Dit is deel 2 van een lang groeiartikel over U-links en
-liners in de nieuwe concessies Utrecht Binnen en Utrecht Buiten. In
deel 1 kwamen
de U-links aan bod: (stads)lijnen binnen de agglomeraties Utrecht en
Amersfoort;
lijnen die een kwaliteitssprong gemaakt zouden hebben (die je in
praktijk niet
altijd ziet).
Nu dan de U-liners, lange streeklijnen,
waarvan sommigen
doorlopen tot in Noord-Holland, Zuid-Holland of Gelderland. Ook deze
buslijnen moesten
een stuk opschuiven in de richting van HOV, Hoogwaardig Openbaar
Vervoer. Ik
noem dat altijd liever: Hoop Op Vooruitgang, en meer dan hoop is het
voorlopig ook
niet, in een nieuwe concessie die geteisterd wordt door
aanloopproblemen.
Hieronder nog even opnieuw het lijstje van
de 10 U-liner-lijnen;
allemaal opvolgers van al bestaande lijnen, en beginnend met een 3. Zo
werd
lijn 41 omgenummerd tot lijn 341 en 295 tot 395. Ik ga ze niet alle 10
doen;
links verwijzen naar artikelen die ik al eens eerder heb geschreven heb.
|
Lijn 302 Amersfoort Nieuwland –
Hoogland -
Amersfoort
Centraal – Soesterberg – Utrecht Rijnsweerd – Science Park – Nieuwgein
Zuid –
Vianen Lekbrug |

Cothen
Mijn ritten met U-liner 341:
|
Maandag 19/01/2026: bus 1092, Utrecht Centraal Jaarbeurszijde 15:09 – Wijk bij Duurstede Busstation 15:41;10 passagiers maximaal in de bus, inclusief mezelf Maandag 19/01/2026; bus 4713, Wijk bij Duurstede De Geer 17:25 – 17:29 Cothen Langbroekerweg; 8 passagiers Maandag 19/01/2026: bus 1047, Cothen Langbroekerweg 18:12 – 18:43 Utrecht Centraal Jaarbeurszijde; 23 passagiers Maandag 26/01/2026: bus 1100, Utrecht Centraal Jaarbeurszijde 14:43 – 15:11 Werkhoven Beverweertseweg; ca. 65 passagiers Maandag 26/01/2026: bus 47???, Werkhoven Beverweertseweg 15:29 – 15:36 Cothen Langbroekerweg, ca. 25 passagiers Maandag 26/01/2026: bus 1064, Cothen Langbroekerweg 16:20 – 16:33 Wijk bij Duurstede Steenstraat/Centrum; 9 passagiers Maandag 26/01/2026: bus 1701, Wijk bij Duurstede Steenstraat/Centrum 16:35 – 17:10 Utrecht Centraal Jaarbeurszijde; 11 passagiers Woensdag 18/02/2026: bus 8309, Utrecht Centraal Jaarbeurszijde 14:45 – 15:04 Bunnik Centrum; 38 passagiers |
Op lijn (3)41, Utrecht – Wijk bij Duurstede, keer
ik terug
met bijna de regelmaat van een komeet. Ik was in deze streek in 2008 aan de
vooravond van een busstaking, in 2013
toen de formule U-OV geïntroduceerd werd,
in 2020 toen we
kennismaakten met de U-link, en dus opnieuw anno 2026.
Lijn 341 verbindt de 2 mooiste steden van de
provincie Utrecht
en komt daarbij langs 4 dorpjes met een schilderachtige kern: Bunnik,
Odijk,
Werkhoven en Cothen. Al deze plaatsen liggen langs het riviertje de
Kromme
Rijn, die zijn naam echt eer aandoet met heel wijdlopige slingers. In
tijden
van weleer, lang voor bus 341, voeren er ‘Krommerijnsche schuiten’,
lange,
smalle schepen voor goederentransport over de rivier.
In de periode 1883-1931 heeft er een tram gereden
van Wijk
bij Duurstede naar Doorn via Langbroek, een kort zijlijntje van de
mega-tramlijn Amersfoort – Arnhem. Een tram van Wijk bij Duurstede naar
Utrecht
is er bij mijn weten nooit geweest.
Uit weinig Utrechtse plaatsen klinken deze winter
zoveel
protesten tegen de nieuwe busdienstregeling als uit Wijk bij Duurstede.
De stad
voelt zich zo ongeveer getroffen door de grootste ramp sedert hij -
indertijd
Dorestad geheten- in de donkere middeleeuwen werd verwoest door de
Vikingen, en
dat meerdere malen.
Behalve tegen de beroerde uitvoering van de busdienst - waaronder de hele provincie Utrecht zucht - richten de bezwaren zich ook tegen de busroute in Wijk bij Duurstede. Wat er loos is, wordt meteen duidelijk als je dit kaartje ziet.

De bussen kwamen en komen Wijk bij Duurstede aan
de noordkant
binnen uit de richting Cothen. Tot en met zaterdag 13 december 2025
reden ze
volgens de rode lijn een route door heel Wijk bij Duurstede naar het
eindpunt
bij het busstation, en later na een pauze via dezelfde weg terug naar
de
Domstad. In de nieuwe opzet van de dienstregeling rijden ze een rondje;
de
zwarte lijn met pijlen; alleen linksom.
Bovendien werden, om het snelbuskarakter van de
lijn te
onderstrepen, de haltes Kempenaar en Nieuweweg geschrapt. Daardoor wint
de
doorgaande passagier een minuut, maar is de buurtbewoner die daar
altijd
instapte, 5 à 10 minuten kwijt voor een wandeling naar de volgende
halte.
Bussen uit Utrecht rijden eerst naar het
Busstation, houden
daar 2 minuten halt, maken daarna het hele rondje door de stad en
spoeden zich
weer richting Utrecht. Efficiënt, vindt de provincie en vindt ook de
busmaatschappij Keolis.
Maar de bewoners van de wijk De Geer en van het
centrum zijn
er allesbehalve blij mee. In het zicht van hun woonwijk slaat de bus
rechtsaf
naar het busstation, waar alleen van een afgelegen boerderij klandizie
is te
verwachten. Dan een hele slinger door de stad, en daarna mogen ze pas
uitstappen. Fnuikend voor het humeur als je terugkomt van een dag hard
werken
of studeren in Utrecht.

Het had zelfs nog erger kunnen wezen. In de
oorspronkelijke
plannen van de provincie zou ook de halte Steenstraat/Centrum komen te
vervallen. Dan zou het rondje door Wijk bij Duurstede dus nog korter
geworden
zijn dan het nu is. Het centrum is met zijn smalle straatje sowieso
niet geschikt
voor de bus, maar die halte op de Steenstraat ligt handig aan de rand
ervan. De
Wijkenaren*) moesten al hun
overtuigingskracht aanwenden om die halte te
behouden.
*) Hoe heet een inwoner van Wijk bij Duurstede?
Wijkenaar, Wijker,
Wijkse, Wijk bij Duurstedenaar; diverse bronnen spreken elkaar tegen.
Weten ze
zelf eigenlijk wel wie ze zijn??
Ik moet er wel bijzeggen dat er in de stad nog een andere buslijn
actief is: lijn 56 naar Amersfoort via Doorn, Driebergen en Zeist. Die
bus
stopt nog wel aan alle haltes en in beide richtingen, maar dat is maar
een dun
halfuurdienstje, en je hebt er niets aan als je naar Utrecht wilt. En
je moet
bijna voor alles naar Utrecht als je in deze streek woont: werk,
school,
winkelaanbod, ziekenhuis.
Sommige ritten van lijn 341 eindigden aanvankelijk
bij dat busstation in the middle
of nowhere. Wat ook wel voorkwam: buschauffeurs werden afgelost
bij het eindpunt. Dan stapt er een nieuwe chauffeur in, zou je denken,
maar op
lijn 341 ging dat anders: de reizigers moesten dan uitstappen en (soms
heel
lang) wachten op een andere bus.
Einde van de rit of aflossing, in beide gevallen
werden de
reizigers plompverloren gedropt op het busstation. Dat gebeurde
standaard bij
de laatste ritten van de dag, ver na middernacht. Men moest dan in het
duister
kilometers lopen, onder andere over een eenzame landweg, om zijn eigen
woonwijk
te bereiken.
Vooral alleenreizende vrouwen maakten hier bewaar
tegen, en
moesten een chaperon charteren om hen vanaf het busstation naar huis te
begeleiden.
Ik zou denken: als je bang bent uitgevallen, kun je beter helemaal de
laatste
bus niet nemen, gezien de heel enge types die daar meestal wel in
zullen
zitten.
Maar goed: over deze wantoestand kan nu gelukkig
worden
gesproken in de verleden tijd: de dienstregeling is in ieder geval
aangepast
per 15 februari. Bij alle ritten wordt nu het rondje voltooid tot/met
de halte
De Geer; ook al zou dat betekenen dat er 2 bussen bumper aan bumper
achterelkaar
de ronde door Wijk bij Duurstede maken.
Ik heb in januari en februari in totaal 8 ritten
gemaakt met
deze lijn. Het zijn dus momentopnamen zoals altijd. Maar ik kreeg de
indruk dat
de uitval van ritten op lijn 341 nog een graadje erger was dan ik al
gewend was
op de U-link. Bij U-OV vallen nu, eind februari nog ‘slechts’ 15% van
de
ritten uit, maar lijn 341 scoort minstens het dubbele.
Als alle bussen rijden volgens dienstregeling,
valt er
beslist niet te klagen over de frequentie van deze lijn, vooral in de
spits. Er
rijden dan maar liefst 12 bussen per uur in de drukste richting. Dat is
vanzelfsprekend
’s morgens naar Utrecht en aan het eind van de middag de andere kant
op. In de
dal-uren en weekenden rijden ze elk kwartier.
Maar de hoge spitsfrequentie werkt wel het
beruchte klonteringseffect in de hand: 2 of 3 bussen vlak achter
elkaar, en dan
een hele tijd niks. De nieuwe opzet van de lijn als een lus, heeft
natuurlijk
ook tot gevolg dat vertragingen op de heenweg meteen doorwerken op de
terugweg.
Daar komt bij dat de N229, de drukke verkeersader
tussen Wijk
bij Duurstede en Bunnik niet overal voorzien is van vrije busbanen. In
de spits
staat het hier nog wel eens vast, en staat de snelbus in de file. Staat
die
file er een keer niet, dan komen de bussen veel te vroeg aan bij het
busstation,
met het gevolg dat je heel lang moet wachten op het voortzetten van je
rit.
Wat er mis is met lijn 341, kon ik al met al wel
bedenken
vanachter mijn bureau. Het steekt vooral dat lijn 341 bedoeld was als
snelbus,
terwijl de reiziger nu (veel) langer onderweg is dan vroeger.
Dat ik toch nog achter mijn beeldscherm vandaan
ben gekomen
om busritten te gaan maken, was niet alleen uit masochisme, maar ook om
al die
aardige plaatsen onderweg op de foto te zetten. In het idyllisch
landelijke Werkhoven
liep ik al rond op de laatste zondag van 2013, en in (het niet zo
bijzonder
mooie) Odijk op
nieuwjaarsdag 2020 (niet wetende wat ons in dat jaar boven het
hoofd hing. Ach nee, hoe zouden we? We hebben geen kristallen bol, en
ook van de
zogenaamde paragnosten uit de sensatiebladen had niemand in zijn
nieuwjaarsprofetie
een pandemie voorspeld).
Cothen en Bunnik komen in dit stuk aan de beurt.

