Dicht bij huis: nieuwe NS-sprinter; station Lansingerland-Zoetermeer; elektrische bus Den Haag



De elektrische bus van HTM op Den Haag Centraal


De laatste maanden van 2018 blijf ik voor de rubriek ‘De digitale reiziger’ dicht bij huis; in ieder geval in de provincie Zuid-Holland. Want daar gebeurt het, sinds op zondag 9 december de nieuwe dienstregelingen zijn ingegaan; daar valt van alles te beleven!

Tussen Den Haag Centraal en Haarlem rijden nu de fonkelnieuwe Sprinters Nieuwe Generatie van NS (OK: Haarlem ligt in NH, dat is waar). Lansingerland-Zoetermeer, het enige nieuwe spoorwegstation dat afgelopen zondag  geopend is, ligt wel in zijn geheel in ZH (en voorlopig in het midden van nergens). Verder heeft HTM in Den Haag op lijn 28 (Voorburg Station – Den Haag Centraal – Scheveningen Zuiderstrand) zijn eerste elektrische stadsbus in gebruik genomen.

Naast al die nieuwe dingen, is ook het aantal R-NET-buslijnen in Zuid-Holland uitgebreid en zelfs verdubbeld, van 5 naar 10 stuks. Ook daar zal de komende weken aandacht aan besteed worden, maar in een ander artikel.

Het artikel dat je nu leest, is helaas nog maar half af, wegens privé- en werkdrukte mijnerzijds. De andere helft volgt binnenkort.

 

Mét toilet en Mondriaan-motieven: Sprinter Nieuwe Generatie

Zondag 9 december ging hij officieel in dienst: de Sprinter Nieuwe Generatie, ofwel: SNG. NS heeft bij de Baskische treinenbouwer CAF niet minder dan 118 exemplaren besteld van deze treinstellen, waarvan 68 met 3 bakken en 50 met 4. Daarvoor telde NS ruim een half miljard euro neer.

De treinen gaan dienen als opvolgers van het compleet versleten Stadsgewestelijk Materieel (SGM). Dat zijn de Sprinters die in de 70’s in eerste instantie zijn ontworpen voor de Hofplein-, Zoetermeer- en Hoekse Lijn, ook allemaal in ZH. En ergens is het dus logisch dat de nieuwe Sprinters ook in die provincie op de reizigers worden losgelaten, ook al overschrijden ze tussen Hillegom en Vogelenzang de provinciegrens.

Ze rijden momenteel alleen op de treinserie Den Haag Centraal – Leiden Centraal – Haarlem, en in het weekend en de avond alleen tussen Leiden en Haarlem. Op de lijn Den Haag – Haarlem reed er de afgelopen weken al een op proef. Die nam ik een keer vanuit Haarlem, onderweg van werk naar huis. Ik heb er dus al eerder ingezeten dan de spoorhotemetoten die er op deze zondagmorgen op een onchristelijk tijdstip in Haarlem in moesten stappen.

 

Mooi contrast op station Haarlem in de avondspits: een fonkelnieuwe SNG naast dat ouwe wrak waarmee de spitssneltrein Haarlem – Alkmaar gereden wordt.

 

Meer capaciteit op het spoor, meer plek in de spits, daarvoor moeten deze SNG’s gaan zorgen. In totaal bieden ze 20.000 extra zitplaatsen.

 Als je ze niet nauwkeurig van buiten bekijkt, lijken ze sprekend op FLIRT’s en die wel weer wat op SLT’s. Maar het blauw van de nieuwelingen is dieper en donkerder dan dat van hun voorgangers.

Binnen valt meteen het Mondriaan-design op, dat ook wel doet denken aan dat in de FLIRT. En het enorme, ronde toilet trekt de aandacht, waar de SLT’s het nog zonder moeten stellen. En wat voor toilet! In een overvolle trein zouden ze zeker een dozijn extra reizigers een staanplek kunnen bieden, en één een zitplek.

Maar daarvoor zijn ze niet ontworpen. Nee, je kan er in keren met een rolstoel, zodat ze ook voor gehandicapten toegankelijk zijn. Die kunnen ook beschikken over 2 speciale rolstoelplekken in de gang, naast die ronde toiletdeuren. En de trein zelf is ook goed toegankelijk voor rolstoelers, want de vloer ligt nagenoeg op perronhoogte, en er is een uitschuiftrede om de barrière perron – treinvloer soepel te overbruggen.

