstede). En hieronder nog wat – voor mijn doen – korte, maar rijk geïllustreerde  verslagen van ritjes die ik de afgelopen 3 maanden gemaakt heb met deze snelheidswonderen, kriskras door de provincie.

Hoe lang is het wel niet geleden dat ik voor het laatst in Spakenburg was? Zoiets kan ik gemakkelijk naslaan in mijn archief. 19½ jaar precies. Het was in 2006, tijdens een hittegolf. Die dag was het ongeveer 30 graden warmen dan op de zonnige maar kille wintermiddag dat ik er terugkeer, woensdag 14 januari 2026.

Toen in 2006 was het ook al concessie-stront die me naar deze streken had gelokt; het lijkt wel of ik er op kick. Dat stukje is veel leuker dan dit; ik was het bijna vergeten maar heb het met plezier herlezen.



Spakenburg

Lijn 376 is de opvolger van nummer 76. Hij rijdt in de ochtendspits om de 10 minuten en op andere tijdstippen elk kwartier. Vanaf Amersfoort Centraal maakt de bus een rondje door het dubbeldorp Bunschoten-Spakenburg, om daarna meteen terug te keren naar het station.

Er rijdt echt van alles op deze lijn. Op mijn heenrit zit ik in een gelede elektrische Yutong-bus; terug in een ongelede, heel lange Yutong, maar er komen me ook diesels tegemoet.

Lijn 376 volgt een tijdje de route van lijn 2 over de Bunschoterstraat, en waagt zich niet in de nieuwbouwwijken van Amersfoort. De bus koerst linea recta rechtdoor naar Bunschoten en Spakenburg. Dat waren ooit 2 afzonderlijke dorpen, maar die zijn al zo lang geleden aan elkaar gekit dat niemand meer weet waar de één ophoudt en de ander begint.

De bus doet op de heenweg de oostzijde aan van het langgerekte tweelingdorp en terug de westzijde. De halte Broerswetering is het punt van de route dat het dichtst ligt bij het Eemmeer, een randmeer van het IJsselmeer. Daar stap ik uit.

 

Broerswetering

De haven van Spakenburg is ’s zomers een levendig toeristenoord met een keur aan uitjes per schip die je van hieruit kunt maken. Maar in de winter liggen de boten onder zeil.

Ik passeer de Westmaat, het San Siro van Bunschoten-Spakenburg. Net als het Milanese stadion wordt het sportpark gedeeld door 2 sterk rivaliserende clubs: Spakenburg en IJsselmeervogels. De supportersscharen gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Toen in 2024 IJsselmeervogels degradeerde, vierden ze bij Spakenburg feest. Beide clubs hebben wel elk hun eigen helft van het complex tot hun beschikking, de Blauwe Westmaat (Spakenburg) en de Rode Westmaat (IJsselmeervogels).




Onderste foto: Archief De digitale reiziger (2006)

De klederdracht van Bunschoten-Spakenburg is nu echt voltooid verleden tijd. In 2006 had ik  nog 2 dames op de foto die er in vol ornaat in gekleed gingen. De een was hoogbejaard en zocht steun bij een rollator en de ander behoorde, voor zover ik me herinner, bij het Museum Spakenburg en was als het ware een wandelend museumstuk. In dat museum ging er een hele nieuwe wereld voor me open: wat er allemaal vastzat aan die dracht.

Nu herinnert alleen nog het standbeeld uit 1996, ‘Niesje’ van Emanuel Houben, aan het tijdperk van de klederdracht. Opvallend was de stugge ‘kraplap’ om de schouders, als het borststuk van een harnas. Die gaf elke vrouw iets monumentaals en ongenaakbaars, en zeker deze in brons gegoten deerne.

Terug op de Broersvest fotografeer ik vanaf enige afstand de zijkant van een bus. Wat betekent dat ik hem mis; hij begint meteen aan de terugweg naar Amersfoort. De volgende gaat uitvallen. Pas over 27 minuten zal er weer een komen opdagen.

Ik ga de westkant van Bunschoten-Spakenburg bewandelen, een weinig bijzondere nieuwbouwwijk, maar wel met veel waterpartijen. Het mag dan hartje winter zijn, de zon schijnt vanmiddag zo kneiterhard en fel dat ik compleet verblind over het trottoir zwalk. Ik heb nu nog niet door wat volgende maand aan het licht zal komen, mijn staar. Hier in Bunschoten-Spakenburg zit ik nog in de ontkenningsfase. Wonderlijk genoeg heb ik bij donker minder last van die oogkwaal en zie ik ’s nachts beter dan als de zon schijnt.



Amersfoort – USP / Rijnsweerd via P+R Soesterberg



Met bus 302 in de file

Lijn 376 rijdt in de ochtendspits door naar Utrecht Science Park (USP) / Rijnsweerd en in de avondspits terug van Utrecht naar Bunschoten. In de andere richting wordt het traject Amersfoort – Utrecht niet gereden, evenmin als in de dal-uren. Amersfoort Centraal is dan het begin- en eindpunt van de lijn.  

