
In
Utrecht, de
centraalste provincie van Nederland, zijn op zondag 14 december 2025 2
nieuwe
concessies voor het OV ingegaan: Utrecht Binnen en Utrecht Buiten.
De
start ervan
ging – behalve met de bij concessiewisselingen gebruikelijke chaos–
gepaard met
de introductie van een nieuwe formule, de U-liner. Het gaat om 10
streekbuslijnen
over lange afstand die, althans volgens de bedenkers ervan, het
predicaat ’hoogwaardig’
verdienen.
Daarnaast
bestaat er sinds 2020 een formule U-link, de benaming voor ook
hoogwaardige stadslijnen
in Utrecht en omgeving. In dat jaar kon ik niet altijd even duidelijk
zien waaraan
die lijnen de promotie tot U-link te danken hadden.
Van
de 6 U-link-lijnen
uit 2020 zijn er 2 overgegaan naar U-liner. Daarnaast zijn er 7 nieuwe
U-links
ingevoerd, waarvan 5 in de regio Amersfoort. We hebben nu dus in totaal
een 11-tal U-links.
Rond
de
jaarwisseling heb ik flink wat ritten gemaakt met die 2 blikvangers
onder de
bussen in de provincie Utrecht, U-links en U-liners. Daar ben ik in de
week dat
ik dit typ, de 3e week van januari, nog steeds mee bezig; werk in
uitvoering.

Bus
met de
nieuwe U-link kleurstelling: oranje, geel en grijs. Amersfoort
Een
greep uit berichten
in de regionale media over de opstartproblemen: personeelsgebrek en dus
rituitval;
vertragingen; digitale reizigersinformatie die niet aanwezig is;
problemen met
het opladen van bussen; woede van reizigers over een onlogische route
in Wijk
bij Duurstede; chauffeurs die de weg niet kennen of zelfs hun bus niet
kunnen
vinden, of geen idee hebben hoe hun nieuwe elektrische bus werkt
(zoeken ze misschien
naar de dop van de dieseltank?). Kortom: een heel normale
concessiewisseling.
U-OV
belooft
beterschap in februari, of in ieder geval nieuwe roosters,
waarmee
problemen natuurlijk
niet automatisch opgelost zijn. En de verkeersgedeputeerde of
-gedupeerde André
van Schie (VVD) belooft boetes.
Hieronder verslag van reizen per U-link in Amersfoort, en
daar weer onder idem in de stad Utrecht. De ritten per U-liner behandel ik op
een apart blaadje > > >.
Maar eerst nog een paar paragraafjes
inleiding,
die door niet-liefhebbers van ingewikkelde verhalen met een gerust hart
overgeslagen kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de lijstjes van door
mij
gemaakte ritten; ik heb ze vooral voor mijn eigen archief toegevoegd.

Lijsten van alle U-links en U-liners in de provincie Utrecht - Plaatsmakers - Amersfoort Nieuwland: lijn 2 en 3 - Lijn 15: Vathorst – Amersfoort Centraal - Lijn 70: Amersfoort – Soest – Soestdijk ( - Hilversum) -- Mijn U-linkritten in de stad Utrecht - Lijn 3: Utrecht Centraal – Zuilen – Overvecht – Utrecht Centraal, linksom en rechtsom - Lijn 28, dubbelgeleed elektrisch -Lijn 29: Vleuten NS – Vaartsche Rijn – USP - Bilthoven
Hoe
zit het nou
precies met die concessies Binnen en Buiten? We hadden 2 concessies in
de
provincie Utrecht, beide gereden in opdracht van de provincie: Regio
Utrecht en
Provincie Utrecht.
De
concessie
Regio Utrecht omvatte de stad Utrecht en de min of meer directe
omstreken ervan.
Deze concessie gold voor de periode 2013-2025. Hij werd geëxploiteerd
door
Qbuzz, onder de merknaam U-OV. Daarbij werden in 2020 de lijnen 28, 34,
41, 50,
70 en 77 aangewezen als U-link. De tram IJsselstein / Nieuwegein Zuid –
Utrecht
Centraal – Utrecht
Science Park
(USP) behoorde ook tot de concessie.
Ik
schreef
erover op mijn site: de start
van U-OV (2013/2014) en die van U-link (2019/2020)
Die
concessie Regio
Utrecht is per 14 december 2025 omgedoopt tot Utrecht Binnen. Die is
gewonnen
door Transdev en zal gelden t/m 2035. Transdev is het moederbedrijf van
Connexxion.
En ook de nieuwe concessie is inclusief de tram.
De
andere concessie:
Provincie Utrecht, omvatte globaal gezien de rest van de provincie, de
randen ervan,
de gebieden ten westen en oosten van de stad Utrecht. Die concessie was
in de
periode 2016-2025 in handen van Syntus en blijft nu, als Utrecht
Buiten, in
handen van die maatschappij, die in de tussentijd echter Keolis is gaan
heten,
het moederbedrijf van wat eens Syntus was.
Hier
mijn artikel
uit 2016 / 2017 over Provincie Utrecht (dat toen nog niet eens zo
heette)
Ook
in deze
concessie: Utrecht Buiten, rijden de bussen nu met de merknaam U-OV,
net als in
de andere concessie: Utrecht Binnen. Daarnaast is er binnen U-OV, naast
U-link
nog een andere formule geïntroduceerd: U-Liner. Dat zijn vaak al
bestaande streeklijnen,
die nu een 3 voor het lijnnummer gekregen hebben. Zo werden
U-linklijnen 41 en
50 omgetoverd in U-liners 341 en 350.
Voor
beide
concessies waren er meerdere inschrijvingen. De provincie had van te
voren
bepaald dat deze concessies niet gewonnen mochten worden door één en
hetzelfde
bedrijf.
In
beide
concessies moet er uiterlijk in 2028 gereden worden met zero-emissie
materieel.
Tot dat jaar aanbreekt, kun je in Utrecht nog zowel diesel - als
elektrische
bussen aantreffen.
Verwarrend,
al
die namen? Dat valt wel mee hoor. Ik heb het stukje hierboven 4 keer
overgelezen, en nu geloof ik dat het allemaal wel klopt. In het vervolg
kan ik
het nu zelf nalezen als ik het even kwijt zou zijn.
Concessies,
exploitanten, merknamen, formules… Ergens tijdens een rit met een
U-link (of
was het een U-liner?) kwam de gedachte bij me op, dat het voor de
reiziger
allemaal geen zier uitmaakt welke logo’s er op een bus staan.
Hij
moet van A
naar B, en kijkt bijvoorbeeld in de reisplanner 9292
hoe hij er komen moet. Hij
neemt plaats bij de halte in de hoop dat de bus op tijd komt (en
überhaupt
komt) en verdiept zich er niet in, of hij in een U-liner van Keolis
stapt, een
U-link van Transdev of een vehikel van Jan met de korte achternaam.
Alleen
beleidsmakers van de overheid, OV-bobo’s en hobbyisten bekreunen zich
om dit
soort zaken. Ik schreef het al in het stuk over de bussen van
de RET in
Rotterdam. Voor de reiziger die naar een lunchroom reist, is
de
‘Gemaksbus’ uit
de Rotterdamse OV-terminologie hooguit de Gebaksbus.

Hilversum
Ik
heb nog niet
al de onderstaande lijnen gedaan, en ga ze ook niet allemaal nog doen.
De links
verwijzen naar stukken die ik vroeger al eens heb geschreven over de
desbetreffende lijnen of voorlopers ervan.
Dienstregelingen
(‘lijnfolders’) van alle U-OV- lijnen kun je trouwens
downloaden op
de website
van U-OV.
U-LINK
LIJNEN
IN AMERSFOORT (UTRECHT BUITEN)
|
Lijn
2: Amersfoort
Centraal – Hoogland – Nieuwland |
U-LINK LIJNEN IN DE STAD UTRECHT (UTRECHT BINNEN)
|
|
N.B.: zowel
Utrecht als Amersfoort hebben een U-link lijn 3. En lijn 34 doet zowel
Utrecht
als Amersfoort aan.
U-LINERS IN DE PROVINCIE UTRECHT (UTRECHT BUITEN)

U-liner in Spakenburg
|
Lijn 302 Amersfoort Nieuwland –
Hoogland -
Amersfoort
Centraal – Soesterberg – Utrecht Rijnsweerd – Science Park – Nieuwgein
Zuid –
Vianen Lekbrug |