Deze SNG’s beschikken, net als de FLIRT’s en de SLT's, over Jacobsdraaistellen, dat wil zeggen dat de wielen zitten onder de ‘harmonica’s’ tussen de geledingen. Dat betekent dat de trein daar geen hindermissen kent in de vorm van klapdeuren. Je kunt er van achteren naar voren doorheen kijken en er gemakkelijk doorheen lopen.

De stoelen vormen volgens velen wel een minpuntje: te hard en stug. Dat kan ik wel onderschrijven. Maar het kan ook nieuwigheid zijn. Die banken zijn nog niet uitgezakt en uitgelubberd door duizenden reizigersbillen en -ruggen. Over een jaar of wat zal de zit wel beter zijn.

Op zondagavond de 92 wil ik de 1e klas van de SNG even beproeven, gewapend met Weekend Vrij, aangevuld met een ‘upgrade’.

Ja, ook in de 1e klas zijn de stoelen aan de harde kant. En wat is de zin van een 1e klas als je er dezelfde accessoires hebt als in de tweede, waaronder een stopcontact en USB-aansluiting voor je elektronische communicatiemiddelen? Eigenlijk is deze trein één grote 1e klas.



Deze hoeve uit 187* bij station Voorhout heeft de stoomtrein nog gezien


Ik heb geen zin om helemaal naar Haarlem te reizen; dan is het net of ik naar mijn werk moet. Nu zou ik in Hillegom kunnen uitstappen, en in gierende winden 11 minuten op het perron gaan staan wachten op de trein in de andere richting. Of ik zou al kunnen afhaken in Voorhout, en 27 minuten wandelen in de gezellige, knusse dorpskern, feeëriek geïllumineerd met de feestverlichting die in december zo passend is.

Ik doe het laatste. Knus blijkt het juiste woord niet, op deze zondagavond met een harde, gure wind, van tijd tot tijd gepaard gaande met striemende regenvlagen. De genoemde verlichting hangt te slingeren boven mijn hoofd. Er is geen sterveling op straat. Iedereen zit binnen, met het bord op schoot bij Studio Sport Eredivisie, en / of zich op te maken voor het kijkcijferkanon Heel Holland Bakt Ze Weer Bruin.

Het Wapen van Voorhout heet nu Cheers; ja, hier was het. 25 jaar geleden, toen ik nog bij ROVER zat, hebben we het busvervoer in Voorhout en omgeving nog eens proberen te redden. Voorhout kende toen nog geen NS-station; dat is in 1996 pas geopend. Onze reddingspoging slaagde maar half, maar leverde wel een  hilarische anekdote op met Cheers, v/h Het Wapen van Voorhout, als decor.

ROVER was laatst in het landelijke nieuws. Ze zijn tegen gratis OV, lieten ze weten naar aanleiding van een plan daarvoor in Luxemburg. Want gratis OV, dat maakt de files niet korter, denken ze. Nee, dat valt ook niet te hopen. Veronderstel, als alle automobilisten morgenochtend en bloc voor de trein zouden kiezen! Dan wordt het in de treinen nog drukker in de spits. Daar kunnen geen extra 20.000 harde SNG-bankjes tegenop.

Maar voordelen kleven er toch ook wel aan gratis OV. In de eerste plaats voor de portemonnee van de reizigers, die ROVER zegt te vertegenwoordigen. En we zijn dan ook in één klap af van ergerlijke fenomenen als treinconducteurs en de OV-chipkaart; toch iets om over na te denken.

In Luxemburg, een miniland met mega-files, is het OV binnenkort dus gratis. Dat is vooral een maatregel van efficiëntie. Nu koop je een enkeltje voor 2 euro, met recht op overstappen gedurende 2 uur, dat geldig is in bus, tram en trein. In die tijd reis je naar elke uithoek van het landje. Het innen van dat geringe bedrag zal duurder zijn dan het geheel kwijtschelden ervan.

Luxemburg stond al, voordat ik dat hoorde, op mijn zeer-lange-termijnplanning. Over een jaar of 3 à 4 is de enige tramlijn van het land voltooid, die wel de drukste tramlijn van de hele Benelux gaat worden. Daar lekker gratis mee reizen, bij leven en welzijn.

