Jaaroverzicht 2025 in foto’s – Openbaar vervoer

Oudejaarsavond 20:00 uur, het tijdstip waarop in heel Nederland de bussen naar de garage gaan, de trams naar de remise en de treinen naar de opstelterreinen. Dat is, traditioneel ook het moment dat het jaaroverzicht online gaat van op mijn site verschenen foto’s in de categorie ‘Openbaar Vervoer’. Het overzicht van foto’s die het archief in zijn gegaan in her vakje ‘Overigen’ volgt zondag over een week, ook geheel volgens traditie.

Op ditzelfde tijdstip kan ik zeggen dat ik exact 30 jaar online ben op Internet. Ik heb het al eens eerder verteld: op oudejaarsdag 1995 kocht ik voor f 19,95 een Planet Internet Starterspakket. Daarmee slaagde ik er meteen die avond al in, met een modem op Internet te komen. `

Leuk hoor, maar Ik had geen idee wat ik allemaal met dat Internet zou moeten of kunnen doen. En ik had al helemaal geen idee hoe dat nieuwe snufje voor computernerds ons aller leven zou gaan veranderen. De datum van mijn komst op Internet heb ik vermoedelijk alleen onthouden omdat het toevallig oudejaarsdag was.

Mijn eigen website begon ik zo’n ¾ jaar later. Maar het eerste foto-jaaroverzicht publiceerde ik pas in 2005, en dat is nu dus exact 20 jaar geleden. Daar staan allemaal foto’s op die nu al historisch zijn: types bussen en treinen die tegenwoordig niet meer rijden.

Even de cijfertjes (meestal afgerond op 100-tallen), vooral voor mijn eigen administratie en beeldvorming. In 2025 heb ik 23.200 km per trein gereisd (20.600 in 2024), waarvan bijna de helft, 10.900, op buitenlandse reizen (ook meer dan in 2024; toen waren het er 9000).

Per stads- en streekvervoer heb ik in 2025 4500 km afgelegd (was 4600). Het aantal treinkilometers overtreft dat per bus, tram en metro altijd ongeveer met een factor 5. Maar het aantal ritten dat ik in 2025 gemaakt heb per stads- streekvervoer is dan weer veel groter dan dat per trein: 750 om 450. Een treinkilometer is sneller afgelegd dan een per bus.

 

Hieronder de uitverkoren foto’s van 2025, min of meer chronologisch van januari tot / met december.

 

Frysk Ferfier; zo’n kreet verwacht je niet op een bus in Leiden. Qbuzz nam in december 2024 zowel in Friesland als in Leiden en wijde omgeving (Zuid-Holland Noord, ZHN) het busvervoer over van Arriva. In beide regio’s ging dat gepaard met veel aanloopmoeilijkheden. Elektrische bussen werden te laat geleverd. Mede door personeelsgebrek vielen er grote gaten in de dienstregeling.

Die toestanden in ZHN leverden me maandenlang stof op voor een groeidocument over buitenplaatsen als Moordrecht, Zevenhuizen en Roelofarendsveen.

Ik veronderstelde dat de bus op de foto eerder die dag in Joure een foute afslag had genomen en per ongeluk in Leiden was beland. Maar in werkelijkheid was het een kwestie van doorverkopen van stokouwe dieselbussen, of zoiets.


Afgelopen winter kon ik – in tegenstelling tot de huidige winter – een even uitgebreid groeiartikel schrijven over de wijzigingen in het spoorboekje van NS. Er waren een paar moedgevende verbeteringen, waaronder invoering van de Airport Sprinter van Hoofddorp via Schiphol Airport naar Amsterdam Centraal. Die rijdt in metrofrequentie, 8 keer per uur. Er wordt dankbaar gebruik van gemaakt door de toeristenstroom naar onze hoofdstad.