En
dan nog dit,
voordat we instappen: ‘Plaatsmakers’, heet dit lange groeiartikel,
waarvan je
nu een beginnetje leest. Dat heb je met concessies: meestal maakt de
ene
concessiehouder plaats voor de andere, dikwijls tot woede en verdriet
van de eerste.
Maar
‘Plaatsmaker’ staat ook met grote, zwarte letters vermeld op enkele
stoelen in
elke bus van U-OV. Dat zijn meestal
stoelen vooraan in het voertuig, op een gemakkelijk te bereiken plek
voor
slecht-ter-benen; geen klauterwerk, dus. De Plaatsmaker
is een uitvinding van Transdev.
In
de bussen heb ik er geen uitleg van
gezien. Ja, je zou kunnen bevroeden dat kerngezonde mensen die hebben
plaatsgenomen op een Plaatsmaker, desgevraagd plaats moeten maken voor
mensen met
een beperking. Je mag wel een ontstellende doorgewinterde hork zijn als
je dan nog
doodgemoedereerd met je kont op zo’n speciale stoel blijft zitten en je
medemens laat staan.
Maar
de meeste reizigers
staan al spontaan op voor iemand met een handicap. Zelfs voor mij, die
nog steeds
geen loophulpmiddelen nodig heeft, wordt vaak al ongevraagd een plaats
ingeruimd. De spreuk ‘Opstaan voor iemand misstaat niemand’ uit de tijd
dat ik
zelf nog opstond voor bejaarden, geldt nog steeds. Zielig kijken is
vaak al
toereikend als je wilt zitten.
Op
de site van U-OV
is niets te vinden over de Plaatsmaker. Wel is er een pagina
over toegankelijkheid
van de bussen voor reizigers met een beperking. Er is een speciale plek
voor
een hulphond: een opklapbare stoel direct achter de chauffeur.
Op LinkedIn vond
ik nog een artikel van Transdev over de
introductie van de
Plaatsmaker, plus
commentaar van iemand die erover meegedacht heeft. Zij vinden het echt
nodig,
want iedereen zit tegenwoordig maar op z’n telefoon en niemand heeft
nog oog
voor de kwetsbare medemens.
Verder vond ik
op Internet ook nog DePlaatsmaker, een organisatie in Utrecht die
bemiddelt bij
het vinden van atelierruimte voor kunstenaars, en ik vond Plaatsmakers,
een adviesbureau
voor initiatieven in buurten, waarbij ik me niet veel kan voorstellen.
Bovendien is plaatsmaker ook een eufemisme voor iemand die er als
eerste uitvliegt
bij een reorganisatie. Google was weer eens mijn beste vriend.
Snel op reis, nu.
|
|

De afgelopen halve eeuw is Amersfoort
alleen maar
gegroeid
in noordelijke richting. Het steen heeft vele vierkante kilometers gras
verdrongen en de nieuwe wijken hebben Bunschoten-Spakenburg en Nijkerk
bijna
bereikt. En passant
vraten ze de
boerendorpjes
Hoogland en Hooglanderveen op.
Door die expansie kwam het centrum
van Amersfoort
steeds
excentrischer te liggen. Gelukkig rijdt er een vloot stadsbussen van
station en
centrum naar het noorden: lijnen 2, 3, 4, 5 en 15.
Daarvan mochten lijn 2 naar Nieuwland
en 4 naar
Kattenbroek zich
bij de vorige concessieovergang in 2016 tooien met een X:
lijnen
X2 en X4. Die
X stond voor snel, dus het had beter een S kunnen zijn; maar goed. Ach
nee, het
stond vermoedelijk voor eXpresse. Een jaar later werd die X alweer
geschrapt.
Maar lijn 2 is nu gepromoveerd tot U-link, terwijl lijn 4 geen
onderscheiding
meer heeft.
Lijn 3 (Amersfoort Centraal –
Vathorst) loopt een
eind
gelijk op met lijn 2. Op de maandagmiddag voor Kerstmis, dat ik mijn
tocht
begin, bekijk ik het grote digitale vertrekbord bij het busstation bij
Amersfoort Centraal. Achter lijn 3 staat vermeld ‘Rit vervalt’, dus ik
begin
met lijn 2.
Lijn 2 en 3 rijden beide in de spits
elke 10
minuten en de
rest van de tijd (in de dal-uren, in het weekend en zelfs tot ’s avonds
laat)
elk kwartier; zeker niet slecht.
Bijna alle U-links die ik heb genomen
voor dit
stukje zijn
elektrische Yutongs, uit dezelfde Chinese fabriek als de bussen
van Qbuzz
ZHN die
rijden op de lijnen Zoetermeer – Leiden – Katwijk. In Amersfoort vind
je de wat
kortere 12-meteruitvoering. Er zijn er voor U-OV 116 besteld, waarvan
er tot
dusverre 38 rondrijden. De
rest stroomt
in tot 2028. Deze stadsbussen hebben 36 zitplaatsen, 2 rolstoelplekken
en 3
deuren.
Bij de eerste halte, Stadhuis, stappen de eerste passagiers al uit. Ja,
het is inderdaad
een pesteind lopen; het
station ligt een
heel stuk bij het stadshart vandaan.
Even later passeren we een grote
gezondheidsfabriek, Medisch
Centrum Meander. Daarna gaan we de Bunschoterstraat op, alias de N199,
een
brede randweg, toch nog met uitzicht op weiland, naar de noordelijke
wijken van
Amersfoort en naar Bunschoten-Spakenburg.
Hier heb ik afgelopen zomer een keer gefietst op een OV-fiets, op zoek
naar het
eventuele dorpsschoon van het oude dorp Hoogland, maar dat niet echt
gevonden.
Misschien net steeds de verkeerde straten ingeslagen.

Een bus op lijn 2 en een op lijn 3
komen ons in de
ganzenpas tegemoet. Al snel
bereiken we een nieuwe wijk in dit stuk Amersfoort, die dan ook
Nieuwland
heet. Hij ligt in het uiterste noordwesten van de stad. De wijk is
gebouwd aan
weerszijden van een cirkelvormige ringweg. De bus volgt die, maar neemt
ergens
een instulping, zal ik maar zeggen, naar het wijkcentrum. De route (zie
het
kaartje) heeft daardoor iets van een pacman-wezentje.


De halte daar heet Zonnewijzer. Daar
stap ik uit;
ik wil
toch nooit thuiskomen zonder een paar foto’s van waar ik geweest ben.
Nieuwland, uit de slotjaren van de 20ste eeuw, is gegroeid rond een
boerderij
die nu in de stad staat.
Het is de 19e-eeuwse hoeve de Sneul,
die in de
21ste Wijkboerderij
Nieuwland heet en de functies combineert van ontmoetingsplek,
restaurant,
werkplek met flexplekken en dagbesteding.
Hier is echt het hart van deze wijk.
Om de hoek is
het
blauwe winkelcentrum, aan de andere kant van het cilindrische
flatgebouw heb je
de sporthal. Dat is niet het gebouw met dat aparterige dak; dat is
namelijk een
kerk.


Ik ga verder met mijn eigen
dagbesteding en ga op
zoek naar
een halte van lijn 3. Die is een stuk opgereden met bus 2, maar is even
voor
Nieuwland rechtsaf geslagen. Nieuwland is een wijk die plezierig
aandoet aan
het oog, vooral door brede waterpartijen waaruit vandaag een vage,
kille nevel
opstijgt.
Bij de halte Nieuwland Zuid van lijn
3 verschijnt
net zo'n
bus als daarnet, en even matig bezet; kerstvakantie. De overige haltes
langs de
Rondweg Noord, waar we nu rijden, heten Lancering en Ruimtevaart. Kort
daarna
rijden we de wijk Vathorst binnen.
Deze wijk van na 2000, waarnaar een
station aan de
spoorlijn
Amersfoort – Zwolle genoemd is, bewandelde en bebusde ik al 2 keer
eerder in de
jaren ’10, hier
en hier.
Valhorst
is net als Nieuwland gelegen aan een
rondweg. Deze in Vathorst is veel langer, een kilometer of 7, en niet
rond,
maar sterk elliptisch.
Voor de oriëntatie van de
automobilisten in een
wijk waar
alles op alles lijkt, zijn er nummers aangebracht bij de 15 rotondes in
de
rondweg die leiden naar de woonerven in het binnengebied. Daar ben ik
in het
eerste gelinkte verhaal volkomen verdwaald; met geen mogelijkheid kon
ik de uitgang
van de wijk meer vinden.
Bussen wagen zich niet binnen die
ring; de straten
daar zijn
er absoluut niet geschikt voor. Met als gevolg dat de bewoners soms
meer dan
een kilometer naar een halte moeten lopen. Iedereen zal dus wel een
auto hebben,
wat de matige bezetting van de bussen verklaart.

