Beminde zaterdag (19)
juli 2017: Hopen op beter





's-Heerenhoek


< < < < < Deel 18 al gelezen? 


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangeen, Deze reeks is geďntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je aan de onderkant van deze webpagina.

Deze zomer is het elke zaterdag: mooiweerfietsen op een gehuurde OV-Fiets. Tenminste, op voorwaarde dat het weer het toelaat. Dat was in mei en ook in de record-hete junimaand lang niet altijd het geval, zodat de desbetreffende aflevering wat kort uitviel. Voor juli hopen we op beter. De eerste zaterdag, zaterdag de eerste, hield de buienradar me lang in spanning. Maar midden op de middag kon ik toch nog op de OV-Fiets springen. Ik deed die dag het ‘Kamperlijntje’.


 

Kamperlijntje in de ombouw  -  ‘Er zit een klepje los’  -  In Zalk, Uut ZalkKniezen over een knie

 



Kamperlijntje in de ombouw

Kampen NS

Zes zomers geleden schreef ik al eens over dat lijntje, de ultrakorte spoorlijn Zwolle – Kampen, waarop één dieseltrein, een Buffel, de godganse dag heen en weer reed in halfuurdienst. Het kende alleen een begin- en eindstation, geen tussenstations.

Ik verhaalde dat de al sinds 1865 bestaande spoorlijn onder zware druk stond van de Hanzelijn die in aanleg was. Die zou een station krijgen in Kampen Zuid en daardoor zou volgens sommigen het Kamperlijntje geamputeerd moeten worden als overbodig wormvormig aanhangsel van het spoornet.

Anderen brachten daar tegenin dat deze hart-op-hartverbinding tussen twee Hanzesteden een eigen markt bediende. Kampen Zuid, gelegen aan de uiterste rand van een buitenwijk, zou geen serieuze concurrentie betekenen voor Kampen Sec. In de praktijk is gebleken dat Kampen Zuid bijna helemaal geen markt bedient. De vervoerscijfers van dit station blijven achter bij de ramingen (nu 1500 in- plus uitstappers per dag, tegen Kampen 4100).

Voor het Kamperlijntje werd in 2011 een fantastisch tram-alternatief gesmeed. De enkelsporige lijn zou geëlektrificeerd worden, passeersporen krijgen en er zouden trams gaan rijden. Die zouden een heleboel extra haltes aandoen, waarvan ik niet allemaal de zin inzag. In dat artikel van 2011 was ik nogal sceptisch over het tramplan.

Dat ging ook niet door; de aanbesteding mislukte, doordat geen enkele vervoerder wilde bijten. Ervoor in de plaats kwam iets beters: wel elektrificatie, maar blijvende exploitatie met treinen.

Deze zomer vindt van 5 juni tot/met 27 augustus een grote ombouwoperatie plaats. Behalve een bovenleiding krijgt de lijn ook geheel nieuwe sporen, die een rijsnelheid van 130 km/uur mogelijk maken (was: 100). Daardoor kan er één tussenstation geopend worden zonder dat de reistijd toeneemt. Dat station komt op de enige echt logische plek langs de lijn: op de grens van de Zwolse wijken Stadshagen en Westenholte. Daar komt ook een passeermogelijkheid. En er komt ook een trein om daar te passeren: het is de bedoeling dat de frequentie in de toekomst wordt verdubbeld naar kwartierdienst, waardoor er 2 treinen nodig zijn voor de exploitatie.

Mijn doel vanmiddag: fietsen van Zwolle naar Kampen v.v. en daarbij zo dicht mogelijk bij het Kamperlijntje blijven.




‘Er zit een klepje los’

Het regent de hele morgen. Ik besluit, toch op weg te gaan en dan eerst de vervangende bus Zwolle – Kampen maar te nemen, zodat ik in ieder geval een foto kan laten zien van het eindstation van het Kamperlijntje.