Er is een hele bundel van lijnen die vanuit de regio Amersfoort rijden naar de universitaire campus USP en het kantorenpark Rijnsweerd. Ik heb ze even onder elkaar gezet:

34 Amersfoort Centraal – Soesterberg (Dorp) – Zeist - USP – Rijnsweerd  - Utrecht Westraven
203 Amersfoort Schothorst – Soesterberg P+R - USP – Rijnsweerd
272 Baarn – Soest - Soesterberg West - USP – Rijnsweerd
299 Leusden - USP – Rijnsweerd
302 Amersfoort Nieuwland – Amersfoort Centraal – Soesterberg P+R – USP – Rijnsweerd - Nieuwgein Zuid – Vianen Lekbrug
315 Amersfoort Vathorst - Amersfoort Centraal – Soesterberg P+R – USP – Rijnsweerd
376 Bunschoten-Spakenburg – Amersfoort Centraal – Soesterberg P+R – USP – Rijnsweerd

De afgelopen maanden heb ik een paar keer een bus genomen uit het lijstje. De bedoeling van die lijnen is: studenten en employees uit de regio snel en buiten het centrum van Utrecht om naar USP / Rijnsweerd te transporteren. Daardoor wordt de overvolle tram naar USP ook een beetje ontlast.

Het is een complete vloot. Zo vertrekken van de halte Soesterberg P+R, langs de A28, van maandag tot / met vrijdag tussen 7:30 en 8:30 uur niet minder dan 18 bussen naar USP / Rijnsweerd.

Mijn rit, nog steeds op die woensdag in januari, met lijn 302 van Amersfoort naar Vianen loopt qua tijdsduur aardig uit de hand. Tussen Utrecht Rijnsweerd en Nieuwegein staat de bus op de Waterlinieweg een flinke tijd in de file. Ik rijd niet helemaal mee tot het eindpunt Vianen Lekbrug. Een uur na vertrek uit Amersfoort stap ik uit bij de tramhalte Fokkesteeg in Nieuwegein.

Daar mis ik de tram; ik ben net te laat. Na 18:00 uur rijdt die maar eens per 30 minuten. Om warm te blijven loop ik via een woonwijk naar de tramhalte Wiersdijk. Dat moet ik toch wel kunnen halen binnen die tijd? Ik zie de lezer al lachen. Inderdaad verdwaal ik hopeloos tussen de woonerven, en hoor de tram al denderen over het talud van de ‘s-Gravenhoutseweg als ik nog honderden meters van de halte verwijderd ben.

Nu wil ik, opnieuw om warm te blijven, naar alweer de volgende halte lopen, het beginpunt Nieuwegein Zuid. De tram rijdt daar langs de ‘s-Gravenhoutseweg, maar die blijkt geen stoepen te hebben maar alleen een heel blubberige berm. In arren moede loop ik dan maar terug naar de halte Wiersdijk, waar ik nog een klein halfuur sta te stampvoeten om niet te bevriezen, en me eens te meer sta af te vragen of ik niet eens een andere hobby zou kunnen oppakken.

 

Rijnsweerd

 

 

Halte Rijnsweerd Noord


Vele weken later, op maandag 16 maart, ga ik eens kijken in kantorenpark Rijnsweerd, dat nu al een paar keer genoemd is. Het contrast met hun buurman, Utrecht Science Park, kan niet groter zijn. Heerst op het universiteitsterrein bij de haltes een gezellig drukte van gaande en komende studenten die recente tentamens en komende weekenden bespreken; op het bedrijventerrein is het ijzig stil aan het begin van de middag.

De bussen kennen hier geen tussen-de-middag-spits, zoals de trams op USP. Hier geen mensen die rond het noenuur pas komen of al weer weggaan. In Rijnsweerd wordt door ca. 9000 werknemers nog 8 uur per dag gezwoegd in de kantoorbunkers, zoals de foeilelijke, ca. 20 etages tellende blokkendoos van de Provincie Utrecht.

Rijnsweerd zinkt in het niet bij de buurman USP. Als je nog een nul achter die 9000 zet, heb je ongeveer het aantal studenten plus werknemers van USP, verreweg het grootste wetenschapspark in Nederland.

Bar Beton is een naam die niet bepaald uitnodigt om er een hap en een drankje te gaan nuttigen. Snel weg van hier! Ik pak bus 302 die me via de A28, buiten Zeist om, naar de halte Soesterberg P+R brengt.

 

3x Rijnsweerd Noord, met een weesfiets die nooit meer is opgehaald door zijn berijder. Rechtsonder: Rijnsweerd Zuid

 

Soesterberg langs de Wegh der Weegen

Voor de meeste lijnen die Soesterberg aandoen, is Soesterberg P+R de enige halte in dat dorp. Nou, ‘in het dorp’? Nee, helemaal aan de rand ervan. Van hier is het een heel dik half uur lopen naar het centrum.

Daar ben ik wel nieuwsgierig naar, en vooral of het door bossen omringde dorp wel zoiets heeft als een centrum. Ik fietste in 2017 al eens over het terrein van de voormalige Vliegbasis in Soesterberg, dat nu een natuurgebied is. En in 2020, in het stuk over de introductie van U-link, liep ik een stuk langs de Amersfoortsestraat / N237. Het dorp zelf heb in ik toen niet gezien. Ik vind een Dorpsplein op de plattegrond en stel me een idyllisch pleintje voor met kastanjes en een dorpspomp in het midden.  



Ik neem de Richelleweg aan de oostkant van Soesterberg, om er een U-liner te kunnen fotograferen. Daardoor loop ik alweer door zo’n wereld zonder stoepen waar mijn Thuispagina in 1996 begonnen is. Ik behelp me met de fietspaden, en vat bij verkeerslichten een groen fietsje op als fiat om door te lopen; met snelle pas want de groentijd is niet afgestemd op wandelaars.

De bussen slaan aan het eind van de Richelleweg rechtsaf de Amersfoortsestraat op richting Amersfoort en stoppen niet meer in Soesterberg. Ik neem op de T-kruising de linkertak.