Probleem in Luxemburg is nog de eerste klas in de trein. Daar wil straks natuurlijk iedereen heen, als het toch niets meer kost. Waardoor de op rust beluste reizigers die er inzaten, nu uit het OV de auto in gejaagd worden.

Ik ga de 1e klas in de SNG maar weer eens opzoeken. Gauw terug met de volgende trein.


Half af: station Lansingerland-Zoetermeer



Met mijn jaarlijkse ronde langs alle nieuwe spoorwegstations ben ik dit keer ontzettend gauw klaar. Het is er maar één: Lansingerland-Zoetermeer. Het ligt op de grens van Zoetermeer en Bleiswijk, gemeente Lansingerland.

En Lansingerland is dan bij mijn weten de enige gemeentenaam, niet tevens een plaatsnaam, die op een stationsbord staat. Lansingerland is een stuk polder tussen Zoetermeer en Rotterdam. De gemeente, met ca. 60.000 inwoners, bestaat uit de ernstig verVINEXte dorpen Bleiswijk, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs.

Het nieuwe, helaas halfvoltooide station ligt aan de spoorlijn Den Haag – Gouda, pal ten zuiden van het brede en drukke autoriool de A12, en bij… Ja, bij wat?

Deze locatie in de polder heet ook wel: Bleizo, naar Bleiswijk en Zoetermeer. Al in 2011 was ik in deze contreien op verkenning. Toen was ik al op zoek naar dit knooppunt in wording, waar het allemaal zou samenkomen: trein, Randstadrail, bussen, fietspaden, autostrades, recreatie, jolijt, hotels, een outlet, industrie, bedrijvigheid, sport, fitness, vrijetijdbesteding, kortom: vrijwel alles wat nuttig en / of aangenaam is.

Dat had allemaal gerealiseerd moeten worden in de 12 maanden nadat ik er was. Maar wat er toen óók was: crisis. Bijna al het moois dat Bleizo had moeten bieden, werd uitgesteld. Behalve die outlet, die werd zelfs definitief afgesteld. Nu heb je er alleen bedrijventerrein Lansinghage, ten zuiden van snelweg en spoor, en Dutch Tech Campus ten noorden ervan. En die waren er allebei al.

Ik kon op die novemberzaterdagnamiddag in ’11 al moeilijk geloven dat de rest ook nog gerealiseerd zou worden. Tijdens die wandeling over het bedrijventerrein dat nu Dutch Tech Campus heet, nam een gevoel van peilloze troosteloosheid bezit van mijn geest.

Nu is in ieder geval dat station er. Het is het 3e station in Zoetermeer, na Zoetermeer Oost  en Zoetermeer-zonder-meer (Zoeter, dus) aan dezelfde spoorlijn. Waarbij moet worden aangetekend, dat Zoetermeer er ooit 14 had, maar het dozijn stations aan de ‘krakeling’ is in de jaren 00 vervangen door Randstadrailhaltes.

Ik ga op zondag meteen op pad naar station Lansingerland, ook na donker, maar vóór Voorhout. In het weekend stoppen hier elk halfuur de Sprinters Den Haag – Den Bosch. Doordeweeks doen ook de Sprinters Den Haag – Gouda Goverwelle dat, zodat je hier elk kwartier in- en uit kunt stappen.

Wat op deze late zondagmiddag erg weinig mensen doen. De trein stopt alleen voor mij – en dat is dan mooi meegenomen, want ik zag vandaag al 2 tweets in mijn timeline van mensen die op Lansingerland-Zoetermeer uit- of in hadden willen stappen, en de trein zagen doorrijden.




Goed, het station is er, de kaartjesautomaten staan er. Reisinformatie, die is er niet. Een dak nauwelijks; de stationshal is nog niet af. Dat geldt ook voor het perron van Randstadraillijn 4. Lijn RR4 eindigt nog steeds bij de halte Javalaan. In 2011 lag het eerste stuk spoor er al voor de doortrekking van RR4 naar dit punt. Dat spoor is sindsdien gebruikt als nachtstalling voor Randstadrailvoertuigen. 7 jaar was lang genoeg om de laatste hectometers aan te leggen. Nou nog een halteperron ...

