Beminde zaterdag (31)
Winter 2020




Hurdegaryp



< < < < < Deel 30 al gelezen? 


‘Beminde zaterdag’ is een rubriek over treinreizen op die dag met mijn Weekend Vrij. De titel is ontleend aan een dichtregel van Constantijn Huygens die ook heel de week naar het vrije weekend liep te verlangen. Deze reeks is geïntroduceerd in deel 1. Het overzicht van alle tot dusverre verschenen afleveringen vind je in het archief van mijn Thuispagina. 

Dit is de eerste aflevering van de jaren 20. Maar de eerste hoofdstukken spelen zich nog af in december 2019. De rode draad wordt deze winter op mijn Thuispagina: de streekbus, al staat op de eerste zaterdag de streekTREIN nog centraal.


 

Leafste Sneon in LeeuwardenIt giet oan, als het aan Hurdegaryp ligt! -  Bucket ListWij Vikingen! Of: wij Friezen, nazaten van Viking-slaven!Ljouwert yn ljocht en tsjuster- DecenniaDommelen, langs de Dommel en de Keersop - Geteut in het Teutenhuis; Rietveld-dorp Bergeijk



Leafste Sneon in Leeuwarden

Als ik Google Translate mag geloven, is ‘Leafste Sneon’ de correcte vertaling in het Fries van ‘Beminde zaterdag’. Ja, die instinker kende ik al: ‘Sneon’ is zaterdag, en ‘Snein’ is zondag; verwarrend!

Op de 49ste zaterdag van 2019 begeef ik me eindelijk voor het eerst dit jaar naar het Heitelân, het land van mijn voorvaderen. Het doel is een bezoek aan het Fries Museum in Leeuwarden dat op de sterreclame reclame maakt voor de tentoonstelling ‘Wij Vikingen’.

Ik deed dit museum al eens in de winter van ’14, toen ik op de heenweg in Grou onverwachts stuitte op het wereldkampioenschap klunen. Klunen wil zeggen: met schaatsen aan, terwijl er geen ijs ligt, over tapijten lopen. Het museum in Leeuwarden is gewijd aan het typisch Friese, maar dat klunen in een niet-Elfstedenwinter vond ik wel heel, heel erg typisch.

Het zette meteen ook de toon voor dat museumbezoek. Ik stelde vast dat ik, qua afkomst een halve Fries, eigenlijk niet zo gek veel met Friesland heb. Een Fries van de heel koude grond, die niet eens kan schaatsen, laat staan klunen. Maar wanneer het museum een tentoonstelling aankondigt van een nog noordelijker volk, is het misschien wel de moeite waard om het opnieuw te bezoeken.

Ver is het echt niet naar de Friese hoofdstad; vanuit Leiden slechts 2:27 uur via de Hanzeroute, die deze zaterdag zowaar een keer niet gestremd is. NS verwacht vandaag een enorme toeloop van reizigers, want men heeft een Koploper met 10 bakken ingezet. Die toeloop zal ik onderweg niet zien. Nergens, eigenlijk; Nederland verwerkt deze zaterdag zijn Sinterklaaskater; nationale pyjamadag, een heel stille zaterdag, overal.

De werkzaamheden voor knooppunt Herfte zijn nu in volle gang. Een halfjaar geleden fietste ik erlangs, de 4 kilometer tussen Zwolle en de buurtschap Herfte waar de lijnen naar Meppel en Emmen uiteengaan. Er komen 2 extra sporen en een dive under om deze bottleneck op te heffen.

Een kleine 100 km verder ligt de plek waar binnen afzienbare tijd een derde Leeuwardens station moet komen, Leeuwarden Werpsterhoeke. Dat komt in de buurt van verkeersplein Werpsterhoek, zo’n 8 km ten noorden van station Grou-Jirnsum en 5 km ten zuiden van het station dat nog gewoon Leeuwarden heet, en geen Leeuwarden Centraal.

Het station gaat de woonwijk Middelsee bedienen die gebouwd zal worden ten oosten van het spoor. Maar er is nog niets van te zien, alleen heel in de verte de huizen van de wijk Zuidlanden.