De kern van Soesterberg valt me zwaar tegen – of heb ik misschien helemaal gemist op mijn wandeling. Dat rustieke tafereel op het Dorpsplein is er misschien ooit geweest, maar ik kom te laat. Er staan moderne appartementen in aanbouw.

Soesterberg

Ramses Shaffy mag dan in een van zijn bekendste liedjes oproepen om omhoog te kijken; als je naar de grond kijkt zie je soms ook dingen die je niet graag gemist zou hebben. Zoals dit soort boodschappen die verwijzen naar een ‘sortie’ (afslag) van de Wegh der Weegen. Het wekt mijn nieuwsgierigheid, en Google, sinds kort uitgerust met een AI-modus, was weer eens mijn beste kompaan.

Achter de naam Wegh der Weegen gaat een uniek wegenbouwproject schuil uit de 17e eeuw. De Wegh der Weegen was een initiatief van de Staten van Utrecht en de stad Amersfoort en hij werd ontworpen door de indertijd befaamde architect Jacob van Kampen. Zijn weg was 11½ km lang en maar liefst 60 meter breed – omgerekend in decimale lengtematen; indertijd hanteerden ze Utrechtse roeden. mijlen, en uren gans.

Die Wegh der Weeghen heette beslist niet ten onrechte zo. Die naam is bedacht door niemand minder dan Everard Meyster, de excentrieke rijkaard die Amersfoorters preste om die kei de stad binnen te trekken.

De weg liep van de Galgenberg ten westen van Amersfoort, ongeveer waar nu de Stichtse Rotonde is, naar landgoed Vollenhoven, tussen De Bilt en Zeist. Vanaf die beide eindpunten liepen er al bestaande wegen naar Amersfoort, respectievelijk Utrecht. Die weg valt samen met wat nu de N237 heet, die een stuk minder breed is.

Waarom een 60 meter brede weg aanleggen in een tijd dat er misschien een paar paard-en-wagens per uur over reden? Om grandeur en rijkdom uit te stralen. Het was meer dan een weg; het was deel van een stuk landschapsarchitectuur. Aan weerszijden ervan kwamen rijen bomen. De grond aan beide zijden van de Wegh werd verdeeld in kavels van 100 bij 100 roeden (376 bij 376 meter, ca. 14 hectare). Die werden verkocht aan rijkaards uit de steden die er een landhuis met zeer ruime tuin wilden laten bouwen.

Deze grondeigenaren moesten tevens betalen voor de aanleg van de Wegh langs hun kavel. Hun eigendom was toegankelijk via de  ‘sorties’, die vaak nu nog herkenbaar en bewandelbaar zijn.

Toen ik in 2013 een reeks schreef over deze streek, die Stichtse Lustwarande, heb ik nooit iets gelezen over deze Wegh der Weegen. Die is rond 2015 opnieuw onder de aandacht gebracht en zichtbaarder en toegankelijker gemaakt.

De Wegh der Weegen doet me sterk denken aan een ander groot infrastructuurproject uit dezelfde tijd, de Zeestraat van Den Haag naar Scheveningen. Die straatweg, aangelegd op instigatie van de staatsman, dichter, componist en tevens zelfverklaard  civiel ingenieur Constantijn Huygens, stond al een paar keer eerder centraal op mijn Thuispagina (HIER voor het laatst).

De Zeestraat was in bijna elk opzicht het tegendeel van de Wegh der Weegen. Geen 60 meter breedte. De pragmaticus Huygens vond 2 roeden breed genoeg; dan konden twee koetsen elkaar in ieder geval ruim passeren en was er ook nog plek voor voetgangers, die nu niet meer door het duinzand hoefden te ploeteren. Om ‘grandeur’ maalde Huygens niet; de weg was bedoeld om snel transport mogelijk te maken tussen Den Haag en de haven en het strand van Scheveningen. 3 rijen bomen aan weerszijde? Eén rij was voldoende om het zand tegen te houden.

Verder was de Zeestraat de eerste weg buiten de bebouwde kom in de Nederlanden die bestraat was met klinkers, terwijl de Wegh der Weegen tot ca. 1800 moest wachten op verharding. Met al zijn grandeur was die Wegh niet meer dan een zandpad met karrenspoor.

 

De metro (of tram) van D66



De tram terug in Zeist? Trams als deze reden van 1909-1949 op de NBM-lijn Utrecht - De Bilt -  Zeist. Meer over deze lijn  in de Warande-reeks
Gerestaureerde NBM-motorwagen.  

Overgenomen van Electrische Museumtramlijn Amsterdam

In deel 1 van deze reeks schreef ik iets over een onbekookt plan van D66 Amersfoort om een railverbinding Amersfoort Vathorst – Soesterberg – Utrecht USP aan te leggen. Het liefst zien de democraten een metro rijden door de metropool die Amersfoort in hun ogen is, maar een tram mag ook. In het laatste geval zou je eenvoudig de bestaande sneltram (IJsselstein / Nieuwegein) – Utrecht Centraal – USP)  kunnen doortrekken. En dat met een zijtak naar Leusden, want ook die metropool moet beslist op rail aangesloten worden.

D66 Amersfoort werd door dit plan de risee van de hele stad, maar hun bescheiden nederlaag bij de recente gemeenteraadsverkiezingen, van 6 naar 5 zetels, zal niet louter te wijten zijn aan hun vervoersplannen. Ze hebben vast ook verloren aan de pas opgerichte lokale partij KeiHart voor Amersfoort. Deze keien kwamen met stip en met 6 zetels de Amersfoortse gemeenteraad binnen.