De al genoemde Hanzetrein, waarmee ik vandaag naar Zwolle reis, heeft een kwartier vertraging. Onderweg heeft de dienstdoende (?) conducteur ons 8 keer prettig weekend gewenst, ons 7 keer gemaand om onze bagage mee te nemen, 3 keer medegedeeld dat er railcatering aan boord was (wat je wel ziet als ze komen), 17 meldingen van de juiste tijd gegeven en 0 kaartjes gecontroleerd. ‘Er zit een klepje los’. Dat staat in mijn aantekeningen, maar slaat niet eens op die kleppende conducteur; die klep die los zit, komt straks nog.

Goed dat ik nu om 12:30 aankom in plaats van 12:13. Dan had ik moeten rennen naar de vervangende bus van 12:20, en nu kan ik rustig kuieren naar die van 12:50. We hebben alle tijd; het regent toch nog. De NS-bussen naar Kampen rijden in het weekend 2 keer per uur en op doordeweekse dagen overdag 4 keer per uur.

Die bussen vertrekken van de achterzijde. Je moet uitchecken als je het station uit wilt en weer inchecken voor de bus, waardoor je – nu immers onderbroken - reis extra duur wordt, dacht ik - waar ik dan als houder van een Weekend Vrij, zelf weer geen last van heb. Een lezer van de eerste versie van dit stuk wees me er echter op, dat je ook bij NS, net als in de bus, binnen 35 minuten kunt overstappen zonder extra kosten. Volgens mij is dat niet altijd zo geweest. De OV-chipkaart blijft verwarring geven.

De groene Connexxionbus vertrekt met 14 man aan boord; inzetten van ‘bijrijders’ is vanmiddag niet nodig. We kiezen onze weg langs de Hogeschool Windesheim, langs futuristische kantoorgebouwen en daarna over provinciale wegen, op naar Kampen. Bij een verkeerslicht komt een automobilist zijn bolide uit en zegt door het raampje iets tegen onze chauffeur. Ha, komt er mot, om dit niet bijster boeiende verhaal wat meer suspense te geven? Nee, het blijft vriendelijk.

Is deze bus wel uitgerust met een gaspedaal?  Hij sukkelt voort met een gangetje van nog geen 40 km/uur. Ja, op sommige stukken is de maximumsnelheid 50, en de chauffeur blijft graag aan de veilige kant.

Dit soort vervoer, 3 maanden lang - plus wat er ongetwijfeld nog bijkomt aan uitloop - moet toch wel de doodsteek worden voor dat vernieuwde Kamperlijntje. Reizigers hebben dan al lang een alternatief gevonden, al was het maar zo’n turbofiets met mechanische doping, waarmee je met ingang van vandaag de rijbaan voor auto’s onveilig moet maken.

Nu zegt de chauffeur dat we wat langzamer rijden omdat er een klepje los zit aan de bus; daar heeft die automobilist hem op gewezen. ‘Als ik voluit ga rijden, gaat dat klepje misschien klepperen’.

Na een rit van om precies te zijn 29 minuten (tegen 10 straks weer per trein) arriveren we bij station Kampen. Bij het station zijn al bovenleidingmasten zichtbaar. Ook is er een nieuw perron in aanleg. Verder weinig te beleven hier, in de druilende motregen.

Ik heb het wel gezien en neem dezelfde bus terug, die hier een kwartier heeft staan te wachten. Als ik aan kom lopen staan de chauffeur en een collega over dat onwillige klepje gebogen.

 


Uit de informatieborden blijkt maar weer eens hoe doorzichtig de chipkaart is.

De reparatiewerkzaamheden hebben blijkbaar het gewenste effect gehad, want de bus rijdt met vastzittend klepje en normale snelheid over de Overijsselse wegen. Met 23 opvarenden arriveert hij na toch nog 24 minuten achter Zwolle NS.