Herfte en Zuidlanden

In Leeuwarden staat de Arriva-diesel naar Groningen al te pruttelen voor vertrek. Ik denk dat ik mijn bucket-list met stations waar ik nooit ben in- of uitgestapt, maar eens een item korter ga maken. Nog nooit zette ik voet aan de grond in Hurdegaryp, ook niet toen die plaats en dat station nog Hardegarijp heetten. Aan boord!


 

It giet oan, als het aan Hurdegaryp ligt!


De lijn Leeuwarden – Groningen maakt deel uit van een veel langere spoorverbinding, Harlingen – Bad Nieuwenschans. Die dateert al uit de jaren 60 van de 19e eeuw en was de eerste spoorlijn in het noorden. Als ik deze reis anno 1869 gemaakt had, had ik met de stoomboot van Amsterdam naar Harlingen gemoeten en had ik er wel 1½ dag over gedaan.

Het traject Leeuwarden – Groningen is de laatste decennia aardig opgebloeid qua reizigersaantallen. Dat geldt wel voor meer regionale lijnen die aanbesteed zijn. Er rijdt nu eens per halfuur een stoptrein Leeuwarden- Groningen en eens per uur een sneltrein die alleen stopt in Buitenpost, waarvan ik niet kan onthouden of het in Groningen of Friesland ligt. Het plan is om die sneltrein ook 2 keer per uur te laten rijden. Daarvoor is nu een pakket van maatregelen in uitvoering.

Zo komt er tussen Zuidhorn en Hoogkerk dubbelspoor. En wordt op 2 trajectgedeelten de maximum snelheid opgekrikt: tussen Leeuwarden en Feanwâlden (v/h Veenwouden) van 100 naar 130 km / uur en tussen Grijpskerk en Hoogkerk van 100 naar 120. Een station in Hoogkerk behoort nog steeds tot de mogelijkheden. Ook worden op alle tussenstations de perrons verlengd en worden enkele spoorwegovergangen ondertunneld.

Verder sneuvelde onlangs een curiositeit, station Leeuwarden Achter de Hoven, 1½ km ten oosten van Leeuwarden Sec. Op dat station, te midden van fabrieksgebouwen, stopten slechts enkele treinen per dag, in de spits. Het kende een zeer minimale klandizie van gemiddeld 10 passagiers per dag. Op 31 augustus 2018 halteerde er voor de allerlaatste keer een trein op het station. Ik zie er vandaag geen spoor meer van; de perrons zijn verwijderd. 

Nu is het eerste station op deze lijn Leeuwarden Camminghaburen. Daarna gaan we het platteland op, doorkruisen Tietjerk, en remmen voor Hurdegaryp, waar de stoptrein op het hele en halve uur zijn tegenligger kruist. Voor het stationsgebouw heeft de architect niet echt de diepste lagen van zijn creativiteit aangeboord.

In Hurdegaryp zijn de spoorwerkzaamheden in volle gang. Er is een verlengd perron in aanbouw. En ook hier komt er een ongelijkvloerse wegkruising, nl. bij de spoorovergang Rijksstraatweg, even ten westen van het station.

Want 8 keer per uur de spoorbomen dicht, dat kan echt niet bij de enorme verkeersdrukte die er heerst op het Friese platteland! Ocharm, als ik denk aan Castricum, waar ik doordeweeks de kost verdien. Nu al 12 treinen per uur en binnen afzienbare tijd 16, en nog steeds een gelijkvloerse kruising…


Hurdegaryp

Ik heb een app op mijn telefoon die regelmatig weer-updates geeft: de buitentemperatuur en of het regent. Het laatste merk je zelf wel. Ik heb geen idee hoe die app erop terecht is gekomen en hoe ik hem er weer af krijg. Maar onderweg wees hij steeds een temperatuur van +8 graden aan. Groot is dus mijn verrassing als ik een digitale thermometer tegenover station Hurdegaryp op -19 graden zie staan.

Nou, zo koud was het zelfs niet tijdens die barre, ijzige Elfstedentocht van 1963. Het mag nu wel heel raar lopen als er geen nieuwe Elfstedentocht komt. De rayonhoofden zullen wel in vergadering bijeen zijn. Misschien klinkt vanavond al het verlossende woord: It giet oan!