Setra met ‘lange kont’
zoals ik het noemde, in Odijk, op de
allereerste dag van de jaren 20
Archief De digitale reiziger, 2020
Ik begin mijn verkenning op maandag 19 januari,
als de
middag al een aardig eind op streek is. Ik was eerst in de ‘Bieb’, die
officieel zo heet, op de Neude; ex-postkantoor, 102 jaar oud, een mooi,
sfeervol gebouw.
De Bieb (17 oktober
2025).
Het motto van de Bieb luidt: ‘Kom binnen, om
buiten beter te
begrijpen’. Als dat ook slaat op de concessies Utrecht Binnen en
Utrecht Buiten,
komt me dat heel goed uit. Want ik ben hier binnen gelopen om wat
artikelen over
de bus-sof na te slaan in de Utrechtse editie van het AD. Die staan op
Internet
achter een betaalmuur, en abonnementen op kranten heb ik afgezworen.
Er circuleren petities om de oude dienstregeling
van lijn 41
opnieuw in te voeren. Weerman Peter Kuipers Munneke, die in Wijk bij
Duurstede
woont, heeft zich gemengd in de discussie. Zijn kinderen zitten op de
middelbare school in Utrecht, en komen vrijwel dagelijks te laat in de
les
omdat de bus weer eens is uitgevallen. Kuipers Munneke gaat die
petitie, die
door 3000 mensen ondertekend is, aanbieden aan Provinciale Staten (wat
inmiddels gebeurd is, op 11 februari).
Zijn eigen boek in de Bieb, wie wil dat niet? Ik.
Mijn
complete productie aan proza van een kleine 4 miljoen woorden staat
online
(inderdaad: de kwantiteit is indrukwekkender dan de kwaliteit, dat vind
ik zelf
ook wel). Een bieb is een tikje achterhaald. Precies 50 winters geleden
werkte ik
voor mijn eerste zelfverdiende boterhammen in een openbare bibliotheek.
Maar
ik, eens een verstokte bibliotheekliefhebber, loop er vrijwel nooit
meer een binnen.
Ergens vind ik het jammer, maar zo gaan dingen soms.
En dan op pad. Lijn
41 reed vanaf 2019 met toen nieuwe, ellenlange ongelede Setra
dieselbussen. Die
zijn opvallend lelijk en hoekig: koekblikken op wielen, maar kunnen wel
60
mensen zittend vervoeren.
Die bussen zijn uit de gratie geraakt, vermoedelijk omdat ze niet elektrisch zijn en
de provincie nul-uitstoot wil. Er rijden er echter nog een paar rond;
nog niet
alle stekker-bussen zijn geleverd. De eerste bus die ik vandaag neem op
de
Jaarbeurszijde van Utrecht Centraal is zo’n Setra diesel.
Lijn 341 moest zoals gezegd een sneldienst worden,
en
daartoe zijn in Wijk bij Duurstede 2 haltes opgeheven. Maar in Utrecht
rijdt de
bus eerst een poosje als een stadsbus over de smalle Albatrosstraat en
langs
het Diaconessenhuis. Pas na stadion Galgewaard komt de vaart er een
beetje in.
Een rit Utrecht – Wijk bij Duurstede duurt nog
steeds
ongeveer 3 kwartier. In het niet al te verre verleden hebben er naast
lijn 41 wel
eens échte spits-snelbussen gereden op dit traject, die bijvoorbeeld
alle
haltes in de 4 dorpen oversloegen, of via het Kanaleneiland meteen naar
Odijk
reden. Ook is Utrecht Science Park el eens rechtstreeks bereikbaar
geweest
vanuit Wijk bij Duurstede. Nu moet je bij Galgenwaard overstappen op de
tram.
En er heeft ook ooit een stopbus gereden die de bebouwde kom van
Werkhoven aandeed.
Keuze, die er nu niet meer is.
Op de N229 naar Wijk bij Duurstede kan de bus in
ieder geval
echt lekker doorjakkeren, als de avondspits nog niet is uitgebroken.
Odijk,
Werkhoven en Cothen hebben haltes langs de weg. De bus waagt zich niet
in de bebouwde
kommen en tussen de dorpen in woont bijna geen sterveling.

In die lange bus met 60 stoelen zinken de 5
passagiers wel
in het niet, die met deze bus de stap over de gemeentegrenzen van
Utrecht
gewaagd hebben. Ik heb zo het gevoel dat deze bus flink voorligt op
zijn
schema, en zijn voorganger op de hielen zit. Het
klonteringsverschijnsel in
werking. Die vorige bus blijkt inderdaad nog op het busstation van Wijk
bij
Duurstede te staan als wij daar arriveren.
Van de 5 overgebleven reizigers stappen er 4,
behalve ik,
haastig over in die andere bus. Zo maar 7 minuten eerder thuis; waar
klágen ze
hier nou over? Ik stap ook uit, namelijk voor deze foto van 2 haltes
langs een
stoep, waarvoor de benaming Busstation wel erg weids is.
De bus waar we uitgestapt zijn, filmt
aanvankelijk: ‘Vertrek
over 9 minuten’ (nog maar 6 op de foto). Ik wandel langs de busroute
richting
het stadscentrum, en word inderdaad pas na een hele tijd ingehaald door
deze
bus.
Erg doorsnee, de nieuwbouw van Wijk bij Duurstede.
Eens te meer
vraag ik me af, waarom ook in steden met een heel eigen, markante,
feeërieke
binnenstad, de buitenwijken precies hetzelfde zijn als overal in het
land.

Wijk bij Duurstede bij
valavond. Voor meer foto’s van de
binnenstad, zie de gelinkte stukken uit 2008 (bij zon) en 2020 (bij mist).
Na mijn rondje door de stad vat ik post bij de
halte
Steenstraat/Centrum. De eerste bus die had moeten komen, verdwijnt
ineens van
het scorebord bij de halte, de volgende is er zo-een die eindigt bij De
Geer. Daarna
gaat er een groot gat vallen.
Ik sta hier te vernikkelen in de gure wind, bij
een
temperatuur van anderhalve graad boven nul, en ga nu maar lopen naar De
Geer om
warm te worden. Mijn wandeling voert over het terrein van een oude
veiling, die
nu woonwijk is geworden.
Bij halte De Geer pak ik de bus naar Utrecht,
alleen om die
een paar minuten later alweer te verlaten aan de rand van Cothen. Als 2
haltes
langs een stoep een busstation kunnen vormen, dan kun je één halte
langs de weg
ook best een perron noemen.
Van deze halte kun je via een complex van tunnels
onder de N229
de bebouwde kom van Cothen bereiken. Die tunnel vind ik, zelfs als man,
ook knap
eng. Maar een man mag niet klagen over eng, want het is juist de man
die altijd
eng doet tegen vrouwen. Zo zijn geloof ik de juiste, deugende
opvattingen over
de verhoudingen tussen de geslachten.
Voor Cothen geldt wat voor heel West-Europa geldt
op een
januaridag na 17:00 uur: het is er donker. Cothen lijkt een heel aardig
dorpje,
en ik kom ik er binnenkort voor terug bij daglicht.
Nu eerst weer die enge tunnel door en verder staan
te
wachten in de kou op dat ‘perron’. Aan de overkant passeert een nog
redelijk
bezette bus naar Wijk bij Duurstede. Niet elke Wijker laat zich
ontmoedigen
door de busmisère. Niet iedereen heeft ook een andere keuze dan de bus
te
nemen.
Mijn bus naar Utrecht van 18:05 verdwijnt weer
eens van de
radar. De volgende staat op de rol voor 18:20, Om 18:12 komt er bus
aanrijden die
‘Geen dienst’ toont maar toch stopt. jawel, jawel, zegt de chauffeur;
deze bus
gaat echt naar Utrecht, hoor!
Lange tijd komen ons geen tegenliggers richting
Wijk bij
Duurstede tegemoet, maar tussen Odijk en Bunnik ineens drie bussen
achter
elkaar. Op deze lijn berust elke overeenkomst tussen de dienstregeling
en de
werkelijkheid op toeval.