Het is een extreme partij; niet extreem rechts, niet extreem links, niet extreem recht door zee, maar extreem autogezind. Wat dat onderwerp betreft, zetten zij zelfs de VVD, de Partij Voor Vrije Doorstroming van het autoverkeer, in de schaduw. KeiHart voor Amersfoort heeft als speerpunt nummer 1: terugdraaien van het parkeerbeleid van de gemeente. Zij willen overal in de stad kunnen rijden met hun 4-wieler, overal kunnen parkeren, en het mag niets extra’s kosten. 

De partij is verder gekant tegen windturbines en asielzoekerscentra. Over het OV (en ook over de fiets) zijn ze erg beknopt in hun programma. Ik kan me niet voorstellen dat je deze mensen dolenthousiast zou kunnen maken over een metro. Zelf ben ik dat ook niet erg, maar ik wil er wel over fantaseren.

Als zo’n railverbinding er ooit al zou komen, dan zal hij vermoedelijk niet door Soesterberg rijden, maar hooguit erlangs. Ik denk dan aan één station voor deze nederzetting met slechts 7500 inwoners. En dat ene station zal dan waarschijnlijk komen te liggen bij de Park + Ride waar nu lijn 302 en al die andere bussen stoppen. Nogal ver uit de slinger, zoals ik zelf ondervonden heb.

En als de metro of tram dan ook Zeist nog moet ontsluiten, waar 55.000 inwoners hunkeren naar Hoogwaardig OV, dan zal de reistijd van Soesterberg naar USP en Rijnsweerd absoluut langer uitvallen dan het kwartiertje dat de bussen en nu over doen.

Denk daar eens over na, D66! Ik zie die metro of tram er niet komen voordat we opnieuw het jaar ’66 schrijven en het eeuwfeest vieren van die club, waarvan ik nooit heb begrepen wat hun bedoeling is en aan welke kant ze staan.

In Leiden, waar ik zelf heb mogen stemmen, dramde D66 in 2002 een tram dwars door het centrum dwars door de strot van de gemeenteraad. Een tram die er nooit gekomen is. Nu schrijven ze in hun programma dat een eventuele lightraillijn in Leiden absoluut niet bovengronds door het centrum mag lopen. Misschien komt zelfs bij een enigszins belegen partij het verstand nog met de jaren.

Wel willen ze Leiden aansluiten op Randstadrail en / of de RET-metro. En die loopt dan misschien met een tunnel onder het centrum door; blijf maar dromen!

Dit zou een mooie uitsmijter zijn van dit artikel, maar het wordt binnenkort toch nog een keer vervolgd.

Frans Mensonides
29 maart 2026
Er geweest: Bunschoten-Spakenburg en Nieuwegein bij nacht: woensdag 14 januari 2026, Rijnsweerd en Soesterberg maandag 16 maart 2026.

 

Nare winter

En dan nu het laatste restje van het verslag van mijn winterexpeditie dit jaar: U-link en U-liner, de sukkelende, kreupele paradepaardjes van de provincie Utrecht. Op de dag nadat dit artikel online gaat, vertrek ik alweer naar het buitenland voor mijn eerste Interrail-zomerreis van 2026.

Ik had veel uitgebreidere plannen voor de afgelopen herfst en winter dan per bus Utrecht doorkruisen, maar er kwamen nare dingen tussen.

Afgelopen herfst is een heel goede vriendin van mij veel te jong en veel te plotseling overleden. Het was een vriendschap tussen 2 verstokte vrijgezellen. Ik mis haar. En ik kan helaas niet eens in detail met naam en toenaam over haar schrijven. Vaak maken privacykwesties het me onmogelijk om te schrijven over het privéleven dat ik ook nog heb, naast het feit dat ik De digitale reiziger ben.

Verder was het was me ook de winter wel. Ik stipte het al even aan: een opname in het ziekenhuis met nasleep, wegens een type hartritmestoornissen die – naar men mij verzekerd heeft –doorgaans niet tot de dood leiden. En dan ook nog plotselinge slechtziendheid door staar, terwijl ik het de eerste 68½ jaar van mijn leven vrijwel zonder bril heb kunnen stellen. Tegenwoordig kan ik de deur niet uit zonder een hele collectie brillen, voor alle omstandigheden. Het is wel even wennen…

Allemaal des te meer reden om erop uit te trekken en het in ieder geval voor een dag achter me te laten, zou je kunnen denken, maar de fut ontbrak mij wel eens.

Lange buslijnen, en lui onderuitgezakt op weg te zijn naar plaatsen waar ik niks te zoeken heb, dat heb ik in maart toch maar weer opgepakt. De U-liners 307 (Gouda – Utrecht) en 395 (Rotterdam Capelsebrug – Utrecht Centraal) bieden daar alle mogelijkheden toe. Die lijnen hebben een overeenkomst: dat ze allebei beginnen (vanuit mijn standpunt, maar vanuit Utrechts standpunt eindigen) in Zuid-Holland, betrekkelijk ver buiten de enge grenzen van de provincie Utrecht.

 

Montfoort, met v/h de VAGU






Kasteel Montfoort

Lijn 307 verbindt Gouda met Utrecht Centraal via Haastrecht, Hekendorp, Oudewater, Willeskop, Montfoort, Heeswijk, Achthoven, De Meern en Utrecht Papendorp. Van Hekendorp, Willeskop, Heeswijk en Achthoven merk je niet veel onderweg; het zijn buurtschappen, om niet te zeggen gehuchten. Haastrecht, Oudewater en Montfoort zijn steden; laat niemand ze voor een dorp uitschelden!