Wat verder te doen op deze nu reeds welbestede en welgeslaagde middag? Had ik nog een plan B, of desnoods C? Dan zie ik dat het tot nu toe zo grauwe wolkendek weliswaar niet aan het verdwijnen is, maar wel een iets lichtere tint grijs aanneemt. Ook is het nu nagenoeg droog. Naar de fietsenstelling en alsnog opstappen!



In Zalk, Uut Zalk



Zalkerpont

‘Als het regent in mei, is april voorbij’
Berendien uut Wisp

Het Kamperlijntje is ruim 13 km lang, hoewel je bij NS voor 15 tariefkilometers betaalt. De fietsroute van Zwolle naar Kampen is veel langer; er loopt helaas geen fietspad helemaal langs de lijn. In Kampen ben ik al geweest. Ik besluit op deze half verregende middag te rijden tot ruim halverwege, en bij de buurtschap ’s-Heerenbroek de IJssel over te steken naar Zalk, een naam waar je automatisch ‘Uut’ vóórdenkt.

Onderweg kan ik de spoorlijn een keer of 5, 6 kruisen en foto’s maken van de stavaza (afko die ‘stand van zaken’ betekent; alleen gebruikt door mensen die ook regelmatig bila’s houden en het veel te druk hebben om de dingen volledig bij de naam te noemen).

De Zwolse wijk Westenholte, ten zuidwesten van de spoorbaan, biedt een allegaartje van stijlen uit alle naoorlogse decennia, en is gegroeid rond een kiem van enkele echt oude boerderijen. Elk half uur rijdt stadslijn 5 een rondje door de wat stille en buiten de slinger gelegen buurt.

Echt apart is dat rijtje huizen aan de Voorsterweg, dicht bij het spoor en aan de rand van Westenholte. Daar zit een panoramafoto in, denk ik bij het passeren. Dat moeten toch meer mensen zien. Later zoek ik op Google-afbeeldingen en ik blijk dan toch de enige te zijn. Gebeurt wel vaker. Heb ik dan zo´n bijzondere panoramische blik?

Nu nader ik de bouwput voor het nieuwe station Zwolle Stadshagen, en de tunnel naar Stadshagen onder het spoor door. Op de informatieborden heet het Kamperlijntje ineens De Kamperlijn. Hij is zijn diminutieve vorm kwijt. En dat mag ook wel, want met dit tussenstation, dat passeerspoor, die bovenleiding en straks een kwartierdienst, verandert het straks van een lijntje in een serieuze Lijn.

Ik twijfel toch of dit nieuwe station ooit wel een tophit zal worden in reizigersaantallen. Zoals ik in dat artikel van 2011 al schreef: zo’n voorstadstation is alleen aantrekkelijk als je ertegenover woont, anders ben je met de stadsbus sneller bij Zwolle NS.

In Stadshagen kun je het spoor een poosje volgen over een parallelle straat. Daarna ben ik tijden aan het dwalen voordat ik de weg naar ’s-Heerenbroek vindt. De wand van een sporthal vertoont een plaatje van twee mensen die elkaar overhoop steken. Dan zie ik het verkeersbord dat het eind van de bebouwde kom van Zwolle aangeeft en is, na een uur fotofietsen bij tegenwind (afstappen, fiets op de standaard, camera tevoorschijn halen, fotograferen, camera opbergen, fiets van de standaard, opstappen), deze uitgebreide stad eindelijk ten einde.

Ik rijd verder over een slecht wegdek. Ze geven het ruiterlijk toe, er stond een bord ‘Slecht wegdek’ aan het begin. Doe er dan wat aan, zou ik zeggen, en repareer dat wegdek, dat is zinvoller dan ervoor te waarschuwen.

Het lijkt op NS, die een app heeft ontwikkeld om je mede te delen dat de binnenrijdende trein propvol is, in plaats van de capaciteit van de treinen uit te breiden. Die app werkt met het gewicht van treinbakken. Een volle bak weegt meer dan een lege en heeft kennelijk meer passagiers aan boord. Juist dáár moet je dus voor de deur gaan staan als de trein binnenrolt. Want uit een volle bak stappen veel mensen, zodat er veel ruimte ontstaat voor instappers. En iedereen stort zich op die ene lege bak, die daarna vanzelfsprekend mudvol wordt.