Gekheid; ik denk dat die maffe Friezen alle thermometers in de provincie onklaar hebben gemaakt en ze 25 graden naar beneden bijgesteld hebben, alleen om in Elfstedenstemming te geraken. Het zou me ook niet verbazen, straks om de hoek een thermometer te zien die + 41,2 graden aangeeft; de hoogte van de Elfstedenkoorts. Die breekt elk jaar uit in de winter, of de weersvoorspellingen daar nu aanleiding toe geven of niet.

Hurdegaryp betekent zoveel als: strook harde grond. Het dorp ontstond op een zandrug, ten zuiden van het huidige dorp dat ooit noordwaarts is opgeschoven naar de Rijksstraatweg en later weer een zuidelijke nieuwbouwwijk kreeg. Daar loop ik nu, eerst over de Wester Omwei en daarna over de Easter Omwei, langs een huis met een Hollandse in plaats van Friese vlag, waar blijkbaar import woont.

De stilte hier is bijna beangstigend. Geen wonder dat niemand zich op straat waagt, als het 19 graden vriest. Wat doe IK hier eigenlijk? Oh ja, die bucket list. En het Friese dorpsschoon fotograferen, maar ik geloof dat ik daarvoor op het verkeerde station ben uitgestapt.

De enkeling die op straat loopt, groet me niet. Maar ik word wel enthousiast toegezwaaid door een jongeman vanuit een auto. Ik zwaai maar terug. Daar zie ik toch nooit veel systeem in; de groet-mores in dorpen, wanneer wel en wanneer niet.

Ik loop door het winkelcentrum en passeer Iterij de Fuorman (Snackbar de Voorman), het Fiskhûs (haringwinkel), supermarkt Poiesz (waar het opvalt dat het meevalt) en sporthal De Hege Fiif (The high five). Daarna volg ik nieuwsgierig de pijlen naar het Nieuw Perspectief. Wat zou dat wezen? Daar heb ik soms behoefte aan, een nieuw perspectief. Maar het blijkt een kerk, een moderne. Een meer ouderwetse zie ik iets verder, de Hofkerk, met wapenstenen boven de ingang.

 Daarmee ben ik dan terecht gekomen op de Rijksstraatweg en het meer fotografabele deel van het dorp.





Bucket List

Via de Stationsweg keer ik terug naar de spoorbaan, waar net de sneltrein naar Groningen langsdendert. Hurdegaryp kan nu afgevoerd van de emmerlijst, die nu nog bestaat uit:

Warffum, Usquert, Uithuizermeeden, Loppersum, Veenwouden, Dronrijp, Sneek Noord, Koudum-Molkwerum, Almelo de Riet, Hengelo Oost, Hemmen-Dodewaard, Nijmegen Heyendaal, Veenendaal West, Hollandse Rading, Diemen, Heemskerk, Krommenie-Assendelft, Den Helder Zuid, Rotterdam Noord, Dordrecht Zuid, ’s Hertogenbosch Oost, Helmond Brouwhuis, Geleen Oost, Hoensbroek, en Eygelshoven Markt.


Wij Vikingen! Of: wij Friezen, nazaten van Viking-slaven!

Je had Noormannen: bewoners van Denemarken, Zweden en Noorwegen. En je had Vikingen. Dat waren de krijgers, dat waren de Noormannen die vanaf de 7e eeuw zee kozen om half Europa leeg te plunderen, Noord Amerika te ontdekken, handel te drijven tot meer dan duizend mijlen van huis en stukken wereld te veroveren. De overige Noormannen en Noorvrouwen bleven thuis.

Vikingen gebruikten de schedels van overwonnenen niet als theekopje. Daar hadden ze namelijk die bekende hoorns voor, die ze dan ook niet op hun helmen droegen; dat zijn allemaal fabeltjes.

Het waren kundige zeevaarders. Voor oorlogsvoering gebruikten ze snelle, wendbare, smalle schepen; voor de handel bredere, waar meer in kon. Hun schepen werden aanvankelijk voortbewogen door roeiers, maar later door de wind in de zeilen.

Ze wisten Oost-Engeland te veroveren en ook het Franse Normandië; de naam zegt het al. Dorestad (Wijk bij Duurstede), in de vroege middeleeuwen de belangrijkste handelsstad van de Lage Landen, werd talloze malen geplunderd. Hun schrikbewind duurde tot en met de 11e eeuw.