Een week later keer ik terug. Maandagen in
januari, volgens
een niet onomstreden theorie, zijn de meest deprimerende dagen van het
jaar. De
ware Blue Monday is volgens sommigen de 3e maandag in januari (dat was
vorige
week) en volgens andere de maandag van de laatste volle week in januari
(dat is
vandaag, 26 januari).
Blue Monday is de maandag (sowieso al een rotdag)
waarop iedereen
ineens de moed verliest. Kerstmis is voorbij is en zelfs de opluchting
daarover
is voorbij. Het is vrijwel altijd
kutweer, de zomervakantie is nog heel ver weg, het eerste
salarisstrookje van
het jaar is tegengevallen, en de eerste goede voornemens zijn alweer
vergeten.
Het is verzonnen door een Britse psycholoog, die
een heuse wiskundige
formule heeft opgesteld om de mate van depressie uit te rekenen. De
meeste van
zijn vakgenoten zien het als pseudowetenschap, een kwalificatie die
naar mijn
mening wel op erg veel bevindingen en ontdekkingen van de psychologie
van
toepassing is.
Ik voor mij zie geen reden om somber te zijn op
een maandag
in januari. Als pensionado ben ik op maandag altijd extra blij ben dat
ik niet
meer naar mijn werk hoef. Goede voornemens maak en vergeet ik het hele
jaar
door, en niet persé met de jaarwisseling. En mijn pensioen en AOW
vallen niet
tegen, want ik weet van tevoren precies wat ik krijg; elke maand rond
de 23e evenveel
gratis geld, evenveel gratis bier (als ik dat zou drinken).
Op een dag met acceptabel winterweer gaan wandelen
in
Cothen, alle tijd ervoor; wie doet me wat!
De bus die vertrekt van de Jaarbeurszijde op
Utrecht
Centraal is 3 minuten te vroeg of 12 te laat. Ik denk het laatste,
anders zou
ik niet kunnen verklaren dat we een man of 65 aan boord hebben –
waarvan
ongeveer de helft al uitstapt voor we de stad uit zijn.
Een half uur later meen ik de kerkspits van Cothen
te zien,
en stap een kerk te vroeg uit; dit is Werkhoven pas. Mijn kippigheid
begint me
een beetje zorgen te baren. Terwijl ik nog van mijn verbazing sta te
bekomen
dat mijn ogen me weer eens bedrogen hebben, raast de volgende bus naar
Wijk
langs me heen, helemaal leeg, 1 minuut na de bus waar ik ben
uitgestapt,.
Enfin, eindelijk beland ik toch nog in Cothen, met
nog een
uur daglicht voor de boeg. Het is net genoeg om het oude hart van het
dorp te
ronden en een stukje mee te pakken van het landgoed Rhijnestein, waarop
het gelijknamige
13e-eeuwse kasteel staat. Het slot wordt al eeuwenlang bewoond door de
opeenvolgende generaties van een adellijke familie.
Hier op de Brink is - excusez le cliché - de tijd
stil blijven staan. Zelf de ‘kar, die ratelt op
de keien’, uit een bekend liedje, is aanwezig. Je zou kunnen geloven
dat je
hier liep in 1826, als er niet een vent rondliep met een smartphone om alles te fotograferen. Toerist in hartje
winter?
De stellingmolen in het dorp heet Oog in ’t Zeil
en werd
gebouwd in 1869 als opvolger van een afgebrande voorganger.

Terug aan de Jaarbeurszijde van Utrecht Centraal.
DIT noem
ik een busstation!! En het is alleen perron C nog maar; aan de overkant
heb je
het even grote perron D.
Ik sta ik het verkeer op lijn 341 nog een halfuur
te
observeren. Vandaag is het wel heel erg bar met de uitgevallen ritten.
Tijdens
dat halfuur in de late middag zou ik 6 bussen moeten zien vertrekken,
maar er
verschijnen er slechts 2.
Die 2 zijn vanzelfsprekend overvol. Zelfs zo’n
lange Setra
is een keer vol. Desondanks blijft de chauffeur nog 5 minuten wachten
op zijn
vertrektijd volgens dienstregeling. Ik was maar vertrokken als ik hem
was; er
kan echt niemand meer bij.
Hoe komt Keolis ermee weg, met zo’n chaos?

Ik heb in alle middagen op lijn 341 maar een keer
een
functionaris van U-OV gezien op dit busstation. Dat is nu. Een man in
een U-OV-hesje
en een chauffeur buigen zich over een uitdraai uit de dienstregeling
die een
passagier hun voorhoudt: waar zijn de bussen gebleven, die op dat
papier staan?
Tsja… Gelukkig blijven de heren er wel vrolijk onder.
2 hulphonden van 2 verschillende eigenaars blaffen
en
grommen naar elkaar. Hopelijk raken ze straks in de bus niet in gevecht
om die
ene hulphondenplek.
Ik verlaat het station, voordat ik helemaal
versteend ben.

Pas 3 weken later, op woensdag 18 februari keer ik
terug
naar het Utrechtse voor het vervolg van dit hoofdstuk over lijn 341. In
de
tussentijd heb ik 4 dagen in het ziekenhuis gelegen met een voor de
medici
onverklaarbare vorm van hartritmestoornissen, is er een begin gemaakt
met mijn
zoveelste gebitsrenovatie, en ben ik gediagnosticeerd met staar in het
linkeroog. Het laatste betekent dat de ontkenningsfase over mijn
kippigheid nu
in ieder geval definitief voorbij is.
Wat dat hart betreft: ik ben 3½ etmaal gemonitord, en ging helemaal
door de
molen met een echo en een fietstest, wat allemaal gelukkig geen pijn
doet. Ik
ben de dagen doorgekomen met kijken naar de Olympische Winterspelen.
Vorig jaar,
toen ik zelf in Milaan
was, had ik al
het plan om dat evenement intensief te gaan volgen. Dat dit vanuit een
ziekenhuisbed
zou geschieden, had ik niet kunnen raden.
Uiteindelijk mocht ik het ziekenhuis verlaten met
nieuwe
medicijnen en zonder dat er in me gesneden was of mij schokken
toegediend waren.
Laat ik mijn zegeningen tellen! Maar aan een staaroperatie zal ik niet
ontkomen;
weer iets erbij om naar uit te kijken!
‘De ouderdom komt met gebreken’, zei mijn oma
altijd, die
ook altijd van alles mankeerde. ‘Maar’, voegde zij er altijd aan toe,
‘als je niet
oud wilt worden, zul je jong moeten sterven’. Ook geen speld tussen te
krijgen.
En dat dat de ouderdom werkelijk met gebreken komt, dat besef komt ook
pas met
de jaren.
Goed, genoeg opgeknapt om het busvervoer van U-OV
weer te
kunnen verdragen. Maar vanmiddag maak ik alleen maar één busritje naar
Bunnik,
en wandel vandaar langs de Kromme Rijn naar Utrecht Science Park, waar
ik de
tram neem naar Centraal. Alweer een mooie middag om te wandelen en bus-
en
andere ellende te vergeten.
Bunnik is van de 4 dorpen langs de N229 het dorp
dat het
meest verstedelijkt is, echt een ‘storp.’ Maar
als je goed zoekt, vind je ergens achter
de kerk en achter de Albert Heijn toch nog de kern waar Bunnik omheen
is
gebouwd.
De witte huisjes uit 1634 zijn de oudste huizen
van Bunnik,
afgezien van het kasteel dat ik straks zal zien. Ze hebben tegenwoordig
verschillende
functies, waaronder kerkelijk conferentieoord.

Het Oude Raadhuis
Ik loop een stuk over het pad langs de Kromme
Rijn. Dat kasteel
staat langs de oever, dateert uit de late 14e eeuw, en heet: Huis
Cammingha, of
ook wel: de Beesde. Het is niet fotografeerbaar bij het tegenlicht van
de
laagstaande zon, dus ik pluk de foto uit de Wiki.