 


Hier de spoorovergang in de buurt van ’s-Heerenbroek. Sporen heeft dit trajectgedeelte op het ogenblik niet, maar aan het vernieuwde grindbed kun je zien hoe ze gelopen hebben en weer gaan lopen.

Het is moeilijk te geloven dat er hier in deze flauwe bocht in oneindig laagland een station is geweest, maar dat is wel degelijk zo. Het heette Mastenbroek en was tussen 1865 en 1933 geopend voor reizigers. De laatste 7 jaar van die periode werd hier slechts op verzoek gestopt. Hoe dat ging, weet ik niet. Als je op het perron stond, gewoon zwaaien met een rode zakdoek, vermoed ik. En als je in Zwolle of Kampen opstapte, misschien de machinist voor vertrek in de oren fluisteren dat je er bij Mastenbroek uitwilde.

 ’s-Heerenbroek wordt gedomineerd door de schoorsteen van de Coöperatieve Zuivelfabriek, niet door een kerktoren, en mag daarom geen dorp heten. Dicht bij deze buurtschap ligt een nog veel kleinere: Veecaten, waarvandaan de veerpont naar Zalk vaart. Alvorens die te nemen, bezorg ik eerst het veerhuis klandizie. Het is een koffietentje, gedreven door ‘mensen met een beperking’, zoals dat tegenwoordig correct heet.

Je kunt hier bij de kassa ook kenbaar maken dat je de rivier over wilt (wat kan van april tot/met oktober, zie hier de precieze vaartijden van het Zalkerveer) en dan komt de kapitein tevoorschijn. Sta je aan de overkant, dan druk je een 06-nummer, verwachtte ik, maar dat klopt niet. Er hangt een mooie, ouderwetse analoge bel waaraan je dan moet klepelen.

Deze pont is de enig overgeblevene van de 6 ponten die ooit tussen Zwolle en Kampen de IJssel kruisten.


Zalk dateert, evenals zijn overbuurman ’s-Heerenbroek, uit de late middeleeuwen en neemt ook ongeveer even weinig ruimte in op de plattegrond van Overijssel. Toch blijkt maandag op kantoor geen van mijn collega’s van ’s-Heerenbroek gehoord te hebben, en roept bij het horen van de naam Zalk iedereen uit: ‘Klazien úút Zalk!’

Het kruidenvrouwtje Klaasje van den Brink (1919-1997) was onder die naam bekend. Ze was in de laatste decennia van haar leven niet van het televisiescherm te branden en verdiende tonnen met haar boeken vol kruidenrecepten. Wim de Bie parodieerde haar met zijn typetje Berendien uut Wisp. Die wist zelfs nog remedies tegen de dood van haar klanten.

Maar de realiteit is anders. Klazien stierf in 1997 op 78-jarige leeftijd aan leukemie, waartegen haar eigen kruiden niet gewassen waren. Ze betaalde de tol aan een oude volkswijsheid: ‘Je moet toch érgens aan kapot’.

Klazien moet, 20 jaar na haar verscheiden, nog steeds een open zenuw zijn in Zalk. De inwoners van dit lieflijke IJsseldorpje zullen er wel kotsbeu van zijn: iedere keer als ze zeggen waar ze vandaan komen, begint men over Klazien úút Zalk.

Desondanks is er een straat naar haar genoemd: het Klaasje van den Brink-erf. Dat bestaat echt, en heeft gewoon een postcode. Maar hij staat niet op GoogleMaps. In Zalk zelf heb ik hem ook niet gevonden, en zoveel straten zijn daar niet, een stuk of 8 ŕ 9. Ik zag wel een straat zonder straatnaambordje. ..