Met Friezen hadden ze menige confrontatie. Friezen spraken zelfs van een ‘tsunami vloed van wilde Vikingen’. Maar sommige Friezen, de NSB’ers onder hen, sloten zich juist bij de Vikingen aan en kozen voor een piratenbestaan. Het Friese rijk was indertijd tussen haakjes veel en veel groter dan het huidige grondgebied van Fryslân; het strekte zich uit van Vlaanderen tot in Noord-Duitsland.

Op de tentoonstelling ‘Wij Vikingen´ worden in een stemmig-donkere ruimte verhalen verteld; overal hangen luidsprekertjes die je tegen je oren kunt houden. Bijvoorbeeld over het lot van Walfridus, die ik al tegenkwam tijdens een andere bucket-list wandeling in het Groningse Bedum. Deze heilige werd door de Vikingen vermoord.

Een greep uit het tentoongestelde.

Op dit soort balansjes (hier nagemaakt, niet origineel) wogen de Vikingen stukjes zilver af dat zij gebruikten als betaalmiddel – in gevallen dat zij bereid waren om te betalen. Op hun plundertochten hielden ze die balans vast en zeker op zak, net als hun zilver. Maar muntgeld hadden ze ook. Er is een grote muntenschat gevonden in Pingjum; de naam is, zoals zo vaak, een voorteken.

Wijnvat. Ja, ze lustten best wel een slokje, die Vikingen!

Ze kwamen ver van huis.

'Strijkbout' van glas.

‘Glissen’, geslepen runder- of paardenbotten. Het zijn primitieve schaatsen; voorlopers van doorlopers.

Steen met een bebaard hoofd van de god Thor, gevonden bij Lemmer.

Koning uit een soort schaakspel. Je kunt het hier spelen op een bord, volgens de regels die de Vikingen hanteerden.

Slavenband. Vikingen hielden en verhandelden (onder anderen) Friezen als slaaf.

Hee, dat is interessant, zeg! Dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat ik - halve Fries, immers - voorzaten heb die in slavernij geleefd hebben, een stuk of 50 generaties geleden. Laat ik daarvoor maar eens gauw compensatie gaan eisen in Kopenhagen, Oslo of Stockholm! Meteen een actiecomité oprichten!! Laten ze maar eens wat zilver afwegen voor mij en mijn Friese lotgenoten! Een stuk erkenning!; het gaat nog niet eens om het geld.

Geloof het of niet, maar ik ga nog dagelijks ernstig, zeer ernstig gebukt onder mijn slavernijverleden – waarvan ik nog niets wist toen ik vanmorgen opstond. Hoe anders zou mijn leven verlopen zijn als ik die last niet had hoeven meetorsen?



Ljouwert yn ljocht en tsjuster

Nog een fotorondje door Leeuwarden, bij licht en donker.



Het kantoor van Maandag. Gisteren was het Freed, Vandaag Sneon en morgen Snein. En daarna komt onvermijdelijk Moandei. De 2 beelden heten Love en zijn van Jaume Plensa.


Nee Juh, dat is Leids en daar is geen woord Fries bij.


De scheve Oldehove


Fietsend meisje in laatste oorlogswinter, beeld van Tineke Bot. Het beeld is een eerbewijs aan de vrouwen die eten brachten aan onderduikers.

Ik kan bij dit beeld aan niemand anders denken dan aan mijn moeder die in de Hongerwinter de dorpen rond Leiden affietste en hele middagen bij boerderijen in de rij stond voor een litertje melk; ze heeft het me tientallen keren verteld. Eten bezorgen bij onderduikers heeft zij ook nog gedaan, tijdens een verblijf bij de familie in Apeldoorn.


Het hof van de stadhouder van Groningen en Friesland


De ruim 400 jaar oude Waag




Station Leeuwarden; ook deze Leafste Sneon zit er weer op.

Frans Mensonides
5 januari 2020
Er geweest: zaterdag 7 december 2019




Decennia

We were born born in the fifties
Born born in the fifties
Born born in the fifties
Born born in the fifties.

My mother cried
When president Kennedy died
She said it was the communists
But I knew better.