Lijnen 3 en 15 nemen de noordelijke
helft van de
rondweg van
Valhorst voor hun rekening; lijn 5 de zuidelijke. Al deze lijnen hebben
station
Vathorst als eindpunt.
Aan Vathorst zal nog een wijk
vastgebouwd worden:
Bovenduist,
die het groene gebied tussen Vathorst en Nieuwland gaat vullen.
Wat ik nu nog niet weet: over een
paar weken gaat
D66
Amersfoort een idee lanceren (‘Lancering’) om hun ‘metropool’ door
middel van
een metrolijn te verbinden met de stad Utrecht. ‘Metropool’, wel een
heel
weidse naam voor een tot een inwonertal van 163.000 opgeblazen
provincieplaatsje; de democraten trekken wel een heel grote broek aan.
Een metro zou voor Vathorst wel prima
zijn, vind
ik toch wel
ergens. Zo’n ondergrondse lijn kan dan uitstekend het binnengebied van
de wijk
ontsluiten, plus het geprojecteerde Bovenduist. Als ik D66 was, zou ik
het
daarbij absoluut niet laten. Ik zou die metro meteen doortrekken naar
Bunschoten-Spakenburg, met een zijtak naar Nijkerk(erveen). Ja, de
inwoners van
die metropolen willen toch ook hoogwaardig OV tot hun beschikking
hebben?
Maar aan realiteitszin ontbreekt het
D66 ook niet:
zou een
metro financieel niet haalbaar zijn, dan kunnen ze ook de tram vanaf
Utrecht
Science Park doortrekken via Zeist. Dit
plan is de afgelopen decennia al veel vaker geopperd. Maar bij mijn
weten zijn er
nooit haalbaarheids- of tracéstudies uitgevoerd.
Wat is toch de zin van dit soort
schoten voor de
boeg, of
scheten voor de Bühne, plannen die nog geen kans van 1% maken op
realisatie?
Oh wacht: de gemeenteraadsverkiezingen komen eraan, dat is waar, ook.
De andere
partijen in de gemeenteraad honen D66 weg, maar de kiezer stinkt er
misschien
in.

Lijn 15 (Amersfoort Vathorst
- De Hoef – Centrum – Amersfoort Centraal) is ingevoerd in
december 2024
en kreeg een jaar later al een promotie tot U-link. Waar deze lijn dat
aan te
danken heeft, snap ik niet helemaal. Het is geen bijzonder snelle lijn,
die met
nogal wat omwegen van begin- naar eindpunt kronkelt.
Erg frequent is de lijn ook niet. Hij
rijdt in de
dal-uren
maar om het half uur, en in de spits soms elk kwartier en soms ook om
het
halfuur. In de spitsuren wordt hij dan wel aangevuld door de U-liner
lijn 315,
die in Amersfoort de route van lijn 15 volgt en daarna via de snelweg
naar
Utrecht Rijnsweerd en Science Park.
Lijn 315 neemt dus zo ongeveer de
route van de
door D66
beoogde metro of sneltram; ik ga die lijn eens doen, als ik klaar ben
met
U-link.
Ik neem lijn 15 bij zijn beginpunt
bij station
Vathorst.
‘Geen actuele informatie’ meldt de display boven de halte, maar de bus
komt
toch nog opdagen, met lichte vertraging.
Aanvankelijk volgen we de route van
lijn 3 waarmee
ik ben
gekomen. Maar na een halte of wat vindt de bus een andere uitgang uit
Vathorst.
Daarna voert zijn weg langs hoge flats, de Sporthal Zielhorst en
Amarena. Dat
laatste zal wel staan voor Amersfoort Arena, en is een sportcomplex met
een
zwembad.
Bij vrijwel elke halte stapt er één
reiziger in,
niet meer
en niet minder. Zo loopt een bus toch langzaam maar zeker redelijk vol,
tot de
21 passagiers die de max is van deze rit.
Op het bankje achter me bespreken 2
dames al de
kwalen waar
ze aan laboreren. ‘Dat is nou ook frappant’, zegt er een, ‘dan heb je
nou net
precies wat ik ook altijd heb!’. Altijd prettig om een medeslachtoffer
te
vinden.
Intussen zijn we de halte De Hoef /
Hoefkwartier
gepasseerd.
Het is die wijk bij station Amersfoort Schothorst (waar lijn 15 niet
komt) waar
de straten luisteren naar namen als Netwerklaan, Plotterweg,
Softwareweg,
Hardwareweg en Toetsenbordweg.
Deze wijk dateert zo van rond 1990,
toen
automatisering ‘hot’ was en de termen die ermee gepaard gingen, op de
lippen waren van iedereen die erbij wilde horen. In deze wijk bezocht
ik, in 1997 was het, met een collega eens een cursus over een
softwarepakket
dat bij ons op de zaak gebruikt werd. Dat pakket was in de praktijk
even
ondoorgrondelijk als het verhaal erover van de docent van de cursus.
Helemaal groggy
wankelden we na afloop terug naar station Schothorst; wel beide met in
de
aktentas een fraai, op een dure papiersoort geprint certificaat ter
bevestiging
dat we aanwezig geweest waren. Meer dan aanwezigheid was het ook niet.
Zo’n dag dat je
maanden ouder wordt. Het einde van mijn 7 magere jaren in
de ICT
naderde
met rasse schreden. Ik heb trouwens al eens over die helse cursusdag
geschreven
en na enig zoeken kon ik het linken.
Op 7 juni 1661 beloofde de
excentrieke landjonker
Everard
Meyster de Amersfoorters een traktatie op bier en krakelingen als ze die die kei vanaf
de heide naar de
stad zouden slepen. Zo geschiedde, met 400 man sterk, en sindsdien
heten
Amersfoorters keientrekkers.

Naast de Kei staat het standbeeld Op
schoot van
Henk Visch.
Ik loop een rondje door de
binnenstad. Onder
andere over het
grote plein Hof, waar op vrijdag en zaterdag markt is en die daardoor
op andere
dagen heel mooi fotografeerbaar is. Het plein, dat rond 1200 voor het
eerst in
de annalen vermeld werd, behoorde ooit tot de bisschoppelijke hof.
Vandaag de
dag worden Amersfoorters uitgenodigd om mee te denken over de
herinrichting van
het plein.
Van het Hof toch nog even terug naar
De Hoef. Kort
na mijn
busritten van 22 december lees ik dat De Hoef omgebouwd wordt van
bedrijventerrein tot woonwijk. Kantoren maken plaats voor 5000 woningen

Een paar weken na de jaarwisseling ga
ik nog eens
kijken. Op
Amersfoort Centraal pak ik de trein naar Schothorst en begin daar mijn
wandeling. De wijk bestaat nu nog steeds voornamelijk uit saaie
kantoorgebouwen.
Het is hartje middagspits en de abri
van lijn 15
en 315 op
de Outputweg staat vol met verkleumde kantoorklerken. Men kijkt boos en
vermoeid, uitgeput op de Outputweg, down and outgeput. De bus naar het
station
heeft een kwartier vertraging, of er is er weer eens een uitgevallen.
Maar hij
komt er wel aan als ik nog maar net in de abri sta; onverdiende mazzel
voor
iemand die hier niet kwam om te werken maar om te spazieren.
Nou, dit noem ik dan een beginnetje;
toch nog 9
kantjes in
Word. Wordt spoedig vervolgd!
Na het alvast publiceren van het
verhaal over de
Amersfoortse U-linklijnen 2,3 en 15, resteren nog de lijnen 70
(Amersfoort
Centraal – Soest – Hilversum) en 17 (Amersfoort Centraal – Leusden
Bedrijventerrein
De Horst).
Beide lijnen heb ik 9 jaarwisselingen
geleden al eens heel
uitgebreid gedaan (Soest, Leusden)
en ik weet niet of ik er nog zo gek veel
aan kan toevoegen (hoewel je dat met een gerust hart aan mij kunt
overlaten). Soest
heb ik toen ook nog erg uitgebreid bewandeld; een heel aardige
wandelgemeente. Ik
liep langs Paleis Soestdijk (dat tussen haakjes nét in de gemeente
Baarn ligt),
op landgoed Colenso en over de Eng, de wijde vlakte die zich uitstrekt
tussen
de oude dorpskern en de nieuwe wijken.