De Vereniging tegen Kwakzalverij heeft tegen die straatnaam geprotesteerd: ‘Waarom dan niet meteen ook een Jomandaplein?’ Maar dat vind ik toch wel wat overtrokken. Ja, als je echt goed ziek bent, moet je uiteraard geen kruidenvrouwtje raadplegen. Maar voor niet al te ernstige ingebeelde kwalen kun je er wel degelijk baat bij hebben.

Over de IJsseldijk rijd ik terug naar Zwolle. Het fietspad is van de rijbaan gescheiden door een onderbroken streep, een lange stippellijn. Daar de 12-jarige in mij gelukkig nooit is gestorven, rijd ik zigzaggend om die streepjes heen, als er geen mede- of tegenliggers naderen.

De zon is er intussen doorgekomen. De uiterwaarden van de IJssel liggen aan mijn voeten en aan mijn wielen als een enorm schilderij van Jan Voerman sr. Die Zwolse kantoren aan de einder staan het uitzicht wel te versjteren. Maar ook dat is een overtrokken conclusie. Het ligt bij nader inzien anders. Ze trekken je blik naar zich toe. En daardoor zie je juist des te beter het IJssellandschap tussen jou en die gebouwen in, waarop je anders misschien helemaal niet zou letten.

Ik rijd een stukje op Gelders grondgebied, maar keer naar Overijssel en Zwolle terug via de middelste van drie IJsselbruggen. De ene is alleen voor auto’s, de andere alleen voor treinen, maar deze ook voor langzaam verkeer. Aan de overkant doemt al heel snel de fietsenstalling van station Zwolle op - waar je beter kunt afstappen dan de trap te nemen per fiets.

De provincie Overijssel heeft de exploitatie van de Kamperlijn voor de dienstregelingsjaren 2018 t/m 2032 gegund aan Syntus, tegelijk met de spoorlijn Zwolle – Almelo, die onlangs ook geëlektrificeerd is. Laat vanaf december 2017 alsjeblieft niemand meer spreken over het KamperlijnTJE!

Frans Mensonides
15 juli 2017
Er geweest: zaterdag 1 juli 2017

PS: juist voor het ter webbe gaan van deze aflevering schoot me nog te binnen dat ik op die dag in 2011 twee video’s geschoten heb voor YouTube: het Zwolse traject van de Kamperlijn, HEEN en TERUG. Voor zover ik me herinner, was dat tevens mijn laatste video tot nu toe. Vloggen is niet echt mijn ding. Je kunt er schatrijk mee worden, maar dan moet je reclame maken voor allerlei dingen, en daar voel ik niet voor.  

 

 




Kniezen over een knie

 



'kniefie'

Nee, ik maakte geen buiteling met die fiets. Maar al dat veelvuldige ´afstappen, fiets op de standaard, camera tevoorschijn halen, fotograferen, camera opbergen, fiets van de standaard, opstappen´ moet vooral mijn linkerknie geen goed gedaan hebben. Die deed wat moeilijk in de dagen na die toch niet verschrikkelijk lange fietstocht naar Zalk.

Dat werd er niet beter op toen ik op dinsdag 4 juli rond noen op Leiden Centraal nog een klein uur heb staan te wachten op een trein richting Haarlem en uiteindelijk Alkmaar, waar ik voor mijn werk heen moest. Er was een stroomstoring bij station Den Haag Laan van NOI. Gelukkig dat ik niet gewacht heb totdat het treinverkeer toch weer op gang zou komen. Dat was pas het geval tegen het eind van de middag.