Huize de Beesde / Cammingha
Foto: Wolk, overgenomen
van Wikipedia (NL), Huis
Cammingha
Een paar bochten van de Kromme Rijn verder doemt in de verte de skyline
op van
Utrecht Science Park, waar flink de hoogte in wordt gebouwd. Ik wend de
steven
daarheen.
Alles in de verte is omfloerst. Het ligt niet aan dat ene staar-oog van
mij; er
hangt werkelijk mist boven de uiterwaarden.
Van het groen in één klap te midden van de moderne
architectuur
van het USP, een heel abrupte overgang van platteland naar stad.
Wat verder nog te zeggen over bus 341? Ik vond in
2020 al
dat de U-link geen verbetering bracht, en de U-liner is dat tot
dusverre ook
weer niet ten opzichte van de U-link. Ik wens de familie Munneke
Kuipers en de
andere Wijkenaren werkelijke Hoop op Vooruitgang toe, sorry: werkelijk
Hoogwaardig Openbaar Vervoer.
Frans Mensonides
1 maart 2026
Er geweest: Om de dooie dood niet!
Geweest langs de Kromme Rijn: Maandag 19 en 26 januari en woensdag 18
februari
2026


U-liners op lijn 315 in Amersfoort
Hoe staat het er nu voor met de bus in Utrecht
Binnen en
Utrecht Buiten, 4 weken nadat ik mijn handtekening plaatste onder het
stuk
hierboven? Niet veel beter. Het probleem met uitvallende bussen is in
de
centraalste provincie van Nederland een stuk hardnekkiger dan bij
andere
concessiewissels in het verleden.
Ik had geen kristallen bol nodig om het volgende
bedrijf in
dit drama te kunnen voorspellen. Inderdaad, het hing in de lucht; het
gebeurt
vroeg of laat altijd bij een problematische start van een concessie:
afschaling
van de dienstregeling. De busdienst wordt ingekrompen; er worden ritten
geschrapt. Dan kunnen de overblijvende bussen wél rijden, zo is de
filosofie
daarachter.
Transdev (Utrecht Binnen) schrapt per eerste Paasdag 5 april ca 10% van
de
ritten; Keolis (Utrecht Buiten) doet hetzelfde per 3 mei. Dat dus met
de belofte
dat de overgebleven ritten wél gereden worden. Maar hoe denken ze dat
te doen
als de rituitval veel hoger is dan die 10%?
De uitval bedraagt volgens officiële cijfers van de busbedrijven 15%,
maar dan
is het vermoedelijk het dubbele. 30% komt ook meer overeen met mijn
eigen
ervaringen. Mijn ritten vonden wel plaats in de middag, daar ik – zeker
in de
winter – een pesthekel heb aan vroeg opstaan.
In de loop van de dag neemt de bus-ellende van uur
tot uur toe.
Het komt mede door capaciteitsgebrek bij de oplaadinrichting in Zeist.
En dat
komt dan weer door de overbelasting van het elektriciteitsnet in ons
land, dat
toch wel aardig aan het afglijden is, de laatste jaren.
Die 30% rituitval komt goed overeen met het
ziekteverzuim
van 25 à 30% onder de veelgeplaagde buschauffeurs. Dat is echt extreem
hoog. Toen
ik wat jaren geleden in de ondernemingsraad zat bij mij op de zaak,
kregen we
elke maand de ziektecijfers van de verschillende afdelingen. Een score
van 6% buiten
het griep- en snotterseizoen gaf al aanleiding tot gefronste
wenkbrauwen. Ging
het de dubbele cijfers in, >10%, dan drongen we aan op maatregelen,
onderzoeken, enquêtes over werkdruk; wat een OR al niet doet om zijn
bestaansrecht te benadrukken. Maar 25%, dan werp je het hoofd moedeloos
in de
schoot.
ROVER doet dat niet. De belangenvereniging voor
OV-reizigers
vraagt, nee, EIST, gratis busvervoer als op 1 mei Transdev zijn boeltje
nog steeds
niet op orde heeft. En dat is niet minder dan een ULTIMATUM!
Nou, nou, nou! Tut, tut, tut, tut, tut! Daar moet ik toch wel een
beetje om
lachen. ROVER, dat is een muis die soms ineens zo vervaarlijk brult als
een
leeuw. Ze trekken graag een te grote broek aan.
Ik heb ROVER gediend als vrijwilliger, toen die
club nog
iets voorstelde en ik zelf nog enig brood zag in het verbeteren van zo
niet de
wereld, dan toch wel het OV. Het is lang geleden. Dat ik tegen mijn
pensioen
nog in een OR ging zitten, had tussen haakjes een heel andere reden.
Het was vooral
omdat mijn gewone werk me verveelde.
De woede van ROVER richt zich alleen op Transdev,
de
concessiehouder van Utrecht Binnen. Keolis van Utrecht Buiten is in de
ogen van
de consumentenvereniging het braafste jongetje van de klas; die doen
het een
stuk beter. Ik heb er weinig van gemerkt, de afgelopen maanden.
Niet alleen ROVER schiet wel eens uit de bocht. De
chauffeur
van deze lange Yutong bij Amersfoort Centraal had erge moeite met de
draai en
reed nog net niet de BW-laan op.

Goed, in een provincie als Utrecht kun je toch
best
plezierige uren doorbrengen in en om de bus, ook al komen ze niet
altijd
opdagen. Een gat in de dienstregeling stimuleert alleen maar tot het
maken van
een verkwikkende wandeling naar de volgende halte, de volgende-volgende
halte en
eventueel de volgende-volgende-volgende halte.
Hierboven het stuk over het ernstigste zorgenkind
onder de
U-liners, lijn 341 (Utrecht – Wijk bij Duurstede). En hieronder nog wat
– voor
mijn doen – korte, maar rijk geïllustreerde verslagen
van ritjes die ik de afgelopen 3
maanden gemaakt heb met deze snelheidswonderen, kriskras door de
provincie.
Hoe lang is het wel niet geleden dat ik voor het
laatst in Spakenburg
was? Zoiets kan ik gemakkelijk naslaan in mijn archief. 19½ jaar
precies. Het
was in 2006, tijdens een hittegolf. Die dag was het ongeveer 30 graden
warmen dan
op de zonnige maar kille wintermiddag dat ik er terugkeer, woensdag 14
januari
2026.
Toen in 2006 was het ook al concessie-stront die
me naar
deze streken had gelokt; het lijkt wel of ik er op kick. Dat stukje is
veel
leuker dan dit; ik was het bijna vergeten maar heb het met plezier
herlezen.

Spakenburg
Lijn 376 is de opvolger van nummer 76. Hij rijdt
in de
ochtendspits om de 10 minuten en op andere tijdstippen elk kwartier.
Vanaf
Amersfoort Centraal maakt de bus een rondje door het dubbeldorp
Bunschoten-Spakenburg,
om daarna meteen terug te keren naar het station.
Er rijdt echt van alles op deze lijn. Op mijn heenrit zit ik in een
gelede
elektrische Yutong-bus; terug in een ongelede, heel lange Yutong, maar
er komen
me ook diesels tegemoet.
Lijn 376 volgt een tijdje de route van lijn 2 over
de
Bunschoterstraat, en waagt zich niet in de nieuwbouwwijken van
Amersfoort. De
bus koerst linea recta rechtdoor naar Bunschoten en Spakenburg. Dat
waren ooit
2 afzonderlijke dorpen, maar die zijn al zo lang geleden aan elkaar
gekit dat
niemand meer weet waar de één ophoudt en de ander begint.
De bus doet op de heenweg de oostzijde aan van het
langgerekte tweelingdorp en terug de westzijde. De halte Broerswetering
is het
punt van de route dat het dichtst ligt bij het Eemmeer, een randmeer
van het
IJsselmeer. Daar stap ik uit.
Broerswetering
De haven van Spakenburg is ’s zomers een levendig
toeristenoord met een keur aan uitjes per schip die je van hieruit kunt
maken.
Maar in de winter liggen de boten onder zeil.
Ik passeer de Westmaat, het San Siro van
Bunschoten-Spakenburg. Net als het Milanese stadion wordt het sportpark
gedeeld
door 2 sterk rivaliserende clubs: Spakenburg en IJsselmeervogels. De
supportersscharen gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Toen in 2024
IJsselmeervogels
degradeerde, vierden ze bij Spakenburg feest. Beide clubs hebben wel
elk hun
eigen helft van het complex tot hun beschikking, de Blauwe Westmaat
(Spakenburg)
en de Rode Westmaat (IJsselmeervogels).


Onderste foto: Archief De digitale reiziger (2006)
De klederdracht van Bunschoten-Spakenburg is nu
echt voltooid
verleden tijd. In 2006 had ik nog 2
dames op de foto die er in vol ornaat in gekleed gingen. De een was
hoogbejaard
en zocht steun bij een rollator en de ander behoorde, voor zover ik me
herinner, bij het Museum Spakenburg en was als het ware een
wandelend
museumstuk. In dat museum ging er een hele nieuwe wereld voor me open:
wat er
allemaal vastzat aan die dracht.
Nu herinnert alleen nog het standbeeld uit 1996,
‘Niesje’
van Emanuel Houben, aan het tijdperk van de klederdracht. Opvallend was
de
stugge ‘kraplap’ om de schouders, als het borststuk van een harnas. Die
gaf elke
vrouw iets monumentaals en ongenaakbaars, en zeker deze in brons
gegoten
deerne.
Terug op de Broersvest fotografeer ik vanaf enige
afstand de
zijkant van een bus. Wat betekent dat ik hem mis; hij begint meteen aan
de
terugweg naar Amersfoort. De volgende gaat uitvallen. Pas over 27
minuten zal er
weer een komen opdagen.
Ik ga de westkant van Bunschoten-Spakenburg
bewandelen, een
weinig bijzondere nieuwbouwwijk, maar wel met veel waterpartijen. Het
mag dan
hartje winter zijn, de zon schijnt vanmiddag zo kneiterhard en fel dat
ik
compleet verblind over het trottoir zwalk. Ik heb nu nog niet door wat
volgende
maand aan het licht zal komen, mijn staar. Hier in
Bunschoten-Spakenburg zit ik
nog in de ontkenningsfase. Wonderlijk genoeg heb ik bij donker minder
last van die
oogkwaal en zie ik ’s nachts beter dan als de zon schijnt.