Ook uit dat treinenartikel: de Spoorbrug Kethel over de Poldervaart, op het traject Den Haag HS – Rotterdam Centraal. Deze plek in de gemeente Schiedam ligt een paar hectometer ten noorden van het punt waar ooit, uiterlijk in 2040, station Schiedam Kethel moet komen.

In dat jaar moet er elke 7½ minuut een ‘City Sprinter’ rijden tussen Den Haag (misschien: Leiden) en Dordrecht. Tussen Den Haag en Rotterdam rijden sinds december 2024 al 14 treinen per uur en per richting, 8 IC’s en 6 Sprinters, allemaal over dit 2-sporige bruggetje.

Trein en GVB-metro op één plaatje. De metro naar Gaasperplas rijdt onder station Duivendrecht door, maar stopt er niet.

 

Nog 2 foto's uit het artikel over Qbuzz Zuid-Holland Noord. Een ‘tijdelijke bus’ op het busstation van Gouda. Daaronder: een definitieve bus bij de universiteitsbibliotheek en andere universitaire gebouwen langs de Witte Singel in Leiden.

Buurtbus in het al genoemde Roelofarendsveen, gefotografeerd op een fietstocht vroeg in het voorjaar.

 

Voorjaar en zomer, dat zijn de perioden van het jaar dat ik buitenlandse reizen maak met Interrail.

In het buitenland krijg ik vaak gevoelens van jaloezie door een veel beter OV dan hier in Nederland gebruikelijk is. Bij ons blijven de investeringen wat schraal, en ben je al blij als er eens een bezuiniging wordt teruggedraaid.

Nu is het wel zo, dat buurmans gras altijd groener is; Ovidius schreef al zoiets rond het begin van de jaartelling. Misschien zouden autochtonen uit de landen die ik bezocht heb, wel jaloers en compleet lyrisch worden over sommige aspecten van het OV in Nederland.

Waarvoor zou bijvoorbeeld een Zwitserse OV-gebruiker uit z'n bol gaan bij een reis door Nederland, afkomstig als hij is uit een land met een nagenoeg perfect openbaar vervoer? Ik denk: van een rit over de Schiphol- / Flevo- en Hanzelijn. Tientallen kilometers rijden over de bodem van de Zuiderzee en die van het Haarlemmermeer! En onderweg genieten van de afwezigheid van bergen, zodat je vrij uitzicht hebt op de horizon. Waar vind je het in Zwitserland? Nergens!

Dat land heeft dan wel weer de langste treintunnel ter wereld binnen zijn grenzen, de 57 km lange Gotthard-basistunnel. Mijn enthousiasme kende geen grenzen, toen ik erdoorheen reed op weg naar Italië. Maar alle autochtone passagiers keken of het doodnormaal is, om 57 km lang door een berg heen te rijden.

Wel op de foto: Bazel, mijn etappeplaats op zowel de heen- als terugweg. Een tramstad bij uitstek. Het tramnet strekt zich uit over 3 naties: Zwitserland, Frankrijk en Duitsland. En als je door de stad wandelt, is er is vrijwel altijd wel een tram in je beeldveld; op deze foto zelfs 3, op 3 verschillende lijnen.

 

 

Milaan is ook typisch een tramstad, maar dan vooral een rijdend trammuseum. In de binnenstad rijdt nog ongeveer een kwart van de 500 Ventotto-trams, de ‘achtentwintigers’ die vanaf 1928 zijn ingestroomd. Heel geinige trammetjes, met zitplekken op een lange houten bank in de lengterichting. Ze gaan niet harder dan 42 km per uur, en dat zal bijdragen aan de on-Italiaanse sfeer van kalmte en onthaasting die er onderweg heerst.

Daarnaast, of feitelijk daaronder, rijdt in die stad ook een snelle en uiterst drukke metro, met een veel groter lijnennet dan in de veel grotere stad Rome. Ook Milanezen hebben weinig reden om jaloers te zijn op andermans OV.