Toen ik de volgende morgen op een vroeg tijdstip mijn huis uit stoof, met de gebruikelijke haast op weg naar de bushalte, voelde ik een snerpende pijn in die onwillige linkerknie en lag ik bijna met mijn snufferd op straat. Hoe ik uiteindelijk, half hinkend, nog op de zaak gekomen ben…

Ook zo´n hekel aan mensen die uitgebreide verhalen vertellen over betrekkelijk geringe medische ongemakken, in een wereld waar goddorie toch wel ernstiger dingen gebeuren? Maar om een lang verhaal kort te maken… Een kruidenvrouwtje heb ik natuurlijk niet geraadpleegd; die raden je waarschijnlijk aan om er rupsenkwijl op te smeren, liefst op de dag dat de maan in conjunctie staat met Venus.

De reguliere medicus aan wie ik die knie getoond heb, dacht aan een door overbelasting ontstoken pees. Dat kun je ook wel een beetje zien aan bijgaande ‘kniefie’, al is het geen Röntgenfoto. Die knie is duidelijk dikker dan hij zou moeten wezen, en heeft ook een raar, naar kleurtje, vind ik.

Ik kreeg er pillen voor waarvan ik suf werd, maar die eerst niet wilden werken. Ook kreeg ik het voor de hand liggende advies, de knie wel in beweging te houden maar niet te veel te belasten. Dat laatste is in strijd met fietsen op zo’n zware, niet van versnellingen voorziene OV-Fiets.

Zaterdag de 8e stapte ik daarom niet op de fiets en bleef ik maar een beetje in de buurt van het huis. Jammer dat dat toneelstuk afgelopen is, want nu had ik de oude, strompelende, verwarde man met des te meer rolvastheid kunnen neerzetten.

Dat fietsen deze zomer, daar zat meteen al de klad in en die klad komt er, naar valt te vrezen, niet meer uit. Hopelijk kan ik de 15e in ieder geval wel weer een beetje vlot lopen, om deze juliaflevering van ‘Beminde zaterdag’ nog te redden. Fietsen maar even niet.

Frans Mensonides
15 juli 2017
Geweest: nergens
    



Eerder verschenen afleveringen:

Mei / juni 2017: Valleilijn, Amersfoort en derailleertong - Weer mooiweerfietsen - Zonder bereik op het Wekeromse Zand - Peultjes op Celtic Fields - Lunteren, fout vóór de oorlog? - Leiden - Goor - Leiden; enkele reis in de rondte - v/h VAD Diepenheim: 6 kastelen, één verhaal - Pláátjes van kastelen
Maart 2017: ‘Had u maar in het achterste stel moeten gaan zitten’ - De Punt - Rodin - 1e klas heeft geen klasse - Bedum, tien eeuwen in de greep van Walfridus - 1e klas van Abellio - Apeldoorn-Zutphen - Klarenbeek in een beekdal - Lochem onder vogelgekrasDe Stijl of stijlloos?; Museum ArnhemSpookstation Laren-Almen - ‘De Hoofdige Boer’; Almen in het voetspoor van Staring - Schollevaar; Wandelen in Capelle a/d IJssel - Gamechanger!