Met bus 302 in de file
Lijn 376 rijdt in de ochtendspits door naar
Utrecht Science
Park (USP) / Rijnsweerd en in de avondspits terug van Utrecht naar
Bunschoten.
In de andere richting wordt het traject Amersfoort – Utrecht niet
gereden,
evenmin als in de dal-uren. Amersfoort Centraal is dan het begin- en
eindpunt
van de lijn.
Er is een hele bundel van lijnen die vanuit de
regio
Amersfoort rijden naar de universitaire campus USP en het kantorenpark
Rijnsweerd.
Ik heb ze even onder elkaar gezet:
34 Amersfoort Centraal – Soesterberg (Dorp) –
Zeist - USP –
Rijnsweerd - Utrecht Westraven
203 Amersfoort Schothorst – Soesterberg P+R - USP – Rijnsweerd
272 Baarn – Soest - Soesterberg West - USP – Rijnsweerd
299 Leusden - USP – Rijnsweerd
302 Amersfoort Nieuwland – Amersfoort Centraal – Soesterberg P+R – USP
–
Rijnsweerd - Nieuwgein Zuid – Vianen Lekbrug
315 Amersfoort Vathorst - Amersfoort Centraal – Soesterberg P+R – USP –
Rijnsweerd
376 Bunschoten-Spakenburg – Amersfoort Centraal – Soesterberg P+R – USP
–
Rijnsweerd
De afgelopen maanden heb ik een paar keer een bus
genomen uit
het lijstje. De bedoeling van die lijnen is: studenten en employees uit
de
regio snel en buiten het centrum van Utrecht om naar USP / Rijnsweerd
te transporteren.
Daardoor wordt de overvolle tram naar USP ook een beetje ontlast.
Het is een complete vloot. Zo vertrekken van de
halte
Soesterberg P+R, langs de A28, van maandag tot / met vrijdag tussen
7:30 en
8:30 uur niet minder dan 18 bussen naar USP / Rijnsweerd.
Mijn rit, nog steeds op die woensdag in januari,
met lijn
302 van Amersfoort naar Vianen loopt qua tijdsduur aardig uit de hand.
Tussen Utrecht
Rijnsweerd en Nieuwegein staat de bus op de Waterlinieweg een flinke
tijd in de
file. Ik rijd niet helemaal mee tot het eindpunt Vianen Lekbrug. Een
uur na
vertrek uit Amersfoort stap ik uit bij de tramhalte Fokkesteeg in
Nieuwegein.

Daar mis ik de tram; ik ben net te laat. Na 18:00
uur rijdt
die maar eens per 30 minuten. Om warm te blijven loop ik via een
woonwijk naar
de tramhalte Wiersdijk. Dat moet ik toch wel kunnen halen binnen die
tijd? Ik
zie de lezer al lachen. Inderdaad verdwaal ik hopeloos tussen de
woonerven, en
hoor de tram al denderen over het talud van de ‘s-Gravenhoutseweg als
ik nog honderden
meters van de halte verwijderd ben.
Nu wil ik, opnieuw om warm te blijven, naar alweer de volgende halte
lopen, het
beginpunt Nieuwegein Zuid. De tram rijdt daar langs de
‘s-Gravenhoutseweg, maar
die blijkt geen stoepen te hebben maar alleen een heel blubberige berm.
In
arren moede loop ik dan maar terug naar de halte Wiersdijk, waar ik nog
een
klein halfuur sta te stampvoeten om niet te bevriezen, en me eens te
meer sta af
te vragen of ik niet eens een andere hobby zou kunnen oppakken.

Halte Rijnsweerd Noord
Vele weken later, op maandag 16 maart, ga ik eens kijken in
kantorenpark Rijnsweerd,
dat nu al een paar keer genoemd is. Het contrast met hun buurman,
Utrecht
Science Park, kan niet groter zijn. Heerst op het universiteitsterrein
bij de
haltes een gezellig drukte van gaande en komende studenten die recente
tentamens en komende weekenden bespreken; op het bedrijventerrein is
het ijzig
stil aan het begin van de middag.
De bussen kennen hier geen tussen-de-middag-spits,
zoals de
trams op USP. Hier geen mensen die rond het noenuur pas komen of al
weer
weggaan. In Rijnsweerd wordt door ca. 9000 werknemers nog 8 uur per dag
gezwoegd in de kantoorbunkers, zoals de foeilelijke, ca. 20 etages
tellende blokkendoos
van de Provincie Utrecht.
Rijnsweerd zinkt in het niet bij de buurman USP.
Als je nog een
nul achter die 9000 zet, heb je ongeveer het aantal studenten plus
werknemers van USP, verreweg het grootste wetenschapspark in Nederland.
Bar Beton is een naam die niet bepaald uitnodigt
om er een
hap en een drankje te gaan nuttigen. Snel weg van hier! Ik pak bus 302
die me via
de A28, buiten Zeist om, naar de halte Soesterberg P+R brengt.

3x Rijnsweerd Noord,
met een weesfiets die nooit meer is
opgehaald door zijn berijder. Rechtsonder: Rijnsweerd Zuid
Voor de meeste lijnen die Soesterberg aandoen, is
Soesterberg
P+R de enige halte in dat dorp. Nou, ‘in het dorp’? Nee, helemaal aan
de rand
ervan. Van hier is het een heel dik half uur lopen naar het centrum.
Daar ben ik wel nieuwsgierig naar, en vooral of
het door
bossen omringde dorp wel zoiets heeft als een centrum. Ik fietste
in 2017 al
eens over het terrein van de voormalige Vliegbasis in Soesterberg, dat nu een
natuurgebied is. En in 2020, in het stuk over de introductie van U-link, liep
ik een stuk langs de Amersfoortsestraat / N237. Het dorp zelf heb in ik
toen
niet gezien. Ik vind een Dorpsplein op de plattegrond en stel me een
idyllisch pleintje
voor met kastanjes en een dorpspomp in het midden.

De bussen slaan aan het eind van de Richelleweg
rechtsaf de
Amersfoortsestraat op richting Amersfoort en stoppen niet meer in
Soesterberg.
Ik neem op de T-kruising de linkertak.
De kern van Soesterberg valt me zwaar tegen – of
heb ik
misschien helemaal gemist op mijn wandeling. Dat rustieke tafereel op
het
Dorpsplein is er misschien ooit geweest, maar ik kom te laat. Er staan
moderne
appartementen in aanbouw.

Soesterberg
Ramses Shaffy mag dan in een van zijn bekendste
liedjes
oproepen om omhoog te kijken; als je naar de grond kijkt zie je soms
ook dingen
die je niet graag gemist zou hebben. Zoals dit soort boodschappen die
verwijzen
naar een ‘sortie’ (afslag) van de Wegh der Weegen. Het wekt mijn
nieuwsgierigheid, en Google, sinds kort uitgerust met een AI-modus, was
weer
eens mijn beste kompaan.
Achter de naam Wegh der Weegen gaat een uniek
wegenbouwproject schuil uit de 17e eeuw. De Wegh der Weegen was een
initiatief
van de Staten van Utrecht en de stad Amersfoort en hij werd ontworpen
door de
indertijd befaamde architect Jacob van Kampen. Zijn weg was 11½ km lang
en maar
liefst 60 meter breed – omgerekend in decimale lengtematen; indertijd
hanteerden ze Utrechtse roeden. mijlen, en uren gans.
Die Wegh der Weeghen heette beslist niet ten
onrechte zo.
Die naam is bedacht door niemand minder dan Everard Meyster, de
excentrieke
rijkaard die Amersfoorters preste om die kei de stad binnen te trekken.
De weg liep van de Galgenberg ten westen van
Amersfoort,
ongeveer waar nu de Stichtse Rotonde is, naar landgoed Vollenhoven,
tussen De
Bilt en Zeist. Vanaf die beide eindpunten liepen er al bestaande wegen
naar
Amersfoort, respectievelijk Utrecht. Die weg valt samen met wat nu de
N237
heet, die een stuk minder breed is.
Waarom een 60 meter brede weg aanleggen in een
tijd dat er
misschien een paar paard-en-wagens per uur over reden? Om grandeur en
rijkdom
uit te stralen. Het was meer dan een weg; het was deel van een stuk
landschapsarchitectuur. Aan weerszijden ervan kwamen rijen bomen. De
grond aan
beide zijden van de Wegh werd verdeeld in kavels van 100 bij 100 roeden
(376 bij
376 meter, ca. 14 hectare). Die werden verkocht aan rijkaards uit de
steden die
er een landhuis met zeer ruime tuin wilden laten bouwen.
Deze grondeigenaren moesten tevens betalen voor de
aanleg
van de Wegh langs hun kavel. Hun eigendom was toegankelijk via de ‘sorties’, die vaak nu nog herkenbaar en
bewandelbaar zijn.
Toen ik in 2013 een reeks schreef over deze
streek, die Stichtse
Lustwarande, heb ik nooit iets gelezen over deze Wegh der Weegen.
Die
is rond 2015 opnieuw onder de aandacht gebracht en zichtbaarder en
toegankelijker gemaakt.
De Wegh der Weegen doet me sterk denken aan een
ander groot
infrastructuurproject uit dezelfde tijd, de Zeestraat van Den Haag naar
Scheveningen. Die straatweg, aangelegd op instigatie van de staatsman,
dichter,
componist en tevens zelfverklaard civiel
ingenieur Constantijn Huygens, stond al een paar keer eerder centraal
op mijn
Thuispagina (HIER voor het
laatst).
De Zeestraat was in bijna elk opzicht het
tegendeel van de
Wegh der Weegen. Geen 60 meter breedte. De pragmaticus Huygens vond 2
roeden
breed genoeg; dan konden twee koetsen elkaar in ieder geval ruim
passeren en
was er ook nog plek voor voetgangers, die nu niet meer door het
duinzand
hoefden te ploeteren. Om ‘grandeur’ maalde Huygens niet; de weg was
bedoeld om
snel transport mogelijk te maken tussen Den Haag en de haven en het
strand van
Scheveningen. 3 rijen bomen aan weerszijde? Eén rij was voldoende om
het zand
tegen te houden.
Verder was de Zeestraat de eerste weg buiten de
bebouwde kom
in de Nederlanden die bestraat was met klinkers, terwijl de Wegh der
Weegen tot
ca. 1800 moest wachten op verharding. Met al zijn grandeur was die Wegh
niet
meer dan een zandpad met karrenspoor.