Colenso
– Paleis Soestdijk - De Eng - Reparatie van een
bus bij winkelcentrum Overhees
Archief De digitale reiziger, 2016/7
Echt ingrijpend zijn die lijnen 70 en
17, die toen reden
onder de vlag van Syntus, ook niet veranderd qua route en
dienstregeling. Lijn
70 heeft wel licht moeten inleveren. In 2017 reed hij in de spits 8
keer per
uur tussen Amersfoort Centraal en Soestdijk Noord, de voorlaatste halte
in de
gemeente Soest (de allerlaatste is Colenso). In de coronaperiode is het
aantal
ritten ingekrompen en ook weer uitgebreid, op het ritme van de elkaar
opvolgende covid-golven en -lockdowns.
Per saldo zijn er anno 2025/6 in de
spits nog maar 6 ritten per
uur tot Soestdijk. 4 bussen daarvan rijden door naar Hilversum, in een
scheef, 10-20-minutenpatroon.
Bij treinen noem ik dat ETATMET (Elke 10 à 20 minuten een trein); voor
bussen
moet het dan maar ETATMEB worden. Buiten de spits rijdt er elk kwartier
een bus
Amersfoort – Hilversum, en zijn er geen kort-trajectritten.
We schrijven oudejaarsdag en ik neem
bij Amersfoort Centraal
de bus van 13:07 naar Hilversum. De rit van 13:22 gaat uitvallen, en de
rit van
14:07 naar Hilversum ook; zo is nu al bekend.
We verlaten Amersfoort met 7 man aan
boord, en meer zullen
er ook niet bijkomen. Ik mag hopen dat deze bussen op andere dagen dan
oudejaarsdag meer volk trekken. Zo’n dag is niet maatgevend. Het zijn
me anders
zoals ieder jaar wel in-saggerijnige dagen: kerstmis, oudejaar en
nieuwjaarsdag. Het weer werkt dit jaar ook niet mee: kil en somber.
De dienstregeling van deze lijn telt
4 haltes in de gemeente
Baarn, en één in Lage Vuursche, waarvan geen een in de bebouwde kom van
die
plaatsen. We houden
de doorgaande wegen
aan, de N221 en N415.
Lage Vuursche telt 290 inwoners,
waarvan Prinses Beatrix de
meest bekende en voornaamste is. Op een dag met mooi zomerweer bedraagt
het
aantal bezoekers een veelvoud van dat aantal. Ik was er al
eens te
voet en per
fiets, de beste manieren
om het dorp te
verkennen.
Deze U-link, lijn 70, is de enige die
een provinciegrens
overschrijdt. We rijden Hilversum binnen en daarmee Noord-Holland.
Ook bij het bedrijventerrein
Arenapark is weinig activiteit
te bespeuren op deze laatste dag van 2025. Tussen hier en het station
meen ik
in het voorbijgaan een of 2 Dudok’s te zien. Dat zou best kunnen, in
Hilversum.
Ik pak op station Hilversum de trein
naar Utrecht voor nog een rit
met de U-OV in die stad; binnenkort in dit theater. De terugreis met
lijn 70 ben
ik van plan voor volgende week, dus volgend jaar.
Maar daar gaat iets tussen komen:
koning Winter! De winter
van 2026 blijkt te vallen in de eerste volledige week van januari. En
het is me
meteen de winter wel! Nachtvorsten tot hier en daar wel 3 graden onder
0! Een
sneeuwlaag van een decimeter; als het opstuift, zelfs wel anderhalve
decimeter!
Vanzelfsprekend ligt het OV meteen
goeddeels of zelfs
helemaal op z’n kont bij zulke helse omstandigheden; een redelijk
denkend mens
mag daar echt niet over klagen. De bus zoekt vaak al bij het eerste
sneeuwvlokje de warme garage op. En wat de spoorwegen betreft: daar
blijken ze op
meerdere plaatsen de wisselverwarming uitgezet te hebben om gas te
besparen;
iets wat niet echt helpt om bij vorst de gang erin te houden.
Ik beperk me een week lang tot
glibberen over stoepen en
straten in eigen omgeving en zo nu en dan een bus pakken die nog rijdt.
De
foto’s die ik in de Leidse Hout en Oegstgeest gemaakt heb, zijn best
aardig. Ik
heb nu meteen een voorraad van mijn traditionele Midwinterfoto’s tot /
met 2028
of 2029. Je weet nooit over hoeveel jaar het weer gaat vriezen in
Nederland. Die
mogelijke Midwintergroeten laat ik hier vanzelfsprekend nog niet zien;
dit is
maar de 2e garnituur.

Door de ‘extreme omstandigheden’
heerst er deze week een
crisissfeer in Nederland. Het journaal is bijna geheel gewijd aan de
winterse
verkeersellende. Maar ik vraag me de hele week af, hoe ze dit zelfs ook
maar
een winter durven te noemen. Die van 1962/ 1963, dát was een winter!
Sneeuw van december tot in maart,
elke nacht strenge vorst, ijsschotsen
in de branding (ik heb het zelf gezien, in Scheveningen!), lange files
(niet
zozeer op het rijkswegennet, maar op het IJsselmeer, waarop een ijslaag
lag van
bijna een meter, en waarop toertochten per auto werden gehouden).
Iedereen sloeg zich er dapper
doorheen, en niemand zeek
erover. Niemand had centrale verwarming, dus niemand hoefde jaloers te
zijn
op andermans CV. En in de winter was het nu eenmaal koud. Goed, het was
dat
jaar wel iets kouder dan normaal; OK, maar het zou vast wel weer
voorjaar
worden.
Deze eeuw hebben we jarenlang lopen
somberen dat we door de
klimaatverandering nooit meer een echte winter zouden krijgen. Nu
hebben we dan
toch nog een soort winter, en we weten niet hoe hard we erover moeten
klagen.
OK, boomer! Ik vond die winter van
1963 wel een stuk leuker
dan die van 2026. Maar toen was ik 6, en nu 69, en als de dood dat ik
een bijna
fatale smak maak en in het vervolg een Plaatsmaker moet claimen als ik
in een
volle bus stap.
Maandag 12 januari worden tegen de
middag alle gele en
oranje waarschuwingen tegen verraderlijke gladheid ingetrokken, en
spoor ik
richting Hilversum voor de terugreis met lijn 70.
De gladheidswaarschuwingen gelden
overigens alleen voor
auto’s. Op de fiets en als voetganger kun je nog lelijk op je plaat
gaan. Laat
ik goed op mijn stappen passen!


Ik mis net een bus 70 – die ik
daardoor mooi kan
fotograferen als hij door de bocht gaat. Nu heb ik de tijd om het
nieuwe busperron
bij station Hilversum te bekijken dat zondag 4 januari in gebruik is
genomen.
Daar is niet veel aan te zien: een
lang perron met
een digitaal vertrektijdenbord, erg minimalistisch uitgevoerd. Ik zie
bus 320
ervandoor stuiven, op weg naar die opmerkelijke (niet-)busbaan die
men HOV
’t
Gooi genoemd heeft; ik deed hem eind vorig jaar.
Het is best begrijpelijk dat er op
busstations bij gladheid nooit
gestrooid wordt; de vervoermaatschappij vindt het een taak van de
gemeente en
de gemeente een van de vervoerder. Voorzichtig op weg naar het perron
waar bus
70 gaat vertren.
Opnieuw stappen er slechts weinige
passagiers in bus 70. Hen wacht een mooie rit langs besneeuwde bossen,
kilometers lang.
Wel een aparte, landelijke route voor een U-link, die bedoeld is voor
agglomeratievervoer. Had lijn 70 niet beter een U-liner kunnen zijn? maar ik schreef hierboven
al: wat kan het een
reiziger bommen wat voor logo er op zijn bus staat? Het is vooral van
belang
voor bushobbyisten en -fotografen.
De kronkelroute door Soest begint.
Uiteindelijk bereiken we
station Soest Zuid, met een bescheiden busstation voor de deur. Ik stap
uit.
Ook hier zou een langlaufer nog een aardig rondje kunnen rijden over de
stoep.
In dat stuk uit 2017 was ik erg
pessimistisch over het lot
van lijn 74, die alleen binnen de gemeente Soest reed / rijdt. Maar die
bestaat
nog steeds, zij het dat hij is omgenummerd naar 71. Verder stopt hier
nog lijn
272 naar Utrecht Sciencepark en Rijnsweerd, plus de buurtbussen naar
Eemdijk en
Driebergen. ’s Avonds en in het weekend zie je op dit busstation alleen
het
oranje-geel-grijs van U-liner 70.
Ik glijd naar het winkelcentrum Soest
Zuid. Het is echt
overal doodstil deze maandag, die begon met weerswaarschuwingen; het is
thuiswerken
geblazen, of anders de kerstvakantie nog met een dagje verlengd.

Lijn 70 richting Amersfoort pak ik
weer op op de Birkstraat bij de halte Van Lenneplaan,
met de dunste abri’s die ik ooit ergens gezien heb.
Tot nu toe heb ik op de U-links van Amersfoort altijd in elektrische
Yutongs
gezeten, maar dit is een oude Setra diesel, tijdelijk ingezet door
Keolis in
Utrecht Buiten.