November 2016: Sliedrecht op papland (1) - Nationaal Baggermuseum - Sliedrecht op Papland (2) Trump en Piet en zo  - De bus naar Kroeven - Roosendaal, Sint en het Tongerlohuys - Altijd hetzelfde? - Welke dam? Didam (in de Liemers) - Aaltens Onderduikmuseum, eigenlijk meer een experienceDen Haag – Gouda: Sprinter langs Hofwijck - Heksenwaag Oudewater: gewogen en te zwaar bevonden  -  Gouda – Oudewater – Utrecht: In het bandenspoor van de VAGU - Winterstop
Oktober 2016: Arriva-lijn 156, ’s Hertogenbosch – Eindhoven - Sint-Oedenrode in regen en zon - Als in een jongensboek - Hollander-alarm - Leiden – Limburg, of: Wel eens van Flixbus gehoord? - Bunde (Bung), Kasen en Voulwames - Veolia neemt afscheid, en hoe! - Houthem-Sint Gerlach - Almelo – Mariënberg – Hardenberg; Vechtdallijntje vernieuwdHardenberg - Almelo - De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’; Finkers´ Almelo - Vriezenveen - Mooi Deventer - Driekwartierslaantje Diepenveen, a.k.a. Wechelerweg -  Baileybrug, of: het Deventer-moment - Een station aan een snelweg, hoe komt dat? - Relikwie van de Rijngouwelijn, en nieuwe lightrailplannen - Zo oud als de weg naar Kralingen; Krimpen aan den IJssel
september 2016: Terug uit België - Zutphen: Monumentendag in de open lucht -´Karweg´; Oude Hanzeweg Harderwijk – ArnhemToegift: ook actievoerende conducteurs onzichtbaar
augustus 2016: Per trein langs Wouw - Per fiets door Wouw - Langs de Wouwse Plantage - Rijen-Gilze - Netelige kwesties: Emplacement Utrecht Centraal, IC in Harderwijk, en meer - Wolderwijd; Zeewolde - Nuldernauw; ´s Heeren Loo - Intermezzo: het oor en de gekte van Vincent van GoghLaatste fietszomerzaterdag: Spangen, Waalhaven en verder - Het Kasteel -Spotter gespot; Maastunnel en WaalhavenPernis en BeneluxtunnelAnderhalf nieuw station: Utrecht Vaartsche Rijn en Amsterdam RAI
juli 2016 BUCHNaar Schoorl - Inkoppertje: Groet uit Groet - Toch nog het Klimduin -‘Dikke lijnen worden dikker, dunne lijnen verdwijnen’; van deur tot deur in de Randstad - Vlag uit: Tilburg Noord uit isolement! - Oisterwijkse vennenOisterwijk, Heukelom en Berkel-Enschot - Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk - Halte Assel, Echoput, Julianatoren en verder - Terug in BUCH: Uitgeest - Nieuwe worsteling met fietskluizen - ‘Geniet van dit zicht voordat er een snelweg ligt’; in en om Uitgeest - Ouddorp: per bus naar trams 
juni 2016 Een verrassende wending - OV-Fiets - Putten - Knap Goor! - Enschede, Boekelo en Lonneker - Intermezzo: Fluiten = niet meer instappen - Naar Ede(n) - Aanfietsen - Rond Ede(n) - Brunch en Brexit - In en uit een Zelfservicestalling - De Zak van Zuid-Beveland
mei 2016: Waarom ik ook deze keer pas helemaal tegen het eind van de middag ter plaatse was - Syntus’ plannen met Woudenberg, Scherpenzeel en Renswoude - Lijn 80: Amersfoort – Wageningen - Wolkom, een mooie kille pinksterdag in het Heitelân (1) -Museum Dr8888, onverw8s pr8ig! (100 jaar Dada) -Wy binne los, een mooie kille pinksterdag in het Heitelân (2) - Brug in Weener kaputt: spoor naar Leer gestremd - Jans Pommerans van Bad Nieuweschans - Weener per vervangende bus - Aanpassen, meedoen, verzetten: Verzetsmuseum Amsterdam - Zeeburgereiland 
april 2016
: Bussen in de Neus van Noord-HollandWervershoof en Andijk: ‘If only you were here’ -