De Frecciarossa (Rode Pijl) op het hoofdstation van Florence, dat Firenze Santa Maria Novella (S.M.N.) heet en genoemd is naar een basiliek die veel mooier is dan het station. De Frecciarossa is de hogesnelheidstrein die de langeafstandsverbindingen onderhoudt in Italië.

 

NS in den vreemde. Deze ‘Wesp’, helemaal uit Lelystad, is gearriveerd op station Brussel-Zuid, onder de naam Eurocity Direct. Dit is de eind 2024 ingevoerde verre opvolger van wat ooit de Beneluxtrein was. Hij doet Amsterdam Centraal, Breda en Brussel Airport Zaventem niet aan, en rijdt zonder te stoppen langs Noorderkempen en Mechelen.

Zo schiet je ritje wel op, maar je reist wel tegen een woekertarief. Je moet reserveren voor een trein, maar kunt niet reserveren voor een stoel in die trein. Desondanks schijnt die nieuwe verbinding een succes te zijn; de wereld wil belazerd worden. Zelf had ik gelukkig nog een Interrail-dag over.

 

De regio Mannheim / Heidelberg in Duitsland maakt de Nederlander jaloers door het bestaan van heel lange interlokale tramlijnen, waarvan bij ons de laatste 60 jaar geleden al is opgedoekt. Ik kwam er eigenlijk speciaal voor lijn 5, die in 2:40 uur een rondje Mannheim – Heidelberg – Weinheim – Mannheim rijdt van 57 km.

Maar vlak ook de lijn Mannheim – Bad Dürkheim niet uit: 25 km, af te leggen in minder dan een uur. Op de foto staat deze lange sliert van een tram, 7-baks, op het eindpunt, een keerlus in Bad Dürkheim.



*

Even terug in Nederland, en een zonnige zaterdagmiddag fietsen op de Utrechtse Heuvelrug. Een U-OV -bus bij de halte in Doorn die vroeger Postkantoor heette, en nu Centrum Doorn.

Geen erg opzienbarende foto. Ik heb hem er alleen tussengezet om de lezer alvast op te warmen voor een artikel dat in de loop van januari 2026 hoopt te verschijnen op deze site. Dat gaat over de paradepaardjes van het OV in de provincie Utrecht: de U-link en de U-liner. Er zijn op 14 december 2025 2 nieuwe concessies ingegaan in Utrecht: Utrecht Binnen en Utrecht Buiten.

 

De nieuwe tram van Luik bij de halte Petit Paradis, met op de achtergrond het moderne kantoorgebouw dat Paradijstoren heet. Hoe paradijselijk zou het zijn in een kantoorgebouw met 1100 boekhouders? Ik vroeg het me af, maar las ergens dat die naam voor deze plek veel ouder is dan de toren zelf.

Die tram rijdt sinds 28 april 2025, en dat was pas 4 weken geleden toen ik hem op de foto zette. Desondanks vervoerde hij in die tijd al 45.000 reizigers per werkdag. Dat is niet niks, voor een tramlijn die maar 11 km lang is. De 90.000 die in het artikel noemde, is trouwens niet het streefgetal van het aantal passagiers, zoals ik dacht, maar de maximale vervoerscapaciteit van de trams.

 

In de zomer deed ik een paar dagen Jutland, het betrekkelijk dunbevolkte stuk van Denemarken dat aan Duitsland vast zit. De stad Aalborg versmaadde een tram naar het universiteitsterrein en naar het academisch ziekenhuis. De tram was te duur voor een middelgrote provinciestad als Aalborg.

In plaats daarvan rijdt er nu een dubbelgelede, 24 m lange, elektrische bus over een vrije baan; dat kan net zo goed. Deze fraai vormgegeven bussen zijn van het type Solaris Urbino 24.

 

ETMET, Elke 10 minuten een trein, dat zie ik niet ingevoerd worden in Jutland. De treinen rijden hier eens per half uur, of soms zelfs maar eens per uur. Dat laatste geldt op zondag voor deze Arriva-boemel, gefotografeerd op het station van het schilderachtige stadje Viborg.