Deze dag is om, althans het door de
zon – vanachter dikke wolken - beschenen
gedeelte ervan. Waarom
ik dan nog in het
duister de bus naar Leusden neem, ik weet het niet. Daar is bij
daglicht al
niet veel opmerkelijks te fotograferen.
Lijn 17 werd geïntroduceerd in
december 2016. Hij was de opvolger
van 2 ontsluitende lijnen die gezamenlijk heel Leusden bestreken, en
daartoe op
vrijwel elke straathoek stopten. De route werd drastisch ingekort, en
de bus deed het
zuidelijke gedeelte van de plaats niet meer aan. Maar de frequentie
werd
verhoogd van kwartier-, tot 7½ minutendienst, wat erg plezierig is als
je woont
in de buurt van een van de weinige overgebleven haltes.
Mijn recensie van die lijn was
verwoestend. Maar blijkbaar
beviel hij toch wel, want er is de afgelopen 9 jaar niets aan veranderd.
Ook deze lijn ontkomt niet aan de
concessiewissel-malaise.
De 8 ritten per uur die volgens dienstregeling gereden worden, zijn er
deze
avondspits maar een stuk of 5, 6; er valt er nog wel eens een uit.
Ik stap ergens in Leusden uit op een
schaars verlichte weg
met een in volkomen duister gehuld voet-fietspad. Een onverlaat zonder
licht op
zijn fiets rijdt me bijna overhoop. ‘Schijnen is seinen’, die slogan
wordt
regelmatig getoond op de informatieschermen in de bussen. Als je in het
duister
op de bus staat te wachten, moet je lichtsignalen geven met je telefoon
om de
bus te doen stoppen, zeker in een plaats als Leusden, waar met
bezuinigt op
straatverlichting.
Van het hart van deze zielloze
plaats, winkelcentrum De
Hamershof, wordt je na vijven ook niet vrolijker; desolaat. Ik stel
mezelf op
bij de halte Geertrudishof, bij het winkelcentrum. Snel terug!

Thuisgekomen doe ik wat ik al eerder
had moeten doen,
het artikel
van 9 jaar geleden overlezen. Dat is waar ook: die
‘carrousels’
met deelfietsen, waar ze aan haken hingen als kippen bij de poelier,
zoals ik
schreef. Die fietsen kon je huren voor een grijpstuiver als de halte
van lijn
17 te ver van je huis stond.
Ik heb ze deze keer niet gezien, maar
dat zal komen doordat
het donker was. Ze zijn er nog wel degelijk.

Leusden,
oudejaarsdag 2016: carrousel, voorshands zonder fietsen
in een hok bij een halte; kwakfietsen van reizigers.
Archief De digitale reiziger
Het is een zelfbedacht
systeem, pocht Keolis op zijn site.
Nou, wees er maar trots op! Ik vraag me af of die zelfbedachte fietsen
t.z.t.
ook komen te hangen bij de stations van de zelfbedachte metro van D66.
In deze
streek huizen erg creatieve denkers op OV-gebied. Als het nou nog
ergens op
sloeg…
Maar per 1 januari 2024 heeft Keolis
die fietsen geoutsourcet
naar een nieuw bedrijf: Deelfiets
Nederland die dit succesnummer voortgezet
heeft.
In het Keobike-tijdperk van die
fietsen, 2017-2023, is ‘In
totaal 152.471 kilometer gefietst door 1240 accountgebruikers met één
van de
568 fietsen uit de KeoBike carrousels in de provincies Gelderland (45),
Utrecht
(7) en Flevoland (3)’, meldt Keolis.
Dat is 122 km per gebruiker, 268 km
per fiets en 2772 km per
‘carrousel’, en dat in 7 jaar tijd. 7 jaar tijd is 2556 dagen (in dit
geval
inclusief één schrikkeldag), dus een ruime kilometer is er gefietst per
carrousel per dag.
Ik zag helemaal niets in dit systeem
en mijn pessimisme
blijkt terecht. Die fietsen zijn winkeldochters. Zo zie je maar dat je
nooit
onder de indruk moet raken van met veel poeha gepresenteerde grote
getallen,
zoals 152.471. Als je ze deelt door andere getallen, blijft er weinig
van over.
152.471 km, dat is wel bijna halverwege de maan; zo beschouwd lijkt het
nog wat.
Tot zover U-link Amersfoort; wordt
binnenkort vervolgd in Utrecht.
Frans Mensonides
5 februari 2026
geweest in Amersfoort: maandag 22 en woensdag 31 december 2025, maandag
12 en
woensdag 14 januari 2026

|
Zaterdag 27/12/2025: Lijn 3, bus 96??, Utrecht Centraal
Centrumzijde,14:35 – 14:49 Prins Bernhardplein; ca. 40 passagiers
(grootste
aantal passagiers tegelijkertijd in de bus op enig moment gedurende de
rit;
mezelf inclusief) |

Bus 3 op de De Lessepsstraat in Zuilen
Utrecht kent 6 U-linklijnen, de
nummers 3, 28, 29, 34, 73 en 77. Daarvan zijn
alleen lijn 3 (ringlijn Utrecht Centraal – Zuilen – Overvecht – Utrecht
Centraal) en lijn 29 (Vleuten – Utrecht Science Park – Bilthoven)
nieuw. De
andere heb ik in mijn artikel van begin 2020 al gedaan en die doe ik nu
niet
overnieuw, met uitzondering dan van 28, want een rit in een
dubbelgelede
elektrische bus wil ik wel eens meemaken.

Boven de passage die de Jaarbeurs
verbindt met Hoog Catharijne,
lees je elke dag iets over wat groeit en bloeit - en mij eerlijk gezegd
zelden
langer dan een halve minuut boeit. Wel wel, de gele gaspeldoorn! Jammer
dat er
geen plaatje bijstaat, hoe een gele gaspeldoorn eruit ziet, want dat
zal niet
iedere passant weten. Ik weet het in ieder geval niet. Ja, hij zal geel
van
kleur zijn.
De kunstenaar Marcis Coates uit
Londen schiep deze
natuurkalender in opdracht van PublicWorks, een kunstinitiatief, in
samenwerking met de gemeente Utrecht. De kunstenaar vraagt aandacht
voor de
verandering van de seizoenen. Dit kunstwerk, Arrivals / Departures, is
volgens
hem een soort klok van de natuur. terwijl de echte stationsklokken
alleen maar
de aankomsten en vertrekken van treinen aangeven. Ook niet
onbelangrijk, zou ik
denken, zeker op Nederlands drukste station.
Er is een tijd geweest, ergens in de
jaren 80, dat bus 3 de drukste
bus was in Utrecht en ook op het drukste station. Gelede bussen werden
in
de stad pas geïntroduceerd in 1989 toen het academisch ziekenhuis naar
de
Uithof verplaatst werd. Lijn 3 reed toen elke 5 minuten van de Fockema
Andreaelaan bij het Diaconessenhuis via wat toen nog het Centraal
Station heette
naar Zuilen-Noord, met immer overvolle bussen. Er stonden bij Utrecht
CS stempelautomaten
voor de strippenkaarten, zodat het instappen wat vlotter verliep.
In de jaren 10 werd het zuidelijke
gedeelte van de route,
vanaf die met Uteregse tongval uit te spreken laan, geamputeerd van
lijn 3. In 2016
werden de losse eindjes van lijn 3 en lijn 9 aan elkaar geknoopt en
ontstond de
huidige ringlijn.
Op de bussen staat vermeld of ze
vanaf Utrecht Centraal
eerst naar Zuilen (rechtsom) rijden of naar Overvecht (linksom). Het is
best verneukeratief
dat bussen in beide richtingen van hetzelfde perron vertrekken: A2, aan
de
Centrumzijde.
Bij de eerste rit stap in de bus naar
Zuilen. Er zijn meteen
al een paar spijtoptanten die eigenlijk in Overvecht hadden willen
wezen en er
nu achterkomen dat ze verkeerd zitten. Ze drommen naar de uitgang
zonder een
meter gereden te hebben. Wel even uitchecken, anders kost het je
duiten. Zo
loopt mijn reizigerstelling aardig in de soep. Wat heet trouwens
verkeerd
zitten? Op een ringlijn kom je uiteindelijk toch altijd waar je wilt
zijn.
De bussen op deze lijn zijn van het
type Yutong U 18 LF, gelede
bussen, 4-deurs, met 45 stoelen en 2 rolstoelplekken. Op zaterdagmiddag
in
de vakantie rijden
de bussen in
kwartierdienst per richting.
Ik had van dit artikel een
vergelijkend warenonderzoek
willen maken van elektrische bussen. Maar dat heeft feitelijk geen zin;
comfort
in zulke bussen is eigenlijk verzekerd. Geen dieselwalm, geen geronk,
hooguit
milde, fluitende geluiden.
We rijden noordwaarts over de
Amsterdamsestraatweg, een van
de langste straten van de stad met ook een heel lange geschiedenis. Hij
is
aangelegd in 1812 op last van Napoleon en maakte deel uit van zijn
Route
impériale 2 die helemaal liep van Parijs naar Amsterdam.
Aan het begin van de 20ste eeuw was
de Amsterdamsestraatweg
een deftige winkelstraat, en in de
2e helft
van die eeuw een iets minder deftige. Maar hij is er weer aardig
bovenop
gekomen. Hij heet de langste winkelstraat van Nederland te zijn, maar
er zijn
meer straten in het land die die eer claimen.