Maar zelfs in de steden (stadjes) Oudewater en Montfoort houdt de bus de doorgaande wegen aan en rijdt de wijken niet in. Mede daardoor blijft de reistijd van de lijn met een lengte van ca. 40 km, beperkt tot ongeveer 70 minuten.

Ik was in het niet heel verre verleden al eens in Haastrecht, waar de reïncarnatie van mevrouw Bisdom van Vliet me rondleidde in haar tot museum gestolde woonhuis, en Oudewater, waar ik werd gewogen en te zwaar werd bevonden, te zwaar althans om op een bezemsteel te vliegen.

Vandaag, maandag 9 maart, heb ik daarom toch maar de bus genomen. Ik ga ermee op weg naar Montfoort, waar ik in 1999 eens heel kort heb rondgelopen, haastig, want op weg naar college. Het lijkt een eeuw geleden, en het was ook in de vorige.

Lijn 307 heeft ook een geschiedenis die teruggaat tot diep in de 20ste eeuw. Ooit, tot 1987, was het de enige lijn van het busbedrijf VAGU, de Verenigde Autobusdiensten Gouda-Utrecht. Daarvóór moet er dus ook al iets geweest zijn, namelijk die bedrijven die verenigd werden in de   VAGU, maar je gaat dan vermoedelijk terug tot tijden zonder geschreven bronnen.

De enige lijn van VAGU kreeg als lijnnummer niet 1, zoals je zou kunnen denken, maar eerst 85 en later 180. Westnederland vermeldde het lijntje in zijn dienstregeling, en lijfde het in (1987-1994). Daarna ging het over naar ZWN (1994-1999), Connexxion(1999-2016) en Syntus (2017-2025). Waarbij aangetekend moet worden dat sommige bussen in het verleden, en nog steeds, de bedrijfsnaam Pouw vermeld(d)en. Het lijnnummer heeft lange tijd 107 geluid, en een 207 heeft op dit stuk ook nog gereden.

De route bleef in al die decennia goeddeels ongewijzigd, alleen het nieuwe bedrijven- en kantorenterrein Papendorp werd ergens in de jaren 00 in de route opgenomen.

De lijn heeft als basis een halfuursdienst, in de spitsen flink aangevuld, soms vanaf Oudewater en soms vanaf Montfoort. Vanuit Montfoort kun je in  de ochtendspits zelfs 8 keer per uur naar Utrecht, waar de meeste Montfoortenaren wel zullen werken, studeren, dokteren, winkelen, uitgaan en op de trein stappen.    

Bij station Gouda valt een U-liner wel op tussen de bussen van Qbuzz, Zuid-Holland Noord (ZHN). Maar helaas staat de U-liner niet gereed op het vertrektijdstip volgens dienstregeling, als ik me op een maandagmiddag ruim na het noenuur opstel bij de halte, die wat excentrisch gelegen is. U-OV is hier echt een vreemdeling.

Ik ga uit van een uitvaller. Maar na een kleine 10 arriveert hij toch nog. Je verlegt je normen bij Keolis; je bent niet boos om een vertraging, maar blij als de bus überhaupt komt.

Van de slechts 9 passagiers ben ik de enige die naar waarheid zou kunnen aanklikken dat hij 24 jaar of ouder is. Onder die leeftijd krijg je geen reclames voor online gokken te zien, daar alleen personen tot/met 23 jaar en 11 maanden gevoelig zijn voor gokverslaving. Op je 24ste verjaardag, 6 jaar na het bereiken van de jaren des onderscheids,  verlaat de drang om te gokken je als bij toverslag.  Maar wie controleert of je echt >= 24 bent?

In Gouda volgt de bus een alternatieve route, omdat het centrum opgebroken is (ja, wat is er niet opgebroken in dit land?). We rijden nu de route die ik vorig jaar in het stuk over Qbuzz ZHN al eens bewandelde, langs de Sportsingel. Ook in deze buurt staan de bulldozers klaar om de boel open te breken. Worden de passagiers van lijn 307 straks getrakteerd op een omleidingsroute op een omleidingsroute, een meta-omleiding?

Weinig opmerkelijks gebeurt er verder onderweg naar Montfoort. Er stapt niemand meer in boven de 9 passagiers die er in Gouda al inzaten. De habitués op deze lijn hebben vandaag, gezien het zonnige weer, vermoedelijk de fiets genomen of ze spijbelen van school.


Montfoort

We bereiken Montfoort, waar ik dus in 1999 voor het eerst en laatst was. Dat is heus wel een stad. Het eerste wat je ziet als je aan komt rijden op de provinciale weg is een molen  op een voormalig bolwerk, met nog een stuk van de oude stadsmuur. En de gemeente wordt bestuurd vanuit een stadhuis (linksboven op de foto), niet een dorpshuis.

De molen is uit 1753 en is de opvolger van een zogenaamde dwangmolen. Boeren mochten alleen bij die molen hun graan laten malen, een laat overblijfsel uit feodale tijden waarin boeren niets te vertellen hadden.

Jammer dat die vrachtwagen van Jumbo de foto vernachelt, maar ik heb geen geduld totdat hij wegrijdt.