In deel 1
van deze reeks schreef ik iets over een onbekookt
plan van D66 Amersfoort om een railverbinding Amersfoort Vathorst –
Soesterberg
– Utrecht USP aan te leggen. Het liefst zien de democraten een metro
rijden
door de metropool die Amersfoort in hun ogen is, maar een tram mag ook.
In het
laatste geval zou je eenvoudig de bestaande sneltram (IJsselstein /
Nieuwegein)
– Utrecht Centraal – USP) kunnen
doortrekken. En dat met een zijtak naar Leusden, want ook die metropool
moet beslist
op rail aangesloten worden.
D66 Amersfoort werd door dit plan de risee van de
hele stad,
maar hun bescheiden nederlaag bij de recente gemeenteraadsverkiezingen,
van 6 naar
5 zetels, zal niet louter te wijten zijn aan hun vervoersplannen. Ze
hebben
vast ook verloren aan de pas opgerichte lokale partij KeiHart voor
Amersfoort.
Deze keien kwamen met stip en met 6 zetels de Amersfoortse gemeenteraad
binnen.
Het is een extreme partij; niet extreem rechts,
niet extreem
links, niet extreem recht door zee, maar extreem autogezind. Wat dat
onderwerp betreft,
zetten zij zelfs de VVD, de Partij Voor Vrije Doorstroming van het
autoverkeer,
in de schaduw. KeiHart voor Amersfoort heeft als speerpunt nummer 1:
terugdraaien van het parkeerbeleid van de gemeente. Zij willen overal
in de
stad kunnen rijden met hun 4-wieler, overal kunnen parkeren, en het mag
niets
extra’s kosten.
De partij is verder gekant tegen windturbines en
asielzoekerscentra.
Als zo’n railverbinding er ooit al zou komen, dan
zal hij
vermoedelijk niet door Soesterberg rijden, maar hooguit erlangs. Ik
denk dan
aan één station voor deze nederzetting met slechts 7500 inwoners. En
dat ene
station zal dan waarschijnlijk komen te liggen bij de Park + Ride waar
nu lijn 302
en al die andere bussen stoppen. Nogal ver uit de slinger, zoals ik
zelf ondervonden
heb.
En als de metro of tram dan ook Zeist nog moet
ontsluiten,
waar 55.000 inwoners hunkeren naar Hoogwaardig OV, dan zal de reistijd
van
Soesterberg naar USP en Rijnsweerd absoluut langer uitvallen dan het
kwartiertje dat de bussen en nu over doen.
Denk daar eens over na, D66! Ik zie die metro of
tram er
niet komen voordat we opnieuw het jaar ’66 schrijven en het eeuwfeest
vieren
van die club, waarvan ik nooit heb begrepen wat hun bedoeling is en aan
welke
kant ze staan.
In Leiden, waar ik zelf heb mogen stemmen, dramde
D66 in
2002 een tram dwars door het centrum dwars door de strot van de
gemeenteraad. Een
tram die er nooit gekomen is. Nu schrijven ze in hun programma dat een
eventuele lightraillijn in Leiden absoluut niet bovengronds door het
centrum
mag lopen. Misschien komt zelfs bij een enigszins belegen partij het
verstand
nog met de jaren.
Wel willen ze Leiden aansluiten op Randstadrail en
/ of de
RET-metro. En die loopt dan misschien met een tunnel onder het centrum
door;
blijf maar dromen!
Dit zou een mooie uitsmijter zijn van dit artikel,
maar het
wordt binnenkort toch nog een keer vervolgd.
Frans Mensonides
29 maart 2026
Er geweest: Bunschoten-Spakenburg en Nieuwegein bij nacht: woensdag 14
januari 2026,
Rijnsweerd en Soesterberg maandag 16 maart 2026.
En dan nu het laatste restje van het verslag van
mijn
winterexpeditie dit jaar: U-link en U-liner, de sukkelende, kreupele
paradepaardjes van de provincie Utrecht. Op de dag nadat dit artikel
online
gaat, vertrek ik alweer naar het buitenland voor mijn eerste
Interrail-zomerreis
van 2026.
Ik had veel uitgebreidere plannen voor de
afgelopen herfst
en winter dan per bus Utrecht doorkruisen, maar er kwamen nare dingen
tussen.
Afgelopen herfst is een heel goede vriendin van
mij veel te
jong en veel te plotseling overleden. Het was een vriendschap tussen 2
verstokte vrijgezellen. Ik mis haar. En ik kan helaas niet eens in
detail met
naam en toenaam over haar schrijven. Vaak maken privacykwesties het me
onmogelijk om te schrijven over het privéleven dat ik ook nog heb,
naast het
feit dat ik De digitale reiziger ben.
Verder was het was me ook de winter wel. Ik stipte
het al
even aan: een opname in het ziekenhuis met nasleep, wegens een type
hartritmestoornissen
die – naar men mij verzekerd heeft –doorgaans niet tot de dood leiden.
En dan
ook nog plotselinge slechtziendheid door staar, terwijl ik het de
eerste 68½
jaar van mijn leven vrijwel zonder bril heb kunnen stellen.
Tegenwoordig kan ik
de deur niet uit zonder een hele collectie brillen, voor alle
omstandigheden. Het
is wel even wennen…
Allemaal des te meer reden om erop uit te trekken
en het in
ieder geval voor een dag achter me te laten, zou je kunnen denken, maar
de fut
ontbrak mij wel eens.
Lange buslijnen, en lui onderuitgezakt op weg te
zijn naar
plaatsen waar ik niks te zoeken heb, dat heb ik in maart toch maar weer
opgepakt. De U-liners 307 (Gouda – Utrecht) en 395 (Rotterdam
Capelsebrug – Utrecht
Centraal) bieden daar alle mogelijkheden toe. Die lijnen hebben een
overeenkomst: dat ze allebei beginnen (vanuit mijn standpunt, maar
vanuit
Utrechts standpunt eindigen) in Zuid-Holland, betrekkelijk ver buiten
de enge grenzen
van de provincie Utrecht.

Kasteel Montfoort
Lijn 307 verbindt Gouda met Utrecht Centraal via
Haastrecht,
Hekendorp, Oudewater, Willeskop, Montfoort, Heeswijk, Achthoven, De
Meern en
Utrecht Papendorp. Van Hekendorp, Willeskop, Heeswijk en Achthoven merk
je niet
veel onderweg; het zijn buurtschappen, om niet te zeggen gehuchten.
Haastrecht,
Oudewater en Montfoort zijn steden; laat niemand ze voor een dorp
uitschelden!
Maar zelfs in de steden (stadjes) Oudewater en
Montfoort houdt
de bus de doorgaande wegen aan en rijdt de wijken niet in. Mede
daardoor blijft
de reistijd van de lijn met een lengte van ca. 40 km, beperkt tot
ongeveer 70
minuten.
Ik was in het niet heel verre verleden al eens
in Haastrecht, waar de
reïncarnatie van mevrouw Bisdom van Vliet me rondleidde in
haar tot museum gestolde woonhuis, en Oudewater, waar ik
werd gewogen en te
zwaar werd bevonden, te zwaar althans om op een bezemsteel te vliegen.
Vandaag, maandag 9 maart, heb ik daarom toch maar
de bus
genomen. Ik ga ermee op weg naar Montfoort, waar ik in 1999 eens heel
kort heb
rondgelopen, haastig, want op weg naar college. Het lijkt een eeuw
geleden, en
het was ook in de vorige.
Lijn 307 heeft ook een geschiedenis die teruggaat
tot diep
in de 20ste eeuw. Ooit, tot 1987, was het de enige lijn van het
busbedrijf
VAGU, de Verenigde Autobusdiensten Gouda-Utrecht. Daarvóór moet er dus
ook al iets
geweest zijn, namelijk die bedrijven die verenigd werden in de VAGU, maar je gaat dan vermoedelijk terug
tot
tijden zonder geschreven bronnen.
De enige lijn van VAGU kreeg als lijnnummer niet
1, zoals je
zou kunnen denken, maar eerst 85 en later 180. Westnederland vermeldde
het
lijntje in zijn dienstregeling, en lijfde het in (1987-1994). Daarna
ging het
over naar ZWN (1994-1999), Connexxion(1999-2016) en Syntus (2017-2025).
Waarbij
aangetekend moet worden dat sommige bussen in het verleden, en nog
steeds, de
bedrijfsnaam Pouw vermeld(d)en. Het lijnnummer heeft lange tijd 107
geluid, en
een 207 heeft op dit stuk ook nog gereden.
De route bleef in al die decennia goeddeels
ongewijzigd,
alleen het nieuwe bedrijven- en kantorenterrein Papendorp werd ergens
in de
jaren 00 in de route opgenomen.
De lijn heeft als basis een halfuursdienst, in de
spitsen flink
aangevuld, soms vanaf Oudewater en soms vanaf Montfoort. Vanuit
Montfoort kun
je in de ochtendspits zelfs 8 keer per
uur naar Utrecht, waar de meeste Montfoortenaren wel zullen werken,
studeren,
dokteren, winkelen, uitgaan en op de trein stappen.
Bij station Gouda valt een U-liner wel op tussen
de bussen
van Qbuzz, Zuid-Holland Noord (ZHN). Maar helaas staat de U-liner niet
gereed
op het vertrektijdstip volgens dienstregeling, als ik me op een
maandagmiddag
ruim na het noenuur opstel bij de halte, die wat excentrisch gelegen
is. U-OV
is hier echt een vreemdeling.
Ik ga uit van een uitvaller. Maar na een kleine 10
arriveert
hij toch nog. Je verlegt je normen bij Keolis; je bent niet boos om een
vertraging, maar blij als de bus überhaupt komt.
Van de slechts 9 passagiers ben ik de enige die
naar
waarheid zou kunnen aanklikken dat hij 24 jaar of ouder is. Onder die
leeftijd krijg
je geen reclames voor online gokken te zien, daar alleen personen
tot/met 23
jaar en 11 maanden gevoelig zijn voor gokverslaving. Op je 24ste
verjaardag, 6
jaar na het bereiken van de jaren des onderscheids,
verlaat de drang om te gokken je als bij
toverslag. Maar wie controleert of je
echt >= 24 bent?
In Gouda volgt de bus een alternatieve route,
omdat het centrum
opgebroken is (ja, wat is er niet opgebroken in dit land?). We rijden
nu de
route die ik vorig jaar in het stuk over Qbuzz ZHN al eens
bewandelde, langs
de Sportsingel. Ook in deze buurt staan de bulldozers klaar om de boel
open te
breken. Worden de passagiers van lijn 307 straks getrakteerd op een
omleidingsroute op een omleidingsroute, een meta-omleiding?
Weinig opmerkelijks gebeurt er verder onderweg naar Montfoort. Er stapt niemand meer in boven de 9 passagiers die er in Gouda al inzaten. De habitués op deze lijn hebben vandaag, gezien het zonnige weer, vermoedelijk de fiets genomen of ze spijbelen van school.