Wat is er nog meer niet? De bus-aansluiting. Heel in de verte, een halve kilometer naar het noorden, zie ik een bus rijden over het bedrijventerrein. Maar die heeft nog geen halte bij het nieuwe station. Het gaat nog komen, komende lente: haltes voor de ZoRo-bussen 170 en 173 van Zoetermeer Centrum West naar Metrostation  Rodenrijs.

En verder in de stationsomgeving? Vanaf wat met een weidse naam het Noordplein heet, loopt er een blubberig fietspad in noordelijke richting. Verder niets te zien in de duisternis, dus ik kom er nog een keer voor terug.

Een half uur lang hoor ik niets anders dan het gebulder van die autoweg, zo nu en dan nog overstemd door het gedender van een langsstuivende IC. Dan komt de Sprinter naar Gouda me gelukkig bevrijden.

Zoals al gezegd in de inleiding: net als Lansingerland-Zoetermeer is ook dit artikel maar half af. Spoedig meer!

Frans Mensonides
14 december 2018
Er geweest: zondag 9 december 2018



Van Drielanden- naar Eénprovincietrein

Deze vrijdag de 14e december 2018 heb ik al maanden geleden gereserveerd voor een Keuzedag naar Limburg. Dat in verband met de geplande opening van de Drielandentrein van Arriva: Luik – Maastricht – Heerlen – Aken.

Die werd echter een paar maanden geleden al teruggebracht tot een tweelandentrein Maastricht – Aken. België wil ‘onze’ Arriva-treinen voorlopig niet hebben. Er speelt een ingewikkeld technisch verhaal. Maar daar ga ik me niet in verdiepen. Het is in werkelijkheid toch alleen maar de kift: de Arriva-treinen zijn veel mooier dan het hopeloze zooitje schroot waarmee de NMBS de verbinding Maastricht – Luik – (Hasselt) thans onderhoudt.

Een paar weken geleden kwamen er ineens ook vervelende verhalen uit Duitsland. Ook daar zijn de treinen uit Limburg nog niet welkom: de toelatingsprocedure is nog niet afgerond. En zo bleef die Drielandentrein een éénlandstrein, om niet te zeggen: een éénprovincietrein, waarvan er 13 in een dozijn gaan; de moeite niet waard om erheen te reizen.

Goed, dan maak ik die Keuzedag maar op aan een Ronde van Zuid-Holland. Vandaag is de laatste gelegenheid om hem te besteden voordat hij vervalt; elke kilometer die ik er mee reis, is meegenomen.

 

Lansingerland-Zoetermeer bij daglicht




Eerst terug naar Nergenshuizen, ZH, ofwel: Lansingerland-Zoetermeer. Dat station heeft wel degelijk een stationsomgeving, al woont er geen mens en al zag ik hem afgelopen zondagavond niet in het donker. Hij bestaat uit de bedrijventerreinen Lansinghage ten zuidwesten van het station en Prisma aan de noordzijde, en verder uit ongerept weiland.

Door verhalen over hoe mooi Bleizo zou worden, had ik me iets voorgesteld als een amusementsfabriek, zo niet: je reinste Sodom en Gomorra, zoals The Strip in Las Vegas. Maar zoiets zie ik ook vandaag, bij zonlicht, echt niet. Wel 750 meter verderop de ranke betonvoeten van de HSL-baan. Treinen rijden af en aan; Thalyssen, Intercity’s Direct. Wie beweert dat deze hogesnelheidslijn vergeefs is aangelegd, en dus geldverspilling was, maakt zich schuldig aan retoriek.

Boven mijn hoofd wordt hard gewerkt aan het eindpunt van Randstadraillijn 4. Naar het zuiden zie ik windturbines om stroom op te wekken en 380-kilovolt-leidingen om het te transporteren.

Op het perron is het glad, en is er zowaar zand gestrooid om reizigers voor uitglijden te behoeden. We hebben één van de eerste vorstnachten van winter 2018 / 2019 achter de rug. Nu is het aangenaam, zonnig winterweer.

Nou, ik word vandaag iets vrolijker van station Lansingerland-Zoetermeer dan bij mijn eerste kennismaking. Vrijdag tussen de middag is sowieso al een vrolijker tijdstip dan zondagavond. Ik zie enkele mensen met kantoorpakken en –tassen opgewekt naar de ingang van het station lopen; vrijdagmiddag vrij; lekker weekend; werkweek weer achter de rug.