Het is deze weken nadrukkelijk in de media, alsof het een zaak van nationaal belang is. De acteur die 15 jaar lang heeft opgetreden in de reclamespots van Jumbo, is ermee gestopt. Ik had ‘s mans naam nog nooit eerder gehoord en ben hem ook ogenblikkelijk weer vergeten.

Ik kijk eigenlijk nooit bewust naar reclames. Alleen die van Prijsvrij vind ik wel aardig, met dat bijdehante nest van een dochter en die sullige vader. Maar dat wil nog niet zeggen, dat ik mijn vakanties ga boeken bij Prijsvrij. Moderne mensen regelen dat via Internet. Ik snap niet dat er nog reisbureaux bestaan en ook niet dat er zoveel geld wordt gestoken in reclamecampagnes. Ik snap eigenlijk bijzonder weinig, voor iemand die voor intellectueel wil doorgaan.

Een aardig monumentenstadje, Montfoort. Het meest opvallende gebouw is het kasteel, of eigenlijk de ruïne ervan. Het dateert uit de late12e eeuw en het werd in het rampjaar 1672 opgeblazen door de Fransen. Niet veel meer dan de poort bleef bewaard tot in de huidige tijd. Daaraan zie je wel hoe groot en indrukwekkend het kasteel geweest moet zijn toen het nog in zijn geheel overeind stond.

Op het Kasteelplein bevinden zich moderne gebouwen die er wel goed bij passen. 27 jaar fotografeerde ik ze in de schemering. Ik doe die foto over: je maakt nooit 2 keer dezelfde foto. Deze keer schijnt de zon en bovendien is de digitale fototechniek flink verbeterd sinds de nadagen van de 20ste eeuw.




Ik pak de bus, die door oneindig laagland op Utrecht afkoerst. In Papendorp loopt hij vol; er is weer een kantoordag om; de kop van de week is eraf.

Om 17:30 wil ik op Utrecht Centraal, Jaarbeurszijde, de bus terug naar Gouda nemen. De eerste bus die had moeten vertrekken, komt niet, en verdwijnt stilletjes van de radar. Die van 10 minuten later, die maar tot Montfoort gaat, vervalt. De menigte wachtenden zwelt aan, maar een deel ervan stapt in bus 102, die een stuk gelijkop gaat met 307.

Er wordt getelefoneerd: ‘Ik kom wat later’ Er komt een bus 307 aanrijden, maar die verandert ineens in bus 350 naar Driebergen.

Ik zie op lijn 307 3 bussen in successie niet rijden (of nauwkeuriger gezegd: ik zie ze niet), en ten slotte na een half uur een man of 60 in overvolle Setra diesel verdwijnen. Die is me veel te druk. Ik pak de trein naar huis. Om de volgende dag alweer terug te keren naar Utrecht.


Over provinciale wegen door 2 provincies: lijn 395 (Rotterdam – Utrecht)

Bergambacht

Ik had voor deze dag, dinsdag 10 maart, op beter weer gehoopt dan de regenbui die nu tegen de voorruit van de bus kletst. Maar voor de rest van de week zijn de voorspellingen nog beroerder, dus ik ben toch maar op pad gegaan, gewapend met paraplu.

En dat pad voert dan voornamelijk over een provinciale weg die 2 provincies verbindt, net zoals deze bus doet. De weg heet N210 en de bus heeft sinds kort lijnnummer 395.

Lijn 395 is een curiosum: hij rijdt niet alleen in 2 provincies, maar maakt zelfs deel uit van 2 concessies: ZHN (Qbuzz) en Utrecht Buiten (Keolis). De concessiegrens valt samen met de provinciegrens, even ten oosten van Schoonhoven. Maar de reiziger hoeft zich daarom niet te bekreunen. Je kunt gewoon in de bus blijven zitten.

Deze lijn wordt uitgevoerd in eendrachtige samenwerking van Qbuzz en Keolis. Bij de halte kan een Qbuzz komen voorrijden, of een Keolis-bus niet komen voorrijden; het blijft afwachten. Ik heb zelf niet altijd gelet op welk logo er stond op de bussen die ik genomen heb op deze lijn. Ik weet niet of hier ook tarievenkwesties spelen, zoals op de lange lijn 83 (Nijmegen – Venlo), die ook verdeeld is over 2 provincies, 2 concessies en twee busmij’en.

De route van lijn 395: Rotterdam Metro Capelsebrug – Krimpen aan den IJssel (centrum) – Krimpen aan de Lek (N210)- Lekkerkerk (N210) – Bergambacht – Ammerstol (N210) -  Schoonhoven – Cabauw (N210) – Lopik - Jaarsveld (N210) – Benschop – IJsselstein (Binnenstad)  – A2 – Utrecht Papendorp – Utrecht Centraal.

Deze bus mijdt de meeste bebouwde kommen, en jakkert daardoor lekker door. Soms, waar ik (N210) vermeld heb, blijft hij zelfs ver weg van de dorpen. Zo stopt hij bij Lekkerkerk alleen bij een T-kruising met een rotonde op de N210, op wel een stijf halfuur doorstappen van het dorp.

De dorpjes Jaarsveld en Ammerstol, beide aan de Lek, hebben geen buslijn door hun kern lopen, zelfs geen buurtbusje. Met een korte wandeling van nog geen kilometer bereik je de halte van lijn 395 langs de N210. Ik deed dat al eens in Ammerstol, maar in Jaarsveld heb ik ook deze keer geen voetafdrukken achtergelaten.