Straatje in Zuilen, met de op de achtergrond de Demka-brug in de spoorlijn Utrecht - Amsterdam
Archief De digitale reiziger, 2011Elinkwijk, de oudste wijk van Zuilen,
dateert uit de jaren
10 van de vorige eeuw. Zuilen was toen nog een zelfstandige gemeente
rond slot
Zuilen en het dorpje Oud-Zuilen. De nieuwbouw was omringd door weiland,
en lag op
kilometers afstand van Utrecht.
Een van de eerste bebouwde straten
was de De Lessepsstraat.
Er woonden veel werknemers van de treinenbouwer Werkspoor en van
staalfabriek
Demka die sinds kort gevestigd was aan het Amsterdam-Rijnkanaal.
De wijk was opgezet door
Woningbouwvereniging Zuilen, een
initiatief van de arbeiders zelf. Het was een tuindorp: groene wijken
met winkels op
de hoeken van de straten, zoals je wel vaker zag in dat tijdperk. Aan
het begin
van de 21e eeuw is de wijk gerenoveerd.

Ik ben uitgestapt omdat ik dit
opvallende monumentale pand
zag aan de Amsterdamsestraatweg. Het Gezondheidscentrum Zuilen is
in 1918 gebouwd
en was indertijd het Groene Kruisgebouw. De architect
was Karel Muller.
Bus 3 slaat vanaf de
Amsterdamsetraatweg de De Lessepsstraat
in en aan het eind daarvan de Prins Bernhardlaan. Daar voegt hij zich
bij een
hele bundel andere buslijnen.
Ik loop even naar de Schaakbuurt. Dit
wijkje langs de Vecht was
in de actualiteit bij de dienstregelingswijziging van 2019: de bus werd
uit de
wijk verbannen, tot verdriet van slecht ter bene wijkbewoners die nu
helemaal
naar de Prins Bernhardlaan moesten lopen.
Tot dan toe had lijn 4 (Zuilen Noord
– Utrecht Centraal –
Terwijde) er een halte op de Pionstraat. Daarvoor moest hij een meander
maken
op zijn route. Die werd in 2019 gestrekt, ten koste van de
buurtbewoners; protesten
en petities ten spijt. Het was een van de vele bezuinigingen om de
introductie
van de U-link kostenneutraal mogelijk te maken. Waar ze in de
Schaakbuurt vanzelfsprekend
helemaal niets aan hadden.
Hoe staat de vlag er nu voor met het
OV in de Schaakbuurt? In
de verte zie ik gelukkig een bushalte op de Prinses Irenelaan (doet die
ook aan
schaken?). Maar ik heb te vroeg gejuicht, want het blijkt een halte,
genaamd De
Dame, van de U-Flex; lijn 4 is niet teruggekeerd.
De U-flex is een belbus in een
bepaald gebied, in dit geval:
Maarssen – Utrecht Noordwest. Je kunt hem boeken en betalen met een
app. Je
reist ermee van U-flexhalte naar U-flexhalte of naar een halte van een
reguliere lijn.
Surrogaat-OV vind ik dat; een bus als
excuus. Zulk vervoer wordt
in het leven geroepen zodat niemand meer kan zeuren dat er geen bus
meer
rijdt in de buurt.

Rechtsonder:
de Pionstraat, waar zonder bus eigenlijk niets aan te
zien is.
De Schaakbuurt dateert van kort na WO
II en was in de 80’s
de allerergste probleembuurt van Utrecht. Dat zie je er
nu niet meer aan af, eerder hyper-saai dan
een getto. In de jaren 90 is er veel gesloopt en zijn er nieuwe huizen
gebouwd
voor mensen met geld en zonder probleemgedoe.
Vanzelfsprekend allemaal straatnamen
hier die iets met het
schaakspel te maken hebben, Maar waar zijn de Schaakmat-dreef, de
Gekkenmat-straat
en het Patstelling-slop (allemaal doodlopend, uiteraard)?
Ik stap weer op de bus. Al spoedig
nemen we de brug over de
Vecht, en belanden daarmee in Overvecht, de naam zegt het al. Bekend
gebied,
hier bij het Fort aan de Klop; ik was er op mijn 12-fortenwandeling
in 2007.
Overvecht, er zijn mensen die houden
van zulke
Bijlmerachtige wijken. Ik stap uit bij het mega-winkelcentrum
Overvecht. De bus
arriveert 7 minuten te vroeg, of 8 te laat; zeg het maar. Daarna valt
er een
gat van 25 minuten totdat de volgende komt. De klachten over rituitval
zijn in
Utrecht niet van de lucht sinds de concessiewissel, precies zoals een
jaar
geleden in Zuid-Holland
Noord. Kan dat nou echt niet anders?
Het winkelcentrum vindt het ‘FIJN DAT
JE ER BENT’ en heet me
‘van harte welkom in het leukste overdekte winkelcentrum van Utrecht’.
Bij Hoog
Catharijne zijn ze het vast niet eens met die kwalificatie.
Vrijwel pal onder die uitingen van
welkom staat het
bezoekersreglement. Vrijwel niets is hier toegestaan en zo ongeveer
alles wat
je voor je lol zou kunnen doen is verboden. Geen samenscholingen van
meer dan 2
personen. Geldt dat dan ook voor gezinnen met 2 kinderen, een vader en
een
moeder plus een opa en een oma? 6 personen, alles bijelkaar,
een groep mensen die elk moment
amok kan gaan maken.
Zo denken ze hier over hun klanten,
denk ik. In veel
winkels word je bij binnenkomst al
voor dief gezet met overvloedige waarschuwingen voor als je tegen de
lamp loopt.
Waar nou juist winkeldieven zich niet door laten ontmoedigen, anders
waren het
winkeldieven van de koude grond. Ze zien het eerder als een uitdaging
om niet
betrapt te worden.
Ademhalen wordt hier oogluikend getolereerd. Oh, veel winkelcentra
hebben zulke
reglementen, maar hier valt het me ineens op. Niemand die er ooit op
let. Ik wil
het bord fotograferen om het thuis eens rustig na te lezen, maar
fotograferen
mag ook niet. En bij dat bord blijven staan kijken, mag vast en zeker
ook niet.
Héé, Charlie Chiu de chinees zit hier nog, al 40 jaar, staat op hun
etalageruit. Hij had ooit een filiaal in Hoog Catharijne en nog een in
de
stationshal van Utrecht Centraal. Ik at er vaak op dinsdag en
donderdag, als ik
avondcollege had.
Ik wijdde een keer een stukje aan een faux pas
die ik er
maakte door per ongeluk een verkeerde maaltijd op te eten en vervolgens
heel onnadenkend
mijn dienblad in de afvalpers te gooien. Dat was in het filiaal op het
station.
Ik kenschetste het als een nulsterren-afrader. Duidelijk de minste van
de 3
Charlie Chiu’s. Maar op den duur wordt alles wat er niet meer is,
nostalgie.