Would they drop the bomb on us
While we made love on the beach
We were the class they couldn't teach
'Cause we knew better

Born in the 50s’, The Police (1978). Van de LP ‘Outlandos d’amour’

 

28 december 2019: de 522ste en laatste zaterdag van de jaren ’10 is aangebroken. Nog 4 dagen en we kunnen allemaal weer een decenniumwisseling bijschrijven in onze autobiografie. Voor wie Sting en mij kan nazeggen dat hij/zij ‘Born in the fifties’ is, wordt dit al de zevende keer. En, met nog een paar vage, mistige herinneringen aan de 50’s, kan ik straks op 1 januari ook nog zeggen dat ik bewust geleefd heb in 8 decennia, hoewel ik pas 63 jaar oud ben.

Mijn minst vage herinnering aan de jaren 50 is tevens mijn allerlaatste uit dat era. Het was oudejaarsdag en wij logeerden bij opa en oma in Leiden. En er gebeurde iets waarvan ik erg schrok.

Mijn moeder moest even iets pakken van zolder. Ik weet nog wat: een dikke extra deken voor op mijn bed, opdat ik niet zou bevriezen in een koude winternacht in een huis zonder cv. Zij draaide de zolderlamp aan en die maakte kortsluiting. Een vonkenregen en een doorgeslagen stop waren het resultaat. Mijn moeder gillend de trap af: ‘Oh, oh, help, help, de vlammen slaan eruit!!’

Nou, dan zal er wel brand komen, dacht ik. Mijn opa en vader togen naar zolder om bij kaarslicht te een poging te ondernemen, de kapotte lamp te herstellen. Maar ik had weinig fiducie in de 2 belangrijkste mannen in mijn leven. Ik nam me voor, de hele nacht wakker te blijven. Ik dacht: als het huis dan in de fik vliegt, dan kom ik tenminste nog weg!

Uit deze anekdote blijkt wel, dat mijn neiging om te denken in worst case-scenario’s niet bepaald van vandaag of gisteren is. Als driejarige had ik het al. Ik denk dat zoiets echt aangeboren is; niet aangeleerd.

Natuurlijk kon ik mijn ogen niet tot de volgende ochtend openhouden. Toen ik wakker werd, stond het huis er nog. En hoewel ik het nog niet helemaal besefte: de jaren 60 waren aangebroken; een flitsend begin van een flitsend tijdperk!

En straks gaan de Roaring Twenties een reprise beleven. We zitten nu dichter bij de volgende jaren 60 dan bij de vorige. Dat is al 5 jaar het geval, maar ik besefte het onlangs pas. Raar idee.

 

Dommelen, langs de Dommel en de Keersop



Eindhoven

Decenniumwisseling of niet, we gaan zoals gewoonlijk op zaterdag aan de wandel. Het thema voor de rest van deze winter is: de streekbus. Die brengt me vandaag in een streek waar ik in al die decennia nog nooit eerder geweest ben: in Dommelen en uiteindelijk Bergeijk, ten zuiden en zuidwesten van Eindhoven.

Dommelen ligt, zoals de naam al zegt, langs de Dommel. Maar ook langs een zijriviertje of zij-beek, de Keersop. Wie bij die naam een associatie krijgt met het ruime sop, en zich een kolkende, schuimende watermassa voorstelt, moet ik teleurstellen. Een wat atletisch begaafde wandelaar kan er zonder polsstok overheen springen.

Je komt in die regio met Bravo- / Hermes-bussen 317 (Eindhoven – Valkenswaard - Dommelen) en 318 (Eindhoven - Valkenswaard – Dommelen – Bergeijk - Luyksgestel). Die laatste bus rijdt vanaf Dommelen min of meer parallel aan de Keersop, die in België ontspringt en bij Luyksgestel ons land binnenkomt.

3 jaar geleden deed ik in Eindhoven de meeste bussen van de 400-reeks, elektrische stadsbussen, toen een innovatie. ‘De opmars van de elektrische bus begon aan het einde van de jaren 10’, zal later in de geschiedenisboekjes staan.

Tegelijkertijd werd de 300-reeks geïntroduceerd, streekbussen die toch nog op diesel reden, maar zich wel HOV mochten noemen: hoogwaardig openbaar vervoer. In en om EindHOVen betekent dat, dat de bussen in ieder geval een stukje op vrijliggende busbanen rijden.