Zwaag / Blokker: langs het (vermeende) heksenpad en verder - Uitwaaien op Zuid-BevelandWemelend in WemeldingeHeinekenszand Heinkenszand - Een zaterdag met atmosferische omstandigheden - Het storp Leusden: autospoortje en drive-inwoningen - Leusden: hoe versjteer je een busnet?Kamp Amersfoort: de laarzen van een beul - Zwijndrecht – Dordrecht (door omstandigheden) 
maart 2016: Een dag met een tijdslot; Den Bosch – Nijmegen, w/o Rosmalen - Open-jassendag in Wezep - Salto mortale van een toetsenist: Keith Emerson overleden - Elburg: Admiraal Kinnenbak - Deurne, soort van eindpuntDeurne, Hét Dorp - De Wieger: ‘Langs het tuinpad van mijn vader.’- Hoekse lijn (3) - MerwedeLingeLijn, NL-Alert en een winter(?)jas van V&D - Onderweg langs de Onderweg: Hoogblokland en Arkel - Via Baflo naar Bowie - 'Baffelder'- David Bowie was
februari 2016
: Waar je nooit uitstapt - Vechtdal - Dalen; (g)een verdacht pakketjeWederom: Emmen ZuidZonder gram in Gramsbergen - Driehuis en Amsterdam Muiderpoort - Zaankanters - Van Zaandam Kogerveld naar Koog aan de Zaan - Kilometers makenDe meest kletsgrage conducteur van NS -Arriva SpurtTerborg en Silvolde: in het rijk van de Tonater - Huet; De dichteren van Doetinchem
januari 2016
: Stadsbussen, met voorbedachten rade of op de bonnefooi -  Breda Princenhage: ontdekking van het tweede Den Haag -  Roermond: gekte in de Outlet - Met de ICE niet over de Valleilijn - Enschede Kennispark - Stokhorst revisited - Microdienst van Deventer - Schiphol Airport - Stadsbus Lelystad - In het voetspoor van de Maharishi - Museum Nieuw LandStrijp-S: het ‘nieuwe’ station en de nieuwe wijkHOV en Phileas-sof in Eindhoven8 met achtbaan door Acht - Flehite, land van de vele waterlopen - Vathorst, wederom -  Nog een keertje de Valleilijn 
december 2015: Rotterdam - Tilburg / Tilburg: verrassende contrasten - Museum De Pont Apeldoornse roots - CODA - Oss, of wat gebeurde er met de halteloze bus? - Oss, de stad en Museum Jan Cunen - Maassluis aan de Hoekse lijn  
november 2015: Boven het Noordzeekanaal - Blindganger: Sprinter Hoofddorp – Hoorn KersenboogerdWognum; Scheringa geschoren -  Bastaard van Holland; Schagen schimmig in de schemer (Skagen skimmig in de skemer) - Leiden versus Deventer - Cultureel weekendZwaan op het spoor: Sloterdijk-Hoorn - Power to the pieper: Opperdoes - Met de blik op Medemblik - Toegift: Geestlijn exit  
oktober 2015
:  1e klas-maand  - IRM - SLT - 'Berliner'- Sprinter - Twello - Protos - Van Boxtel: kip zonder kop - Koploper - IC Direct - Plan V - Station Breda verbouwt zich - De Evangelist van de Lichtstad - Venlo - Velios - DDZ en DDAR - Assen - Arriva-Vechtdallijn - Buffelen naar Kampen - Bilthoven-Lage Vuursche- Den Dolder: herfstkleuren - de 'Panwag', ICE, de 1e der 1e klassen - MerwedeLingeLijn - Wolfheze en Oosterbeek - Achterhoekse Spurt - Twents/Syntus-LINT - And da winner izzzzz:
 
september 2015: Hoekse Lijn vermetrood (of: verlightraild?- Harderwijk; architectuur en moraalStation Zwolle zonder dolle (en zonder winkels)Utrecht Centraal mag best wat meer kosten - Culemborg, waar dode schrijvers voortleven / Weeshuis: van weldoenster tot helleveeg;
juli-augustus 2015: Introductie - Een dag met gegeven omstandigheden (zomerstorm)  - Veenboemel Alphen a/d Rijn-Gouda - Op Papland  - Doesburg: goed geconserveerd - Nijmegen Lent  en De Oversteek -  Westerscheldetunnel - Terneuzen, waar het licht bijna te zout is voor het oog - Museum Schooltijd: zwijmelen in nostalgie -  Haagse School in Dordrecht - Oudenbosch: de koepel in de kop  -  Boheemse Rapsodie, of: haat-liefdeverhouding met RandstadRail   


© Frans Mensonides, Leiden, 2017