Montfoort
We bereiken Montfoort, waar ik dus in 1999 voor het eerst en laatst was. Dat is heus wel een stad. Het eerste wat je ziet als je aan komt rijden op de provinciale weg is een molen op een voormalig bolwerk, met nog een stuk van de oude stadsmuur. En de gemeente wordt bestuurd vanuit een stadhuis (linksboven op de foto), niet een dorpshuis.
De molen is uit 1753 en is de opvolger van een
zogenaamde dwangmolen.
Boeren mochten alleen bij die molen hun graan laten malen, een laat
overblijfsel uit feodale tijden waarin boeren niets te vertellen
hadden.
Jammer dat die vrachtwagen van Jumbo de foto
vernachelt, maar
ik heb geen geduld totdat hij wegrijdt.

Het is deze weken nadrukkelijk in de media, alsof
het een
zaak van nationaal belang is. De acteur die 15 jaar lang heeft
opgetreden in de
reclamespots van Jumbo, is ermee gestopt. Ik had ‘s mans naam nog nooit
eerder
gehoord en ben hem ook ogenblikkelijk weer vergeten.
Ik kijk eigenlijk nooit bewust naar reclames.
Alleen die van
Prijsvrij vind ik wel aardig, met dat bijdehante nest van een dochter
en die
sullige vader. Maar dat wil nog niet zeggen, dat ik mijn vakanties ga
boeken
bij Prijsvrij. Moderne mensen regelen dat via Internet. Ik snap niet
dat er nog
reisbureaux bestaan en ook niet dat er zoveel geld wordt gestoken in
reclamecampagnes. Ik snap eigenlijk bijzonder weinig, voor iemand die
voor
intellectueel wil doorgaan.
Een aardig monumentenstadje, Montfoort. Het meest
opvallende
gebouw is het kasteel, of eigenlijk de ruïne ervan. Het dateert uit de
late12e
eeuw en het werd in het rampjaar 1672 opgeblazen door de Fransen. Niet
veel
meer dan de poort bleef bewaard tot in de huidige tijd. Daaraan zie je
wel hoe
groot en indrukwekkend het kasteel geweest moet zijn toen het nog in
zijn
geheel overeind stond.
Op het Kasteelplein bevinden zich moderne gebouwen
die er
wel goed bij passen. 27 jaar fotografeerde ik ze in de schemering. Ik
doe die
foto over: je maakt nooit 2 keer dezelfde foto. Deze keer schijnt de
zon en
bovendien is de digitale fototechniek flink verbeterd sinds de nadagen
van de
20ste eeuw.


Ik pak de bus, die door oneindig laagland op
Utrecht afkoerst.
In Papendorp loopt hij vol; er is weer een kantoordag om; de kop van de
week is
eraf.
Om 17:30 wil ik op Utrecht Centraal,
Jaarbeurszijde, de bus
terug naar Gouda nemen. De eerste bus die had moeten vertrekken, komt
niet, en
verdwijnt stilletjes van de radar. Die van 10 minuten later, die maar
tot
Montfoort gaat, vervalt. De menigte wachtenden zwelt aan, maar een deel
ervan
stapt in bus 102, die een stuk gelijkop gaat met 307.
Er wordt getelefoneerd: ‘Ik kom wat later’ Er komt een bus 307
aanrijden, maar
die verandert ineens in bus 350 naar Driebergen.
Ik zie op lijn 307 3 bussen in successie niet rijden (of nauwkeuriger gezegd: ik zie ze niet), en ten slotte na een half uur een man of 60 in overvolle Setra diesel verdwijnen. Die is me veel te druk. Ik pak de trein naar huis. Om de volgende dag alweer terug te keren naar Utrecht.


Bergambacht
Ik had voor deze dag, dinsdag 10 maart, op beter
weer
gehoopt dan de regenbui die nu tegen de voorruit van de bus kletst.
Maar voor de
rest van de week zijn de voorspellingen nog beroerder, dus ik ben toch
maar op
pad gegaan, gewapend met paraplu.
En dat pad voert dan voornamelijk over een
provinciale weg
die 2 provincies verbindt, net zoals deze bus doet. De weg heet N210 en
de bus
heeft sinds kort lijnnummer 395.
Lijn 395 is een curiosum: hij rijdt niet alleen in
2
provincies, maar maakt zelfs deel uit van 2 concessies: ZHN (Qbuzz) en
Utrecht
Buiten (Keolis). De concessiegrens valt samen met de provinciegrens,
even ten
oosten van Schoonhoven. Maar de reiziger hoeft zich daarom niet te
bekreunen.
Je kunt gewoon in de bus blijven zitten.
Deze lijn wordt uitgevoerd in eendrachtige
samenwerking van
Qbuzz en Keolis. Bij de halte kan een Qbuzz komen voorrijden, of een
Keolis-bus
niet komen voorrijden; het blijft afwachten. Ik heb zelf niet altijd
gelet op
welk logo er stond op de bussen die ik genomen heb op deze lijn. Ik
weet niet
of hier ook tarievenkwesties spelen, zoals op de lange lijn 83 (Nijmegen –
Venlo), die ook verdeeld is over 2 provincies, 2 concessies en twee
busmij’en.
De route van lijn 395: Rotterdam Metro Capelsebrug
– Krimpen
aan den IJssel (centrum) – Krimpen aan de Lek (N210)- Lekkerkerk (N210)
–
Bergambacht – Ammerstol (N210) -
Schoonhoven – Cabauw (N210) – Lopik - Jaarsveld (N210) –
Benschop –
IJsselstein (Binnenstad) – A2 – Utrecht
Papendorp – Utrecht Centraal.
Deze bus mijdt de meeste bebouwde kommen, en
jakkert
daardoor lekker door. Soms, waar ik (N210) vermeld heb, blijft hij
zelfs ver weg
van de dorpen. Zo stopt hij bij Lekkerkerk alleen bij een T-kruising
met een
rotonde op de N210, op wel een stijf halfuur doorstappen van het dorp.
De dorpjes Jaarsveld en Ammerstol, beide aan de
Lek, hebben
geen buslijn door hun kern lopen, zelfs geen buurtbusje. Met een korte
wandeling van nog geen kilometer bereik je de halte van lijn 395 langs
de N210.
Ik deed dat al eens in Ammerstol,
maar in Jaarsveld heb ik ook deze keer geen
voetafdrukken achtergelaten.
Overdags van maandag t/m vrijdag is er op het hele
traject
van ongeveer 55 km een kwartierdienst; op overige tijdstippen en dagen
een
halfuursdienst. Een rit duurt 90 minuten, of wat korter in de stille
uren, of
wat langer als een spitsfile staat tussen IJsselstein en Lopik.
Uitgaande van
die 90 minuten heeft de bus een gemiddelde snelheid van zo’n 36
kilometer per
uur, vrij hoog voor een streeklijn.
Het was dan ook al een snelbus voordat hij zich
mocht tooien
met de merknaam U-liner. Zijn voorloper, lijn 295 volgde dezelfde
route. In een
recent verleden reed er nog een andere, ook betrekkelijk snelle lijn
195 op het
traject Rotterdam - Schoonhoven – Utrecht. Die bus maakte vanaf de
provinciale
weg een meander door Benschop. Tegenwoordig rijdt 195 alleen nog wat
spitsritten Benschop - Utrecht. Op de driesprong even ten oosten van
het dorp
kun je opstappen op lijn 395.
Ik heb niet kunnen vinden, wanneer de lijnen 195 /
295
ingevoerd zijn. In ieder geval vóór 1998, want toen nam ik ze al,
helemaal aan
het eind van dit artikel, dat ik met grote moeite nog heb kunnen
opdiepen uit
mijn archieven uit de oertijd van deze site.
Ook toen schold ik al op kranten die negatief
schreven over
Internet. Zelfs met 3 uur surfen per week op de digitale snelweg (ja,
per
WEEK!), kon je je al een depressie op de hals halen. Sorry, dat ik het
huidige
gejeremieer in de media over de schermtijd van jongeren ook niet al te
serieus
neem. En of je echt slechte ogen krijgt van Internet, zoals toen
beweerd werd,
en nu nog steeds beweerd wordt? Mijn huidige staar lijkt me vooral een
leeftijdsverschijnsel. En de depressies van jongeren, idem. Die had ik
ook toen
ik zo oud was; groeistuipen.
Op deze regenachtige morgen ben ik als enige
passagier
ingestapt bij metro Capelsebrug voor een ritje naar Bergambacht. De
rest van de
reizigers die gereedstonden onder het afdak bij het busperron, zijn in
bus 194
naar Bergambacht gestapt. Die stopt wél in de bebouwde kom van Krimpen
aan de
Lek en die van Lekkerkerk.
De bus waar ik in zit, is van Qbuzz. De chauffeur
zit
verlegen om een praatje, en ik neem dan maar plaats op de voorste bank.
Misschien kan een goed gesprek zo’n saaie, grauwe rit nog wat
opvrolijken. Hij
vertelt dat zijn bus op de heenweg volgeladen was, maar ja, nu is het
koffietijd. En helemaal geen weer om eropuit te gaan. Maar hij is zelf
wel blij
met de regen, want hij heeft zijn tuinhuis gerenoveerd, en kan nu
tenminste
zien of het wel waterdicht is.
Dat maak ik er uit op; ik versta de helft niet,
boven het
geluid van de motor uit (dit is een ronkende rammelende, dieselbak) en
door
zijn accent, ergens diep uit de Betuwe, schat ik. Maar hij verwacht van
mij ook
niet echt een antwoord; hij hoort zichzelf graag praten. Hij zal me dus
ook
niet vragen, waar ik heenga en waarom. Ik hoef dus ook niet iets
geloofwaardigers te verzinnen dan dat ik een blog ga schrijven over
lijn 395.
We zijn de Algerabrug al gepasseerd, met die 2
machtige
schuiven van de Stormvloedkering Hollandse IJssel.
Ze zijn elk 80 meter breed, 12 meter
hoog en wegen 480 ton, en hangen met een
staalkabel aan torens van 45 meter hoogte.