Overvecht heeft met Zuilen gemeen dat
er een hele rits buslijnen door de wijk
rijden. Ik wil persé de enige U-link hebben, lijn 3 naar Utrecht
Centraal. De
eerste bus zal over 2 minuten verschijnen aan de halte bij het
winkelcentrum,
en de daaropvolgende weer 2 minuten daarna.
De eerste stopt inderdaad vrijwel meteen bij de halte, maar puilt
helemaal uit,
dus ik laat hem gaan; daar ga ik mezelf echt niet inproppen. Ik wacht
wel op de
2e die over 2 minuten zou moeten komen. Maar die komt niet opdagen.
Volgens de
info op Google Maps zal die maar liefst een klein half uur op zich
laten
wachten. Hetzelfde geldt voor de bus aan de overkant, die linksom rijdt
via
Zuilen.
Het is guur en bijtend koud vandaag.
Ik heb er echt helemaal
tabak van, en pak lijn 6 (Overvecht – Terwijde) naar Utrecht Centraal.
Die lijn
heeft weliswaar geen status, geen onderscheidingen zoals U-link of
-liner, maar
de bus, een ongelede Yutong, kómt tenminste.
In de hal van Utrecht Centraal ga ik
de Bruna binnen en koop
een kwaliteitskrant. Hè? Ik had kranten, en zeker papieren kranten, en
in het
bijzonder kwaliteitskranten, toch in de ban gedaan? Ben ik van mijn
geloof
gevallen? Nee, maar ik heb wat moeie ogen van de hele middag
aantekeningen
typen op mijn telefoon. Even de kijkers rust geven met een ouderwetse,
gezellig
dikke, zaterdagse weekendkrant.
Hij kost 5,50 euro. Wááát?
Vijfvijftig voor een kránt? De
laatste keer dat ik een weekendkrant kocht, betaalde ik een knaak. Kun
je
nagaan hoe lang dat geleden is!
Ik had er meteen wel een
leesbrilletje bij mogen kopen. Wat
een akelig kleine en vage lettertjes in de kranten van tegenwoordig! En
het
licht in een trein is ook niet je-dat. Ik moet mezelf bijlichten met de
zaklamp
van mijn smartphone om die krant te kunnen lezen. Zit ik toch weer met
die
telefoon in mijn hand!
Afgelopen weken verschenen er weer de
nodige stukken in de (online)
nieuwsmedia dat AI-bots er in 1/3 van alle gevallen naast zitten met de
informatie die ze verstrekken. Ja, lekker de concurrent bashen! Hoor
goddomme
wie het zegt! Ik zeg altijd dat van wat in de krant staat, de helft
niet klopt.
Dan scoort AI dus nog beter.
Maar wacht even. Als inderdaad de
helft niet klopt van wat
er in de krant staat, klopt van wat de krant schrijft over AI, ook maar
de
helft. Dus zit AI er niet in 1/3, maar slechts in 1/6 van de gevallen
naast;
echt een heel redelijke score. ChatGPT kon die redenering van mij
volgen, en
hij was het volkomen met mijn zienswijze eens.

Enfin, op de ochtend van oudejaarsdag
keer ik terug in Utrecht
voor het vervolg van mijn U-link-ritten. Regenwormen in hun hol, blij
dit ik
ook dit weer weet!
Eerst wil ik toch dat ritje afmaken
van zaterdag met de
ringlijn. Ik pak lijn 3 terug naar Overvecht, linksom. De bus naar
Zuilen gaat
gedeeltelijk schuil achter een zuil, maar die neem ik dus niet.

Ook op oudejaar kwartierdienst per
richting, tegenover
10-minutendienst op maandag t/m zaterdag overdag buiten de
vakantieperiodes. De
bussen linksom en rechtsom rijden volgens dienstregeling altijd keurig
om en
om. Als je halverwege de route moet zijn, neem je gewoonweg de eerst
vertrekkende.
De route van lijn 3 van het station
naar Overvecht valt
gedeeltelijk samen met die van lijn 6 die ik zaterdag had. Eerst slaan
we de
Sint Jacobstraat in, een smalle staat in het centrum, met veel
busverkeer.
De 2e halte is op de Oudenoord. Toen
de Hogeschool Utrecht
daar gevestigd was, was dit een van de drukste haltes van de stad en
reden er
in de ochtendspits extra bussen heen. Tegenwoordig zit de Hogeschool op
Utrecht
Science Park en zit bij mijn weten alleen de HKU nog op de Oudenoord;
de
Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, welbekend van 2 voor 12.

Sint Jacobstraat (20 februari 2026)
Deze keer maak ik de hele ronde met
lijn 3. Hij telt 28
haltes, Utrecht Centraal één keer meegerekend.
Het busverkeer lijkt gestroomlijnder
te verlopen dan
afgelopen zaterdag. We komen echt zo ongeveer elke 7 à 8 minuten een
tegenligger
tegen op lijn 3, een bus die rechtsom rijdt. Wel jammer dat één daarvan
ergens
in Overvecht stilstaat met panne.
Snel gaat het niet. Ik snap wel dat niet iedere stadsbus altijd
voorrang kan
krijgen in een drukke stad als Utrecht, maar een U-link zou toch altijd
een wit
negenoog moeten krijgen.
Het winkelcentrum met het reglement
laat ik deze keer links
liggen. Er stapt weer iemand na één halte al uit, die de bus in de
verkeerde
richting had genomen. Maar op dit punt van de route doet het er niet
veel meer
toe, als je tenminste naar Utrecht Centraal wilt. De halte Ammandreef,
een van
de laatste in Overvecht, is precies de middelste, de 14e, of je nu
links- of rechtsom rijdt.
Ik houd het aantal reizigers bij per
rit, nergens om, vooral
om onderweg iets te doen te hebben. Maar deze keer raak ik ergens op de
Amsterdamsestraatweg
de tel kwijt. Dat is ook teveel gevergd van een intellectueel, om 3
kwartier
lang de aandacht te houden bij een heel simpele taak. Dat is ook zo
iemand die een
maaltijd opeet die hij niet besteld had, en zijn dienblad in de
shredder gooit.
Bij het station moeten we nog zo’n
lange sliert van een tram
voorrang verlenen. Ik klok het totale rondje op 48 minuten. Volgens
dienstregeling varieert de complete ronde met lijn 3 van 51 minuten in
de spits
tor 35 in de late avonduren.

Leidsche Rijn Centrum

Vleuterweide
Ik pak de trein naar Amersfoort, neem
daar U-link 70 naar
Hilversum (zie hierboven), neem daar de trein terug naar Utrecht en ga
nog een paar
ritten maken met de dubbelgelede bussen op lijn 28.
Ze zijn van het type Solaris Urbino
24 Electric, gloednieuwe
bussen uit Polen, zo op het oog dezelfde bussen die ik vorig jaar zag
in het
Deense Aalborg.
Ze hebben ca. 55 zitplaatsen, nog een paar minder dan sommige
ongelede, verlengde bussen met 2 achterassen. Maar die bussen met 2
harmonica’s
zijn veel wendbaarder en hebben overvloedige ruimte om te staan.
Ze zijn nog niet allemaal geleverd en
er rijden op lijn 28
vandaag ook ongelede bussen, waarvan er een ‘Reizen door Zeeland’ als
motto
voert. Dat is weer eens wat anders dan Frysk Ferfier dat vorig jaar in
de Regio
Leiden wel op bussen te lezen stond.
Lijn 28 rijdt nog steeds de route USP
– Rijnsweerd – Centrum
– Utrecht Centraal – Leidsche Rijn – De Meern – Station Vleuten. Deze
keer doe
ik alleen het stuk van Utrecht Centraal naar Vleuten.

Archief De digitale reiziger, 2020
In dat al vaker aangehaalde stuk uit de winter
van 2020
staat deze foto van een dubbelgelede bus op lijn 28, voor het Máxima.
Ik prees
me gelukkig dat ik een ziekenhuis van buiten kon fotograferen en er
niet in
lag; tel je zegeningen! De ironie van het noodlot wil, dat ik dit late
vervolg
op het stuk van toen, momenteel in het ziekenhuis lig te typen. Dat is
er ook
de oorzaak van dat er op zondag 8 februari geen update is verschenen
van de
Thuispagina.
Ik lig in het Alrijne Ziekenhuis
Leiderdorp met
hartritmestoornissen van een soort waaraan je, zo verzekerden ze me,
meestal niet
doodgaat. Maar het zal ook wel niet helemaal voor niks zijn dat ze me
hebben
opgenomen. Het was hier op de ziekenzaal toch wel een draaglijke dag,
tot het
moment dat ik ‘Dokter Bernhard’ op de radio hoorde. Die smartlap, daar
kikker je nou niet echt van op.
Goed, op oudejaarsdag zat ik nog in bus 28. Die maakt, net als lijn 29 in het volgende hoofdstuk, gebruik van het HOV-net van Utrecht, een net van tram- en busbanen (zie dit stuk uit 2019).
Bij station
Leidsche Rijn even eruit voor een foto. De volgende bus neemt me mee
over de lange
busbaan door de nieuwe wijken van Utrecht. De negenogen
reageren hier wel op de bus. in dit
stuk Utrecht tonen ze snel wit, als er een bus aankomt.


Maar hier in Vleuterweide komt wel
een heel vreemd exemplaar
langs: een van Simon Loos, een busmaatschappij waarvan ik nog nooit
gehoord heb.
Met die chauffeur is volgens mij ook iets loos: hij heeft niets te
zoeken op
een busbaan.
Ik was hier maar toevallig uitgestapt omdat ik dacht dat ik al bij het
eindpunt
was, station Vleuten. Dat bereik ik wandelend nog net op tijd voor de
klok van
vieren. Laatste treinrit van 2025.