Een busaansluiting is er ook wel degelijk. Vanaf het perron 58 traptreden op, 58 er ook weer af, 400 meter lopen over een betonplaten pad en je staat bij de halte Prismalaan West op grondgebied van Bleiswijk. Daar vertrekken bus 173 Zoetermeer – Rodenrijs via Bleiswijk, 177 naar Gouda via Moerkapelle en Zevenhuizen, en in de spits de Qliners 380 /381 Den Haag – Alphen en 383 van Den Haag helemaal naar Krimpen aan den IJssel via Capelle aan denzelfden IJssel.

Mooi allemaal, maar ik twijfel of reizigers dit nou nog als een trein-busaansluiting willen zien, als je zo veel moeite moet doen om bij de halte te komen.

‘Gereed december 2016’ staat vermeld op een billboard over de vervoersknoop die Lansingerland-Zoetermeer moet worden. Aan de andere zijde van het viaduct onder de Randstadrailbaan is, op Zoetermeers grondgebied, het Innovation Park, ‘Where innovation becomes reality’, wat blijkbaar niet in het Nederlands aan passanten duidelijk gemaakt kon worden.


Ik ga weer door de tunnel en volg nu de randstadrailbaan tot het proto-station Burgemeester van Tuyll Sportpark, waar niets meer aan ontbreekt, behalve Randstadrailvoertuigen die er stoppen. Ook hier niet de glamour die de Bleizo-locatie ooit beloofd heeft; het Van Tuyll Sportpark ziet eruit als een doornsee-sportcomplex. Weer een stukje verderop ligt in de verte station Javalaan, sinds 2007 het eindpunt van RR4.

Terug naar bedrijventerrein Prisma dat nou niet bepaald de levendigheid uitstraalt die je zou verwachten op een stuk grond, gewijd aan nijverheid. In die bedrijven zal men zich zo langzamerhand gaan opmaken voor de vrijmibo. Voor enkele gelukkigen begint vanmiddag misschien al de kerstvakantie. En als ze hetzelfde systeem hanteren als mijn eigen werkgever, dan staat vandaag het IKB (Individueel keuzebudget) op de bankrekeningen van de medewerkers. Als ze die eerder dit jaar al niet opgemaakt hebben, is het vandaag betaaldag en valt er een soort jackpot.

Dat terrein Prisma, daar liep ik rond te dolen op die schemerige zaterdagmiddag in ’11. Nog eerder, jaren en jaren voor het begin van de jaartelling van Internet en deze site, fietste ik wel in deze omgeving over laantjes langs tuinderijen. Toen wees nog niets op de HSL, innovatieparken en Bleizo. En daar heb je de Klapachterweg, een geasfalteerd paadje waarvan de naam me toen al opviel.

Daarna terug naar station Lansingerland-Zoetermeer. Vanzelfsprekend moet ik weer over die 116 traptreden; de liften zijn nog niet in gebruik genomen. Ik heb de wandeling wat onderschat en mis daardoor net de trein van 12:45 naar Gouda Goverwelle. Nu zie ik hoe krap de IC richting Gouda bovenop de Sprinter zit. Die is maar net op gang gekomen en in de verte verdwenen, of de IC dendert al langs.

Tijd om nog eens rond te kijken aan de zuidzijde van het station. Lansinghage begint op een hectometer hemelsbreed van het perron, maar je moet voorshands een kilometer omlopen om er te komen.

Dat gaat allemaal goedkomen. Over een halfjaar is alles klaar: Randstadrailplatform, bushalte. En nog een paar jaar daarna is de amusementsfabriek genaamd Bleizo misschien ook gerealiseerd. Wellicht kruipen de aantallen treinreizigers op Lansingerland-Zoetermeer dan langzamerhand (Lansingerhand?) toe naar de 10.000 in- plus uitstappers die NS geraamd heeft. Het lijkt me wel erg optimistisch; maar weinige niet-Intercity-stations halen dat aantal. Maar we gaan het zien.

 

MerwedeLingeLijn in andere handen


Via Gouda en Rotterdam reis ik naar Dordrecht. Nog een wijziging in het Zuid-Hollandse treinverkeer (ongenoemd in de inleiding van dit stukje; ik dacht er onderweg pas aan): De MerwedeLingeLijn Dordrecht-Geldermalsen (waarvan het eindstation in Gelderland ligt; inderdaad).