Voor o.a. 317 en 318 is dat de busroute HOV-2 die loopt vanaf de Aalsterweg in het zuiden van de stad totaan het Van Gogh-dorp Nuenen ten noordoosten ervan. De route voert door het centrum van Eindhoven, via busstation Neckerspoel bij Eindhoven Centraal en langs het megawinkelcentrum Woensel XL. Behalve in het centrum heeft de bus op die route overal vrije busstroken.

In 2017 was HOV-2 nog niet af. Nu is dat wel het geval. Ik kom er nog een keer apart voor terug; je ziet onderweg een aantal fotograferenswaardige plekken. Maar eerst: Dommelen.

De bussen daarheen, lijnen 317 en 318, rijden in gezamenlijke kwartierdienst.  Ze verlaten Eindhoven via de N69, doorkruisen het dorpje Aalst waar die verkeersader dwars doorheen loopt, en koersen af op Valkenswaard. Daar ben ik toch wel eens eerder geweest, om de Malpie-vennen te bewandelen. Dat was in 1998. Mijn website bestaat straks ook al in 4 decennia. Slechts een klein percentage van alle websites kan dat aantal evenaren.

Die keer in ’98 heeft het dorpshart van Valkenswaard geen verpletterende indruk op me gemaakt; ik herken niets meer. Er ligt ijs en sneeuw op het marktplein - maar dat blijkt schraapsel te zijn van een kunstijsbaantje.




Valkenswaard


Ik sla de weg naar Dommelen in. Dat maakt deel uit van de gemeente Valkenswaard. Tot 1970 was het maar een minuscuul dorpje, omringd door een paar nog kleinere gehuchten, waarvan er een Keersop heet. Daarna sloeg de nieuwbouw toe. Tegenwoordig is Dommelen vooral een groot blok woonerven met ca. 10.000 inwoners.

Het is, hoe nietig het ook was, als vanouds bekend door 2 dingen: de watermolen in de Dommel en de bierbrouwerijen van Dommelsch bier.

De eerste kom ik als eerste tegen. ‘Geleefd in 8 decennia’, het mocht wat! Deze watermolen heeft gedraaid in 8 eeuwen. Hij dateert van rond 1350; tel de eeuwen maar na!

Tegenwoordig draait hij niet meer, maar hij is nog wel maalvaardig. Er is nu een winkeltje in gevestigd waar voer verkrijgbaar is voor diverse diersoorten. Momenteel brengen ze er ook meel aan de man dat naar hun zeggen bij uitstek geschikt is om luchtige oliebollen van te bakken. Immers: we zitten in dit hoofdstuk nog vóór de jaarwisseling.

Even verderop een RK-kerk met een ruim park eromheen. Er is een kerststal met echte schapen en een wensboom waar Dommelaars hun wensen voor 2020 kenbaar kunnen maken op een briefje. Een kinderhand schreef: ‘Dat iedereen in vreeden kan leeven’.

Maar iemand anders hoopt dat iedereen het komende jaar krijgt wat hij verwacht. Dat zou dus betekenen dat de realo-pessimist die nergens erg hoge verwachtingen van koestert, gewoon een doorsnee-grijs rotjaar mag beleven.

Wat een onzin, die hele wenserij, allerlei dingen te wensen voor jezelf en voor anderen! Wensen doen ze in sprookjes. ‘Je mag 3 wensen doen’; ja, dat mag je overal en altijd.

Naast de bierfabriek en de watermolen, heeft ook deze RK-kerk historie geschreven en Dommelen op de landkaart geplaatst. In 1967 was dat. Pastoor Mercks had zich jarenlang elke lente verheugd in het gekwinkeleer van een nachtegaal in het park rond de kerk. Maar dat jaar had de vogel er de brui aan gegeven. Hij had misschien helemaal geen zin in de summer of love.

Maar een paar lolbroeken in het dorp wisten raad. Zonder dat Mercks het merkte, verborgen zij een speaker in het park en verbonden die via een versterker met een grammofoon bij een van hen thuis. Daarop speelden ze elke avond een plaat af die geheel gevuld was met nachtegaal-geluiden. Mercks dolblij!

Toen kregen ze het voor elkaar dat zij en de pastoor het verhaal over die opmerkelijk zanglustige nachtegaal mochten komen vertellen op tv, in ‘Voor de vuist weg’ van Willem Duys. Dat was een talkshow avant la lettre, toen dat woord nog niet bedacht was.