 


Een zomers uitje met de Bello op de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. De loc doet zijn naam eer aan door zich vrolijk bellend voort te bewegen door het polderland.


De badplaats Kijkduin in de gemeente Den Haag is aardig opgekalefaterd, de afgelopen jaren. Hetzelfde geldt voor het Haagse busmaterieel, dat sinds kort voor 100% elektrisch is.

 

Een rijtje buskonten in de avond, dat is weer eens wat anders. Leiden Centraal.

 

Wenen is ook zo’n stad met een OV om jaloers op te worden. 6 metrolijnen, 31 tramlijnen en 130 buslijnen, en spotgoedkope kaartjes, voorkomen dat deze stad met 2 miljoen inwoners helemaal dichtslibt met auto’s.

2 treinen van de ÖBB op station Wien Meidling, het 3e station van de 52 die Wenen telt, na Wien Hbf en Wien Westbahnhof.

 

Van die metrolijnen is die met het hoogste nummer, U6, gebouwd op een heel oud stadsbaantraject, dat in 1898 begon met stoomtreinen in een tunnel, waar de mensen zwartgeblakerd en beroet uitkwamen. De lijn wordt nu gereden met in het mondiale metrowezen zeldzaam materieel: lagevloerwagens. De stations staan op de monumentenlijst en zijn nog in de oorspronkelijke staat.

 

Vervangend busvervoer op station Geldermalsen. Het was het gevolg van de ‘perenramp’ op 30 oktober, toen bij Meteren, even ten zuiden van hier, een IC-trein zich boorde in een vrachtwagen. Die was heel vreemd en onvoorzichtig aan het manoeuvreren op een spoorwegovergang.

De vrachtwagen was geladen met 19 ton peren, die je op het filmpje door de lucht ziet vliegen. Prorail gaf de beelden vrij als waarschuwing: sta niet stil op een spoorwegovergang! Wonder boven wonder vielen er geen doden bij dit ongeluk.

Hoeveel peren zou dat zijn, 19 ton? Ik zocht het na: een slordige 100.000 exemplaren. Dat is maar een heel kleine fractie van de totale perenoogst van deze zomer. Het was een uitmuntend perenjaar; er is in Nederland volgens officiële cijfers. 348.000 ton geoogst. Dat komt neer op zo’n 2 miljard peren. We moeten flink dooreten om dat allemaal op te krijgen voor komende zomer. Als we geen peren zouden exporteren, zouden we er elke week 2 per persoon moeten nuttigen.

Maar wat heeft dit nou met OV te maken? Helemaal niets!


De afsluitboom klapt open om de bus toegang te verlenen tot een busbaantje van ca. 25 meter. Het ligt bij een T-kruising in Blaricum met een onheilspellende naam: De Gordiaanse Knoop.

Het Gooi (lees: de busroute Hilversum – Huizen; het Gooi is echt een stuk groter dan die 2 plaatsen!) kreeg na 15 jaar gesteggel en ge-NIMBY een ‘hoogwaardige’ busroute: HOV ‘t Gooi. Voor 100 miljoen euro werd in de meest op de auto verliefde regio van Nederland een busbaan aangelegd van 3½ kilometer in Hilversum, twee busbaantjes van 25 meter in Blaricum, plus wat plantsoenen en groenstroken langs de route. Ze hebben hier ontdekt dat een bus heel goed kan rijden zonder vrije busbaan, en men noemt deze innovatie: ‘Meerijden met het verkeer’.

Hoe kon ik een jaargang van een OV-rubriek, en dit jaaroverzicht, treffender beëindigen dan met de specialiteit van het OV in Nederland: de dooie mus?

Frans Mensonides
31 december 2025


Eerdere jaaroverzichten:


© Frans Mensonides, Leiden, 2025