Overdags van maandag t/m vrijdag is er op het hele traject van ongeveer 55 km een kwartierdienst; op overige tijdstippen en dagen een halfuursdienst. Een rit duurt 90 minuten, of wat korter in de stille uren, of wat langer als een spitsfile staat tussen IJsselstein en Lopik. Uitgaande van die 90 minuten heeft de bus een gemiddelde snelheid van zo’n 36 kilometer per uur, vrij hoog voor een streeklijn.

Het was dan ook al een snelbus voordat hij zich mocht tooien met de merknaam U-liner. Zijn voorloper, lijn 295 volgde dezelfde route. In een recent verleden reed er nog een andere, ook betrekkelijk snelle lijn 195 op het traject Rotterdam - Schoonhoven – Utrecht. Die bus maakte vanaf de provinciale weg een meander door Benschop. Tegenwoordig rijdt 195 alleen nog wat spitsritten Benschop - Utrecht. Op de driesprong even ten oosten van het dorp kun je opstappen op lijn 395.

Ik heb niet kunnen vinden, wanneer de lijnen 195 / 295 ingevoerd zijn. In ieder geval vóór 1998, want toen nam ik ze al, helemaal aan het eind van dit artikel, dat ik met grote moeite nog heb kunnen opdiepen uit mijn archieven uit de oertijd van deze site.

Ook toen schold ik al op kranten die negatief schreven over Internet. Zelfs met 3 uur surfen per week op de digitale snelweg (ja, per WEEK!), kon je je al een depressie op de hals halen. Sorry, dat ik het huidige gejeremieer in de media over de schermtijd van jongeren ook niet al te serieus neem. En of je echt slechte ogen krijgt van Internet, zoals toen beweerd werd, en nu nog steeds beweerd wordt? Mijn huidige staar lijkt me vooral een leeftijdsverschijnsel. En de depressies van jongeren, idem. Die had ik ook toen ik zo oud was; groeistuipen.


Op deze regenachtige morgen ben ik als enige passagier ingestapt bij metro Capelsebrug voor een ritje naar Bergambacht. De rest van de reizigers die gereedstonden onder het afdak bij het busperron, zijn in bus 194 naar Bergambacht gestapt. Die stopt wél in de bebouwde kom van Krimpen aan de Lek en die van Lekkerkerk.

De bus waar ik in zit, is van Qbuzz. De chauffeur zit verlegen om een praatje, en ik neem dan maar plaats op de voorste bank. Misschien kan een goed gesprek zo’n saaie, grauwe rit nog wat opvrolijken. Hij vertelt dat zijn bus op de heenweg volgeladen was, maar ja, nu is het koffietijd. En helemaal geen weer om eropuit te gaan. Maar hij is zelf wel blij met de regen, want hij heeft zijn tuinhuis gerenoveerd, en kan nu tenminste zien of het wel waterdicht is.  

Dat maak ik er uit op; ik versta de helft niet, boven het geluid van de motor uit (dit is een ronkende rammelende, dieselbak) en door zijn accent, ergens diep uit de Betuwe, schat ik. Maar hij verwacht van mij ook niet echt een antwoord; hij hoort zichzelf graag praten. Hij zal me dus ook niet vragen, waar ik heenga en waarom. Ik hoef dus ook niet iets geloofwaardigers te verzinnen dan dat ik een blog ga schrijven over lijn 395.

We zijn de Algerabrug al gepasseerd, met die 2 machtige schuiven van de Stormvloedkering Hollandse IJssel.  Ze zijn elk 80 meter breed, 12 meter hoog  en wegen 480 ton, en hangen met een staalkabel aan torens van 45 meter hoogte.

Stormvloedkering Hollandse IJssel
Archief De digitale reiziger (2012)

 

Bij de halte de Loet, waar je Lekkerkerk heel in de verte in de nevel kunt zien liggen, meldt zich zowaar nog een tweede passagier, een man die er lichtelijk verzopen uitziet. ‘Nog een erbij, en we kenne kloaverjásse’, zegt de chauffeur.

Hij vervolgt met een klacht over reizigers die niet duidelijk aangeven of ze mee willen met de bus. ‘De mátritte zijn de beste’, concludeert hij. Matritten, alleen bedoeld om materieel te verplaatsen, en dus helemaal zonder passagiers. De filosofie van het OV kon niet helderder verwoord worden: rollend materieel verplaatsen.

Bij een oude fabrieksschoorsteen begint Bergambacht. Het busstation ligt aan de provinciale weg. Je kunt er overstappen op de R-net 397, Gouda – Schoonhoven. Ik stap uit, maar niet voordat ik de chauffeur nog een prettige dienst toegewenst heb.

Het landschap in de Krimpenerwaard is een overtreffende trap van vlak. Het is wel begrijpelijk dat een oneffenheid van een paar meter hoog meteen voor een berg doorgaat. Bergambacht heet niet ten onrechte zo. Het is gebouwd op 2 donken, rivierduinen, die tegenwoordig gescheiden worden door de N210.

Op de meest zuidelijke donk stond ooit een kasteel en later een kasteelruïne, maar daarvan is nu niets meer te zien. De kern van het dorp is als vanouds gevestigd op de meest noordelijke donk.



In dat R-netstuk uit 2017 nam ik een avondfoto van een knus winkelstraatje, en veronderstelde dat Bergambacht bij daglicht minder gezellig zou ogen dan na donker. Dat is niet helemaal waar, zie ik vandaag, onder mijn paraplu vandaan. De oude kern is wel aardig. Maar als je een plaatwerk zou samenstellen van moderne architectuur in deze streek, dan kon je Bergambacht gevoeglijk overslaan. Die nieuwbouw om het centrum heen is allemaal opgetrokken in dezelfde on-stijl.