Duys haalde kijkcijfers die Jinek in haar stoutste dromen niet zou kunnen wensen. Iedereen had het er de volgende ochtend over. In tegenstelling tot Jinek, over wie ik het nooit iemand hoor hebben. Ja, in andere praatprogramma’s. Op de ochtend dat ik dit typ, was er zelfs een praatprogramma op tv waarin men praatte over een ander praatprogramma op tv, waarin gepraat werd over praatprogramma’s als Jinek. Ze houden zichzelf aan de praat met zichzelf. Het gaat helemaal nergens over, en geen hond die er nog naar kijkt.

Goed, het halve dorp Dommelen naar Hilversum, die keer in mei 1967. En staande die show maakten de grapjassen bekend dat het geluid van die nachtegaal van een grammofoonplaat kwam. Pastoor Mercks was not amused, om het zacht uit te drukken. Een krakende gvd zal hij misschien nog net binnenboord gehouden kunnen hebben. Maar men hoorde hem vast wel tussen de opeen geklemde lippen ‘Drommelsch!’, fluisteren.

Er is in Dommelen nog decennialang gelachen om die goeie grap, tot de dag van heden; het verhaal valt nu nog te lezen in het park. Een café in het dorp werd omgedoopt tot De Nachtegaal.

5 x Dommelen; 3x Bergeijk

Met cafés komen we nu op het onderwerp: bier. Dat ik nooit drink, tussen haakjes. Voor de ware liefhebber van gerstenat is een bezoek aan Dommelen zoiets als een bedevaart.

Sinds 1825 wordt er Dommelsch bier gebrouwen in Dommelen. Het uiterlijk van de brouwerij (rechtsboven op de foto) kan me niet erg imponeren. Het is de concurrent maar. Ik heb ooit nog een zeer korte periode gewerkt bij de fabriek van het heerlijk heldere spul dat uit Zoeterwoude komt. En die brouwerij was veel en vééél groterder.

Eerst was die van Dommelen nog kleinbehuisder dan nu: een herberg annex brouwerij, in een ‘langgevelboerderij’. Ik dacht dat het deze was, op de foto hieronder; ook een behoorlijk lange gevel. Maar als ik straks met bus 318 verder rijd, zal ik hem om de hoek zien liggen. En nu heb ik hem dus niet op de foto.

Evenmin als de Keersop. Ik had willen wandelen langs de boorden ervan. Maar hij bleek te stromen door een blubberig weiland, een moerasachtig stuk land ten westen van Dommelens huizenzee. Ik zie hem alleen in een flits, alweer vanuit de bus naar Bergeijk.

Nou, ik ben al met al weer lekker bezig vandaag, met mijn incomplete mapje foto’s.

 

Wat dit dan wél is? Het logo van Dommelsch Bier staat er ook boven de deur. Het hoort wel bij de brouwerij, op een of andere manier.

 

Geteut in het Teutenhuis; Rietveld-dorp Bergeijk

In de bus naar Bergeijk ga ik eerst maar eens opzoeken wat ik daar beslist zien moet; ik wil ook daarvandaan niet thuiskomen met een halve fotorapportage. Maar een van de bezienswaardigheden kun je moeilijk missen als je bij de halte Hof in het centrum uitstapt.

 

Weinig bus-abri’s bereiken de monumentenstatus. Het is een vorm van weggooi-architectuur. Geen ontwerper doet er echt zijn best op. Je ziet in alle uithoeken van het land honderden dezelfde. Ze dienen als reclamezuil en oh ja, busreizigers blijven er droog in. Als ze versleten zijn, of de mode voor abri’s veranderd is, gaan ze rücksichtslos op de schroothoop.

Behalve deze. Deze is namelijk ontworpen door de befaamde architect en meubelmaker Gerrit Rietveld (1888-1964), bekend van de Rietveld-stoel en het Rietveld-Schröderhuis. Het bushokje dateert uit 1963. Met blauwe geglazuurde stenen en rood en geelgekleurde vensters toont het de 3 elementaire kleuren van De Stijl.

Rietveld liet in de herfstdagen van zijn loopbaan en leven meer na aan Bergeijk dan deze abri alleen. Er bestaan zelfs Rietveld-excursies. Zo ontwierp hij voor De Ploeg (van de bekende Ploegstoffen) even ten noorden van het dorpshart een weverij. Tegenwoordig huist de fa. Bruns in het gebouw (2e van rechts onder op de foto), een ontwerpbureau voor exposities.