Die lijn was er al, en is er nog steeds, en er is de laatste jaren ampele aandacht aan besteed op deze site; voor het laatst in het gelinkte stukje. NS verwaarloosde hem en wilde hem opdoeken. Arriva en de Provincie maakten er in 10 jaar tijd iets moois van. Maar Qbuzz nam per 9 december 2018 de concessie over.

Tevens verwierven de treinen het felbegeerde R-net-logo, waarmee tot dusverre de Abellio-Sprinters Alphen aan den Rijn – Gouda zich als enige treinen mochten tooien. Verder verandert er op de MLL voorlopig weinig; het zijn nog exact dezelfde treinen die rijden volgens exact hetzelfde patroon. Ze rijden onder Qbuzz op werkdagen iets langer in kwartierdienst tussen Dordrecht en Gorinchem, nl. tot 20:00 uur in plaats van 19:00 uur onder Arriva. En verder heeft Qbuzz beknibbeld op het aantal ‘stewards’ (lees: conducteurs / controleurs). In de loop van 2019 krijgen de treinen een nieuw interieur.

Ik neem een trein tot het eerste station, Dordrecht Stadspolders, en zal meteen de volgende terug nemen; alleen even voor een foto.

Verder nog iets nieuws op het spoor, dit jaar? Ja, ook hier in Dordt: de opheffing van de IC Dordrecht – Breda. Maar daar hoef ik niet heen, want aan die trein is niets meer te zien, want hij is er niet meer. Snel over op de bus, dus; over de treindienstregeling 2019 valt nu niets nieuws meer te vertellen.

 

Een feestelijk oplaadmomentje: Elektrische HTM-bus

Op die al vaker genoemde zondag 9 december werd de eerste Haagse elektrische stadsbus in gebruik genomen, op een nieuwe verbinding: lijn 28. Die loopt van het voormalige Norfolkterrein ten zuidwesten van de Scheveningse haven via het Gemeente- en andere musea en het Spui naar Den Haag Centraal. Doordeweeks gaat hij in de spits daarna nog door via bedrijven- en tegenwoordig ook woonwijk De Binckhorst door naar station Voorburg. Dat stukje werd vóór vandaag al onder nummer 28 gereden, maar dan met dieselbussen.

De elektrische bussen worden ’s nachts opgeladen in de garage. Overdag worden ze na elke ‘slag’ nog bijgeladen op het eindpunt op het Norfolkterrein.

Elke zondagmiddag ga ik met mijn broertje Sjoerd, die verpleegd wordt in de Haagse wijk Bohemen, aan de wandel; beurtelings in Leiden en in Den Haag. Deze zondagmiddag is Den Haag aan de beurt. Een ritje met die elektrieke bus leek me een aardig uitje.

We stellen ons daarom op bij de halte op het busplatform boven Den Haag Centraal. Dat horribele tochtgat, ontworpen door een doodsvijand van de OV-reiziger, ligt al eeuwen op de schop. Wachtruimtes zijn gesloopt en er wil maar niets voor in de plaats komen. In november 2019 moet de renovatie dan toch nog voltooid zijn.

Op het platform loopt een legertje personeel rond die onformatie verstrekt over het gewijzigde busnet, met ook nieuwe lijnnummers die vrijwel allemaal met een 2 beginnen. Ook delen ze Tony’s Chocolonely-repen uit met een speciaal wikkel eromheen: ‘Een feestelijk oplaadmomentje. Vanaf 9 dec. rijdt de E-bus van HTM’.

Minder feestelijk: de E-bus van 14:37 verschijnt niet. We staan nu al een dikke 10 minuten te wachten in de gure wind. In die tijd hebben we al een hele stapel folders in ontvangst genomen, en meer chocoladerepen gescoord dan goed voor ons is, want ze blijven ze uitdelen.

Eén van de HTM-medewerksters heeft iets leidinggevends over zich en loopt interessant te doen met een tablet. Ik vraag haar of de stroom van bus 28 wellicht is uitgevallen, gezien het feit dat hij niet verschijnt. Maar daarmee heb ik het meteen bij haar verkorven, want ze weigert op verdere vragen in te gaan. Hierboven typte ik per ongeluk: ‘onformatie’, maar dat is dit ook wel, dus ik laat die typefout gewoon staan.