Stormvloedkering
Hollandse IJssel
Archief De digitale reiziger (2012)
Bij de halte de Loet, waar je Lekkerkerk heel in
de verte in
de nevel kunt zien liggen, meldt zich zowaar nog een tweede passagier,
een man
die er lichtelijk verzopen uitziet. ‘Nog een erbij, en we kenne
kloaverjásse’,
zegt de chauffeur.
Hij vervolgt met een klacht over reizigers die
niet duidelijk
aangeven of ze mee willen met de bus. ‘De mátritte zijn de beste’,
concludeert
hij. Matritten, alleen bedoeld om materieel te verplaatsen, en dus
helemaal
zonder passagiers. De filosofie van het OV kon niet helderder verwoord
worden: rollend
materieel verplaatsen.
Bij een oude fabrieksschoorsteen begint
Bergambacht. Het
busstation ligt aan de provinciale weg. Je kunt er overstappen op
de R-net
397, Gouda – Schoonhoven. Ik stap uit, maar niet voordat ik de
chauffeur nog
een prettige dienst toegewenst heb.
Het landschap in de Krimpenerwaard is een
overtreffende trap
van vlak. Het is wel begrijpelijk dat een oneffenheid van een paar
meter hoog
meteen voor een berg doorgaat. Bergambacht heet niet ten onrechte zo.
Het is
gebouwd op 2 donken, rivierduinen, die tegenwoordig gescheiden worden
door de
N210.
Op de meest zuidelijke donk stond ooit een kasteel
en later
een kasteelruïne, maar daarvan is nu niets meer te zien. De kern van
het dorp
is als vanouds gevestigd op de meest noordelijke donk.
In dat R-netstuk uit 2017 nam ik een avondfoto van
een knus
winkelstraatje, en veronderstelde dat Bergambacht bij daglicht minder
gezellig
zou ogen dan na donker. Dat is niet helemaal
waar, zie ik vandaag, onder mijn paraplu vandaan. De oude kern is wel
aardig. Maar als je een plaatwerk zou
samenstellen van moderne architectuur in deze streek, dan kon je
Bergambacht
gevoeglijk overslaan. Die nieuwbouw om het centrum heen is allemaal
opgetrokken
in dezelfde on-stijl.
Ik moet er eerlijkheidshalve wel bijzeggen dat het
weer niet
echt meewerkt met de drenzende motregen die nu neerdwarrelt. En in het
centrum
maak ik toch een paar aardige foto’s. Waaronder die van het oude
gemeentehuis.

v/m Raadhuis
Bergambacht is in 2015 ingelijfd bij de
monster-fusiegemeente Krimpenerwaard. De politiek lééft hier. Er is
geen
lantaarnpaal zonder dat er een verkiezingsposter aan hangt voor de
gemeenteraadsverkiezing van 18 maart. Overal in mijn blikveld is het
gelaat van
Lidewij de Vos te zien. De meeste landelijke partijen die deelnemen aan
de
raadsverkiezingen, tonen op hun poster het konterfeitsel van hun lokale
lijsttrekker, maar het FvD doet dat met zijn landelijke boegbeeld.
Ik zag Lidewij altijd als een vrouw die nooit
lacht. Maar
deze fotograaf heeft toch een soort glimlach aan haar kunnen ontlokken.
Het zal
geen eenvoudige fotoshoot geweest zijn. ‘Je kúnt het Lidewij, je KUNT
het!'

De kerkklok heit het noenuur. Ik pak de
Qbuzz-R-net lijn 397
naar het eindpunt in Schoonhoven, bij de Lek en de veerpont. Daar weet
ik een
aardig eetcafé, met uitzicht op het botenverkeer op de Lek. Je wordt er
bediend
in een onthaastend, buiten-Randstedelijk tempo.
Later loop ik naar de halte van U-liner 395, die
ook in
Schoonhoven de provinciale weg niet verlaat.
Lopik is mijn volgende doel, en de bus die komt
voorrijden,
is van Keolis. Maar het houdt nu ineens op met zachtjes regenen, en ik
blijf
zitten in de bus. We rijden langs een lange, rechte kade, met idem
bomenrijen
in de verte.

Een rit door de binnenlanden van Utrecht door een wat
verlaten streek waar de spoorwegen nooit doorgedrongen zijn. Bij de
halte
IJsselstein Binnenstad kun je overstappen op tram 2, hoewel dat niet
verstandig
is, want de bus, die de A2 neemt langs Nieuwegein heen, is sneller op
Utrecht
Centraal.
Hij bedient eerst ook nog het industrieterrein bij de Baronieweg in IJsselstein, waar de tram niet rijdt.

IJsselstein Binnenstad
Lopik doe ik 6 dagen later, op maandag 16 maart
aan het eind
van de middag. Deze keer neem ik vanaf Utrecht Centraal wel de tram
naar
IJsselstein, voor de variatie. Bij de bushalte Binnenstad mis ik net
bus 395.
Tenminste dat denk ik; hij staat niet meer op het digitale bord met
vertrektijden. Maar uit de massa geïrriteerde wachtenden die er staat,
maak ik
op dat deze bus weer eens niet gereden heeft.
Ik heb nog een vage hoop dat hij alsnog komt, maar
het lijkt
er toch op dat we een kwartier zullen moeten wachten.
Als de bus uiteindelijk opdoemt, ook nog met een
fikse
vertraging, moeten er 30 wachtenden gepropt worden bij de 40 passagiers
die er
al inzitten. Een enorme luxueuze kinderwagen die wel zo ongeveer de
Rolls-Royce
onder de kinderwagens moet zijn, wordt ook nog naar binnen gedragen;
hoe kan
het er allemaal in, in een ongelede bus. Ik ben er als de kippen bij,
en vind
de allerlaatste zitplek, zonder er zielig voor te hoeven kijken om
iemand tot
opstaan te pressen.
Er krijst een kind. Nu belanden we ook nog in
langzaam
rijdend verkeer. De forensen in deze bus beheersen door ervaring de
kunst van
het staande appen op hun smartphone in een overvolle bus. Ik speel het
niet
klaar zonder omver te vallen; blij dat ik zit.
Het gaat nog net niet zo ver dat ze de schouders
van iemand
die voor hen staat, gebruiken als lessenaar. Naar verluidt, verhuurden
mensen
met een brede rug zichzelf tijdens de beruchte aandelengekte van 1720
als
schrijftafel. Die zullen dan wel behoord hebben tot de weinigen die
wijzer zijn
geworden van één van de eerste beurskrachs uit de geschiedenis.
Men kijkt geërgerd en ziet er murw uit. En
morgenochtend weer
vice versa in net zo’n bus...
Na een paar van dit soort ritten kan ik echt niet
begrijpen,
waarom ROVER Keolis de hand nog boven het hoofd houdt. Een club van
dolende
reizigers.
Lopik ligt ingesloten tussen de Lopikerwetering en
de N210
en meet ongeveer 500 bij 2500 meter; schoolvoorbeeld van een lintdorp.
Drie
haltes langs de weg bedienen heel Lopik. Bij de halte Gemeentehuis
verlaat ik
met opluchting de overvolle bus. Via een tunnel onder de weg door
bereik ik het
dorp. Het is nog redelijk fotogeniek, met die smalle vaarten in het
licht van
de zon die de horizon nadert.
Op de terugweg naar Utrecht zit ik in een vrijwel
lege Yutong,
bussen met stoelen als fauteuils, met gedempt blauw licht waarin ik
mijn moeie
ogen wat rust kan geven.
Hoe aangenaam een tochtje met U-OV toch kan zijn!
Laat dat
de slotzin van deze reeks maar wezen.
Frans Mensonides
4 april 2026
Er geweest: Montfoort maandag 9, Bergambacht dinsdag 10 en Lopik
maandag 16
maart 2026
![]()