Verder zette Rietveld twee villa’s neer in Bergeijk en ontwierp hij een klok die ik om 16:38 nog net in het laatste daglicht kan fotograferen.

 

Nog een paar monumenten van ver voor de tijd van Rietveld. Dit Luihuis heeft niets te maken met de lediggang die des duivels oorkussen is. Nee, lui van luiden. Het is een 17e–eeuwse klokkenstoel; deels van eikenhout en deels van steen. Het gebouw kwam in de plaats van een toren die tijdens de Tachtigjarige Oorlog gesneuveld is. Er was geen geld voor een nieuwe, en dan dit maar. Uit nood geboren, maar nu een van de blikvangers van het dorp en de enige klokkenstoel in Brabant. Vroeger werd de klok met de hand geluid (ik kan nu aan niets anders denken dan ‘Bim Bam’ van André van Duin); tegenwoordig gaat het elektrisch.

 


Het bijna 300 jaar oude Teutenhuis heeft even weinig met treuzelen te maken als het Luihuis met luiheid. Teuten waren ambulante handelaars, in sommige andere delen van het land kiepenkerls of lapkepoepen genaamd. In de zomer trokken ze half Europa door om hun waren aan de man te brengen, tot wel duizend kilometer van huis. Ze waren georganiseerd in een soort gilden. En ze boerden goed; veel van hun riante woningen staan in deze streek nog overeind.

Zoals dit Teutenhuis in Bergeijk, waarin nu een aantal instellingen op cultureel gebied zitten, waaronder een sigarenmuseum.

Dit jaar (2019, nog steeds), is er ernstig gedonder ontstaan in het Teutenhuis. De verschillende gebruikers van het pand vechten elkaar de tent uit.

Het begon met de ontvreemding van enkele sigaren uit het sigarenmuseum. Te vrezen valt dat de dief die kostbare museale rokertjes doodleuk in vlammen heeft laten opgaan. En die dief wordt gezocht binnen het Teutenhuis; het lijkt een inside job.

Er was ook sprake van diefstal van 2 niet tot een museumcollectie behorende plastic gebaksvorkjes. Daarvan is aangifte gedaan bij de politie, alsof Hermandad niets beters te doen heeft. Er kwam een camera in het Teutenhuis te hangen, niet met instemming van iedereen. Een Teutenhuisbewoner plakte de lens af met zwarte tape. Anderen konden niet langs die camera lopen zonder gekke bekken te trekken. Het kwam allemaal in de krant – achter een betaalmuur, weliswaar, want het was belangrijk genoeg voor een Premium-artikel.

De gemeente is het geteut meer dan zat, en zint op keiharde maatregelen. Ik zie die stoere SUV van Rijdende Rechter Reid nog wel eens voor het Teutenhuis stoppen. Die kickt toch al op de rafelranden van ons koninkrijk, wanneer verblinde stijfkoppen elkaar daar voor rotte vis uitmaken in te ondertitelen dialecten.

En dat allemaal in zo’n alleraardigst dorp als Bergeijk, fotografabel ook, heel gevarieerd, Brabants bont. Daar de streek bekend is geworden om zijn pils, ga ik eetcafé Tante Thee binnen voor een late lunch. Ook daar niets dan vriendelijkheid en gezelligheid. Geen kille blikken vol dedain naar een Hollander, wat ik ook wel eens heb meegemaakt in Brabo-land. Dat Teutenhuis is beslist niet representatief voor Bergeijk.

Ik verlaat het dorp met bus 318, me opmakend voor een rit van 3 kwartier in het winterduister. Lijn 18 had ik ook kunnen nemen, die rijdt via Veldhoven en doet het iets sneller. Maar de 318 stopte als eerste bij de Rietveld-abri.

Als ik vanmiddag getroffen zou zijn door een 5-uursdip, zou ik dit stukje besluiten met de mededeling dat ik in die bus zat te Dommelen. Maar dat was niet het geval.

Frans Mensonides
12 januari 2020
Er geweest: zaterdag 28 december 2019.


Eindhoven


© Frans Mensonides, Leiden, 2020