Wij pakken dan de tram maar naar Scheveningen. Later op de middag proberen we nog de elektrische bus van 16:37 te nemen, maar ook die verschijnt niet. Een prima start, we kunnen niet anders zeggen!

Ik zet Broertje op de randstadrail naar het Savornin Lohmanplein, en zie om 17:07 dat in ieder geval één van de 8 elektrische bussen rijklaar is; deze vertrekt gewoon. Ik fotografeer hem, maar neem hem niet, want Lansingerland-Zoetermeer wacht (zie hierboven). Die bus heb ik dan geknipt op de eerste dag van exploitatie. Dat is net zoiets als een envelop met eerstedag-afstempeling voor het snel slinkend ras der postzegelaars.

Een herkansing op vrijdagmiddag, na Dordrecht (zie ook hierboven). Lijn 28 rijdt nu om het kwartier, tegen elk halfuur op zondag. En aangezien de spits begonnen is, gaat hij via de Binckhorst door naar Voorburg.

Op zo’n bedrijventerrein woedt die spits op vrijdagmiddag al iets eerder dan anders. Op de Binckhorstlaan, over de centrale as van deze wijk: files vier rijen dik en bussen die niet willen opschieten. Behalve lijn 28 heb je hier ook 26 (Kijkduin – Hollands Spoor – Voorburg, waarvan ik een keer schreef dat hij diagonaal over de kaart van Den Haag liep) en sinds kort ook Arriva / Connexxion-lijn 46. De laatste reed altijd al van Den Haag Centraal via Leidsenhage naar Voorschoten, maar zijn route is nu verlegd via de Binckhorst. Bus 26 rijdt in de ochtendspits om de 5 minuten.

De woonwijkjes hier zijn nog in wording, en de bedrijvigheid spitst zich vooral toe op dezelfde particuliere vierwieler die je hier in zo groten getale ziet rijden (of stilstaan).

Een groots stuk wegeninfrastructuur is in aanleg. Vanaf de Binckhorstlaan komt er een geboorde tunnel naar het verkeersplein Ypenburg, waar aansluiting zal zijn op de A13 naar Rotterdam en de A4 naar Leiden.

Rotterdamsebaan, heet dit project. Maar de geboorde tunnel krijgt de naam: Victory Boogie Woogietunnel. Die is genoemd naar het schilderij van Piet Mondriaan dat hangt in het Gemeentemuseum, en eind vorige eeuw een rel veroorzaakte omdat het 80 miljoen gulden (ca. 36 miljoen euro) kostte. Die tunnel kost een groot veelvoud daarvan, maar dat geld is sowieso welbesteed omdat het voor de auto is.

Het effect van het project zal ongetwijfeld zijn dat het op de Binckhorstlaan en in het centrum van Den Haag nog drukker wordt dan het nu al is. Maar dat zien we dan wel weer; wie dán leeft, die dán in de file staat.

Wat onbekookte tramplannen zijn er ook voor dit stuk Den Haag. Zo rond 2040 kunnen wij, of de generaties die na ons komen, mogelijk gebruik maken van een tramtunnel Scheveningen – Madurodam – Centraal Station – Binckhorst en door naar Delft of Zoetermeer. Nu zou je denken: reserveer dan in die Victory Boogie Woogietunnel meteen ruimte voor tramrails. Dat is vast goedkoper dan er t.z.t. een tweede Victory Boogie Woogietunnel naast te leggen. Maar ik geloof niet dat dat in de planning staat.

Het is vandaag de dag moeilijk te geloven dat uitgerekend op deze bunders 4 eeuwen geleden een lyrisch-arcadisch poëziegenre is ontstaan: het hofdicht. Toch is dat het geval; lees de educatieve pagina die ik daaraan gewijd heb, ook alweer 15 jaar geleden.






Lijn 28 heeft in de spits zijn eindpunt onder het viaduct van station Voorburg – vlakbij Hofwijck, het optrekje van ook alweer een hofdichter. Dat busstation ziet ook de HTM-lijnen 23 en 26 en streeklijnen 45 en 46.

Ik neem bus 28 helemaal tot het Gemeentemuseum. Elektrisch, dus. En hij biedt verder ook alles wat een moderne stadsbus moet bieden: plek voor rolstoelen en kinderwagens, gratis WiFi, aansluiting voor USB-sticks. Vergelijk ze eens met die lichtgroen-lichtgele benzineblikken waarin ik als in Voorburg woonachtig kleutertje begin jaren 60 vervoerd werd!