Bus 29 op Utrecht Science Park
En dan tenslotte deze nieuwe U-link-lijn, lijn 29, hoewel hij
al jarenlang reed als ‘gewone’ lijn. Ik begin op hetzelfde punt waar
het vorige
hoofdstuk eindigde, maar wel 2 weken later, op woensdag 14 januari
MMXXVI. Als ik
ben aangekomen op het stationsplein van Vleuten, is er net een bus 29
vertrokken.
Hij rijdt tussen hier en De Meern maar om het halfuur.
De sneeuw is nu helemaal weg. Ik ga
Vleuterweide-West verkennen, een hypermoderne
wijk uit de jaren ‘10. Eerst loop ik over de Truffelzwam langs het
spoor, de lijn Woerden
– Utrecht; treinen razen langs. Daarna neem ik de Paddenstoelenlaan,
kruis successievelijk
de
Paddenstoelenstede, Kaaszwamsingel, de
Melkzwamsingel en de Bundelzwam.
Dit zal de Zwamwijk wel zijn. Ik zwam
dus lustig verder; wie
het niet lezen wil, moet het boek maar dichtslaan; dat is mijn motto.
Alleen
plaatjeskijken mag ook van mij; bij sommige verhalen van mijn kant is
dat zelfs
aanbevelenswaardig.
Dit is zo’n wijk waar de straatnamen
opmerkelijker zijn dan
de huizen die langs zo’n straat staan. Die namen zijn hier uitgedeeld
door een
geestverwant van die man met zijn gele gaspeldoorns en
holwormen en holtorren. De normale
straatnamen zijn al lang op in dit land, zoals de Johann
Gambolputtystraat,
waar ik zelf woon, een 18e-eeuwse rockcomponist, sorry barokcomponist,
die
iedereen kent, in plaats van groeisels waarvan niemand weet hoe ze
eruit zien.
Er heerst in zo’n 2-verdienerswijk
rond de klok van 10:30
uur in de morgen een tuitende stilte. Arbeiders, kantoortijgers en
scholieren zijn
al lang de deur uit, behalve de thuiszitters en de thuiswerkers, die
zich ook
niet laten zien op straat. Die zitten nu aan de koffie, knus thuis,
plezierig in
de luwte van een op hol geslagen maatschappij.
Ik ben zelf gaan thuiswerken bij het
begin van de
coronacrisis in maart 2020, en heb het volgehouden tot mijn pensioen in
juni
2022. Smeekbeden om terug te keren naar kantoor heb ik vierkant
genegeerd; ze
konden me allemaal de bout hachelen.
Nog stiller is het in de
Paddenstoelenhof, een hortus
conclusus met huizen eromheen en auto’s erin.

Ik ga staan bij de halte van lijn 29
op de Stroomrugbaan. Deze
lijn neemt dit afgelegen hoekje van Vleuterweide mee. Later volgt hij
de
busbaan van lijn 28 totaan het busstationnetje van De Meern Oost.
Verder heeft
hij vooral bedrijventerreinen, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen op
zijn route.
Zo zie je tussen hier en Bilthoven
achtereenvolgens
bedrijventerreinen Strijkviertel en Papendorp, station Utrecht
Vaartsche Rijn
dat grotendeels drijft op de scholen in de buurt; daarna het
diaconessenhuis en
Rijnsweerd, waar onder andere het provinciehuis naar de wolken reikt,
en Utrecht
Science Park met het UMC.
De dienstregeling weerspiegelt het
werk- en schoolkarakter
van de lijn. Hij rijdt in de spits elke 10 minuten tussen USP en De
Meern, maar
de rest van de tijd in een lagere frequentie. Maandag t/m vrijdag
overdag legt hij
elk kwartier (spits) of halfuur (dal) ook het traject USP – Bilthoven
NS af en
geeft bij dat station aansluiting op de treinen.
Deze lijn heeft een speciaal type
bus: de Ebusco 2.2,
waarvan er niet heel erg veel rondrijden in Nederland. De Ebusco’s zijn
overgenomen van de concessievoorganger Qbuzz. Onderweg kom je ook wel
eens heel
andere bustypes tegen op lijn 29.
Ik
was op de
Stroomrugbaan de eerste die instapte, maar langzaam maar zeker loopt de
bus
voller. We hebben zicht op een weiland waar nog veel meer huizen bij
kunnen. Op
de busbaan door Vleuterweide is bus 28 populairder dan de onze.
Wat later fotografeer ik een Ebusco
bij station Vaartsche
Rijn, nog in het oude verenkleed van U-link, met die grijze schutkleur.
Die is
buiten dienst; verder vallen er een paar bussen op lijn 29 uit.

Archief De digitale reiziger 2016
De onderste foto van een bus 29 is niet van nu, wat je alleen al ziet
aan de
luchtige kleding van de scholieren die hem bestormen. Het was in de
nazomer van
2016. Station Vaartsche Rijn was net geopend en was misschien nog niet
ontdekt
door de reizigers; de Uithoftram was nog in aanleg. Iets rustiger is de
bus vanmorgen; de scholen zijn nog niet uit.
Als er weer eens een bus 29 komt
opdagen, rijd ik mee tot de
Heidelberglaan op Utrecht Science Park. Even de Alma Mater goeiedag
zeggen! En
kijken naar de trams die de studenten aan- en afvoeren. We zitten in de
noenspits, wanneer degenen die een ochtendcollege hadden, de aftocht
blazen en
anderen arriveren voor de middag.
Helemaal in de begintijd van deze
site zag ik overal in het
land wel eens studenten om 11:00 uur naar huis reizen, en vroeg ik me
af, wat
ze de rest van de dag deden. Maar daar kwam ik heel snel achter toen ik
me zelf
aan de poorten had gemeld van deze universiteit. Je ziet maar weer: je
moet er
zelf geweest zijn om er iets van te kunnen snappen en dat geldt zeker
voor
universiteiten.
Wie er in ieder geval niets van
begreep: die ene doctor in
de weetnietkunde van wie ik de naam vergeten ben. Hij werkte op Utrecht
Science
Park, was mordicus tegen de tram en vond dat iedereen, al die
tienduizenden
studenten, maar op een deelfiets naar college moesten komen. Een zot
plan, maar
hij bleef het volhouden. De tram was zijns inziens te duur en leverde
te weinig
op, maar ik schreef dat dat vermoedelijk ook voor zijn salaris
gold.
Die trambaan was inderdaad veel te
duur, maar is zeker niet
voor niks aangelegd. Het zou geen slecht idee zijn om de tram 16 keer
per uur
te laten rijden, zoals beloofd, in plaats van de huidige 12 keer per
uur.
Ik wil de bus van 12:09 naar station
Bilthoven nemen. Die
wordt volgens het digitale vertrekbord verwacht, maar voldoet minuut na
minuut
niet aan de verwachting. Uiteindelijk verdwijnt hij zo niet van de
radar, dan
wel van het tijdenbord.
Dat is ook een veelgehoorde grief van
vele reizigers. Het is
tot daaraantoe dat de bussen soms niet komen, maar ook de digitale
informatie daarover
laat het dan doorgaans afweten. Die ritten worden niet uit het systeem
gehaald,
en de schermen blijven bussen beloven die nooit zullen verschijnen aan
de halte.
Klaar mee! Ik zet een streep onder de
U-links van Utrecht.
Toch komt er nog een vervolg van dit artikel, en wel over de U-liners. Daarvoor ga ik verder op een apart blaadje > > >
Frans Mensonides
15 februari 2026
laatste wijziging: 22 februari 2026
Geweest in Utrecht: Zaterdag 27 en woensdag 31 december 2025, woensdag
14
januari 2026
PS: ik heb de laatste paragraaf van
dit stuk gewoon thuis op
de bank kunnen schrijven. Het ziekenhuis heeft me weer vrijgelaten.

Lijsten van alle U-links en U-liners in de provincie Utrecht - Plaatsmakers - Amersfoort Nieuwland: lijn 2 en 3 - Lijn 15: Vathorst – Amersfoort Centraal - Lijn 70: Amersfoort – Soest – Soestdijk ( - Hilversum) -- Mijn U-linkritten in de stad Utrecht - Lijn 3: Utrecht Centraal – Zuilen – Overvecht – Utrecht Centraal, linksom en rechtsom - Lijn 28, dubbelgeleed elektrisch -Lijn 29: Vleuten NS – Vaartsche Rijn – USP - Bilthoven
![]()