Ik moet er eerlijkheidshalve wel bijzeggen dat het weer niet echt meewerkt met de drenzende motregen die nu neerdwarrelt. En in het centrum maak ik toch een paar aardige foto’s. Waaronder die van het oude gemeentehuis.



v/m Raadhuis

Bergambacht is in 2015 ingelijfd bij de monster-fusiegemeente Krimpenerwaard. De politiek lééft hier. Er is geen lantaarnpaal zonder dat er een verkiezingsposter aan hangt voor de gemeenteraadsverkiezing van 18 maart. Overal in mijn blikveld is het gelaat van Lidewij de Vos te zien. De meeste landelijke partijen die deelnemen aan de raadsverkiezingen, tonen op hun poster het konterfeitsel van hun lokale lijsttrekker, maar het FvD doet dat met zijn landelijke boegbeeld.

Ik zag Lidewij altijd als een vrouw die nooit lacht. Maar deze fotograaf heeft toch een soort glimlach aan haar kunnen ontlokken. Het zal geen eenvoudige fotoshoot geweest zijn. ‘Je kúnt het Lidewij, je KUNT het!'

De kerkklok heit het noenuur. Ik pak de Qbuzz-R-net lijn 397 naar het eindpunt in Schoonhoven, bij de Lek en de veerpont. Daar weet ik een aardig eetcafé, met uitzicht op het botenverkeer op de Lek. Je wordt er bediend in een onthaastend, buiten-Randstedelijk tempo.

Later loop ik naar de halte van U-liner 395, die ook in Schoonhoven de provinciale weg niet verlaat.

Lopik is mijn volgende doel, en de bus die komt voorrijden, is van Keolis. Maar het houdt nu ineens op met zachtjes regenen, en ik blijf zitten in de bus. We rijden langs een lange, rechte kade, met idem bomenrijen in de verte.


Een rit door de binnenlanden van Utrecht door een wat verlaten streek waar de spoorwegen nooit doorgedrongen zijn. Bij de halte IJsselstein Binnenstad kun je overstappen op tram 2, hoewel dat niet verstandig is, want de bus, die de A2 neemt langs Nieuwegein heen, is sneller op Utrecht Centraal.

Hij bedient eerst ook nog het industrieterrein bij de Baronieweg in IJsselstein, waar de tram niet rijdt.



IJsselstein Binnenstad

Lopik doe ik 6 dagen later, op maandag 16 maart aan het eind van de middag. Deze keer neem ik vanaf Utrecht Centraal wel de tram naar IJsselstein, voor de variatie. Bij de bushalte Binnenstad mis ik net bus 395. Tenminste dat denk ik; hij staat niet meer op het digitale bord met vertrektijden. Maar uit de massa geïrriteerde wachtenden die er staat, maak ik op dat deze bus weer eens niet gereden heeft.

Ik heb nog een vage hoop dat hij alsnog komt, maar het lijkt er toch op dat we een kwartier zullen moeten wachten.

Als de bus uiteindelijk opdoemt, ook nog met een fikse vertraging, moeten er 30 wachtenden gepropt worden bij de 40 passagiers die er al inzitten. Een enorme luxueuze kinderwagen die wel zo ongeveer de Rolls-Royce onder de kinderwagens moet zijn, wordt ook nog naar binnen gedragen; hoe kan het er allemaal in, in een ongelede bus. Ik ben er als de kippen bij, en vind de allerlaatste zitplek, zonder er zielig voor te hoeven kijken om iemand tot opstaan te pressen.

Er krijst een kind. Nu belanden we ook nog in langzaam rijdend verkeer. De forensen in deze bus beheersen door ervaring de kunst van het staande appen op hun smartphone in een overvolle bus. Ik speel het niet klaar zonder omver te vallen; blij dat ik zit.

Het gaat nog net niet zo ver dat ze de schouders van iemand die voor hen staat, gebruiken als lessenaar. Naar verluidt, verhuurden mensen met een brede rug zichzelf tijdens de beruchte aandelengekte van 1720 als schrijftafel. Die zullen dan wel behoord hebben tot de weinigen die wijzer zijn geworden van één van de eerste beurskrachs uit de geschiedenis.

Men kijkt geërgerd en ziet er murw uit. En morgenochtend weer vice versa in net zo’n bus...

Na een paar van dit soort ritten kan ik echt niet begrijpen, waarom ROVER Keolis de hand nog boven het hoofd houdt. Een club van dolende reizigers.





Lopik

Lopik ligt ingesloten tussen de Lopikerwetering en de N210 en meet ongeveer 500 bij 2500 meter; schoolvoorbeeld van een lintdorp. Drie haltes langs de weg bedienen heel Lopik. Bij de halte Gemeentehuis verlaat ik met opluchting de overvolle bus. Via een tunnel onder de weg door bereik ik het dorp. Het is nog redelijk fotogeniek, met die smalle vaarten in het licht van de zon die de horizon nadert.

Op de terugweg naar Utrecht zit ik in een vrijwel lege Yutong, bussen met stoelen als fauteuils, met gedempt blauw licht waarin ik mijn moeie ogen wat rust kan geven.

Hoe aangenaam een tochtje met U-OV toch kan zijn! Laat dat de slotzin van deze reeks maar wezen.

Frans Mensonides
4 april 2026
Er geweest: Montfoort maandag 9, Bergambacht dinsdag 10 en Lopik maandag 16 maart 2026



© Frans Mensonides, Leiden, 2026