Overgenomen van
Wikipedia, Haagse Bus 
Door KevinK, CC BY-SA 3.0, Koppeling

 

Die elektrische bussen kunnen de diesels gemakkelijk bijhouden. Ze zijn schoner en geruislozer, en om de laatste reden voorzien van een bel. Deze lijn moet nog wel wennen. Meer dan 9 medepassagiers zal ik nergens hebben op deze rit in hartje-avondspits.

En dan is het al weer zondag. De winter van 2018 / 2019 viel op zaterdag, zullen we achteraf zeggen. Dat bracht gisterenavond een pak sneeuw van vele meters met zich mee, gepaard gaande met tientallen sneeuwlawines die allemaal, echt állemaal op het spoor terecht kwamen. Tenminste, dat zou je denken, als je zondagmorgen wakker wordt, je telefoon raadpleegt en ziet dat het treinverkeer op 7 plekken gestremd is door het noodweer.

En als ik dan uit het raam kijk, zie ik een miniem laagje natte sneeuw dat al aan het wegsmelten is. Gezien de situatie op het spoor zie ik er maar van af om Sjoerd naar Leiden te halen. Wederom wandelen in Den Haag dus, en we gunnen bus 28 een tweede kans.

Die bus rijdt nu; we pakken hem op op het Spui. Sjoerd heeft in beter dagen vrijwel alle continenten van de aardbol bereisd, maar heeft nog nooit in een elektrische bus gezeten.

Dat verschijnsel is ook sterk in opmars. Precies 2 jaar geleden had Eindhoven de primeur van een vloot elektrische stadsbussen – en van de onvermijdelijke kinderziekten. Daarna heeft het verschijnsel: E-bus zich snel verspreid over heel het land. Ik heb het niet bijgehouden, maar je ziet ze nu al op een stuk of 10 à 12 plekken, schat ik. Leiden krijgt ze in de loop van 2019.

Over een jaar of 10 zal de dieselbus nog slechts nostalgie en herinnering zijn, zoals de stoomtrein nu. Bij bussen gaan ontwikkelingen toch veel sneller dan in het railwezen. De triomf van het rubber over het staal, pleeg ik dat te noemen.

Die blijkt ook uit deze nieuwe bus naar het ‘Westerstrand’, zoals het hier ook wel heet. Het had een tram zullen worden. Er werden tientallen tramvarianten opgesteld; afbuiging lijn 11, doortrekking lijn 12 of 16, maar nu is het dan uiteindelijk een bus.

Mijn broertje keurt de rijeigenschappen van de bus ook goed. We zijn in Scheveningen; de rit daarheen duurt een minuut of 20 vanaf het Spui.

De halte Douzastraat wordt tot onze ontzetting aangekondigd als ‘Douwzastraat’. Hoe bestaat het! Geen Leidenaar zal Janus Douza (Jan van der Does; 1545-1604), held uit de tijd van het Beleg van Leiden, ooit Douw-za noemen . Douwen, dat doe je met deze bus, als de accu leeg zou zijn.

We naderen de laatste halte vóór Engeland. Slagbomen klappen open voor de bus die daarmee toegang krijgt tot een ruim parkeerterrein aan de voet van gloednieuwe appartementen. Norfolk maakte hier plaats voor nieuwbouw. Tot niet zo lang geleden kon je terecht bij Norfolk Lines als je de vraag: ‘Wie wil er mee naar Engeland varen’ met ‘Ja’ beantwoordde.

Er staan hier 2 laadinstallaties, elk betaande uit een schakelkast en een minimalistisch vormgegeven laadpaal. De bus gaat staan bij een groen lampje in het plaveisel en op het busdak klapt een beugel omhoog tegen een contact.

‘Wonen op de Zuid, zinderen aan zee’, vindt een billboard. Maar op deze kille, donkere dag zindert er erg weinig in Scheveningen. Tijd om een streep te zetten onder dit verhaal. De ronde van Zuid-Holland wordt binnen afzienbare tijd voortgezet op Voorne-Putten, per R-net-bus.

Frans Mensonides
21 december 2018
Er geweest: vrijdag 15 en zondag 17 december 2018

© Frans Mensonides, Leiden, 2018